• Gratis verzending
  • Voor 20:00 besteld, morgen in huis
  • 14 dagen bedenktijd

Haken stokje: zo haak je een stokje in 6 stappen

Een stokje haak je met een omslag, insteken, ophalen en twee keer afhalen. Hier leer je de steek in zes stappen, met de eerste rij, de draaiketting en veelgemaakte fouten.

Max
3 november 2026 · 9 min lezen
Handen haken een rij stokjes in lichtblauw katoenen garen

Een stokje haken doe je in vijf bewegingen: een omslag, insteken, draad ophalen, en dan twee keer afhalen. Je slaat de draad om je naald, steekt in de steek, haalt een lus op en haalt die in twee stappen door de lussen op je naald. Het stokje is hoger dan een vaste en lager dan een dubbel stokje, en is daarom de hoofdsteek van veel patronen, van granny squares tot sjaals.

Wie het stokje onder de knie heeft, kan bijna elk beginnerspatroon haken. Het gaat sneller dan een vaste, omdat elke steek hoger is, en het geeft een soepel, luchtig resultaat. Hieronder staat de steek stap voor stap, met alles wat je nodig hebt voor je eerste rij en een paar uitbreidingen, zoals het cluster van twee stokjes. Heb je nog geen haaknaald, lees dan eerst onze uitleg over de haaknaald, en voor de basis van het haken zelf onze pagina over haken.

Kort samengevat

  • Een stokje haak je met een omslag, insteken, ophalen, afhalen door twee lussen en nog eens afhalen door twee lussen.
  • Een ketting heeft twee lossen meer dan het aantal stokjes; de eerste drie lossen tellen als het eerste stokje.
  • Je eerste rij stokjes steek je in de vierde losse vanaf je naald.
  • Tel na elke rij je steken: een fout aan de rand groeit door.
  • Een cluster van twee stokjes haak je met twee onafgemaakte stokjes en één afhaal.

Wat is een stokje?

Het stokje is een van de vier basissteken, naast de losse, de vaste en de halve vaste. Het is de steek met een omslag om de naald voordat je insteekt. Daardoor wordt hij hoger en soepeler dan een vaste. In het Engels wordt het in het Amerikaanse systeem “double crochet” genoemd en in het Britse “treble”, dus let op de taal van je patroon. Wikipedia over haken zet de internationale en Amerikaanse steknamen naast elkaar, zodat je ziet hoe ze verschillen.

In Nederlandse patronen staat het stokje meestal afgekort als “st”. Hoe je andere afkortingen leest, staat bij haakpatroon.

Wat heb je nodig?

  • Garen. Middeldik katoen of acryl in een lichte kleur. Je ziet de steken goed en het garen splijt niet snel.
  • Haaknaald. Een naald van 4 tot 5 mm bij middeldik garen. De Craft Yarn Council noemt voor middeldik garen (categorie 4, medium) 4,5 tot 5,5 mm in zijn overzicht van garengewichten. Op het bandje staat vaak een maat.
  • Een schaar en eventueel een stopnaald.

Maak eerst een ketting van ongeveer 20 lossen. Dat is je basis om op te oefenen.

Stap 1: de ketting en het draaiketting

Een rij stokjes begin je met een ketting van lossen. Haak een ketting met het aantal stokjes dat je nodig hebt, plus twee lossen extra. De eerste drie lossen vanaf je naald haak je niet in: samen tellen ze als het eerste stokje van je rij en geven de hoogte. Dat vergeten beginners vaak. Voor 20 stokjes haak je dus 22 lossen.

Stap 2: de omslag

Sla de draad om je naald, van achter naar voren. Dat heet een omslag. Je hebt nu twee lussen op je naald: de oorspronkelijke lus en de omslag. Hou de draad die je om de naald hebt geslagen op spanning met je andere hand.

Garen wordt om de haaknaald geslagen voor een stokje
Een korte ketting op de haaknaald is de start van een stokje.

Stap 3: steek in

Steek de naald in de vierde losse vanaf je naald. Bij rijen daarna steek je in de bovenkant van de steek van de vorige rij, onder beide lussen van de steek door. Houd de omslag vast met je vinger.

Stap 4: haal de draad op

Pak de draad met je naald en haal hem door de steek naar voren. Je hebt nu drie lussen op je naald. Zorg dat de lus niet te strak zit: een iets losse lus maakt de volgende stap makkelijker.

Stap 5: haal af door twee lussen, tweemaal

Sla de draad opnieuw om je naald en haal hem door de eerste twee lussen. Je hebt nu twee lussen op je naald. Sla nog een keer de draad om je naald en haal hem door de laatste twee lussen. Er is nu één lus over, en je eerste stokje is klaar.

Dat is het hele geheim: omslag, insteken, ophalen, afhalen, afhalen. Oefen dit tot je handen het kennen. Na ongeveer twintig stokjes gaat het vanzelf.

Tip: zeg het in je hoofd mee: “omslag, in, op, door twee, door twee”. Zo vergeet je geen omslag, en dat is de meest gemaakte fout bij het haken van een stokje.

Stap 6: haak de rij en draai

Haak een stokje in elke losse tot het einde van de ketting. Heb je een rij gehaakt, dan tel je de steken. Houd rekening met de draaiketting: die telt mee als een stokje. Voor de volgende rij haak je 3 lossen (je draaiketting), draai je werk om en haak je een stokje in de tweede steek van de vorige rij. De eerste steek sla je over, omdat de 3 lossen die vervangen.

Aan het einde van de rij haak je het laatste stokje in de bovenkant van de draaiketting van de vorige rij. Wie dit overslaat, krijgt na een paar rijen een steeds smallere rand. Dit is de meest voorkomende vraag bij beginners, en het is eigenlijk heel simpel: elke rij heeft evenveel steken als de vorige.

Een cluster van twee stokjes

Een cluster is een groepje stokjes dat aan de bovenkant bij elkaar wordt genomen. Zo haak je een cluster van twee stokjes:

  1. Haak een stokje, maar haal de laatste stap niet af. Er staan nu twee lussen op je naald.
  2. Sla de draad om, steek in dezelfde of de volgende steek en haak nog een stokje tot en met de tweede lus. Je hebt nu drie lussen.
  3. Sla de draad om en haal hem door alle drie de lussen.

Het resultaat is twee stokjes die bovenaan samen komen, wat een kleine punt vormt. Clusters worden gebruikt voor minderen en voor patronen met kleine bloemblaadjes en schelpen. Een cluster haak je in dezelfde steek of in twee aangrenzende steken, afhankelijk van het patroon.

Waar gebruik je het stokje voor?

Het stokje is overal. Dit zijn de bekendste toepassingen:

Een gehaakte deken van stokjes met bol wol en haaknaald
Met stokjes haak je snel een deken of sjaal.
  • Een sjaal. Een rij stokjes, rij na rij, geeft een luchtige stof. Zie een sjaal haken.
  • Een granny square. Groepjes van drie stokjes zijn de basis. Zie granny square haken.
  • Een deken. Stokjes haken snel, dus je deken groeit snel.
  • Kerstversiering. Sterren en sneeuwvlokken gebruiken kleine stokjes. Zie haken voor kerst.
  • Kleding en tassen. Voor open, soepele stof.

Zoek je meer ideeën? Kijk dan bij haakpatronen.

Veelgemaakte fouten bij het stokje

  • De omslag vergeten. Dan haak je een vaste in plaats van een stokje. Controleer of er een omslag op je naald zit voordat je insteekt.
  • De draaiketting niet meetellen. De drie lossen aan het begin tellen als een stokje. Haak je er nog een stokje bij in de eerste steek, dan wordt je rij te breed.
  • Het laatste stokje overslaan. Haak het laatste stokje in de bovenkant van de draaiketting van de vorige rij.
  • Te strak haken. Een strakke lus is lastig te doorsteken. Houd je draad iets losser.
  • Dezelfde steek twee keer gebruiken. Tel de steken na elke rij.
  • Een scheve rand. Dat komt door het aantal steken per rij. Tel ze na elke rij.

Hoe haak je een stokje sneller?

Snelheid komt vanzelf, maar een paar dingen helpen. Houd de draad met je linkerhand op een vaste manier vast, zodat de spanning gelijk blijft. Zet de naald onder een goede hoek in, en haal de lus niet te hoog op. Kies je garen en naald bij elkaar: een naald die te dun is voor het garen maakt elke steek moeilijker. En haak regelmatig: twintig minuten per dag brengt je verder dan twee uur per week.

Een rij stokjes tellen en controleren

Wie net begint, verliest vaak steken aan het begin of einde van de rij. Een goede controle voorkomt dat je te veel of te weinig steken hebt.

Een gehaakt lapje met rijen stokjes en een haaknaald ernaast
Even hoge stokjes vormen een rechte rij.
  • Tel de lussen bovenaan elk stokje. Elk stokje heeft twee V-vormige lussen bovenaan en een draad ertussen.
  • Let op de eerste steek. De draailussen aan het begin van de rij tellen vaak als eerste stokje.
  • Haak in de laatste steek. De laatste steek van de rij zit meestal in de draailus van de vorige rij. Hij valt makkelijk weg, maar telt wel mee.
  • Markeer de eerste steek met een stekenmarkeerder.

Een recht werkstuk haken met stokjes

Gaan de randen van je werk schuin of golvend, dan haak je waarschijnlijk te veel of te weinig steken in de rij. Kijk daarom aan het eind van elke rij of je dezelfde hoeveelheid steken hebt als aan het begin. Wil je een rand strakker maken, haak dan niet te strak in de draailus en haal de draad niet te hard aan.

Met een gelijkmatige spanning en een rustig tempo krijg je automatisch een mooier resultaat. Kijk ook naar je houding en de manier waarop je het garen vasthoudt, want een te losse of te strakke greep zie je terug in je werk.

Oefenideeën voor stokjes

  1. Haak een lapje van twintig steken bij twintig rijen, om je spanning te oefenen.
  2. Maak een vierkant en haak het rond voor een pannenlap.
  3. Probeer een sjaal in alleen stokjes, met een rustige kleurwissel.
  4. Maak een eenvoudig muts met stokjes in de rondte.

Zie ook haken half stokje voor een kortere steek.

Veelgestelde vragen over haken met stokjes

Hoe haak je een stokje?

Sla de draad om je naald, steek in de steek, haal de draad op en haal hem door twee lussen. Sla de draad nog een keer om en haal hem door de laatste twee lussen. Dat is één stokje.

Wat is het verschil tussen een vaste en een stokje?

Een vaste haak je zonder omslag en heeft één afhaalstap. Een stokje haak je met een omslag en heeft twee afhaalstappen. Het stokje is dus hoger en soepeler, de vaste lager en dichter.

Hoeveel lossen haak je aan het begin van een rij stokjes?

Drie lossen, die tellen als het eerste stokje. Bij de eerste rij op een ketting steek je het eerste stokje in de vierde losse vanaf de naald. Voor 20 stokjes haak je een ketting van 22 lossen.

Wat is een cluster van twee stokjes?

Twee stokjes waarvan je de laatste afhaalstap niet afmaakt, waarna je ze samen afhaalt. Zo komen ze bovenaan bij elkaar. Een cluster gebruik je voor minderen en voor decoratieve patronen.

Waarom wordt mijn rij steeds smaller?

Je slaat waarschijnlijk het laatste stokje over: het stokje in de draaiketting van de vorige rij. Haak daar altijd een stokje in, dan blijft elke rij even breed.

Welke naald gebruik je voor stokjes?

Een naald van 4 tot 5 mm bij middeldik garen. Controleer het bandje van het garen en haak een proeflapje om te zien of de steken gelijkmatig zijn.

Hoe lang duurt het om stokjes te leren haken?

Je leert de steek in een uur, maar het duurt een paar projecten voor je spanning gelijkmatig is. Haak een paar proeflapjes voor je aan een echt project begint.

Kan ik stokjes ook in de rondte haken?

Ja. Je haakt dan een ring of een magische ring en haakt de stokjes daarin, zoals bij een granny square. Elke ronde sluit je met een halve vaste en begin je met drie lossen.

Verder lezen

Wil je verder met haken? Deze pagina’s helpen je:

De waardering van ayoo.nl bij WebwinkelKeur Reviews is 8,7/10 gebaseerd op 255 reviews.