Landschap schilderen begint met een horizon en werkt van ver naar dichtbij. Schilder eerst de lucht, dan de verre heuvels in lichte, blauwige tinten, dan het middenstuk en tot slot de voorgrond met donkere, warme kleuren en meer detail. Met acrylverf, een plat penseel en een rond penseel maak je zo in een middag je eerste landschap.
Een landschap is een van de vriendelijkste onderwerpen voor een beginner. Er zit geen gezicht in dat moet lijken, en een boom die iets scheef staat valt niemand op. Je leert er wel de belangrijkste dingen van het schilderen mee: ruimte, licht en kleur. In deze gids lees je hoe landschap schilderen werkt, welke technieken je gebruikt en hoe je het stap voor stap aanpakt. Aan het eind vind je ook een kort overzicht van andere schildertechnieken, zoals abstract schilderen en dotting. Ben je nog helemaal aan het begin? Lees dan eerst ons overzicht over schilderen voor beginners.
Kort samengevat
- Begin met een horizon, nooit precies in het midden van het doek.
- Schilder van ver naar dichtbij: lucht, verre heuvels, middenstuk, voorgrond.
- Ver weg is lichter, blauwer en vager. Dichtbij is donkerder, warmer en scherper.
- Gebruik een plat penseel voor vlakken en een rond penseel voor bomen en gras.
- Houd het eenvoudig: drie vlakken en een paar bomen zijn al een goed landschap.
Waarom een landschap een goed beginnersonderwerp is
Landschap schilderen is een van de oudste onderwerpen in de kunst. Volgens de Nederlandstalige Wikipedia zijn er landschapsschilderingen bewaard gebleven uit het Romeinse Pompeii en Herculaneum, en in Europa werd het begin 15e eeuw een eigen genre. In de zeventiende eeuw werd het landschap in Nederland een groot onderwerp, met veel lucht, water en vlak land.
Een mooi voorbeeld vind je in het Rijksmuseum: De molen bij Wijk bij Duurstede van Jacob van Ruisdael, ongeveer 1668 tot 1670, op een doek van 83 × 101 cm. Het museum beschrijft hoe Ruisdael typisch Nederlandse elementen combineert: vlak land, water en een grote lucht, met de molen als middelpunt. Let op hoe groot de lucht is en hoe weinig er eigenlijk gebeurt in de rest van het doek. Dat is een goede les voor je eerste schilderij: een groot, rustig vlak en één duidelijk punt waar je oog naartoe gaat.
Voor beginners heeft landschap schilderen drie voordelen. Je werkt met grote vlakken, dus je penseel hoeft niet precies te zijn. Je kunt kleuren eenvoudig mengen, want veel groen, blauw en bruin zijn genoeg. En een fout is zo gecorrigeerd: een heuvel iets hoger of lager heeft geen gevolgen. Dat laatste is bij landschap schilderen voor beginners een groot voordeel ten opzichte van portretten of dieren.
Benodigdheden voor landschap schilderen
Voor landschap schilderen met acryl heb je weinig nodig:
- Acrylverf in titaniumwit, ultramarijnblauw, ceruleumblauw, gele oker, een koud geel, een groen (of meng het zelf), gebrande omber en zwart of een donkere omber.
- Een plat penseel van 2 tot 3 cm voor lucht en vlakken.
- Een rond penseel (maat 6 of 8) voor bomen en struiken en een fijn penseel voor takken.
- Een doek van 30 × 40 cm of groter. Landschappen werken goed in liggend formaat.
- Een palet, water, een doek en een ezel. Op een ezel zie je de verhoudingen van de lucht en de horizon het beste. Meer over het kiezen van een schildersezel lees je in onze aparte gids.
Wil je weten hoe je uit weinig tubes veel tinten haalt? Dat staat in onze uitleg over kleuren mengen. Voor groen is dat vooral belangrijk: een tube groen uit de verpakking ziet er vaak kunstmatig uit. Meng liever geel met blauw en voeg wat omber of een druppel rood toe om het te dempen.
Stap voor stap een landschap schilderen
Stap 1 van 6
Stap 1: kies een voorbeeld en zet de horizon
Kies een eenvoudige foto of schets met een duidelijke lucht, een paar vlakken en één of twee bomen. Voor landschap schilderen makkelijk is een veld met een rij bomen of een heuvelrug perfect.
Teken lichtjes de horizon met potlood. Zet hem niet precies in het midden, want dat maakt het schilderij statisch. Een horizon op een derde van de hoogte geeft een grote lucht, een horizon op twee derde geeft meer aandacht aan het land. Kies wat je wilt laten zien. Zo pas je bij landschap schilderen meteen een van de belangrijkste regels van de compositie toe: de verdeling in derden.
Stap 2 van 6
Stap 2: schilder de lucht
Begin bovenaan, met de lucht. Meng ultramarijn met wit voor bovenaan, en ceruleum met veel wit richting de horizon. Werk met een plat penseel en horizontale streken. Wil je wolken? Zet die bij het afwerken van de lucht neer, met wit en een beetje geel of grijs. Een uitgebreid stappenplan vind je bij wolken schilderen en bij lucht schilderen.

De lucht staat altijd achter alles, dus die schilder je als eerste. Laat de verf even drogen voordat je verdergaat.
Stap 3 van 6
Stap 3: zet de verre heuvels neer
De verste heuvels of bergen zijn de lichtste en blauwste. Meng een beetje blauw en wit met een druppel van de kleur van het land. Schilder een zachte, vage band direct onder de horizon. Dit heet luchtperspectief: door de lucht tussen jou en de verte lijkt alles lichter en minder scherp. Wie dit goed toepast, heeft meteen diepte in zijn landschap.
Stap 4 van 6
Stap 4: schilder het middenstuk
Het midden van je landschap is het veld, het bos of het water. Gebruik hier middelgroene en warmere tinten. Schilder eerst de grote vlakken, en zet pas daarna de vorm van de bomen. Laat de verf zichtbaar streken houden. Een boom is een donkere stam met een groep bladeren erop, geen verzameling losse blaadjes. Bij landschap schilderen werkt een spons ook uitstekend voor bladeren en struiken: dep wat donkergroen en daarna een lichtere tint.

Stap 5 van 6
Stap 5: werk de voorgrond uit
De voorgrond is het donkerst, het warmst en het meest gedetailleerd. Zet hier grote grasstreken, een paar bloemen, een pad of een hek. Gebruik een rond penseel en korte streken. Bloemen, zoals klaprozen of madeliefjes, zet je als kleine stippen en vlekken. Wil je meer weten over het schilderen van bloemen? Lees dan onze gids over bloemen schilderen.

Stap 6 van 6
Stap 6: licht en afwerking
Stap achteruit en kijk naar het geheel. Mist er contrast? Maak de schaduwen onder de bomen donkerder en zet een paar lichte accenten op plekken waar het licht op valt, bijvoorbeeld op de rand van een heuvel. Laat het schilderij drogen en zet er later eventueel een laag vernis op.
Tip: knijp je ogen half dicht als je naar je landschap kijkt. Je ziet dan alleen nog licht en donker. Als de vlakken goed staan, klopt het schilderij, ook zonder details.
Kleuren in een landschap
Kleur doet bij landschap schilderen veel meer dan alleen mooi zijn: het geeft ruimte. Warme kleuren komen naar voren, koele kleuren gaan naar achteren. Een rood dak op de voorgrond springt eruit, een blauwe berg ver weg trekt zich terug.
- Groen. Meng het zelf uit geel en blauw. Meer geel geeft lenteachtig groen, meer blauw geeft donker bosgroen. Voeg een beetje rood of omber toe voor een natuurlijke tint.
- Bruin en grijs. Meng ze uit blauw en oranje, voor levendiger resultaten dan uit de tube.
- Schaduw. Schilder een schaduw nooit zwart. Gebruik een donkere tint van de kleur zelf, met een beetje blauw of paars.
- Seizoenen. Lente vraagt frisgroen en geel. Zomer is vol en verzadigd. Herfst is oker, oranje en rood. Winter is wit, grijs en blauw.
Compositie: zo maak je een landschap interessant
Een goed landschap heeft een opbouw. Een paar regels helpen je:
- Regel van derden. Verdeel je doek in drie delen, horizontaal en verticaal. Zet de horizon en je hoofdonderwerp op een van die lijnen of op een snijpunt.
- Voor-, midden- en achtergrond. Drie lagen geven diepte. Laat ze verschillen in kleur en helderheid.
- Een leidende lijn. Een pad, een rivier of een hek leidt het oog het schilderij in.
- Een brandpunt. Eén plek met het meeste contrast, zoals een molen, een boom of een huisje.
- Variatie in hoogte. Zet bomen niet allemaal even groot en even hoog.
Voor landschap schilderen voor beginners is het handig om eerst een klein schetsje van 10 × 15 cm te maken in drie tinten. Zo test je de compositie voordat je het grote doek aanpakt.
Andere landschapsonderwerpen
Landschap schilderen is een brede categorie. Veel onderwerpen vragen een eigen aanpak:
- Zee schilderen: horizontale vlakken, golven en een lichte horizon.
- Bergen en bos: donkere vlakken met lichte randen, met mist voor diepte.
- Winterlandschap: veel wit en blauw, met warme accenten in de lucht.
- Herfstlandschap: warme tinten, veel variatie in een bos.
- Noorderlicht: een donkere nachtlucht met groene en paarse verlopen.
- Aquarel: een lichtere, doorzichtige variant. Lees meer in onze gids over aquarel schilderen.
Schildertechnieken voor een landschap en daarbuiten
Wie landschap schilderen leert, ontdekt vanzelf een aantal basistechnieken. Hieronder een korte lijst van schildertechnieken die ook bij andere onderwerpen van pas komen.
- Vlakken en lagen: de basis van alles. Van dun naar dekkend werken.
- Droogpenseel: een bijna droog penseel voor gras en structuur.
- Dotting: werken met stippen, met een dotting tool of de achterkant van een penseel. Populair bij mandala’s en abstract werk.
- Structuurpasta: een dikke pasta die je met een paletmes opzet voor reliëf. Handig voor bergen, golven en boomschors.
- Spons: voor wolken, bladeren en gras.
- Nat-in-nat: verf op verf voor zachte overgangen.
Abstract schilderen
Abstract schilderen is het tegenovergestelde van een herkenbaar landschap. Je gebruikt kleur, vorm en structuur zonder onderwerp. Veel mensen vinden het prettig als variatie op landschap schilderen: je schildert met dezelfde kleuren, maar zonder dat het ergens op hoeft te lijken. Begin met drie kleuren en een paletmes en kijk wat er gebeurt. Er bestaan abstract schilderen workshops en een online cursus abstract schilderen, als je begeleiding zoekt.
Portret schilderen
Een portret is lastiger dan een landschap, omdat je gezicht meteen herkenbaar moet zijn. Bij portret schilderen oefen je eerst met verhoudingen: de ogen liggen halverwege het hoofd, de neus halverwege tussen ogen en kin. Veel mensen werken stap voor stap vanaf een foto, soms met een projector om de basisvorm over te nemen. Bouw eerst ervaring op met landschappen voordat je aan portretten begint.
Met kinderen een landschap maken
Een landschap schilderen met kinderen werkt goed, omdat de vormen eenvoudig zijn. Laat kinderen eerst de lucht doen met een grote kwast en dan zelf een boom, een huis of een zon bedenken. Het hoeft niet realistisch te zijn. Een paars veld onder een gele lucht is net zo goed een landschap. Gebruik schort of oude kleren, want acrylverf gaat droog niet meer uit kleding.
Buiten of binnen schilderen
Je kunt een landschap vanuit een foto in huis schilderen, maar ook buiten ter plekke. Buiten werken heet plein air en kwam in de negentiende eeuw op, toen schilders van de Franse Barbizonschool naar buiten trokken om realistische landschappen te schilderen. Buiten zie je kleuren en licht zoals ze echt zijn, maar het licht verandert snel. Werk daarom klein, bijvoorbeeld op een paneel van 20 × 30 cm, en kijk vooral naar de grote vlakken. Neem een opklapbare ezel mee, een paar tubes, twee penselen en een fles water. Een korte schets van een uur is genoeg om thuis uit te werken.
Schilder je thuis vanaf een foto, kies dan een foto die je zelf hebt gemaakt. Je kent dan het licht en de sfeer, en dat zie je terug in het schilderij. Zet de foto op een scherm of print hem uit en hang hem naast je ezel, zodat je voortdurend kunt vergelijken.
Je schilderij afmaken en bewaren
Laat een acrylschilderij minstens een dag goed drogen voordat je het aanraakt. Wil je het beschermen, dan kun je na een week een laag vernis aanbrengen, glanzend of mat. Een landschap met een groot lichtvlak, zoals een lucht, krijgt bij mat vernis een rustiger uiterlijk. Hang je werk op een plek zonder direct zonlicht. Schilder je graag meer werken in dezelfde stijl, maak dan een kleine serie van drie doeken in dezelfde kleuren: samen hangen ze mooi aan de muur.
Veelgemaakte fouten bij landschap schilderen
- De horizon in het midden zetten. Kies voor een derde of twee derde.
- Alles even scherp en even donker maken. Ver weg is lichter en vager.
- Te veel details op de achtergrond. Details horen voorop.
- Groen uit de tube gebruiken. Meng zelf voor natuurlijke tinten.
- Alle bomen even groot maken. Variatie in hoogte maakt het levend.
- Zwart voor schaduw. Gebruik donkere versies van de kleur zelf.
- Een scheve horizon. Gebruik een liniaal of tape om hem recht te zetten, of kijk even vanaf een afstand.
Veelgestelde vragen over landschap schilderen
Hoe begin je met landschap schilderen?
Zet een horizon op een derde van je doek en schilder eerst de lucht. Werk daarna van ver naar dichtbij: heuvels, middenstuk, voorgrond. Gebruik acrylverf, een plat en een rond penseel en een doek van 30 × 40 cm.
Welke verf is het beste voor landschap schilderen?
Acrylverf is voor beginners het makkelijkst: hij droogt snel, je kunt lagen over elkaar zetten en je maakt je penselen schoon met water. Olieverf geeft zachtere overgangen, maar vraagt meer geduld.
Hoe schilder je diepte in een landschap?
Maak verre dingen lichter, blauwer en vager, en dichtbije dingen donkerder, warmer en scherper. Laat daarnaast voorwerpen elkaar overlappen en gebruik drie lagen: voor-, midden- en achtergrond.
Hoe meng je een natuurlijk groen?
Meng geel en blauw en voeg een beetje omber of rood toe om het te dempen. Meer geel geeft een frisse lentekleur, meer blauw een donkere bosgroen.
Welk formaat doek is het best voor een eerste landschap?
Een liggend doek van 30 × 40 cm is groot genoeg om vrij te schilderen en klein genoeg om in één sessie af te krijgen.
Kun je een landschap schilderen vanaf een foto?
Ja, dat is voor beginners het makkelijkst. Kies een foto met een duidelijke lucht en weinig details. Je hoeft hem niet exact na te schilderen: vereenvoudig gerust.
Wat is het verschil tussen een landschap en abstract schilderen?
Een landschap heeft een herkenbaar onderwerp met ruimte en diepte. Abstract schilderen werkt met kleur, vorm en structuur zonder herkenbaar onderwerp.
Is landschap schilderen geschikt voor kinderen?
Zeker. De vormen zijn eenvoudig en een fout is er niet. Laat kinderen een lucht, een boom en een huis schilderen en kleuren kiezen die ze mooi vinden.
Landschap schilderen aan je eigen ezel
Voor landschap schilderen wil je je doek rechtop en op ooghoogte, zodat je de horizon recht houdt en de diepte goed beoordeelt. De Rembrandt is een stevige ezel van FSC-gecertificeerd beukenhout op vier poten, in hoogte verstelbaar van 150 tot 192 cm. In de lade onder het werkvlak liggen je penselen en tubes binnen handbereik. Je krijgt er het e-book Ontdek de wereld van kunstschilderen bij, met oefenopdrachten voor de eerste weken.
Zet een horizon op een derde van je doek en schilder eerst de lucht.
