• Gratis verzending
  • Voor 20:00 besteld, morgen in huis
  • 14 dagen bedenktijd

Tag: Haken

  • Granny square haken patroon gratis: het klassieke vierkant stap voor stap

    Granny square haken patroon gratis: het klassieke vierkant stap voor stap

    Een granny square haak je in rondes vanuit het midden: een kring van lossen, daarna rondes van groepjes van drie stokjes met hoeken van twee lossen. Elke ronde heeft één groepje meer per zijde. Met dit gratis granny square patroon haak je in een uur een vierkant van ongeveer tien centimeter, genoeg om te zien of je het motief ligt. Je hebt alleen drie steken nodig: de losse, het stokje en de halve vaste.

    Hieronder vind je het patroon in het Nederlands, rond voor rond, met de telling erbij en tips voor kleuren. Daarna lees je hoe je er een vest, een tas of een deken van maakt. Weet je nog niets van haken? Begin dan met de pijler over haken en lees hoe je een haakpatroon leest.

    Kort samengevat

    • Een granny square bestaat uit rondes van groepjes van 3 stokjes met hoeken van 2 lossen.
    • Je hebt een haaknaald van 4 tot 5 mm en middeldik garen nodig, in één of meer kleuren.
    • Ronde 1 heeft 4 groepjes, elke volgende ronde komt er per zijde één bij.
    • Wissel van kleur aan het begin van een ronde en werk de draadjes weg.
    • Zet je vierkanten aan elkaar tot een vest, tas of deken.

    Wat heb je nodig voor een granny square?

    Voor één vierkant heb je weinig nodig:

    • Garen: een bolletje middeldik garen, bij voorkeur katoen of een wol-acrylmengsel. Voor meerdere kleuren heb je van elke kleur een restje nodig.
    • Haaknaald: 4 tot 5 mm, afhankelijk van het garen. De maat wordt volgens de Nederlandstalige Wikipedia over de haaknaald in millimeters aangegeven. Lees de aanbeveling op de wikkel en bekijk ons artikel over de haaknaald.
    • Stopnaald en schaar: om draadjes weg te werken en af te knippen.

    Ben je van plan om meer te haken, dan is een granny square een prima manier om restjes garen op te maken. Meer over het kiezen van garen staat in de gids over garen.

    De afkortingen in dit patroon

    Dit patroon gebruikt vier afkortingen.

    AfkortingBetekenis
    llosse
    hvhalve vaste
    ststokje
    groepje3 stokjes in dezelfde ruimte

    Wil je weten hoe je deze steken haakt? Lees dan haken stokje en haken halve vaste.

    Het patroon: granny square in 4 rondes

    Beginnen: de kring

    Haak 4 lossen en sluit ze met een halve vaste in de eerste losse tot een kring. Je kunt ook een magische ring gebruiken, dan heb je geen gat in het midden.

    Begin van een granny square met een magische ring
    Het middelpunt is een kring.

    Ronde 1

    Haak 3 lossen. Die tellen als eerste stokje. Haak daarna 2 stokjes in de kring, en dan 2 lossen. Haak 3 stokjes in de kring, 2 lossen, 3 stokjes, 2 lossen, 3 stokjes en 2 lossen. Sluit met een halve vaste in de derde losse van het begin.

    Je hebt nu vier groepjes van drie stokjes, met vier hoeken van twee lossen.

    Ronde 2

    Haal de draad door in de eerste hoek, dus de ruimte van twee lossen. Haak 3 lossen (het eerste stokje), 2 stokjes, 2 lossen en 3 stokjes in dezelfde hoekruimte. Dat is je eerste hoek.

    Haak nu 1 los. Ga naar de volgende hoek en haak daar 3 stokjes, 2 lossen en 3 stokjes. Herhaal bij elke hoek, met telkens 1 los ertussen. Sluit met een halve vaste in de derde losse van het begin.

    Ronde 3

    Begin weer in een hoekruimte: 3 lossen, 2 stokjes, 2 lossen, 3 stokjes. Haak daarna 1 los, 3 stokjes in de ruimte tussen de groepjes van de vorige ronde, en 1 los. Bij de volgende hoek haak je 3 stokjes, 2 lossen, 3 stokjes. Herhaal rondom en sluit met een halve vaste.

    Ronde 4 en verder

    Zo ga je door: bij elke hoek een hoekgroep van 3 stokjes, 2 lossen en 3 stokjes, en tussen de hoeken een groepje van 3 stokjes in elke ruimte van de vorige ronde, met één losse tussen de groepjes. Elke ronde komt er per zijde één groepje bij.

    Na ronde 4 heb je een vierkant van ongeveer 12 centimeter, afhankelijk van garen en naald. Wil je een groter vierkant, haak dan meer rondes. Wil je het hele vierkant in één kleur, dan hoef je niet te wisselen, voor een kleurrijke versie wissel je bij elke ronde.

    Tip: tel na elke ronde je groepjes. Elke zijde moet gelijk zijn, anders word je vierkant scheef. Het is makkelijker om in ronde 2 of 3 een fout te herstellen dan in ronde 6.

    Kleuren kiezen en wisselen

    Het leuke aan een granny square is de kleur. Er zijn drie populaire manieren.

    Granny square met vier kleurrondes
    Elke ronde kan een andere kleur hebben.

    Elke ronde een andere kleur. Het klassieke patroon: ronde 1 geel, ronde 2 oranje, ronde 3 rood, enzovoort. Je werkt mooi restjes op.

    Eén kleur in het midden, één eromheen. Een vierkant met een kleurig hart en een rustige rand. Alle vierkanten krijgen dezelfde rand, wat voor eenheid zorgt.

    Alles in één kleur. Een stijlvolle, rustige deken of vest. De structuur van het motief komt dan beter uit.

    Kleur wisselen zonder knoop

    Wissel aan het begin van een ronde. Haak de halve vaste van de oude ronde, knip de draad af met een eind van tien centimeter en haal hem door. Pak de nieuwe draad en begin je ronde in een hoekruimte. Werk de draden aan het eind weg met een stopnaald. Zo blijft je werk netjes.

    Van granny squares naar een vest, tas of deken

    Een enkel vierkant is leuk, maar de kracht van het motief zit in het combineren.

    Een deken

    Haak vierkanten van gelijke maat en zet ze aan elkaar in banen. Voor een bankdeken van ongeveer 120 bij 150 centimeter heb je bij vierkanten van 12 centimeter ongeveer 10 bij 12 vierkanten nodig, dus 120 stuks. Meer daarover lees je in ons artikel over een gehaakte deken.

    Een vest

    Voor een granny square vest haak je vierkanten die samen een lijf en mouwen vormen. Een vest is een bekend en populair project. Je legt vierkanten in de vorm van een T of een rechthoek, zet ze aan elkaar en haakt een rand rond de hals en onderkant. Kijk voor meer ideeën bij haken patronen en in de pijler haken en breien.

    Een tas

    Zes vierkanten vormen een kubus. Met twee rijen van drie en een band haak je een eenvoudige tas. Gebruik katoen voor een stevige tas.

    Granny square patroon gratis: welke variant kies je?

    Het klassieke vierkant is niet de enige vorm. Dit zijn de varianten die je het vaakst tegenkomt, en wanneer ze handig zijn.

    Het klassieke granny square

    Het patroon hierboven: groepjes van drie stokjes met één losse ertussen en hoeken van twee lossen. Het is luchtig, snel en perfect voor wie begint. Doordat elk groepje een kleine opening heeft, is het resultaat zacht en soepel, maar ook iets minder warm dan een dichte stof.

    Het solid granny square

    Bij het solid granny square haak je geen lossen tussen de groepjes, maar stokjes naast elkaar. Je krijgt een dichte, stevige stof zonder gaatjes. Dat is fijn voor een tas of een warme deken. Je hebt wel meer garen nodig, en het vierkant is iets zwaarder. De hoeken blijven hetzelfde: twee lossen tussen twee groepen van drie stokjes.

    Een ronde granny

    Wil je geen vierkant, maar een ronde of zeshoek? Dan verdeel je de steken over zes in plaats van vier hoeken. Dit werkt goed voor onderzetters, kussenhoezen en tafelkleden. Je begint ook met een kring, maar elke ronde krijgt zes groepjes. Voor de ronde vorm gebruik je minder lossen tussen de groepjes, zodat de vorm vlak blijft.

    Een granny square met een afwijkend middelpunt

    Je kunt de eerste ronde ook in een andere kleur haken en daarmee een bloemmotief maken. Zo maak je van het klassieke vierkant een bloem in een vierkant. Het is een leuke manier om dezelfde basis steeds anders te laten lijken.

    Een granny square vest haken: een globaal stappenplan

    Een vest van granny squares is een van de populairste projecten. Een gratis patroon bestaat uit een lijst met aantallen vierkanten per deel, en een opbouw. Met dit stappenplan weet je wat je kunt verwachten.

    1. Meet jezelf of een vest dat goed zit. Noteer de breedte van de rug, de lengte en de mouwlengte.
    2. Haak een proefvierkant en meet het. Reken uit hoeveel vierkanten je nodig hebt voor de breedte en lengte.
    3. Haak alle vierkanten. Doe dit liever in één keer in dezelfde garen, zodat de maat gelijk is.
    4. Leg het vest plat neer en bepaal de volgorde. Maak een foto.
    5. Zet de vierkanten aan elkaar, eerst de rug, dan de voorpanden en de mouwen.
    6. Haak een rand rond de hals, onderkant en mouwen om het vest netjes af te werken.

    Een gebruikelijke opbouw is een rechthoek van vierkanten, die je aan de schouders sluit en waarvan je de zijkanten tot een armsgat laat openstaan. Voor een eerste vest is die vorm het makkelijkst, omdat je niets hoeft te minderen. Het is een project van een paar weken, maar je kunt onderweg stoppen en het in kleine stukjes werken.

    Een gratis granny square patroon vinden in het Nederlands

    Veel Nederlandstalige haakblogs en garenmerken bieden gratis granny square patronen aan, met foto’s en uitleg per ronde. Let bij het kiezen op een paar dingen.

    • Staat er een telling per ronde bij? Een goed patroon geeft aan hoeveel stokjes en lossen je na elke ronde moet hebben. Dat helpt je fouten te vinden.
    • Is het patroon in het Nederlands geschreven? Nederlandse en Engelse haakafkortingen verschillen. Een stokje is in het Engels een double crochet, en in het Amerikaanse systeem iets anders dan in het Britse. Controleer dat voor je begint.
    • Zijn er foto’s of een video? Bij het leren van een nieuwe steek is beeld een grote hulp.
    • Is de maat opgegeven? Een patroon dat zegt hoe groot het vierkant wordt met welke naald en garen, bespaart je een proeflapje.

    Meer over het lezen van patronen vind je in onze uitleg over haakpatronen en haken patronen.

    Vierkanten aan elkaar zetten

    Je kunt granny squares op drie manieren verbinden:

    Granny squares worden aan elkaar gezet
    Haak de vierkantjes aan elkaar.
    1. Aan elkaar naaien. Leg twee vierkanten tegen elkaar, met de goede kant naar boven, en naai met een stopnaald door de achterste lusjes. Het geeft een vlakke naad.
    2. Aan elkaar haken met vaste. Leg ze met de verkeerde kanten op elkaar en haak met vasten door beide lagen. Je krijgt een zichtbare ribbel.
    3. Samen haken tijdens de laatste ronde. Haak de laatste ronde van een vierkant aan het vorige vast. Dit is snel, maar vraagt wat oefening.

    Veelgemaakte fouten bij een granny square

    De hoeken zijn te strak of te los

    Haak de lossen in de hoek ruimer dan de rest. Doe je dat niet, dan trekt de hoek samen.

    Een vierkant dat bol staat

    Dan heb je te veel steken in een ronde. Tel je groepjes na en haal de ronde zo nodig uit.

    Het vierkant krult

    Haak met een grotere naald of werk losser. Na het wassen en strekken ligt het vierkant vaak vlak.

    De draden zijn niet weggewerkt

    Werk draden direct weg, niet op het einde. Honderd vierkanten met vier draden elk is veel werk.

    Veelgestelde vragen over een granny square

    Hoe haak je een granny square?

    Haak 4 lossen tot een kring, en haak daarna rondes van groepjes van 3 stokjes met hoeken van 2 lossen. Elke ronde komt er per zijde één groepje bij. Na vier rondes heb je een vierkant van ongeveer 12 centimeter.

    Hoeveel garen heb je nodig voor een granny square?

    Voor een vierkant van 12 centimeter ongeveer 10 tot 15 gram middeldik garen. Dat is een richtwaarde, het hangt af van je naald en spanning.

    Welke haaknaald is geschikt voor een granny square?

    Bij middeldik garen meestal 4 tot 5 mm. Kijk op de wikkel van je garen en haak eerst een proeflapje.

    Hoe maak je van granny squares een deken?

    Haak vierkanten van gelijke maat, leg ze in je ontwerp op de vloer en zet ze in banen aan elkaar. Haak daarna een rand rondom.

    Kun je een granny square vest haken?

    Ja. Je haakt vierkanten en zet ze aan elkaar in de vorm van een vest. Het is een populair project, en een gratis patroon vind je online bij haakblogs.

    Hoe wissel je van kleur bij een granny square?

    Wissel aan het begin van een ronde. Sluit de oude ronde met een halve vaste, knip de draad af en begin met de nieuwe kleur in een hoek. Werk de draden weg met een stopnaald.

    Waarom is mijn granny square scheef?

    Er zit waarschijnlijk een fout in het aantal steken of je hebt een hoek verkeerd gehaakt. Tel de groepjes per zijde na.

    Is een granny square geschikt voor beginners?

    Ja, het is een van de beste eerste motieven. Je leert rondjes haken, stokjes en hoeken, en je ziet snel resultaat.

    Verder lezen

    Een granny square is een goed begin. Op AYOO lees je verder over haken.

  • Haken deken: een deken haken voor beginners in 6 stappen

    Haken deken: een deken haken voor beginners in 6 stappen

    Een deken haken doe je met één haaknaald, veel garen en een eenvoudige steek die je steeds herhaalt. Beginners kiezen het best een rechthoek in stokjes of een deken van granny squares. Voor een bankdeken van ongeveer 120 bij 150 centimeter heb je met middeldik garen al snel 1.000 tot 1.500 gram nodig. Dat is veel, maar het haakwerk zelf is rustig en voorspelbaar, en je kunt er op de bank aan werken.

    Dit artikel laat zien hoe je in zes stappen een deken haakt. We leggen uit welk garen en welke haaknaald je kiest, hoeveel je nodig hebt en welke steken en patronen het makkelijkst zijn. Ook lees je hoe je een deken voor een baby aanpakt en hoe je hem afwerkt. Wil je eerst de basis leren? Begin dan bij onze pijler over haken of lees over haakpatronen.

    Kort samengevat

    • Een deken haak je met middeldik garen en een naald van 5 tot 6 mm in een eenvoudige steek.
    • Voor een bankdeken heb je ruwweg 1.000 tot 1.500 gram garen nodig, een babydeken minder.
    • Beginners starten met stokjes in rijen of met losse vierkantjes (granny squares).
    • Haak eerst een proeflapje: daarmee weet je hoeveel garen en steken je nodig hebt.
    • Kies garen dat je makkelijk kunt wassen, want een deken gaat vaak in de was.

    Stap 1: kies je garen voor de deken

    Het garen bepaalt hoe je deken aanvoelt, hoe zwaar hij wordt en hoe makkelijk je hem wast. Dat zijn de drie dingen waar je op let.

    Wol is warm en veert terug. De Nederlandstalige Wikipedia schrijft dat wol ongeveer een derde van zijn gewicht aan vocht kan opnemen zonder nat aan te voelen en een goede isolator is, zie de pagina over wol. Nadeel: wol is lastiger te wassen en pilt. Voor een deken die je niet te vaak wast, is het een mooie keuze. Lees meer over merino wol als je een extra zachte deken wilt.

    Katoen is een plantaardige vezel met weinig rek. Het is sterk, goed wasbaar en minder warm, dus geschikt voor een zomerse deken of een babydeken. Een katoenen deken is wel zwaarder dan een wollen deken van dezelfde grootte. Bekijk ons artikel over katoen garen.

    Acryl en mengsels zijn goedkoop en machinewasbaar. Voor een deken die veel gebruikt wordt, bijvoorbeeld door kinderen of huisdieren, is dat praktisch. Een mengsel van wol en acryl combineert warmte met wasbaarheid.

    Kies een effen garen voor je eerste deken, in een middelgrote tint. Dan zie je je steken goed en verberg je kleine onregelmatigheden. Meer over de dikte en soorten garen staat in onze gids over garen en bij wol kopen.

    Tip: koop al het garen voor je deken in één keer, met hetzelfde partijnummer. Kleuren kunnen per partij licht verschillen en dat zie je in een groot vlak meteen.

    Stap 2: kies een haaknaald en bereken hoeveel garen je nodig hebt

    Bij middeldik garen hoort meestal een haaknaald van 5 tot 6 mm. De Nederlandstalige Wikipedia vermeldt dat de maat van een haaknaald in millimeters wordt aangegeven, volgens de pagina over de haaknaald. Kijk ook op de wikkel van je garen voor de aanbeveling. Een grotere naald geeft een luchtiger, soepeler deken, een kleinere een dichter en steviger werk. Meer over naalden lees je in het artikel over de haaknaald.

    Haaknaalden van verschillende maat naast bollen middeldik garen
    Bij middeldik garen hoort meestal een naald van 5 tot 6 mm.

    Hoeveel garen heb je nodig?

    Dat hangt af van de grootte van je deken en de dikte van het garen. Dit zijn richtwaarden bij middeldik garen:

    Soort dekenFormaat (ca.)Garen (ca.)
    Babydeken70 × 90 cm400 tot 600 g
    Bankdeken120 × 150 cm1.000 tot 1.500 g
    Tweepersoons plaid150 × 200 cm1.800 tot 2.500 g

    Het precieze getal hangt af van je steek. Een dichte steek zoals de vaste verbruikt meer garen dan een luchtige steek zoals het stokje. Haak daarom eerst een proeflapje van 10 bij 10 centimeter, weeg het en reken uit hoeveel gram je per vierkante decimeter nodig hebt. Vermenigvuldig dat met het oppervlak van je deken.

    Koop liever een bol te veel dan te weinig. Veel winkels nemen ongebruikte bollen terug als je de bon bewaart. Ook handig: een deken is een project van weken, dus je wilt niet halverwege stilvallen omdat een kleur uitverkocht is.

    Stap 3: kies een steek of patroon

    De steek bepaalt de uitstraling en hoe snel je klaar bent. Dit zijn de populairste keuzes voor een beginner.

    Stokjes in rijen

    De eenvoudigste deken: een stapel lossen als basis en daarop rij na rij stokjes. Je haalt de steek in je hoofd binnen een uur. Het resultaat is luchtig en snel. Wil je de steek leren? Lees dan haken stokje.

    Vaste of halve stokjes

    Een dichtere, steviger deken krijg je met vasten of halve stokjes. Het kost meer tijd en garen, maar het resultaat is warm en winddicht. De halve vaste en het half stokje zijn goede kandidaten.

    Vierkantjes (granny squares)

    Een deken van losse vierkantjes is leuk voor beginners, omdat je klein werkt en elk vierkantje snel af is. Je kunt in kleuren variëren en alle vierkantjes aan elkaar haken of naaien. Een uitleg van het motief staat in granny square en een gratis uitleg in granny square haken patroon gratis.

    Wafelsteek

    De wafelsteek geeft een dikke, structuur-rijke deken die op een wafel lijkt. Hij is wat lastiger dan stokjes, maar na een paar rijen heb je het ritme. Voor een deken geeft hij een mooie, warme uitstraling.

    Welke je ook kiest: een haakpatroon of een haakpatroon voor een deken vertelt je hoeveel steken je opzet en hoeveel rijen je haakt.

    Stap 4: haak je proeflapje en zet op

    Maak met je gekozen garen, naald en steek een proeflapje van ongeveer 10 bij 10 centimeter. Tel hoeveel steken en rijen daarin zitten. Daarmee rekent je uit hoeveel steken je nodig hebt voor de breedte van je deken.

    Een proeflapje gehaakt met een liniaal ernaast
    Meet je proeflapje voor je aan de deken begint.

    Stel dat je 14 stokjes per 10 centimeter haakt en je wilt een deken van 100 centimeter breed. Dan zet je 140 steken op, plus de lossen voor de eerste rij. Pas het aantal zo aan dat het in het patroon past, bijvoorbeeld een veelvoud van 2 plus 1 bij sommige steken.

    Zet vervolgens je stapel lossen op. Haak los. Een strakke ketting trekt je deken aan de onderkant samen. Het helpt om een naald te gebruiken die een maat groter is voor alleen de eerste rij.

    Stap 5: haak je deken rij voor rij

    Nu begint het echte werk: herhalen. Tel aan het eind van elke rij je steken, zeker de eerste tien rijen. Elke steek meer of minder verandert de breedte, en je ziet het pas na een tijdje.

    Een paar tips die een deken makkelijker maken:

    • Haak aan een vast moment. Een paar rijen per avond en een deken is in een paar weken af.
    • Gebruik steekmarkeerders. Zet een markeerder in de eerste steek van elke rij, zodat je de rand niet kwijtraakt.
    • Let op je spanning. Haak je op dag één strakker dan op dag tien, dan zie je dat in je deken. Een rustige hand helpt.
    • Wissel van kleur bij een nieuwe rij. Zo zijn de overgangen netjes. Draadjes werk je weg als je klaar bent.
    • Meet af en toe. Leg je werk plat en meet de breedte om te zien of die gelijk blijft.

    Een deken in strepen

    Wil je kleur? Wissel elke paar rijen van garen. Haak de laatste steek van de oude kleur al met de nieuwe draad, dan blijft de overgang netjes. Strepen zijn een prima manier om restjes garen op te maken.

    Gehaakte deken in strepen van zachte kleuren over een stoel
    Wissel elke paar rijen van kleur voor strepen.

    Stap 6: werk je deken af

    Als je deken de gewenste lengte heeft, hecht je de draad af en werk je alle draadjes weg met een stopnaald. Dat is het saaie werk, maar het bepaalt of je deken lang meegaat.

    Een rand rondom geeft je deken een nette afwerking. Haak een of twee rondjes vaste of stokjes rondom, met in de hoeken drie steken in dezelfde steek om de hoek mooi te laten liggen. Daarna kun je een schelpjesrand of franjes toevoegen.

    Was je deken volgens het label. Een deken van wol was je met de hand of op een wolprogramma, en leg hem plat te drogen. Volgens de Nederlandstalige Wikipedia kan wol bij te heet wassen vervilten. Een deken van katoen of acryl kan meestal op 30 graden in de machine.

    Een babydeken haken

    Een babydeken is kleiner, sneller klaar en een mooi cadeau. Kies een zacht, goed wasbaar garen, zoals katoen of een zacht acryl-katoenmengsel, en een eenvoudige steek. Vermijd gaten die groot genoeg zijn voor kleine vingers, en haak geen kralen of knoopjes op de deken. Reken op 70 bij 90 centimeter als richtmaat en 400 tot 600 gram garen.

    Haak je een babydeken voor een eerste kind in de familie? Kies dan een kleur die bij elke jongen of meisje past, zoals crème, grijs of zachtgroen. Een babydeken haak je ook prima met vierkantjes, omdat je dan kleine stukjes kunt maken en onderweg kunt stoppen.

    Een deken haken met vierkantjes: zo pak je het aan

    Een deken van vierkantjes is een goede keuze als je liever in kleine stukjes werkt. Je haakt een vierkant, legt het weg en pakt er later een volgende bij. Zo verlies je nooit het overzicht en kun je het project meenemen in een tas.

    Haak eerst één vierkantje als proef en meet het. Zit je op tien bij tien centimeter, dan heb je voor een deken van 120 bij 150 centimeter ongeveer twaalf bij vijftien, dus 180 vierkantjes nodig. Dat klinkt veel, maar bij een kwartier per vierkantje haak je er in een paar weken honderd. Kies een kleinere maat, bijvoorbeeld vijftien bij vijftien centimeter, als je met minder stukjes toe wilt. Dan heb je er ongeveer 80.

    Leg je vierkantjes voordat je ze aan elkaar maakt op de vloer in je ontwerp. Zo zie je of de kleuren goed verdeeld zijn. Maak een foto, zodat je de volgorde niet vergeet. Daarna zet je ze in banen aan elkaar, en de banen weer aan elkaar. Je kunt ze naaien met een stopnaald, of aan elkaar haken met vasten. Haken geeft een zichtbare rand, naaien een vlakke naad.

    Een deken haken met een pakket of een CAL

    Er zijn pakketten voor beginners met alle garen en een patroon erbij. Het voordeel is dat je zeker weet dat het garen genoeg is en dat de kleuren bij elkaar passen. Het nadeel is dat een pakket vaak duurder is dan zelf losse bollen kopen. Voor je eerste deken is dat een prima uitgave, omdat je zo geen fouten maakt in de hoeveelheid.

    Een CAL, wat staat voor crochet along, is een deken die in delen wordt gepubliceerd. Je haakt samen met anderen, meestal een deel per week. Dat geeft structuur en motivatie, en je ziet hoe de deken groeit. Je vindt CAL’s op haakblogs en in groepen online. Let op het tempo: je hoeft niet mee te doen met de rest, je kunt de delen later ook zelf in je eigen tijd haken.

    Een deken haken: wat kost het?

    De kosten zitten vooral in het garen. Een bankdeken vraagt ruwweg 1.000 tot 1.500 gram, en wat dat kost, hangt af van het soort garen. Acryl is het goedkoopst, katoen en wol kosten meer, en merino of een mengsel met zijde nog meer. Reken dus op een bedrag dat van tientallen euro’s tot meer dan honderd euro kan lopen. Een exacte prijs noemen we niet, want die verschilt per winkel en per periode.

    Wil je minder uitgeven? Haak een kleinere deken, zoals een knie- of babydeken, of gebruik restjes garen in strepen. Je kunt ook kiezen voor dikker garen en een grotere naald. Dan heb je minder meters nodig en ben je sneller klaar. Let wel op dat dik garen meer weegt per meter, dus je deken wordt zwaarder.

    Veelgemaakte fouten bij het haken van een deken

    Te weinig garen kopen

    Je deken stopt halverwege en dezelfde kleur is niet meer te krijgen. Koop daarom meteen genoeg, met hetzelfde partijnummer.

    De rand wordt scheef

    Je haakt per ongeluk steken erbij of eraf. Tel aan het eind van elke rij en gebruik steekmarkeerders.

    De deken wordt te strak of te los

    Je spanning wisselt. Een proeflapje en een rustige hand helpen. Haak liever een grotere naald dan een te kleine.

    Het garen is lastig te wassen

    Een deken die je niet kunt wassen, is onhandig. Controleer het label voordat je koopt.

    Veelgestelde vragen over een deken haken

    Hoe haak je een deken voor beginners?

    Kies middeldik garen en een naald van 5 tot 6 mm. Haak een proeflapje en zet het aantal steken op dat je daarmee uitrekent. Haak rij voor rij in stokjes, tel regelmatig en werk de draadjes weg aan het eind. Een rand maakt het af.

    Hoeveel wol heb je nodig voor een deken?

    Voor een bankdeken van ongeveer 120 bij 150 centimeter reken je op 1.000 tot 1.500 gram middeldik garen. Een babydeken heeft 400 tot 600 gram nodig. Dit zijn richtwaarden, want het hangt af van je steek en garen.

    Welke steek is het beste voor een deken?

    Voor beginners het stokje: snel en luchtig. Voor een warmere en dichtere deken kies je vasten of halve stokjes. De wafelsteek geeft veel structuur.

    Hoe lang duurt het om een deken te haken?

    Dat hangt af van grootte, steek en hoeveel je haakt. Met een uur per dag is een babydeken in een paar weken af, een bankdeken in een paar maanden.

    Welk garen is het beste voor een babydeken?

    Een zacht, wasbaar garen, zoals katoen of een zacht mengsel. Het moet op 30 graden in de machine kunnen en niet te veel vezels loslaten.

    Kun je een deken haken van granny squares?

    Ja. Je haakt losse vierkantjes, die je aan elkaar haakt of naait. Het voordeel is dat je klein werkt en per vierkantje kunt variëren in kleur.

    Hoe maak je een deken breder?

    Zet meer steken op, volgens je stekenproef, of haak banen die je aan elkaar zet. Houd rekening met de herhaling van je patroon.

    Hoe was je een gehaakte deken?

    Lees het label. Wol was je met de hand of op een wolprogramma, plat drogen. Katoen en acryl kunnen vaak op 30 graden in de machine.

    Verder lezen over haken

    Een deken is een groot project, maar je bouwt het stap voor stap. Op AYOO lees je verder over haken.

  • Haken knuffel: zo haak je een knuffel, ook als beginner

    Haken knuffel: zo haak je een knuffel, ook als beginner

    Bij haken knuffel draait alles om spiraal: je haakt een knuffel in spiraal met vaste steken in een kleine haaknaald en strak garen, zodat je werk dicht genoeg is om te vullen. Je haakt een bol voor het hoofd, een bol voor het lichaam en kleine buisjes voor armen en benen, en zet alles met een stopnaald aan elkaar. Die techniek heet amigurumi. Voor een beginner is een bolvormige beer of konijn het makkelijkst.

    Wie wil leren haken en meteen iets leuks wil maken, kiest vaak voor haken knuffel als eerste project. Dat is een goed idee, mits je de basis kent: een magische ring, de vaste, meerderen en minderen. Hieronder lees je wat je nodig hebt om een knuffel te haken, hoe de techniek werkt, hoe je het vult en afwerkt, en waar je op let als de knuffel voor een kind is. Ben je nieuw in het vak? Begin met haken en breien en kijk daarna bij onze uitleg over haakpatronen.

    Kort samengevat

    • Een gehaakte knuffel maak je in spiraal met vaste steken, met een kleine haaknaald zodat het werk strak is.
    • Begin met een eenvoudige vorm: bol, buisje, oren.
    • Vul met polyesterwatten in kleine plukjes en stop pas na het haken.
    • Voor kinderen onder 3 jaar gelden strengere eisen: borduur de ogen en gebruik geen losse onderdelen.
    • Bij haken knuffel hoort ook een patroon: het gratis patroon voor een beer staat bij knuffel haken patroon.

    Haken knuffel: wat is een gehaakte knuffel eigenlijk?

    Een gehaakte knuffel heet in de handwerkwereld amigurumi. Volgens Wikipedia over amigurumi zijn het kleine gehaakte of gebreide poppetjes, bedoeld om mee te spelen, te verzamelen of als sleutelhanger. Ze worden doorgaans met een kleine haaknaald gehaakt, zodat het werk strak genoeg is om te vullen zonder dat het figuurtje te groot wordt. Het lichaam en het hoofd zijn meestal uit één stuk, en de ledematen haak je los en naai je er daarna aan vast. De meeste worden in spiraal gehaakt, zonder zichtbare naad.

    Wat heb je nodig voor haken knuffel?

    1. Garen. Glad, strak gedraaid garen zoals katoen of acryl. Katoen houdt zijn vorm goed en laat de steken zien. Acryl is zachter en kan fijn zijn voor baby knuffels. Meer over keuze lees je bij wol kopen.
    2. Haaknaald. Een of twee maten kleiner dan op het label staat, bijvoorbeeld 2,5 of 3 mm bij middeldik garen. Maten en onderdelen staan bij de haaknaald.
    3. Vulling. Polyesterwatten, ook wel fiberfill genoemd. Het is licht, wasbaar en gemakkelijk te vormen.
    4. Ogen. Veiligheidsogen met een achterkant die je vastdrukt, of geborduurde ogen met zwart garen.
    5. Stopnaald met een groot oog, om delen aan elkaar te naaien.
    6. Steekmarkeerder om het begin van elke ronde te markeren. Een los stukje garen werkt ook.
    7. Schaar en eventueel een bekertje met spelden om delen te passen voor het vastnaaien.

    De basis: steken die je nodig hebt

    Voor de meeste knuffels heb je maar een paar technieken nodig.

    Handen haken met een haaknaald het begin van een rond werkstukje
    De magische ring is het begin van bijna elke knuffel.
    • Magische ring. Je begint met een lus die je dichttrekt, zodat er geen gat in het midden ontstaat.
    • Vaste steek (v). De basissteek van amigurumi.
    • Meerderen (me). Twee vasten in één steek. Hiermee maak je de vorm groter.
    • Minderen (m). Twee steken samen haken. Hiermee sluit je de vorm weer af.
    • In spiraal haken. Je sluit de ronde niet, maar haakt gewoon door. Zet een markeerder in de eerste steek van elke ronde.

    Wil je meer weten over afkortingen en het lezen van een patroon? Zie haken patronen.

    Haken knuffel begint met een eenvoudige bol

    Bijna elke knuffel begint met een bol. Dit is een standaardbol die je voor hoofd, lichaam, wangen of neus kunt gebruiken:

    1. Ronde 1: 6 vasten in een magische ring.
    2. Ronde 2: in elke steek een meerdering (12 steken).
    3. Ronde 3: 1 vaste, 1 meerdering, herhaal (18 steken).
    4. Ronde 4: 2 vasten, 1 meerdering, herhaal (24 steken).
    5. Ronde 5: 3 vasten, 1 meerdering, herhaal (30 steken).
    6. Ronde 6 tot 10: 30 vasten.
    7. Ronde 11: 3 vasten, 1 mindering, herhaal (24 steken).
    8. Ronde 12: 2 vasten, 1 mindering, herhaal (18 steken).
    9. Vul de bol. Ronde 13: 1 vaste, 1 mindering, herhaal (12 steken).
    10. Ronde 14: in elke twee steken een mindering (6 steken). Hecht af, haal het garen door de laatste lussen en trek het dicht.

    Met deze bol kun je al een sneeuwpop, een eenvoudige beer of een kikker maken. Een compleet patroon voor een beer vind je bij knuffel haken patroon.

    Vullen en afwerken

    Vul je knuffel pas als het stuk bijna dicht is, in kleine plukjes, en duw de vulling tot in de hoeken. Een knuffel die te los is gevuld, krijgt een slappe vorm en rimpelt. Te strak vullen rekt de steken uit, zodat de vulling doorschemert. Voel met je vingers of de vorm gelijkmatig is.

    Gehaakte bol wordt gevuld met vulling door de laatste opening
    Vul in kleine plukjes en duw de vulling tot in de hoeken.

    Voor het samenvoegen leg je de delen eerst met spelden op hun plek, zodat je kunt beoordelen hoe de knuffel eruitziet. Naai ze vast met een stopnaald en hetzelfde garen, door beide lagen steken heen, en haal de eindjes weg in de vulling. Borduur de neus, mond en eventuele wenkbrauwen met een paar steken zwart of donker garen.

    Haken knuffel voor beginners: kies de juiste vorm

    Wie voor het eerst een knuffel haakt, kiest het best een figuur uit simpele bollen en buisjes:

    • Een beer. Bol voor het hoofd en lichaam, korte buisjes voor ledematen, twee kleine halve bollen voor oren.
    • Een konijn. Zoals de beer, met lange buisvormige oren.
    • Een sneeuwpop of kuiken. Twee bollen op elkaar en kleine accessoires.
    • Een eenvoudig dier zonder armen of benen. Zoals een walvis, een slak of een egel.

    Vermijd in het begin figuren met veel kleine delen, zoals haren, kleding of lange benen. Een haken knuffel makkelijk begint met één kleur en weinig onderdelen.

    Haken knuffel baby: veiligheid

    Voor baby’s en jonge kinderen zijn er strengere eisen. De NVWA schrijft op de site dat voor speelgoed voor kinderen onder 3 jaar extra strenge veiligheidseisen gelden, omdat het om kwetsbare kinderen gaat. Voor een zelfgehaakte knuffel voor een baby betekent dat in de praktijk:

    • Gebruik geborduurde ogen, geen plastic veiligheidsogen. Die kunnen bij een kind losraken.
    • Naai alle delen dubbel en stevig vast en trek eraan om te testen.
    • Kies wasbaar garen en een stevige vulling.
    • Laat geen lange draden of linten zitten.
    • Vermijd kleine onderdelen zoals knopen.

    Of de wettelijke eisen ook voor zelfgemaakt speelgoed gelden, staat niet op de pagina van de NVWA. Wie twijfelt, kan het beste bij de NVWA navragen. Als vuistregel geldt: kies bij een knuffel voor een baby altijd de veiligste variant.

    Een knuffel haken pakket

    Wil je zonder zoeken beginnen? Een haakpakket voor een knuffel bevat meestal garen, vulling, ogen en een patroon, soms ook een haaknaald. Het is handig als je niet zeker weet welk garen en welke haaknaald je nodig hebt. Controleer of het patroon duidelijk is en of de ogen veilig zijn voor het kind dat de knuffel krijgt. Een pakket kost meestal meer dan losse onderdelen, maar bespaart gokwerk.

    Haken knuffel met een konijn of ander dier

    Als je de bol beheerst, kun je veel dieren maken. Een konijn bestaat uit een bol voor het hoofd, een iets grotere bol voor het lichaam, twee lange smalle oren en een klein staartje. De oren haak je als buisjes die je plat drukt en bovenaan op het hoofd naait. Een haken knuffel konijn lukt zo ook voor beginners. Een kleine walvis of slak is nog makkelijker, omdat je alleen een bol met een kleine afwijking haakt. Kijk eens naar de vorm van het dier en deel die op in bollen, kegels en buisjes: elke knuffel is daar uit op te bouwen.

    Gehaakt konijntje naast een kluwen garen en een haaknaald
    Een konijn bestaat uit bollen: hoofd, lijf en oren.

    Kleuren en details bij haken knuffel

    Een knuffel krijgt karakter door kleine keuzes. Een andere kleur voor de buik, een gestreepte trui in twee kleuren of een kleine strik maken van een bol een persoonlijkheid. Wissel van kleur aan het begin van een ronde en haal het oude garen met een stopnaald binnenin weg. Voor de wangen kun je een beetje rood garen borduren, en voor de snuit een ovaal stukje in een lichtere kleur haken dat je er onder de neus opnaait. Houd het simpel: een haken knuffel wordt mooier door een schoon, gelijkmatig werk dan door veel details.

    Haken knuffels verzamelen en cadeau geven

    Een gehaakte knuffel is een persoonlijk cadeau, bij een geboorte, verjaardag of rond de feestdagen. Haken knuffels in kleinere maat zijn ook leuk als sleutelhanger of decoratie, zoals Wikipedia bij amigurumi vermeldt. Voor de kerst kun je een mini-knuffel als versiering haken. Meer ideeën vind je bij haken kerst. Wil je een knuffel voor een kind cadeau doen, geef er dan het wasadvies bij en vertel welke garen je gebruikt hebt.

    Veelgemaakte fouten bij een gehaakte knuffel

    • Een te grote haaknaald. De vulling schemert door en het werk wordt slap.
    • Het begin van de ronde kwijtraken. Gebruik altijd een steekmarkeerder.
    • Niet tellen. Eén steek te veel geeft een scheve vorm.
    • Te veel vulling in één keer. Doe het in plukjes.
    • Te grote ogen of een scheve plaatsing. Prik de ogen eerst vast met spelden en kijk of de knuffel er vrolijk uitziet.
    • Te kleine delen voor een kind. Controleer de veiligheid.

    Veelgestelde vragen over een knuffel haken

    Is haken knuffel moeilijk voor beginners?

    Nee, als je een paar steken kent: magische ring, vasten, meerderen en minderen. Begin met een eenvoudige bol of beer en haak rustig.

    Welk garen is het best om een knuffel te haken?

    Een glad, strak gedraaid garen van katoen of acryl. Katoen houdt zijn vorm goed. Acryl is zachter en wasbaar.

    Welke haaknaald gebruik ik voor een knuffel?

    Een of twee maten kleiner dan op het label, vaak 2,5 tot 3 mm. Kleinere steken zorgen dat de vulling niet doorschemert.

    Hoe vul ik een gehaakte knuffel?

    Met polyesterwatten in kleine plukjes. Vul als het stuk bijna dicht is en duw de vulling in de hoeken. Voel of de vorm gelijkmatig is.

    Zijn plastic veiligheidsogen veilig voor baby’s?

    De NVWA stelt extra strenge eisen aan speelgoed voor kinderen onder 3 jaar. Voor baby’s is geborduurd het veiligst.

    Kan ik haken knuffel zonder patroon doen?

    Ja, met een bol en een buisje kun je veel vormen maken. Voor een evenwichtig resultaat is een patroon makkelijker, vooral voor ledematen en oren.

    Hoe lang duurt het om een knuffel te haken?

    Een kleine beer is meestal in enkele uren klaar. Een grotere knuffel kost een paar avonden.

    Waar vind ik een haakpakket voor een knuffel?

    In handwerkwinkels en webwinkels. Controleer wat er in het pakket zit en of de ogen veilig zijn voor het kind.

    Verder lezen

  • Haken stokje: zo haak je een stokje in 6 stappen

    Haken stokje: zo haak je een stokje in 6 stappen

    Een stokje haken doe je in vijf bewegingen: een omslag, insteken, draad ophalen, en dan twee keer afhalen. Je slaat de draad om je naald, steekt in de steek, haalt een lus op en haalt die in twee stappen door de lussen op je naald. Het stokje is hoger dan een vaste en lager dan een dubbel stokje, en is daarom de hoofdsteek van veel patronen, van granny squares tot sjaals.

    Wie het stokje onder de knie heeft, kan bijna elk beginnerspatroon haken. Het gaat sneller dan een vaste, omdat elke steek hoger is, en het geeft een soepel, luchtig resultaat. Hieronder staat de steek stap voor stap, met alles wat je nodig hebt voor je eerste rij en een paar uitbreidingen, zoals het cluster van twee stokjes. Heb je nog geen haaknaald, lees dan eerst onze uitleg over de haaknaald, en voor de basis van het haken zelf onze pagina over haken.

    Kort samengevat

    • Een stokje haak je met een omslag, insteken, ophalen, afhalen door twee lussen en nog eens afhalen door twee lussen.
    • Een ketting heeft twee lossen meer dan het aantal stokjes; de eerste drie lossen tellen als het eerste stokje.
    • Je eerste rij stokjes steek je in de vierde losse vanaf je naald.
    • Tel na elke rij je steken: een fout aan de rand groeit door.
    • Een cluster van twee stokjes haak je met twee onafgemaakte stokjes en één afhaal.

    Wat is een stokje?

    Het stokje is een van de vier basissteken, naast de losse, de vaste en de halve vaste. Het is de steek met een omslag om de naald voordat je insteekt. Daardoor wordt hij hoger en soepeler dan een vaste. In het Engels wordt het in het Amerikaanse systeem “double crochet” genoemd en in het Britse “treble”, dus let op de taal van je patroon. Wikipedia over haken zet de internationale en Amerikaanse steknamen naast elkaar, zodat je ziet hoe ze verschillen.

    In Nederlandse patronen staat het stokje meestal afgekort als “st”. Hoe je andere afkortingen leest, staat bij haakpatroon.

    Wat heb je nodig?

    • Garen. Middeldik katoen of acryl in een lichte kleur. Je ziet de steken goed en het garen splijt niet snel.
    • Haaknaald. Een naald van 4 tot 5 mm bij middeldik garen. De Craft Yarn Council noemt voor middeldik garen (categorie 4, medium) 4,5 tot 5,5 mm in zijn overzicht van garengewichten. Op het bandje staat vaak een maat.
    • Een schaar en eventueel een stopnaald.

    Maak eerst een ketting van ongeveer 20 lossen. Dat is je basis om op te oefenen.

    Stap 1: de ketting en het draaiketting

    Een rij stokjes begin je met een ketting van lossen. Haak een ketting met het aantal stokjes dat je nodig hebt, plus twee lossen extra. De eerste drie lossen vanaf je naald haak je niet in: samen tellen ze als het eerste stokje van je rij en geven de hoogte. Dat vergeten beginners vaak. Voor 20 stokjes haak je dus 22 lossen.

    Stap 2: de omslag

    Sla de draad om je naald, van achter naar voren. Dat heet een omslag. Je hebt nu twee lussen op je naald: de oorspronkelijke lus en de omslag. Hou de draad die je om de naald hebt geslagen op spanning met je andere hand.

    Garen wordt om de haaknaald geslagen voor een stokje
    Een korte ketting op de haaknaald is de start van een stokje.

    Stap 3: steek in

    Steek de naald in de vierde losse vanaf je naald. Bij rijen daarna steek je in de bovenkant van de steek van de vorige rij, onder beide lussen van de steek door. Houd de omslag vast met je vinger.

    Stap 4: haal de draad op

    Pak de draad met je naald en haal hem door de steek naar voren. Je hebt nu drie lussen op je naald. Zorg dat de lus niet te strak zit: een iets losse lus maakt de volgende stap makkelijker.

    Stap 5: haal af door twee lussen, tweemaal

    Sla de draad opnieuw om je naald en haal hem door de eerste twee lussen. Je hebt nu twee lussen op je naald. Sla nog een keer de draad om je naald en haal hem door de laatste twee lussen. Er is nu één lus over, en je eerste stokje is klaar.

    Dat is het hele geheim: omslag, insteken, ophalen, afhalen, afhalen. Oefen dit tot je handen het kennen. Na ongeveer twintig stokjes gaat het vanzelf.

    Tip: zeg het in je hoofd mee: “omslag, in, op, door twee, door twee”. Zo vergeet je geen omslag, en dat is de meest gemaakte fout bij het haken van een stokje.

    Stap 6: haak de rij en draai

    Haak een stokje in elke losse tot het einde van de ketting. Heb je een rij gehaakt, dan tel je de steken. Houd rekening met de draaiketting: die telt mee als een stokje. Voor de volgende rij haak je 3 lossen (je draaiketting), draai je werk om en haak je een stokje in de tweede steek van de vorige rij. De eerste steek sla je over, omdat de 3 lossen die vervangen.

    Aan het einde van de rij haak je het laatste stokje in de bovenkant van de draaiketting van de vorige rij. Wie dit overslaat, krijgt na een paar rijen een steeds smallere rand. Dit is de meest voorkomende vraag bij beginners, en het is eigenlijk heel simpel: elke rij heeft evenveel steken als de vorige.

    Een cluster van twee stokjes

    Een cluster is een groepje stokjes dat aan de bovenkant bij elkaar wordt genomen. Zo haak je een cluster van twee stokjes:

    1. Haak een stokje, maar haal de laatste stap niet af. Er staan nu twee lussen op je naald.
    2. Sla de draad om, steek in dezelfde of de volgende steek en haak nog een stokje tot en met de tweede lus. Je hebt nu drie lussen.
    3. Sla de draad om en haal hem door alle drie de lussen.

    Het resultaat is twee stokjes die bovenaan samen komen, wat een kleine punt vormt. Clusters worden gebruikt voor minderen en voor patronen met kleine bloemblaadjes en schelpen. Een cluster haak je in dezelfde steek of in twee aangrenzende steken, afhankelijk van het patroon.

    Waar gebruik je het stokje voor?

    Het stokje is overal. Dit zijn de bekendste toepassingen:

    Een gehaakte deken van stokjes met bol wol en haaknaald
    Met stokjes haak je snel een deken of sjaal.
    • Een sjaal. Een rij stokjes, rij na rij, geeft een luchtige stof. Zie een sjaal haken.
    • Een granny square. Groepjes van drie stokjes zijn de basis. Zie granny square haken.
    • Een deken. Stokjes haken snel, dus je deken groeit snel.
    • Kerstversiering. Sterren en sneeuwvlokken gebruiken kleine stokjes. Zie haken voor kerst.
    • Kleding en tassen. Voor open, soepele stof.

    Zoek je meer ideeën? Kijk dan bij haakpatronen.

    Veelgemaakte fouten bij het stokje

    • De omslag vergeten. Dan haak je een vaste in plaats van een stokje. Controleer of er een omslag op je naald zit voordat je insteekt.
    • De draaiketting niet meetellen. De drie lossen aan het begin tellen als een stokje. Haak je er nog een stokje bij in de eerste steek, dan wordt je rij te breed.
    • Het laatste stokje overslaan. Haak het laatste stokje in de bovenkant van de draaiketting van de vorige rij.
    • Te strak haken. Een strakke lus is lastig te doorsteken. Houd je draad iets losser.
    • Dezelfde steek twee keer gebruiken. Tel de steken na elke rij.
    • Een scheve rand. Dat komt door het aantal steken per rij. Tel ze na elke rij.

    Hoe haak je een stokje sneller?

    Snelheid komt vanzelf, maar een paar dingen helpen. Houd de draad met je linkerhand op een vaste manier vast, zodat de spanning gelijk blijft. Zet de naald onder een goede hoek in, en haal de lus niet te hoog op. Kies je garen en naald bij elkaar: een naald die te dun is voor het garen maakt elke steek moeilijker. En haak regelmatig: twintig minuten per dag brengt je verder dan twee uur per week.

    Een rij stokjes tellen en controleren

    Wie net begint, verliest vaak steken aan het begin of einde van de rij. Een goede controle voorkomt dat je te veel of te weinig steken hebt.

    Een gehaakt lapje met rijen stokjes en een haaknaald ernaast
    Even hoge stokjes vormen een rechte rij.
    • Tel de lussen bovenaan elk stokje. Elk stokje heeft twee V-vormige lussen bovenaan en een draad ertussen.
    • Let op de eerste steek. De draailussen aan het begin van de rij tellen vaak als eerste stokje.
    • Haak in de laatste steek. De laatste steek van de rij zit meestal in de draailus van de vorige rij. Hij valt makkelijk weg, maar telt wel mee.
    • Markeer de eerste steek met een stekenmarkeerder.

    Een recht werkstuk haken met stokjes

    Gaan de randen van je werk schuin of golvend, dan haak je waarschijnlijk te veel of te weinig steken in de rij. Kijk daarom aan het eind van elke rij of je dezelfde hoeveelheid steken hebt als aan het begin. Wil je een rand strakker maken, haak dan niet te strak in de draailus en haal de draad niet te hard aan.

    Met een gelijkmatige spanning en een rustig tempo krijg je automatisch een mooier resultaat. Kijk ook naar je houding en de manier waarop je het garen vasthoudt, want een te losse of te strakke greep zie je terug in je werk.

    Oefenideeën voor stokjes

    1. Haak een lapje van twintig steken bij twintig rijen, om je spanning te oefenen.
    2. Maak een vierkant en haak het rond voor een pannenlap.
    3. Probeer een sjaal in alleen stokjes, met een rustige kleurwissel.
    4. Maak een eenvoudig muts met stokjes in de rondte.

    Zie ook haken half stokje voor een kortere steek.

    Veelgestelde vragen over haken met stokjes

    Hoe haak je een stokje?

    Sla de draad om je naald, steek in de steek, haal de draad op en haal hem door twee lussen. Sla de draad nog een keer om en haal hem door de laatste twee lussen. Dat is één stokje.

    Wat is het verschil tussen een vaste en een stokje?

    Een vaste haak je zonder omslag en heeft één afhaalstap. Een stokje haak je met een omslag en heeft twee afhaalstappen. Het stokje is dus hoger en soepeler, de vaste lager en dichter.

    Hoeveel lossen haak je aan het begin van een rij stokjes?

    Drie lossen, die tellen als het eerste stokje. Bij de eerste rij op een ketting steek je het eerste stokje in de vierde losse vanaf de naald. Voor 20 stokjes haak je een ketting van 22 lossen.

    Wat is een cluster van twee stokjes?

    Twee stokjes waarvan je de laatste afhaalstap niet afmaakt, waarna je ze samen afhaalt. Zo komen ze bovenaan bij elkaar. Een cluster gebruik je voor minderen en voor decoratieve patronen.

    Waarom wordt mijn rij steeds smaller?

    Je slaat waarschijnlijk het laatste stokje over: het stokje in de draaiketting van de vorige rij. Haak daar altijd een stokje in, dan blijft elke rij even breed.

    Welke naald gebruik je voor stokjes?

    Een naald van 4 tot 5 mm bij middeldik garen. Controleer het bandje van het garen en haak een proeflapje om te zien of de steken gelijkmatig zijn.

    Hoe lang duurt het om stokjes te leren haken?

    Je leert de steek in een uur, maar het duurt een paar projecten voor je spanning gelijkmatig is. Haak een paar proeflapjes voor je aan een echt project begint.

    Kan ik stokjes ook in de rondte haken?

    Ja. Je haakt dan een ring of een magische ring en haakt de stokjes daarin, zoals bij een granny square. Elke ronde sluit je met een halve vaste en begin je met drie lossen.

    Verder lezen

    Wil je verder met haken? Deze pagina’s helpen je:

  • Tas haken: gratis patroon in het Nederlands, stap voor stap

    Tas haken: gratis patroon in het Nederlands, stap voor stap

    Dit tas haken gratis patroon werkt met stokjes in een rechthoek die je dubbelvouwt en aan de zijkanten dichtnaait, met twee gehaakte handvatten erop. Wie een tas haken wil met een gratis patroon in het Nederlands, krijgt hier: een stevige tas van katoen, in ongeveer een middag klaar, waarvoor je alleen lossen, vasten en stokjes nodig hebt. Het is dus ook een goed project als beginner.

    Zoek je een tas haken gratis patroon met duidelijke maten en zonder lastige technieken. Hieronder staat zo’n patroon, met het materiaal, de stekenproef, het patroon per toer, de handvatten en de afwerking. Ken je de steken nog niet? Lees dan eerst onze uitleg over haken patronen of de haakpatronen. Een overzicht van het vak vind je bij haken en breien.

    Kort samengevat

    • Materiaal: dik katoengaren, ongeveer 200 tot 250 gram (richtwaarde), en een haaknaald van 4 mm of de maat op het label.
    • Je haakt één rechthoek in stokjes, vouwt hem dubbel en naait de zijkanten dicht.
    • Handvatten haak je apart in vaste en naai je vast.
    • Maak eerst een stekenproef: ongeveer 18 stokjes en 9 toeren op 10 bij 10 cm.
    • De tas wordt ongeveer 22 cm breed en 30 cm hoog; het patroon is ontworpen als richtwaarde.

    Wat heb je nodig voor een tas haken gratis patroon?

    • Garen: ongeveer 200 tot 250 gram dik katoen, zoals katoen van de dikte die je gebruikt voor een dishcloth. Katoen is stevig en rekt weinig, wat bij een tas belangrijk is. Wil je weten wat je moet kiezen? Lees onze gids over wol kopen, die ook over katoen gaat.
    • Haaknaald: 4 mm. Volgens Wikipedia over de haaknaald bestaan haaknaalden in maten van ongeveer 2,5 tot 19 mm. Meer uitleg vind je bij de haaknaald.
    • Stopnaald om de naden en eindjes weg te werken.
    • Schaar en rolmaat.
    • Eventueel een voering van stof en een knoop of drukknoop als sluiting.
    Katoengaren, haaknaald, schaar en meetlint voor het haken van een tas
    Dik katoengaren en een passende haaknaald zijn genoeg.

    Afkortingen in dit patroon

    AfkortingBetekenis
    llosse
    vvaste
    ststokje
    klkeerlosse(n)
    **herhaal tussen sterretjes

    Stekenproef

    Haak een lapje van ongeveer 15 bij 15 cm in stokjes en meet 10 bij 10 cm. Je hebt ongeveer 18 stokjes en 9 toeren nodig op 10 cm. Heb je er meer, haak dan met een grotere haaknaald. Heb je er minder, neem een kleinere. Voor een tas is de stekenproef minder kritisch dan voor een trui, maar hij bepaalt wel de grootte.

    Stekenproef van een gehaakt lapje wordt opgemeten met een liniaal
    Meet 10 bij 10 cm om te zien of je aantallen kloppen.

    Het patroon: de tas

    Alle aantallen hieronder gaan uit van de stekenproef hierboven.

    Beginketting. Haak 41 lossen.

    Toer 1. Haak 1 stokje in de 4e losse vanaf je haaknaald (de overgeslagen 3 lossen tellen als eerste stokje). Haak daarna 1 stokje in elke volgende losse. Je hebt nu 39 stokjes (de 3 overgeslagen lossen tellen mee). Keer je werk.

    Toer 2. Haak 3 keerlossen (tellen als eerste stokje). Sla de eerste stokje van de vorige toer over en haak 1 stokje in elk volgend stokje, de laatste steek in het bovenste deel van de 3 lossen van de vorige toer. Je hebt 39 stokjes. Keer je werk.

    Toer 3 tot 54. Herhaal toer 2. Controleer af en toe of je nog 39 stokjes hebt. Je rechthoek is nu ongeveer 22 cm breed en 60 cm lang.

    Afhechten. Knip het garen af met een eindje van ongeveer 20 cm, haal het door de laatste lus en trek het aan.

    Heb je een andere breedte nodig? Begin dan met een ander aantal lossen, zolang je er 2 meer dan je gewenste stokjes neemt (3 lossen tellen als het eerste stokje).

    De zijkanten en de bodem

    Vouw de rechthoek dubbel zodat de korte zijkanten op elkaar liggen en de vouw de bodem van de tas wordt. De open bovenrand is de bovenkant van de tas. Naai de twee zijkanten dicht met een stopnaald en hetzelfde garen, met een steek die door de randlussen van beide kanten gaat. Haal de eindjes weg in de naad.

    Wil je de bodem steviger? Haak dan een extra lapje van 22 bij 8 cm in vaste en naai het binnenin vast, of leg een stuk karton in een stoffen hoes in de bodem. Met een voering van katoenen stof wordt de tas nog stabieler en blijft hij mooi in vorm.

    De handvatten

    Voor elke handgreep haak je een band van vasten.

    Afgewerkte gehaakte tas van katoen met gehaakte handvatten
    De afgewerkte tas met handvatten van vasten.
    1. Haak 81 lossen.
    2. Toer 1: haak 1 vaste in de 2e losse vanaf de haaknaald en 1 vaste in elke volgende losse. Je hebt 80 vasten. Keer.
    3. Toer 2 tot 3: haak 1 keerlosse en 1 vaste in elke vaste. Hecht af.

    De band is nu ongeveer 40 cm lang en 2 cm breed. Haak er twee. Naai elke band met de uiteinden aan de binnenkant van de tas vast, ongeveer 6 cm van de zijnaden vandaan. Naai het meerdere keren en stevig vast, want hier komt de belasting op te staan. Voor een stevigere handgreep kun je een dubbele band haken.

    Variaties op dit tas haken gratis patroon

    • Groter of kleiner. Pas het aantal lossen en toeren aan. Meer lossen voor een bredere tas, meer toeren voor een hogere.
    • Andere steek. Haak de tas in vaste voor een dichter en stijver resultaat, of in halve stokjes voor een compromis.
    • Kleuren en strepen. Wissel elke twee toeren van kleur voor een gestreepte tas.
    • Sluiting. Naai een grote knoop op de rand en haak een lus aan de andere kant, of gebruik een drukknoop.
    • Voor kinderen. Maak de tas kleiner en gebruik zachter garen.

    Tips voor een mooie gehaakte tas

    1. Haak strak genoeg. Een tas die los gehaakt is, rekt uit onder het gewicht. Neem desnoods een kleinere haaknaald dan op het label staat.
    2. Gebruik katoen. Het rekt weinig en is goed te wassen.
    3. Tel af en toe. Controleer of je steeds 39 stokjes hebt, zodat de randen recht blijven.
    4. Naai de handvatten stevig vast. Doe het in een kruisje of vierkantje voor extra sterkte.
    5. Was de tas volgens het label, en laat hem plat drogen.

    Tas haken voor beginners: gratis patroon als eerste project

    Wie nog nooit heeft gehaakt, begint het best met een kleiner project, zoals een dishcloth, om de stokjes te oefenen. Een tas haken voor beginners gaat daarna prima. Het patroon hierboven gebruikt maar drie steken, is recht en vraagt geen mindering. Kijk voor het inkopen van garen ook bij wol kopen.

    Waarom een tas haken?

    Een tas is een goed haakproject, omdat je er elke dag iets aan hebt en je het resultaat meteen gebruikt. Boodschappentassen van katoen zijn bovendien een duurzame vervanger van plastic. Een gehaakte tas is ook een mooi cadeau: je kiest de kleur, de maat en de handvatten zelf. Voor beginners is het fijn dat een tas geen pasvorm heeft. Als de tas een centimeter breder uitvalt dan gepland, is dat geen probleem, in tegenstelling tot een trui.

    Een eigen tas haken zonder patroon

    Heb je dit gratis patroon een keer gehaakt, dan kun je zelf variëren. Het principe is steeds hetzelfde: een rechthoek met de breedte van je tas en twee keer de hoogte, dubbelgevouwen en dichtgenaaid. Wil je een bredere tas, haak dan meer lossen. Wil je een diepere tas, haak dan meer toeren. Wil je een ronde bodem, dan haak je in de ronde met meerderingen. Dat vraagt meer oefening, dus leer het eerst met een klein project, zoals een mandje.

    Een tas haken met een voering

    Een voering van stof maakt een gehaakte tas steviger en voorkomt dat spullen door de gaten vallen. Knip twee stukken katoenen stof op de maat van de tas, plus ongeveer 1 cm naad aan elke kant, naai ze aan de zijkanten en onderkant aan elkaar en zet de bovenrand om. Steek de voering in de tas en naai hem langs de bovenrand met kleine steken vast. Zo heb je een tas die ook zware boodschappen aankan.

    Onderhoud van je gehaakte tas

    Wassen doe je volgens het label van je garen. Katoen kan meestal op een laag programma in de wasmachine, het liefst in een waszak. Laat de tas plat drogen en geef hem een zetje in de goede vorm. Zware boodschappen zijn voor een gehaakte tas geen probleem, maar overbelast de handvatten niet met scherpe voorwerpen.

    Een tas haken die goed blijft

    Een gehaakte tas moet meer verdragen dan een sjaal. Hij draagt gewicht, schuurt tegen kleding en wordt vaak aangetrokken. Daarom let je bij het haken op een paar dingen die de levensduur verlengen.

    • Kies een stevig garen. Katoen of een gemengd garen houdt de vorm beter vast dan zachte wol.
    • Haak met een kleinere naald dan op het label staat. Dat geeft een dichter weefsel waar spullen niet doorheen vallen.
    • Versterk de bodem. Haak een extra laag of gebruik een stuk stevig karton onder een voering.
    • Werk de handvatten stevig aan. Haak ze met een dubbele laag, en naai ze met een aparte draad vast.

    De tas een afsluiting geven

    Een open tas is het eenvoudigst, maar met een sluiting blijven je spullen op hun plek. Je hebt een paar keuzes.

    1. Een knoop met lus. Haak een lus aan de ene kant en naai een knoop aan de andere kant.
    2. Een ritssluiting. Naai hem met de hand in een voering of in de rand van de tas.
    3. Een klepje. Haak een stuk dat over de opening valt en sluit met een druk- of magneetknoop.
    4. Een koord. Haak of rijg een koord door de bovenrand, zoals bij een buideltas.

    Probeer de sluiting uit voor je de tas helemaal afwerkt, zodat je kunt aanpassen als iets niet past.

    Veelgestelde vragen over een tas haken

    Hoeveel garen heb ik nodig voor een gehaakte tas?

    Voor de tas in dit patroon ongeveer 200 tot 250 gram dik katoen (richtwaarde), ruim voldoende voor de tas en de handvatten. Controleer het aantal meters op je label en koop een bol extra.

    Welk garen is het best om een tas te haken?

    Katoen. Het rekt weinig, is sterk en wasbaar. Acryl kan, maar rekt eerder uit. Wol is niet aan te raden voor een zware boodschappentas.

    Is dit tas haken gratis patroon geschikt voor beginners?

    Ja. Je gebruikt lossen, stokjes en vasten, zonder mindering of meerdering. Het is een rechthoek die je dubbelvouwt.

    Hoe maak ik de tas stevig?

    Haak strak, kies katoen en voeg een voering of een stevige bodem toe. Naai de handvatten dubbel en stevig vast.

    Hoe groot wordt de tas?

    Ongeveer 22 cm breed en 30 cm hoog bij de stekenproef in dit patroon. Een andere stekenproef geeft een andere maat, dus meet je lapje na.

    Kan ik de tas wassen?

    Ja, katoen kun je meestal wassen volgens het label, bij voorkeur op een laag programma. Laat de tas plat drogen om de vorm te behouden.

    Is er een video van dit patroon?

    Dit patroon is geschreven voor lezen en haken. Zoek je een video, zoek dan naar de steek zelf, zoals de stokje of de vaste, op een videokanaal.

    Kan ik het patroon aanpassen voor een grotere tas?

    Ja. Haak meer lossen aan het begin (altijd 2 meer dan het aantal stokjes dat je wilt) en meer toeren in de hoogte.

    Verder lezen

  • Haakpatroon lezen: afkortingen, symbolen en een eerste patroon

    Haakpatroon lezen: afkortingen, symbolen en een eerste patroon

    Een haakpatroon lees je door eerst de benodigdheden en de afkortingen door te nemen en daarna regel voor regel te haken, waarbij je na elke ronde de steken telt. Een patroon is geen verhaal, maar een afgesproken kortschrift: “3 l, 2 st in de ring” betekent drie lossen haken en twee stokjes in de ring. Als je de afkortingen kent, lees je elk haakpatroon.

    Wie voor het eerst een gratis haakpatroon voor beginners opent, ziet vaak een muur van letters en haakjes. Dat schrikt af, maar het is minder moeilijk dan het lijkt. Er zijn maar een stuk of tien afkortingen die je steeds tegenkomt, en de rest is herhaling. Op deze pagina leer je hoe een patroon is opgebouwd en hoe je het leest. Zoek je patronen om mee te oefenen, kijk dan bij haakpatronen, en voor de basis van het haken zelf bij haken.

    Kort samengevat

    • Lees eerst de lijst met benodigdheden en afkortingen, dan pas de eerste ronde.
    • Een patroon is geschreven in kortschrift: l = losse, v = vaste, hs = halve stokje, st = stokje.
    • Tekst tussen haakjes of sterretjes herhaal je het aantal keer dat erachter staat.
    • Het getal aan het eind van een regel is het aantal steken dat je na die regel moet hebben.
    • Controleer of het patroon Nederlandse of Engelse termen gebruikt.

    Hoe is een haakpatroon opgebouwd?

    Bijna elk haakpatroon heeft dezelfde onderdelen, in dezelfde volgorde.

    1. Titel en moeilijkheid. Vaak staat er bij of het voor beginners of gevorderden is.
    2. Benodigdheden. Garen, haaknaald, vulling, markeerders en andere materialen.
    3. Afmetingen en steekproef. De grootte van het eindresultaat en het aantal steken en rijen in 10 bij 10 cm.
    4. Afkortingen. Een lijst met wat elke afkorting betekent.
    5. Het patroon zelf. Per ronde of rij een regel.
    6. Afwerking. Hoe je delen aan elkaar zet, draden wegwerkt en eventueel stijft.

    Lees alles door voor je begint. Zo weet je welke steken je nodig hebt en of je alle materialen in huis hebt. Missen er dingen, dan ontdek je dat voordat je aan de eerste ronde begint, en niet halverwege.

    De belangrijkste afkortingen

    In Nederlandse patronen kom je deze afkortingen steeds tegen:

    • l: losse
    • hv: halve vaste
    • v: vaste
    • hst of hs: half stokje
    • st: stokje
    • dst: dubbel stokje
    • meerderen (mrd): twee steken in één steek haken
    • minderen (mnd): twee steken samen haken
    • rd: ronde
    • omg: omgekeerd, in de tegenovergestelde richting

    Elke ontwerper gebruikt net iets andere afkortingen, daarom staat er altijd een lijst bij. Gebruik die lijst, ook als je denkt dat je ze kent.

    Nederlandse of Engelse termen?

    Let hier goed op. Engelse patronen gebruiken twee systemen. In het Amerikaanse systeem is de “single crochet” ongeveer onze vaste, en de “double crochet” ons stokje. In het Britse systeem heet de vaste “double crochet” en het stokje “treble”. Dat leidt tot verwarring: dezelfde naam kan een andere steek betekenen. Wikipedia over haken zet de internationale (Britse) en de Amerikaanse steknamen naast elkaar, zodat je ziet dat ze verschillen.

    Zo herken je welk systeem een patroon gebruikt:

    • Kijk of er “treble” in staat: dan is het vrijwel zeker Brits.
    • Kijk naar de eerste ronde van een amigurumi. In het Amerikaanse systeem is dat meestal “6 sc in magic ring”, in het Britse “6 dc”.

    Staat het systeem niet in het patroon? Dan geeft het aantal steken in de eerste ronde vaak uitsluitsel. En anders vraag je het aan de ontwerper.

    Hoe lees je een regel in een patroon?

    Neem als voorbeeld deze regel: “Rd 3: (1 v in de eerste, 2 v in de volgende) 6 keer (18)”.

    Een haakpatroon op papier naast een gehaakt proeflapje en een haaknaald
    Lees het patroon regel voor regel en haak mee.
    • Rd 3: de derde ronde.
    • (1 v in de eerste, 2 v in de volgende): de herhaling. Je haakt een vaste in de eerste steek en twee vasten in de volgende.
    • 6 keer: je herhaalt dit zes keer.
    • (18): na deze ronde moet je 18 steken hebben.

    Dat getal tussen haakjes is je controle. Tel je na de ronde een ander aantal, dan zit er ergens een fout. Zoek die meteen op, voordat je verder haakt.

    Sterretjes en haakjes

    Sommige patronen gebruiken sterretjes in plaats van haakjes: “* 2 v, 1 mrd; herhaal vanaf * tot het einde”. Dat betekent hetzelfde: haak wat tussen de sterretjes staat steeds opnieuw. Let op of er staat hoe vaak, of dat je door moet gaan tot het einde van de ronde.

    Haakjes binnen haakjes

    Soms staan er herhalingen binnen een herhaling. Werk altijd van binnen naar buiten: eerst de kleinste groep, dan de grotere. Neem je tijd om dit rustig te lezen, want het is een veelvoorkomende bron van fouten.

    Haakschrift: patronen met symbolen

    Naast tekstpatronen bestaan er patronen met symbolen. Dat zijn tekeningen van het werk, waarbij elke steek een symbool heeft: een bolletje voor een losse, een kruisje voor een vaste, een streepje met dwarslijntjes voor een stokje. Je leest ze van binnen naar buiten bij rondes, en van rij naar rij bij rijen. Haakschrift is vooral handig bij granny squares, kant en patronen met veel herhaling, omdat je de vorm in één oogopslag ziet.

    Een haakschrift met symbolen naast het bijbehorende gehaakte granny square
    Een symbolenpatroon en het resultaat.

    Heb je een patroon met symbolen, zoek dan eerst de legenda op. De symbolen zijn vrijwel overal hetzelfde, maar niet helemaal. Wil je er een oefenen? Kijk dan bij granny square haken, waarin je het opbouwprincipe goed kunt zien.

    Tip: print het patroon en streep elke ronde af als je klaar bent. Zet het aantal steken erbij dat je werkelijk hebt geteld. Zo kom je niet in de war als je even onderbroken wordt.

    Zo beoordeel je een gratis haakpatroon

    Niet elk patroon is even goed. Let op deze punten.

    • Foto’s per stap. Vooral bij een vorm als een knuffel is dat belangrijk.
    • Het aantal steken per ronde. Staat dat er niet bij, dan kun je niet controleren of je goed zit.
    • Benodigdheden. Staan garen en naaldmaat erbij?
    • Reacties. Hebben anderen het patroon gehaakt? Zijn er fouten gemeld?
    • De bron. Een patroon van een ontwerper of een garenmerk is vaak getest.

    Zoek je specifiek iets voor een seizoen, dan kun je beginnen bij haken voor kerst. Voor meer tips over patronen lees je ook haken en patronen.

    Je eigen aantekeningen maken

    Een patroon is een gids, geen wet. Schrijf op wat je anders doet, welke naald en welk garen je gebruikte, en hoe lang het duurde. Maak aantekeningen in de kantlijn van je print: “hier een steek extra”, “naald een maat kleiner”. Zo kun je het patroon later makkelijk herhalen en weet je wat werkte. Je bouwt zo ook een eigen verzameling op.

    Heb je een eigen ontwerp gemaakt, dan helpt het om een patroon te schrijven terwijl je haakt. Noteer elke ronde, het aantal steken en wat je doet. Schrijf het daarna nog eens uit en haak het als proef na. Zo ontstaat vanzelf een patroon dat anderen ook kunnen volgen.

    Welk garen en welke naald hoort bij het patroon?

    Houd je aan het garen en de naald van het patroon, zeker de eerste keer. Wil je een ander garen, kies dan hetzelfde gewicht. De Craft Yarn Council geeft in zijn overzicht van garengewichten per garendikte een haakmaat: voor fijn garen 2,25 tot 3,5 mm, voor licht garen 3,5 tot 4,5 mm en voor medium garen 4,5 tot 5,5 mm. Waar je geschikt garen vindt, lees je bij wol kopen.

    Drie bollen garen in verschillende dikte met passende haaknaalden en een meetlint
    Garendikte en haaknaald horen bij elkaar.

    Een haakpatroon aanpassen aan jouw wensen

    Je hoeft een patroon niet precies te volgen. Met een beetje ervaring pas je het aan zodat het beter bij jouw project past. Begin met kleine veranderingen en houd bij wat je doet.

    • Grootte. Met dunner garen en een kleinere naald wordt het resultaat kleiner, met dikker garen groter. Controleer wel eerst je stekenproef.
    • Lengte of breedte. Bij een patroon met herhalingen kun je een herhaling toevoegen of weglaten. Zorg dat het totaal aantal steken nog klopt.
    • Kleur. Wissel van kleur aan het begin van een nieuwe toer, zodat de overgang netjes blijft.
    • Steek. Vervang een steek door een vergelijkbare van dezelfde hoogte, bijvoorbeeld een stokje door een halve stokje, en reken het effect door.

    Veelvoorkomende problemen met patronen

    Klopt je steekaantal niet aan het einde van de toer? Dan is dat meestal geen fout in het patroon, maar iets kleins in je werk. Tel terug en kijk waar het misgaat.

    1. Je bent een steek vergeten of overgeslagen. Kijk naar de eerste en laatste steek van de toer, want die worden het vaakst gemist.
    2. Je hebt de draailussen meegeteld of juist niet. Lees in het patroon of de draailus als steek telt.
    3. Je hebt in de verkeerde lus gehaakt. Dat valt op als de rand schuin gaat lopen.
    4. Het patroon bevat een fout. Zeker bij gratis patronen komt dat voor. Zoek op of andere haakster dezelfde vraag hebben.

    Een patroon bewaren en terugvinden

    Bewaar patronen die je hebt gebruikt, ook de gratis. Een pagina op internet kan verdwijnen. Print het patroon of sla het op als pdf, en schrijf op welk garen je hebt gebruikt, welke naald, hoeveel bollen en hoe lang je erover deed. Over de basis lees je meer bij haakpatronen en over de naald bij haaknaald.

    Veelgestelde vragen over een haakpatroon

    Hoe lees ik een haakpatroon als beginner?

    Begin met de lijst met afkortingen en de benodigdheden. Haak daarna ronde voor ronde en tel na elke ronde je steken. Het getal tussen haakjes aan het einde van een regel is je controle. Begin met een eenvoudig patroon, zoals een vierkant.

    Wat betekent een sterretje in een haakpatroon?

    Het markeert een herhaling. Wat tussen de sterretjes staat, haak je steeds opnieuw, vaak tot het einde van de ronde of een bepaald aantal keren. Lees altijd wat het patroon erbij zegt.

    Wat is het verschil tussen Nederlandse en Engelse haakpatronen?

    Engelse patronen gebruiken twee systemen met dezelfde woorden voor andere steken. Nederlandse patronen gebruiken losse, vaste, halve stokjes en stokjes. Kijk altijd welk systeem het patroon gebruikt, anders haak je de verkeerde steek.

    Waar vind ik een gratis haakpatroon voor beginners?

    Op haakblogs, in patroonbibliotheken van garenmerken en in video’s. Zoek op een eenvoudig project, zoals een vierkant of een pannenlap. Een goed patroon heeft foto’s en een aantal steken per ronde.

    Wat betekent het getal tussen haakjes aan het einde van een regel?

    Het is het aantal steken dat je na die ronde moet hebben. Dat is je controle: klopt het niet, dan zit er een fout in je ronde. Haal die ronde dan terug en haak hem opnieuw.

    Hoe lees ik een patroon met symbolen?

    Zoek eerst de legenda en leer de symbolen. Lees bij rondes van binnen naar buiten en bij rijen van onder naar boven. Het is een tekening van het werk, dus je ziet de vorm in één blik.

    Kan ik een haakpatroon aanpassen?

    Ja, je kunt een ander garen, een andere kleur of een andere maat gebruiken. Haak altijd een proeflapje en pas de naald aan. Voor kleding moet je de steken en rijen opnieuw uitrekenen als je de maat verandert.

    Wat doe ik als mijn aantal steken niet klopt?

    Tel nog een keer. Klopt het dan nog niet, haal de ronde terug tot de laatste goede ronde en haak hem opnieuw. Gebruik een stekenmarkeerder, zodat je het begin van de ronde niet kwijtraakt.

    Verder lezen

    Wil je meer weten over patronen en haken? Deze pagina’s helpen:

  • Amigurumi: wat is het, wat heb je nodig en waar begin je?

    Amigurumi: wat is het, wat heb je nodig en waar begin je?

    Amigurumi zijn kleine gehaakte knuffels of poppetjes, meestal gemaakt met vasten in spiraalrondes en gevuld met vulling. Voor je eerste amigurumi heb je katoen of acryl, een haaknaald die een of twee maten kleiner is dan het garen adviseert, vulling, veiligheidsoogjes en een stopnaald. Een bolletje of een eenvoudig konijntje is in een middag af, ook als je net begonnen bent met haken.

    Amigurumi is een van de snelst groeiende hoeken van het haken. Het resultaat is meteen zichtbaar en het is een cadeau waar mensen blij van worden. Maar de techniek wijkt wat af van gewoon haken: je haakt in een spiraal, je gebruikt een kleinere naald en je werkt vaak met een magische ring. Dat leer je in een paar uur. Op deze pagina lees je de basis, daarna kun je met een patroon verder. De stap voor stap uitleg van de techniek zelf staat bij amigurumi haken.

    Kort samengevat

    • Amigurumi haak je in een spiraal van vasten, zonder rondes te sluiten.
    • Gebruik een haaknaald die een of twee maten kleiner is dan op het garen staat, zodat de vulling niet doorschemert.
    • Katoen is stevig en geeft een nette vorm, acryl is zachter en goedkoper.
    • Gebruik veiligheidsoogjes met een vergrendeling, of borduur de ogen op voor kinderen onder de drie.
    • Begin met een bolletje, een bijtring of een simpel konijn: weinig delen, weinig telwerk.

    Wat is amigurumi?

    Amigurumi is een Japanse term voor gehaakte of gebreide knuffels. Volgens Wikipedia over amigurumi zijn het kleine gehaakte of gebreide poppetjes die vooral bedoeld zijn om mee te spelen, te verzamelen of als sleutelhanger. De meeste amigurumi worden in een spiraal van rondes gehaakt, zodat er geen zichtbare naad ontstaat. Lijf en hoofd maak je vaak in één stuk, en de ledematen haak je los en zet je er daarna aan vast.

    Dat spiraalprincipe is het verschil met gewoon haken. Je sluit je rondes niet af met een halve vaste, maar haakt gewoon door. Daardoor wordt je werk een buisje of een bol en krijg je geen zichtbare lijn. Met een stekenmarkeerder, een veiligheidsspeld of een stukje contrasterend garen houd je bij waar de ronde begint.

    Wat heb je nodig voor amigurumi?

    De lijst is korter dan je denkt.

    • Garen. Voor je eerste amigurumi kies je katoen of een katoen-acrylmix in middeldikte. Katoen laat de steken mooi zien en houdt zijn vorm. Acryl is zachter. Chenille en pluizig garen zijn lastig voor beginners, omdat je de steken niet ziet. Meer over het kiezen van garen staat bij wol kopen.
    • Haaknaald. Gebruik een naald van 2 tot 3 mm bij middeldik katoen. De Craft Yarn Council noemt in zijn overzicht van garengewichten voor dit type garen een maat van 3,5 tot 4,5 mm; bij amigurumi haak je bewust een maat kleiner. Zo wordt het werk dicht en schemert de vulling niet door. Meer over maten lees je bij haaknaald.
    • Vulling. Polyestervulling (fiberfill) is het meest gebruikt. Het is licht, wasbaar en geeft een mooie vorm.
    • Oogjes. Veiligheidsoogjes met een achterkant die vastklikt, of borduurgaren om de ogen op te borduren.
    • Een stopnaald. Om delen aan elkaar te naaien en draden weg te werken.
    • Stekenmarkeerders. Om het begin van de ronde te markeren.
    • Een schaar.

    Welk garen is het best voor amigurumi?

    Het garen bepaalt hoe je knuffel eruitziet en aanvoelt.

    Katoen

    Katoen is het meest gebruikte garen voor amigurumi. Het heeft weinig rek, wat je steken strak houdt, en het is goed wasbaar. Het is wat minder zacht, maar de vorm blijft het beste.

    Acryl

    Zacht en goedkoop, in veel kleuren. Acryl heeft meer rek en kan pluizen. Voor een knuffel voor een baby is het fijn, omdat hij zacht is.

    Katoen-acrylmix

    Een mengsel dat de voordelen combineert: de structuur van katoen en de zachtheid van acryl. Veel patronen gebruiken dit.

    Kies altijd een garen dat wasbaar is, zeker als de knuffel voor een kind is. Op het bandje staan de wasinstructies.

    De techniek: spiraalrondes en de magische ring

    De meeste amigurumi beginnen met een magische ring: een lus waarin je de eerste ronde haakt, die je daarna aantrekt zodat er geen gat overblijft. Je haakt bijvoorbeeld 6 vasten in de ring en trekt hem dicht. Daarna haak je elke ronde meer steken, door meerderingen, tot het werk de gewenste breedte heeft. Dan haak je een aantal rondes zonder meerderen en daarna minder je weer om het werk te sluiten.

    Een magische ring haken met een haaknaald
    Alle steken van de eerste ronde gaan in de ring.

    Heb je moeite met de magische ring, dan is een ring van twee lossen een goed alternatief. Je haakt dan de eerste ronde in de tweede losse vanaf de naald. Het resultaat is iets minder strak, maar het werkt prima voor je eerste knuffel.

    Volgt je patroon een bepaalde notatie? Dan lees je eerst de afkortingen. Hoe je een patroon leest, staat bij haakpatronen.

    Veiligheid: oogjes en vulling

    Amigurumi is speelgoed en daar horen veiligheidsregels bij. Voor kinderen onder de drie jaar zijn losse onderdelen, zoals oogjes en knoopjes, af te raden, omdat ze kunnen losraken. Borduur de ogen en de mond dan op. Gebruik voor oudere kinderen veiligheidsoogjes met een vergrendeling aan de binnenkant, en trek ze aan voordat je ze vult.

    Een amigurumi wordt gevuld met vulling
    Vul in kleine plukjes en stevig.

    Een paar extra tips:

    • Haak strak. Dichte steken houden de vulling binnen.
    • Controleer de naden. Een rafelige naad of een losse steek kan opengaan.
    • Gebruik wasbare vulling. Dan kan een knuffel gewoon in de wasmachine, in een waszak.
    • Werk draden goed weg. Een los eind kan een kind eruit trekken.

    Wil je een knuffel verkopen, dan gelden er in Europa speelgoedregels voor wat je mag gebruiken en welke markeringen erbij horen. Kijk daarvoor altijd naar de officiële bronnen van de Nederlandse overheid voordat je gaat verkopen.

    Welke amigurumi haak je als eerste?

    Een goed beginnersproject heeft weinig delen, weinig details en een eenvoudige vorm.

    1. Een bolletje of kogel. Alleen meerderen en minderen. Je leert de techniek zonder iets anders te hoeven doen.
    2. Een bijtring of rammelaar. Een kleine ring in een paar kleuren, zonder losse onderdelen.
    3. Een eenvoudig konijn of beer. Een bol als hoofd, een bol als lijf, twee oren en twee pootjes.
    4. Een kleine vogel of een eend. Een vorm die snel af is en weinig details heeft.
    5. Een sleutelhanger. Klein, snel, en je kunt hem cadeau geven.

    Dit zijn goede beginpunten. Pas als je die onder de knie hebt, ga je naar een knuffel met meerdere delen en een kleurwissel.

    Zo vul je amigurumi goed

    Vullen lijkt simpel, maar bepaalt veel van het eindresultaat. Vul in kleine plukjes, en duw ze met het stompe einde van een potlood of een stuk hout in de hoeken. Vul niet te weinig: een slap gevulde knuffel zakt in elkaar. Vul ook niet te veel: dan trekken de steken uit elkaar en schemert de vulling door. De juiste hardheid voelt stevig maar niet hard, en je ziet geen vulling tussen de steken.

    Vul een deel voordat je het sluit en controleer nog eens bij het laatste stuk. Voor het hoofd en het lijf vul je vaak het hoofd eerst volledig en daarna het lijf.

    Amigurumi als cadeau of als kleine zaak

    Veel mensen beginnen met haken voor zichzelf en zien dan dat hun amigurumi leuk genoeg is voor cadeaus. Een gehaakt dier is persoonlijk en maak je op maat. Overweeg je om ze te verkopen, dan komt er meer bij kijken: de kosten van garen en tijd, de veiligheidsregels voor speelgoed en de manier waarop je ze aanbiedt. Houd je tijd bij, want een knuffel van vier uur haakwerk is vaak duurder dan mensen verwachten.

    Veelgemaakte fouten bij amigurumi

    • Een te grote naald. De vulling schemert door. Ga een of twee maten omlaag.
    • Het begin van de ronde kwijtraken. Gebruik altijd een stekenmarkeerder.
    • Het aantal steken niet tellen. Tel na elke ronde. Een fout van één steek maakt je bol scheef.
    • Te losse oogjes. Bevestig ze goed voordat je vult.
    • Te vroeg beginnen met een moeilijk patroon. Een knuffel met veel details is frustrerend als de basis nog niet zit.

    Een amigurumipatroon leren lezen

    Haakpatronen zijn geschreven in een soort afkortingentaal. Als je die kent, kun je elk amigurumipatroon volgen. De Nederlandse afkortingen zijn meestal deze:

    • v of vst: vaste. De steek waarmee je het meeste werkt.
    • l of lst: losse. Wordt gebruikt voor de beginketting en kleine stukjes.
    • meerderen: twee vasten in dezelfde steek haken. Zo wordt je werk breder.
    • minderen: twee steken samen haken tot één. Zo wordt je werk smaller.
    • mr: magische ring, de start van een rond stuk.

    Een regel kan er zo uitzien: toer 3: (1 v, meerderen) × 6 = 18. Dat betekent dat je zes keer één vaste en een meerdering haakt, zodat je op 18 steken uitkomt. De getallen na het gelijkteken zijn je controle. Kloppen ze niet, dan ontbreekt er een steek of heb je er een te veel. Patronen zijn verschillend opgeschreven, dus lees altijd eerst de uitleg van de maker. Meer patronen en uitleg vind je bij haakpatronen en knuffel haken patroon.

    Proporties en gezichtjes

    Een amigurumi staat of valt met het gezicht. Kleine verschillen in de plaatsing van de ogen maken een groot verschil in uitstraling.

    Een afgewerkt amigurumi beertje met gezichtje
    Ogen laag en wijd uit elkaar geeft een schattig gezicht.

    De ogen

    Zet de ogen laag op het hoofd en ver uit elkaar voor een schattig, jong uiterlijk. Zet ze hoog en dicht bij elkaar voor een ernstiger uiterlijk. Speld de ogen eerst vast en bekijk de knuffel van een afstand voordat je ze definitief plaatst. Gebruik je geen veiligheidsoogjes maar geborduurde, dan is dat extra veilig voor kleine kinderen.

    De neus en de mond

    Borduur de neus tussen de ogen en iets lager. Een kleine mond met een paar steken is genoeg. Houd het gezicht eenvoudig; te veel detail maakt het rommelig.

    Het hoofd en het lijf

    Een groot hoofd en een klein lijf geven een schattig effect. Een langer lijf en kleiner hoofd geeft een stoer resultaat. Probeer verhoudingen uit voordat je ze volhoudt, bijvoorbeeld door de onderdelen losjes tegen elkaar te houden.

    Wassen en onderhouden

    Een gehaakte knuffel is minder kwetsbaar dan hij lijkt, maar behandel hem toch voorzichtig. Kijk eerst op het label van het garen. Een veelgegeven richtlijn is handwas of een wolwasprogramma op lage temperatuur. Doe hem in een waszak om beschadigen te voorkomen. Laat hem aan de lucht drogen en breng hem in vorm met je handen. Vulling kan na het wassen klonteren, dus knijp de knuffel zachtjes los zodra hij droog is.

    Voor een knuffel met veiligheidsoogjes of andere harde onderdelen geldt: was met de hand en haal de oogjes niet onder water uit. Controleer na het wassen of alles nog stevig vastzit. Een knuffel voor een baby is het veiligst met geborduurde ogen en zonder losse onderdelen.

    Gratis patronen en boeken gebruiken

    Voor beginners zijn er veel gratis patronen online en in boeken. Let bij het kiezen op een paar dingen:

    1. Zijn er duidelijke foto’s of tekeningen bij elk onderdeel?
    2. Staat het garen en de haaknaald vermeld?
    3. Is het patroon in het Nederlands, met Nederlandse afkortingen? Anders kunnen Engelse afkortingen verwarren. Sommige Engelse termen betekenen iets anders dan Nederlandse.
    4. Zijn de stappen per onderdeel opgesplitst?
    5. Staat er een controle van het aantal steken per toer bij?

    Een patroon van een kleine maker is vaak persoonlijker dan een industrieel patroon. Respecteer wel de voorwaarden: veel makers vragen om hun patroon niet te verkopen of door te geven. Bewaar je favoriete patronen in een map zodat je ze terugvindt. Meer inspiratie vind je bij haken knuffel.

    Lees ook: haken patronen.

    Veelgestelde vragen over amigurumi

    Wat is amigurumi precies?

    Amigurumi zijn kleine gehaakte of gebreide knuffels en poppetjes. Ze worden meestal in een spiraal van rondes gehaakt, zonder zichtbare naad, en gevuld met vulling. Het woord komt uit het Japans.

    Welk garen heb ik nodig voor amigurumi?

    Een middeldik katoen of een katoen-acrylmix is het fijnst voor beginners. Katoen houdt zijn vorm en laat je steken goed zien. Zorg dat het garen wasbaar is.

    Welke haaknaald gebruik ik voor amigurumi?

    Een of twee maten kleiner dan het garen adviseert, meestal 2 tot 3 mm bij middeldik katoen. Zo haak je dicht en schemert de vulling niet door.

    Is amigurumi moeilijk voor beginners?

    Nee, mits je klein begint. Je hebt alleen vasten, meerderen en minderen nodig. Het meeste werk zit in het tellen en in het afwerken. Een bolletje of een konijntje is goed te doen als eerste project.

    Zijn amigurumi veilig voor baby’s?

    Alleen als ze geen losse onderdelen hebben. Borduur ogen en mond op, haak strak en werk alle draden weg. Gebruik wasbaar garen en vulling. Voor kinderen onder de drie zijn losse oogjes af te raden.

    Hoe lang duurt het om een amigurumi te haken?

    Een klein bolletje of een sleutelhanger is in een uur klaar. Een konijn of beer kost een beginner drie tot vijf uur, afhankelijk van de grootte en de details.

    Wat is een magische ring?

    Een beginlus waarin je de eerste ronde haakt en die je daarna aantrekt, zodat het gat in het midden verdwijnt. Het is handig bij amigurumi omdat het begin van de bol strak blijft.

    Hoe kan ik amigurumi wassen?

    Kijk naar het bandje van het garen. Katoen en acryl kunnen vaak op 30 graden, in een waszak, met een mild wasmiddel. Laat de knuffel daarna aan de lucht drogen en kneed hem weer in vorm.

    Verder lezen

    Wil je verder met amigurumi en haken? Deze pagina’s helpen:

  • Granny square: patronen, kleuren en een deken van vierkantjes

    Granny square: patronen, kleuren en een deken van vierkantjes

    Een granny square is een gehaakt vierkantje dat je in rondes vanuit het midden werkt. Je haakt het in een paar kleuren of in één kleur, en je haakt er zoveel van als je nodig hebt: voor een pannenlap vier, voor een tas twintig, voor een deken honderd of meer. Het patroon van een klassieke granny square gebruikt alleen losse, halve vasten en stokjes, en is daarom het ideale project voor beginners.

    Wie zoekt op “granny square” vindt duizenden patronen, kleurcombinaties en ideeën. Dat is leuk, maar ook veel. Op deze pagina zie je wat er bestaat, hoe je een patroon kiest en wat je ermee maakt. Wil je het vierkantje zelf haken, dan staat de stap voor stap uitleg op onze pagina over granny square haken. Meer over de basis van het haken lees je op onze pagina over haken.

    Kort samengevat

    • Een granny square is een gehaakt vierkant dat in rondes vanuit het midden groeit.
    • Het klassieke patroon gebruikt groepjes van drie stokjes met een hoek van twee lossen.
    • Kies voor je eerste deken vierkanten van 15 tot 20 cm en een wasbaar garen.
    • Beperk je kleuren: drie tot vijf tinten geven het mooiste resultaat.
    • Reken op ongeveer 60 tot 90 vierkanten voor een deken van 100 bij 140 cm.

    Wat is een granny square, en waar komt het vandaan?

    De granny square is een van de oudste gehaakte motieven die nog steeds gemaakt worden. Volgens Wikipedia werd het oudste bekende voorbeeld gepubliceerd in het tijdschrift Prairie Farmer in 1885 en was het ontwerp geïnspireerd op de crazy quilts die toen populair waren. In de jaren dertig kwam het motief terug en in de jaren zeventig bereikte het zijn hoogtepunt. Sindsdien is het niet meer weggegaan: hedendaagse haaksters gebruiken het voor dekens, tassen, kleding en kussens.

    De naam zegt iets over het karakter. Een granny square is een vierkantje dat je overal kunt maken, in elk gezelschap en met elk restje garen. Dat is meteen de kracht: je hoeft niet in één keer een groot werk te maken, maar haakt een vierkantje per keer en voegt ze later samen.

    De bouw van een granny square

    Elke granny square heeft dezelfde opbouw: een middelpunt, gevolgd door rondes die er een voor een omheen worden gehaakt. In de klassieke versie bestaat elke ronde uit groepjes van drie stokjes, met een gaatje van twee lossen in elke hoek. De hoeken zorgen voor de vierkante vorm: zonder die extra lossen zou je een cirkel haken.

    Een halve granny square met haaknaald en garen
    Elk rondje bouwt voort op het middenstuk.

    Dat betekent dat je met één patroon een vierkant van elke grootte kunt maken. Houd je op bij ronde drie, dan heb je een klein vierkantje van ongeveer 8 cm. Ga je door tot ronde zeven, dan is het 20 cm of meer. De exacte maat hangt af van je garen en je naald.

    Soorten granny squares

    Er zijn honderden varianten, maar ze vallen grofweg in een paar groepen.

    De klassieke granny square

    Groepjes van drie stokjes, met een hoek van twee lossen. Kleur per ronde of één kleur. Dit is het patroon waar iedereen mee begint.

    De effen of solid granny square

    In plaats van groepjes met lossen ertussen haak je stokjes aan elkaar, zonder gaatjes. Het resultaat is een dichtere stof, stevig en warm. Prima voor een deken die echt moet isoleren.

    De bloem granny square

    Het midden is een bloem, vaak met kleine blaadjes, en de buitenste rondes vormen het vierkant. Populair voor baby’s en dekens. Je haakt de eerste rondes in een felle kleur en de rest in een neutrale tint.

    De zonnestraal of sunburst

    Een middelpunt met stralen die uit het midden komen, in meerdere kleuren. Meer werk, maar ook een heel opvallend resultaat.

    De zeshoek of hexagon

    Geen vierkant, maar een zeshoek. Dezelfde techniek, met zes hoeken in plaats van vier. Een deken van zeshoeken heeft een heel ander uiterlijk, het lijkt op een honingraat. Zoals Wikipedia aangeeft, bestaan er ook varianten met een andere vorm dan vierkant.

    Patronen kun je overal vinden. Zoek je een bepaald patroon voor een granny square? Bijvoorbeeld een granny square patroon met bloem, dan kun je het best zoeken op het type en de moeilijkheid. Meer over het zoeken van haakpatronen in het algemeen lees je bij haakpatronen.

    Kleuren kiezen voor je granny squares

    Kleur is de belangrijkste keuze bij een granny square. Een paar principes werken bijna altijd.

    Granny squares in een harmonieus kleurenpalet
    Drie tot vijf kleuren geven een rustig resultaat.
    • Beperk je tot drie tot vijf kleuren. Meer kleuren geven snel een drukke indruk.
    • Kies één basiskleur. Gebruik die in de laatste ronde van elk vierkant, zodat ze als geheel samenkomen.
    • Gebruik contrast. Een donker midden met een lichte buitenkant geeft diepte.
    • Combineer warme of koele tinten. Denk aan terracotta, mosterd en crème, of aan blauw, grijs en wit.
    • Leg de vierkanten uit voordat je ze samenvoegt. Bekijk de verdeling op de vloer of op een bed. Zo zie je of een kleur te dominant is.

    Een handige truc is om een foto van je uitgelegde vierkanten te nemen en in zwart-wit te bekijken. Dan zie je of er genoeg verschil in licht en donker zit.

    Welk garen is het best voor een granny square?

    Het garen bepaalt de uitstraling en de duurzaamheid. Katoen is stevig, houdt zijn vorm en is goed te wassen, maar is wat stug voor je handen. Acryl is zacht, goedkoop en makkelijk te wassen. Wol is warm en veerkrachtig, maar niet altijd machinewasbaar. Een mengsel van katoen en acryl combineert veel van de voordelen.

    Voor de dikte geldt: middeldik garen met een naald van 4 mm is het meest gebruikelijk. De Craft Yarn Council geeft in zijn overzicht van garengewichten voor middeldik garen een haakmaat van 5,5 tot 6,5 mm en voor fijn garen 3,5 tot 4,5 mm. Kies je een naald die een maat kleiner is, dan haak je dichter, en dat is prettig voor een deken die niet te los mag zijn. Meer over het kiezen van de juiste naald staat bij haaknaald.

    Koop je garen voor een deken, doe dat dan in één keer. Per partij kan de kleur licht verschillen, en dat zie je in een grote deken. Meer over het kopen van garen lees je bij wol kopen.

    Hoeveel vierkantjes heb je nodig?

    Reken eerst uit hoe groot je werk moet worden en deel dat door de grootte van één vierkant.

    • Babydeken (70 bij 90 cm): met vierkanten van 10 cm is dat 7 bij 9, dus 63 vierkanten.
    • Bankdeken (100 bij 140 cm): met vierkanten van 15 cm is dat zeven bij negen, dus 63; met vierkanten van 12,5 cm is het 8 bij 11, dus 88.
    • Tweepersoonsdeken (200 bij 220 cm): met vierkanten van 20 cm is dat 10 bij 11, dus 110.
    • Kussenhoes (40 bij 40 cm): vier vierkanten van 20 cm of negen van 13 cm.
    • Tas: meestal zes tot twaalf vierkanten.

    Een tip is om per week een vast aantal vierkanten te haken, bijvoorbeeld vijf. Zo heb je in vier maanden genoeg voor een bankdeken, zonder dat het een karwei wordt.

    Granny squares aan elkaar zetten

    Als de vierkantjes klaar zijn, kun je ze op verschillende manieren verbinden. Leg ze eerst in de gewenste volgorde neer. Voor het verbinden kun je kiezen uit halve vasten, vasten of een naaldsteek. Heel populair is ook de “join as you go”-methode, waarbij je in de laatste ronde het vierkant aan het vorige vasthaakt. Zo hoef je achteraf niet meer te naaien. Een rand om de hele deken maakt het geheel af: twee of drie rondes stokjes in één kleur, met een hoek van twee lossen.

    Granny squares aan elkaar haken
    Leg de vierkantjes eerst uit in de gewenste volgorde.

    Wat kun je maken van granny squares?

    • Een deken. De klassieker. Begin klein, met een babydeken, voordat je een grote maakt.
    • Een kussenhoes. Vier vierkanten aan elkaar met een achterkant van stof.
    • Een tas. Zes vierkanten voor de zijkanten en de bodem, met een hengsel.
    • Een vest of tuniek. Meerdere vierkanten, aan elkaar gezet in een T-vorm.
    • Een sjaal. Een lange rij vierkanten. Zie ook een sjaal haken.
    • Kerstversiering. Kleine vierkantjes, gestijfd of aan elkaar gehaakt tot een slinger. Zie haken voor kerst.

    Veelgemaakte fouten

    • Te veel kleuren. Het resultaat wordt rommelig. Houd het bij drie tot vijf.
    • Verschillende maten. Haak je vierkanten allemaal met dezelfde naald en dezelfde spanning, en meet ze voordat je ze verbindt.
    • Te weinig garen. Bereken vooraf hoeveel je nodig hebt. Een vierkant van 15 cm kost ongeveer 15 tot 20 gram middeldik garen.
    • Draden niet wegwerken. Bij een deken met honderd vierkanten is dat veel werk. Werk ze direct weg.
    • Niet blokken. Door vierkantjes licht te stomen of te spoelen en plat te laten drogen, worden ze gelijk en passen ze beter aan elkaar.

    Lees ook: haken patronen.

    Veelgestelde vragen over de granny square

    Wat is een granny square?

    Een granny square is een gehaakt vierkantje dat je in rondes vanuit het midden haakt. De klassieke versie bestaat uit groepjes van drie stokjes met een hoek van twee lossen. Je maakt er dekens, tassen en kussens van door veel vierkantjes aan elkaar te haken.

    Is een granny square makkelijk voor beginners?

    Ja, want je gebruikt maar drie steken en herhaalt steeds hetzelfde. Begin met een patroon in één kleur en een dikke naald. Per ronde zie je de vorm groeien, en dat is motiverend.

    Hoeveel garen heb ik nodig voor een granny square?

    Een vierkant van 15 cm kost ongeveer 15 tot 20 gram middeldik garen. Voor een deken van 100 bij 140 cm heb je dus ongeveer 1 tot 1,5 kilo nodig. Controleer altijd de gram en meters op het bandje.

    Welke kleuren passen goed bij elkaar in een granny square?

    Kies drie tot vijf tinten die bij elkaar passen, bijvoorbeeld aardetinten of pastel. Gebruik één basiskleur voor de laatste ronde. Leg je vierkanten uit voor je ze samenvoegt, zodat je de verdeling kunt beoordelen.

    Wat is het verschil tussen een granny square en een gewoon haakvierkant?

    Een granny square wordt in rondes vanuit het midden gehaakt, een gewoon haakvierkant in rijen heen en weer. Een granny square heeft de typische groepjes stokjes en hoeken, een rijenvierkant heeft een egaler oppervlak.

    Hoe groot wordt een granny square?

    Dat hangt af van het aantal rondes, het garen en de naald. Vier rondes in middeldik garen met een naald van 4 mm is ongeveer 10 tot 12 cm. Haak altijd een proefvierkant en meet het.

    Kan ik granny squares met restjes garen haken?

    Ja, het is een van de beste manieren om restjes te gebruiken. Gebruik garens van hetzelfde type en dezelfde dikte, en kies één kleur die alles verbindt.

    Hoe maak ik een deken van granny squares?

    Haak het benodigde aantal vierkanten, leg ze in een patroon neer, verbind ze en haak er een rand omheen. Bereken eerst het aantal vierkanten, bijvoorbeeld 63 vierkanten van 15 cm voor een deken van ongeveer 105 bij 135 cm.

    Verder lezen

    Wil je meer weten over granny squares en haken? Deze pagina’s helpen verder:

  • Haken patronen: zo vind je gratis haakpatronen en lees je ze

    Haken patronen: zo vind je gratis haakpatronen en lees je ze

    Haken patronen zijn stap-voor-stap beschrijvingen van wat je haakt: welk garen, welke haaknaald, hoeveel steken je opzet en wat je per toer doet. Gratis patronen vind je op websites van garenmerken, in blogs en op videokanalen. Als beginner kies je een patroon met vaste en stokjes, middeldik garen en een eenvoudige vorm, zoals een vierkant, een dishcloth of een sjaal.

    Een gehaakt patroon ziet er in het begin uit als een rij afkortingen. Met een paar basisregels is dat snel te lezen. Hieronder lees je waar je haken patronen vindt, wat er in een patroon staat, hoe je afkortingen en steken herkent en welke projecten bij beginners passen. Zoek je meer algemene uitleg? Begin dan bij haken en breien of bij onze pagina met alle haakpatronen.

    Kort samengevat

    • Een haakpatroon noemt garen, haaknaaldmaat, stekenproef, de steken en elke toer.
    • Begin met een vierkant, dishcloth of sjaal, en ga daarna naar amigurumi of een deken.
    • Haken voor beginners gratis patronen vind je bij garenmerken, blogs en op video.
    • Nederlandse en Engelse patronen gebruiken andere steknamen: controleer welke taal het patroon gebruikt.
    • Maak altijd eerst een stekenproef van 10 bij 10 cm.

    Waar vind je haken patronen gratis?

    Er zijn veel plekken om haken patronen gratis te vinden:

    • Garenmerken. Veel merken publiceren patronen bij hun garen, met de garenopgave erbij.
    • Blogs en patroonsites. Persoonlijke sites hebben vaak foto’s per stap. Zo bestaan er Nederlandse sites die vooral amigurumi-patronen delen. Volgens Wikipedia over amigurumi was het eerste patroon van een bekende Nederlandse patroonmaker, Juf Sas, een gratis amigurumi op internet.
    • Video. Op videokanalen zie je de handeling, wat vooral voor beginners helpt bij steken als de magische ring.
    • Tijdschriften en boeken. Je kunt ze lenen bij de bibliotheek om te kijken of ze bij je passen.

    Let op de kwaliteit van een patroon: een goed patroon heeft een stekenproef, afmetingen, een garenopgave, een lijst afkortingen en een foto van het resultaat. Mist een van die dingen, kijk dan verder.

    Wat staat er in een haakpatroon?

    Een volledig haakpatroon bestaat uit deze onderdelen:

    Een uitgeprint haakpatroon met haaknaald, garen en gehaakt vierkantje
    Een goed patroon noemt garen, naald en stekenproef.
    1. Materiaal. Garen (soort en hoeveelheid), haaknaaldmaat en eventueel hulpmiddelen zoals een stopnaald of steekmarkeerders. Meer over het gereedschap vind je bij de haaknaald.
    2. Stekenproef. Het aantal steken en toeren op 10 bij 10 cm.
    3. Afkortingen. Een lijst die uitlegt wat v, hv, st en l betekenen.
    4. Beschrijving. Een beginketting, toeren of rondes, mindering en meerdering.
    5. Afwerking. Hechten, samenvoegen en eventueel blokken.

    Steken en afkortingen in haakpatronen

    De Nederlandse namen en afkortingen zijn:

    AfkortingSteek
    llosse
    vvaste
    hvhalve vaste
    hsthalf stokje
    ststokje
    dstdubbel stokje
    mmindering
    memeerdering

    Let op: Engelse patronen gebruiken andere namen. Een “double crochet” (dc) in het Amerikaanse systeem is in het Nederlands een stokje, terwijl een “single crochet” (sc) onze vaste is. Controleer daarom welke taal het patroon gebruikt, anders klopt je telling niet. Je haakt met een haaknaald, die volgens Wikipedia over de haaknaald in maten van ongeveer 2,5 tot 19 mm komt.

    Zo lees je een haakpatroon

    1. Lees het hele patroon eerst door, inclusief de afwerking.
    2. Kies het garen dat bij het patroon past. Hoe dat gaat, lees je bij wol kopen.
    3. Maak een stekenproef en pas je haaknaald aan als je werk groter of kleiner uitvalt.
    4. Haak de beginketting: een rij lossen.
    5. Werk toer voor toer en markeer de eerste steek van elke ronde met een steekmarkeerder.
    6. Herhalingen staan tussen haakjes of sterretjes: “2 v, 1 me herhalen” betekent dat je dat stukje tot het eind van de toer herhaalt.
    7. Tel regelmatig het aantal steken. Veel patronen geven het totaal na elke ronde of toer.

    Haken voor beginners: welke patronen eerst?

    Wie nog nooit heeft gehaakt, kiest een patroon waarbij je maar twee of drie steken nodig hebt.

    • Een vierkant of dishcloth. Alleen vaste of stokjes. Snel af en makkelijk te vergelijken met een foto.
    • Een sjaal. Een lange rechthoek in stokjes of halve stokjes.
    • Een eenvoudige muts. In de ronde, met mindering aan de kruin.
    • Amigurumi. Een kleine knuffel in spiraal. Haken voor beginners patronen voor amigurumi zijn er genoeg, bijvoorbeeld in Nederlandse patroonsites met amigurumi haken gratis patronen nederlands. Wikipedia noemt dat amigurumi meestal in spiraalvormige toeren worden gehaakt.
    • Een deken. Een grote haken patronen deken is een goed langer project, zoals een granny square of een effen deken.

    Haken patronen per thema

    Naast basisprojecten zijn er patronen per seizoen en gelegenheid. In de herfst zijn haken herfst patronen populair: warme sjaals, kleurrijke vesten en bladeren als decoratie. Rond de feestdagen zoeken veel mensen een patroon voor haken kerst, zoals kerstballen, sterren en slingers. Voor dagelijks gebruik zijn tassen, mandjes en onderzetters klassiekers.

    Tunisch haken patronen

    Bij tunisch haken houd je alle steken tegelijk op een lange haaknaald, en haal je ze in een tweede gang weer af. Het resultaat lijkt op breien en haken tegelijk. Tunisch haken patronen zijn er voor sjaals, dekens en truien. Wikipedia noemt dat extra lange haaknaalden voor tunisch haken worden gebruikt, omdat de steken op de naald blijven staan. Meer uitleg vind je bij tunisch haken.

    Een haakpatroon aanpassen

    Wil je een patroon in een andere maat of met ander garen? Reken met je stekenproef.

    • Groter of kleiner. Deel de gewenste breedte door de steken per 10 cm uit je proeflapje.
    • Ander garen. Kies garen met een vergelijkbare dikte en stekenproef.
    • Langer of korter. Pas het aantal toeren aan.

    Schrijf je aanpassingen op, zodat je ze bij een volgend project kunt hergebruiken.

    Veelgemaakte fouten bij haken patronen

    • De taal vergeten. Een Engels en een Nederlands patroon gebruiken andere steknamen voor dezelfde steek.
    • Niet tellen. Eén steek te veel of te weinig per toer geeft na tien toeren een scheve vorm.
    • Garen vervangen zonder proef. Het resultaat valt dan anders uit.
    • De draaiketting vergeten. Veel patronen vragen om een of meer losse als keerlossen aan het begin van een toer.
    • Te strak haken. Een te strakke haak maakt de volgende toer lastig. Ontspan je hand en haak met een grotere haaknaald als het nodig is.

    Stekenproef haken, stap voor stap

    Een stekenproef kost een half uur en voorkomt veel teleurstelling.

    Een gehaakt proeflapje met een liniaal erop
    Tel steken en rijen over 10 centimeter.
    1. Haak een lapje van ongeveer 15 bij 15 cm in de steek van het patroon, met het garen en de haaknaald die je gaat gebruiken.
    2. Leg het lapje plat, zonder het te rekken, en meet 10 bij 10 cm af in het midden.
    3. Tel de steken en toeren in dat vierkant en vergelijk met het patroon.
    4. Heb je te veel steken? Dan haak je te strak: neem een grotere haaknaald. Te weinig steken? Neem een kleinere.
    5. Was het lapje zoals je het eindwerk gaat wassen, want garen kan krimpen of zakken.

    Bij sommige haken patronen, zoals een dishcloth of onderzetter, is de maat niet kritisch. Bij een deken, een trui of een tas, waar de afmeting telt, is de stekenproef onmisbaar.

    Werken in rondes en de magische ring

    Veel haakpatronen beginnen in de ronde, bijvoorbeeld bij amigurumi, mutsen en mandjes. Er zijn twee manieren om te beginnen: een ketting van lossen die je met een halve vaste sluit tot een ring, of een magische ring, waarbij je het garen om je vingers wikkelt en de steken in de lus haakt. De magische ring laat geen gat in het midden achter, wat bij knuffels fijn is. Haal je bij het patroon een steekmarkeerder erbij, dan zie je waar elke ronde begint.

    De eerste rondes van een gehaakt rond vlak met haaknaald
    Je haakt in rondes rond een magische ring.

    Een patroon in rondes neemt meestal per ronde met een vast aantal steken toe. Een cirkel van zes vaste wordt daarna twaalf, achttien, vierentwintig, enzovoort. Controleer het totaal na elke ronde, dan blijft je cirkel vlak.

    Haken patronen op video of op papier?

    Sommige mensen leren het snelst met een video, waarin je de handeling ziet. Anderen werken liever met een schriftelijk patroon, omdat ze het tempo zelf bepalen. Een combinatie werkt vaak het best: lees het patroon, en zoek een video voor de steek of techniek die je nog niet kent. Print een patroon uit als je op de bank werkt, en markeer met potlood waar je bent.

    Haken patronen bewaren en ordenen

    Wie vaak haakt, verzamelt veel patronen. Bewaar ze digitaal in mappen per categorie, zoals dekens, amigurumi en kleding, of print ze uit in een ordner. Schrijf op elk patroon welk garen en welke haaknaald je gebruikte en wat je zou veranderen. Zo bouw je een eigen bibliotheek op en kun je een patroon dat goed uitpakte makkelijk herhalen.

    Veelgestelde vragen over haken patronen

    Waar vind ik haken patronen gratis?

    Op websites van garenmerken, blogs, videokanalen en in de bibliotheek. Zoek je een specifiek item, bijvoorbeeld een deken of tas, voeg dat dan toe aan je zoekopdracht, samen met het woord gratis.

    Welke haken patronen zijn goed voor beginners?

    Eenvoudige projecten met vaste en stokjes: een vierkant, dishcloth, sjaal of kleine amigurumi. Kies middeldik garen en een haaknaald van 4 tot 5 mm.

    Wat betekent v, hv en st in een haakpatroon?

    V is een vaste, hv een halve vaste en st een stokje. Elke steek heeft een andere hoogte. Een lijst met afkortingen staat meestal in het patroon.

    Is een Engels haakpatroon hetzelfde als een Nederlands patroon?

    Nee. De steknamen verschillen. Amerikaanse “single crochet” is in het Nederlands een vaste, en “double crochet” een stokje. Controleer dit voordat je begint.

    Hoe lees ik een haakpatroon met rondes?

    Je haakt in een kring en markeert de eerste steek van elke ronde. Het patroon geeft per ronde aan hoeveel steken je krijgt, zodat je kunt tellen.

    Kan ik haken patronen ook gebruiken voor tunisch haken?

    Nee, tunisch haken heeft eigen patronen, omdat de steken anders worden opgebouwd. Gebruik daarvoor tunisch haken patronen.

    Hoeveel garen heb ik nodig?

    Dat staat in het patroon, in meters of bollen. Reken het om naar jouw garen en neem een bol extra, zodat het badnummer gelijk blijft.

    Moet ik altijd een stekenproef haken?

    Bij kleine projecten zoals een dishcloth niet, bij kleding en dekens wel. Een stekenproef voorkomt dat je werk te klein of te groot wordt.

    Verder lezen

  • Granny square haken: stap voor stap voor beginners

    Granny square haken: stap voor stap voor beginners

    Granny square haken doe je in rondes vanuit het midden: je begint met een ring van lossen, haakt daarin groepjes van drie stokjes en maakt in elke hoek een gat van twee lossen. Elke nieuwe ronde loopt om de vorige heen, waardoor het vierkantje groeit. Met een haaknaald van 4 mm en middeldik katoen heb je in een uur je eerste vierkant.

    Het mooie aan de granny square is dat je slechts drie steken nodig hebt: de losse, de halve vaste en het stokje. Ze zijn bovendien uitwisselbaar: een kleurwissel per ronde geeft een kleurrijk resultaat, een hele ronde in één kleur een rustig vierkant. Wil je eerst weten waar je patronen kunt vinden? Kijk dan bij haakpatronen. Heb je net een haaknaald gekocht, begin dan op onze pagina over haken.

    Kort samengevat

    • Een granny square bestaat uit rondes van groepjes van drie stokjes, met een hoek van twee lossen.
    • Begin met een ring van 4 lossen of een magische ring.
    • Haak elke ronde om de vorige heen: elke ronde heeft meer steken.
    • Gebruik middeldik katoen en een naald van 4 mm voor je eerste vierkant.
    • Haak de vierkantjes aan elkaar met halve vasten of een naaldsteek.

    Wat is een granny square?

    Een granny square is een gehaakt vierkant dat je in rondes vanuit het midden werkt. Volgens Wikipedia over de granny square begin je met een kleine lossenring of een magische ring, wisselt de basisvariant blokjes stokjes af met lossen en maak je extra lossen in de hoeken. De oudste bekende versie werd in 1885 gepubliceerd in het tijdschrift Prairie Farmer, en het motief werd populair in de jaren zeventig. Je kunt er een deken, een tas, een vest of een kussen van maken door veel vierkantjes aan elkaar te haken.

    Wat heb je nodig?

    • Garen. Middeldik katoen of acryl in een of meer kleuren. Voor je eerste vierkant is een lichte kleur prettig, omdat je de steken beter ziet. Kies je meerdere kleuren, neem dan garens van hetzelfde type.
    • Haaknaald. Een naald van 4 tot 4,5 mm is geschikt voor middeldik garen. De juiste maat staat op het bandje. Wil je weten hoe je de beste kiest, lees dan over de haaknaald.
    • Een stopnaald. Om draden weg te werken en vierkantjes aan elkaar te naaien.
    • Een schaar.
    • Stekenmarkeerders zijn niet nodig, maar kunnen helpen in de hoeken.

    De steken die je nodig hebt

    Een granny square gebruikt drie steken. Dit zijn de Nederlandse namen:

    • Losse (l): de basis van alles. Je haalt de draad door de lus op je naald.
    • Halve vaste (hv): om rondes te sluiten en te verbinden.
    • Stokje (st): de hoofdsteek. Je slaat de draad om je naald, steekt in, haalt de draad op en haalt hem in twee stappen door de lussen.

    Let op de naamgeving: een Engels patroon gebruikt vaak “double crochet” voor een stokje. Het Amerikaanse en Britse systeem hebben andere namen voor dezelfde steken, dus kijk altijd welke taal je patroon gebruikt.

    Stap 1: maak de beginring

    Begin met 4 lossen en sluit ze met een halve vaste in de eerste losse tot een ring. Dat is de simpelste methode en werkt prima voor beginners. Wil je later een strakker middelpunt, probeer dan de magische ring: een lus die je aantrekt, zodat er geen gat in het midden overblijft. Voor een granny square met een gat in het midden is de losse ring juist goed, omdat je er mooi in kunt werken.

    Een beginring van lossen met een haaknaald
    De beginring is vier lossen met een halve vaste gesloten.

    Stap 2: ronde 1, de eerste groepjes

    Haak in je ring:

    1. 3 lossen. Deze tellen als het eerste stokje.
    2. 2 stokjes in de ring. Je hebt nu een groepje van drie stokjes.
    3. 2 lossen. Dit wordt de hoek.
    4. 3 stokjes in de ring, 2 lossen. Dit herhaal je nog twee keer, zodat je vier groepjes en vier hoeken hebt.
    5. Sluit met een halve vaste in de derde losse van de begin-3.

    Je hebt nu een klein vierkantje van vier groepjes met een gaatje in de hoeken. Tel: vier groepjes van drie stokjes, vier hoeken van twee lossen. Klopt dat, dan zit je goed.

    Tip: kijk bij het steken in de ring of je steekt waar je moet. Je haakt de stokjes in het gat in het midden, niet in de steken zelf. Dat lijkt in het begin vreemd, maar zo blijft de ring ruim.

    Stap 3: ronde 2, de hoeken

    Nu begint de vorm. Elke hoek krijgt twee groepjes met twee lossen ertussen:

    Een granny square met twee rondes en duidelijke hoeken
    In de hoeken haak je twee groepjes met twee lossen ertussen.
    1. Haak een halve vaste in de volgende twee stokjes en in de hoekruimte.
    2. 3 lossen (het eerste stokje), 2 stokjes, 2 lossen, 3 stokjes: dat zijn twee groepjes in dezelfde hoek.
    3. Ga door naar de volgende hoek, maak een losse tussen de twee groepjes aan de kant en herhaal.
    4. Sluit met een halve vaste in de derde losse van het begin.

    Zo krijg je per hoek een dubbel groepje en per zijde een groepje. Het vierkant wordt zichtbaar. Een kleurwissel kan hier: knip de draad af, haal hem door de laatste lus en knoop er een nieuwe kleur aan.

    Stap 4: elke volgende ronde

    Het patroon blijft hetzelfde. In elke hoek haak je twee groepjes met 2 lossen ertussen, en langs elke zijde haak je een groepje in elke tussenruimte van de vorige ronde. Het aantal groepjes per zijde groeit met één per ronde.

    Dit is waar de granny square gemakkelijk wordt: je herhaalt steeds hetzelfde. Wil je een groter vierkant, haak dan meer rondes. Een vierkant van vier rondes is meestal ongeveer 10 tot 12 cm met middeldik garen en een naald van 4 mm, maar dat hangt van jouw spanning af. Een deken heeft vierkanten van 15 tot 20 cm, dus zes tot acht rondes.

    Stap 5: afwerken

    Is je vierkant groot genoeg? Knip dan de draad af met een stuk van ongeveer 15 cm, haal hem door de laatste lus en trek aan. Werk de draad weg met een stopnaald door de steken aan de achterkant te halen. Doe dit ook met de draden bij elke kleurwissel. Spoel het vierkant licht, of stoom het, en leg het plat te drogen. Zo trek je de hoeken mooi recht.

    Stap 6: de vierkantjes aan elkaar haken

    Heb je meerdere vierkantjes? Dan zijn er twee gangbare manieren om ze te verbinden.

    Vier granny squares aan elkaar gehaakt
    Haak de vierkantjes aan elkaar met halve vasten.

    Met halve vasten

    Leg twee vierkantjes met de goede kanten naar elkaar en haak met halve vasten door de achterste lussen van beide. Dit geeft een kleine, stevige rand die aan de achterkant zichtbaar is. Het is de snelste manier.

    Met een naaldsteek

    Naai de vierkantjes met een stopnaald en dezelfde draad aan elkaar langs de randen. Dat geeft een bijna onzichtbare naad aan de goede kant. Het kost wat meer tijd, maar het resultaat is gelijkmatig.

    Een andere manier is het “doorlopend haken”, waarbij je tijdens de laatste ronde het vierkant meteen aan het vorige vastzet. Dat is handig voor een deken, maar vraagt meer ervaring.

    Granny square haken in één kleur

    Wil je een rustig vierkant? Haak dan alle rondes in één kleur. Het resultaat is een stevige, textuurrijke stof. Een deken in één kleur ziet er rustig uit, en je hoeft geen draden weg te werken. Kies een garen met wat structuur, bijvoorbeeld een katoenmix, zodat de groepjes mooi uitkomen. Wil je meer kleur? Voor ideeën over kleurcombinaties en het maken van grote stukken, lees je granny square.

    Granny square bloem

    Een populaire variant is de bloem: een eerste ronde in een andere kleur, zodat het midden een bloem lijkt. Haak de eerste twee rondes in een felle kleur, bijvoorbeeld geel of roze, en ga dan verder in een neutrale kleur voor de rest van het vierkant. Zo krijg je het effect van een bloem zonder een ander patroon.

    Veelgemaakte fouten

    • De hoeken zijn te dik of te dun. Je haakt te veel of te weinig stokjes in de hoek. Tel: drie stokjes, twee lossen, drie stokjes.
    • Het vierkant wordt een zeshoek. Je mist een hoek. Controleer na elke ronde of je vier hoeken hebt.
    • De rand golft. Je haakt te los of te strak. Gebruik een naald van een andere maat.
    • Het eerste stokje. De 3 lossen aan het begin tellen als een stokje. Haak je er nog een stokje bij, dan klopt je telling niet.
    • Draden niet weggewerkt. Doe dit meteen, anders zie je ze later door je deken heen.

    Wat maak je met granny squares?

    Met een paar vierkantjes kun je al een pannenlap, een kussen of een tas maken. Met meer een deken. Wil je een sjaal van vierkantjes, dan kun je ze in een lange rij aan elkaar haken. Bij onze uitleg over een sjaal haken vind je meer ideeën. En een kerstversie vind je bij haken voor kerst.

    Lees ook: haken patronen.

    Veelgestelde vragen over granny square haken

    Hoe haak je een granny square voor beginners?

    Begin met een ring van vier lossen, haak er vier groepjes van drie stokjes in met twee lossen ertussen als hoeken, en sluit met een halve vaste. Haak daarna elke ronde om het vierkant heen, met twee groepjes in elke hoek. Gebruik middeldik katoen en een naald van 4 mm.

    Hoeveel rondes moet een granny square hebben?

    Dat hangt af van de gewenste grootte. Vier rondes geven een vierkant van ongeveer 10 tot 12 cm, zes tot acht rondes een vierkant voor een deken. Meet je eerste vierkant en reken zo uit hoeveel je er nodig hebt.

    Welk garen is het best voor een granny square?

    Middeldik katoen of acryl. Katoen heeft meer structuur en blijft in vorm, acryl is zachter en vergeeft meer. Gebruik voor een deken een wasbaar garen.

    Hoe haak je granny squares aan elkaar?

    Met halve vasten door de achterste lussen, of met een naaldsteek met een stopnaald. Het eerste is sneller, het tweede netter. Je kunt ook bij de laatste ronde het vierkant meteen aan het vorige vasthaken.

    Hoe haak ik een granny square in één kleur?

    Haak alle rondes in dezelfde kleur. Je hoeft geen draden weg te werken en de textuur komt mooi uit. Kies een garen met een beetje structuur, zodat de groepjes goed zichtbaar zijn.

    Hoe haak ik een granny square met een bloem?

    Haak de eerste ronde of twee in een felle kleur, en ga daarna verder in een rustige kleur. Zo lijkt het middelpunt op een bloem. Wil je een echte bloem, zoek dan een patroon met bloemblaadjes.

    Waarom is mijn granny square niet recht?

    Meestal ontbreekt een hoek of heb je een groepje te weinig of te veel. Tel na elke ronde je groepjes. Is het vierkant nog gebogen na het afwerken, stoom het dan en leg het plat te drogen.

    Hoe lang duurt het om een granny square te haken?

    Een eerste vierkant van vier rondes duurt ongeveer een uur. Met wat ervaring ben je in een kwartier tot half uur klaar. Voor een deken heb je al gauw tientallen vierkanten nodig.

    Verder lezen

    Wil je meer weten over haken en patronen? Deze pagina’s helpen verder:

De waardering van ayoo.nl bij WebwinkelKeur Reviews is 8,7/10 gebaseerd op 255 reviews.