Haken patronen zijn stap-voor-stap beschrijvingen van wat je haakt: welk garen, welke haaknaald, hoeveel steken je opzet en wat je per toer doet. Gratis patronen vind je op websites van garenmerken, in blogs en op videokanalen. Als beginner kies je een patroon met vaste en stokjes, middeldik garen en een eenvoudige vorm, zoals een vierkant, een dishcloth of een sjaal.
Een gehaakt patroon ziet er in het begin uit als een rij afkortingen. Met een paar basisregels is dat snel te lezen. Hieronder lees je waar je haken patronen vindt, wat er in een patroon staat, hoe je afkortingen en steken herkent en welke projecten bij beginners passen. Zoek je meer algemene uitleg? Begin dan bij haken en breien of bij onze pagina met alle haakpatronen.
Kort samengevat
- Een haakpatroon noemt garen, haaknaaldmaat, stekenproef, de steken en elke toer.
- Begin met een vierkant, dishcloth of sjaal, en ga daarna naar amigurumi of een deken.
- Haken voor beginners gratis patronen vind je bij garenmerken, blogs en op video.
- Nederlandse en Engelse patronen gebruiken andere steknamen: controleer welke taal het patroon gebruikt.
- Maak altijd eerst een stekenproef van 10 bij 10 cm.
Waar vind je haken patronen gratis?
Er zijn veel plekken om haken patronen gratis te vinden:
- Garenmerken. Veel merken publiceren patronen bij hun garen, met de garenopgave erbij.
- Blogs en patroonsites. Persoonlijke sites hebben vaak foto’s per stap. Zo bestaan er Nederlandse sites die vooral amigurumi-patronen delen. Volgens Wikipedia over amigurumi was het eerste patroon van een bekende Nederlandse patroonmaker, Juf Sas, een gratis amigurumi op internet.
- Video. Op videokanalen zie je de handeling, wat vooral voor beginners helpt bij steken als de magische ring.
- Tijdschriften en boeken. Je kunt ze lenen bij de bibliotheek om te kijken of ze bij je passen.
Let op de kwaliteit van een patroon: een goed patroon heeft een stekenproef, afmetingen, een garenopgave, een lijst afkortingen en een foto van het resultaat. Mist een van die dingen, kijk dan verder.
Wat staat er in een haakpatroon?
Een volledig haakpatroon bestaat uit deze onderdelen:

- Materiaal. Garen (soort en hoeveelheid), haaknaaldmaat en eventueel hulpmiddelen zoals een stopnaald of steekmarkeerders. Meer over het gereedschap vind je bij de haaknaald.
- Stekenproef. Het aantal steken en toeren op 10 bij 10 cm.
- Afkortingen. Een lijst die uitlegt wat v, hv, st en l betekenen.
- Beschrijving. Een beginketting, toeren of rondes, mindering en meerdering.
- Afwerking. Hechten, samenvoegen en eventueel blokken.
Steken en afkortingen in haakpatronen
De Nederlandse namen en afkortingen zijn:
| Afkorting | Steek |
|---|---|
| l | losse |
| v | vaste |
| hv | halve vaste |
| hst | half stokje |
| st | stokje |
| dst | dubbel stokje |
| m | mindering |
| me | meerdering |
Let op: Engelse patronen gebruiken andere namen. Een “double crochet” (dc) in het Amerikaanse systeem is in het Nederlands een stokje, terwijl een “single crochet” (sc) onze vaste is. Controleer daarom welke taal het patroon gebruikt, anders klopt je telling niet. Je haakt met een haaknaald, die volgens Wikipedia over de haaknaald in maten van ongeveer 2,5 tot 19 mm komt.
Zo lees je een haakpatroon
- Lees het hele patroon eerst door, inclusief de afwerking.
- Kies het garen dat bij het patroon past. Hoe dat gaat, lees je bij wol kopen.
- Maak een stekenproef en pas je haaknaald aan als je werk groter of kleiner uitvalt.
- Haak de beginketting: een rij lossen.
- Werk toer voor toer en markeer de eerste steek van elke ronde met een steekmarkeerder.
- Herhalingen staan tussen haakjes of sterretjes: “2 v, 1 me herhalen” betekent dat je dat stukje tot het eind van de toer herhaalt.
- Tel regelmatig het aantal steken. Veel patronen geven het totaal na elke ronde of toer.
Haken voor beginners: welke patronen eerst?
Wie nog nooit heeft gehaakt, kiest een patroon waarbij je maar twee of drie steken nodig hebt.
- Een vierkant of dishcloth. Alleen vaste of stokjes. Snel af en makkelijk te vergelijken met een foto.
- Een sjaal. Een lange rechthoek in stokjes of halve stokjes.
- Een eenvoudige muts. In de ronde, met mindering aan de kruin.
- Amigurumi. Een kleine knuffel in spiraal. Haken voor beginners patronen voor amigurumi zijn er genoeg, bijvoorbeeld in Nederlandse patroonsites met amigurumi haken gratis patronen nederlands. Wikipedia noemt dat amigurumi meestal in spiraalvormige toeren worden gehaakt.
- Een deken. Een grote haken patronen deken is een goed langer project, zoals een granny square of een effen deken.
Haken patronen per thema
Naast basisprojecten zijn er patronen per seizoen en gelegenheid. In de herfst zijn haken herfst patronen populair: warme sjaals, kleurrijke vesten en bladeren als decoratie. Rond de feestdagen zoeken veel mensen een patroon voor haken kerst, zoals kerstballen, sterren en slingers. Voor dagelijks gebruik zijn tassen, mandjes en onderzetters klassiekers.
Tunisch haken patronen
Bij tunisch haken houd je alle steken tegelijk op een lange haaknaald, en haal je ze in een tweede gang weer af. Het resultaat lijkt op breien en haken tegelijk. Tunisch haken patronen zijn er voor sjaals, dekens en truien. Wikipedia noemt dat extra lange haaknaalden voor tunisch haken worden gebruikt, omdat de steken op de naald blijven staan. Meer uitleg vind je bij tunisch haken.
Een haakpatroon aanpassen
Wil je een patroon in een andere maat of met ander garen? Reken met je stekenproef.
- Groter of kleiner. Deel de gewenste breedte door de steken per 10 cm uit je proeflapje.
- Ander garen. Kies garen met een vergelijkbare dikte en stekenproef.
- Langer of korter. Pas het aantal toeren aan.
Schrijf je aanpassingen op, zodat je ze bij een volgend project kunt hergebruiken.
Veelgemaakte fouten bij haken patronen
- De taal vergeten. Een Engels en een Nederlands patroon gebruiken andere steknamen voor dezelfde steek.
- Niet tellen. Eén steek te veel of te weinig per toer geeft na tien toeren een scheve vorm.
- Garen vervangen zonder proef. Het resultaat valt dan anders uit.
- De draaiketting vergeten. Veel patronen vragen om een of meer losse als keerlossen aan het begin van een toer.
- Te strak haken. Een te strakke haak maakt de volgende toer lastig. Ontspan je hand en haak met een grotere haaknaald als het nodig is.
Stekenproef haken, stap voor stap
Een stekenproef kost een half uur en voorkomt veel teleurstelling.

- Haak een lapje van ongeveer 15 bij 15 cm in de steek van het patroon, met het garen en de haaknaald die je gaat gebruiken.
- Leg het lapje plat, zonder het te rekken, en meet 10 bij 10 cm af in het midden.
- Tel de steken en toeren in dat vierkant en vergelijk met het patroon.
- Heb je te veel steken? Dan haak je te strak: neem een grotere haaknaald. Te weinig steken? Neem een kleinere.
- Was het lapje zoals je het eindwerk gaat wassen, want garen kan krimpen of zakken.
Bij sommige haken patronen, zoals een dishcloth of onderzetter, is de maat niet kritisch. Bij een deken, een trui of een tas, waar de afmeting telt, is de stekenproef onmisbaar.
Werken in rondes en de magische ring
Veel haakpatronen beginnen in de ronde, bijvoorbeeld bij amigurumi, mutsen en mandjes. Er zijn twee manieren om te beginnen: een ketting van lossen die je met een halve vaste sluit tot een ring, of een magische ring, waarbij je het garen om je vingers wikkelt en de steken in de lus haakt. De magische ring laat geen gat in het midden achter, wat bij knuffels fijn is. Haal je bij het patroon een steekmarkeerder erbij, dan zie je waar elke ronde begint.

Een patroon in rondes neemt meestal per ronde met een vast aantal steken toe. Een cirkel van zes vaste wordt daarna twaalf, achttien, vierentwintig, enzovoort. Controleer het totaal na elke ronde, dan blijft je cirkel vlak.
Haken patronen op video of op papier?
Sommige mensen leren het snelst met een video, waarin je de handeling ziet. Anderen werken liever met een schriftelijk patroon, omdat ze het tempo zelf bepalen. Een combinatie werkt vaak het best: lees het patroon, en zoek een video voor de steek of techniek die je nog niet kent. Print een patroon uit als je op de bank werkt, en markeer met potlood waar je bent.
Haken patronen bewaren en ordenen
Wie vaak haakt, verzamelt veel patronen. Bewaar ze digitaal in mappen per categorie, zoals dekens, amigurumi en kleding, of print ze uit in een ordner. Schrijf op elk patroon welk garen en welke haaknaald je gebruikte en wat je zou veranderen. Zo bouw je een eigen bibliotheek op en kun je een patroon dat goed uitpakte makkelijk herhalen.
Veelgestelde vragen over haken patronen
Waar vind ik haken patronen gratis?
Op websites van garenmerken, blogs, videokanalen en in de bibliotheek. Zoek je een specifiek item, bijvoorbeeld een deken of tas, voeg dat dan toe aan je zoekopdracht, samen met het woord gratis.
Welke haken patronen zijn goed voor beginners?
Eenvoudige projecten met vaste en stokjes: een vierkant, dishcloth, sjaal of kleine amigurumi. Kies middeldik garen en een haaknaald van 4 tot 5 mm.
Wat betekent v, hv en st in een haakpatroon?
V is een vaste, hv een halve vaste en st een stokje. Elke steek heeft een andere hoogte. Een lijst met afkortingen staat meestal in het patroon.
Is een Engels haakpatroon hetzelfde als een Nederlands patroon?
Nee. De steknamen verschillen. Amerikaanse “single crochet” is in het Nederlands een vaste, en “double crochet” een stokje. Controleer dit voordat je begint.
Hoe lees ik een haakpatroon met rondes?
Je haakt in een kring en markeert de eerste steek van elke ronde. Het patroon geeft per ronde aan hoeveel steken je krijgt, zodat je kunt tellen.
Kan ik haken patronen ook gebruiken voor tunisch haken?
Nee, tunisch haken heeft eigen patronen, omdat de steken anders worden opgebouwd. Gebruik daarvoor tunisch haken patronen.
Hoeveel garen heb ik nodig?
Dat staat in het patroon, in meters of bollen. Reken het om naar jouw garen en neem een bol extra, zodat het badnummer gelijk blijft.
Moet ik altijd een stekenproef haken?
Bij kleine projecten zoals een dishcloth niet, bij kleding en dekens wel. Een stekenproef voorkomt dat je werk te klein of te groot wordt.
Verder lezen
Je weet nu hoe je haken patronen vindt en leest. Verder lezen:
