Breien opzetten steken doe je door een rij lussen op je breinaald te maken, zodat je de eerste echte rij kunt breien. De drie bekendste manieren zijn de opzet met één naald, de kabelopzet en de opzet met een lange draad. Voor beginners is de opzet met één naald het makkelijkst, voor een mooie, stevige rand kies je de kabelopzet.
Hoeveel steken je nodig hebt, hangt af van de breedte van je werk en van je proeflapje. In deze uitleg over breien steken opzetten lees je hoe elke methode werkt, welke je waarvoor gebruikt en wat je doet als je rand te strak of te los wordt. Nog nooit gebreid? Begin dan bij onze gids over breien en de pijler haken en breien.
Kort samengevat
- Een rij opgezette steken is de basis van je breiwerk: elke lus is één steek.
- Beginners starten het best met de opzet met één naald: één draad, geen rekenwerk.
- De kabelopzet geeft een stevige, strakke rand, de lange draad een rekbare.
- Zet altijd een steek of twee meer op dan je nodig hebt, en tel daarna na.
- Zet je op met een naald die een maat dikker is, dan wordt je rand minder strak.
Wat betekent steken opzetten bij breien?
Breien is volgens de Nederlandstalige Wikipedia een techniek waarbij garen met twee of meer naalden tot textiel wordt verwerkt. Elke lus op die naald is een steek. Voordat je kunt breien, moet er dus een eerste rij lussen op de naald staan. Dat is wat breien opzetten steken inhoudt: je maakt de startrij van je breiwerk.
De opzetrand is meer dan alleen een start. Hij bepaalt hoe je werk onderaan aanvoelt. Een strakke opzet zorgt voor een rand die niet meegeeft, wat lastig is bij een sok of mouwboord. Een losse opzet geeft een rand die uitrekt en soms uitgerold ligt. Daarom kies je de opzet bij het project dat je gaat breien. Weet je al welke naald je nodig hebt? In onze uitleg over breinaalden vind je de maten.
Hoeveel steken moet je opzetten?
Het aantal steken bepaalt de breedte van je werk. Je rekent het zo uit:
- Haak of brei eerst een proeflapje van ongeveer tien bij tien centimeter in het patroon dat je gaat gebruiken.
- Tel hoeveel steken er in tien centimeter zitten.
- Deel dat getal door tien. Dat is het aantal steken per centimeter.
- Vermenigvuldig met de breedte van je werk in centimeters.
Heb je bijvoorbeeld twintig steken per tien centimeter, en wil je een sjaal van twintig centimeter breed, dan zet je veertig steken op. Past je patroon een bepaald aantal steken, zoals een herhaling van vier, dan rond je af op dat getal. Een patroon geeft het aantal steken bijna altijd zelf aan, dus je hoeft het alleen uit te rekenen als je een eigen ontwerp maakt. Meer over het lezen van patronen vind je in breipatroon en in breipatronen.
Tip: zet liever twee steken te veel op dan één te weinig. Een steek extra haal je later in de eerste rij eenvoudig weg, terwijl een steek te weinig betekent dat je opnieuw moet beginnen.
Methode 1: opzetten met één naald
Dit is de makkelijkste manier. Je hebt maar één draad en één naald nodig, en je hoeft niets uit te rekenen.
Zo doe je het
- Maak een slipknoop en schuif die op je linkernaald. Dit is je eerste steek.
- Steek je rechternaald van voor naar achter in de steek.
- Leg de draad om de rechternaald en haal een nieuwe lus door.
- Zet deze nieuwe lus op de linkernaald, en trek hem niet te strak.
- Herhaal vanaf stap 2, nu door de laatste steek.
Zo groeit je rij steek voor steek. Het resultaat is een elastische rand, handig voor dingen die moeten meegeven.
Voor- en nadelen
De opzet met één naald is eenvoudig en vergeeft fouten. Je hoeft geen lengte draad in te schatten. De rand is wel iets losser en minder netjes dan bij andere methodes, en hij is minder geschikt voor boorden. Voor een sjaal of deken is hij prima.
Methode 2: de kabelopzet
De kabelopzet geeft een stevige, strakke en nette rand. Veel breiers gebruiken hem als de rand van een trui of vest zijn vorm moet houden. Je zet er steken mee op die netter ogen dan bij de opzet met één naald.

Zo doe je het
- Zet met de opzet met één naald twee steken op de linkernaald.
- Steek de rechternaald niet in de laatste steek, maar tússen de eerste en de tweede steek op de linkernaald.
- Leg de draad om de rechternaald en haal een lus door.
- Zet de lus op de linkernaald. Je hebt er nu een steek bij.
- Steek de rechternaald opnieuw tussen de eerste twee steken en herhaal tot je genoeg steken hebt.
Doordat je steeds tussen twee steken werkt, krijgt de rand een stevig, gesloten touwtje. Dat is de reden dat hij zo netjes oogt.
Voor- en nadelen
Een kabelopzet is minder rekbaar dan de lange draad. Voor een sjaal of de onderkant van een vest is dat fijn. Voor een sokkenboord moet je goed opletten dat hij niet te strak wordt. Zet je te strak op, neem dan voor alleen deze rij een naald van een maat dikker.
Methode 3: opzetten met een lange draad
Deze methode gebruikt één draad die je om duim en wijsvinger legt, en geeft een mooie, rekbare rand. Het is de favoriet voor boorden en voor kleding.

Zo doe je het
- Laat een stuk draad hangen van ongeveer drie keer de breedte van je werk. Dat is je opzetdraad.
- Maak een slipknoop en zet die op je rechternaald.
- Houd de draad met het korte eind om je duim en het lange eind (van de bol) om je wijsvinger.
- Steek de naald onder de draad om je duim, pak de draad van je wijsvinger en haal hem door de lus om je duim.
- Laat de duimlus los en trek aan voor een strakke steek.
- Herhaal totdat je alle steken hebt.
Het is even wennen, vooral het ritme van je duim en wijsvinger. Na tien steken gaat het vanzelf. Om te weten hoe lang je draadeind moet zijn, kun je een richtwaarde gebruiken: ongeveer één centimeter draad per steek bij middeldik garen, plus wat extra voor het afhechten. Dat is een schatting, geen vaste regel, want dikker garen heeft meer draad per steek nodig.
Voor- en nadelen
De lange-draadopzet geeft een nette, elastische rand en is perfect voor kleding. Het nadeel is dat je de lengte van de draad moet inschatten. Kom je draad tekort, dan moet je opnieuw beginnen. Een veilige oplossing is om een flink stuk extra te laten hangen.
Welke opzet kies je waarvoor?
| Project | Beste opzet | Waarom |
|---|---|---|
| Sjaal of deken | Eén naald | Eenvoudig, genoeg rek |
| Muts of boord | Lange draad | Rekbare rand die meegeeft |
| Trui of vest | Kabelopzet of lange draad | Stevig of elastisch, naar keuze |
| Sokken | Lange draad | Rek aan de bovenrand |
| Proeflapje | Eén naald | Snel en zonder rekenwerk |
Weet je het niet? Kies de lange draad voor alles wat om je lichaam zit en de opzet met één naald voor alles wat plat blijft liggen.
Breien opzetten steken met één draad of met dubbele draad
Bij veel opzetmethodes werk je met één draad, maar je kunt ook met een dubbele draad opzetten. Dat geeft een stevigere, dikkere rand die minder snel uitrekt. Je neemt dan twee draden naast elkaar, bijvoorbeeld van het begin en het eind van je bol, en zet beide tegelijk op.
Een dubbele draad gebruik je voor een rand die veel te verduren krijgt, zoals een muts of een tas. Voor alledaags breiwerk met één draad is hij niet nodig. Zet je met een dubbele draad op, brei dan de eerste rij met één draad door, en laat het tweede eind los hangen om later weg te werken.
Na het opzetten: de eerste rij breien
Heb je alle steken opgezet? Tel ze dan, voordat je verder gaat. Het is verleidelijk om meteen door te breien, maar een verkeerd aantal vind je later veel lastiger terug. Daarna gaat de naald met de steken in je linkerhand en begin je de eerste rij.
Breien na het opzetten van de steken begint meestal met recht breien. Volgens de Nederlandstalige Wikipedia staat bij de ribbelsteek elke steek recht, en bij de tricotsteek wissel je rechte en averechte rijen af. Voor je eerste lapje is de ribbelsteek het makkelijkst. Elke rij is hetzelfde, en je krijgt vanzelf een netjes golvend resultaat.
Let in de eerste rij op de draadspanning. Veel beginners trekken de eerste rij na het opzetten te strak aan, omdat de opzetrand stevig voelt. Houd de draad net zo los als bij het opzetten. Zo blijft je werk gelijkmatig. Voor het afwerken van je breiwerk en het volgen van een patroon vind je meer in onze pagina over een breipatroon.
Breien steken opzetten voor beginners: een vaste volgorde
Als beginner helpt het om een vaste volgorde aan te houden bij het breien opzetten van steken. Zo weet je steeds waar je bent en voorkom je de meeste fouten.
Kies eerst je garen en naalden. Bij middeldik garen past een naald van 4 tot 5 mm, en de verpakking van het garen geeft een aanbeveling. De maat van een breinaald wordt volgens de Nederlandstalige Wikipedia aangegeven als diameter in millimeters, meestal van 2 tot 15 mm. Zet daarna een proeflapje op met twintig steken, en brei er een tiental rijen in ribbelsteek. Meet het lapje. Past het bij het patroon dat je wilt breien? Dan kun je beginnen aan je echte werk. Zo niet, dan pas je je naalddikte aan.
Zet vervolgens het echte aantal steken op. Tel na elke tien steken, of leg een steekmarkeerder na elke tien. Dat voelt omslachtig, maar het bespaart je later veel haalwerk. Heb je een patroon met een herhaling van bijvoorbeeld zes steken plus twee randsteken? Rond dan af op het dichtstbijzijnde getal dat past, anders klopt het patroon na een paar rijen niet meer.
Waarom je opzetrand ertoe doet bij de afwerking
Een opzetrand is ook later nog zichtbaar. Bij een sjaal ligt hij als eindrand tegen de nek. Bij een muts of trui komt hij als boord rond je hoofd of middel. Je wilt dat hij net zo veel rek heeft als de rest van je werk. Is de opzetrand te strak, dan trekt hij de rest van het werk samen en krijg je een kegelvorm. Is hij te los, dan golft hij.
Een goede controle is om je werk een keer licht uit te rekken zodra je een paar rijen hebt gebreid. Geeft de rand ongeveer net zo mee als de rest? Dan zit je goed. Zo niet, haal dan de eerste paar rijen uit en zet opnieuw op met een grotere of kleinere naald. Het kost een kwartier en voorkomt dat je tientallen uren in iets steekt waarvan de rand niet goed zit.
Houd ook rekening met de plek waar je later een boord of een rand aan wilt zetten. Die brei je meestal in een rekbare boordsteek, afwisselend twee rechte en twee averechte steken. De Nederlandstalige Wikipedia noemt de boordsteek rekbaarder dan de tricotsteek en geschikt voor boorden en kragen. Bij een boord werkt een rekbare opzet, zoals de lange draad, het beste.
Veelgemaakte fouten bij het opzetten
Te strak opzetten
De meest voorkomende fout. De steken passen nauwelijks op de naald en de eerste rij is een gevecht. Zet op met een naald die een maat dikker is, of houd de lus losjes tussen de steken.
Te los opzetten
Het tegenovergestelde: de rand golft of rekt uit. Gebruik een lange draad of zet met een dunnere naald op.
De steken zijn gedraaid
Je naald zit dan achter de steken in plaats van voor. De rij draait en je breiwerk wordt een kronkel. Controleer na het opzetten of alle lussen dezelfde kant op wijzen.
Het aantal klopt niet
Tel altijd na. Heb je er een te veel, haal er dan in de eerste rij een af. Mis je er een, begin dan opnieuw of zet er in de eerste rij een bij.
Veelgestelde vragen over breien opzetten steken
Hoe zet je steken op bij breien?
Je maakt een slipknoop, zet die op je naald, en haalt dan steeds een nieuwe lus door de laatste steek heen. Zo bouw je een rij lussen op. Bij de opzet met één naald zet je elke nieuwe lus op de linkernaald. Voor beginners is dit de makkelijkste methode.
Hoeveel steken moet je opzetten?
Dat hangt af van de breedte van je werk en van het aantal steken per centimeter in je proeflapje. Deel het aantal steken in tien centimeter door tien, en vermenigvuldig met de gewenste breedte. Het patroon geeft meestal al een aantal.
Wat is de makkelijkste manier om steken op te zetten?
De opzet met één naald. Je hebt één draad nodig en hoeft de lengte niet in te schatten. De rand is wat losser dan bij andere methodes, maar voor een sjaal of een proeflapje werkt hij goed.
Hoe zet je steken op voor beginners?
Begin met de opzet met één naald. Maak een slipknoop, zet er steek voor steek nieuwe lussen aan toe en tel na. Brei daarna een paar rijen recht om gewend te raken aan het ritme.
Wat doe je als de opzetrand te strak is?
Zet op met een naald die een maat dikker is, of werk wat losser. Heb je een strakke rand, dan kun je die niet makkelijk achteraf losser maken, dus begin liever opnieuw. Een kabelopzet is strakker dan een lange draad, dus kies de laatste voor boorden.
Kun je steken opzetten met een dubbele draad?
Ja. Je neemt twee draden samen en zet beide tegelijk op. Dat geeft een stevige, dikke rand. Brei de eerste rij daarna met één draad door.
Hoeveel draad heb je nodig voor de lange-draadopzet?
Als richtwaarde ongeveer een centimeter draad per steek bij middeldik garen, plus wat extra. Heb je liever zekerheid, dan laat je een flink stuk extra hangen. Dikker garen vraagt meer draad per steek.
Wat doe je na het opzetten van de steken?
Tel de steken, controleer of ze niet gedraaid zijn en begin met de eerste rij. De meeste beginners breien recht, in ribbelsteek, en wisselen later naar tricot of ribbels.
Verder lezen over breien
Steken opzetten is het begin. Op AYOO lees je verder over alles wat erbij komt kijken.
- De gids over breien en de pijler haken en breien.
- Leer een breipatroon lezen en bekijk breipatronen.
- Kies de juiste breinaalden.
