Tekenen met potlood begint met drie dingen: een paar potloden in verschillende hardheden, papier met een lichte structuur en een gum. Met HB voor lichte lijnen, 2B voor middentonen en 4B voor het donkerste werk teken je bijna alles, van een simpel voorwerp tot een portret. Het is de goedkoopste en vergevingsgezindste manier om te leren tekenen.
Veel mensen onderschatten wat er met één potlood kan. Je tekent lijnen, vult vlakken, maakt zachte schaduw en haalt licht terug met een gum. In dit artikel leer je tekenen met potlood in de goede volgorde: eerst het materiaal, dan de lijn, dan de schaduw en tot slot oefeningen voor elke week. Wil je de brede basis van tekenen? Dan staat die in onze gids leren tekenen.
Kort samengevat
- Een set van HB, 2B en 4B is genoeg om mee te beginnen.
- H staat voor hard en licht, B voor zacht en donker. Er is geen vaste norm tussen merken.
- Teken eerst licht en bouw donkerder op. Druk bepaalt de toon, niet het potlood alleen.
- Gebruik de zijkant voor vlakken en de punt voor lijnen en detail.
- Een kneedgum is een tekengereedschap, geen foutenverwijderaar.
Welk potlood kies je voor tekenen
Op een potlood staan letters en een cijfer. Volgens de uitleg over potloodgraderingen staat H voor hardheid, B voor zwartheid en is HB de standaard schrijfgraad. Meer B’s betekent zachter en donkerder, meer H’s harder en lichter. De reeks loopt gewoonlijk van 9H tot 9B, en er is geen industriestandaard: dezelfde gradatie kan per merk anders uitvallen. Probeer daarom een schaal van licht naar donker in je eigen set uit voordat je aan een tekening begint.

Wat gebruik je voor wat?
- H en 2H: hard en licht. Goed voor technisch tekenen, hulplijnen en lichte schetsen. Bij veel druk kunnen ze groeven in het papier maken.
- HB: de standaard. Geschikt voor schetsen en eerste lijnen.
- 2B en 4B: zacht. Geven middentonen en schaduw. Het meest gebruikt bij tekenen met potlood voor beginners.
- 6B tot 8B: heel zacht en donker. Voor diepe schaduwen en accenten. Smeert snel.
Een potloodset van vijf stuks (HB, 2B, 4B, 6B en een 2H) dekt alles. Koop liever een paar goede potloden dan een grote doos met tientallen.
Houten potlood of vulpotlood
Een klassiek houten potlood geeft de meeste variatie, omdat je de punt kunt slijpen of de zijkant kunt gebruiken. Een vulpotlood heeft een constante dikte en is handig voor precisie, maar mist de breedte voor schaduw. Een stuk grafiet zonder houten mantel, bruikbaar op zijn kant, geeft brede vlakken in één haal.
Het woord loodpotlood is eigenlijk misleidend. Wat je ‘lood’ noemt, is grafiet, chemisch niets met het metaal lood te maken. Een moderne potloodstift is een mengsel van grafietpoeder en klei, een recept dat Nicolas-Jacques Conté in 1795 bedacht.
Papier en gum
Voor tekenen met potlood kies je papier met een lichte korrel, ongeveer 120 tot 180 gram. Te glad papier houdt weinig grafiet vast en geeft harde, glimmende lijnen. Te grof papier maakt kleine details lastig. Een tekenblok met stevig papier is voor beginners een goede start.
Je hebt twee soorten gum nodig. Een kunststofgum haalt hele lijnen weg. Een kneedgum, die je in elke vorm kunt kneden, tilt grafiet van het papier zonder te vegen en is ideaal om lichtpunten terug te halen. Gebruik haar als potlood in omgekeerde richting: je tekent met licht.
Techniek: lijnen, vlakken en overgangen
Lijnen
Houd je potlood iets verder naar achteren dan bij schrijven, zodat je meer ruimte voor beweging hebt. Trek lijnen met je arm en niet alleen met je pols. Probeer drie dingen: een lichte lijn, een middenlijn en een zware lijn, alleen door de druk te veranderen. Je leert zo dat één potlood veel tonen geeft.
Schraffeer en kruisarcering
Schraffeer je met parallelle lijntjes, dan krijg je een gelijkmatige toon. Leg je een tweede laag dwars over de eerste, dan heet dat kruisarcering en wordt de toon donkerder. Hoe dichter de lijntjes bij elkaar, hoe donkerder het vlak. Het geeft een tekening een handgemaakte structuur.

Zachte overgangen
Voor een vloeiende overgang van licht naar donker werk je in lagen. Begin licht en ga steeds een laag verder, telkens over een iets kleiner gebied. Smeer eventueel met een vingertop of een papieren wisser, maar niet te veel: het vet van je huid kan vlekken geven.
De toonschaal
Teken een balk in tien vakjes en vul ze van wit tot donker. Elke stap iets donkerder. Wie dit een paar keer doet, krijgt gevoel voor druk. Ze noemen het ook wel een waardenschaal. Kijk bij een tekening met half dichtgeknepen ogen: je ziet vooral hoe de tonen zijn verdeeld.
Tekenen met potlood in vijf stappen
Een eenvoudig voorbeeld: een appel op een witte ondergrond.
- Schets de vorm met een HB, heel licht. Een iets afgeplatte cirkel met een kuiltje.
- Bepaal de lichtbron. Komt het licht van linksboven, dan zit de schaduw rechtsonder en op de grond.
- Leg de middentoon neer met een 2B, over de hele schaduwkant.
- Werk de donkerste plekken uit met een 4B: onder de appel en op de rand van de schaduw. Houd een lichte rand langs de onderkant waar licht van de tafel terugkaatst.
- Haal licht terug met de kneedgum op de plek waar het licht glanst. Maak een zachte schaduw op de ondergrond.
Dezelfde stappen werken voor alles wat rond is. Een kop, een ei, een bal. Als je dit begrijpt, kun je vrijwel elk voorwerp tekenen.
Oefeningen voor tekenen met potlood
- Week 1: lijnen, cirkels en toonschalen. Een kwartier per dag.
- Week 2: simpele voorwerpen met één lichtbron: appel, kop, ei.
- Week 3: teken dezelfde fles vanuit drie hoeken, met schaduw.
- Week 4: een eenvoudig portret. Hoe je dat opzet, lees je in onze gids over portret tekenen.
- Altijd: een blad vol snelle schetsen. Wil je dat uitbreiden? Lees het artikel over schetsen.
Oefenen met een onderwerp dat je leuk vindt houdt je gemotiveerd. Hou je van dieren, begin dan met tekenen hond. Hou je van vrolijke figuurtjes, probeer dan tekenen schattig. En kleurpotloden of kleurboeken zijn een goede tussenstap, bijvoorbeeld via kleurboeken voor volwassenen.
Houding en grip: zo houd je je potlood vast
Hoe je zit en hoe je het potlood vasthoudt, bepaalt veel van je lijn. Zit rechtop, met je papier iets schuin voor je op een tafel of op een tekenplank op schoot. Leg je tekenpapier niet plat op een tafel waar je overheen hangt, want dan zie je perspectief en verhoudingen scheef. Een tekenplank of ezel zet je papier rechter voor je ogen, zoals schilders dat ook doen.

Voor schrijven pak je je potlood dicht bij de punt. Voor tekenen met potlood zijn er twee extra grepen. Bij de eerste houd je het potlood onderhands, als een staaf, tussen duim en vingers, zodat je de zijkant gebruikt voor brede vlakken. Bij de tweede houd je het verder naar achteren, bijna op het uiteinde, zodat je losse lijnen trekt met je hele arm. Wissel af en kijk wat je tekening ervan wint.
Potloden en tekeningen verzorgen
Een goed potlood slijp je met een mesje of een puntenslijper met een scherp lemmet, en niet te vaak. Bij een mesje bepaal je zelf de lengte van de punt: een lange, smalle punt voor details, een korte voor stevige lijnen. Laat potloden niet vallen, want de stift kan binnenin breken en dan blijf je puntjes verliezen.
Een zachte tekening smeert snel. Leg er een vel vloeipapier of bakpapier tussen als je hem in een map bewaart, en gebruik eventueel een fixatiespray in een goed geventileerde ruimte. Een spray geeft een dun laagje dat het grafiet vasthoudt. Test hem eerst op een los blaadje, want sommige sprays maken donkere tonen iets donkerder of laten glimmende plekken achter.
Grafietpotlood of kleurpotlood
Veel beginners vragen zich af of ze liever met grafiet of met kleurpotlood beginnen. Grafiet leert je het meest over tonen en vorm, omdat je je niet druk hoeft te maken over kleurkeuze. Kleurpotlood is verleidelijker omdat het kleur geeft, maar werkt met dezelfde regels: licht beginnen, in lagen opbouwen en van licht naar donker werken. Wie eerst met grafiet leert, kleurt later beter. Een mooie tussenstap is een tekening in één kleur, bijvoorbeeld een sepia- of blauwtint.
Fouten bij tekenen met potlood
- Te hard drukken in het begin. Je krijgt groeven die niet meer weggaan. Begin altijd licht.
- Alleen met de punt tekenen. Draai je potlood en gebruik de zijkant voor vlakken.
- Te veel smeren. Vingers laten vlekken en maken de tekening vuil. Gebruik een wisser of doekje.
- Geen donker durven. Veel beginners blijven in het midden steken. Een tekening heeft echt donker nodig.
- De hand over je tekening. Leg een los blaadje onder je hand, zodat je niet smeert.
- Geen fixatief. Een tekening in zacht potlood smeert makkelijk. Fixeer hem of bewaar hem tussen losse bladen.
Veelgestelde vragen over tekenen met potlood
Welk potlood is het beste om mee te tekenen?
Een set met HB, 2B en 4B is genoeg voor beginners. HB gebruik je voor lichte lijnen, 2B voor middentonen en 4B voor donkere plekken. Er is geen vaste norm tussen merken, dus probeer eerst een toonschaal uit.
Wat betekent de H en de B op een potlood?
H staat voor hardheid en B voor zwartheid. Een hard potlood maakt lichte, scherpe lijnen en een zacht potlood donkere, bredere lijnen. HB zit er precies tussenin.
Hoe leer ik tekenen met potlood?
Begin met lijnen, vlakken en een toonschaal. Teken daarna eenvoudige voorwerpen met één lichtbron en werk steeds van licht naar donker. Een kwartier per dag levert na een paar weken duidelijk resultaat.
Hoe maak ik schaduw met potlood?
Bepaal waar het licht vandaan komt en teken de schaduw aan de andere kant. Werk in lagen met de zijkant van je potlood en bouw op van licht naar donker. Zachte overgangen krijg je door de druk geleidelijk te veranderen.
Welk papier gebruik ik voor tekenen met potlood?
Papier met een lichte korrel van ongeveer 120 tot 180 gram. Te glad papier houdt weinig grafiet vast, te grof papier maakt details lastig.
Hoe voorkom ik vlekken?
Leg een los blaadje onder je hand, werk van boven naar beneden en gebruik een fixatief als je klaar bent. Smeer niet met je vingers als je een schone tekening wilt.
Is tekenen met potlood moeilijk?
Het is de makkelijkste manier om te beginnen. Je kunt altijd gummen en het materiaal is goedkoop. Het leren zit in kijken en tonen herkennen, en dat groeit met oefening.
Hoe lang duurt het om goed te worden?
Na een paar weken dagelijks oefenen zie je duidelijk vooruitgang in lijnvoering en schaduw. Echt goed worden duurt jaren, maar het plezier begint meteen.
Verder lezen
Tekenen met potlood is de basis van alle andere technieken. Zo ga je verder:
- Leren tekenen: de gids met alle basis.
- Schetsen: snel en los oefenen.
- Tekenen hond: een onderwerp met karakter.
- Tekenen schattig: vereenvoudigen met ronde vormen.
- Kleurboeken voor volwassenen: rustig kleuren.
