Wolken schilderen doe je van achter naar voren: eerst de blauwe lucht, dan de vorm van de wolk, daarna de schaduw aan de onderkant en als laatste het licht op de bovenkant. Met vier kleuren acrylverf, een plat penseel en een droge kwast om de randen zacht te maken, lukt dat ook als je net begint.
Het geheim van wolken schilderen zit niet in talent, maar in de volgorde. Een wolk is een vorm met een lichte en een donkere kant. Houd je die twee uit elkaar, dan ziet je wolk er meteen bol en luchtig uit. Ben je net begonnen met verf en kwast? In ons stappenplan om te leren schilderen voor beginners staat de basis die je hier goed kunt gebruiken.
Kort samengevat
- Schilder eerst de lucht: donkerblauw bovenin, lichter naar de horizon.
- Zet de wolken neer als platte, lichtgrijze vormen. Details komen later.
- Schaduw hoort aan de onderkant, licht op de bovenkant waar de zon op valt.
- Maak de randen zacht met een droge kwast, op een paar scherpe plekken na.
- Wolken bij de horizon zijn kleiner, platter en grijzer dan wolken boven je hoofd.
Stap 1 van 6
Stap 1: zet je kleuren en spullen klaar
Om wolken te schilderen heb je minder nodig dan je denkt. Met vier tubes acrylverf kom je een heel eind:

- Ultramarijnblauw voor de lucht en de schaduwen.
- Titaniumwit, daar gebruik je het meeste van.
- Gebrande sienna om het blauw grijzer en warmer te maken.
- Gele oker voor een warme gloed op de bovenkant van de wolken.

Daarnaast pak je drie penselen. Een plat penseel van zo’n 2 tot 3 centimeter breed voor de lucht, een kleiner rond penseel voor de vormen en een zachte, droge kwast om te vervagen. Een natuurspons is een fijne extra. Daarmee dep je in een paar tellen een luchtige structuur, handig als je merkt dat je penseelstreken te strak worden.
Kies voor je eerste keer wolken schilderen een doek van bijvoorbeeld 40 × 50 cm: groot genoeg om losse bewegingen te maken, klein genoeg om in één middag af te krijgen. Zet het doek rechtop op een ezel, ongeveer op ooghoogte. Zo zie je de verhoudingen zoals ze straks aan de muur hangen, en kijk je niet de hele middag schuin naar beneden zoals aan een tafel.
Werk je voor het eerst met acryl? Lees dan ook onze uitleg over schilderen met acrylverf: hoe je verdunt, hoe snel het droogt en hoe je je penselen schoon houdt.
Tip: acrylverf wordt meestal iets donkerder als hij droogt. Dat komt doordat het bindmiddel nat wit is en droog doorzichtig, legt verfmaker Winsor & Newton uit. Meng je luchtblauw dus een tikje lichter dan je uiteindelijk wilt.
Stap 2 van 6
Stap 2: schilder de lucht als ondergrond
Wolken schilderen begint niet bij de wolk, maar bij de lucht eromheen. Die lucht bepaalt het licht en de sfeer van het hele doek, dus neem er rustig de tijd voor.

Meng drie tinten op je palet. Ultramarijn met een beetje wit voor bovenin, een middenblauw met meer wit, en bijna wit met een puntje blauw en een vleugje gele oker voor vlak boven de horizon. Begin bovenaan met het donkerste blauw en werk met brede, horizontale streken naar beneden. Pak telkens de volgende, lichtere tint en laat de streken in elkaar overlopen zolang de verf nog nat is.
Waarom van donker naar licht? Omdat een echte lucht zo werkt.
Recht boven je is de lucht het diepst blauw. Richting de horizon kijk je door veel meer lucht heen, en daar wordt het lichter en waziger. Doe je dat op je doek, dan heb je al diepte voordat er ook maar één wolk op staat. Dit is meteen het belangrijkste dat je leert als je een lucht gaat schilderen.
Laat deze laag helemaal drogen voordat je verdergaat. Wie wolken schildert op een natte ondergrond, krijgt vlekken in plaats van vormen. Bij een dunne laag acryl gaat drogen snel, maar voel even met de rug van je vinger. Voelt de verf koel aan, dan zit er nog vocht in en wacht je nog een paar minuten.
Stap 3 van 6
Stap 3: zet de wolkenvormen neer
Nu begint het echte wolken schilderen. Kijk eerst goed naar je voorbeeld, een foto of gewoon de lucht buiten je raam. Waar staan de grote wolken, en waar de kleine? Zet de grootste wolk liever niet precies in het midden. Iets naast het midden en een beetje boven de helft van het doek oogt rustiger.

Meng wit met een heel klein beetje blauw en sienna tot een licht, warm grijs. Dat is de middentoon van je wolk: niet de schaduw en niet het licht, maar alles daartussen. Zet daarmee de vormen neer met je ronde penseel, in kleine draaiende bewegingen. De onderkant van een stapelwolk is vrij vlak, de bovenkant lijkt op een bloemkool met ronde bulten.
Houd het in deze stap bewust plat. De verleiding is groot om meteen wit en schaduw toe te voegen, maar dan raak je het overzicht kwijt. Eerst moeten de plek en de grootte kloppen. Stap even een paar meter achteruit. Staat je doek op een ezel, dan zie je zo of de verdeling goed voelt.
Schilder je vanaf een foto? Maak dan zelf een paar foto’s van de lucht, liefst op een zonnige middag met losse stapelwolken. Kies er één met een duidelijke lichtrichting. Kijk er met half dichtgeknepen ogen naar: de details verdwijnen en je ziet alleen nog grote vlakken licht en donker. Precies die vlakken zet je nu op je doek. Je hoeft de foto niet na te maken. Verschuif gerust een wolk of laat er een weg als de compositie daar rustiger van wordt. Een foto is een hulpmiddel, geen opdracht.
Een vuistregel die bij wolken schilderen altijd helpt: hoe dichter bij de horizon, hoe kleiner en platter de wolk. Zo suggereer je dat de lucht doorloopt tot ver achter het landschap.
Stap 4 van 6
Stap 4: geef je wolken schaduw
Een wolk wordt pas een wolk als hij volume krijgt, en dat volume zit vooral in de schaduw. Bij het wolken schilderen bepaal je daarom eerst waar de zon staat. Staat hij linksboven, dan vallen de schaduwen rechts en aan de onderkant van elke wolk.


Meng voor de schaduw ultramarijn met wit en een klein beetje gebrande sienna. Zo krijg je een zacht grijsblauw met een licht paarse ondertoon. Gebruik geen zwart, want dat maakt wolken vuil en zwaar. Leg de schaduw aan de onderkant en in de holtes tussen de bolle delen. De randen mogen nog ruw zijn, die verzacht je in stap 6.
Kijk eens naar wolken op een zonnige middag. De schaduwkant is bijna nooit gewoon grijs. Er zit blauw in van de lucht, en soms een warme gloed van licht dat van de grond terugkaatst. Wie dat eenmaal ziet, gaat wolken schilderen met veel meer kleur dan alleen wit en grijs.
Tip: houd je schaduwen lichter dan je denkt. Ook de donkerste kant van een witte stapelwolk is vaak lichter dan het diepe blauw bovenin je doek.
Stap 5 van 6
Stap 5: breng het licht aan
Dit is het mooiste moment. Neem puur titaniumwit en meng er een spatje gele oker door: dat is je zonlicht. Zet het alleen op de bovenkant en op de randen van de wolk die naar de zon gericht zijn. Bij wolken schilderen met acrylverf mag het licht gerust wat dikker op het doek. Dep het op met de punt van je penseel of met een stukje spons, zodat het lichte deel een beetje structuur krijgt.

Hier gaat het vaak mis: je smeert het licht uit tot het hele bovenstuk even wit is. Laat juist overgangen zien. Een paar heldere toppen, daaronder je middentoon en onderin de schaduw. Die drie tonen naast elkaar maken je wolk rond.
Wil je een avondlucht in plaats van een zomerdag? Vervang de gele oker dan door een beetje roze of oranje en maak de schaduwen iets paarser. Bij wolken schilderen werkt dezelfde opbouw bij elk licht, ook als je later een zonsondergang of een winterlucht wilt schilderen.
Stap 6 van 6
Stap 6: verzacht de randen en werk af
Een wolk heeft geen omtrek. Daarom eindigt wolken schilderen altijd met vervagen. Neem een schone, droge, zachte kwast en strijk met weinig druk over de plekken waar wolk en lucht elkaar raken. Werk in kleine, ronde bewegingen. Is de verf al droog, maak de kwast dan heel licht vochtig en meng een tussentoon van wit en blauw.


Laat wel een paar randen scherp, vooral aan de zonkant waar het licht het felst is. Zachte en scherpe randen naast elkaar geven het gevoel dat de wolk beweegt. Dat evenwicht vinden is misschien wel de grootste stap vooruit in wolken schilderen.
Voeg tot slot een paar kleine, platte wolkjes toe vlak boven de horizon, iets grijzer en blauwer dan de grote wolken. Zet er eventueel een lage strook heuvels of een rij bomen onder. Dan heb je ineens een compleet doek. Wil je verder met het land onder je lucht, dan vind je in onze gids over landschap schilderen de volgende stappen.
Wolkensoorten: welke wolken schilder je eerst?
Niet elke wolk vraagt om dezelfde aanpak. Het KNMI deelt wolken in naar hoogte en vorm. Als je wolken schildert, kom je er drie het vaakst tegen.

Stapelwolken (cumulus)
Dit zijn de bolle wolken van een zonnige dag. Het KNMI beschrijft ze als wolken met scherpe randen, een donkere, platte onderkant en een bovenkant als een bloemkool. Voor beginners zijn ze het fijnst om mee te starten, omdat licht en schaduw zo duidelijk zichtbaar zijn. Het stappenplan hierboven is precies voor deze wolk geschreven.
Gelaagde wolken (stratus)
Een grijze deken zonder duidelijke vorm, laag in de lucht. Wolken schilderen op een grijze dag is vooral een kwestie van grijstinten. Je schildert ze met brede, horizontale streken in verschillende grijzen, van licht naar donker. Laat het blauw hooguit op een paar plekken doorschemeren. Een plat penseel of een waaierkwast werkt hier beter dan een rond penseel.
Vederwolken (cirrus)
Dunne, draderige wolken hoog in de lucht. Volgens het KNMI hangen ze op 6 tot 12 kilometer hoogte en bestaan ze vooral uit ijs. Gebruik weinig verf op een droge kwast en trek snelle, lichte streken in één richting. Het blauw van de lucht moet er overal doorheen blijven schijnen. Juist hier is wolken schilderen een kwestie van op tijd stoppen.
Wil je wolken leren schilderen door naar meesters te kijken? Hollandse schilders zijn al eeuwen goed in wolkenluchten. Bekijk het Gezicht op Haarlem van Jacob van Ruisdael in het Rijksmuseum: een lage horizon onder een enorme lucht vol stapelwolken. Let op hoe klein het land is en hoeveel ruimte de lucht krijgt.
Vijf fouten bij wolken schilderen, en hoe je ze voorkomt
De meeste pogingen om wolken te schilderen die niet lukken, gaan op dezelfde punten mis. Het goede nieuws: je kunt ze allemaal herstellen met een nieuwe laag.
1. Een lijn om de wolk
Teken je eerst een omtrek en kleur je die in, dan krijg je een plaatje in plaats van een wolk. Werk vanuit vlakken, niet vanuit lijnen, en maak de meeste randen zacht.
2. Alles even wit
Een wolk die overal hetzelfde wit is, ziet er plat uit. Zorg altijd voor drie tonen: licht op de top, een middentoon en schaduw aan de onderkant.
3. Zwart in de schaduw
Zwart maakt een wolk zwaar en vuil. Meng je schaduw van blauw, wit en een beetje bruin. Dan blijft hij luchtig.
4. Overal even grote wolken
Als alle wolken even groot zijn, verdwijnt de diepte. Maak de wolken boven in het doek groot en de wolken bij de horizon klein en plat.
5. Blijven poetsen in natte verf
Acryl droogt snel, en dat merk je bij wolken schilderen meteen. Blijf je wrijven in verf die half droog is, dan wordt het vlekkerig en dof. Werk in dunne lagen, laat elke laag drogen en ga dan pas verder.
Lees ook: schilderen op keramiek, schilderij maken, schilderen dieren, schilderen op nummer.
Veelgestelde vragen over wolken schilderen
Welke verf is het best om wolken te schilderen?
Voor wolken schilderen is acrylverf als beginner het makkelijkst. Het droogt snel, zodat je na een paar minuten een nieuwe laag kunt zetten, en je maakt je penselen schoon met water. Met olieverf kun je langer mengen op het doek, maar dan wacht je dagen voordat een laag droog is.
Welke kleuren heb je nodig om wolken te schilderen?
Om wolken te schilderen heb je genoeg aan vier kleuren: ultramarijnblauw, titaniumwit, gebrande sienna en gele oker. Met blauw, wit en sienna meng je de grijzen voor de schaduw, met wit en oker het warme licht op de toppen.
Hoe schilder je wolken met een spons?
Je dept met een licht vochtige natuurspons wat wit op het doek en draait hem een beetje. Wolken schilderen met een spons is daardoor makkelijker dan het klinkt. Zo krijg je in een paar tellen een luchtige structuur. Daarna zet je met een penseel de schaduw en het licht erin, en verzacht je met een droge kwast de plekken die te vlekkerig zijn.
Hoe lang duurt het om een wolkenlucht te schilderen?
Een eenvoudige wolkenlucht schilderen op een doek van 40 × 50 cm lukt meestal in twee tot drie uur, het drogen tussen de lagen meegerekend. Begin je net, plan dan een rustige middag in en schilder liever twee kleine doeken dan één groot.
Kan ik wolken schilderen als ik nog nooit heb geschilderd?
Ja. Wolken schilderen is juist een goed eerste onderwerp, omdat geen twee wolken hetzelfde zijn. Een vorm die anders uitvalt dan je voorbeeld, is gewoon een andere wolk. Volg de zes stappen hierboven en je hebt na één middag een doek waar je trots op kunt zijn.
Waarom zien mijn wolken er plat uit?
Bij wolken schilderen ontbreekt dan meestal het verschil tussen licht en schaduw. Maak de onderkant duidelijk grijsblauw, zet alleen op de toppen puur wit en laat de middentoon daartussen staan. Verzacht daarna de meeste randen, maar niet allemaal.
Hoe schilder je een donkere onweerslucht?
Met dezelfde stappen als bij gewone wolken schilderen, maar met een andere verhouding. Je ondergrond is grijsblauw in plaats van helder blauw, en de wolken bestaan vooral uit schaduw met maar een paar lichte randen. Meng je donkerste grijs van ultramarijn en gebrande sienna, niet van zwart.
Heb je een schildersezel nodig om wolken te schilderen?
Nee, maar het maakt het wel makkelijker. Op een ezel staat je doek rechtop, zodat je de lucht ziet zoals hij straks aan de muur hangt, en zet je makkelijk een stap achteruit. De Rembrandt, een staande ezel van beukenhout met lade, kost € 69,95. Kleinere en goedkopere modellen vind je bij de schildersezels van AYOO.
Wolken schilderen aan je eigen ezel
Wolken schilderen doe je het fijnst staand, met je doek op ooghoogte en ruimte om even achteruit te stappen. Daar is De Rembrandt voor gemaakt: een stevige ezel van FSC-gecertificeerd beukenhout op vier poten, in hoogte verstelbaar van 150 tot 192 cm, met een lade voor je penselen en tubes. Je krijgt er het e-book Ontdek de wereld van kunstschilderen bij, met oefenopdrachten om meteen te beginnen.
Zet je doek klaar, knijp vier kleuren op je palet en begin bij de lucht. De wolken volgen vanzelf.
