• Gratis verzending
  • Voor 20:00 besteld, morgen in huis
  • 14 dagen bedenktijd

Tag: Haken

  • Haakpatroon omslagdoek: gratis voor beginners in stokjes

    Haakpatroon omslagdoek: gratis voor beginners in stokjes

    Dit haakpatroon omslagdoek is een rechte doek in stokjes van ongeveer 50 bij 140 cm, die je als omslagdoek om je schouders slaat. Je zet een ketting op, haakt rij na rij stokjes, werkt de rand af met vasten en eventueel franje. Het is een gratis patroon voor beginners: je hebt alleen lossen, stokjes en vasten nodig, en de maat pas je aan met een eenvoudige formule.

    Een omslagdoek is een fijn haakproject, omdat je hem veel draagt en snel resultaat ziet. De rechte vorm is makkelijker dan een driehoekige doek, omdat je geen meerderingen hoeft te tellen. Hieronder lees je het materiaal, de stekenproef, het patroon per toer, de afwerking en tips om de doek mooi te laten vallen. Ken je de steken nog niet? Lees dan eerst haken patronen en de haakpatronen. Een overzicht staat bij haken en breien.

    Kort samengevat

    • Een rechte omslagdoek in stokjes, ongeveer 50 bij 140 cm, geschikt voor beginners.
    • Garen: zacht middeldik tot dik garen, haaknaald 5 mm of de maat op het label.
    • Formule: breedte in cm gedeeld door 10, keer stokjes per 10 cm, plus 2 lossen.
    • Maak eerst een stekenproef; die bepaalt de maat.
    • Maten en hoeveelheden zijn een eigen ontwerp als richtwaarde.

    Wat heb je nodig voor dit haakpatroon omslagdoek?

    • Garen: zacht en soepel, zoals merinowol, een wol-acrylmix of zacht katoen. Voor een doek die drapeert, kies je een garen dat niet te stug is. Ongeveer 400 tot 500 gram dik garen voor de maat in dit patroon (richtwaarde). Lees meer bij wol kopen.
    • Haaknaald: 5 mm, of een of twee maten groter dan het label voor een luchtige doek. Maten staan bij de haaknaald. Volgens Wikipedia bestaan haaknaalden in ongeveer 2,5 tot 19 mm.
    • Stopnaald en schaar.
    • Eventueel een kartonnetje of een vork voor franje (zoals bij pompon maken).
    Benodigdheden voor een gehaakte omslagdoek: garen, haaknaald, schaar en meetlint
    Garen, haaknaald, schaar en meetlint.

    Afkortingen

    AfkortingBetekenis
    llosse
    vvaste
    ststokje
    klkeerlossen

    Stekenproef en formule

    Haak een lapje van 15 bij 15 cm in stokjes. Meet 10 bij 10 cm en tel de steken en toeren. In dit patroon rekenen we met 14 stokjes en 6 toeren per 10 cm. Dat is een richtwaarde; jouw getallen kunnen afwijken.

    • Aantal stokjes = breedte in cm gedeeld door 10, keer het aantal stokjes per 10 cm.
    • Beginketting = aantal stokjes plus 2 lossen.

    Voorbeeld: 50 cm breed. 50 gedeeld door 10 is 5, keer 14 is 70 stokjes. De ketting heeft dus 72 lossen. Voor een lengte van 140 cm: 14 keer 6 is 84 toeren.

    Het haakpatroon omslagdoek, toer voor toer

    Beginketting. Haak 72 lossen.

    Toer 1. Haak 1 stokje in de 4e losse vanaf je haaknaald (de 3 overgeslagen lossen tellen als eerste stokje). Haak 1 stokje in elke volgende losse. Je hebt nu 70 stokjes. Keer je werk.

    Toer 2. Haak 3 keerlossen (tellen als eerste stokje). Sla het eerste stokje van de vorige toer over en haak 1 stokje in elk volgend stokje. Haak het laatste stokje in de bovenste losse van de 3 keerlossen van de vorige toer. Je hebt 70 stokjes. Keer je werk.

    Toer 3 tot 84. Herhaal toer 2. Tel af en toe of je nog 70 stokjes hebt.

    Rand. Haak 1 ronde vasten rondom de doek: ongeveer 1 vaste in elke steek of toer, met 3 vasten in elke hoek. Sluit met een halve vaste in de eerste vaste. Hecht af.

    Een luchtiger haakpatroon omslagdoek

    Wil je dat de doek luchtiger valt, dan zijn er drie eenvoudige aanpassingen die het patroon zelf niet veranderen. Haak met een haaknaald die een of twee maten groter is dan op het label staat, zodat de steken losser staan. Kies een garen met veel soepelheid, zoals merino of een wolmix, in plaats van stug katoen. En haak los: een doek die te strak is gehaakt valt stug en zwaar. Een stekenproef met verschillende naaldmaten laat je zien welke stof je het mooist vindt.

    Kleuren en strepen in je omslagdoek

    Een omslagdoek wordt persoonlijker met kleur. Wissel van garen aan het einde van een toer: haal de nieuwe kleur door de laatste twee lussen van het laatste stokje. Haak om de twee of vier toeren een andere kleur voor strepen, of haak een brede streep in het midden. Werk de eindjes weg met een stopnaald of haak ze mee in de rand. Een doek in drie tinten van één kleur oogt rustig en past bij veel kleding.

    Maten kiezen voor je haakpatroon omslagdoek

    De maat in dit haakpatroon omslagdoek is een gebruikelijke middenmaat, maar je past hem makkelijk aan. Een smalle doek van ongeveer 35 cm breed draag je als sjaal, een brede doek van 60 cm of meer slaat je om de schouders als stola. De lengte bepaalt hoe je hem draagt: 140 cm is genoeg om één keer om te slaan, 180 cm of meer geeft ruimte om hem meerdere keren te draperen. Reken met de formule uit dit haakpatroon omslagdoek: voor een breedte van 60 cm bij 14 stokjes per 10 cm heb je 84 stokjes nodig, dus een ketting van 86 lossen. Voor meer lengte haak je meer toeren: elke 10 cm extra is ongeveer 6 toeren. Dit zijn richtwaarden die van je stekenproef afhangen. Een grotere doek kost meer garen; koop daarom een bol extra, met hetzelfde badnummer.

    Franje of kwastjes

    Voor een speelse afwerking voeg je franje toe. Knip stukken garen van ongeveer twee keer de gewenste franjelengte, vouw ze dubbel, haal de lus met je haaknaald door de rand en haal de uiteinden door de lus. Trek aan. Plaats de franje om de 2 cm aan de korte randen. Je kunt ook kleine kwastjes of pompons aan de hoeken naaien.

    Franje wordt aan de rand van een gehaakte omslagdoek geknoopt
    Franje geeft een speelse afwerking.

    Haakpatroon omslagdoek voor beginners: zo begin je

    Is dit je eerste groter project? Haak eerst een oefenlapje met 20 lossen en tien toeren stokjes, zodat je het ritme van de keerlossen voelt. Daarna begin je aan de doek. Neem de tijd voor de eerste toeren: de randen bepalen hoe recht de doek wordt. Tel na elke toer je stokjes, zeker de eerste tien. Een scheve rand is meestal het gevolg van een gemiste steek aan het begin of eind van de toer. Haak een paar toeren per avond, dan blijft het gemakkelijk. Kijk bij haken patronen hoe je afkortingen en herhalingen leest.

    Een omslagdoek als cadeau

    Een gehaakte omslagdoek is een persoonlijk cadeau. Kies een garen dat bij de ontvanger past, bijvoorbeeld in een kleur die ze vaak dragen, en leg het wasadvies bij. Een doek in zachte merinowol of een wol-acrylmix is aangenaam, en met een rand of franje oogt het af. Wie hem rond de feestdagen cadeau doet, kan er een kaartje bij doen. Meer ideeën voor de feestdagen vind je bij haken kerst.

    De omslagdoek dragen en verzorgen

    Een rechte omslagdoek kun je op meerdere manieren dragen: gewoon om de schouders, één keer om de hals gewikkeld of over één schouder met een speld. Was de doek volgens het label van het garen en laat hem plat drogen. Hang hem niet nat op, want het gewicht rekt de stof. Bewaar hem opgevouwen op een droge plek.

    Vrouw draagt een gehaakte omslagdoek om de schouders
    Een rechte doek draag je op meerdere manieren.

    Veelgemaakte fouten

    1. Geen stekenproef. De doek wordt te breed of te smal.
    2. Steken verliezen aan de rand. Tel af en toe en let op de keerlossen.
    3. Te strak haken. De doek wordt stug en valt niet mooi.
    4. Te dun garen. De doek wordt te dun en kost veel tijd. Kies middeldik tot dik garen.
    5. Verschillende bollen mengen. Gebruik hetzelfde badnummer.

    Een omslagdoek afwerken

    De afwerking bepaalt hoe verzorgd je omslagdoek eruitziet. Neem er rustig de tijd voor, want hier maak je het verschil tussen een doek die er zelfgemaakt uitziet en een die er netjes uitziet.

    1. Hecht de draden af. Weef elke draad op de achterkant minstens vijf tot zeven centimeter door de steken, in twee richtingen, en knip het restje af.
    2. Span de doek op. Leg hem op een plat oppervlak, bijvoorbeeld een handdoek, en trek hem voorzichtig in vorm. Speld de randen vast met spelden.
    3. Stoom of vochtig drogen. Veel garens worden mooier als je de doek met een stomer of een licht vochtige doek behandelt, zonder te drukken. Controleer wel de wasaanwijzing van het garen.
    4. Laat hem helemaal drogen voordat je hem van het oppervlak haalt.

    Spannen heet in het haakwereldje ook wel blokken. Het maakt de steken egaler, laat patronen beter uitkomen en zorgt dat de doek mooier valt.

    Een eigen randje toevoegen

    Wil je een extra rand om je doek, dan is dat een eenvoudige manier om hem persoonlijker te maken. Zet langs de buitenrand een rij vasten, en haak daarna een patroon dat bij de doek past.

    • Schulprand. Haak in elke derde steek vijf stokjes en sla steken over ertussen. Dat geeft een golvende rand.
    • Picotrand. Een klein lusje van drie of vier lossen en een vaste, om de zoveel steken herhaald.
    • Gewone rand van stokjes. Rustig en klassiek. Past bij elk garen.

    Houd er rekening mee dat een rand de doek iets verzwaart. Een luchtig patroon met een stevige rand kan gaan trekken. Test de rand eerst op een proeflapje.

    Garen bij je omslagdoek kiezen

    Het garen bepaalt hoe de doek valt en aanvoelt. Voor een omslagdoek wil je een garen dat zacht is op de huid, omdat het vaak langs je hals en schouders ligt. Wol geeft warmte en structuur, katoen is koel en gaat soepel, acryl is licht te wassen. Een mengsel van wol en een andere vezel is een gebruikelijke tussenweg.

    • Dun garen en een kleine naald geven een fijne, soepele doek die mooi valt.
    • Dik garen en een grote naald zijn sneller klaar en leveren een warme, stevige doek op.
    • Gemêleerd garen geeft vanzelf kleurverloop, zonder dat je kleuren hoeft te wisselen.

    Meer over garens lees je bij garen, en over de keuze bij een project bij wol kopen.

    Veelgestelde vragen over haakpatroon omslagdoek

    Is dit haakpatroon omslagdoek geschikt voor beginners?

    Ja. Je gebruikt alleen lossen, stokjes en vasten in rechte rijen, zonder meerdering of mindering.

    Hoeveel garen heb ik nodig?

    Ongeveer 400 tot 500 gram dik garen voor een doek van 50 bij 140 cm (richtwaarde). Bereken het precies met je stekenproef.

    Welk garen is het best voor een omslagdoek?

    Een zacht, soepel garen zoals merinowol of een wol-acrylmix. Een doek ligt dicht op de huid, dus zachtheid is belangrijk.

    Hoe pas ik de maat aan?

    Breedte in cm gedeeld door 10, keer het aantal stokjes per 10 cm uit je stekenproef, plus 2 lossen voor de ketting. Voor de lengte haak je meer toeren.

    Kan ik een omslagdoek in andere steken haken?

    Ja. Half stokjes geven een dichtere stof, zie haken half stokje. Vasten geven een stevige maar stugge doek.

    Hoe krijg ik een mooie rand?

    Haak een ronde vasten rondom, met drie vasten in elke hoek. Voor een zachtere rand kun je franje toevoegen.

    Hoe was ik de omslagdoek?

    Volgens het label van het garen, het liefst met de hand of op een laag programma. Laat hem plat drogen.

    Hoe lang duurt het om een omslagdoek te haken?

    Dat hangt af van je tempo en het garen. Met dik garen en stokjes is een doek vaak in enkele dagen af, bij een paar uur haken per dag.

    Verder lezen

  • Knuffel haken patroon: gratis beertje voor beginners

    Knuffel haken patroon: gratis beertje voor beginners

    Dit knuffel haken patroon maakt een beertje van ongeveer 15 cm, opgebouwd uit twee bollen, twee oren, twee armen, twee benen en een snuitje. Je haakt alles in spiraal met vasten, vult de delen en naait ze aan elkaar. Het is een gratis patroon voor beginners, zolang je de magische ring, de vaste, meerderen en minderen kent.

    Wie een knuffel wil haken, heeft meer aan een patroon met aantallen per ronde dan aan een foto. Hieronder staat daarom elk onderdeel stap voor stap, met het aantal steken per ronde, zodat je kunt controleren of je goed bezig bent. Wil je eerst meer over de techniek en het materiaal? Lees dan onze uitleg over haken knuffel, de haakpatronen en haken patronen. Een overzicht staat bij haken en breien.

    Kort samengevat

    • Een beertje van ongeveer 15 cm, gehaakt in spiraal met vasten.
    • Garen: glad katoen of acryl, haaknaald 2,5 tot 3 mm, polyesterwatten, borduurgaren voor de ogen.
    • Delen: hoofd, lichaam, 2 oren, 2 armen, 2 benen en een snuitje.
    • Voor kinderen onder 3 jaar: borduur de ogen en naai alle delen stevig vast.
    • Maten en aantallen zijn een eigen ontwerp als richtwaarde.

    Wat heb je nodig voor dit knuffel haken patroon?

    • Garen: glad, strak gedraaid katoen of acryl in beige of lichtbruin, ongeveer 50 gram. Een klein beetje donker garen voor neus en ogen.
    • Haaknaald: 2,5 tot 3 mm, een of twee maten kleiner dan op het label staat. Zo is het werk strak genoeg om te vullen. Meer over maten vind je bij de haaknaald.
    • Vulling: polyesterwatten.
    • Stopnaald en een steekmarkeerder.
    • Schaar en spelden.
    Materialen voor een gehaakt beertje
    Garen, haaknaald, vulling en veiligheidsogen.

    Volgens Wikipedia over amigurumi worden die figuurtjes met een kleine haaknaald en in spiraalvormige toeren gehaakt, zodat het werk strak genoeg is om te vullen. Garen kies je met de uitleg bij wol kopen.

    Afkortingen

    AfkortingBetekenis
    mrmagische ring
    vvaste
    memeerdering (2 vasten in één steek)
    mmindering (2 steken samen haken)
    herhaal x keerherhaal wat erachter staat het genoemde aantal keer

    Het aantal steken staat tussen haakjes aan het eind van elke ronde. Haak in spiraal en zet een markeerder in de eerste steek van elke ronde.

    Het hoofd

    • Ronde 1: 6 v in een mr (6)
    • Ronde 2: herhaal 6 keer: me (12)
    • Ronde 3: herhaal 6 keer: 1 v, 1 me (18)
    • Ronde 4: herhaal 6 keer: 2 v, 1 me (24)
    • Ronde 5: herhaal 6 keer: 3 v, 1 me (30)
    • Ronde 6 tot 10: 30 v (30)
    • Ronde 11: herhaal 6 keer: 3 v, 1 m (24)
    • Ronde 12: herhaal 6 keer: 2 v, 1 m (18)
    • Vul het hoofd stevig.
    • Ronde 13: herhaal 6 keer: 1 v, 1 m (12)
    • Ronde 14: herhaal 6 keer: m (6)

    Hecht af, haal het garen door de laatste steken en trek het dicht.

    Het lichaam

    • Ronde 1: 6 v in een mr (6)
    • Ronde 2: herhaal 6 keer: me (12)
    • Ronde 3: herhaal 6 keer: 1 v, 1 me (18)
    • Ronde 4: herhaal 6 keer: 2 v, 1 me (24)
    • Ronde 5 tot 9: 24 v (24)
    • Ronde 10: herhaal 6 keer: 2 v, 1 m (18)
    • Vul het lichaam stevig.
    • Ronde 11: herhaal 6 keer: 1 v, 1 m (12)
    • Ronde 12: herhaal 6 keer: m (6)

    Hecht af en laat een lang eind garen zitten voor het aannaaien van het hoofd.

    De oren (2 keer)

    • Ronde 1: 6 v in een mr (6)
    • Ronde 2: herhaal 3 keer: 1 v, 1 me (9)
    • Ronde 3 en 4: 9 v (9)
    De gehaakte delen van een beertje voor het aan elkaar zetten
    Leg alle delen eerst uit voor je ze aan elkaar zet.

    Hecht af en laat een lang eind garen zitten. Vul de oren niet; druk ze plat.

    De armen (2 keer)

    • Ronde 1: 6 v in een mr (6)
    • Ronde 2: herhaal 3 keer: 1 v, 1 me (9)
    • Ronde 3 tot 7: 9 v (9)

    Hecht af, vul licht en laat een lang eind garen zitten.

    De benen (2 keer)

    • Ronde 1: 6 v in een mr (6)
    • Ronde 2: herhaal 6 keer: me (12)
    • Ronde 3 tot 6: 12 v (12)

    Hecht af, vul licht en laat een lang eind garen zitten.

    De snuit

    • Ronde 1: 6 v in een mr (6)
    • Ronde 2: herhaal 6 keer: me (12)
    • Ronde 3: herhaal 6 keer: 1 v, 1 me (18)

    Hecht af en laat een lang eind garen zitten. Vul de snuit met een klein plukje watten voordat je hem vastnaait.

    Het knuffel haken patroon afwerken: alles aan elkaar zetten

    Leg alle delen eerst met spelden op hun plek en kijk of de beer er goed uitziet voordat je gaat naaien. Dit zijn richtlijnen voor de plaatsing:

    Het hoofd van een gehaakt beertje vastnaaien
    Speld de delen eerst vast.
    1. Hoofd op lichaam. Naai het hoofd met de gesloten kant naar beneden op de bovenkant van het lichaam, met een rondje kleine steken door beide lagen.
    2. Oren. Naai de oren plat op het hoofd, rond ronde 4 tot 5, op de bovenzijde aan beide kanten.
    3. Snuit. Plaats de snuit in het midden van het gezicht, rond ronde 9 tot 11, en naai hem rondom vast.
    4. Ogen. Borduur de ogen met donker garen, op ongeveer ronde 8, met 5 tot 6 steken ertussen.
    5. Neus en mond. Borduur met donker garen een neus bovenaan de snuit en een mondje eronder.
    6. Armen. Naai de armen aan de zijkant van het lichaam, onder het hoofd, rond ronde 3 tot 4.
    7. Benen. Naai de benen aan de onderkant van het lichaam, naast elkaar.

    Haal alle eindjes weg door ze binnen het vulsel te trekken en af te knippen.

    Tips voor een mooi resultaat

    Een knuffel krijgt zijn uitstraling door zorgvuldig werken. Een paar tips die het verschil maken:

    1. Haak strak. Strakke steken zorgen dat de vulling niet doorschemert. Als je een gaatje ziet, gebruik dan een kleinere haaknaald.
    2. Tel elke ronde. Het aantal steken staat achter elke ronde. Eén steek te veel of te weinig maakt de bol scheef.
    3. Vul in plukjes. Trek de watten uit elkaar en duw kleine stukjes in de hoeken. Zo krijg je een gelijkmatige vorm zonder bobbels.
    4. Gebruik spelden. Leg de delen eerst vast voordat je ze aannaait, en kijk van een afstand. Een scheef oor of een verkeerd geplaatste snuit is makkelijk aan te passen vóór het naaien.
    5. Naai met kleine steken. Naai delen rondom vast, door beide lagen, met kleine steken die je trekt tot de delen tegen elkaar aan zitten.
    6. Werk eindjes weg in de vulling. Dan blijven er geen losse draden zichtbaar.

    Een knuffel haken patroon aanpassen

    Wil je een ander dier of een andere maat? Het principe van dit knuffel haken patroon is dat je elk dier opbouwt uit bollen en buisjes. Voor een kat haak je puntige oren en een staart van een lang buisje. Voor een olifant vergroot je de oren en haak je een lange slurf als buisje. Een groter beertje haak je met dikker garen en een grotere haaknaald, of door een paar rondes extra te haken in het midden van het hoofd en lichaam. Schrijf je aanpassingen op, zodat je ze kunt herhalen.

    Verzorging van de gehaakte knuffel

    Was de knuffel met de hand in lauw water en een milde zeep, of volgens het wasadvies van je garen. Druk het water voorzichtig uit en laat hem aan de lucht drogen. Katoen en acryl kunnen vaak op een laag programma in een waszak. Controleer bij een knuffel voor een kind altijd of de naden nog goed vastzitten voordat je hem teruggeeft.

    Veiligheid bij een knuffel voor een kind

    Voor kinderen onder 3 jaar gelden volgens de NVWA extra strenge veiligheidseisen. Daarom zijn de ogen in dit patroon geborduurd en geen plastic veiligheidsogen, die bij een kind los kunnen raken. Naai alle delen dubbel en stevig vast, trek er hard aan om te testen en gebruik een wasbaar garen. Of de eisen ook voor zelfgemaakt speelgoed gelden, staat niet op de NVWA-pagina; informeer daar bij twijfel. Meer daarover lees je bij haken knuffel.

    Varianten op dit knuffel haken patroon

    • Konijn. Haak de oren langer: verleng ronde 3 en 4 tot ongeveer 12 rondes met 9 vasten.
    • Kleur. Haak een rond buikje in een andere kleur of een gestreepte trui door elke twee rondes van kleur te wisselen.
    • Groter. Haak met dikker garen en een grotere haaknaald voor een grotere beer, en vul stevig.
    • Kerstversiering. Haak een kleiner beertje en hang hem aan een lintje in de kerstboom. Meer ideeën vind je bij haken kerst.

    Het patroon aanpassen in grootte

    De grootte van je knuffel hangt af van het garen en de haaknaald die je kiest. Het patroon hierboven geeft een eindmaat bij het aangegeven garen. Wil je de knuffel groter maken, gebruik dan dikker garen en een grotere haaknaald, en houd je aan dezelfde steken. Wil je hem kleiner, kies dan dunner garen met een dunnere naald. De verhoudingen blijven dan hetzelfde, alleen de maat verandert.

    Heb je een gewenste maat in gedachten, haak dan eerst een proeflapje van enkele rondes. Meet de breedte en reken uit hoeveel keer je dat nodig hebt voor het lichaam. Dat is een snelle manier om niet te veel garen te verspillen. Noteer je aantekeningen in de kantlijn van je patroon, dan kun je het volgende knuffeltje sneller maken.

    Veelgebruikt materiaal en wat het doet

    • Katoen. Stevig en wasbaar, maar minder zacht. Past goed bij kleine knuffels.
    • Acryl. Zacht, goedkoop en makkelijk te wassen. Een veelgebruikte keuze voor beginners.
    • Chenille of velours. Heel zacht, maar lastiger om steken in te zien. Beter voor wie al wat ervaring heeft.

    Een gezichtje en details aanbrengen

    Het gezicht geeft de knuffel zijn karakter, en kleine verschillen in plaatsing veranderen de uitstraling. Zet de ogen ver uit elkaar en laag in het gezicht voor een schattige uitstraling. Dichter bij elkaar en hoger geeft een serieuzere kijk. Gebruik veiligheidsogen alleen voor knuffels die niet bedoeld zijn voor kinderen onder de drie jaar. Voor de jongste kinderen borduur je de ogen met garen.

    Borduur de neus en mond met een stevige draad. Haal de draad door het hoofd en trek hem aan, zodat het gezicht iets inzakt en meer reliëf krijgt. Zo krijgt de knuffel meer diepte, ook zonder extra stoffen of kleuren.

    Vullen: hoeveel en waarmee?

    Vul de knuffel stevig, maar niet te strak. Gebruik kleine plukjes vulling en duw ze in de hoeken en uiteinden, zoals de poten en de oren. Een knuffel die te slap gevuld is, zakt in elkaar; een te strak gevulde knuffel laat de steken uit elkaar gaan en je ziet de vulling door de gaatjes. Controleer na het vullen of de vorm egaal is en kneed de knuffel in model. Naai tot slot de laatste opening netjes dicht met een onzichtbare steek.

    Veelgestelde vragen over dit knuffel haken patroon

    Is dit knuffel haken patroon geschikt voor beginners?

    Ja, als je de magische ring, de vaste, meerderen en minderen kent. Het patroon bestaat uit eenvoudige vormen met aantallen per ronde.

    Hoe groot wordt het beertje?

    Ongeveer 15 cm met middeldik garen en een haaknaald van 2,5 tot 3 mm. Met dikker garen wordt het groter.

    Welk garen is het best?

    Glad, strak gedraaid katoen of acryl. Katoen houdt zijn vorm, acryl is zachter en wasbaar.

    Hoeveel garen heb ik nodig?

    Ongeveer 50 gram, plus een klein beetje donker garen voor de ogen en neus (richtwaarde).

    Kan ik veiligheidsogen gebruiken?

    Voor een kind onder 3 jaar raden we geborduurde ogen aan. De NVWA stelt extra strenge eisen aan speelgoed voor die leeftijd.

    Hoe vul ik de knuffel?

    Met polyesterwatten in kleine plukjes. Vul het hoofd en lichaam stevig en de armen en benen licht.

    Waarom wordt mijn bol niet rond?

    Meestal door een verkeerd aantal steken of te los haken. Tel na elke ronde en haak met een kleinere haaknaald.

    Kan ik het patroon voor een konijn aanpassen?

    Ja, haak de oren langer. De rest blijft hetzelfde.

    Verder lezen

  • Deken haken: gratis patroon voor beginners in stokjes

    Deken haken: gratis patroon voor beginners in stokjes

    Een deken haken met een gratis haken deken patroon doe je met één steek, het stokje, in rechte rijen. Je zet een lange ketting van lossen op, haakt rij na rij stokjes tot de deken lang genoeg is en werkt de rand af met een rij vasten. Zo is het patroon in dit artikel opgebouwd. Het is geschikt voor beginners en je kunt de maat zelf bepalen met één eenvoudige formule.

    Een deken is een van de mooiste dingen om te haken, en een goed haken deken patroon maakt het makkelijk. Je ziet hem langzaam groeien, de steek is eenvoudig en het resultaat gebruik je jarenlang. Hieronder lees je welk garen je kiest, hoeveel je nodig hebt, hoe je de maat berekent en hoe je het patroon haakt, met varianten voor kleuren en een rand. Ken je de steken nog niet? Lees dan eerst de uitleg over haken patronen en de haakpatronen. Een overzicht van het vak staat bij haken en breien.

    Kort samengevat

    • Je haakt een deken in stokjes, in rechte rijen, met een rij vasten als rand.
    • De formule: breedte in cm gedeeld door 10, keer het aantal stokjes per 10 cm, plus 2 lossen.
    • Maak eerst een stekenproef, want die bepaalt de maat.
    • Kies een zacht, wasbaar garen, bijvoorbeeld wol-acryl of katoen.
    • Reken op ongeveer 500 tot 800 gram garen voor een babydeken, afhankelijk van de dikte (richtwaarde).

    Garen kiezen voor een deken

    Een deken ligt vaak dicht op de huid en moet vaak gewassen kunnen worden. Kies daarom een zacht garen dat tegen de wasmachine kan. Wol-acrylmengsels zijn warm en wasbaar, katoen is koel en stevig maar zwaar, en merinowol is erg zacht maar vraagt meer zorg. Gebruik middeldik garen met een haaknaald van 4 tot 5 mm voor een deken die snel groeit. Haaknaalden bestaan volgens Wikipedia over de haaknaald in maten van ongeveer 2,5 tot 19 mm, dus voor een dikker garen is er altijd een passende maat. Het stokje is volgens Wikipedia over crochet ongeveer vier keer zo hoog als een gebreide steek, en daarom groeit een deken in stokjes zo snel. Lees meer over de keuze bij wol kopen.

    Bollen garen in zachte tinten
    Garen voor een deken

    Koop alle garen voor je deken tegelijk, met hetzelfde badnummer. Een bol extra voorkomt dat je net te weinig hebt als je bij de laatste rij bent. Haak je met meerdere kleuren, reken dan het aantal meters per kleur uit.

    Hoeveel garen heb je nodig?

    Dat hangt af van de maat en de dikte van het garen. Voor een babydeken van ongeveer 80 bij 100 cm kom je met middeldik garen vaak uit op ongeveer 500 tot 800 gram. Een deken voor op de bank van 130 bij 170 cm kost veel meer, al snel een paar kilo. Dit zijn richtwaarden. Maak eerst je stekenproef en reken het uit: haak je lapje van 10 bij 10 cm, weeg het, en vermenigvuldig dat gewicht met het aantal vierkanten van 10 bij 10 cm in je deken.

    Stekenproef en formule voor de maat

    Haak een lapje van 15 bij 15 cm in stokjes met je garen en haaknaald. Meet 10 bij 10 cm en tel de steken en toeren. In dit patroon rekenen we met een voorbeeld van 16 stokjes en 7 toeren per 10 cm. Jouw getallen kunnen anders zijn.

    De formule voor de ketting is eenvoudig:

    • Aantal stokjes = gewenste breedte in cm gedeeld door 10, keer het aantal stokjes per 10 cm.
    • Beginketting = dat aantal stokjes plus 2 lossen. De 3 overgeslagen lossen vormen namelijk samen het eerste stokje, dus de ketting is 2 lossen langer dan het aantal stokjes.

    Voorbeeld: een deken van 80 cm breed. 80 gedeeld door 10 is 8, keer 16 is 128 stokjes. Je haakt dus een ketting van 130 lossen. Voor de lengte rekenen we in toeren: 100 cm gedeeld door 10 is 10, keer 7 is 70 toeren.

    Het haken deken patroon in stokjes

    Afkortingen: l = losse, v = vaste, st = stokje, kl = keerlossen.

    Een gehaakte deken in stokjes
    De deken in stokjes

    Beginketting. Haak 130 lossen (of jouw aantal volgens de formule).

    Toer 1. Haak 1 stokje in de 4e losse vanaf je haaknaald (de 3 overgeslagen lossen tellen als eerste stokje). Haak daarna 1 stokje in elke volgende losse. Je hebt nu 128 stokjes. Keer je werk.

    Toer 2. Haak 3 keerlossen (tellen als eerste stokje). Sla het eerste stokje van de vorige toer over en haak 1 stokje in elk volgend stokje. Haak het laatste stokje in de bovenste losse van de 3 keerlossen van de vorige toer. Je hebt 128 stokjes. Keer je werk.

    Toer 3 tot 70. Herhaal toer 2. Tel af en toe of je nog 128 stokjes hebt.

    Rand. Haak 1 ronde vasten rondom de deken, met 3 vasten in elke hoek en ongeveer 1 vaste in elke steek of rij. Sluit met een halve vaste in de eerste vaste. Hecht af en werk alle eindjes weg.

    Een deken haken in strepen of kleurblokken

    Wil je meer kleur? Wissel van garen aan het einde van een toer. Haak het laatste stokje van de toer tot de laatste omslag en haal de nieuwe kleur door de laatste twee lussen. Zo zit de nieuwe kleur klaar voor de volgende toer. Haak de eindjes mee in of werk ze later weg met een stopnaald. Voor een gelijkmatig streeppatroon wissel je om de twee of vier toeren van kleur. Een deken in een rustig palet, bijvoorbeeld drie tinten van één kleur, oogt zacht en past in de meeste interieurs.

    Een gestreepte gehaakte deken
    Strepen in de deken

    Het haken deken patroon met een andere steek

    Het patroon werkt met elke steek die in een rechte rij wordt gehaakt:

    • Half stokjes. Een dichtere stof die iets minder hoog is. Zie haken half stokje.
    • Vasten. Een zeer dichte en stevige deken, maar het kost veel tijd.
    • Granny squares. Losse vierkantjes die je aan elkaar zet. Handig als je onderweg wilt haken.
    • Tunisch haken. Een tunisch gehaakte deken is dik en warm. Zie daarvoor tunisch haken.

    Haken deken patroon voor beginners

    Is dit je eerste deken? Begin dan met een kleine versie van ongeveer 60 bij 60 cm, zodat je ziet hoe het patroon werkt, en haak daarna de grote deken. Of haak eerst een oefenlapje. Een deken haken voor beginners met een gratis patroon is lastiger als je geen stekenproef maakt, omdat kleine afwijkingen zich vermenigvuldigen. Zorg ook dat je steeds hetzelfde aantal stokjes hebt, zodat de randen recht blijven.

    Haken deken patroon: een kleurenplan maken

    Een deken in meerdere kleuren vraagt om een plan. Kies drie tot vijf kleuren die bij elkaar passen en leg de bollen naast elkaar op tafel om te beoordelen hoe ze samenkomen. Een rustig palet van tinten dicht bij elkaar werkt zacht, een palet met veel contrast geeft een vrolijke deken. Schrijf op in welke volgorde je de kleuren haakt, bijvoorbeeld twee toeren per kleur, en houd daar het hele haken deken patroon aan vast. Tel van tevoren hoeveel toeren je per kleur nodig hebt, zodat je de hoeveelheid garen kunt berekenen.

    Een deken uit vierkantjes haken

    Als je liever in kleine stukken werkt, kun je een deken uit vierkantjes haken, zoals granny squares. Je haakt de vierkantjes los en naait of haakt ze later aan elkaar. Het voordeel is dat je een klein stukje overal mee naartoe kunt nemen. Het nadeel is dat je veel eindjes hebt om weg te werken en dat het samenvoegen tijd kost. Een haken deken patroon met vierkantjes is leuk als je met resten garen wilt werken. Meer uitleg over patronen en afkortingen vind je bij haken patronen.

    Een deken haken met een haken deken patroon: tips voor de rand

    De rand bepaalt het uiterlijk van je deken. Haak rondom een rij vasten voor een nette, strakke rand, of een rij stokjes met een schelpenrand voor een zachtere afwerking. Haak in elke hoek drie steken, zodat de hoek niet samentrekt. Haak je de rand in een andere kleur, dan lijkt hij op een lijst. Houd de spanning los, want een te strakke rand laat de deken bol staan.

    Wassen en verzorgen

    Was je deken volgens het label van het garen. Een wol-acrylgaren kan vaak op een laag programma in de machine, katoen meestal ook. Laat de deken plat drogen op een handdoek en vorm hem terwijl hij nog vochtig is. Hang hem niet nat op, want het gewicht rekt de stof uit. Bewaar de deken droog en opgevouwen, niet in plastic.

    Veelgemaakte fouten

    • Geen stekenproef. Daardoor is de deken te groot of te klein.
    • Steken verliezen. Tel af en toe, vooral bij de eerste en laatste steek van de rij.
    • Te strak haken. De deken wordt stug en trekt samen.
    • Verschillende bollen mengen. Gebruik hetzelfde badnummer.
    • Een rand overslaan. Een rand maakt de deken netter en voorkomt dat hij uitrekt.

    Veelgestelde vragen over een deken haken

    Hoeveel garen heb ik nodig voor een deken?

    Voor een babydeken van 80 bij 100 cm ongeveer 500 tot 800 gram middeldik garen. Dat is een richtwaarde. Bereken het precies met je stekenproef.

    Welke steek is het best voor een deken?

    Het stokje is snel en makkelijk, het half stokje geeft een dichtere stof. Voor beginners is het stokje de beste keuze.

    Hoe groot moet een babydeken zijn?

    Een veelgebruikte maat is ongeveer 80 bij 100 cm. Pas het aan aan je wensen.

    Hoe bereken ik het aantal lossen?

    Breedte in cm gedeeld door 10, keer het aantal stokjes per 10 cm uit je stekenproef, plus 2 lossen.

    Is dit haken deken patroon geschikt voor beginners?

    Ja. Je gebruikt alleen lossen, stokjes en vasten, in rechte rijen.

    Kan ik een deken haken met tunisch haken?

    Ja, met een lange haak met kabel. Dat geeft een dikkere stof. Gebruik daarvoor een eigen tunisch patroon.

    Kan de deken in de wasmachine?

    Dat hangt af van het garen. Volg het wasadvies op het label.

    Hoe lang duurt het om een deken te haken?

    Dat hangt af van de maat en je tempo. Een babydeken kost vaak enkele weken van een paar uur per week.

    Verder lezen

  • Een haakboek kiezen: waar let je op als beginner?

    Een haakboek kiezen: waar let je op als beginner?

    Een goed haakboek voor beginners herken je aan vier dingen: de basissteken staan stap voor stap uitgelegd met duidelijke foto’s of tekeningen, het boek gebruikt Nederlandse steektermen, de projecten worden steeds iets moeilijker en elk patroon vermeldt garen, naaldmaat en aantal steken. Heeft een boek dat, dan kun je er zelfstandig mee leren haken, ook zonder filmpjes erbij.

    Wie zoekt naar een haken boek, kiest meestal tussen een beginnersboek, een patronenboek of een boek over één techniek, zoals amigurumi. Dat zijn verschillende dingen, en een verkeerde keuze betekent een boek dat je na twee weken in de kast zet. Hieronder lees je waar je op let en voor wie welk type boek past. We noemen bewust geen titels: wat een goed boek is, hangt af van jouw niveau en smaak, en de beste keuze maak je door het boek zelf door te bladeren. Wil je eerst weten wat haken is, kijk dan op onze pagina over haken.

    Kort samengevat

    • Een beginnersboek heeft foto’s per stap, een lijst met afkortingen en projecten die oplopen in moeilijkheid.
    • Controleer of het boek Nederlandse of Engelse steektermen gebruikt, want ze zijn niet hetzelfde.
    • Een patronenboek is geschikt als je de basis al kent, een techniekboek als je iets specifieks wilt leren.
    • Bekijk de inhoud: staat er minstens één project dat je echt wilt maken?
    • Een boek en een filmpje vullen elkaar aan: het boek voor het overzicht, het filmpje voor de beweging.

    Waarom een boek als je ook filmpjes hebt?

    Er zijn veel gratis filmpjes over haken, en voor de beweging van een steek is een filmpje vaak duidelijker dan een foto. Toch heeft een boek voordelen.

    • Overzicht. Je ziet hoe het geheel is opgebouwd, van de eerste steek tot een compleet project.
    • Rust. Geen advertenties, geen doorklikken. Je kunt het naast je leggen en erin lezen.
    • Teruglezen. Je vindt een steek of afkorting in een paar seconden terug.
    • Geordend. Een goed boek bouwt op, terwijl losse filmpjes dat niet doen.
    • Offline. Het werkt zonder scherm en zonder verbinding.

    Het meest effectief is de combinatie: leer de structuur uit het boek en kijk een filmpje als een beweging je niet lukt. Zoek je gratis patronen daarnaast, dan helpt onze pagina over haakpatronen.

    Soorten haakboeken

    Het beginnersboek

    Legt alles uit vanaf nul: hoe je de haaknaald vasthoudt, de losse, de vaste, het stokje en hoe je een rij en ronde haakt. Daarna volgen eenvoudige projecten, zoals een vierkant, een pannenlap en een sjaal. Dit is wat je zoekt als je nog nooit hebt gehaakt.

    Verschillende haakboeken op een tafel
    Er zijn beginnersboeken, patronenboeken en techniekboeken.

    Het patronenboek

    Een verzameling projecten rond een thema: baby, huis, kleding, tassen. Het gaat ervan uit dat je de basis kent en geeft vooral patronen. Heel prettig voor wie al haakt en nieuwe ideeën wil. Voor ideeën rond kerst, kijk bij haken voor kerst.

    Het techniekboek

    Gaat dieper op één onderwerp: amigurumi, granny squares, kant, tapestry crochet of kleding. Een goed techniekboek legt uit waarom iets werkt, zodat je het zelf kunt aanpassen. Wil je alleen knuffels haken? Dan is een boek over amigurumi interessanter dan een algemeen boek.

    Het steken- of motievenboek

    Een lijst met steken en motieven, ongeveer zoals een woordenboek. Handig als je zelf een patroon wilt ontwerpen of een bestaand patroon wilt aanpassen. Voor beginners vaak te veel.

    Het ontwerpersboek

    Een boek van één ontwerper met patronen in hun eigen stijl. Leuk als je de stijl mooi vindt, maar de moeilijkheid verschilt per patroon.

    Waar let je op bij het kiezen?

    Neem het boek in de hand en bekijk deze punten.

    De uitleg van de basis

    Staan de steken stap voor stap uitgelegd, met foto’s of tekeningen van de hand? Een uitleg die alleen uit tekst bestaat, is lastig te volgen. Kijk of er ook staat hoe je de haaknaald en het garen vasthoudt. Dat lijkt een detail, maar het is vaak de reden dat beginners opgeven.

    De steektermen

    Dit is een van de belangrijkste dingen. Haakboeken in het Nederlands gebruiken losse, vaste, halve stokjes en stokjes. Vertaalde of Engelse boeken gebruiken twee systemen, het Britse en Amerikaanse, die dezelfde namen voor andere steken gebruiken. Wikipedia over haken zet de internationale en de Amerikaanse namen naast elkaar, zodat je ziet dat ze verschillen. Een goed boek zegt duidelijk welk systeem het gebruikt. Leer je een patroon lezen, lees dan ook onze uitleg over haakpatroon.

    De opbouw

    Begint het boek met de makkelijkste projecten? Een goed beginnersboek heeft een paar eenvoudige vierkanten en een sjaal, en pas daarna een knuffel of kleding. Staan de moeilijkste projecten al vooraan, dan is het boek niet voor beginners bedoeld.

    De patronen zelf

    Kijk naar twee of drie patronen. Staan garen, haaknaald, afmetingen en steekproef erbij? Staat het aantal steken aan het einde van elke ronde? Zijn er foto’s van het resultaat en liefst van een paar tussenstappen? Dit zijn de kenmerken van een zorgvuldig boek.

    De materialen

    Een boek dat garen noemt dat moeilijk te krijgen is, is lastig. Kijk of de patronen een garen noemen dat je in de winkel kunt vinden, of dat er een alternatief wordt gegeven. De Craft Yarn Council deelt garen in volgens een standaard, het garengewichtensysteem, met per gewicht een haakmaat: bijvoorbeeld 4,5 tot 5,5 mm voor licht garen en 5,5 tot 6,5 mm voor middeldik. Een boek dat die categorieën gebruikt, maakt het makkelijk om garen te kiezen. Meer over garen lees je bij wol kopen.

    Het uiterlijk en de kwaliteit

    Een haakboek ligt vaak open naast je werk. Een stevige rug die openblijft, of een spiraalband, is dus prettig. Kijk ook of de tekst groot genoeg is en of de foto’s scherp zijn.

    Wat staat er in een goed beginnersboek?

    Een boek dat jou verder helpt, bevat ongeveer dit:

    Een opengeslagen haakboek met stappen en een gehaakt vierkantje
    Een goed beginnersboek laat de basis stap voor stap zien.
    1. Materialen: haaknaalden, garen, en wat je verder nodig hebt.
    2. De greep: hoe je haaknaald en garen vasthoudt.
    3. De basissteken: losse, halve vaste, vaste, halve stokje en stokje.
    4. Rijen en rondes: hoe je draait, hoe je een ring maakt, hoe je meerdert en mindert.
    5. Patronen lezen: een lijst met afkortingen en uitleg van de notatie.
    6. Afwerken: draden wegwerken, naden en wassen.
    7. Projecten: vijf tot tien patronen, oplopend in moeilijkheid.

    Mist een van die onderdelen, dan is het boek geen echt beginnersboek.

    Waar koop je een haakboek?

    Je kunt een haakboek op meerdere plekken vinden: in de boekhandel, in een handwerkwinkel, online of tweedehands. Je kunt ook een boek lenen in de bibliotheek. Veel bibliotheken hebben een goede afdeling handwerken. Dat is een prima manier om er een paar uit te proberen voor je er één koopt. Kijk je in een winkel, blader dan door de eerste hoofdstukken en een paar patronen. Online kun je vaak de inhoudsopgave en een paar pagina’s bekijken. Lees ook de reviews, maar let op of de schrijvers zelf beginners zijn.

    Wanneer is een boek niet genoeg?

    Een boek leert je de steek, maar niet altijd het gevoel. Haken leer je met je handen, en soms helpt het om iemand te zien die het doet. Zoek een haakclub in de buurt, een workshop in een handwerkwinkel of een filmpje voor de beweging. Een boek is een gids, geen vervanger voor oefenen.

    Veelgemaakte fouten bij het kiezen

    • Een boek kiezen op mooie foto’s. Kijk eerst naar de uitleg.
    • Een boek in een andere taal kopen zonder te weten welk systeem het gebruikt. Je haakt dan de verkeerde steek.
    • Te moeilijk beginnen. Een boek vol kleding is niet voor je eerste week.
    • Te veel boeken kopen. Begin met één en leen de rest.
    • Het boek niet gebruiken. Haak minstens één project eruit voordat je een tweede koopt.

    Een haakboek voor beginners: wat moet erin staan?

    Een goed haakboek voor beginners begint bij het begin. Het laat zien hoe je de naald vasthoudt, hoe je een lus maakt en hoe je de eerste steken zet. Daarna volgen de vaste patronen: de losse, de vaste, de halve stokje en het stokje. Kijk vooral of de boeken duidelijke foto’s of tekeningen hebben bij elke stap, want haken is een bewegingsvaardigheid die je moeilijk alleen uit woorden leert.

    Het is ook handig als het boek meteen een paar eenvoudige projecten bevat. Een dishcloth, een sjaal of een kleine tas zijn prima eerste klussen, omdat je zo meteen een bruikbaar resultaat hebt. Een boek met alleen ingewikkelde patronen werkt demotiverend voor wie net begint.

    Zo beoordeel je een haakboek in de winkel of online

    • Blader door de eerste pagina’s: is de uitleg stap voor stap en met afbeeldingen?
    • Check of de afkortingen in het Nederlands zijn en of er een lijst met uitleg achterin staat.
    • Kijk of het boek links- en rechtshandige uitleg geeft, als dat voor jou belangrijk is.
    • Lees of er een leeswijzer bij het patroon zit, zodat je weet hoe je een haakpatroon moet lezen.

    Een haakboek combineren met andere bronnen

    Een boek hoeft niet het enige te zijn waaruit je leert. Veel mensen combineren een boek met korte filmpjes voor lastige steken. Het boek geeft de structuur en de patronen, het filmpje laat de beweging zien. Zo kun je de uitleg in het boek altijd opnieuw bekijken als je iets niet snapt.

    Haken met een boek en een filmpje naast elkaar
    Een boek en een filmpje vullen elkaar aan.

    Bibliotheken hebben vaak een aanbod aan haakboeken. Leen er een paar voordat je er een koopt, dan weet je welk boek je het best ligt. Heb je een boek gekozen, werk dan van voor naar achter, ook al lijkt het eerste project te makkelijk. De volgorde is bedoeld om je stap voor stap iets nieuws te leren.

    Waarom een boek soms beter werkt dan een los patroon

    Los patronen online zijn handig, maar ze gaan er vaak vanuit dat je al weet hoe je moet haken. Een boek legt de basis eerst uit en bouwt daarna op. Je hoeft niet te zoeken naar een goed patroon, want elke stap past bij de vorige. Daarnaast ligt een boek altijd binnen handbereik, zonder dat je een scherm nodig hebt, en kun je er aantekeningen in zetten.

    Veelgestelde vragen over een haakboek

    Welk haakboek is het best voor beginners?

    Dat hangt af van je leerstijl, maar kies een boek met foto’s per stap, Nederlandse steektermen en projecten die oplopen in moeilijkheid. Bekijk de inhoud in de winkel of leen een boek in de bibliotheek om te vergelijken.

    Is een boek beter dan een filmpje om te leren haken?

    Beide helpen. Een filmpje laat de beweging zien, een boek geeft overzicht en structuur. De beste manier is een combinatie: leer de volgorde uit het boek en kijk een filmpje als een steek je niet lukt.

    Wat is het verschil tussen een haakboek in het Nederlands en het Engels?

    Nederlandse boeken gebruiken losse, vaste, halve stokjes en stokjes. Engelse boeken gebruiken het Britse of het Amerikaanse systeem, met dezelfde namen voor andere steken. Kijk dus altijd welk systeem een boek gebruikt.

    Hoeveel kost een haakboek?

    Veel haakboeken kosten tussen de 15 en 30 euro, maar dat verschilt per boek en per winkel. Een bibliotheek is gratis, en tweedehands kun je vaak voordelig kopen.

    Waar vind ik een haakboek?

    In de boekhandel, een handwerkwinkel, de bibliotheek, online of tweedehands. Blader waar mogelijk door het boek voor je het koopt.

    Staan er gratis patronen in een haakboek?

    De patronen staan in het boek, dus je betaalt ze bij de aanschaf. Gratis patronen vind je online, bijvoorbeeld bij onze uitleg over haken en patronen.

    Kan ik leren haken uit een boek?

    Ja, zeker met een goed beginnersboek. Neem de tijd voor de basissteken en oefen op een lapje. Loop je vast, kijk dan een filmpje of vraag het in een haakgroep.

    Hoe weet ik of de patronen in een boek betrouwbaar zijn?

    Kijk of het aantal steken per ronde erbij staat, of er foto’s zijn van het resultaat en of de ontwerper of uitgever bekend is. Reviews geven ook een idee, vooral als mensen schrijven dat ze een patroon gehaakt hebben.

    Verder lezen

    Wil je verder met haken? Deze pagina’s helpen:

  • Haken half stokje: zo haak je het half stokje in stappen

    Haken half stokje: zo haak je het half stokje in stappen

    Haken half stokje doe je zo: sla het garen om je haaknaald, steek in de steek, haal een lus op (je hebt nu drie lussen op je naald), sla het garen om en haal het in één keer door alle drie de lussen. Het half stokje is hoger dan een vaste en lager dan een stokje, en maakt een soepele, stevige stof die snel groeit. Daarom is het een veelgebruikte steek voor sjaals, mutsen en dekens.

    Als je de vaste kent, is het half stokje de logische volgende steek. Het gaat snel, het is niet moeilijk en de stof valt mooi. Hieronder lees je de steek stap voor stap, hoe je de eerste rij in een ketting haakt, waar je het half stokje voor gebruikt en welke fouten je makkelijk vermijdt. Zoek je meer uitleg over steken en patronen? Kijk dan bij haken en breien, de haakpatronen en haken patronen.

    Kort samengevat

    • Half stokje: omslag, steek in, lus ophalen, omslag, door alle 3 de lussen.
    • Het is hoger dan de vaste, lager dan het stokje.
    • De stof is soepel, stevig en groeit sneller dan met vasten.
    • Controleer in een patroon of de keerlossen als steek meetellen.
    • Engelse patronen noemen dit de “half double crochet”; in het internationale systeem heet het “half treble”.

    Wat is het half stokje?

    Het half stokje (hst) is een van de zes basissteken van het haken. Volgens Wikipedia over crochet zijn die zes: chain, slip stitch, double crochet, half treble, treble en double treble in het internationale systeem, en elke hogere steek slaat het garen vaker om voordat je het doorhaalt. In het Nederlands heten ze losse, halve vaste, vaste, half stokje, stokje en dubbel stokje. Het half stokje is de steek met één omslag vooraf.

    Let op de benamingen. Wikipedia legt uit dat steknamen per land verschillen en dat patronen zorgvuldig gelezen moeten worden. Het Nederlandse half stokje heet in Amerika “half double crochet” (hdc) en in het internationale systeem “half treble” (htr). Check dus altijd welke notatie een patroon gebruikt.

    Haken half stokje stap voor stap

    Zo haak je een half stokje in een bestaande rij:

    Handen haken een half stokje met een haaknaald en crèmekleurig garen
    Eerst de omslag, dan steek je in de steek.
    1. Sla het garen om je haaknaald, van achteren naar voren.
    2. Steek de haaknaald in de volgende steek.
    3. Sla het garen om en haal het door de steek. Je hebt nu drie lussen op je naald.
    4. Sla het garen nog een keer om en haal het in één keer door alle drie de lussen.
    5. Je hebt één lus op je naald en één half stokje gehaakt. Herhaal voor de volgende steek.

    Haak niet te strak. Haal het garen na stap 3 een klein beetje los, zodat je makkelijk door alle drie de lussen komt. Een te kleine haaknaald maakt dit lastig. Over haaknaalden vind je meer in onze uitleg bij de haaknaald.

    De eerste rij: in een ketting haken

    Haak eerst een ketting van lossen. Voor een lapje van 20 half stokjes haak je 22 lossen. Haal de eerste rij als volgt:

    1. Sla het garen om en steek in de derde losse vanaf je haaknaald. De twee lossen die je overslaat tellen als keerlossen.
    2. Haak een half stokje zoals hierboven beschreven.
    3. Haak een half stokje in elke volgende losse, tot het eind van de ketting.
    4. Keer je werk.

    Voor de volgende rij haak je twee lossen als keerlossen, en dan een half stokje in elke steek van de vorige rij. In sommige patronen tellen de keerlossen als eerste steek, in andere niet. Het patroon vermeldt dit. Kijk altijd goed hoeveel steken je na elke rij zou moeten hebben, en tel na.

    Hoe hoog is haken half stokje?

    Het half stokje zit tussen de vaste en het stokje. Volgens Wikipedia is elke volgende steek hoger, omdat het garen vaker wordt omgeslagen. Een vaste is ongeveer tweemaal zo hoog als een gebreide steek en een stokje ongeveer vier keer zo hoog, bij vergelijkbaar garen en gereedschap. Het half stokje zit daar logischerwijs tussenin. Dat maakt het snel: een deken in half stokjes groeit sneller dan een deken in vasten, maar blijft dichter dan een deken in stokjes.

    SteekHoogteStof
    Halve vastenauwelijkszeer dicht, stug
    Vastelaagdicht, stevig
    Half stokjemiddelsoepel, stevig
    Stokjehoogluchtig, soepel

    Zie voor de laagste steek ook onze uitleg over haken halve vaste.

    Waarvoor gebruik je haken half stokje?

    Het half stokje is een veelzijdige steek. Typische toepassingen:

    • Sjaals en omslagdoeken. De stof is soepel en valt mooi. Zie bijvoorbeeld het haakpatroon omslagdoek.
    • Mutsen. Het half stokje geeft een warme, wat dichtere stof, die goed isoleert.
    • Dekens. De stof groeit snel en blijft stevig.
    • Kledingstukken. Voor vesten en truien geeft het een dichte, maar niet te stijve stof.
    • Amigurumi en tassen. Voor een soepeler stof dan de vaste.
    • Een rand. Een rij half stokjes geeft een iets hogere rand dan halve vasten.

    Een veelgebruikte variant is het half stokje in de achterste lus alleen, wat een geribbeld effect geeft dat op breien lijkt. Patronen schrijven dit voor als “hst in de achterste lus”.

    Half stokje in de ronde

    In de ronde haak je half stokjes net zo als in rijen. Je sluit de ronde aan het eind met een halve vaste in de eerste steek, haakt twee keerlossen en begint de volgende ronde. Veel patronen zeggen of de keerlossen meetellen. Markeer de eerste steek van de ronde met een steekmarkeerder, zodat je niet de tel kwijtraakt. Gebruik een halve vaste om een ronde netjes te sluiten.

    Haken half stokje voor beginners: een oefenlapje

    Wil je haken half stokje leren? Haak dan een oefenlapje. Neem een bol middeldik katoen of acryl en een haaknaald van 4 tot 5 mm. Haak 22 lossen en werk de eerste rij zoals hierboven beschreven, met 20 half stokjes. Haak daarna ten minste tien rijen, met twee keerlossen aan het begin van elke rij. Je ziet dat de stof na een paar rijen een mooie, gelijkmatige structuur krijgt. Het lapje is zo’n 10 tot 15 cm hoog. Meet daarna de stekenproef: hoeveel steken en rijen passen er in 10 bij 10 cm?

    Een gehaakt oefenlapje van half stokjes met haaknaald en liniaal
    Een oefenlapje van 20 half stokjes en 10 rijen.

    Let tijdens het oefenen op drie dingen: houd je spanning gelijk, tel af en toe je steken, en kijk of de randen recht blijven. Lopen ze scheef, dan sla je waarschijnlijk een steek over of haak je er te veel in. Haal dan een paar rijen uit en begin opnieuw. Dat is geen falen, het hoort bij het leren van haken half stokje.

    Het half stokje lezen in een patroon

    In Nederlandse patronen staat het half stokje als hst. Een regel als “1 hst in elke st” betekent dat je in elke steek van de vorige rij een half stokje haakt. Staat er “2 hst in dezelfde st”, dan haak je twee half stokjes in één steek, een meerdering. “Hst 2 samen” is een mindering: je haalt twee half stokjes samen af. Dit lees je ook bij haken patronen.

    Let op of een patroon van Amerikaanse oorsprong is. Daar staat “hdc” voor hetzelfde half stokje, maar in Amerikaanse patronen is “dc” een stokje en “sc” een vaste. Dat is een andere indeling dan in het internationale systeem, zoals Wikipedia ook beschrijft.

    Een deken of sjaal haken in half stokjes

    Het half stokje is bij uitstek geschikt voor een deken of sjaal. Je hebt een ketting nodig die ongeveer net zo breed is als je deken, plus twee lossen voor het begin. Haak rij voor rij en verander van kleur wanneer je wilt. Een deken in half stokjes is dichter dan een in stokjes, en daardoor warmer, maar het groeit toch sneller dan met vasten. Meer ideeën vind je bij de haakpatronen.

    Een sjaal gehaakt in half stokjes over een stoel
    Een sjaal in half stokjes is dicht en warm.

    Veelgemaakte fouten bij het half stokje

    1. De omslag vergeten. Zonder omslag vooraf haak je geen half stokje maar een vaste. Controleer of er drie lussen op je naald staan na het ophalen.
    2. Te strak door de drie lussen. Haal het garen na het ophalen iets los.
    3. Steken verliezen aan het begin of eind van de rij. Tel na elke rij, en kijk of de keerlossen als steek tellen.
    4. De bovenste steek overslaan. Haak het laatste half stokje in de keerlossen van de vorige rij als het patroon dat zo voorschrijft.
    5. Verwarren met een stokje. Een stokje haal je in twee stappen af, een half stokje in één keer door alle drie lussen.

    Tips voor mooi haken half stokje

    • Haak met een gelijkmatige spanning.
    • Gebruik een haaknaald die past bij het garen en ga een maat groter als de stof te stug wordt.
    • Maak een stekenproef van 10 bij 10 cm, vooral bij een deken of een muts.
    • Kijk of de stof goed valt. Een half stokje in zachte wol of katoen geeft een mooie drape.
    • Kijk voor garenkeuze bij wol kopen.

    Veelgestelde vragen over haken half stokje

    Hoe werkt haken half stokje?

    Omslag, steek in de steek, lus ophalen (drie lussen op de naald), omslag en in één keer door alle drie de lussen halen.

    Wat is het verschil tussen een half stokje en een stokje?

    Bij een stokje haal je het garen in twee keer door twee lussen, bij een half stokje in één keer door drie lussen. Het stokje is daardoor hoger.

    Wat is het verschil tussen een half stokje en een vaste?

    Het half stokje begint met een omslag en is hoger. De vaste heeft geen omslag vooraf.

    Hoeveel keerlossen haak je bij een half stokje?

    Meestal twee. In sommige patronen tellen ze als eerste steek, in andere niet. Lees het patroon.

    In welke losse haak ik de eerste half stokje?

    In de derde losse vanaf je haaknaald. De twee overgeslagen lossen tellen als keerlossen.

    Wat is een half stokje in het Engels?

    In het Amerikaanse systeem is dat de “half double crochet” (hdc), in het internationale systeem de “half treble” (htr).

    Welke haaknaald gebruik ik bij een half stokje?

    Die op het garenlabel. Wil je een soepelere stof, neem dan een maat groter, voor een dichtere stof een maat kleiner.

    Waarom wordt mijn werk smaller of breder?

    Meestal haak je steken te veel of te weinig aan het begin of eind van de rij. Tel na elke rij en let op de keerlossen.

    Verder lezen

  • Haken sleutelhanger: een gehaakte sleutelhanger in 5 stappen

    Haken sleutelhanger: een gehaakte sleutelhanger in 5 stappen

    Een sleutelhanger haken doe je met een kleine haaknaald, een restje garen en een beetje vulling. Je haakt in rondes een bolletje, vult het en maakt er een lusje en een sleutelring aan vast. Het is een project van ongeveer een uur, en dus een goed eerste project of een snel cadeau. Je hebt maar twee steken nodig: de losse en de vaste, plus een magische ring om te beginnen.

    In deze uitleg haak je een eenvoudig bolletje in vijf stappen. Daarna lees je hoe je het aanpast tot een bloem, een kleine schijf of een kleurrijke kwast. We geven ook tips voor garen, naald en vulling, en leggen uit hoe je een sleutelhanger stevig genoeg maakt om dagelijks mee te gaan. Heb je nog nooit gehaakt? Begin dan bij de pijler haken en lees over haakpatronen.

    Kort samengevat

    • Een sleutelhanger haak je in rondes in vaste, met een magische ring als begin.
    • Gebruik een restje katoen en een haaknaald van 2,5 tot 3 mm, zodat het werk stevig wordt.
    • Vul het bolletje met polyestervulling voordat je het sluit.
    • Maak de sleutelring vast met een stevig lusje van lossen of een metalen ring.
    • Het hele project kost ongeveer een uur en een paar gram garen.

    Wat heb je nodig voor een gehaakte sleutelhanger?

    De materialenlijst is kort, en bijna alles heb je misschien al in huis.

    Materialen voor een gehaakte sleutelhanger: haaknaald, garen, sleutelring en vulling
    Een restje garen, een kleine naald en wat vulling.
    • Garen: een restje katoen in een kleur naar keuze, ongeveer 5 tot 10 gram per sleutelhanger. Katoen is stevig en gaat lang mee. Meer over het materiaal lees je in katoen garen.
    • Haaknaald: kleiner dan de wikkel aanbeveelt, bijvoorbeeld 2,5 tot 3 mm bij middeldik katoen. Zo haak je stevig en komt de vulling er niet doorheen. De Nederlandstalige Wikipedia vermeldt dat haaknaalden in millimeters gemeten worden, volgens de pagina over de haaknaald.
    • Vulling: een klein beetje polyestervulling of restjes van het garen.
    • Sleutelring: een metalen ring met een kettinkje of een los ringetje, te koop in hobbywinkels.
    • Stopnaald en schaar.

    Een tip voor het garen: kies glad katoen in plaats van pluizige wol. Pluizige wol geeft een zachte uitstraling, maar de sleutelhanger slijt sneller aan je broekzak. Voor een zacht, speels resultaat kies je een zachte wol of een mengsel. Lees meer over garen voor het kiezen.

    Stap 1: de magische ring

    Je begint met een magische ring. Leg het draadeind in een lus over je vinger, steek de naald erdoor en haal een lus op. Haak een losse om de ring vast te zetten. Het voordeel van een magische ring is dat je hem aan het eind kunt dichttrekken, zodat er geen gat in het midden zit. Dat is bij een gevuld bolletje belangrijk.

    Heb je nog nooit een magische ring gemaakt? Oefen hem een paar keer zonder garen te verspillen. Het is een kwestie van gevoel. Lukt het niet, haak dan 2 lossen, en haak de eerste ronde in de tweede losse vanaf je naald.

    Stap 2: haak de bol in rondes

    Je haakt in een spiraal, dus zonder de rondes te sluiten. Markeer het begin van elke ronde met een steekmarkeerder of een stukje draad.

    Een klein bolletje wordt in rondes gehaakt met een haaknaald
    De bol haak je in een spiraal, zonder de rondes te sluiten.

    Ronde 1: haak 6 vaste in de magische ring. Trek de ring dicht. Je hebt 6 steken.

    Ronde 2: haak 2 vaste in elke steek. Je hebt nu 12 steken.

    Ronde 3: haak 1 vaste in de eerste steek, 2 vaste in de volgende. Herhaal tussen de sterretjes. Je hebt 18 steken.

    Ronde 4 tot 6: haak 1 vaste in elke steek. Je hebt 3 rondes van 18 steken. Het bolletje krijgt zijn vorm.

    Het aantal rondes bepaalt de grootte. Met drie rondes recht krijg je een bolletje van ongeveer 3 tot 4 centimeter met middeldik katoen en een kleine naald. Dat is een richtwaarde. Wil je een grotere bol, haak dan ronde 4 met meerderen tot 24 steken en meer rondes recht. Voor het haken van vasten, lees haken halve vaste voor het verschil tussen de lage steken.

    Tip: haak strak. Een strakke steek geeft een dichte stof waar de vulling niet doorheen schijnt. Haak je te los, neem dan een kleinere naald.

    Stap 3: minderen en vullen

    Nu haak je de bol dicht.

    Ronde 7: haak 1 vaste in de volgende 1 steek, 2 steken samen. Je haakt dus twee steken tegelijk samen, door ze alle twee op te halen en dan de draad door alle lussen te trekken. Je hebt nu 12 steken.

    Stop nu met haken en vul het bolletje met een beetje vulling. Vul niet te vol, want dan rekt je werk uit en zie je de vulling tussen de steken door. Een stevig gevuld bolletje voelt veerkrachtig aan.

    Ronde 8: haak 2 steken samen over de hele ronde. Je hebt nu 6 steken.

    Stap 4: sluiten en afhechten

    Knip de draad af met een eind van ongeveer 15 centimeter. Haal het draadeind door de resterende 6 steken, met de stopnaald, en trek aan als een rijgdraad. Het gat sluit zich. Steek de naald door het bolletje en haal hem er aan de andere kant uit, trek stevig en knip af. Het draadeind verdwijnt in het werk.

    Wil je het bolletje decoreren? Borduur er met een andere kleur een lijn of een gezichtje op, of naai er een klein kraaltje op. Houd het eenvoudig, want een sleutelhanger gaat dagelijks mee en moet stevig zijn.

    Stap 5: de sleutelring vastmaken

    Er zijn twee manieren om de sleutelring te bevestigen.

    Gehaakte sleutelhangers aan sleutelringen met sleutels
    Het afgewerkte bolletje aan de sleutelring.

    Met een gehaakt lusje

    Haak met dezelfde draad een ketting van 10 lossen en sluit hem met een halve vaste tot een ring. Naai de ring met een stopnaald stevig aan het bolletje en haal er een sleutelring doorheen. Dit is een mooie, ronde afwerking. Naai op twee of drie punten vast, zodat het lusje niet losraakt.

    Met een metalen ring en een kettinkje

    Veel hobbywinkels verkopen sleutelringen met een kettinkje en een klein ringetje. Haal het ringetje door de bovenste steken van je bolletje, en draai het dicht. Dit is snel en stevig, maar je ziet het metaal.

    Controleer altijd of de bevestiging goed vastzit, vooral als je de sleutelhanger weggeeft. Een sleutelhanger die na een week loskomt, is jammer.

    Varianten: wat kun je nog haken?

    Met dezelfde basis kun je veel kanten op.

    • Een plat rondje. Haak alleen ronde 1 tot en met 3 en vul niet. Je krijgt een kleine schijf, handig als onderzetter of als sleutelhanger met een bedrukking.
    • Een bloem. Haak vijf kleine bogen rond een magische ring. Dat geeft een bloem met bladeren, en je kunt er een kleurtje middenin zetten.
    • Een kwast. Wikkel garen om een stukje karton, bind het bovenin af en knip de onderkant open. Het is geen haakwerk, maar het past bij een gehaakte bol.
    • Een dier. Voeg oortjes of een staartje toe en je hebt een mini-knuffel. Meer daarover lees je bij haken knuffel en amigurumi.

    Een sleutelhanger haken met een letter of naam

    Een gehaakte letter is een persoonlijk cadeau. Je haakt de letter plat in vaste of halve stokjes, zodat de vorm duidelijk blijft. Begin met een ketting en haak de contour van de letter erlangs, of haak een ronde schijf en borduur de letter erop met een andere kleur. Voor beginners is borduren het makkelijkst, omdat je de vorm niet hoeft te haken.

    Teken de letter eerst op papier in de grootte die je wilt, ongeveer vier tot vijf centimeter. Leg je gehaakte schijf erop en borduur met een stopnaald en een contrasterende kleur de lijnen in steksteek. Maak de stekenlijn niet te fijn, anders verdwijnt de letter in het haakwerk. Een dikkere draad of een dubbele draad werkt beter.

    Garen kiezen: katoen, wol of acryl

    Voor een sleutelhanger heb je weinig garen nodig, dus je kunt het beste kiezen op gebruik.

    Katoen is stevig, glad en goed wasbaar. De Nederlandstalige Wikipedia beschrijft katoen als een vezel van zuivere cellulose met weinig rek, volgens de pagina over katoen. Die lage rek is handig, want je sleutelhanger behoudt zijn vorm. Het is dan ook de eerste keus voor een sleutelhanger.

    Wol is zachter en veert terug, maar slijt sneller en kan bij vocht gaan vilten. Een wollen sleutelhanger is leuk als decoratie, maar minder geschikt als hij elke dag in je jaszak zit. Zie garen voor meer over de verschillen.

    Acryl is goedkoop en kleurvast, en wordt vaak in restjes aangeboden. Het is minder fijn voor de huid maar voor een sleutelhanger prima, zeker als je er veel wilt maken.

    Welk garen je ook kiest, haak met een kleine naald en een strakke hand. Dat geeft de beste resultaten. Heb je een restje van een eerder project over? Dan is dit de perfecte manier om het op te maken.

    Meerdere sleutelhangers tegelijk haken

    Wil je meer sleutelhangers haken, bijvoorbeeld als cadeau voor een groep, doe het dan in een batch. Haak eerst alle bolletjes tot ronde 6, vul ze dan allemaal en maak ze daarna dicht. Dat is sneller dan elk bolletje helemaal afmaken, omdat je in hetzelfde ritme blijft.

    Gebruik voor alle sleutelhangers dezelfde naald en hetzelfde garen, zodat ze even groot worden. Haak je met verschillende kleuren, tel dan telkens hetzelfde aantal rondes en let op dat je spanning gelijk blijft. Leg ze naast elkaar voor je ze aan de sleutelringen naait, en kies de mooiste combinaties.

    Een batch van tien sleutelhangers kost ongeveer een middag. Dat is een leuk weekendproject en goedkoop, omdat je met restjes garen werkt. Pak ze elk apart in, met een klein kaartje, voor een persoonlijk cadeau.

    Onderhoud: zo gaat je sleutelhanger lang mee

    Een sleutelhanger gaat dagelijks mee en krijgt het zwaar te verduren. Een paar gewoonten maken hem duurzamer.

    • Haak strak. Een stevig haakwerk slijt minder snel dan een los werk.
    • Naai vast op meerdere punten. Het lusje of de ring is het zwakke punt.
    • Wissel van sleutelring. Een versleten ring kan het werk beschadigen. Vervang hem als hij roest.
    • Was voorzichtig. Met de hand in lauw water en aan de lucht drogen.
    • Maak er een nieuwe. Een sleutelhanger is zo snel gehaakt dat vervangen geen probleem is.

    Een sleutelhanger als cadeau

    Een gehaakte sleutelhanger is een persoonlijk en goedkoop cadeau. Kies een kleur die bij de ontvanger past, of haak een bolletje in de kleur van hun huis of auto. Voor een verjaardag of kerst kun je meerdere sleutelhangers in één keer haken, uit dezelfde bol. Pak ze in een klein doosje met zijdepapier, en je hebt een cadeau dat meer uitstraalt dan wat het kost.

    Wil je iets thematisch? Haak dan een kerstbal of een ster, en hang hem aan de boom. Dat is een leuk idee voor de feestdagen. Meer ideeën vind je in haken kerst.

    Veelgemaakte fouten bij het haken van een sleutelhanger

    De vulling schijnt door

    Je haakt te los. Neem een kleinere naald en haak strakker.

    Het gaatje in het midden blijft open

    Je hebt geen magische ring gebruikt of hem niet goed aangetrokken. Trek het draadeind van de ring stevig aan voordat je verder haakt.

    De sleutelring komt los

    Naai het lusje op meerdere punten vast, en gebruik een stevig garen. Trek er een keer stevig aan om te testen.

    Het bolletje wordt scheef

    Je haakt niet in elke ronde evenveel steken. Tel na elke ronde.

    Veelgestelde vragen over een sleutelhanger haken

    Hoe haak je een sleutelhanger?

    Haak met een magische ring en vaste een bolletje in rondes, vul het met een beetje vulling en sluit het. Naai een gehaakt lusje of een metalen ring eraan en haal er een sleutelring doorheen. Het kost ongeveer een uur.

    Welk garen gebruik je voor een sleutelhanger?

    Het best een glad katoen, omdat het stevig is en niet snel slijt. Een restje is genoeg: 5 tot 10 gram per sleutelhanger.

    Welke haaknaald heb je nodig?

    Een kleine naald, 2,5 tot 3 mm bij middeldik garen. Zo haak je strak en komt de vulling er niet doorheen.

    Hoe lang duurt het om een sleutelhanger te haken?

    Ongeveer een uur voor een eenvoudig bolletje. Een figuurtje met oren en staart duurt twee tot drie uur.

    Kun je een sleutelhanger haken als beginner?

    Ja. Het is een van de beste eerste projecten, omdat het klein is en je maar twee steken nodig hebt. Het enige lastige is de magische ring, en daarvoor is er een alternatief.

    Hoe maak je een sleutelring vast aan een gehaakt bolletje?

    Haak een lusje van 10 lossen en naai het stevig vast op twee of drie punten, of gebruik een sleutelring met een kettinkje. Trek eraan om te testen of het goed zit.

    Kun je een gehaakte sleutelhanger wassen?

    Ja, met de hand in lauw water en een mild wasmiddel. Laat hem aan de lucht drogen. De vulling kan bij te heet wassen samenklonteren.

    Wat kun je nog meer haken dan een bol?

    Een bloem, een hartje, een dier of een klein mandje. Met dezelfde techniek haak je ook sleutelhangers in de vorm van een appel of een ster.

    Verder lezen

    Een sleutelhanger is een klein project met een groot resultaat. Op AYOO lees je verder over haken.

  • Haken dubbel stokje: de steek stap voor stap uitgelegd

    Haken dubbel stokje: de steek stap voor stap uitgelegd

    Bij haken dubbel stokje maak je twee omslagen om je haaknaald, steek je in de steek, haal je de draad op en haal je daarna drie keer twee lussen af. Het dubbel stokje is hoger dan het stokje en geeft een luchtige, snel groeiende stof. Je gebruikt hem voor sjaals, dekens en omslagdoeken, en voor motieven die een open structuur nodig hebben.

    In dit artikel leer je het dubbel stokje in vier stappen, met een draaiketting en een proefrij om te oefenen. We laten ook zien hoe je in rondes werkt en hoe je het verschil ziet met het stokje en het half stokje. Wil je eerst de basis? Begin dan bij de pijler over haken en lees over haakpatronen.

    Kort samengevat

    • Een dubbel stokje haak je met twee omslagen, ophalen en driemaal twee lussen afhalen.
    • Het is hoger dan het stokje en geeft een luchtige stof die snel groeit.
    • Als draaiketting haak je 4 lossen, die tellen als eerste dubbel stokje.
    • Begin met een proefrij van 20 steken om het ritme te vinden.
    • Gebruik een iets kleinere naald als je werk te los wordt.

    Wat is een dubbel stokje?

    Het dubbel stokje is een van de basissteken van het haken. Hoe hoger de steek, hoe meer omslagen je maakt voordat je in het werk steekt. De vaste is de laagste steek, daarna komen de halve vaste, het half stokje, het stokje en het dubbel stokje. Het dubbel stokje is dus hoger dan het stokje, en geeft een luchtiger, losser werk. Voor meer uitleg over de lagere steken lees je haken stokje, haken halve vaste en haken half stokje.

    Haken is volgens de Nederlandstalige Wikipedia over de haaknaald een techniek met één naald, waarbij de draad om de haak wordt gelegd en door een bestaande lus wordt getrokken. Bij het dubbel stokje doe je dat meerdere keren in één steek, en daardoor wordt de steek zo hoog.

    Wanneer gebruik je een dubbel stokje?

    Het dubbel stokje is geschikt als je snel veel oppervlakte wilt maken. De stof is luchtig en valt soepel, wat goed past bij een omslagdoek, een sjaal of een zomertopje. Voor een dichte, stevige stof zoals een tas kies je een lagere steek. Bij dekens wordt het dubbel stokje gebruikt als je een luchtig of snel resultaat wilt, maar de deken is dan minder warm dan een deken in vasten.

    Wat heb je nodig?

    • Garen: middeldik, bij voorkeur glad en effen. Katoen en wol zijn allebei goed. Zie ons artikel over garen voor het kiezen.
    • Haaknaald: 4 tot 5 mm bij middeldik garen. De maat wordt in millimeters aangegeven. Meer informatie vind je bij haaknaald.
    • Stopnaald en schaar.

    Voor je eerste dubbel stokje is een licht garen in een middelgrote tint ideaal. Dan zie je goed waar je naald heen moet. Een donker garen of een garen met een pluizige draad maakt dat moeilijker.

    Haken dubbel stokje in 4 stappen

    Hieronder lees je hoe je één dubbel stokje haakt in een rij. Heb je al een ketting van lossen? Dan kun je beginnen.

    Stap 1: twee omslagen maken

    Leg de draad twee keer om je haaknaald. De omslagen liggen dan als twee lusjes om de naald. Doe dit steeds vlak voordat je in de steek steekt.

    Haaknaald met twee omslagen van garen voor een dubbel stokje
    Leg de draad twee keer om je haaknaald.

    Stap 2: in de steek steken en ophalen

    Steek de naald in de steek waar je het dubbel stokje wilt maken. Leg de draad om de naald en haal hem door de steek. Je hebt nu vier lussen op je naald: de twee omslagen, de lus die je opgehaald hebt en de lus die al op de naald stond.

    Stap 3: drie keer twee lussen afhalen

    Leg de draad om de naald en haal hem door de eerste twee lussen. Je hebt nu drie lussen over. Leg de draad weer om en haal hem door de volgende twee lussen. Er blijven twee lussen over. Haal de draad een laatste keer door de laatste twee lussen.

    Stap 4: herhaal

    Je hebt nu één dubbel stokje. Maak twee omslagen en steek in de volgende steek. Zo ga je door tot het einde van de rij.

    Tip: tel de lussen op je naald na elke stap. Na het ophalen heb je er vier, na de eerste afhaalbeurt drie, na de tweede twee en na de derde één. Zo vind je meteen waar het misgaat.

    Een rij dubbele stokjes haken

    Een rij dubbele stokjes begint met een ketting van lossen. Je haakt een ketting van het aantal steken dat je nodig hebt, plus vijf lossen voor de eerste steek.

    Gehaakte rij dubbele stokjes met haaknaald en bol garen
    Een rij dubbele stokjes begint met een ketting van lossen.
    1. Haak een ketting van bijvoorbeeld 25 lossen. Het patroon geeft het precieze aantal.
    2. Haak het eerste dubbel stokje in de zesde losse vanaf je naald. De eerste vijf lossen tellen samen als je eerste dubbel stokje.
    3. Haak in elke volgende losse een dubbel stokje, tot het einde van de rij.
    4. Haak aan het einde van de rij vier lossen als draaiketting en draai je werk.
    5. Haak de tweede rij in de bovenkant van de dubbele stokjes van de vorige rij, beginnend in de tweede steek, want de draaiketting telt als eerste.

    Zo haak je rij na rij, en je ziet je werk snel groeien. Meer over de opbouw van rijen en het lezen van patronen vind je in haken patronen.

    Waarom vier lossen?

    Een dubbel stokje is zo hoog dat een enkele losse aan het begin van een rij te laag is. De vier lossen vormen de hoogte van het eerste dubbel stokje, zodat je rand recht blijft. Bij een stokje gebruik je er drie, bij een half stokje twee en bij een vaste één of geen.

    Dubbel stokje in rondes

    Je kunt dubbele stokjes ook in rondes haken, bijvoorbeeld voor een granny square, een mandala of een mutsje.

    Begin met een kring van vier lossen, gesloten met een halve vaste. Haak vier lossen als eerste dubbel stokje, en haak daarna 11 dubbele stokjes in de kring. Sluit de ronde met een halve vaste in de vierde losse van het begin. Je hebt nu een cirkel met 12 steken.

    Voor de volgende rondes meerder je in elke steek of in elke tweede steek, om de cirkel plat te houden. Bij hoge steken zoals het dubbel stokje moet je meer meerderen dan bij een lage steek, anders gaat je werk golven. Meer over rondes haken vind je in granny square.

    Het dubbel stokje goed leren: een oefenplan

    Een steek leer je door hem veel te haken, maar een beetje structuur helpt. Dit oefenplan neemt een uur.

    Oefenronde 1: tien steken. Haak een ketting van vijftien lossen en haak daarin één rij dubbele stokjes. Concentreer je op de vier stappen en tel de lussen op je naald. Dit is geen werk om te bewaren, dus je mag fouten maken.

    Oefenronde 2: hetzelfde, maar sneller. Haal de rij uit en haak hem opnieuw, nu met meer ritme. Je merkt dat de omslagen en het afhalen vanzelf gaan.

    Oefenronde 3: een lapje. Haak twintig steken breed en tien rijen hoog. Let op de randen: zijn ze recht? Zo niet, tel dan na en kijk of je de draaiketting goed gebruikt. Een recht lapje betekent dat je steek goed zit.

    Houd tijdens het oefenen je spanning in de gaten. Veel beginners haken de ketting strakker dan de rest van het werk, waardoor de onderkant samentrekt. Haak je ketting met een naald die een maat groter is, en wissel daarna naar de gewone maat.

    Dubbel stokje lezen in een patroon

    In een patroon staat het dubbel stokje meestal afgekort als “dst” of “dub st”, soms ook “dbl st”. Dat is niet overal gelijk. Kijk dus altijd naar de afkortingenlijst van het patroon. Een rij kan er zo uitzien: “4 l, 1 dst in de volgende st, herhaal tot het einde, keer.” Het betekent: haak vier lossen als draaiketting, haak dan in elke volgende steek een dubbel stokje en draai je werk.

    Let op het verschil tussen Nederlandse en Engelse patronen. Een Engels patroon met “double treble” is het dubbel stokje, terwijl “double crochet” een lagere steek is, in het Amerikaanse systeem een stokje en in het Britse een vaste. Dat is een bekende bron van verwarring. Lees altijd wat het patroon bedoelt, voordat je een patroon uit een andere taal volgt. Meer over het lezen van patronen vind je in haakpatronen.

    Dubbele stokjes combineren met andere steken

    Het dubbel stokje wordt zelden alleen gebruikt. In de meeste patronen wisselt het af met andere steken, en daardoor krijg je structuur.

    • Dubbele stokjes met lossen ertussen geven een open, kantachtige stof. Haak bijvoorbeeld twee dubbele stokjes, twee lossen, twee dubbele stokjes. Dat past bij een zomersjaal of omslagdoek.
    • Dubbele stokjes in een rij vasten geven een stevige rand onder een luchtige stof.
    • Groepjes dubbele stokjes vormen schelpjes of waaiers. Je haakt vijf of zes dubbele stokjes in één steek en wisselt af met een vaste. Het resultaat is een golvend patroon dat je vaak als randje ziet.
    • Dubbele stokjes met een ander stokje ertussen geven een patroon in hoogte, geschikt voor een deken met reliëf.

    Als je een patroon gebruikt dat je niet kent, haak dan eerst een proeflapje. Zo zie je hoe de steken zich verhouden en of je garen en naald goed gekozen zijn. Dat geldt zeker bij combinaties met hoge steken, want kleine verschillen in spanning zie je dan meteen terug. Meer over proeflapjes en garenkeuze vind je in wol kopen.

    Het verschil met het stokje en het half stokje

    SteekOmslagenHoogteDraaiketting
    Half stokje1laag2 lossen
    Stokje1middel3 lossen
    Dubbel stokje2hoog4 lossen

    Het stokje gebruikt één omslag, het dubbel stokje twee. Het dubbel stokje is ongeveer anderhalf keer zo hoog als het stokje, en geeft dus een grotere stof per rij. De stof is losser en lichter. Voor beginners is het stokje een betere eerste keuze, omdat hij minder lussen heeft om bij te houden.

    Wat kun je haken met dubbele stokjes?

    • Een sjaal of omslagdoek. Snel en luchtig. Een sjaal van 20 bij 150 centimeter is in een paar avonden klaar. Zie ook haken sjaal.
    • Een zomerse top of een poncho. De luchtige stof draagt prettig in warm weer.
    • Een deken. Snel op te zetten, maar minder warm dan een deken met lagere steken. Lees meer in haken deken.
    • Motieven en granny squares. Gebruik dubbele stokjes voor hoeken of voor grotere motieven.
    • Een rand. Een rand van dubbele stokjes geeft een luchtige, decoratieve afwerking.
    Luchtige gehaakte sjaal van dubbele stokjes
    Een sjaal is een snel eerste project.

    Veelgemaakte fouten bij het dubbel stokje

    De hoogte is niet gelijk

    Je haalt soms te strak of te los af, waardoor de stokjes verschillen. Houd de spanning gelijk en haal elke lus even strak af.

    Het aantal steken verandert

    De draaiketting telt voor een steek. Tel na elke rij of je het juiste aantal hebt. Zie je een steek erbij of eraf, zoek dan eerst bij het begin of einde van de rij.

    Het werk wordt te los

    Hoge steken geven een los resultaat. Neem een kleinere naald of een iets stevigere draad als dat te veel is.

    Steken overslaan

    Je haakt per ongeluk in dezelfde steek twee keer of slaat er een over. Gebruik steekmarkeerders en tel regelmatig.

    Veelgestelde vragen over haken dubbel stokje

    Hoe haak je een dubbel stokje?

    Maak twee omslagen om je haaknaald, steek in de steek, haal de draad op en haal driemaal twee lussen af. Je hebt dan één dubbel stokje. Herhaal dit in elke volgende steek.

    Hoeveel lossen haak je voor een dubbel stokje?

    Als draaiketting haak je vier lossen aan het begin van elke rij. Die tellen als eerste dubbel stokje.

    Wat is het verschil tussen een stokje en een dubbel stokje?

    Een stokje heeft één omslag en een dubbel stokje twee. Daardoor is het dubbel stokje hoger en geeft het een luchtiger stof.

    Waarvoor gebruik je een dubbel stokje?

    Voor sjaals, omslagdoeken, zomerse kleding, dekens en motieven. De stof is luchtig en groeit snel.

    Is het dubbel stokje moeilijk voor beginners?

    Het is iets lastiger dan het stokje, omdat je meer lussen bijhoudt. Met een proefrij van 20 steken lukt het meestal binnen een uur.

    Hoe haak je dubbele stokjes in een cirkel?

    Begin met een kring van vier lossen, haak vier lossen als eerste steek en 11 dubbele stokjes in de kring. Sluit met een halve vaste. Meerder daarna in elke ronde om vlak te blijven.

    Waarom wordt mijn werk golvend?

    Je meerdert te weinig of te veel in je rondes. Bij hoge steken heb je meer meerderingen nodig dan bij lage steken.

    Wat is een driedubbel stokje?

    Een steek met drie omslagen. Hij is nog hoger dan het dubbel stokje en wordt vooral gebruikt voor open, decoratieve motieven.

    Verder lezen

    Het dubbel stokje is een van de basissteken van het haken. Op AYOO lees je verder over haken.

  • Haken halve vaste: zo haak je de halve vaste steek

    Haken halve vaste: zo haak je de halve vaste steek

    Haken halve vaste doe je zo: steek de haaknaald in de steek, sla het garen om en haal het in één beweging door de steek én door de lus op je haaknaald. Je houdt dan één lus over en de steek blijft heel laag. Daardoor is de halve vaste de laagste en platste basissteek: je gebruikt hem om een rand af te werken, om een ring te sluiten en om aan het eind van een toer te verbinden.

    De halve vaste wordt door beginners vaak onderschat, omdat hij zo klein is. Toch zie je hem in bijna elk patroon terug. Hieronder lees je hoe je haken halve vaste in stappen aanpakt, hoe je de steek haakt in stappen, waar je hem voor gebruikt, welke fouten vaak voorkomen en hoe hij zich verhoudt tot de vaste en het stokje. Wil je meer steken leren? Kijk dan bij haken en breien, de haakpatronen en haken patronen.

    Kort samengevat

    • De halve vaste is de laagste basissteek in haken: haaknaald in de steek, garen omslaan, door steek en lus halen.
    • Je gebruikt hem om ringen te sluiten, randen af te werken en toeren te verbinden.
    • Hij wordt in Engelse patronen soms “slip stitch” genoemd, en niet te verwarren met het half stokje.
    • Haak hem losjes, zodat de volgende ronde niet strak wordt.
    • Hij is ook geschikt voor een stevige, strakke stof zonder rek.

    Welke steek is de halve vaste?

    In de Nederlandse haakterminologie is de halve vaste (hv) de steek zonder omslag, waarbij je het garen direct door de steek én door de lus op je naald haalt. Hij heeft nauwelijks hoogte. Wikipedia noemt in het artikel over crochet zes basissteken (chain, slip stitch, double crochet, half treble, treble en double treble). In het Nederlands zijn dat de losse, halve vaste, vaste, half stokje, stokje en dubbel stokje. Elke hogere steek slaat het garen vaker om voordat je het doorhaalt. In het Amerikaanse systeem heet de halve vaste “slip stitch”. Pas op voor verwarring met het half stokje (half double crochet), dat is een hogere steek.

    De verwarring zit vooral in de Engelse benamingen. Volgens Wikipedia over crochet verschillen de steknamen per land en is het belangrijk om patronen zorgvuldig te lezen. Lees dus altijd in welke taal of notatie een patroon is geschreven.

    Haken halve vaste: stap voor stap

    Zo haak je een halve vaste in een rij lossen of in een toer:

    Een lapje in halve vasten met haaknaald
    Het lapje in halve vasten
    1. Steek de haaknaald in de volgende steek of losse. Bij een rij lossen steek je in de achterste lus of onder beide lussen.
    2. Sla het garen om de haaknaald, van achteren naar voren.
    3. Haal het garen door de steek, en meteen door de lus die al op je haaknaald stond.
    4. Je hebt nu één lus op je haaknaald en één halve vaste gehaakt.
    5. Herhaal voor de volgende steek.

    Haak niet te strak. Een halve vaste die te strak zit, trekt de rij samen en maakt de volgende toer moeilijk. Als het stroef gaat, neem dan een grotere haaknaald voor de halve vasten of let op je spanning. Zie ook onze uitleg over de haaknaald.

    Waar gebruik je haken halve vaste voor?

    De halve vaste is meer een hulpsteek dan een steek om stof mee te maken. Dit zijn de gebruikelijkste toepassingen:

    • Een ring sluiten. Na een ketting van lossen haak je een halve vaste in de eerste losse en heb je een ring waarmee je in de ronde kunt haken.
    • Een ronde afsluiten. Aan het eind van een ronde haak je een halve vaste in de eerste steek, zodat de ronde dicht is.
    • Naar een andere plek verplaatsen. Met een rij halve vasten kun je langs de rand van je werk naar een nieuwe plek zonder hoogte te maken.
    • Een rand afwerken. Een rij halve vasten rond een deken of vierkant geeft een nette, platte rand.
    • Afhechten. Voor je het garen afknipt, haak je soms een halve vaste om de afwerking netjes te laten lijken.
    • Patroon haken. Gehaakte stof in halve vaste is dik, strak en nauwelijks rekbaar, geschikt voor mandjes, onderzetters en tassen.

    Haken halve vaste in de ronde en in de toer

    In een ronde haak je de halve vaste aan het eind om de ronde te sluiten, daarna haak je een keerlosse (of niet, afhankelijk van het patroon) en begin je de volgende ronde. In een toer, waarbij je je werk keert, gebruik je hem om aan het eind van de rij te eindigen. Let op dat veel patronen de halve vaste niet meetellen bij het aantal steken van de ronde. Lees daarom goed wat het patroon zegt.

    Haken halve vaste steek in stof

    Een stuk stof helemaal in halve vaste is zeldzaam, maar mogelijk. Het resultaat is een dichte, stugge stof die nauwelijks rekt. Wil je zo’n structuur? Haak dan in de achterste lus van de steek, zodat er een geribbeld effect ontstaat dat op breien lijkt. Dit patroon wordt ook “in de achterste lus haken” genoemd. De stof is dik, warm en zwaar, geschikt voor een muts of een dikke band, maar niet voor een luchtige sjaal.

    Haken halve vaste oefenen voor beginners

    De snelste manier om haken halve vaste te leren, is een oefenlapje. Haak een ketting van 20 lossen en haak een halve vaste in elke losse, vanaf de tweede losse. Draai je werk, haak een losse en haak weer halve vasten in elke steek. Je ziet dat de stof nauwelijks groeit in hoogte, en dat de steken dicht op elkaar zitten. Probeer daarna dezelfde rij in de achterste lus alleen: de stof krijgt een ribbel. Zo voel je het verschil in een kwartier. Haak een paar rijen en let op je spanning: de halve vaste mag niet strak aanvoelen, anders wordt de volgende rij lastig.

    De halve vaste lezen in een patroon

    In Nederlandse patronen staat de halve vaste vaak als hv. Een regel als “sluit met 1 hv in de eerste v” betekent dat je aan het eind van de ronde een halve vaste haalt in de eerste vaste van die ronde. Staat er “hv in de achterste lus”, dan haak je alleen door de lus aan de achterkant van de steek. Staat er “ga met hv naar de volgende hoek”, dan haak je een paar halve vasten langs de rand om te verplaatsen, zonder dat dat nieuwe steken zijn. Meer over het lezen van patronen vind je bij haken patronen. Het kost niet meer dan een paar keer oefenen om haken halve vaste in patronen te herkennen.

    Een rand haken met halve vasten

    Een rij halve vasten rond een gehaakt stuk geeft een nette, strakke rand. Dat is handig bij een deken, een kussenhoes of een dishcloth, maar ook bij seizoensprojecten. Heb je een gehaakte ster of bal voor de feestdagen, bijvoorbeeld uit onze ideeën voor haken kerst, dan geeft een rand van halve vasten een nette afwerking. Haak de rand losjes, en haak in elke steek langs de rand, met een extra steek in de hoeken zodat de rand vlak blijft liggen.

    Halve vaste, vaste of half stokje: het verschil

    SteekHoe je het garen doorhaaltHoogteGebruik
    Halve vastein één keer door steek en lusnauwelijksringen sluiten, rand
    Vastelus door de steek, omslaan, door 2 lussenlaagdichte stof, amigurumi
    Half stokjeomslag vooraf, lus door de steek, omslaan, door 3 lussenmiddelsoepele stof
    Stokjeomslag vooraf, lus door de steek, daarna twee keer omslaan en door 2 lussenhoogluchtige stof, sjaals
    Drie gehaakte stroken met verschillende hoogte
    Het hoogteverschil tussen steken

    Volgens Wikipedia is elke volgende steek hoger omdat het garen vaker wordt omgeslagen. Een vaste is ongeveer tweemaal zo hoog als een gebreide steek en een stokje ongeveer vier keer zo hoog, bij vergelijkbaar garen en gereedschap. Zo kun je dus bij dezelfde stekenproef veel sneller een grote stof haken met stokjes dan met vasten.

    Veelgemaakte fouten bij de halve vaste

    1. Te strak haken. De halve vaste trekt dan samen en de volgende ronde wordt krap.
    2. De halve vaste meetellen. In veel patronen telt hij niet als steek. Controleer het patroon.
    3. In de verkeerde steek steken. Vooral aan het eind van een ronde, waar je in de eerste steek moet steken en niet in de keerlosse.
    4. Verwarren met het half stokje. Die steken lijken op elkaar in de naam, maar zijn heel verschillend.
    5. Een te kleine haaknaald. Dan gaat het garen moeilijk door twee lussen.

    Tips voor een nette haken halve vaste

    • Haak met een lichte hand en gelijkmatige spanning.
    • Gebruik voor afwerkranden dezelfde haaknaald als voor het werk, of een maat groter voor een soepele rand.
    • Tel af en toe de steken, zodat je geen steek overslaat.
    • Gebruik een steekmarkeerder in de eerste steek van de ronde.
    • Kijk naar een video of foto’s als je de handeling nog niet voor je ziet.

    Veelgestelde vragen over haken halve vaste

    Wat is haken halve vaste?

    Een basissteek zonder omslag: je haalt het garen door de steek en door de lus op je haaknaald in één beweging. Het is de laagste steek.

    Waarvoor gebruik je een halve vaste?

    Om een ring te sluiten, een ronde af te sluiten, naar een andere plek te gaan en om een rand af te werken.

    Wat is het verschil tussen een halve vaste en een vaste?

    Bij een vaste haal je eerst een lus door de steek, sla je om en haal je door twee lussen, waardoor de steek hoger wordt. De halve vaste haal je in één keer door steek en lus, en is veel lager.

    Is de halve vaste hetzelfde als een half stokje?

    Nee. De halve vaste is de laagste steek. Het half stokje begint met een omslag en is veel hoger.

    Telt een halve vaste mee als steek?

    Meestal niet in het aantal steken van een ronde, maar dat hangt af van het patroon. Lees de aanwijzingen in het patroon.

    Hoe haak ik een halve vaste niet te strak?

    Houd het garen losjes om je vinger, haak met een ontspannen hand en neem zo nodig een grotere haaknaald.

    Kun je een hele deken in halve vaste haken?

    Het kan, maar de stof is dik en stug. Voor een deken kies je liever stokjes of half stokjes.

    Wat is een halve vaste in het Engels?

    Dat is “slip stitch”. Let op: de Engelse en Amerikaanse namen voor andere steken verschillen. Check altijd de taal van het patroon.

    Verder lezen

  • Amigurumi haken: de techniek stap voor stap voor beginners

    Amigurumi haken: de techniek stap voor stap voor beginners

    Amigurumi haken leer je met één basisvorm: de bol. Je begint met een magische ring met zes vasten, meerdert elke ronde tot de bol breed genoeg is, haakt een paar rondes recht door en mindert daarna weer, zodat je een gevulde bol kunt sluiten. Met die ene vorm maak je het hoofd en lijf van bijna elke knuffel. Het vraagt een naald die kleiner is dan het garen aangeeft en een stekenmarkeerder.

    Wat is amigurumi, welk garen heb je nodig en hoe veilig is het? Dat lees je op onze pagina over amigurumi. Op deze pagina doen we de techniek, ronde voor ronde. Je hebt alleen twee steken nodig: de losse en de vaste. Dat is de reden dat je amigurumi haken in een middag leert.

    Kort samengevat

    • Haak met een naald die een of twee maten kleiner is dan het garen adviseert, zodat de vulling niet doorschemert.
    • Begin met een magische ring met 6 vasten en meerder elke ronde met 6 steken.
    • Je haakt in een spiraal: geen halve vaste aan het einde van de ronde en geen draaiketting.
    • Gebruik een stekenmarkeerder in de eerste steek van elke ronde.
    • Vul voordat je helemaal sluit, en trek de laatste ronde dicht met een stopnaald.

    Wat heb je nodig?

    • Middeldik katoen of een katoen-acrylmix. Katoen laat de steken goed zien en houdt zijn vorm.
    • Een haaknaald van 2 tot 3 mm. De Craft Yarn Council noemt voor dit type garen in zijn overzicht van garengewichten een haakmaat van 3,5 tot 4,5 mm. Bij amigurumi haak je een of twee maten kleiner, zodat het werk dicht wordt. Meer over maten staat bij haaknaald.
    • Een stekenmarkeerder of een stukje contrasterend garen.
    • Vulling. Polyestervulling.
    • Een stopnaald.

    De steken: alleen losse en vaste

    Voor amigurumi heb je twee steken nodig.

    • De losse (l): een lus door een lus, voor de ketting.
    • De vaste (v): steek in de steek, draad ophalen, en door beide lussen afhalen. Een vaste is kort en dicht, precies wat je wilt voor een amigurumi.

    Daarnaast zijn er twee varianten die je de eerste ronde nodig hebt: meerderen (mrd), twee vasten in één steek, en minderen (mnd), twee steken samen haken. Dat is alles. Heb je moeite met afkortingen in patronen, kijk dan bij haakpatroon.

    Stap 1: de magische ring

    De magische ring is een lus waarin je de eerste ronde haakt en die je daarna dichttrekt, zodat er geen gat in het midden blijft.

    Handen haken de eerste ronde van een amigurumi met een haaknaald
    De magische ring is het begin van elke amigurumi.
    1. Maak een lus, met het eind van de draad achter het werk, en houd de kruising tussen duim en wijsvinger.
    2. Steek je naald in de lus, haal de draad op en haak een losse om de ring te borgen.
    3. Haak 6 vasten in de ring, over zowel de lus als het draadeind.
    4. Trek aan het draadeind, zodat de ring dichtgaat.

    Lukt dit niet, dan kun je een eenvoudiger beginnen: 2 lossen, en 6 vasten in de eerste losse vanaf je naald. Het gaatje is iets groter, maar dat geeft niet voor je eerste knuffel.

    Tip: zet direct na de eerste ronde een stekenmarkeerder in de laatste steek. Verzet hem na elke ronde. Zo verlies je nooit het begin.

    Stap 2: meerder tot de bol breed genoeg is

    Je haakt in een spiraal. Dat betekent dat je aan het eind van een ronde niet afsluit, maar gewoon doorhaakt in de eerste steek van de volgende. Een typische opbouw voor een bol:

    • Ronde 1: 6 vasten in de ring (6).
    • Ronde 2: in elke steek een meerdering (12).
    • Ronde 3: 1 v, 1 mrd 6 keer (18).
    • Ronde 4: 2 v, 1 mrd 6 keer (24).
    • Ronde 5: 3 v, 1 mrd 6 keer (30).

    Zo groeit je schijf in elke ronde met 6 steken. Het aantal steken staat tussen haakjes, en dat is je controle. Tel na elke ronde. Klopt het niet, dan zit er een fout, en die zoek je meteen op.

    Stap 3: haak recht door

    Als je de gewenste breedte hebt bereikt, haak je een paar rondes zonder meerderen. Je haakt dan 30 vasten per ronde, een ronde of vijf. Dat geeft het gedeelte waar de bol zijn grootste breedte heeft. Hoeveel rondes je rechtdoor haakt, bepaalt of je bol rond of eerder een ei is.

    Stap 4: minder af

    Nu keer je het om. Het minderen gaat in dezelfde stappen terug:

    • Ronde: 3 v, 1 mnd 6 keer (24).
    • Ronde: 2 v, 1 mnd 6 keer (18).

    Bij het minderen haak je twee steken samen: steek in de eerste steek, haal de draad op, steek in de volgende steek, haal de draad op en haal af door alle drie de lussen. Daarmee verklein je de bol.

    Stap 5: vul de bol

    Vul de bol voordat je helemaal sluit. Duw de vulling in kleine plukjes in de hoeken, met het stompe einde van een potlood of de bovenkant van je haaknaald. Vul stevig, maar niet zo hard dat de steken uit elkaar gaan en je de vulling ziet. Als de bol stevig is en je geen vulling ziet, zit het goed. Hou rekening met de laatste rondes: vul die pas als je er bijna bent, zodat je makkelijk bij kunt.

    Gehaakte bol wordt gevuld met vulwatten
    Vul de bol in kleine plukjes voor je hem sluit.

    Stap 6: sluit af

    Haak minderingen tot er een klein gaatje over is, bijvoorbeeld 6 steken. Knip de draad af met een uiteinde van ongeveer 15 cm. Haal het eind door de laatste 6 steken, trek aan en maak een knoop of werk het weg met een stopnaald door de bol. Zo sluit je een gladde bol af, zonder zichtbare naad.

    Van een bol naar een knuffel

    De bol is de basis van bijna alles. Een konijn is twee bollen, een ovale voor het lijf en een kleinere voor het hoofd, plus twee oren en twee pootjes. Voor oren haak je een kleine platte vorm: een ronde die je dichtvouwt. Pootjes haak je als een kleine buis of kleine bol. Delen zet je aan elkaar met de stopnaald, door onder de voorste lus van de steek van de ene te steken en onder de lus van de andere.

    Klein gehaakt amigurumi-konijn naast een haaknaald
    Een konijn is twee bollen met twee oren.

    Oogjes zet je vast voordat je sluit en vult. Gebruik veiligheidsoogjes met een achterkant die vastklikt, of borduur ze met zwart garen. Voor kinderen onder de drie zijn losse oogjes af te raden.

    Strak haken: de sleutel tot een mooie amigurumi

    De belangrijkste vaardigheid bij amigurumi haken is strak haken, zonder dat het je hand pijn doet.

    • Gebruik een kleinere naald. Een of twee maten omlaag.
    • Trek de draad aan. Haal de lus op zonder dat hij los hangt.
    • Haak in beide lussen van de steek. Zo blijft de vorm dicht.
    • Houd het garen met een gelijke spanning. Wikkel de draad om je vinger of gebruik de greep die jij fijn vindt.
    • Gebruik hetzelfde garen voor het hele project. Garen van een ander merk haakt anders.

    Veelgemaakte fouten bij amigurumi haken

    • Een ronde niet tellen. Je bol wordt scheef. Tel altijd.
    • Het begin van de ronde kwijtraken. Gebruik een markeerder.
    • Te los haken. De vulling schemert door. Ga een maat kleiner.
    • Te weinig of te veel vulling. Vul in plukjes en voel de stevigheid.
    • De ronde sluiten met een halve vaste. Bij spiraalhaken hoort dat niet; je krijgt een zichtbare naad.
    • Te snel een moeilijk patroon proberen. Begin met de bol en kijk bij haakpatronen naar een eenvoudig beestje.

    Tellen en je plek bijhouden

    Bij amigurumi haken je in een spiraal, zonder dat een toer wordt afgesloten. Dat is handig voor een mooi resultaat, maar het maakt het ook lastig om te zien waar een toer begint. Volgens Wikipedia over amigurumi worden de meeste amigurumi in spiraalvormige toeren gehaakt, zodat er geen naden zichtbaar zijn. Daarom heb je een telsysteem nodig.

    • Een steekmarkeerder. Hang hem in de eerste steek van elke toer en verplaats hem na elke toer. Een stukje contrasterend garen werkt ook.
    • Een rijteller of papier. Zet na elke toer een streepje, zodat je weet hoeveel toeren je hebt.
    • Het aantal steken per toer. Noteer dit achter elke toer, bijvoorbeeld 6, 12, 18, zodat je snel merkt als er een steek ontbreekt.

    Tel aan het einde van een toer het aantal steken. Klopt het niet, haal dan de toer terug. Een foutje in een lage toer is gemakkelijk te herstellen. Later is dat veel lastiger.

    Onderdelen aan elkaar zetten

    Een knuffel bestaat uit meerdere delen: lijf, hoofd, oren, armen en benen. De delen haak je apart en zet je daarna aan elkaar. Een paar tips voor een mooi resultaat:

    1. Laat bij elk onderdeel een lange draad hangen. Daarmee naai je het vast.
    2. Speld de delen eerst op de goede plek, zodat je kunt kijken of ze symmetrisch zitten.
    3. Gebruik een stompe naald en naai met kleine steken door de lussen van beide delen.
    4. Maak de draad vast met een paar steken en verberg het eind in de vulling.
    5. Bewaar de ogen en andere details voor het laatst, zodat je het gezicht kunt aanpassen.

    Zet armen, benen en oren pas vast als alles goed zit. Haakt de knuffel er scheef uit, haal dan een deel los en probeer het opnieuw. Dat hoort erbij.

    Een geschikte haaknaald en garen kiezen

    Voor amigurumi gebruik je een haaknaald die iets kleiner is dan het garen aangeeft. Daardoor wordt het werk strak, en blijft de vulling binnen. Lees meer over maten bij haaknaald. Garen van katoen is stevig en geeft scherpe vormen. Acryl is zachter en wat soepeler. Een garen dat splitst, is voor beginners lastig, dus kies liever een stevig gedraaid garen. Meer over garen vind je bij katoen garen.

    Je eerste amigurumi afmaken

    Een eerste knuffel is vaak scheef, en dat is geen probleem. Kijk liever naar wat je al kunt dan naar wat nog beter kan. Een paar herkenbare verbeterpunten zijn:

    • Gaten tussen steken: haak strakker of gebruik een kleinere naald.
    • Een bult bij de overgang: let op de laatste steek van de toer en haal de draad net zo strak aan als eerder.
    • Een vlak hoofd: stop meer vulling in en vorm de bol met je handen.

    Werk je volgende project anders, bijvoorbeeld met een ander garen of een andere vorm. Zo leer je snel. Zoek eenvoudige patronen bij haakpatronen en bouw daarna op.

    Lees ook: haken patronen.

    Veelgestelde vragen over amigurumi haken

    Hoe begin ik met amigurumi haken?

    Haak een magische ring met zes vasten en meerder elke ronde met zes steken tot de bol breed genoeg is. Haak dan een paar rondes recht door en minder daarna af. Vul de bol voordat je hem sluit.

    Welke naald gebruik ik voor amigurumi haken?

    Een naald van 2 tot 3 mm voor middeldik katoen, dus een of twee maten kleiner dan het bandje aanraadt. Zo haak je dicht en schemert de vulling niet door.

    Waarom haak je amigurumi in een spiraal?

    Om geen zichtbare naad te krijgen. Je sluit de ronde niet met een halve vaste, maar haakt gewoon door. Daardoor blijft de vorm glad.

    Wat doe ik als ik het begin van de ronde kwijt ben?

    Gebruik altijd een stekenmarkeerder in de eerste steek van de ronde, en verzet die elke ronde. Heb je het begin toch verloren, dan tel je terug vanaf de laatste meerdering.

    Hoe maak ik de magische ring?

    Maak een lus, haak 6 vasten in de ring over de draad, en trek aan het draadeind tot de ring sluit. Lukt dat niet, haak dan 2 lossen en 6 vasten in de eerste losse.

    Hoe vul ik amigurumi goed?

    In kleine plukjes, met het stompe einde van een potlood in de hoeken. Vul stevig, maar niet zo hard dat de steken uit elkaar gaan. Vul voor je helemaal sluit.

    Is amigurumi haken moeilijk?

    Nee. Je gebruikt maar twee steken en je haakt steeds dezelfde vorm. Het meeste werk zit in het tellen en afwerken.

    Hoe lang duurt het om een amigurumi te haken?

    Een bol is in een uur af, een konijn of beer in drie tot vijf uur. Hoe meer delen, hoe langer het duurt.

    Verder lezen

    Wil je verder met haken? Deze pagina’s helpen:

  • Een sjaal haken voor beginners: stappenplan en patroon

    Een sjaal haken voor beginners: stappenplan en patroon

    Een sjaal haken doe je met een ketting van lossen en één steek die je rij na rij herhaalt, bijvoorbeeld de vaste of het stokje. Zet een ketting op van ongeveer 25 tot 30 lossen met een naald van 6 tot 8 mm en dik garen, haak rijen tot de sjaal 150 tot 180 cm lang is en werk de draden weg. Een eerste sjaal duurt een paar weken, met een paar uur haken per week.

    Haken heeft een voordeel op breien: je werkt met één lus tegelijk. Als je een fout maakt, haal je een paar steken terug en haak je door, zonder dat er steken van een naald glijden. Daarom is een sjaal een van de beste eerste projecten. Hieronder staat alles wat je nodig hebt, van garen en naald tot een eenvoudig patroon en afwerking. Heb je nog nooit gehaakt, begin dan met onze pagina over haken. Zoek je ander haakwerk, kijk dan bij haakpatronen.

    Kort samengevat

    • Zet 25 tot 30 lossen op met een naald van 6 tot 8 mm en dik garen.
    • Haak elke rij dezelfde steek: vasten voor een dichte sjaal, stokjes voor een luchtige.
    • Een volwassenensjaal is 150 tot 180 cm lang en 20 tot 25 cm breed.
    • Reken op ongeveer 250 tot 350 gram dik garen.
    • Haak je eerste sjaal in één kleur, zodat je geen draden hoeft weg te werken.

    Wat heb je nodig om een sjaal te haken?

    • Garen. Dik garen geeft een warme sjaal en haakt snel. Kies een gladde draad zonder haartjes, zodat je de steken ziet. Wol is warm, acryl is makkelijk te wassen en een mengsel combineert beide. Meer tips staan bij wol kopen.
    • Haaknaald. De Craft Yarn Council noemt in zijn overzicht van garengewichten voor dik garen een haakmaat van 6,5 tot 9 mm en voor middeldik garen 5,5 tot 6,5 mm. Heb je een nauwe sjaal in gedachten, ga dan een maat omlaag. Hoe je kiest, lees je bij haaknaald.
    • Een stopnaald en een schaar.
    • Een meetlint. Om de lengte te controleren.

    Welke steek past bij een sjaal?

    De steek bepaalt hoe je sjaal voelt en eruitziet.

    Twee gehaakte proeflapjes: vasten links en stokjes rechts
    Vasten zijn dichter, stokjes zijn luchtiger.

    Vasten

    Een dichte, stevige stof die niet doorzichtig is. Warm en een beetje stug in het begin. Mooi voor een sjaal die goed moet isoleren.

    Stokjes

    Een luchtige, soepele stof met veel drapering. Je haakt sneller, en je sjaal wordt zachter. Je leert de steek in onze uitleg over haken met stokjes.

    Een wisselend patroon

    Bijvoorbeeld een rij stokjes en een rij vasten, of een rijstkorrelsteek. Het geeft een textuur zonder dat het moeilijker wordt dan een van beide steken. Een voorbeeld: haak een rij stokjes, een rij vasten, en herhaal.

    Voor een eerste sjaal kies je één steek. Stokjes zijn het snelst, vasten het makkelijkst. Beide zijn prima.

    Patroon: een eenvoudige sjaal in stokjes

    Materiaal: dik garen (ongeveer 300 gram), een haaknaald van 7 mm, een stopnaald.
    Afmeting: ongeveer 22 cm breed en 170 cm lang.

    1. Haak een ketting van 22 lossen. Dat geeft 20 stokjes breed, met de draaiketting.
    2. Rij 1: haak een stokje in de vierde losse vanaf je naald en in elke volgende losse. Je hebt nu 20 stokjes, met de eerste drie lossen als het eerste stokje.
    3. Rij 2: haak 3 lossen, draai je werk om en haak een stokje in het tweede stokje van de vorige rij en in elk stokje daarna. Haak het laatste stokje in de bovenkant van de drie lossen van de vorige rij.
    4. Herhaal rij 2 tot de sjaal 170 cm lang is.
    5. Knip de draad af, haal hem door de laatste lus en werk de draden weg.

    Tel na elke tien rijen je steken. Staat er 20, dan zit je goed. Zo houd je de sjaal even breed. Wil je een andere breedte? Elk stokje voegt ongeveer 1 cm toe bij dik garen en een naald van 7 mm. Voor meer patronen en uitleg kun je ook kijken bij haken en patronen.

    Tip: haak de eerste rij met een naald die een maat groter is. Een strakke beginketting trekt je sjaal aan één kant samen.

    Patroon: sjaal in vasten

    De dichte variant.

    1. Haak een ketting van 21 lossen.
    2. Rij 1: haak een vaste in de tweede losse vanaf je naald en in elke losse daarna. Je hebt 20 vasten.
    3. Rij 2: haak 1 losse, draai je werk om en haak een vaste in elke steek van de vorige rij.
    4. Herhaal rij 2 tot de gewenste lengte.
    5. Werk af zoals bij de stokjessjaal.

    Om een textuur te krijgen, haak je alleen door het achterste lusje van elke vaste. Dat geeft rijen met een ribbel, ongeveer zoals een gebreide ribbelsteek.

    Een sjaal in granny squares

    Wil je meer kleur? Dan kun je een sjaal maken van granny squares: een rij vierkanten, aan elkaar gehaakt tot een lange baan. Elk vierkant haak je apart in verschillende kleuren. Hoe dat werkt, staat in onze uitleg over granny square haken. Voor een sjaal van 20 cm breed gebruik je vierkanten van 10 cm, twee naast elkaar, en zo’n 17 rijen voor 170 cm.

    Een sjaal van aan elkaar gehaakte granny squares
    Granny squares als sjaal.

    Een sjaal in de rondte haken: de colsjaal

    Een colsjaal is een sjaal zonder uiteinden, die je als een lus om je nek draagt. Je haakt een ketting van ongeveer 120 lossen, sluit die met een halve vaste tot een ring en haakt rondes in vasten of stokjes tot de col breed genoeg is. Dat is meestal 25 tot 30 cm. Het is een snel project dat in een paar avonden af is.

    Zo bepaal je hoeveel garen je nodig hebt

    Het garen hangt af van de dikte, de steek en de afmetingen. Dit is een vuistregel:

    • Dik garen, stokjes: 250 tot 300 gram voor een sjaal van 20 bij 170 cm.
    • Dik garen, vasten: 300 tot 350 gram, omdat vasten meer garen kosten.
    • Middeldik garen: 300 tot 400 gram.
    • Dun garen: 400 gram of meer, en veel meer tijd.

    Haak eerst een proeflapje van 10 bij 10 cm, en weeg het. Vermenigvuldig dat met het aantal vierkante decimeters van je sjaal om te schatten hoeveel je nodig hebt. Koop altijd een bol extra, zodat je niet in de problemen komt als de partij uitverkocht is.

    Afwerken en franje

    Je sjaal is af als de lengte klopt. Werk de draden weg met een stopnaald, door ze een paar centimeter heen en weer door de steken aan de achterkant te halen. Spoel de sjaal licht en leg hem plat te drogen. Zo trek je de steken mooi gelijk.

    Franje maken

    Knip stukken garen van ongeveer 25 cm. Vouw er twee of drie dubbel, haal de lus met een haaknaald door de rand van de sjaal, trek de uiteinden door de lus en haal aan. Herhaal dit om de twee of drie steken en knip de franje gelijk.

    Handen knopen franje aan het uiteinde van een gehaakte sjaal
    Franje knoop je aan het einde vast.

    Een rand haken

    Wil je een nette rand, haak dan een of twee rondes vasten rondom de sjaal. Gebruik een kleur die past bij de rest. Haak in de hoeken drie vasten in dezelfde steek, zodat de hoek niet trekt.

    Veelgemaakte fouten bij een sjaal haken

    • De sjaal wordt smaller of breder. Je slaat een steek over of haakt er een bij. Tel na elke tien rijen.
    • De rand golft. Je haakt te los of te strak. Houd je spanning gelijk.
    • Een te strakke beginketting. Gebruik een grotere naald voor de ketting.
    • De draaiketting verkeerd tellen. Bij stokjes tellen de drie lossen als een stokje. Haak je er een extra stokje bij, dan wordt de rij te breed.
    • Te weinig garen. Bereken vooraf wat je nodig hebt en koop alles in één keer.

    Wat haak je daarna?

    Heb je je eerste sjaal af, dan zijn er veel volgende stappen. Een bijpassende muts gebruikt hetzelfde garen. Een deken van granny squares gebruikt dezelfde steken. Een kerstversie vind je bij haken voor kerst. En heb je zin in iets nieuws, kijk dan bij de uitleg over amigurumi.

    Een sjaal haken in een ander formaat

    De standaardmaat van een sjaal is een stuk van ongeveer 150 tot 180 centimeter lang en 20 tot 25 centimeter breed. Je bent daar niet aan gebonden. Een korte sjaal haken voor kinderen kan 100 centimeter zijn, een grote omslagsjaal wel 40 centimeter breed.

    • Smalle sjaal. Handig voor bij een jas. Haak met vijftien tot twintig steken breed en dun garen.
    • Brede sjaal of omslagdoek. Kan om je schouders. Gebruik dikker garen en een grotere haaknaald.
    • Kindersjaal. Houd hem kort, zodat hij niet in de weg zit. Kies zacht garen dat goed wast.

    Haak altijd eerst een proeflapje van tien bij tien centimeter. Tel de steken en rijen en reken uit hoeveel steken je nodig hebt voor de gewenste breedte. Zo klopt de sjaal ook als je een ander garen gebruikt dan het patroon. Lees voor de basis ook de pagina over haakpatronen.

    Kleur en garen kiezen voor je sjaal

    Het garen bepaalt hoe de sjaal valt, voelt en wast. Katoen is koel en glad, wol is warm en veerkrachtig, acryl is licht en wasbaar. Een sjaal die dicht op de huid zit, wil je zacht hebben. Kies daarom geen grof garen voor de hals. Meer achtergrond lees je op de pagina over wol kopen.

    Ook kleur maakt verschil.

    1. Effen. De steek komt het best uit. Kies dit voor een ingewikkeld steekpatroon.
    2. Gemeleerd of verloop. Zorgt voor kleur zonder extra werk. Een simpele steek volstaat dan.
    3. Strepen. Wissel van kleur aan het eind van een rij en neem de draad mee langs de rand.

    Let op bij wisselen van bol: knoop de draden niet, maar hecht ze af met een naald. Zo blijft de rand netjes en gaat de sjaal niet kapot.

    Je sjaal verzorgen en bewaren

    Een goed gehaakte sjaal gaat jaren mee als je hem zorgvuldig behandelt. Volg altijd de wasaanwijzing op het label van het garen. Bewaar dat label bij je werk, anders vergeet je het.

    • Wassen. Was wol en wolmengsels op lage temperatuur of met de hand, met een mild wasmiddel.
    • Drogen. Leg de sjaal plat op een handdoek en breng hem in model. Hang hem niet nat op, want hij rekt uit.
    • Pluisjes. Verwijder ze met een ontpluizer of schaar, niet met je nagels.
    • Bewaren. Vouw hem op en leg hem in een luchtige zak of doos. Bij wol helpt een zakje cederhout of lavendel tegen motten.

    Heb je een rafelend stuk of een gat? Herstel het snel met een naald en dezelfde draad. Hoe langer je wacht, hoe groter het gat wordt. Met een beetje aandacht blijft een gehaakte sjaal een cadeau dat je jarenlang kunt gebruiken.

    Veelgestelde vragen over een sjaal haken

    Hoeveel lossen heb ik nodig voor een sjaal?

    Voor een sjaal van ongeveer 20 cm breed met dik garen en een naald van 7 mm haak je een ketting van 22 lossen bij stokjes en 21 bij vasten. Haak eerst een proeflapje om te zien hoeveel steken er in 10 cm gaan.

    Hoeveel garen heb je nodig voor een gehaakte sjaal?

    Voor een sjaal van 20 bij 170 cm in dik garen ongeveer 250 tot 350 gram. Dat hangt af van de steek en je spanning. Koop altijd een bol extra.

    Welke steek is het best voor een sjaal haken?

    Het stokje is het snelst en geeft een soepele sjaal, de vaste een stevige en warme. Voor je eerste sjaal kies je er één en haak je die rij na rij.

    Welke haaknaald gebruik ik voor een sjaal?

    Een naald van 6 tot 8 mm bij dik garen, 5 tot 6 mm bij middeldik. Kijk op het bandje van het garen voor de aanbeveling.

    Hoe lang moet een gehaakte sjaal zijn?

    Een volwassenensjaal is meestal 150 tot 180 cm lang, een lange sjaal die je twee keer omslaat 200 cm of meer. Een kindersjaal is 100 tot 120 cm.

    Hoe voorkom ik dat mijn sjaal golft?

    Houd je spanning gelijk en tel je steken. Een golvende rand komt vaak doordat je te veel steken in een rij haakt of een steek overslaat. Gebruik eventueel een naald een maat kleiner voor de rand.

    Kan ik een sjaal haken als beginner?

    Ja, een sjaal is een van de beste eerste projecten. Je gebruikt maar één steek en haakt rechte rijen. Begin met een dik garen en een grote naald, dan zie je je vooruitgang snel.

    Hoe was ik een gehaakte sjaal?

    Volg het wasadvies op het bandje. Wol gaat meestal op wolwas op 30 graden of in de hand, acryl in de wasmachine. Leg de sjaal plat te drogen en hang hem niet op, anders trekt hij uit zijn vorm.

    Verder lezen

    Wil je verder met haken? Deze pagina’s helpen:

De waardering van ayoo.nl bij WebwinkelKeur Reviews is 8,7/10 gebaseerd op 255 reviews.