• Gratis verzending
  • Voor 20:00 besteld, morgen in huis
  • 14 dagen bedenktijd

Tag: Tekenen voor beginners

  • Tekenen konijn: een konijn tekenen in 6 stappen, van ovalen tot vacht

    Tekenen konijn: een konijn tekenen in 6 stappen, van ovalen tot vacht

    Tekenen konijn begint met een ei. Een ei-vormig lijf, een kleinere ronde kop erbovenop, twee lange oren, een grote ovaal voor het achterpoot en een klein staartje. Als die vormen kloppen, werk je de ogen, de neus, de snorharen en de vacht uit. Zo teken je een konijn dat er echt uitziet en niet als een hond met lange oren.

    Een konijn tekenen is dankbaar werk. Het lichaam bestaat uit eenvoudige ronde vormen, de oren zijn een herkenbaar kenmerk en de vacht kun je zo zacht of zo gedetailleerd maken als je wilt. Heb je nog niet eerder een dier getekend? Lees dan eerst de gids leren tekenen en probeer daarna een hond tekenen, die dezelfde opbouw heeft.

    Kort samengevat

    • Teken het lijf als een ei: breed onderaan, smaller bij de kop.
    • De achterpoten zijn groot en krachtig, de voorpoten klein.
    • De oren zijn lang en smal, met een lichte binnenkant.
    • De ogen zitten hoog aan de zijkant van de kop, niet vooraan.
    • Teken de vacht als korte, zachte streepjes en laat de buik licht.

    Wat moet je weten voordat je begint met tekenen konijn?

    Een paar eigenschappen van een konijn bepalen hoe je tekening eruitziet. Volgens Wikipedia hebben konijnen lange oren ten opzichte van hun breedte, met een groot oppervlak. De ogen zitten hoog en aan de zijkant van de kop, wat een bijna rondom gezichtsveld geeft, met een dode hoek vlak onder de neus. Dat betekent voor je tekening dat de ogen niet vooraan in het gezicht staan, maar aan de zijkant.

    De achterpoten zijn veel langer en sterker dan de voorpoten, en de achtervoeten staan bij rust plat op de grond. Bij het rennen staat een konijn op zijn tenen. Het lichaam van een wild konijn is vol en ei-vormig, terwijl hazen langer en slanker zijn. Ook de tanden zijn bijzonder: de bovenkaak heeft twee snijtanden achter elkaar, en alle tanden blijven doorgroeien. Het staartje is bij veel konijnen donker aan de bovenkant en wit aan de onderkant.

    Voor het tekenen van een konijn onthoud je drie dingen: een ei-vormig lijf, lange oren en grote achterpoten. Met die drie zit je goed.

    Stap 1: het lijf en de kop bij het tekenen van een konijn

    Begin met een heel lichte ovaal in de vorm van een ei voor het lijf, met de brede kant naar achteren. Teken er een kleinere cirkel bovenop voor de kop, een beetje naar voren. Verbind de twee met een korte hals: bij een konijn is die bijna niet zichtbaar, de kop lijkt direct aan het lijf te zitten.

    Potloodschets met de basisvormen van een konijn
    Begin met eenvoudige vormen: ei, cirkel en ovalen.

    Zet daar nog een ovaal aan vast voor de dij van de achterpoot, groot en rond, midden op het lijf. Dat grote ovaal is het kenmerk van een zittend konijn. Controleer de verhouding met je voorbeeld. De kop is ongeveer de helft zo breed als het lijf. Dit is een richtwaarde: het verschilt per ras, dus kijk goed naar je voorbeeld.

    Stap 2: de oren bij een konijn tekenen

    De oren geven het konijn zijn karakter. Teken twee lange, smalle ovalen die van de bovenkant van de kop omhoog lopen. Houd ze iets naar achteren gekanteld als je konijn ontspannen is, rechtop als hij alert is. Een lop-konijn heeft hangende oren die langs de wangen vallen. Teken dan twee afgeronde lappen die aan de zijkant van de kop naar beneden hangen.

    Maak de oren lang genoeg: bij veel rassen zijn ze ongeveer net zo lang als de kop of langer. Teken aan de binnenkant een tweede, kleinere lijn voor de lichte binnenkant van het oor. Daar kun je later zachte schaduw in zetten. Een veelgemaakte fout is te korte oren, waardoor het dier meer op een muis of een hamster lijkt.

    Stap 3: poten en staart bij tekenen konijn

    De voorpoten van een konijn zijn kort en dun. Teken ze als twee smalle buisjes onder de kop, een stuk naar voren, met kleine ronde pootjes. De achterpoten zijn juist groot. Over de dij die je al tekende, komt een lange achtervoet die naar voren wijst, plat op de grond. Dat is typisch voor een zittend konijn: de achtervoet ligt op de grond en is bijna zo lang als de kop.

    Teken de staart als een kleine, ronde pluk aan het achterlijf. Hij is bij de meeste konijnen klein en opgetrokken. Een zachte, ronde vorm is genoeg. Controleer je tekening: zit het konijn stevig op de grond, of lijkt hij te zweven? Een kleine schaduw onder de poten helpt later.

    Stap 4: het gezicht van je konijn tekenen

    Teken het gezicht licht en pas daarna dikker. Zet de ogen hoog aan de zijkant van de kop, ver uit elkaar, als donkere cirkels met een kleine witte lichtreflectie. De neus is een kleine afgeronde driehoek of een Y-vorm, onderaan in het midden van het gezicht. Daaronder volgt de mond als een korte, omgekeerde Y, met twee kleine bolle wangen.

    Teken aan beide kanten drie of vier lange snorharen, als dunne lijnen die zwaaien. Die geven je konijn direct leven. De wangen zijn vol en rond: teken ze als zachte bogen onder de neus. Het gezicht van een konijn is kort en rond, zonder lange snuit zoals bij een hond.

    Tip: draai je tekening en je foto ondersteboven. Je ziet dan meteen of de ogen op dezelfde hoogte zitten en of de oren even lang zijn.

    Stap 5: contour en vacht bij een konijn tekenen

    Trek de definitieve omtrek met een zachte, vloeiende lijn, en gum de hulpvormen weg. Voor de vacht gebruik je korte streepjes in de richting waarin de haren groeien: op de rug naar achteren, op de wangen naar buiten, op de buik naar beneden. Zorg dat de randen niet strak zijn: laat de omtrek een beetje pluizig, met kleine streepjes die uitsteken.

    Een hand tekent de laatste lijnen en vacht van een potloodkonijn
    Korte streepjes in de richting van de vacht geven textuur.

    Bij een konijn met lange vacht, zoals een angora, zijn de streepjes langer en golvender. Bij een kortharig konijn zijn ze kort en dicht. Laat plekken open, zodat het papier de lichte vacht voorstelt. Gebruik een zacht potlood, zoals een 2B, voor de donkere vlekken en de rand van de oren.

    Stap 6: schaduw en afwerking bij tekenen konijn

    Bepaal waar het licht vandaan komt. Maak de onderkant van het lijf, de binnenkant van de poten en de plek onder de kop donkerder. Laat de bovenkant van de rug en de wangen licht. Gebruik een 4B voor de ogen en de neus, zodat de blik naar het gezicht wordt getrokken.

    Teken een korte schaduw op de grond onder het konijn en een paar grassprieten ervoor. Zo zit het dier stevig op een plek. Wie wil, voegt een wortel of een bosje klaver toe. Meer ideeën vind je bij dieren tekenen.

    Eerst schetsen: een konijn in drie snelle tekeningen

    Wikipedia beschrijft een schets als een snelle, vrije tekening die meestal geen eindwerk is, bedoeld om iets vast te leggen dat je ziet of een idee te ontwikkelen. Dat is wat je bij een konijn wilt doen voor je een nette tekening maakt.

    Maak drie schetsen van elk twee minuten. De eerste is alleen een ei met twee oren. De tweede toont de houding: zit het konijn rechtop, ligt het, of eet het? De derde bevat de achterpoot en de voeten. Zo leer je de vorm kennen voor je details toevoegt. Een foto van een zittend konijn van opzij is het makkelijkst om mee te beginnen.

    Een konijn tekenen in verschillende houdingen

    Een zittend konijn is de makkelijkste houding, maar er zijn er meer. Als je ze allemaal kunt tekenen, kun je een hele serie maken.

    Zittend, van opzij. De basisvorm die je hierboven hebt geoefend: een ei, een ronde kop, de achterpoot als grote ovaal en de achtervoet plat op de grond.

    Rechtop, alert. Het konijn zit op zijn achterpoten met de kop hoog en de oren recht omhoog. Teken het lijf iets langer en rechter, en de voorpoten kort tegen de borst. De ogen kijken groot en de oren staan als twee uitroeptekens.

    Liggend. Een konijn dat uitgestrekt ligt, is bijna een lange ovaal met de kop op de voorpoten. De oren liggen plat langs de rug. Dit is een rustige houding die goed werkt voor een tekening bij het raam.

    Springend of rennend. Wikipedia merkt op dat de achterpoten bij rennen op de tenen staan en veel sterker zijn dan de voorpoten. Teken in een sprong het lijf als een lange boog, de achterpoten gestrekt naar achteren en de voorpoten naar voren. Gebruik hier een foto: een sprong is te snel om uit je hoofd te tekenen.

    Etend. Het konijn met de neus naar beneden en een stukje wortel of gras in de poten. De kop is gebogen en de oren hangen naar voren of liggen naar achteren. Dit geeft een schattige scène die je goed kunt uitbreiden met een achtergrond.

    Oefen elke houding in twee minuten, en kijk welke het leukst voelt. Je tekent dan al snel niet meer één konijn, maar een hele konijnenfamilie.

    Een achtergrond tekenen: gras, bloemen en een wortel

    Een konijn zonder omgeving ziet er snel verloren uit. Een paar eenvoudige elementen maken de tekening af. Teken met een lichte lijn een grasstrook onder het konijn: korte, schuine streepjes die uit elkaar lopen. Voeg een paar madeliefjes of paardenbloemen toe als kleine cirkels met kleine blaadjes. Een wortel is een lange, smalle driehoek met een paar bladeren eraan.

    Potloodtekening van een konijn met gras, bloemen en een wortel
    Gras, bloemen en een wortel maken de tekening af.

    Houd de achtergrond lichter dan het konijn, zodat de blik naar het dier gaat. Wil je kleur gebruiken, kies dan zachte groentinten voor het gras en een warm oranje voor de wortel. In een kleurboek voor volwassenen vind je soortgelijke ideeën om rustig te oefenen met kleurvlakken.

    Een schattig konijn tekenen

    Wil je een schattig konijn voor een kaartje of kinderkamer? Maak de kop groter en rond, de ogen groot en laag op het gezicht, de neus klein en het lichaam kort en bol. Houd de oren lang, maar breed en zacht. Dat zijn de ingrediënten van de stijl die je terugvindt bij tekenen schattig. Een grote kop en grote ogen maken een wezen aaibaar, ook al is het getekend.

    Veelgemaakte fouten bij tekenen konijn

    • Te korte oren. De oren zijn bijna zo lang als de kop of langer.
    • Ogen vooraan. Zet ze hoog aan de zijkant van de kop.
    • Een lange snuit. Het gezicht van een konijn is kort en rond.
    • Kleine achterpoten. De achterpoten zijn het grootste deel van het lichaam.
    • Te strakke omtrek. Een pluizige rand geeft het gevoel van vacht.
    • Te veel details te vroeg. Eerst de ei-vorm, dan de oren, dan het gezicht.

    Veelgestelde vragen over tekenen konijn

    Hoe teken je een konijn als beginner?

    Begin met een ei-vormig lijf, een kleine ronde kop, twee lange oren en een grote ovaal voor de achterpoot. Voeg daarna het gezicht toe, met de ogen aan de zijkant, en werk de vacht uit met korte streepjes. Teken licht en bouw op.

    Hoe teken je de oren van een konijn?

    Teken twee lange, smalle ovalen die van de bovenkant van de kop omhoog lopen, iets naar achteren gekanteld. Voeg binnenin een tweede lijn toe voor de lichte binnenkant. Bij een lop-konijn hangen de oren langs de wangen naar beneden.

    Waar zitten de ogen van een konijn?

    Hoog aan de zijkant van de kop, volgens Wikipedia, waardoor een konijn bijna rondom kan kijken. Teken ze dus niet vooraan in het gezicht, maar ver uit elkaar aan de zijkant.

    Hoe teken ik de vacht van een konijn?

    Gebruik korte, zachte streepjes in de groeirichting van de haren en laat de omtrek een beetje pluizig. Een kortharig konijn krijgt korte, dichte streepjes, een angora langere, golvende streepjes. Laat de lichte plekken open.

    Welk potlood gebruik ik voor een konijn?

    Een HB voor de eerste lichte vormen, een 2B voor de omtrek en donkere vlekken en een 4B voor de ogen en de neus. Met zachte potloden bouw je ook de zachte indruk van vacht beter op.

    Hoe teken ik een schattig konijn?

    Maak de kop groter en rond, de ogen groot, de neus klein en het lichaam kort en bol. Houd de oren lang maar zacht. Meer over deze stijl lees je in onze pagina over tekenen schattig.

    Wat is het verschil tussen een konijn en een haas tekenen?

    Een konijn heeft een vol, ei-vormig lijf en kortere poten. Een haas is langer, slanker en heeft langere poten, volgens Wikipedia. Teken bij een haas het lijf dus langgerekter en de oren en poten langer.

    Hoe lang duurt het om een konijn te tekenen?

    Een eenvoudig konijn kost een beginner een halfuur tot een uur. Een snelle schets is in twee tot vijf minuten klaar. Dit zijn richtwaarden. Besteed de meeste tijd aan de basisvormen.

    Verder lezen over tekenen

    Je hebt nu een stappenplan voor een konijn. Lees verder:

  • Tekenen giraf: een giraf tekenen in 6 stappen met vlekken en lange hals

    Tekenen giraf: een giraf tekenen in 6 stappen met vlekken en lange hals

    Tekenen giraf begint met drie vormen: een ovaal voor het lijf, een lange smalle schuine buis voor de hals en een kleine ovaal voor de kop. Daaronder zet je vier lange poten, de voorpoten iets langer dan de achterpoten. Pas als die vormen kloppen, voeg je de hoorntjes, de oren, de ogen en het vlekkenpatroon toe. Zo teken je een herkenbare giraf zonder dat de hals scheef of te kort uitvalt.

    Een giraf tekenen is een mooi onderwerp voor beginners, omdat hij uit zulke duidelijke vormen bestaat. De hals en de poten zijn lang en recht, het lijf is eenvoudig, en de vlekken kun je zelf bedenken. Heb je nog nooit een dier getekend? Begin dan met onze gids leren tekenen en probeer eerst een hond tekenen.

    Kort samengevat

    • Bouw de giraf op uit een ovaal lijf, een lange schuine hals en een kleine kop.
    • De voorpoten zijn langer dan de achterpoten: de rug loopt schuin naar beneden.
    • De hals is lang, maar bestaat net als bij ons uit zeven wervels.
    • De vlekken hebben onregelmatige randen en zijn niet overal even groot.
    • Teken de vlekken pas als de contour klopt.

    Wat moet je weten voordat je begint met tekenen giraf?

    Een goed onderwerp begint met kijken, en bij een giraf zijn een paar feiten handig. Volgens Wikipedia hebben giraffen net als de meeste zoogdieren zeven halswervels. De lange hals ontstaat doordat elke wervel verlengd is, meer dan 28 centimeter lang, en niet doordat er meer wervels zijn. De hals kan tot 2,4 meter lang zijn, en volwassen giraffen zijn tussen 4,3 en 5,7 meter hoog.

    Voor je tekening zijn vooral de verhoudingen belangrijk. De voorpoten zijn langer dan de achterpoten, waardoor de rug schuin naar achteren afloopt. Zowel mannetjes als vrouwtjes hebben hoorntjes, ossiconen genoemd, tot ongeveer 13,5 centimeter lang. Bij vrouwtjes en jonge dieren zijn ze dun met een plukje haar bovenop, bij volwassen mannetjes kaal en knobbelig. Het vachtpatroon bestaat uit donkere vlekken, oranje, kastanjebruin, bruin of bijna zwart, op een lichte ondergrond, meestal wit of crème. Volgens dezelfde bron heeft elke giraf een eigen patroon.

    Dat laatste is goed nieuws voor tekenaars: een vlekkenpatroon hoeft niet te kloppen. Elke giraf mag er anders uitzien. Gebruik een foto als voorbeeld voor de vorm van lijf en poten, en verzin de vlekken gerust zelf.

    Stap 1: lijf en hals bij het tekenen van een giraf

    Teken licht met een HB-potlood. Begin met een ovaal voor het lijf, iets schuin met de borst hoger dan het achterlijf. Teken daarna de hals als twee bijna parallelle lijnen die schuin omhoog lopen vanaf de borst. Houd de hals lang: hij is bijna net zo lang als het lijf of nog langer. Aan het uiteinde zet je een kleine ovaal voor de kop, iets naar voren gekanteld.

    Schets van lijf en hals van een giraf
    Begin met het lijf en de lange hals.

    Controleer bij het tekenen van je giraf de verhouding. Meet met je potlood hoe lang de hals is ten opzichte van het lijf. Bij tekenen giraf is een veelgemaakte fout een hals die te kort is, waardoor het dier meer op een paard lijkt. Pas de lengte aan voor je verder gaat.

    Stap 2: de poten van je giraf tekenen

    Giraffenpoten zijn lang en smal. Teken ze als vier strakke, licht taps toelopende buizen. De voorpoten beginnen onder de borst en zijn langer, de achterpoten beginnen onder het achterlijf en zijn korter. Daardoor loopt de rug schuin naar beneden, wat typerend is. Wikipedia noemt dat de voorpoten langer zijn dan de achterpoten.

    Zet de poten niet recht onder elkaar, maar iets uit elkaar, als je de giraf rustig laat staan. Teken de knieën als kleine knobbels halverwege. Aan het einde van elke poot komt een hoef als een kleine, rechthoekige vorm. Een giraf loopt op zijn hoeven, dus houd de poten tot onderaan recht.

    Stap 3: de kop van een giraf tekenen

    De kop van een giraf is klein ten opzichte van de hals. Begin met een langwerpige ovaal, aan de voorkant iets smaller, voor de snuit. Zet de neusgaten als twee kleine boogjes aan het uiteinde. De ogen zijn groot en donker, ver naar achteren aan de zijkant van de kop. Teken een lang wimperrandje: dat maakt de giraf direct sympathiek.

    Op de kop komen twee hoorntjes, die je tekent als korte, rechte stokjes met een knobbeltje of plukje haar aan het uiteinde. Zet ze dicht bij elkaar op de bovenkant. De oren zitten daar iets onder en wijzen zijwaarts, als twee kleine, afgeronde blaadjes. Maak de kop niet te groot: hij is klein in verhouding tot de rest.

    Tip: vergelijk de lengte van je tekening van kop en hals met je foto. Zet een stukje papier tegen het scherm om te meten hoe vaak de kop in de hals past.

    Stap 4: trek de contour over

    Als alle basisvormen kloppen, trek je de definitieve lijn. Verbind lijf, hals en kop in één vloeiende omtrek. Laat de rug en de hals overlopen zonder harde knik. Teken de borst en de buik als zachte bogen. Volg de lichte lijnen die je eerder zette, maar wees vrij om ze iets mooier te maken.

    Gum daarna de hulpvormen weg met een kneedgum. Dep in plaats van te wrijven. Teken een korte staart aan het achterlijf, een dunne lijn met een kleine pluk haar aan het einde. Voeg een korte manen toe langs de achterkant van de hals.

    Stap 5: de vlekken bij tekenen giraf

    Dit is het leukste deel van een giraf tekenen. Begin bij de hals en het lijf. Teken de vlekken als onregelmatige vormen, een beetje als plakjes of lappen, met kleine ruimtes witte vacht ertussen. Vermijd vierkanten en cirkels: natuurlijke vlekken hebben ruwe randen. Varieer in grootte: groter op het lijf, kleiner naar de poten en de kop toe.

    Vlekken tekenen op een gegetekende giraf
    De vlekken zijn onregelmatig en volgen de vorm.

    Laat de vlekken niet overal even dicht staan. Op de poten worden ze kleiner en lopen ze vaak uit tot onder de knieën. Bij de kop zijn de vlekken fijn of ontbreken ze. Je vult de vlekken in met een zacht potlood of met kleur. Wie met kleur werkt, kan oranje, kastanjebruin en bruin gebruiken, zoals het patroon in de natuur.

    Stap 6: schaduw en afwerking van je giraf tekenen

    Voeg schaduw toe onder de buik, aan de binnenkant van de poten en onder de hals. Gebruik een 2B voor de middentoon en een 4B voor de donkerste plekken. Laat de bovenkant van de rug en de hals licht blijven, als het licht van boven komt. Teken een korte schaduw op de grond onder de poten, zodat de giraf stevig staat.

    Maak als laatste de ogen donker met een kleine witte reflectie, en voeg een paar streepjes toe voor de manen. Zet er eventueel een boom of een stuk savanne achter. Een eenvoudige horizon en een paar acaciatakken zijn genoeg. Kijk voor het idee naar de pagina over dieren tekenen.

    Een schattige giraf tekenen in een paar stappen

    Wil je een grappige, kleine giraf? Maak de kop groter en rond, de ogen groot en de hals korter. Laat de poten kort en dik. Gebruik ronde vlekken. Zo krijg je een figuur in stijl van tekenen schattig, geschikt voor een kaartje of een kinderkamer.

    Eerst schetsen, dan tekenen: een giraf in drie snelle schetsen

    Voor je een nette giraf tekent, loont het om een paar snelle schetsen te maken. Wikipedia omschrijft een schets als een snel gemaakte, vrije tekening die meestal niet als eindwerk bedoeld is, en het vastleggen van wat je ziet is een van de doelen. Voor een giraf is dat precies wat je nodig hebt: je zoekt de grote lijn.

    Doe het in drie rondes van elk twee minuten. In de eerste ronde teken je alleen de omtrek van het dier in één doorlopende lijn, zonder je potlood op te tillen. In de tweede ronde teken je de ovalen en de buis voor de hals zoals hierboven. In de derde ronde zet je alleen de poten en de kop in de juiste verhouding. Na deze drie schetsen heb je het dier in je hand, en teken je daarna de echte tekening veel rustiger.

    Heb je geen voorbeeld bij de hand? Zoek een foto van een giraf van opzij, en liefst eentje waarop de hele hals en alle vier poten te zien zijn. Een giraf die aan een boom eet, laat de hals mooi zien. Een giraf die rent is lastiger, omdat de poten dan overlappen.

    Een savanne eromheen tekenen

    Een giraf zonder achtergrond staat een beetje in de lucht. Een paar eenvoudige lijnen maken er een scène van. Teken een lage horizon op ongeveer een derde van de hoogte van je papier. Zet een of twee acaciabomen neer: een dunne, schuine stam met een platte, brede kruin. Een paar grassprieten voor de voorgrond en een kleine zon bovenin zijn genoeg.

    Tekening van een giraf met een savanne eromheen
    Een eenvoudige savanne maakt de tekening af.

    Houd de achtergrond licht en eenvoudig, zodat de giraf opvalt. Gebruik je kleur, kies dan warme tinten: geel, oranje en zacht groen. Wie meer wil weten over lichtrichting en schaduw, vindt de uitleg in leren tekenen. Overweeg ook om de giraf iets groter te tekenen dan de bomen. Zo benadruk je de hoogte van het dier, die het bijzondere is aan een giraf.

    Giraf tekenen met kinderen

    Een giraf is een populaire keuze voor kinderen, omdat de vorm zo eenvoudig is. Laat kinderen eerst de hals tekenen als een lange, schuine streep en daar een ovaal aan vastmaken. Vlekken maken is een feest: ze mogen elke vorm hebben. Wil je een tekening voor een kind van een jaar of zes, kijk dan ook naar tekenen groep 3 voor eenvoudige opdrachten per leeftijd.

    Veelgemaakte fouten bij tekenen giraf

    • Te korte hals. De hals is bijna zo lang als het lijf of langer.
    • Poten even lang. De voorpoten zijn langer, en dat geeft de rug zijn schuine lijn.
    • Te grote kop. De kop is klein ten opzichte van de hals.
    • Vlekken als cirkels. Maak onregelmatige randen en wissel in grootte.
    • Eerst de vlekken. Maak eerst de vorm. Zonder goede contour helpt geen enkel patroon.
    • Alle vlekken even donker. Laat variatie in kleur toe, van oranje tot donkerbruin.

    Veelgestelde vragen over tekenen giraf

    Hoe teken je een giraf als beginner?

    Begin met een ovaal voor het lijf, een lange schuine hals en een kleine ovaal voor de kop. Zet er vier lange poten onder, de voorpoten iets langer dan de achterpoten. Voeg daarna kop, hoorntjes, oren en vlekken toe. Werk van grote vormen naar details.

    Hoe lang is de hals van een giraf?

    Volgens Wikipedia kan de hals tot 2,4 meter lang zijn, terwijl een volwassen giraf tussen 4,3 en 5,7 meter hoog is. Voor je tekening is vooral de verhouding belangrijk: de hals is bijna zo lang als het lijf of langer.

    Hoeveel halswervels heeft een giraf?

    Zeven, net als de meeste zoogdieren, ook mensen. Elke wervel is bij een giraf wel verlengd, meer dan 28 centimeter lang. Dat is waarom de hals zo lang is, ook al zijn er niet meer wervels.

    Hoe teken ik de vlekken van een giraf?

    Gebruik onregelmatige vormen met ruwe randen, geen cirkels of vierkanten. Maak ze op het lijf groter en bij de poten en de kop kleiner. Laat tussen de vlekken lichte vacht zichtbaar. Elk patroon bij een echte giraf is anders, dus je kunt niet fout gaan.

    Welke kleuren gebruik je voor een giraf?

    De vlekken variëren van oranje en kastanjebruin tot bruin of bijna zwart, op een lichte ondergrond van wit of crème. Mannetjes worden donkerder met de jaren. Gebruik drie bruintinten en laat het papier voor de lichte vacht.

    Hoe teken ik een schattige giraf?

    Maak de kop groter, de ogen groot en de hals en poten korter en dikker. Gebruik ronde vlekken en zachte lijnen. Dat zijn de kenmerken van de schattige stijl, waarover we meer uitleggen in onze pagina over tekenen schattig.

    Welk potlood gebruik ik voor een giraf?

    Een HB voor de eerste lichte vormen, een 2B voor de lijnen en een 4B voor schaduw en donkere vlekken. Heb je kleurpotloden, gebruik dan geel, oranje en bruin voor een natuurlijk patroon.

    Hoe lang duurt het om een giraf te tekenen?

    Een eenvoudige giraf kost voor een beginner een halfuur tot een uur. Een snelle schets lukt in vijf minuten. Dit zijn richtwaarden. Neem de meeste tijd voor de basisvormen.

    Verder lezen over tekenen

    Je hebt nu een stappenplan voor een giraf. Lees verder:

  • Tekenen uil: een uil tekenen in 6 stappen, makkelijk en schattig

    Tekenen uil: een uil tekenen in 6 stappen, makkelijk en schattig

    Tekenen uil begint met een ei als lijf, twee grote cirkels voor de ogen en een klein driehoekig snaveltje ertussen. Daarna volgen de oren, de vleugels en de veren. Met deze opbouw teken je zowel een schattige uil voor beginners als een realistische uil. De uil is een dankbaar onderwerp, omdat zijn vorm al heel eenvoudig en herkenbaar is.

    Uilen zijn ook leuk om te tekenen omdat ze zoveel karakter hebben. De grote, ronde ogen en het brede gezicht geven elke tekening meteen een uitdrukking. In dit artikel teken je een uil in zes stappen, leer je hoe een echte uil in elkaar zit en krijg je tips voor veren, takken en kleur. Begin je net? Dan staat de basis in onze gids leren tekenen.

    Kort samengevat

    • Begin met een ei voor het lijf en twee grote cirkels voor de ogen.
    • Het snaveltje is klein, kort en wijst naar beneden, tussen en onder de ogen.
    • Veren teken je als rijen kleine boogjes, niet als losse haren.
    • Een uil draait zijn hele kop, maar zijn ogen staan vast naar voren.
    • Voor een schattige uil: groot hoofd, grote ogen, klein lijf en ronde vormen.

    Hoe is een uil gebouwd

    Wie weet hoe een uil eruitziet, tekent hem overtuigender. Volgens Wikipedia hebben uilen grote, naar voren gerichte ogen die buisvormig zijn en vastzitten in hun kassen. Daarom draait een uil zijn hele kop: ongeveer 270 graden. Rond de ogen zit een gezichtsschijf van veren die geluid naar de oren leidt. De snavel is kort en gebogen en wijst naar beneden. De klauwen zijn scherp en gebogen. De pluimen aan de kop van sommige soorten zijn veren en geen oren.

    In Nederland komt bijvoorbeeld de kerkuil voor. Volgens Vogelbescherming heeft hij een opvallende hartvormige gezichtssluier, is hij 33 tot 39 centimeter lang en jaagt hij vooral op veldmuizen. Een kerkuil is dus een mooi model voor een realistische tekening: een hartvormig gezicht, lichte onderkant en grote donkere ogen.

    Tekenen uil in zes stappen

    We beginnen met een eenvoudige, schattige uil. Gebruik een HB-potlood, een gum en een fineliner.

    Stap 1: lijf en hoofd

    Teken een grote ei-vorm met de punt naar beneden of een brede ovaal. Het hoofd gaat bijna soepel over in het lijf. Voor een schattige uil is het hoofd groot en het lijf klein.

    Een uil opgebouwd uit cirkels en hulplijnen

    Stap 2: de ogen

    Teken twee grote cirkels naast elkaar, ongeveer in het midden van het hoofd. Maak ze groot en ze mogen elkaar bijna raken. Teken in elk oog een kleinere cirkel voor de pupil en een klein wit puntje voor glans. Om de ogen teken je een iets grotere cirkel als gezichtsschijf.

    Stap 3: snavel en oren

    Teken tussen en onder de ogen een klein driehoekig snaveltje dat naar beneden wijst. Bovenop het hoofd teken je twee kleine driehoeken of pluimpjes als oren, schuin naar buiten.

    Stap 4: vleugels

    Teken aan beide kanten van het lijf een vleugel als een afgeronde vorm, die langs het lijf naar beneden loopt. De onderkant eindigt in een paar punten voor de grote veren.

    Stap 5: pootjes en tak

    Teken onderaan twee kleine pootjes met drie tenen vooraan. Ze klemmen om een tak, een horizontale, iets gebogen balk. Voeg een paar blaadjes toe.

    Stap 6: veren en afwerking

    Teken op de buik rijen kleine boogjes die als schubben over elkaar liggen. Voeg strepen op de vleugels toe. Trek alles over met een fineliner en gum het potlood weg. Kleur met bruin, crème en een beetje oranje.

    De afgewerkte uiltekening met veren

    Een realistische uil tekenen

    Wil je een uil die echt lijkt, dan werk je in dezelfde volgorde, maar met meer aandacht voor tonen en structuur.

    1. Zoek een goede foto. Een uil met het gezicht naar je toe is het makkelijkst.
    2. Teken de grote vormen. Het hoofd is breed, bijna even breed als het lijf.
    3. Zet de ogen precies. De ogen zijn het zwaartepunt. Teken ze donker, met een helder lichtpunt.
    4. Werk de gezichtsschijf uit. Teken de veren die vanuit de ogen naar buiten stralen in korte, lichte streepjes.
    5. Veren in groepen. Teken geen losse veren. Werk met groepen en geef elke groep een richting.
    6. Werk van licht naar donker. Begin met een lichte laag en bouw schaduw op rond de ogen, onder de vleugels en tussen de veren.

    Voor schaduw met potlood lees je meer in onze uitleg over tekenen met potlood. Houd je tekening zacht: uilveren zijn zacht en hebben geen harde lijnen. Wie kijkt naar de vederstructuur ziet dat de randen vaak gedempt en vloeiend zijn.

    Tekenen uil makkelijk en schattig

    Voor een schattige versie gebruik je de principes die we ook bij tekenen schattig bespreken:

    • Groot hoofd, klein lijf. Hoe kleiner het lijf, hoe aandoenlijker.
    • Grote, glanzende ogen met veel wit en een groot lichtpunt.
    • Ronde vormen. Geen scherpe hoeken, ook niet bij de snavel en klauwen.
    • Blosjes op de wangen. Een klein stukje roze geeft warmte.
    • Pastels. Zachte kleuren zoals crème, lichtbruin, roze en lichtblauw.
    • Een rekwisiet. Een kleine sjaal, een boek of een muts geeft karakter.

    Je kunt een schattige uil ook in drie vormen tekenen: een cirkel voor het hoofd, een ovaal voor het lijf en twee ovalen voor de vleugels. Het is een eenvoudige, snelle oefening om vormen te herkennen.

    Uilen in verschillende houdingen

    • Voorkant: de klassieke tekening met het gezicht naar je toe.
    • Zijkant: het gezicht in profiel, met de snavel naar beneden en één oog zichtbaar.
    • Draaiend: het lijf van achteren, het gezicht naar je toe. Dit laat zien dat een uil zijn kop kan draaien.
    • In vlucht: vleugels wijd, klauwen naar voren. Dit is lastiger, omdat je de vleugelveren in perspectief moet tekenen.
    • Slapend: ogen dicht als twee bogen, veren opgezet en kop naar beneden. Een rustig, schattig plaatje.

    Oefen elke houding eerst met een korte schets. Hoe je snel en los werkt, lees je bij schetsen.

    Veren tekenen

    Veren geven een uil zijn karakter. Teken ze niet een voor een, maar in groepen.

    • Kleine veren op borst en buik: rijen boogjes, als dakpannen over elkaar.
    • Vleugelveren: langere, rechte vormen met een ronde punt, in lagen over elkaar.
    • Gezichtsveren: korte, lichte streepjes die vanuit de ogen naar buiten lopen.
    • Randen: zacht, niet scherp. Gebruik een zacht potlood en veeg lichtjes uit.

    Voeg tot slot een paar losse veren toe aan de randen, zodat het niet te strak oogt.

    Een uil kleuren

    Een uil is zelden helemaal bruin. Kijk naar een foto en je ziet crème, grijs, oker en donkerbruin door elkaar. Begin met een lichte basiskleur, voeg een middentoon toe en werk de donkerste plekken als laatste uit. Een kerkuil heeft een lichte onderkant en een lichtbruine bovenkant, een bosuil is bruin met grijs. Voor een schattige uil mag je kleuren vrij kiezen. Een blauwe of paarse uil is helemaal prima, zolang de tonen zacht blijven.

    Een uil kleuren met kleurpotloden

    Heb je zin om je tekening te laten inkleuren door kinderen of vrienden? Print hem dan als kleurplaat. Voor volwassenen is er een heel aanbod, zie kleurboeken voor volwassenen. Wie liever een ander dier probeert, begint met tekenen hond.

    Een uil in een omgeving tekenen

    Een uil op een tak is klassiek, maar een omgeving maakt de tekening sterker. Teken de tak schuin, zodat de compositie rustiger wordt, en laat een paar bladeren of een stukje maan in de hoek staan. Een uil hoort bij de avond, dus een donkere achtergrond met lichte veren werkt goed: de lichte kleuren springen eruit. Een achtergrond hoeft niet detailrijk te zijn. Een paar zachte vlakken met een donkerblauwe of paarse tint zijn genoeg.

    Let op de grootte van de tak ten opzichte van de uil. Een tak die even dik is als het lijf, maakt de uil klein en kwetsbaar. Een dunne tak maakt hem groot en krachtig. Kies bewust wat je wilt vertellen. Een tweede uil naast de eerste, schouder aan schouder, geeft meteen een verhaaltje. Zo oefen je ook compositie: een tweede figuur verandert de hele indruk van de tekening, zonder dat je er veel voor hoeft te tekenen.

    Veelgemaakte fouten bij tekenen uil

    • Ogen te klein of te dicht bij de rand. Maak ze groot en zet ze midden in het gezicht.
    • Een scherpe, lange snavel. Een uilensnavel is kort en haakvormig.
    • Veren als losse haartjes. Teken groepen en boogjes.
    • Een te smal lijf. Uilen zijn rond en pluizig.
    • Pootjes te lang. Ze zijn kort en stevig, meestal half onder de veren.
    • Te veel streepjes. Houd patronen eenvoudig.

    Veelgestelde vragen over tekenen uil

    Hoe teken je een uil makkelijk?

    Teken een ei als lijf, twee grote cirkels als ogen, een klein snaveltje ertussen en twee kleine oren op de kop. Voeg vleugels, pootjes en een tak toe. Gebruik rijen boogjes als veren. Zo is tekenen uil in zes stappen te doen.

    Hoe teken je een schattige uil?

    Maak het hoofd groot en het lijf klein, geef hem grote glanzende ogen, ronde vormen en blosjes op de wangen. Kies pastelkleuren en voeg eventueel een klein rekwisiet toe.

    Hoe teken je een realistische uil?

    Gebruik een foto, teken de grote vormen eerst en werk daarna ogen, gezichtsschijf en veren uit in groepen. Bouw schaduw op van licht naar donker met een zacht potlood.

    Hoe teken je veren?

    In groepen en met zachte randen. Teken rijen kleine boogjes voor borst en buik, langere veren voor de vleugels en korte streepjes rond de ogen.

    Waarom draaien uilen hun kop?

    Omdat hun ogen vastzitten in de kassen. Daardoor kunnen ze niet met hun ogen kijken, maar draaien ze de hele kop, tot ongeveer 270 graden.

    Welke kleuren gebruik ik voor een uil?

    Bruin, crème, grijs en oker voor een realistische uil. Voor een schattige uil mogen het pastels zijn. Houd de tonen zacht.

    Welke uilen komen in Nederland voor?

    Onder andere de kerkuil, de bosuil, de ransuil en de velduil. De kerkuil heeft een hartvormig gezicht en wordt 33 tot 39 centimeter lang.

    Welk materiaal is het beste?

    Een potlood, gum en fineliner voor de lijnen, en kleurpotloden of markers voor kleur. Voor zachte veren zijn kleurpotloden of een zacht potlood het fijnst.

    Verder lezen

    Tekenen uil leert je vormen, veren en karakter. Zo ga je verder:

  • Tekenen pokemon: zo teken je Pokémon stap voor stap

    Tekenen pokemon: zo teken je Pokémon stap voor stap

    Tekenen pokemon begint met basisvormen: een cirkel of ovaal voor het lijf, een kleinere cirkel voor het hoofd en driehoeken voor oren en staart. Teken eerst de vorm, dan het gezicht en pas daarna de details en kleuren. Zo kun je vrijwel elke Pokémon opbouwen, ook als je nooit eerder hebt getekend.

    De meeste Pokémon zijn ontworpen met eenvoudige vormen en een duidelijke silhouet. Daardoor zijn ze goed te leren tekenen, en dat maakt ze een geliefd oefenonderwerp voor kinderen en volwassenen. In dit artikel teken je Pikachu stap voor stap, lees je waarom de ontwerpen zo goed werken en leer je een eigen Pokémon bedenken. Wil je eerst de basis? Lees dan onze gids leren tekenen.

    Kort samengevat

    • Begin met basisvormen: ovaal voor het lijf, cirkel voor het hoofd, driehoeken voor oren.
    • Teken licht en gebruik hulplijnen voor symmetrie.
    • Pikachu heeft puntige oren met zwarte toppen, rode wangen en een bliksemvormige staart.
    • Houd de lijn eenvoudig en kleur in met egale vlakken.
    • Pokémon zijn beschermd. Teken voor jezelf na en bedenk eigen wezens voor publicatie.

    Hoe zijn Pokémon ontworpen

    De eerste Pokémon-games verschenen in Japan op 27 februari 1996 voor de Game Boy. Satoshi Tajiri bedacht het concept en Ken Sugimori was als illustrator verantwoordelijk voor de graphics en het ontwerp van de personages van de eerste games. Het merk wordt beheerd door The Pokémon Company, opgericht in 1998 door Nintendo, Creatures en Game Freak (sinds 2000 onder de naam The Pokémon Company).

    Pikachu werd volgens het artikel over het personage bedacht door Atsuko Nishida op verzoek van Sugimori, die het ontwerp afrondde. Nishida baseerde het wezen eerst op eekhoorns, omdat ze hun beweging grappig vond en omdat ze zich voorstelde dat het wezen elektriciteit in zijn wangen opslaat zoals eekhoorns voedsel opslaan. Pikachu heeft een geel vachtje, lange spitse oren met zwarte toppen, rode wangen en een staart in de vorm van een bliksemschicht.

    Dat zegt veel over hoe je Pokémon tekent: elk wezen is te herkennen aan een paar duidelijke kenmerken. Pikachu: kleur, oren, wangen en staart. Als je die vier juist neerzet, herkent iedereen hem.

    Wat heb je nodig voor tekenen pokemon

    • Potlood en gum voor de opzet.
    • Een fineliner van 0,5 mm voor de lijn.
    • Kleurpotloden of markers. Geel, rood, bruin, zwart en wit voor Pikachu.
    • Papier. Gewoon tekenpapier of een schetsboek is genoeg.
    • Een voorbeeld. Een officiële afbeelding op een scherm of in een boek, om verhoudingen na te meten.

    Pikachu tekenen in zeven stappen

    Stap 1: lijf en hoofd

    Teken een grote ovaal voor het lijf en daarboven een iets kleinere, bredere ovaal voor het hoofd. Laat ze elkaar een beetje overlappen. Het hoofd is bijna net zo breed als het lijf.

    Potloodschets van een geel figuurtje in basisvormen
    Begin met een ovaal lijf en een ronde kop.

    Stap 2: de oren

    Teken twee lange, puntige oren die schuin omhoog en naar buiten wijzen. Maak de top van elk oor zwart. Houd de binnenkant van de oren licht.

    Stap 3: het gezicht

    Zet twee grote, ronde ogen laag in het gezicht, met een klein wit lichtpuntje. Voeg een heel klein neusje toe en een kleine open mond met een tong. Teken aan beide zijden een ronde rode wang.

    Stap 4: armen en benen

    Teken twee korte armpjes met kleine handjes en twee korte benen met afgeronde voeten. Een klein driehoekig tenengroepje is genoeg.

    Stap 5: de staart

    De staart heeft de vorm van een bliksemschicht: een zigzag met een brede top. Teken hem schuin omhoog vanaf de rug. Bruin aan de basis, geel verderop.

    Stap 6: de lijn

    Trek de potloodlijnen over met een fineliner. Gebruik een gelijkmatige lijn. Gum het potlood weg als de inkt droog is.

    Stap 7: kleur

    Kleur het lijf geel, de wangen rood, de oortoppen zwart en de rugstrepen bruin. Gebruik egale vlakken. Een lichte schaduw onder de kin en aan de binnenkant van de armen geeft diepte.

    Tekenen pokemon met basisvormen

    Dezelfde aanpak werkt bij andere wezens. Kijk naar de silhouetten.

    • Bulbasaur-achtig: een brede ovaal met vier korte poten en een bol op de rug.
    • Vuurachtig wezen: een slank lijf met een lange nek en een vlam aan de staart.
    • Watergericht wezen: een ronde vorm met vinnen en een schild.
    • Vogelachtig wezen: driehoekige vleugels, een puntige snavel en een gebogen lijf.

    Neem een officiële afbeelding, leg er in gedachten cirkels en driehoeken overheen en teken die. Zo leer je vormen zien in plaats van details te kopiëren. Dat is ook de basis van schetsen: eerst de grote vorm, dan de rest.

    Je eigen Pokémon bedenken

    Dit is het leukste onderdeel. Zo werk je:

    1. Kies een dier of voorwerp als inspiratie: een eekhoorn, een paddenstoel, een kopje.
    2. Vereenvoudig tot drie vormen. Een bol, een ovaal, een driehoek.
    3. Kies een kleur en een element (vuur, water, bos). Dat bepaalt je kleurpalet.
    4. Voeg een of twee opvallende kenmerken toe, zoals een staart, hoorns of vlekken.
    5. Geef het een gezichtje. Grote ogen laag in het gezicht werken schattig.
    6. Bedenk een naam. Combineer twee woorden, zoals Pikachu uit pika (glinstering) en chū (piep van een muis).

    Op deze manier maak je een wezen dat van jou is, en dat je kunt delen of op producten zetten. Voor het schattige effect gelden dezelfde principes als in onze uitleg over tekenen schattig: groot hoofd, grote ogen en ronde vormen.

    Silhouet, kleur en karakter

    Een goed ontwerp herken je aan zijn silhouet. Vul je Pikachu zwart in, dan blijven twee lange oren, een rond lijf en een zigzagstaart over, en dat is genoeg om hem te herkennen. Oefen dit met je eigen tekeningen: kleur ze helemaal zwart en kijk of je nog weet wat het is. Zo niet, dan zijn de vormen te vaag of te druk. Maak de belangrijkste kenmerken groter en duidelijker.

    Drie zelfbedachte monstertjes met stiften getekend
    Een duidelijk silhouet geeft karakter.

    Kleur doet de rest. De meeste Pokémon hebben één hoofdkleur, één of twee aanvullende kleuren en een paar accenten. Pikachu is geel met rode wangen en zwarte oortoppen. Door op die manier met kleur om te gaan, krijgt een figuur een eigen identiteit. Gebruik bij je eigen wezens daarom ook maximaal drie of vier kleuren, en kies een kleur die bij het element past: oranje en rood voor vuur, blauw voor water, groen voor planten.

    Karakter zit in de pose en het gezicht. Een wezen met een schuin hoofd en grote ogen lijkt nieuwsgierig. Een wezen met samengeknepen ogen en opgetrokken schouders lijkt strijdlustig. Pas het gezicht en de houding aan zonder de vorm te veranderen, en je hebt dezelfde figuur in verschillende stemmingen.

    Een oefenplan voor twee weken

    • Dag 1 tot 3: teken per dag drie Pokémon alleen met basisvormen, in potlood. Geen details, alleen cirkels, ovalen en driehoeken.
    • Dag 4 tot 7: teken Pikachu uit drie hoeken: van voren, van opzij en van achteren. Gebruik steeds dezelfde opbouw.
    • Dag 8 tot 10: bedenk drie eigen wezens op basis van een dier. Maak per wezen een schets in potlood.
    • Dag 11 tot 14: werk je beste ontwerp uit met fineliner en kleur, en teken het in vijf houdingen.

    Houd je tekeningen bij in een map of schetsboek. Na twee weken leg je de eerste en laatste tekening naast elkaar. Het verschil zie je meteen, en dat motiveert meer dan welk compliment dan ook.

    Pokémon en auteursrecht

    Pokémon zijn beschermde personages. Voor jezelf nateken om te leren is geen probleem. Wil je tekeningen verkopen, op producten zetten of als eigen werk publiceren, dan mag dat niet zonder toestemming van de rechthebbenden. Bedenk daarom eigen wezens in de stijl. Dit is algemene informatie en geen juridisch advies.

    Tekenen pokemon met kinderen

    Kinderen vinden Pokémon vaak het leukste tekenonderwerp, en dat is een goed uitgangspunt. Laat ze eerst een Pokémon kiezen en bekijk samen de vormen: welke cirkels en driehoeken zie je? Teken samen de basisvormen en laat het kind de rest zelf invullen. Gebruik een dikke potloodlijn, zodat het kind zelf kan zien wat het doet, en laat de fineliner voor later.

    Een leuke variant is het maken van een eigen kaartenset. Teken een eigen wezen op een kaart van 6 bij 9 centimeter, geef het een naam en een paar eigenschappen. Kinderen leren zo iets over vormgeving, kleur en personages bedenken. Voor een rustiger moment kun je tekeningen laten inkleuren, zoals in een kleurboek. Voor volwassenen is er een eigen aanbod, te vinden bij kleurboeken voor volwassenen.

    Veelgemaakte fouten

    • Te veel detail te vroeg. Eerst de vorm, dan het gezicht.
    • Een ongelijk hoofd en lijf. Meet de verhoudingen na.
    • Wiebelige lijnen. Teken in één haal en niet te hard.
    • Verkeerde kleuren. Kijk goed naar het voorbeeld.
    • Te donkere schaduw. Houd schaduw licht en egaal.
    • Slordig inkleuren. Kleur in dezelfde richting, binnen de lijn.

    Veelgestelde vragen over tekenen pokemon

    Hoe teken je Pikachu stap voor stap?

    Teken een ovaal voor het lijf en een ovaal voor het hoofd, voeg twee puntige oren met zwarte toppen toe, zet laag in het gezicht twee grote ogen en rode wangen, teken korte armen en benen en een bliksemvormige staart. Trek over met fineliner en kleur geel.

    Hoe begin ik met tekenen pokemon als beginner?

    Met basisvormen. Kijk naar een voorbeeld en zoek cirkels, ovalen en driehoeken. Teken die licht en werk daarna het gezicht en de details uit. Zo wordt tekenen pokemon veel overzichtelijker.

    Welke Pokémon is het makkelijkst te tekenen?

    Pikachu en andere wezens met ronde, eenvoudige vormen. Een Pokémon met veel details of een ingewikkelde pose is lastiger. Begin eenvoudig en bouw op.

    Mag ik Pokémon tekeningen verkopen?

    Pokémon zijn beschermd. Nateken voor jezelf is prima, verkopen of publiceren niet zonder toestemming. Bedenk eigen wezens in dezelfde stijl. Dit is algemene informatie.

    Hoe bedenk ik mijn eigen Pokémon?

    Kies een dier of voorwerp, vereenvoudig het tot drie vormen, bedenk een kleur en element, voeg één of twee kenmerken toe en geef het een gezichtje. Bedenk daarna een naam.

    Welk materiaal heb ik nodig?

    Een potlood, gum, fineliner en kleurpotloden of markers. Voor egale kleuren zijn markers handig, voor zachte overgangen kleurpotloden.

    Kunnen kinderen Pokémon leren tekenen?

    Ja, met stap voor stap uitleg en een dikke potloodlijn. Laat ze basisvormen herkennen en zelf kiezen welke kleuren ze gebruiken.

    Hoe krijg ik symmetrie goed?

    Teken een lichte middenlijn en meet afstanden aan beide kanten na. Je kunt je tekening ook omdraaien om fouten in symmetrie te zien.

    Verder lezen

    Tekenen pokemon is een leuke manier om vormen en kleur te leren. Zo ga je verder:

  • Tekenfilm: zo maak je een tekenfilmfiguur en je eerste animatie

    Tekenfilm: zo maak je een tekenfilmfiguur en je eerste animatie

    Een tekenfilm tekenen begint met een figuur die uit eenvoudige vormen bestaat: een cirkel voor de kop, een peer voor het lijf, korte lijnen voor armen en benen. Daarna geef je hem een duidelijke uitdrukking, teken je hem in drie houdingen en laat je hem bewegen door de tekeningen na elkaar te tonen. Dat is de hele basis van een tekenfilm, en je kunt vandaag met een potlood en een stapel papier beginnen.

    Een tekenfilm lijkt ingewikkeld, maar de techniek is eeuwenoud. Je maakt een reeks tekeningen die steeds een klein beetje van elkaar verschillen en speelt ze snel achter elkaar af. Wil je eerst de basis van tekenen oefenen? Lees dan leren tekenen voor lijnen, vormen en schaduw.

    Kort samengevat

    • Bouw je tekenfilmfiguur op uit eenvoudige vormen: cirkels, ovalen, peren.
    • Een duidelijk silhouet en een grote uitdrukking maken een figuur herkenbaar.
    • Teken je figuur eerst in drie houdingen: voorkant, zijkant en een actie.
    • Een flipboek is de eenvoudigste manier om je eerste animatie te maken.
    • Een app zoals Procreate Dreams helpt als je digitaal wilt animeren.

    Wat is een tekenfilm?

    Een tekenfilm is een film van getekende beelden. Volgens Wikipedia ontstaat animatie doordat beelden achter elkaar worden getoond, zodat het lijkt alsof ze bewegen. Bij traditionele handgetekende animatie tekenen animators elk beeld met de hand en worden de tekeningen op doorzichtige vellen, cels genoemd, overgenomen en één voor één gefilmd. De bron noemt Émile Cohl’s Fantasmagorie uit 1908 als oudste bekende complete handgetekende animatie op film.

    Bij een volledig geanimeerde film heb je 12 tot 24 tekeningen nodig voor één seconde film, volgens dezelfde bron. Dat verklaart waarom grote tekenfilms zoveel werk zijn. Voor een eigen eerste animatie hoef je dat niet na te doen. Een scène van twee seconden met 12 tekeningen is al een heel project, en genoeg om te zien hoe het werkt.

    Deze pagina gaat over het zelf tekenen van een tekenfilmfiguur en je eerste eenvoudige animatie. Wil je meer over de verschillende tekenstijlen, zoals het Japanse manga tekenen, lees dan die pagina.

    Stap 1: bedenk een eenvoudig figuur

    Een goed tekenfilmfiguur is eenvoudig. Hoe minder lijnen, hoe makkelijker je hem honderden keren kunt tekenen. Kies een basisvorm:

    • Een cirkel geeft een vriendelijk, zacht figuur.
    • Een vierkant geeft een stevig, betrouwbaar figuur.
    • Een driehoek geeft een scherp, speels of slim figuur.

    Kijk naar bekende tekenfilmfiguren en je ziet het meteen: ze hebben vaak één dominante vorm. Teken je figuur als een silhouet in zwart. Als je het nog steeds herkent, werkt het ontwerp. Dit is een eenvoudige proef die ontwerpers gebruiken.

    Geef je figuur één opvallend kenmerk: grote oren, een hoed, een bijzondere staart. Meer niet. Elke extra eigenschap is iets wat je bij elke tekening opnieuw moet maken.

    Stap 2: teken je figuur in vormen

    Teken de kop als een grote cirkel of ovaal. De ogen zijn bij tekenfilmfiguren vaak groot en zetten ver uit elkaar, de neus is klein. Teken het lijf als een peer of ei, met korte armen en benen als eenvoudige lijnen of buisjes. Voeg handen toe als ronde vormen met drie of vier vingers. Dat bespaart je werk en ziet er juist stijlvol uit.

    Houd de verhoudingen overdreven: een grote kop op een klein lijf werkt goed. Het zogeheten kindchenschema, beschreven door Konrad Lorenz, noemt een grote kop, grote ogen, een rond gezicht en een kleine neus en mond als kenmerken die een wezen schattig doen lijken. Die kenmerken zie je daarom veel in tekenfilms. In onze pagina over tekenen schattig lees je meer over die vormen.

    Stap 3: geef je figuur een uitdrukking

    Een tekenfilmfiguur leeft door zijn gezicht. Oefen vijf basisuitdrukkingen: blij, verdrietig, boos, verbaasd en bang. Verander niet het hele gezicht, maar alleen de wenkbrauwen, de ogen en de mond. Bij blij gaan de mondhoeken omhoog, bij verdrietig omlaag en de wenkbrauwen schuin naar boven.

    Teken elke uitdrukking drie keer en kies de duidelijkste. Overdrijf: wat je in een echt gezicht subtiel ziet, moet in een tekenfilm groot en duidelijk zijn. Een figuur die verrast kijkt, heeft ogen van bijna twee keer zo groot. Zo begrijpt de kijker meteen wat er speelt, ook zonder geluid.

    Stap 4: teken je figuur in drie houdingen

    Een tekenfilm heeft figuren die in elke richting kunnen staan. Maak daarom een eenvoudig ontwerpblad met drie houdingen: voorkant, zijkant en een actiehouding, zoals lopen of springen. Zo houd je het figuur herkenbaar in elke tekening.

    Een figuurtje in drie houdingen getekend

    Gebruik dezelfde maten: de kop even groot, de ogen op dezelfde hoogte. Leg een stukje transparant papier over je eerste tekening en teken de volgende erop. Zo zie je meteen of je figuur gelijk blijft. Dit overtrekken is in de animatiewereld normaal. Het heet ook wel onion skinning wanneer het digitaal gebeurt, en je ziet het terug in apps als Procreate Dreams.

    Stap 5: maak een flipboek

    Een flipboek is de eenvoudigste animatie. Je hebt een stapeltje kleine kaartjes of een blocnote nodig, een potlood en een fineliner. Het idee: je tekent op elke pagina hetzelfde figuur, maar steeds een klein beetje verder in een beweging. Als je de pagina’s met je duim snel omslaat, lijkt het te bewegen.

    Een flipboek wordt doorgebladerd

    Begin met een eenvoudige beweging, zoals een bal die stuitert of een figuur die zwaait. Teken op de laatste pagina van het boekje, zodat je er van achteren naar voren doorheen bladert. Teken op pagina 1 de bal bovenin, op pagina 4 halverwege, op pagina 7 op de grond en daarna weer omhoog. Elke pagina verplaatst de bal ongeveer een centimeter.

    Houd de tekeningen licht en let op de plek: gebruik een lichttafel of een raam om door te kijken naar de vorige pagina. Zo kun je de afstand tussen de tekeningen gelijk houden. Tien tot twintig pagina’s is genoeg voor een eerste proef.

    Stap 6: animeer met een app

    Wil je liever digitaal werken? Dan zijn er apps waarmee je tekeningen als frames achter elkaar zet. Procreate Dreams noemt een flipboek, onion skinning, keyframes en een tijdlijn waarin je meerdere sporen over elkaar legt. Is Procreate nieuw voor je, begin dan met onze uitleg over Procreate, en lees daarna verder.

    Bij digitaal animeren geldt hetzelfde als bij papier: begin klein. Een lus van acht tot twaalf frames die zich herhaalt, zoals een knipperend oog of een stuiterende bal, leert je het meeste. Voeg pas later geluid en achtergronden toe.

    Heb je een tekentablet of een iPad, dan kun je daarmee ook klassiek tekenen en meteen controleren hoe je animatie loopt. Het voordeel van digitaal is dat je tekeningen verplaatst en kopieert. Het nadeel is dat het verleidt tot te veel details. Houd je figuur eenvoudig.

    Een bal die stuitert: je eerste animatie in tien tekeningen

    Een stuiterende bal lijkt te simpel, maar animators gebruiken hem al decennia als oefening. Er zit alles in wat je nodig hebt: timing, ruimte en overdrijving.

    Een stuiterende bal in tekeningen uitgetekend

    Teken eerst een horizontale lijn als vloer. Teken de bal bovenaan op tekening 1. Bij de volgende tekeningen valt hij steeds sneller: de afstand tussen de ballen wordt groter naarmate hij valt, want een vallend voorwerp versnelt. Op tekening 5 raakt hij de grond en wordt hij een beetje plat. Op tekening 6 is hij weer rond en gaat hij omhoog, eerst snel en dan langzamer naarmate hij de top bereikt. Op tekening 10 hangt hij even stil bovenin en kun je opnieuw beginnen.

    Dit principe, versnellen en vertragen, maakt het verschil tussen een bal die echt valt en een bal die over het papier schuift. Je past het later toe op alles wat beweegt: een arm die zwaait, een hoofd dat knikt, een dier dat springt.

    Een tweede trucje is de plattere en langere vorm. Als de bal snel valt, maak je hem iets langer. Op het moment van de botsing maak je hem platter. Dat overdrijven geeft het gevoel van gewicht. Probeer het eens met een bal en daarna met een figuur die op zijn tenen springt.

    Filmpjes van echte bewegingen helpen. Film jezelf met je telefoon terwijl je een sprongetje maakt, speel het langzaam af en teken de belangrijkste houdingen over. Dat heet rotoscopie in de animatiewereld, en het is een prima manier om te leren hoe een beweging werkt.

    Tips voor je eerste tekenfilm

    • Begin met één beweging. Een bal die stuitert, een oog dat knippert, een hand die zwaait.
    • Houd het kort. Een scène van één tot twee seconden is genoeg.
    • Overdrijf. Beweging in een tekenfilm is groter en duidelijker dan in het echt.
    • Teken met lichte lijnen. Zo kun je makkelijker corrigeren en overtrekken.
    • Gebruik een referentie. Film jezelf met je telefoon terwijl je de beweging doet en bekijk die beelden.
    • Neem je tijd. Een goede animatie is veel werk. Tien goede tekeningen zijn beter dan vijftig slordige.

    Veelgemaakte fouten bij een tekenfilm

    • Een figuur met te veel details. Wat je honderd keer moet tekenen, moet eenvoudig zijn.
    • De figuur verandert van grootte. Gebruik hulplijnen voor de kop en de ogen.
    • Te kleine bewegingen. Als niemand ziet dat het beweegt, maak het dan groter.
    • Geen duidelijke vorm. Test je figuur als silhouet.
    • Te ambitieus beginnen. Een film van een minuut is een hele klus. Start met een lus van twee seconden.

    Veelgestelde vragen over tekenfilm

    Hoe teken je een tekenfilmfiguur?

    Begin met eenvoudige vormen: een cirkel voor de kop, een peer of ei voor het lijf, korte lijnen voor armen en benen. Maak de ogen groot, de neus klein en geef het figuur één opvallend kenmerk. Test het ontwerp als zwart silhouet. Herken je het nog, dan werkt het.

    Hoe maak je een eenvoudige tekenfilm thuis?

    Het eenvoudigst is een flipboek: teken op elke pagina van een blocnote hetzelfde figuur iets verder in een beweging en blader snel door. Voor digitaal werk kun je een app gebruiken, zoals Procreate Dreams op de iPad, waarin je frames achter elkaar zet.

    Hoeveel tekeningen heb je nodig voor een tekenfilm?

    Bij volledig geanimeerde films zijn dat 12 tot 24 tekeningen per seconde. Voor een eerste proef is een lus van 8 tot 12 tekeningen genoeg. Houd je animatie kort, en breid pas uit als het lukt.

    Wat is het verschil tussen een tekenfilm en animatie?

    Animatie is de brede term voor beelden die achter elkaar worden getoond zodat ze lijken te bewegen. Handgetekende animatie, ook tekenfilm genoemd, is er één type van. Andere vormen zijn stop-motion en computeranimatie.

    Welke app is geschikt om een tekenfilm te maken?

    Op de iPad is Procreate Dreams een app voor animatie met een flipboek, onion skinning en keyframes. Er zijn ook andere apps voor tablet en computer. Kies er één, leer die goed kennen en maak er een korte lus mee.

    Kan ik een tekenfilm maken zonder tekentalent?

    Ja. Een eenvoudig figuur van cirkels en lijnen is genoeg. Veel bekende tekenfiguren zijn heel simpel getekend. Het gaat om de beweging en de uitdrukking, niet om realistische details.

    Hoe lang duurt het om een tekenfilm te maken?

    Een lus van twee seconden met twaalf tekeningen maak je in een paar uur. Een film van een minuut kost, bij volledige animatie, honderden tekeningen en dus weken werk. Begin klein en bouw op.

    Wat heb ik nodig om te beginnen met animeren?

    Een stapel papier of een blocnote, een potlood en een fineliner zijn genoeg voor een flipboek. Voor digitaal animeren heb je een tablet of iPad met een animatie-app. Een telefoon om je beweging te filmen als referentie is handig.

    Verder lezen over tekenen

    Je hebt nu een plan voor je eerste tekenfilm. Lees verder:

  • Tekenen nijntje: zo teken je het konijntje van Dick Bruna

    Tekenen nijntje: zo teken je het konijntje van Dick Bruna

    Tekenen nijntje begint met een eenvoudige vorm: een licht ovaal hoofd, twee lange rechte oren, twee kleine stippen als ogen en een klein kruisje als neus en mond. Het lijf is een eenvoudige vorm met een jurkje. De truc is niet wat je tekent, maar wat je weglaat. Er is geen schaduw, geen detail en elke lijn heeft één dikte.

    Daarom is nijntje een mooie oefening voor beginners. Je leert dat een tekening met heel weinig lijnen toch een personage kan hebben. In dit artikel lees je hoe je het konijntje stap voor stap tekent, waarom de stijl van Dick Bruna zo werkt en hoe je zelf een figuur in die stijl bedenkt. Wil je eerst de basis op orde? Lees dan ons overzicht leren tekenen.

    Kort samengevat

    • Nijntje bestaat uit simpele vlakke vormen met een egale, dikke zwarte lijn.
    • Het gezicht is minimaal: twee puntjes als ogen en een klein kruisje.
    • Bruna gebruikte weinig, heldere kleuren en geen schaduw.
    • Teken in de stijl voor jezelf. Nijntje zelf is beschermd, dus eigen personages zijn de weg voor publicatie.
    • Oefen door andere dieren in dezelfde stijl te tekenen.

    Wie bedacht nijntje en waar komt de stijl vandaan

    De Utrechtse kunstenaar Dick Bruna bedacht nijntje in 1955. Volgens Wikipedia verzon hij de verhalen voor zijn zoontje Sierk, nadat ze samen een konijntje in de duinen bij Egmond aan Zee hadden gezien. De naam komt van konijntje, dat Sierk niet kon uitspreken. In de eerste jaren leek ze nog op een slap speelgoedkonijn. In 1963 was de vorm veranderd in het stijlvolle, strakke konijn dat we nu kennen.

    De stijl past bij het werk van Bruna als grafisch ontwerper. Hij tekende ook meer dan 2.000 boekomslagen en meer dan honderd affiches voor de uitgeverij van zijn familie, en gebruikte altijd stevige lijnen, eenvoudige vlakken en heldere kleuren. Volgens een overzicht van zijn leven liet hij zich vooral inspireren door Henri Matisse en door de Nederlandse beweging De Stijl. De boekjes hebben op elke pagina één illustratie en vier regels tekst.

    Waarom werkt deze stijl zo goed

    Een nijntje-tekening lijkt eenvoudig, maar dat is bewuste eenvoud. Drie eigenschappen maken haar herkenbaar:

    • Een dikke, egale zwarte lijn. De lijn is overal even dik en loopt rustig en zonder haakjes.
    • Vlakke kleur. Binnen de lijn staan egale vlakken in een beperkt aantal heldere tinten: geel, rood, blauw, groen en bruin.
    • Een heel simpel gezicht. Twee puntjes en een kruisje. Het gezicht lijkt bijna leeg, en juist daardoor kunnen kinderen en volwassenen er hun eigen gevoel in leggen.

    Wie deze drie dingen begrijpt, kan elk dier in deze stijl tekenen. Het is de basis van vereenvoudigen: kies wat essentieel is en laat de rest weg.

    Tekenen nijntje in zes stappen

    Gebruik papier, een potlood, een zwarte fineliner van 0,8 tot 1 millimeter (of een dikke marker) en gekleurde stiften of potloden.

    Stap 1: de basisvormen in potlood

    Teken licht een ovaal hoofd, iets breder dan hoog. Daaronder een eenvoudig rechthoekig lijf in de vorm van een jurkje: smal bij de hals en breder naar beneden.

    Potloodschets van basisvormen voor een konijntje met lange oren
    Begin met een ronde kop en twee lange oren.

    Stap 2: de oren

    Teken twee lange, rechte oren die vanaf het hoofd omhoogstaan, met afgeronde toppen. Ze staan iets uit elkaar, bijna evenwijdig. Ze zijn ongeveer een keer zo lang als het hoofd.

    Stap 3: het gezicht

    Zet twee kleine ronde stippen als ogen, ver uit elkaar en laag in het hoofd. Het kruisje voor neus en mond komt iets lager, in het midden. Het is een klein ‘x’ dat bovenaan en onderaan wat doorloopt. Houd het klein en gebruik niet meer dan twee of drie lijntjes.

    Stap 4: armen, benen en jurk

    Teken twee korte, rechte armpjes, geen vingers. De benen zijn twee korte lijntjes met afgeronde voeten. Het jurkje is een vlak waarvan de onderkant licht uitloopt.

    Stap 5: de lijn

    Trek alles over met je dikke zwarte fineliner, in één gelijkmatige lijn, en gum het potlood weg. Zorg dat de lijn gesloten is, zodat je kunt inkleuren.

    Konijntje met dikke zwarte contourlijnen en een fineliner
    De dikke, rustige lijn bepaalt de stijl.

    Stap 6: de kleur

    Kleur met egale vlakken. Het konijn zelf blijft wit of heel licht. Kies voor de jurk een primaire kleur, bijvoorbeeld rood of blauw. Gebruik geen schaduw en geen verlopen. Elke kleur is één vlak.

    In de stijl van Bruna andere dieren tekenen

    Als je de stijl begrijpt, kun je hem toepassen op alles:

    • Een kat: een rond hoofd met twee driehoekige oren en twee stippen als ogen.
    • Een hond: een langwerpige snuit en hangende oren in één vlak. Meer over de vorm van een hond lees je bij tekenen hond.
    • Een beer, een vogel, een varken: elk met drie of vier simpele vormen.
    • Voorwerpen: een huis, een boom of een fiets.

    Oefen met elk dier drie versies: een met een dikke lijn en vlakke kleuren, een met een dunne lijn en een met schaduw. Je ziet hoe sterk de eenvoud werkt.

    Eigen personages bedenken

    Als je liever iets maakt dat helemaal van jou is, bedenk dan een eigen figuur in dezelfde geest. Zo ga je te werk:

    1. Kies een dier of voorwerp.
    2. Reduceer het tot drie of vier vormen.
    3. Geef het twee puntjes als ogen.
    4. Kies twee of drie kleuren.
    5. Teken het in een dikke zwarte lijn.

    Het mooie is dat je met die aanpak heel snel een eigen stijl krijgt. Wie veel tekent, gebruikt vaak een vast formaat, bijvoorbeeld een vierkant van tien bij tien centimeter. Hoe je snel schetst en kiest, lees je in onze uitleg over schetsen.

    Nijntje en auteursrecht

    Nijntje is een beschermd personage. Volgens het artikel over Miffy zijn de rechten op het konijn bij Bruna’s pensioen in 2014 niet verkocht, en stapte Mercis BV namens Bruna in 2010 naar de rechter over een personage van Sanrio dat te veel op nijntje zou lijken. Voor jezelf nateken om te leren is prima. Wil je tekeningen delen als eigen werk, verkopen of op producten zetten, gebruik dan een eigen personage in de stijl. Dat is ook de eerlijke manier: leren van een meester, en daarna je eigen stem vinden. Dit is algemene informatie en geen juridisch advies.

    Nijntje tekenen met kinderen

    Een nijntje-tekening is bij uitstek geschikt om samen te doen, omdat de stappen kort zijn en niemand hoeft te kunnen schetsen. Zet een A4-vel en een dikke stift klaar en teken stap voor stap mee, zodat kinderen jouw tekening kunnen volgen. Praat tijdens het tekenen over wat je doet: eerst het hoofd, dan de oren. Zo leren kinderen dat een tekening uit vormen bestaat.

    Laat kinderen daarna hun eigen dier bedenken. Een kind van vier tekent vaak een rond hoofd met twee puntjes, en dat is al heel dicht bij de Bruna-stijl. Kies kleuren samen: drie stiften is genoeg. Een kleurplaat maken van de lijnentekening is een leuk vervolg, want de egale vlakken laten zich goed inkleuren. Tijdens het kleuren oefenen kinderen ook binnen de lijntjes blijven.

    Wat je van Bruna leert voor al je tekeningen

    De les van Bruna is breder dan één konijn. Een goede tekening hoeft niet druk te zijn: een duidelijke vorm, een heldere lijn en een bewuste kleurkeuze zijn genoeg. Bij elke tekening kun je jezelf afvragen wat je kunt weglaten zonder dat het onderwerp verdwijnt. Dat helpt bij portretten, dieren en landschappen, en het maakt je tekeningen leesbaarder.

    Een oefening die dat goed laat zien: teken een voorwerp, bijvoorbeeld een plant, vijf keer. De eerste keer zo gedetailleerd mogelijk, daarna telkens met minder lijnen, tot er een versie in de stijl van Bruna overblijft. De laatste versie is vaak de sterkste.

    Schattig tekenen en nijntje

    Nijntje hoort bij de schattige tekeningen, maar werkt anders dan de Japanse kawaii-stijl. Kawaii gebruikt pasteltinten, glanzende ogen en blosjes. Bruna werkt met zwarte lijnen, heldere kleuren en puntjes als ogen. Het principe is gelijk: eenvoud en een klein gezicht. Meer over het schattige principe lees je bij tekenen schattig. Wil je de tekening laten inkleuren door kinderen of vrienden, print hem dan als kleurplaat. Voor volwassenen is er een heel aanbod, te lezen bij kleurboeken voor volwassenen.

    Veelgemaakte fouten bij nijntje tekenen

    • Te veel lijnen in het gezicht. Twee stippen en een kruisje zijn genoeg.
    • Een dunne of wisselende lijn. De lijn moet overal even dik zijn.
    • Schaduw toevoegen. Dat past niet bij de stijl.
    • Te ronde oren. Ze zijn lang en recht met afgeronde toppen.
    • Een te grote mond. Bruna houdt hem minimaal.
    • Te veel kleuren. Kies twee of drie vlakken.

    Veelgestelde vragen over tekenen nijntje

    Hoe teken je nijntje stap voor stap?

    Teken een ovaal hoofd met twee lange rechte oren, twee puntjes als ogen en een klein kruisje als neus en mond. Voeg een eenvoudig jurkje met korte armen en benen toe, trek alles over met een dikke zwarte lijn en kleur met egale vlakken. Zo werkt tekenen nijntje.

    Welke kleuren gebruikte Dick Bruna?

    Hij werkte met een beperkt palet van primaire en secundaire kleuren, zoals rood, blauw, geel, groen en bruin. Elke kleur is een egaal vlak, zonder schaduw.

    Hoe krijg ik de dikke zwarte lijn?

    Gebruik een fineliner van 0,8 tot 1 millimeter of een zwarte marker. Teken de lijn in één vloeiende haal en houd hem overal even dik.

    Mag ik nijntje tekenen en delen?

    Nijntje is een beschermd personage. Voor jezelf nateken om te leren is geen probleem, maar voor delen en verkopen gebruik je beter een eigen personage in dezelfde stijl. Dit is algemene informatie, geen juridisch advies.

    Is tekenen nijntje geschikt voor kinderen?

    Ja, de vormen zijn eenvoudig en kinderen kunnen de stappen goed volgen. Laat ze met een dikke stift werken en geef ze de ruimte om hun eigen konijn te bedenken.

    Hoe maak ik zelf een personage in Bruna-stijl?

    Kies een dier, reduceer het tot drie of vier vormen, geef het twee puntjes als ogen, kies twee of drie kleuren en teken het met een dikke zwarte lijn. Teken je figuur in verschillende houdingen om hem te leren kennen.

    Waarom heet nijntje zo?

    De naam is een verkorting van konijntje. Volgens de verhalen kon Bruna’s zoontje het woord niet uitspreken en zei hij nijntje.

    Welke stiften zijn geschikt?

    Egale markers of stiften geven mooie vlakken, kleurpotloden geven een zachter resultaat. Probeer beide op een los blaadje.

    Verder lezen

    Tekenen nijntje leert je dat eenvoud sterk kan zijn. Zo ga je verder:

  • Tekenen kawaii: de Japanse schattige tekenstijl in 6 stappen

    Tekenen kawaii: de Japanse schattige tekenstijl in 6 stappen

    Tekenen kawaii draait om vier dingen: ronde vormen, grote ogen laag in het gezicht, een heel kleine mond en zachte pastelkleuren. Geef een voorwerp een rond lijf, twee glanzende stippen als ogen en een blosje op de wangen, en je hebt een kawaii tekening. Het kost een potlood, een fineliner en een paar kleuren.

    Kawaii is meer dan een stijl: het is een manier van kijken naar alledaagse dingen. Een kopje, een wolk of een stuk fruit wordt een personage met een eigen stemming. Daarom is tekenen kawaii ook een fijne manier om te leren vereenvoudigen, wat bij elk tekenonderwerp helpt. Heb je nog helemaal geen ervaring? Dan lees je eerst onze gids leren tekenen.

    Kort samengevat

    • Kawaii betekent schattig. De stijl gebruikt ronde vormen, grote ogen, kleine monden en pasteltinten.
    • Het hoofd is groot en het lijf klein en rond. Armen en benen zijn kort en dik.
    • Ogen zitten laag en ver uit elkaar, met een wit glanspuntje.
    • Voeg blosjes op de wangen en een paar kleine accenten toe, zoals sterretjes.
    • Je kunt alles kawaii maken: eten, dieren, voorwerpen en weer.

    Wat is kawaii?

    Het woord kawaii is Japans voor schattig of lief. Het komt waarschijnlijk van een uitdrukking voor blozen en kreeg later de betekenis van aandoenlijk. Rond de jaren zeventig groeide kawaii uit tot een cultuur rond schattige figuurtjes in manga, animatie en producten. Sanrio bracht Hello Kitty in 1974 uit, een bekend voorbeeld van de stijl.

    De kenmerken zijn herkenbaar: zachte of pastelkleuren, ronde vormen, grote ogen en kleine monden, en een eenvoudig, kinderlijk uiterlijk. Dat sluit aan bij wat onderzoekers het kindchenschema noemen, beschreven door Konrad Lorenz: een groot hoofd, grote ogen en ronde wangen, die bij mensen een zorgzame reactie oproepen. Meer over dat principe lees je in onze uitleg over tekenen schattig.

    Wat heb je nodig voor tekenen kawaii

    Niet veel.

    • Potlood en gum voor de eerste schets.
    • Een fineliner van 0,3 tot 0,5 mm voor de lijn, liefst waterbestendig.
    • Pastelkleurige stiften of kleurpotloden. Roze, lichtblauw, mintgroen, geel en crème.
    • Een witte gelpen voor glanspunten en details.
    • Schetspapier of een schetsboek. Een tekenblok met licht papier is genoeg.

    Een digitale route kan ook, zeker voor wie graag lagen gebruikt. Ook daar gelden dezelfde vormen.

    Tekenen kawaii in zes stappen

    We tekenen een kawaii kopje koffie als voorbeeld. Het principe werkt voor alles.

    Kawaii-taartje met gezichtje in pastelkleuren
    Een simpele basisvorm met een gezichtje werkt het best.

    Stap 1: een simpele basisvorm

    Teken een afgeronde vorm: een ronde beker met een klein oortje. Maak hem iets breder dan hoog, dat geeft een knuffelig effect. Houd alle hoeken rond.

    Stap 2: de ogen

    Zet twee kleine, gevulde ogen onder het midden van de vorm, ver uit elkaar. Laat bij het inkleuren een klein wit puntje staan, of zet het met een gelpen. Dit puntje geeft meteen leven.

    Stap 3: de mond en de wangen

    Teken een heel kleine mond tussen de ogen: een kleine boog of een ‘w’. Voeg aan beide kanten een blosje toe, met roze potlood of marker. Hoe kleiner de mond, hoe schattiger.

    Stap 4: kleine details

    Voeg een stoomwolkje toe, een hartje of een sterretje. Deze accenten maken het karakter. Beperk je tot twee of drie.

    Stap 5: de lijn

    Trek de potloodlijnen over met een fineliner, wacht tot de inkt droog is en gum de potloodlijnen weg. Gebruik een gelijkmatige lijn. Wie wil, gebruikt een bruine of donkerblauwe fineliner voor een zachter effect.

    Stap 6: pastelkleuren

    Kleur in met zachte tinten. Houd het bij drie tot vijf kleuren die bij elkaar passen. Voeg met een iets donkerdere tint van dezelfde kleur een zachte schaduw toe aan één kant.

    Kawaii ideeën om te tekenen

    • Eten: sushi, een ijsje, een avocado, een boterham met een glimlach, boba-thee.
    • Dieren: een kat, een beer, een konijn, een panda. Wil je een hond? Kijk bij tekenen hond.
    • Weer: een wolkje met een gezicht, een regendruppel, een zon met blosjes.
    • Voorwerpen: een plant, een boek, een lamp, een kopje.
    • Planeten en sterren: een slaperige maan, een lachende ster.
    • Je eigen personage: bedenk een mascotte en teken hem in verschillende houdingen.

    Voor meer ideeën kijk je bij wat kan ik tekenen.

    Gezichtjes en uitdrukkingen

    Een kawaii gezicht is eenvoudig en toch uitdrukkingsvol. Met kleine aanpassingen verander je het karakter:

    • Blij: twee halve cirkels als gesloten ogen en een kleine glimlach.
    • Verbaasd: grote ronde ogen en een klein open mondje.
    • Slaperig: dunne boogjes en een kleine zzz of een wolkje.
    • Verlegen: grote blosjes en een kleine, schuine mond.
    • Verliefd: hartjes als ogen.

    Oefen ze in een raster van negen vakjes met dezelfde basisvorm. Je ziet hoe weinig lijnen genoeg zijn om iets te laten voelen.

    Kawaii kleuren kiezen

    Pastels zijn de kern. Combineer bijvoorbeeld roze met mintgroen, lichtblauw met geel of lavendel met crème. Gebruik één hoofdkleur en een of twee aanvullende tinten, en laat veel wit staan. Voor contrast kun je één donkerdere kleur gebruiken, zoals donkerblauw of bruin, voor de lijnen en de ogen. Gebruik geen zwart voor schaduw: dat maakt de tekening hard.

    Een eigen kawaii personage ontwerpen

    Als je de basis kent, wordt het leuk om een eigen figuur te bedenken. Begin met een thema dat je aanspreekt: een eten, een dier of een weertype. Schets vijf verschillende basisvormen en kies de vorm die het meest karakter heeft. Bepaal daarna drie kenmerken waaraan je je figuur herkent, zoals een bepaalde kleur, een klein accessoire en een vaste gezichtsuitdrukking. Met drie kenmerken blijft een personage herkenbaar, ook als je hem in een andere houding tekent.

    Teken je personage daarna in tien houdingen: staand, zittend, slapend, rennend, zwaaiend. Houd de verhoudingen gelijk: het hoofd even groot, de ogen op dezelfde plek. Zo train je consistent tekenen, iets wat illustratoren elke dag doen. Een model sheet, een blad met je figuur uit meerdere kanten, helpt je om vol te houden. Geef je figuur ook een naam en een klein verhaaltje, zodat hij meer wordt dan een tekening.

    Kawaii op papier, op sticker en digitaal

    Veel kawaii tekeningen eindigen als kaartje, sticker of stukje in een dagboek. Voor een kaartje teken je op stevig papier van ongeveer 200 gram en werk je met stiften die niet doorlopen. Voor stickers kun je je tekening inscannen of fotograferen en laten drukken. Wil je digitaal werken, dan is een tablet met pen fijn: je kunt elke laag los aanpassen en met één tik van kleur wisselen. Daarover lees je meer in onze uitleg over tekenen op iPad.

    Kawaii in een dagboek of planner

    Wie een bullet journal bijhoudt, gebruikt kawaii vaak voor kleine versieringen: een slapende maan bij de nacht, een lachende zon bij een goede dag. Houd de tekeningen klein, ongeveer twee tot drie centimeter, zodat ze de pagina niet overnemen. Een vaste set van tien tekeningen die je steeds herhaalt, is genoeg voor een heel jaar. Dat is ook een goede manier om kawaii snel te leren: herhaling geeft vertrouwen.

    Dagboek met kleine kawaii-tekeningetjes
    Kawaii past mooi in een planner.

    Veelgemaakte fouten

    • Een te grote mond. Houd hem klein en dicht bij de ogen.
    • Ogen te hoog. Zet ze lager voor een jongere uitstraling.
    • Scherpe hoeken. Rond ze af.
    • Te veel kleuren. Beperk je tot drie tot vijf.
    • Te veel detail. Kawaii is simpel.
    • Een ander personage kopiëren. Figuren zoals Hello Kitty zijn beschermd. Teken eigen personages in de stijl, en bewaar nagetekende figuren voor jezelf.

    Oefenen met tekenen kawaii

    Teken elke dag één voorwerp als kawaii. Na een week heb je zeven tekeningen en een eigen stijl. Een goed idee is een vast formaat, bijvoorbeeld kaartjes van 10 bij 15 centimeter. Die kun je weggeven, opsturen of inplakken in een dagboek. Snel en los oefenen doe je in een schetsboek, zoals beschreven bij schetsen. Kleur je liever, probeer dan een kleurboek en kijk bij kleurboeken voor volwassenen.

    Alledaagse voorwerpen kawaii tekenen

    Kawaii is niet alleen voor dieren. Bijna elk voorwerp kan een gezichtje krijgen, en juist dat maakt tekenen kawaii zo toegankelijk. Je begint met een gewone vorm en voegt twee ogen, een kleine mond en misschien wat blosjes toe. Een paar eenvoudige onderwerpen om mee te beginnen:

    • Eten. Een boterham, een rijstbal, een ijsje, een stukje taart of een kopje thee. Ronde, zachte vormen werken het best.
    • Planten. Een cactus, een paddenstoel of een klein potplantje. Een gezicht midden op de pot of het blad is genoeg.
    • Weer. Een wolk, een zon, een regendruppel of een regenboog.
    • Huis en kantoor. Een mok, een potlood, een tas of een schaar.
    • Kleine accessoires. Een strikje, een sterretje of een hartje naast het figuurtje maakt het compleet.

    Houd de contouren afgerond, zonder scherpe hoeken. Laat tussen het gezicht en de rand van het voorwerp ruimte over. Een gezicht dat te dicht bij de rand zit, lijkt snel te groot en onrustig. Zet de ogen laag en breed uit elkaar, dat wordt vaak als schattig ervaren.

    Kawaii dieren in een paar vormen

    Met een paar basisvormen teken je bijna elk dier in een kawaii-stijl. Het geheim is vereenvoudigen en de proporties veranderen, met een groot hoofd en een klein lijf.

    Kat en hond

    Begin met een brede, afgeplatte cirkel voor het hoofd. Voor een kat teken je twee driehoekige oren, voor een hond twee hangende. Het lijf is een klein ovaal eronder, met korte stompe pootjes. Voeg bij de kat drie streepjes als snorharen toe.

    Konijn en beer

    Een konijn heeft lange, rechte oren die je als smalle ovalen tekent. Een beer heeft kleine ronde oren aan de bovenkant van het hoofd. Beide krijgen een kleine neus en een mond in de vorm van een omgekeerde drie.

    Een eenvoudig lijf

    Je kunt het lijf ook weglaten. Een hoofd met alleen twee pootjes eronder is al genoeg. Dat maakt een tekening sneller klaar en rustiger. Meer voorbeelden vind je bij dieren tekenen schattig.

    Kawaii-belettering en kleine versieringen

    Kawaii-tekeningen worden vaak gecombineerd met een korte tekst. Denk aan een woord als hallo of dankjewel in ronde, dikke letters. De letters hebben bij voorkeur een gelijke lijndikte, zonder haakjes of krulletjes. Teken eerst met potlood, zodat de ruimte klopt.

    1. Teken lichte hulplijnen, zodat de letters op een gelijke hoogte staan.
    2. Schrijf de letters rond en dik, met afgeronde einden.
    3. Voeg kleine stipjes, sterretjes of hartjes toe in de tussenruimtes.
    4. Trek de letters over met een fineliner en gum het potlood weg.
    5. Kleur de letters in met een pastelkleur, met een iets donkerdere rand.

    Wie meer wil weten over belettering kan terecht bij handlettering. Houd het eenvoudig: één lettertype per tekening is genoeg.

    Een kawaii-tekening afmaken

    Een tekening wordt af als je een paar laatste handelingen doet. Haal alle potloodlijnen weg als de inkt droog is. Voeg een lichte schaduw toe onder het figuurtje met een lichtgrijze of zachtgekleurde ovaal. Zet met een witte gelpen een klein glimlichtje in de ogen en op de wangen. Dat levert direct meer leven op. Bekijk je tekening daarna op een afstand van een meter: werkt hij nog, dan zit het goed.

    Houd tot slot een eigen overzichtje bij van gezichtjes die je mooi vindt. Een pagina met twintig verschillende gezichtjes is bruikbaar als je later een nieuw figuurtje bedenkt. Voor meer onderwerpen zie je tekenen cute.

    Veelgestelde vragen over tekenen kawaii

    Wat betekent kawaii?

    Kawaii is Japans voor schattig of lief. Het is ook een stijl met ronde vormen, grote ogen, kleine monden en pastelkleuren. De cultuur groeide sinds de jaren zeventig in manga, animatie en producten.

    Hoe teken je kawaii?

    Teken een ronde vorm met een groot hoofd, twee kleine ogen laag en ver uit elkaar, een kleine mond en blosjes. Houd lijf en ledematen kort en rond, en kleur in met pastels. Dat is tekenen kawaii in het kort.

    Welke kleuren passen bij kawaii?

    Pastels zoals roze, lichtblauw, mintgroen, lavendel en geel. Gebruik drie tot vijf kleuren en laat veel wit staan.

    Wat kan ik kawaii tekenen als beginner?

    Eten, dieren en voorwerpen. Een boterham, een kat of een kopje met een gezicht is al kawaii. Begin met één basisvorm en varieer de gezichtjes.

    Welk materiaal heb ik nodig?

    Een potlood, gum, fineliner en pastelkleurige stiften of kleurpotloden. Een witte gelpen is handig voor glanspuntjes.

    Wat is het verschil tussen kawaii en schattig tekenen?

    Schattig tekenen kan in elke stijl. Kawaii heeft vaste kenmerken: pasteltinten, simpele ronde vormen en een kleine mond. Kawaii is dus een soort schattig tekenen met eigen regels.

    Mag ik Hello Kitty of andere figuren tekenen?

    Voor jezelf kun je ze nateken om te leren. Wil je tekeningen verkopen of publiceren, teken dan eigen personages, want bestaande figuren zijn beschermd.

    Waar kan ik kawaii tekenspullen kopen?

    Bij hobbywinkels, kantoorboekhandels en webwinkels vind je pastelstiften en fineliners. Je hebt er niet veel voor nodig, begin met wat je hebt.

    Verder lezen

    Kawaii is een prettige manier om te leren vereenvoudigen. Zo ga je verder:

  • Tekenen landschap: stappenplan voor een landschap met diepte

    Tekenen landschap: stappenplan voor een landschap met diepte

    Een landschap tekenen begint met de horizon. Je trekt een lichte lijn op ongeveer een derde of twee derde van de hoogte van je papier, verdeelt het beeld in een voorgrond, een middengebied en een achtergrond, en werkt van ver naar dichtbij. Dingen die verder weg staan, teken je kleiner, lichter en met minder detail, en dat geeft meteen diepte.

    Een landschap tekenen is een mooie oefening, omdat je er veel in leert: verhoudingen, perspectief, licht en compositie. Je hoeft er geen groot kunstwerk van te maken. Een kleine schets van tien minuten is al leerzaam. In dit artikel lees je het stappenplan, waar je op let bij bomen, bergen, water en lucht, en hoe je een tekening afmaakt. Voor de algemene basis zie leren tekenen.

    Kort samengevat

    • Trek eerst een horizon, op een derde of twee derde van het papier, niet in het midden.
    • Verdeel het landschap in voorgrond, middengrond en achtergrond.
    • Teken wat ver weg is kleiner, lichter en met minder detail.
    • Werk met een lichte potloodschets, daarna met schaduw.
    • Laat een paar details op de voorgrond scherp zijn, zodat het oog daar begint.

    Wat is een landschap en waarom is diepte belangrijk?

    Een landschap is een afbeelding van een buitengebied: heuvels, velden, water, bomen en lucht. In de zeventiende eeuw werd het in Nederland een eigen genre. Volgens het Wikipedia-artikel over landscape art groeide de landschapsschilderkunst in die tijd snel en gingen veel schilders zich erin specialiseren. Ze ontwikkelden subtiele, realistische technieken voor licht en weer, en de landschappen waren meestal klein, passend bij kleinere woningen. Jacob van Ruisdael geldt in het artikel als de meest veelzijdige Nederlandse landschapsschilder van die periode.

    Voor jou als tekenaar is de les: een landschap werkt als je het gevoel geeft dat je erin kunt stappen. Dat noemen we diepte. Je bereikt dat met een paar eenvoudige middelen die we hieronder bespreken.

    Wat heb je nodig om een landschap te tekenen?

    • Potloden. HB voor lichte lijnen, 2B en 4B voor donkere delen.
    • Een gum. Een kneedgum is handig voor lichte plekken.
    • Tekenpapier. Een blok van minstens 120 gram.
    • Een liniaal. Voor de horizon, als je dat prettig vindt.
    • Een voorbeeld. Een foto van een landschap, of ga buiten zitten.
    • Optioneel: kleurpotloden of pastel. Zie ook pastelkrijt.

    Tekenen landschap in stappen

    Stap 1: de horizon

    Trek een lichte horizontale lijn. Kies hem niet in het midden, want dat verdeelt het beeld in twee gelijke helften en oogt saai. Een horizon op een derde van onderen geeft veel lucht, wat goed past bij wolken. Een horizon op twee derde laat meer voorgrond zien.

    Tekenpapier met een dunne horizonlijn en een potlood
    Begin met de horizon.

    Stap 2: de drie lagen

    Verdeel het beeld in drie zones:

    Potloodtekening van een landschap met achtergrond, middengrond en voorgrond
    De drie lagen geven diepte.
    • Voorgrond: het dichtstbij. Hier komen details, zoals gras, stenen of een boom.
    • Middengrond: een vlakte, een huisje, bomen of een rivier.
    • Achtergrond: het verst weg. Heuvels, bergen en de lucht.

    Teken de zones eerst als eenvoudige vlakken in lichte lijnen.

    Stap 3: de achtergrond

    Teken heuvels of bergen als zachte, golvende lijnen. Houd ze licht en vlak, zonder detail. Hoe verder weg, hoe lichter en blauwer (of grijzer) ze worden. In potlood werk je dat uit door steeds minder hard te drukken.

    Stap 4: de middengrond

    Voeg bomen, een huisje, een pad of water toe. Maak ze kleiner dan op de voorgrond. Laat ze deels overlappen, want overlappen is een van de beste manieren om diepte te suggereren: wat voor iets anders staat, lijkt dichterbij.

    Stap 5: de voorgrond

    Hier mag je details tekenen: gras, een steen, bloemen of een stuk van een boom. Maak ze groter en donkerder dan de rest. Het oog begint hier en gaat via het midden naar de achtergrond.

    Stap 6: de lucht en wolken

    Een lucht is zelden leeg. Teken wolken als zachte vlakken, en laat de onderkant donkerder dan de bovenkant. Bij horizon wordt de lucht lichter. Meer over wolken lees je op onze pagina over wolken schilderen.

    Stap 7: licht en schaduw

    Bepaal waar de zon staat. Alle schaduwen vallen dan dezelfde kant op. Maak de schaduwkant van bomen en heuvels donkerder, en laat de lichtkant licht. Hiermee krijgen vlakke vormen volume.

    Perspectief en compositie

    Twee eenvoudige regels helpen je enorm:

    • Alles wordt kleiner naar de horizon. Een rij bomen of een weg wordt smaller en eindigt bij een punt op de horizon. Wie dit wil uitdiepen, leest perspectief tekenen.
    • Gebruik de regel van derden. Verdeel het papier in drie bij drie vakken en zet belangrijke elementen op de kruispunten.

    Het is ook goed om een leidende lijn te gebruiken: een pad, een rivier of een hek dat het oog door de tekening leidt.

    Bomen, water en bergen

    Bomen. Teken eerst de stam en de takken, dan de kruin als een wolkachtige vorm. Verdeel de kruin in lichte en donkere delen. Dennenbomen zijn driehoeken met korte takken.

    Water. Weerspiegeling is de truc. Teken de omgekeerde vorm van wat er langs staat, iets donkerder en met horizontale golvende streepjes. Laat een strook licht zien voor de reflectie van de lucht.

    Bergen. Teken ze met scherpe, ongelijke lijnen. Maak de schaduwkant donker en de lichtkant bijna wit. Voeg een sneeuwtop toe door papier wit te laten.

    Een landschap schetsen op locatie

    Veel mensen vinden het fijn om buiten te tekenen. Neem een klein schetsboek, een potlood en een gum mee. Kies een eenvoudig uitzicht en teken in een kwartier de grote vormen. Zo leer je snel kijken. Een schets hoeft niet af te zijn, en je kunt thuis verdergaan.

    Het landschap in de herfst is een leuk onderwerp: zie tekenen herfst. Wie een dier in het landschap wil zetten, leest tekenen hond.

    Veelgemaakte fouten bij tekenen landschap

    • De horizon in het midden. Het beeld wordt saai.
    • Alles even scherp. Geef alleen de voorgrond detail.
    • Geen overlap. Zonder overlap voelt het vlak.
    • Schaduwen die alle kanten op vallen. Kies één lichtbron.
    • Te veel willen in één tekening. Begin klein.

    Een landschap tekenen met alleen potlood

    Met potlood alleen kun je al een overtuigend landschap tekenen, zolang je goed met lichte en donkere tinten werkt. Kies drie potloden: een HB voor lichte lijnen, een 2B voor het midden en een 4B of 6B voor de donkerste plekken. Gebruik de lichtste potlood voor alles wat ver weg is en de zachtste voor wat dichtbij staat.

    Begin met een lichte horizonlijn. Wil je veel lucht, zet de lijn dan laag; wil je het land laten spreken, zet de lijn hoog. Zet de horizon liever niet precies in het midden, want dat maakt een tekening vaak statisch. Verdeel het blad in een derde en twee derde en kies daar een van.

    Drie vlakken, drie tinten

    Verdeel je landschap in voorgrond, middenvlak en achtergrond. De voorgrond tekent je met de meeste details en de sterkste contrasten: grassprieten, stenen, een tak. Het middenvlak krijgt minder detail en wat zachtere schaduw. De achtergrond is vlak en licht, bijna alleen een contour van heuvels of bomen. Dit effect heet luchtperspectief: wat verder weg ligt, lijkt minder scherp en lichter van tint, zoals ook wordt beschreven in het Wikipedia-artikel over luchtperspectief.

    Een tekening van een landschap in kleur

    Gebruik je kleurpotloden of pastel, werk dan van licht naar donker. Leg eerst een egale laag voor de lucht en het gras en bouw daarna schaduwen op. Maak verre heuvels blauwachtig of grijs, en gebruik voor dichtbij warmere groene en bruine tinten. Zo krijg je diepte zonder dat je een perspectieftekening hoeft te maken.

    Wil je het tekenen van een landschap met een bepaalde sfeer, kijk dan naar het weer. Een zware lucht met donkere wolken, laag zonlicht met lange schaduwen of mist die alles zacht maakt. Zo’n sfeer geeft je tekening een verhaal. Pas je kleuren daarop aan. Warmere tinten voor avondlicht, koelere voor ochtendmist.

    Een oefening: één landschap in drie versies

    Een goede manier om te leren is hetzelfde landschap drie keer te tekenen, met een andere indeling. Teken het eerst met een lage horizon, dan met een hoge horizon en daarna met een grote boom op de voorgrond. Je ziet meteen hoe de compositie het gevoel van de tekening verandert. Doe dit op kleine formaatjes, zoals een kwart A4, zodat het snel gaat. Zo bouw je een bibliotheek aan oplossingen op waar je later uit kunt kiezen.

    Drie versies van hetzelfde landschap naast elkaar: omtrek, drie tinten en uitgewerkt
    Eén landschap in drie versies.

    Licht en schaduw in een landschap

    Een landschap wordt pas echt diep als je licht en schaduw bewust gebruikt. Een tekening met alleen lijnen leest vlak, ook als het perspectief klopt. Met een paar eenvoudige keuzes krijgt je tekening meteen meer sfeer.

    Bepaal waar het licht vandaan komt

    Kies voor je begint een lichtrichting, bijvoorbeeld van linksboven. Alles wat naar die kant kijkt, is lichter. Alles aan de andere kant, en wat onder bomen of rotsen ligt, is donkerder. Schets de lichtrichting met een kleine pijl in de marge, dan vergeet je hem niet. Schaduwen vallen daarna altijd dezelfde kant op, en dat geeft je tekening rust.

    Werk met drie tinten

    Je hebt geen tientallen grijstinten nodig. Begin met drie: licht, midden en donker. Laat het papier zelf het lichtste deel zijn. Vul grote vlakken eerst met de middentoon, en zet de donkerste plekken pas aan het eind neer. Veel beginners beginnen te donker en kunnen daarna niet meer terug. Bouw daarom langzaam op en druk in het begin weinig.

    Contrast trekt de blik

    Het oog gaat naar de plek waar het contrast het grootst is, dus waar licht en donker tegen elkaar staan. Gebruik dat om de aandacht te sturen. Zet het scherpste contrast bij het onderwerp waar je naar wilt laten kijken, bijvoorbeeld een boom of een huisje, en maak de achtergrond zachter. Zo voorkom je dat het beeld uit elkaar valt.

    Achtergrond lichter, voorgrond donkerder

    In de verte worden vormen vaag en licht. Dat effect noemen we luchtperspectief. Gebruik het door je heuvels en bergen in de verte met weinig druk te tekenen, en door de dichtstbijzijnde bomen en gras kracht te geven. Een landschap met een donkere voorgrond en een lichte achtergrond krijgt vanzelf diepte. Meer oefeningen om los te leren kijken vind je bij schetsen.

    Veelgestelde vragen over tekenen landschap

    Hoe begin je met tekenen landschap?

    Met een lichte horizon, en daarna drie lagen: voorgrond, middengrond en achtergrond. Werk van ver naar dichtbij en maak verre dingen kleiner en lichter.

    Hoe geef je diepte aan een landschap?

    Door overlap, door dingen naar de horizon kleiner te maken en door ver weg minder detail en meer lichte tinten te gebruiken. Ook een pad of rivier die het oog leidt, helpt.

    Waar zet je de horizon?

    Niet in het midden. Op een derde of twee derde van de hoogte geeft het beeld meer spanning. Een lage horizon geeft veel lucht, een hoge veel voorgrond.

    Hoe teken je bomen in een landschap?

    Met een stam, takken en een wolkachtige kruin die je in lichte en donkere delen verdeelt. Maak bomen op de voorgrond groter en donkerder dan die in de verte.

    Hoe teken je water?

    Met horizontale golvende streepjes en een omgekeerde weerspiegeling van de omgeving, iets donkerder. Laat een lichte strook zien waar de lucht zich weerspiegelt.

    Welke potloden gebruik je voor een landschap?

    Een HB voor lichte lijnen en een 2B of 4B voor schaduw. Een kneedgum helpt bij lichte plekken, zoals wolken.

    Kan ik een landschap tekenen naar een foto?

    Ja. Het is een goede manier om te oefenen, vooral met verhoudingen. Gebruik je eigen foto’s of beelden die je mag gebruiken.

    Hoe lang duurt een landschaptekening?

    Een schets kost tien tot vijftien minuten. Een uitgewerkte tekening een of meer uren, afhankelijk van het detail.

    Verder lezen

    Een landschap tekenen leer je door te kijken en te oefenen met lagen en licht. Dit zijn goede volgende stappen:

  • Tekenen fiets: een fiets tekenen in 6 stappen

    Tekenen fiets: een fiets tekenen in 6 stappen

    Tekenen fiets begint met twee gelijke cirkels voor de wielen en een driehoek ertussen voor het frame. Daarna komen het stuur, het zadel, de trappers en de ketting. Zie je een fiets als een paar eenvoudige vormen, dan is hij ineens veel makkelijker te tekenen. Een fiets tekenen is bovendien een prima oefening in verhoudingen.

    Het lastige aan een fiets zijn de details: spaken, ketting, versnellingen. Daar zit ook het geheim: laat ze eerst weg. Eerst moeten de wielen, het frame en de verhoudingen kloppen. Wil je een breder begin met tekenen, lees dan onze gids leren tekenen. Hieronder lees je alles over tekenen fiets: de onderdelen, een stappenplan, een fiets in perspectief en de fouten die bijna iedereen maakt.

    Kort samengevat

    • Teken eerst twee gelijke cirkels voor de wielen, op een afstand van ongeveer anderhalve wielbreedte.
    • Het frame is een driehoek met een tweede driehoek erachter.
    • Zadel, stuur en trappers zitten op vaste plekken ten opzichte van het frame.
    • In perspectief worden de wielen ellipsen. Zijaanzicht is het makkelijkst voor beginners.
    • Details zoals spaken en ketting komen als laatste, met lichte lijnen.

    De onderdelen van een fiets

    Wie weet wat er aan een fiets zit, tekent hem sneller. Volgens Wikipedia bestaat de moderne fiets uit een diamantframe met een voordriehoek (bovenbuis, onderbuis, zadelbuis en balhoofdbuis) en een achterdriehoek (zadelbuis, kettingstay en zadelstay). Daaraan zit de voorvork met het stuur, een zadel op een zadelpen, trappers met een crank en een ketting die het voorblad met het achtertandwiel verbindt. Daarnaast zitten er wielen met banden en remmen aan.

    Voor een tekening hoef je niet alle namen te onthouden. Onthoud de volgorde waarin je ze tekent: wielen, frame, stuur en zadel, trappers, ketting, details. De moderne fiets met een ketting aan het achterwiel stamt uit de jaren 1880. De Rover van Starley uit 1885 wordt vaak de eerste herkenbaar moderne fiets genoemd, en daarna kwam het diamantframe dat je nog steeds ziet.

    Tekenen fiets in zes stappen

    Teken in zijaanzicht. Gebruik een HB-potlood en teken licht. Meer over potloden vind je in tekenen met potlood.

    Stap 1: de wielen

    Teken twee cirkels van gelijke grootte, naast elkaar op dezelfde horizontale lijn. De afstand tussen de middelpunten is ongeveer anderhalf tot twee keer de wieldiameter bij een stadsfiets. Gebruik een muntje of een rond voorwerp als sjabloon voor een nette cirkel. Zet in elk wiel een klein puntje voor de as.

    Twee cirkels als wielen, begin van een fietstekening
    Begin met twee even grote wielen.

    Stap 2: het frame

    Trek vanaf de achteras een lijn schuin omhoog naar het zadel en van de achteras naar het midden onderaan, bij de trappers. Vorm hiermee de achterdriehoek. Teken daarna de voordriehoek: van het zadelpunt naar het stuurpunt (bovenbuis) en van de trappers naar het stuurpunt (onderbuis). Het stuurpunt zit boven het voorwiel, iets naar achteren.

    Fietsframe als twee driehoeken tussen twee wielen
    Het frame vormt twee driehoeken.

    Stap 3: de voorvork en het stuur

    Vanaf het stuurpunt trek je een lijn naar de voorwielas: dat is de voorvork. Bovenop zet je het stuur, bij een stadsfiets een brede boog, bij een racefiets een gebogen hoorn. Teken de handgrepen als korte blokjes.

    Stap 4: het zadel en de trappers

    Het zadel zit bovenop de zadelpen, een stukje boven het frame. Teken het als een afgeronde, langwerpige vorm. Bij de trappers teken je een cirkel voor het voorblad met een korte arm en een trapper eraan.

    Stap 5: de ketting en de achterkant

    Verbind het voorblad met een klein tandwiel bij de achteras met twee lijnen. Voeg een spatbord of bagagedrager toe als je een stadsfiets tekent. Het achterlicht en de reflector zijn kleine vormen die de tekening afmaken.

    Stap 6: details en schaduw

    Nu pas komen spaken (een paar lijnen vanuit de naaf), de bandprofielen en kleine onderdelen zoals de bel en de remmen. Schaduw onder het frame en onder de wielen geeft de fiets grond. Een dunne lijn op het stuur en de zadelpen geeft glans.

    Afgeronde potloodtekening van een fiets met schaduw
    Detail en schaduw maken hem af.

    Een fiets in perspectief tekenen

    In zijaanzicht zijn de wielen cirkels. Zodra je de fiets schuin tekent, worden ze ellipsen. Een ellips is precies wat je krijgt als je een cirkel onder een hoek bekijkt: hoe schuiner je kijkt, hoe smaller de ellips. De lange as blijft loodrecht op de kijkrichting, en de korte as wijst naar de kijker.

    Het is een goede oefening om eerst alleen ellipsen te tekenen: een rij ellipsen van smal tot breed. Daarna teken je twee ellipsen als wielen en leg je het frame er schuin tussen. De voorste ellips is iets groter dan de achterste, omdat hij dichterbij staat. Hoe je dat verder uitwerkt, lees je in onze gids perspectief tekenen.

    Verschillende soorten fietsen tekenen

    • Stadsfiets (omafiets): hoog stuur, rechtop zitten, spatborden en bagagedrager. Het frame is vaak laag of een lage instap.
    • Racefiets: smalle banden, laag stuur met hoorns, schuin aflopende bovenbuis.
    • Mountainbike: dikke banden, vering voor, recht stuur.
    • Bakfiets: een lange fiets met een bak voor het voorwiel. Een uitdaging voor perspectief.
    • Kinderfiets: kleinere wielen, kleine trappers, soms zijwielen.

    Begin met een stadsfiets: het frame is eenvoudig en hij staat meestal rechtop. Daarna kun je de andere varianten tekenen door de verhoudingen aan te passen.

    Tekenen fiets met een achtergrond en een fietser

    Een fiets op zichzelf is een voorwerp, een fiets in een omgeving vertelt een verhaal. Zet je fiets tegen een muur, een brugleuning of een boom, dan krijgt hij meteen gewicht. Teken de grond als een lichte horizontale lijn waar de wielen op steunen en voeg een schaduw toe die onder beide wielen doorloopt. Een fiets die zweeft, ziet er altijd vreemd uit, ook als alles verder klopt.

    Wil je een fietser toevoegen, teken dan eerst de fiets en daarna pas de persoon. Het zadel, het stuur en de trappers geven de drie punten waar het lichaam contact maakt: billen, handen en voeten. Teken het lichaam als een eenvoudige stokfiguur op die drie punten, en geef er daarna volume aan. Zo klopt de houding. Een fietser in beweging leunt iets naar voren, met gebogen armen en benen die ver van elkaar staan.

    Kleur, materiaal en detail

    Hoe fijn je een fiets afwerkt, hangt af van wat je ermee wilt. Een snelle schets met een pen heeft genoeg aan een paar lijnen voor frame en wielen. Een uitgewerkte tekening met potlood laat het verschil zien tussen glanzend metaal, rubberen banden en een leren zadel. Voor metaal werk je met scherpe contrasten: heel donker naast heel licht. Voor rubber gebruik je een egale donkere toon met een zacht lichtpunt. Voor een leren zadel een middentoon met een gladde glans.

    Kleur je je fiets in, kies dan één opvallende kleur voor het frame en houd de rest gedempt. Een rode of mintgroene fiets tegen een grijze muur is meteen een mooie compositie. Wie met kleurpotlood werkt, bouwt de kleur in lagen op en laat het wit voor de glans staan op de bovenkant van buizen.

    Een fiets uit je hoofd tekenen

    Veel mensen merken dat ze, zonder voorbeeld, de ketting op de verkeerde plek tekenen of de trappers vergeten. Dat is geen probleem, maar een kans. Teken een fiets uit je geheugen en leg hem naast een foto. De verschillen laten precies zien wat je nog niet goed kijkt. Doe dit een paar keer met een paar dagen ertussen en je ziet dat je geheugen sneller wordt. Het is dezelfde oefening die schetsers gebruiken om vaker te leren zien wat er echt is in plaats van wat ze denken te weten.

    Veelgemaakte fouten bij tekenen fiets

    • Wielen van ongelijke grootte. Gebruik een sjabloon of meet na.
    • Wielen te dicht of te ver uit elkaar. Anderhalf tot twee keer de wieldiameter is een goede richtwaarde voor een stadsfiets.
    • Het frame is een rechthoek. Een fiets bestaat uit driehoeken, niet uit een rechthoek.
    • Zadel te laag of te hoog. Het zadel zit ongeveer op de hoogte van de bovenkant van het voorwiel of iets hoger.
    • Trappers aan beide kanten op dezelfde hoogte. Ze staan tegenover elkaar: de ene boven, de andere onder.
    • Te veel spaken, te vroeg. Zet een paar lichte lijnen. Teken spaken pas als alles klopt.

    Oefenen met fietsen tekenen

    Wil je beter worden? Teken dezelfde fiets vijf keer in vijf minuten. Elke keer sneller en met minder lijnen. Maak daarna een fiets uit je hoofd, zonder voorbeeld. Je ziet direct wat je onthouden hebt en wat niet. Neem een echte fiets als model als je de kans hebt, zet hem in het zonlicht en teken hem uit twee hoeken. Een fiets die tegen een muur staat, is een mooi onderwerp voor een schets. Over snel en los werken lees je meer bij schetsen.

    Zoek je een ander onderwerp? Kijk bij wat kan ik tekenen. Ook een kleurplaat van een fiets of stad is leuk, zoals in kleurboeken voor volwassenen. Wie liever schattige tekeningen maakt, tekent een fiets met een gezicht, zoals bij tekenen schattig.

    Veelgestelde vragen over tekenen fiets

    Hoe teken je makkelijk een fiets?

    Teken twee gelijke cirkels voor de wielen, verbind ze met een frame van twee driehoeken en voeg stuur, zadel en trappers toe. Details zoals spaken komen als laatste. Zo wordt tekenen fiets overzichtelijk.

    Hoe teken je een fiets stap voor stap?

    Eerst de wielen, dan het frame, de voorvork met stuur, het zadel en de trappers, de ketting en tot slot de details en schaduw. Teken licht, zodat je lijnen kunt aanpassen.

    Hoe teken je de wielen van een fiets?

    Teken twee cirkels van gelijke grootte, met een muntje of rond voorwerp als sjabloon. In perspectief worden ze ellipsen. Teken de voorste wat groter dan de achterste.

    Hoe teken ik een fiets in perspectief?

    Een cirkel onder een hoek bekeken wordt een ellips. Oefen eerst met ellipsen van smal tot breed en leg daarna het frame tussen de wielen. Begin met een eenvoudige hoek.

    Welke fiets is het makkelijkst om te tekenen?

    Een stadsfiets in zijaanzicht. De vormen zijn eenvoudig en de verhoudingen goed te controleren. Racefietsen en bakfietsen hebben meer bijzonderheden.

    Hoe krijg ik de verhoudingen van een fiets goed?

    Meet de afstand tussen de wielen en vergelijk die met de wieldiameter. Houd het zadel ongeveer op de hoogte van de bovenkant van het wiel en controleer met je potlood op armlengte.

    Hoe teken ik de trappers goed?

    Teken eerst een cirkel voor het voorblad, daarna de crank als een korte arm. Trappers staan tegenover elkaar: als de ene vooraan staat, staat de andere achteraan.

    Welk materiaal heb ik nodig om een fiets te tekenen?

    Een HB- en 2B-potlood, een gum, een liniaal voor de hulplijnen en eventueel een fineliner. Voor kleur kleurpotlood of markers.

    Verder lezen

    Tekenen fiets is een goede oefening in verhoudingen en perspectief. Zo ga je verder:

  • Tekenen herfst: ideeën en stappen voor herfstbladeren, bomen en paddenstoelen

    Tekenen herfst: ideeën en stappen voor herfstbladeren, bomen en paddenstoelen

    Herfst tekenen begint met iets wat je buiten kunt rapen: een blad, een kastanje of een eikel. Teken dat voorwerp eerst met een licht potlood, kijk goed naar de vorm en de nerven, en kleur het daarna in met warme tinten als geel, oranje, rood en bruin. Zo heb je in een half uur een herfsttekening die er echt uitziet.

    De herfst is een goed seizoen om te tekenen. Je vindt er gratis modellen in elke straat, het licht is zacht en de kleuren zijn rijk. In dit artikel lees je wat je nodig hebt, hoe je stap voor stap een blad en een boom tekent en welke ideeën je kunt gebruiken. Wie net begint, vindt de basis op leren tekenen.

    Kort samengevat

    • Teken naar een echt blad, kastanje of paddenstoel: de vorm is dan al voorgedaan.
    • Begin met een licht potlood en bouw de vorm op uit simpele figuren.
    • Kleur met warme tinten: geel, oranje, rood en bruin, met een beetje groen.
    • Werk van licht naar donker en laat de nerven licht ongekleurd.
    • Combineer meerdere bladeren tot een krans of een stilleven.

    Waarom verkleuren bladeren in de herfst?

    Wie bladeren in de juiste kleuren wil tekenen, heeft er baat bij te weten hoe de kleuren ontstaan. Het Wikipedia-artikel over herfstkleuren legt het uit: in de zomer bedekt het groene chlorofyl de andere pigmenten. In de herfst breekt het chlorofyl sneller af dan het wordt aangemaakt, waardoor andere kleuren zichtbaar worden. Carotenoïden geven geel, oranje en bruin. Anthocyanen, die de plant in de late zomer aanmaakt, geven rood en paars. Heldere, koele dagen met koude maar niet vriezende nachten geven volgens hetzelfde artikel de felste kleuren.

    Dat is ook handig voor je tekening: een herfstblad is zelden één kleur. Meestal loopt het van groen via geel naar oranje en rood, en vaak met bruine plekken. Kijk dus goed naar je blad voordat je een potlood pakt.

    Wat heb je nodig om herfst te tekenen?

    • Potlood (HB en 2B) en een gum.
    • Kleurpotloden. Een doos met 24 kleuren is ruim genoeg, met vooral warme tinten.
    • Een fineliner voor nerven en contouren, naar keuze.
    • Tekenpapier. Een iets ruwer papier laat potlood mooi pakken.
    • Voorbeelden. Verzamel bladeren, kastanjes, eikels en dennenappels.

    Een herfstblad tekenen in stappen

    Stap 1: kies een blad en leg het voor je

    Kies een blad met een duidelijke vorm, zoals een eikenblad, een esdoornblad of een beukenblad. Leg het voor je neer en kijk eerst naar de hoofdvorm: is het ovaal, hartvormig of gelobd?

    Herfstblad naast een potloodtekening van hetzelfde blad
    Leg het blad voor je en teken wat je ziet.

    Stap 2: teken de hoofdvorm licht

    Teken met een scherpe HB de buitenlijn van het blad. Begin met de centrale nerf, de lijn van de steel naar de punt, en teken daaromheen de vorm. Houd de lijnen licht.

    Stap 3: nerven

    Vanaf de middennerf lopen zijnerven naar de rand. Teken ze licht en laat ze iets verdwijnen naar de rand. Een blad heeft vaak een patroon van splitsende lijntjes.

    Stap 4: de rand en de bochten

    Bladeren hebben een golvende of getande rand. Kijk of de rand kleine puntjes of bochtjes heeft en teken die voorzichtig. Een beetje krullen aan de uiteinden maakt het levensecht.

    Stap 5: kleur van licht naar donker

    Begin met geel over het hele blad. Voeg oranje toe op de plekken waar het blad al warmer wordt, en rood of bruin aan de randen en bij de nerven. Laat de nerven licht. Gebruik een groen potlood op plekken waar het blad nog niet verkleurd is.

    Herfstblad wordt met kleurpotloden van geel naar rood ingekleurd
    Begin licht met geel en bouw op naar oranje en rood.

    Stap 6: schaduw en afwerking

    Maak de onderkant van de nerven iets donkerder en geef het blad een kleine schaduw op het papier. Trek eventueel de contour over met een donkerbruine fineliner.

    Herfst tekenen: ideeën

    Zoek je een onderwerp? Dit zijn ideeën die in de herfst vanzelf bij je opkomen:

    • Een krans van bladeren. Teken tien verschillende bladeren in een cirkel.
    • Kastanjes in hun schil. Een mooie oefening in glans en stekeltjes.
    • Paddenstoelen. Een rode vliegenzwam met witte stippen is een klassieker en makkelijk te tekenen: een halve bol op een steel.
    • Een egel tussen de bladeren. Een goed onderwerp voor wie dieren wil tekenen.
    • Een eekhoorn met een noot.
    • Een kopje thee en een trui. Een gezellig herfststilleven.
    • Een boom in herfstkleuren. Zie het volgende onderdeel.
    • Regen en laarsjes. Een eenvoudig tafereel met plassen.
    • Pompoenen. Ronde vormen met lange ribbels, goed om licht en schaduw te oefenen.

    Voor wie het schattig wil houden, is een pompoen of paddenstoel met een gezichtje een leuke optie. Meer over die stijl lees je bij tekenen cute en tekenen schattig.

    Een herfstboom tekenen

    1. Teken de stam. Een brede, licht gebogen vorm die naar boven smaller wordt.
    2. Voeg takken toe. Laat ze zich splitsen in dunnere takken, als een omgekeerde wortel.
    3. Maak de kruin. Teken geen losse bladeren, maar kleine wolkachtige vlakken in geel, oranje en rood.
    4. Laat enkele bladeren vallen. Teken een paar bladeren in de lucht en op de grond.
    5. Voeg grond en achtergrond toe. Een bruine ondergrond met bladeren en een lichte lucht.

    Voor het kleuren werkt het goed om de boom met korte streepjes in verschillende kleuren op te bouwen. Zo krijg je het levende effect van bladeren in de zon. Wie meer wil weten over landschappen kijkt naar tekenen landschap.

    Kleurtips voor een herfsttekening

    • Beperk je palet. Gebruik vijf of zes kleuren: geel, oranje, rood, bruin, donkergroen en een warm grijs.
    • Meng op het papier. Leg geel onder oranje en rood, dan krijg je zachte overgangen.
    • Gebruik een tegenkleur. Een beetje blauw of paars in de schaduwen laat het oranje fel opvallen.
    • Laat wit staan. Een paar plekken ongekleurd laten geeft licht.

    Meer over kleuren combineren vind je ook in onze pagina over een kleurboek voor volwassenen, waar je mee kunt oefenen.

    Veelgemaakte fouten bij herfst tekenen

    • Alle bladeren dezelfde kleur geven. Variatie maakt het levend.
    • Te veel rood of oranje. Houd rustige gele en bruine tinten in balans.
    • Nerven te donker. Ze moeten licht en subtiel blijven.
    • Zonder voorbeeld tekenen. Een echt blad is de beste leermeester.
    • Alle bladeren even groot. Wissel af.

    Een herfstlandschap opbouwen

    Een enkele bladtekening is een mooi begin, maar een heel herfstlandschap leert je meer over sfeer. Je werkt in drie lagen: voorgrond, middengrond en achtergrond. Op de voorgrond liggen de blaadjes of een stuk pad, in het midden staan de bomen en achter in het beeld zie je een zachte lijn van bossen of heuvels.

    1. Teken de horizon. Zet die niet precies in het midden, want dat maakt de tekening saai. Kies een derde van boven of van onder.
    2. Schets de grote vormen. Twee of drie boomstammen, een pad, een paar struiken. Houd het eenvoudig.
    3. Maak de achtergrond lichter en blauwer. Verre dingen lijken zachter, minder scherp en minder verzadigd. Dat geeft diepte zonder moeilijk perspectief.
    4. Werk de voorgrond het scherpst uit. Hier horen de details: nerven, vlekken, een kromgetrokken rand.
    5. Voeg een lichtpunt toe. Een zonnestraal tussen de bomen of een open stuk lucht trekt het oog naar het midden.

    Meer over hoe je een scène opbouwt, lees je bij tekenen landschap.

    Texturen in een herfsttekening

    De herfst draait om textuur: droge bladeren, ruwe schors, vochtige grond. Met potlood en kleurpotlood kun je verschillende texturen maken zonder extra materiaal.

    • Schors. Gebruik korte, onregelmatige verticale lijnen met wisselende druk. Laat tussen de lijnen stukjes papier open.
    • Droge bladeren. Kleur met een scherpe punt, en trek met een donkerder potlood kleine barstjes en rimpels.
    • Gras en mos. Korte streepjes in verschillende richtingen. Voeg een paar donkerdere streepjes toe voor diepte.
    • Paddenstoelen en kastanjes. Glad en glanzend. Laat een klein stukje wit papier staan als lichtvlek.

    Een herfststilleven op tafel

    Als het buiten regent, kun je binnen een herfststilleven maken. Leg een paar kastanjes, een eikel, een blad en een klein pompoentje op een doek. Zet het bij een raam, zodat het licht van één kant komt. Kies een opstelling met drie voorwerpen van verschillende grootte en laat ze elkaar een beetje overlappen.

    Herfststilleven met kastanjes, pompoen en bladeren naast een schetsboek
    Een stilleven van herfstvondsten is een mooi tekenonderwerp.

    Teken eerst de omtrek van elke vorm als een eenvoudige geometrische vorm: een bol, een ei, een cilinder. Werk daarna de details uit. Let op de schaduw op de tafel, want die geeft het gevoel dat de voorwerpen er echt staan. Meer oefenideeën vind je bij schetsen.

    Herfst tekenen met kinderen

    Herfst is een fijn thema om samen te tekenen, omdat het materiaal buiten ligt. Ga eerst samen wandelen en verzamel blaadjes. Leg ze onder een vel papier en wrijf er met de zijkant van een kleurpotlood overheen: de nerven verschijnen vanzelf. Zo maken ook jonge kinderen een mooi resultaat. Daarna kunnen ze de afdrukken uitknippen en op een grotere tekening van een boom plakken.

    Laat kinderen zelf kleuren kiezen. Een blauw blad is een prima blad, en een regenboogkleurige boom is net zo goed een herfstboom.

    Veelgestelde vragen over tekenen herfst

    Wat kan ik tekenen in de herfst?

    Bladeren, kastanjes, eikels, paddenstoelen, pompoenen, egels, eekhoorns en een boom in herfstkleuren. Teken het liefst iets wat je zelf hebt gevonden, dan kijk je beter.

    Hoe teken je een herfstblad?

    Begin met de middennerf en de hoofdvorm, voeg zijnerven toe en teken de rand. Kleur van geel naar oranje en rood, en laat de nerven licht. Een scherp potlood helpt voor de details.

    Welke kleuren gebruik je voor de herfst?

    Geel, oranje, rood, bruin en donkergroen, aangevuld met een warm grijs. Eén blad bevat vaak meerdere kleuren, dus meng ze op het papier.

    Waarom worden bladeren in de herfst rood en geel?

    Het groene chlorofyl breekt af, waardoor gele en oranje pigmenten (carotenoïden) zichtbaar worden. Rood en paars komen van anthocyanen, die de plant in de late zomer aanmaakt.

    Hoe teken je een paddenstoel?

    Met een halve bol voor de hoed en een korte steel. Voeg lamellen aan de onderkant toe en eventueel stippen op de hoed. Kleur de hoed rood of bruin.

    Hoe teken je een herfstboom?

    Begin met de stam en de takken, en teken de kruin als kleine vlakken van geel, oranje en rood. Laat een paar bladeren vallen en voeg een grond met bladeren toe.

    Welk papier is het best voor herfst tekenen?

    Tekenpapier met een lichte korrel, zodat kleurpotlood goed pakt. Voor een glad resultaat kies je gladder papier.

    Kunnen kinderen ook herfst tekenen?

    Zeker. Bladeren en kastanjes zijn gemakkelijk, en je kunt ook bladeren afdrukken met een potlood. Het is een leuke gezinsactiviteit.

    Verder lezen

    Herfst tekenen is een mooie manier om goed te leren kijken. Dit zijn goede volgende stappen:

De waardering van ayoo.nl bij WebwinkelKeur Reviews is 8,7/10 gebaseerd op 255 reviews.