Breien is stoffen maken van een draad met twee naalden: je zet een rij lussen op, haalt er telkens nieuwe lussen doorheen en kant het geheel aan het eind af. Wie breien wil leren heeft genoeg aan twee naalden, een bol wol en twee steken, de rechte en de averechtse steek. Met die twee steken breit je al een sjaal, een dishcloth en een muts.
Heb je nog nooit een naald in je hand gehad? Dan is breien voor beginners makkelijker dan het eruitziet. Je leert in een middag de basis, en na een paar rijen werken je handen vanzelf. Deze gids loopt het hele traject met je door: van de keuze van naalden en wol tot het afkanten van je eerste stuk. Per onderdeel verwijzen we naar een uitgebreidere uitleg, zodat je diep kunt gaan waar je dat wilt.
Kort samengevat
- Begin met naalden van 5 tot 6 mm en een gladde, middeldikke wol in een lichte kleur.
- Je hebt maar twee steken nodig: rechts en averechts.
- Zet 20 steken op, brei een lapje en kant het af. Dat is je eerste oefenstuk.
- Een sjaal in ribbelsteek is het ideale eerste project: rechte rijen, geen minderen of meerderen.
- Telkens als je de steken telt na een paar rijen, vang je fouten op voordat ze groot worden.
Wat is breien en wat heb je nodig?
Breien is een van de oudste textieltechnieken die we nog dagelijks gebruiken. Volgens het overzicht op Wikipedia over breien is het waarschijnlijk ontstaan uit nalbinding en ontwikkeld in het Midden-Oosten. De oudste bekende gebreide stukken komen uit Egypte, en de techniek kwam via handel en ambacht in Nederland terecht. Dat je nu nog steeds met twee naalden een trui kunt maken, zegt iets over hoe goed het principe werkt.
Voor je eerste stuk heb je weinig nodig:
- Twee breinaalden. Kies naalden van 5 tot 6 mm. Dikke naalden geven grote steken die je goed kunt zien en tellen. Meer over soorten en maten lees je in onze uitleg over breinaalden.
- Een bol wol of katoen. Kies een gladde draad, niet te donker en zonder pluizige haartjes. Zo zie je je steken en kun je ze terugvinden als je iets loshaalt.
- Een schaar en een stopnaald. De stopnaald heb je aan het eind nodig om draden weg te werken.
- Een stekenmarkeerder of een stukje draad. Handig om je begin van de rij te markeren, vooral als je later rond gaat breien.
Op het bandje van de wol staat welke naaldmaat past. De Craft Yarn Council geeft in zijn overzicht van garengewichten een richtlijn: voor middeldik garen (categorie medium) gebruik je naalden van ongeveer 4,5 tot 5,5 mm, voor dik garen (bulky) 5,5 tot 8 mm. Die waarden zijn richtlijnen, geen wet. Brei je strak, dan neem je een maat groter, brei je los, dan een maat kleiner.
Stap 1: kies wol die je het leven makkelijk maakt
Je eerste bol bepaalt voor een groot deel of je plezier hebt in het breien. Een paar vuistregels:
- Effen en licht. In een donkere draad zie je de lussen niet. Een gemêleerde of pluizige draad verbergt fouten, maar maakt het ook lastig om ze op te sporen.
- Gedraaid in plaats van los gesponnen. Een draad die uit meerdere dunne draden bestaat, splijt minder snel als je met de naald erdoorheen gaat.
- Wol, katoen of een mengsel. Wol is elastisch en vergeeft veel. Katoen is stugger en dus iets lastiger voor je handen, maar heel fijn voor een dishcloth. Een mengsel van wol en acryl is makkelijk te wassen.
- Niet te dun. Dunne sokkenwol is leuk, maar niet voor je eerste dag. Begin dik en ga later terug naar dunner.
Wil je meer weten over de verschillen, kijk dan bij de uitleg over wol kopen. Je koopt trouwens het liefst een bol extra: kleur en partij verschillen soms, en dan zie je een lijn midden in je werk.
Stap 2: zet je steken op
Een eerste rij steken op de naald zetten heet opzetten. Er zijn meerdere methodes, met als bekendste de duimmethode en de gesloten methode. Voor een beginner werkt de duimmethode het prettigst, omdat hij elastisch genoeg is en weinig vraagt van je handen.

Zo werkt de duimmethode in het kort:
- Laat een draadeinde achter van ongeveer drie keer de breedte van je werk. Voor 20 steken is dat ruim een meter.
- Maak een slipsteek en schuif die op de naald.
- Leg het draadeinde om je duim en de draad van de bol over je wijsvinger.
- Haal de naald onder de duimlus door, pak de draad van je wijsvinger en trek die door de lus.
- Laat de duimlus los en trek aan. Je hebt nu twee steken.
- Herhaal tot je 20 steken hebt.
Het opzetten is het onderdeel waar de meeste beginners op vastlopen, en het levert de meeste vragen op. Daarom staat het stap voor stap uitgelegd in onze gids over breien opzetten en steken, met alle methodes naast elkaar.
Tip: zet ruimer op dan je denkt. Strak opgezette steken trekken de rand samen en maken het eerste stuk moeilijk te breien. Houd de naald waarmee je opzet een maat dikker, of leg twee naalden naast elkaar.
Stap 3: brei de rechte steek
De rechte steek is de basis van alle breiwerk. Je houdt de naald met de opgezette steken in je linkerhand en de lege naald in je rechter. Dan:

- Steek de rechter naald van voor naar achter in de eerste steek op de linker naald.
- Leg de draad van achter naar voren om de rechter naald.
- Haal de rechter naald met de draad terug door de steek naar voren.
- Schuif de oude steek van de linker naald af.
Dat is één steek. Herhaal dit tot de linker naald leeg is, draai je werk om en begin opnieuw. Brei je elke rij rechts, dan ontstaat de ribbelsteek: een stevig, plat patroon met horizontale ribbels dat niet omkrult. Dit is de steek die we aanraden voor je eerste sjaal.
Brei je het eerste stuk, probeer dan om je steken niet te strak aan te trekken. Een losse draad rond de naald is makkelijker te hanteren dan een strakke. Je handen leren vanzelf wat de juiste spanning is. Dat duurt meestal twee of drie rijen.
Stap 4: brei de averechtse steek
De averechtse steek lijkt op de rechte steek, maar dan gespiegeld. De draad ligt nu voor de naald in plaats van erachter, en je steekt de naald van achter naar voren in de steek.
Met de averechtse steek in de buurt van de rechte steek ontstaan alle bekende patronen:
- Tricotsteek (glad rechts): de ene rij rechts, de andere rij averechts. Aan de voorkant zie je kleine V-vormpjes, aan de achterkant ribbeltjes. Het werk rolt wel op aan de randen, dus je breit er vaak een boordje van een paar rijen ribbel omheen.
- Boordsteek: twee steken rechts, twee steken averechts, steeds afwisselend. Heel elastisch, dus ideaal voor manchetten, halsboorden en mutsen. De Wikipedia-uitleg noemt de boordsteek precies daarom bij manchetten en halslijnen.
- Rijstkorrelsteek: een rechte en een averechtse steek afwisselend, met een omgekeerde volgorde in de volgende rij. Ziet er stevig uit en rolt niet op.
Oefen de averechtse steek eerst op een los lapje van 20 steken en brei hem een paar centimeter. Zo kun je ongestoord leren zonder dat je aan een echt project werkt.
Stap 5: kant af en werk je lapje af
Afkanten betekent dat je de steken van de naald afhaalt, zodat het werk niet kan uitrafelen. Zo doe je dat:
- Brei twee steken rechts.
- Til met de linker naald de eerste steek over de tweede en laat hem vallen.
- Brei nog een steek en haal weer de vorige steek eroverheen.
- Herhaal tot er één steek op de rechter naald staat.
- Knip de draad af met een uiteinde van een paar centimeter, haal hem door de laatste lus en trek aan.
Kant je af in het patroon, dus rechte steken rechts en averechtse steken averechts, dan blijft de rand mooi elastisch. Kant je te strak af, dan krijgt je werk een trekkende rand. Gebruik dan een grotere naald om af te kanten.
Werk daarna de draden weg met een stopnaald: steek de draad een paar centimeter heen en weer door de steken aan de achterkant. Niet doorknippen vlak bij de rand, anders komt het los.
Stap 6: lees je breiwerk en herstel fouten
Het fijne van breien is dat bijna alles te herstellen is. Een paar fouten komen steeds terug:
- Een steek erbij of eraf. Tel je steken aan het einde van elke rij of na tien rijen. Heb je er een te veel of te weinig, dan trek je de laatste rijen los.
- Een gevallen steek. Zie je een gat of een verticale ladder, dan is er een steek van de naald gevallen. Met een haaknaald haal je de steek terug omhoog. Dit is waar een kleine haaknaald handig voor is, ook als je alleen breit.
- Een draaiende steek. Als je steken er verdraaid uitzien, steek je de naald vanuit de verkeerde kant in. Let op hoe de steek op de naald ligt.
- Een wisselende spanning. Dat verdwijnt met oefening. Gebruik dezelfde handpositie en til je draad niet steeds anders op.
Een gevorderde manier om fouten te voorkomen is om je werk te leren lezen. Een rechte steek lijkt een V, een averechtse steek een kleine bult. Als je dat ziet, weet je meteen in welke rij je zit en wat je volgende rij is.
Welke breistijl past bij jou: Engels of continentaal?
Er zijn twee manieren om de draad vast te houden. Bij de Engelse stijl hou je de draad in je rechterhand en gooi je hem om de naald. Bij de continentale stijl hou je de draad in je linkerhand en pak je hem met de naald op. Continentaal gaat sneller en is minder vermoeiend voor je pols, zeker bij veel averechte steken. Engels voelt voor veel beginners natuurlijker, omdat je je rechterhand het werk laat doen.
Probeer beide. Het maakt voor het eindresultaat niet uit, het gaat om wat jouw handen prettig vinden. Merk je dat je handen moe worden, probeer dan de andere stijl.
Eerste projecten: wat brei je als eerste?
Een goed beginnersproject gebruikt alleen de basis en geeft snel resultaat. Een paar suggesties, van makkelijk naar iets uitdagender:

- Een dishcloth of vaatdoekje. Klein, snel af, en als er een fout in zit gebruik je hem gewoon. Katoen is hier ideaal.
- Een sjaal in ribbelsteek. Een rechthoek zonder vormgeving. Je leest er alles over in ons stappenplan voor een sjaal breien.
- Een muts in boordsteek. Je gaat rond breien met een rondbreinaald of een set van vijf naalden.
- Een trui. Dit is het volgende niveau, met minderen, meerderen en een patroon. Alles wat je daarvoor nodig hebt, staat in onze uitleg over een trui breien.
Wil je een patroon volgen? Dan helpt het om te weten hoe je er een leest. Dat staat uitgelegd in onze pagina over breipatronen, en een breipatroon vinden en kiezen werk je er stap voor stap uit.
Breien met de hand of met een breimachine?
Handbreien is het rustigst, en je hebt er niets voor nodig behalve naalden. Een breimachine is een ander verhaal: die breit grote stukken veel sneller, maar vraagt een investering, ruimte op tafel en een leertraject. Voor de meeste mensen die willen ontspannen is handbreien de betere keuze.
Overweeg je een machine voor veel stukken, bijvoorbeeld voor een kleine verkoop of voor trui na trui, lees dan eerst onze vergelijking van de breimachine. Daar zie je wat je ermee wint en wat je opgeeft.
Haken of breien: wat is makkelijker?
Veel beginners twijfelen tussen haken en breien. Breien gebruikt twee naalden en tientallen lussen tegelijk op de naald, waardoor een fout snel zichtbaar is maar ook ineens veel steken raakt. Haken werkt met één haaknaald en één lus, en daar lijkt het in het begin wat overzichtelijker. De uitkomst verschilt ook: gebreide stof is vlak en elastisch, gehaakte stof is dikker en stevig.
Beide leer je in een paar middagen. Kijk eens bij onze pagina over haken om te zien wat je met de haaknaald kunt. Veel mensen doen uiteindelijk allebei: breien voor kleding, haken voor knuffels en dekens.
Veelgestelde vragen over breien
Hoe leer ik breien als beginner?
Begin met twee naalden van 5 tot 6 mm, een bol gladde wol, en zet 20 steken op. Brei een lapje van tien rijen in ribbelsteek, kant af en herhaal dat een keer. Daarna ben je klaar voor een sjaal. Met een video naast je werk lukt het sneller, omdat je de handbeweging ziet.
Welke naalden zijn het best voor beginners?
Houten of bamboe naalden van 5 tot 6 mm zijn het fijnst. Het materiaal heeft wat grip, waardoor de steken minder snel van de naald glijden. Metalen naalden zijn glad en dus snel, maar voor beginners vaak te glad.
Hoeveel steken zet ik op voor mijn eerste stuk?
Voor een oefenlapje volstaan 20 steken. Voor een sjaal van ongeveer 20 cm breed zet je 30 tot 40 steken op met middeldikke wol. Maak eerst een proeflapje van 10 bij 10 cm om te zien hoeveel steken er in jouw spanning in 10 cm gaan.
Wat is het verschil tussen rechts en averechts breien?
Bij rechts breien steek je de naald van voren naar achter in de steek en ligt de draad achter het werk. Bij averechts doe je het omgekeerde: de naald gaat van achter naar voren en de draad ligt voor het werk. Aan de buitenkant zie je bij rechts een V en bij averechts een kleine bult.
Hoe lang duurt het om te leren breien?
De basis leer je binnen een middag, maar een gelijkmatige spanning kost een paar projecten. Reken op een of twee weken regelmatig oefenen voordat een sjaal er netjes uitziet. Dat hangt af van hoeveel tijd je per dag hebt.
Hoe kant ik af zonder dat de rand te strak wordt?
Brei de steken losjes af en gebruik, als het nodig is, een naald die een maat dikker is. Trek bij het afkanten de draad niet strak aan, maar laat een paar millimeter ruimte. Dan blijft de rand even elastisch als de rest van je werk.
Kan ik breien en tegelijk tv kijken?
Zodra je rechte steken kunt breien zonder te kijken, ja. Dat noemen breiers blind breien. Voor een ribbelsteek-sjaal is dat prima. Voor patronen met telwerk of kabels blijf je beter kijken.
Is breien duurder dan haken?
Nee, de kosten zijn vergelijkbaar. Breinaalden kosten wat meer dan één haaknaald, maar je gebruikt ze langer. De wol is voor beiden hetzelfde. Voor een truitje heb je met breien meestal iets minder garen nodig dan met haken, omdat gebreide stof dunner is.
Verder lezen
Breien leren is stap voor stap werken: opzetten, breien, afkanten. Kies hierna wat bij je past:
- Haken en breien: de overzichtspagina met alles over wol, naalden en patronen.
- Breien opzetten en steken voor elke opzetmethode naast elkaar.
- Breipatronen voor gratis en betaalde ideeën.
- Een sjaal breien als eerste echt project.
- Breinaalden om de juiste maat en het juiste materiaal te kiezen.
