Een muziekinstrument leren begint met de vraag welk geluid je het mooist vindt en wat je thuis kwijt kunt. Snaarinstrumenten zoals gitaar en ukelele zijn populair, toetsinstrumenten laten de muziek zichtbaar zien, blaasinstrumenten vragen om adem en lipcontrole en slaginstrumenten draaien om ritme. Kies op basis van geluid, ruimte, budget en geduld, en probeer eerst voordat je koopt.
Er bestaan honderden instrumenten, maar bij een muziekinstrument leren kiezen de meeste beginners kiezen uit een handvol. Dat is logisch, want gitaar, piano en ukelele hebben veel lesmateriaal en zijn overal te koop. Toch past een ander instrument soms beter bij je: een mondharmonica die in je jaszak past, een kalimba voor rustige melodieën of een viool als je het geluid mooi vindt. In deze gids ga je langs de instrumentgroepen, leer je welke vragen je jezelf moet stellen en lees je wat er bij verschillende instrumenten komt kijken. Het grotere plaatje over muziek leren vind je op de pijlerpagina over muziek leren.
Kort samengevat
- Een muziekinstrument leren kies je op geluid, ruimte, budget en hoe snel je vooruitgang wilt zien.
- Instrumenten zijn grofweg te verdelen in snaar-, toets-, blaas- en slaginstrumenten. Binnen een groep lijken instrumenten op elkaar, waardoor je later makkelijker overstapt.
- Een ukelele, mondharmonica, blokfluit en kalimba zijn voorbeelden van instrumenten waarmee je relatief snel een melodie speelt. Viool en dwarsfluit vragen eerst veel aandacht voor de toon.
- Probeer voor je koopt: een proefles, een leeninstrument of een bezoek aan een muziekwinkel.
- Geen enkel instrument is voor iedereen het beste. Het beste instrument is het instrument dat je blijft oppakken.
Hoe zijn muziekinstrumenten ingedeeld?
Het helpt om te weten welke groepen er zijn. Volgens Wikipedia over het muziekinstrument bestaat er een indeling naar hoe het geluid ontstaat:
- Chordofonen: het geluid komt van trillende snaren (viool, gitaar, piano).
- Aerofonen: het geluid komt van een trillende luchtkolom (fluit, trompet).
- Idiofonen: het geluid komt van het materiaal van het instrument zelf (xylofoon).
- Membranofonen: het geluid komt van een gespannen vel (trommels).
- Elektrofonen: het geluid is elektronisch (synthesizer).
Daarnaast is er een indeling naar speelwijze: strijk-, tokkel-, blaas-, toets- en slaginstrumenten. In een symfonieorkest staan de instrumenten in families: houtblazers, koperblazers, slagwerk, harp en strijkers. Voor een beginner is de indeling naar speelwijze het handigst, omdat ze beschrijft wat je met je handen en mond doet.
Instrumenten binnen dezelfde groep delen vaardigheden. Wie op een gitaar speelt, pakt een ukelele, banjo of mandoline sneller op. Wie piano speelt, heeft een voorsprong op een keyboard of synthesizer. Daarom is je eerste instrument ook een opstap naar het volgende.
Een muziekinstrument leren kiezen: zes vragen
Wie een muziekinstrument wil leren, begint bij zichzelf. Deze zes vragen brengen je dichter bij een keuze.
Welk geluid vind je mooi?
Dit is de belangrijkste vraag bij een muziekinstrument leren. Luister naar muziek die je graag hoort en let op welk instrument je opvalt. Een instrument waarvan je het geluid mooi vindt, pak je vaker op.
Hoeveel ruimte en volume kan thuis?
Een viool, trompet of drumstel maakt veel geluid. Een digitale piano en een elektronisch drumstel kun je met een koptelefoon bespelen. Een mondharmonica, kalimba of ukelele past bijna overal. Denk aan je huisgenoten en buren.
Wat is je budget?
Instrumenten verschillen sterk in prijs. Houd rekening met extra kosten, zoals lessen, een tas, een stemapparaat of onderhoud. Een tweedehands of geleend instrument is een lagere drempel. Prijzen verschillen per merk en winkel, dus we noemen geen vaste bedragen.
Hoe snel wil je resultaat zien?
Sommige instrumenten laten je binnen een paar weken een melodie spelen: een mondharmonica, kalimba, ukelele of blokfluit. Anderen, zoals viool of dwarsfluit, vragen eerst aandacht voor een goede toon. Dat is geen reden om ze niet te kiezen, maar je moet bereid zijn om langer aan de basis te werken.
Wil je alleen spelen of samen?
Wil je een muziekinstrument leren om in een band te spelen, dan zijn gitaar, basgitaar, drums en keyboard voor de hand liggend. In een orkest of harmonie heb je blaasinstrumenten en strijkers nodig. Wil je thuis voor jezelf spelen, dan kun je vrij kiezen. Wie een muziekinstrument leren ziet als ontspanning, hoeft geen examens of optredens als doel te hebben.
Wat past bij je lichaam?
Een viool vraagt een bepaalde houding van je nek en schouder. Blaasinstrumenten vragen adem en lipcontrole. Een grote contrabas of cello vraagt ruimte en kracht. Heb je klachten, praat dan met een docent over de mogelijkheden. Dit is een algemene tip, geen medisch advies.
Snaarinstrumenten: tokkelen en strijken
Gitaar, ukelele en basgitaar
Dit zijn tokkelinstrumenten die je met je vingers of een plectrum bespeelt. De gitaar heeft volgens Wikipedia meestal zes snaren, gestemd E-A-D-G-B-E. Een ukelele heeft vier snaren en is kleiner. De basgitaar speelt de lage lijn in een band. Wil je basgitaar leren spelen, dan gelden veel gitaarvaardigheden ook, maar je speelt vooral losse tonen en bassolo’s in plaats van akkoorden. Lees meer in gitaar leren spelen en ukelele leren.
Banjo en mandoline
Een banjo heeft een ronde klankkast met een vel en wordt vaak in countrymuziek gebruikt. De mandoline is een kleiner snaarinstrument met paarsgewijs gestemde snaren. Beide zijn verwant aan de gitaar en ukelele in de zin dat je snaren op een hals indrukt, maar ze hebben een eigen techniek en stemming. De mandoline in dit artikel is het muziekinstrument, niet het keukengerei. Meer informatie: banjo en mandoline.
Harp
De harp is een groot snaarinstrument dat je met je vingers tokkelt. Er bestaan grote concertharpen en kleinere harpen die op schoot passen. Het is een instrument met een heel eigen klank, maar de aanschaf en het onderhoud vragen meer dan bij een ukelele. Meer weten? Lees harp.
Viool, altviool en cello
Volgens Wikipedia over de viool heeft een viool vier snaren die in kwinten zijn gestemd: G, D, A, E. Meestal wordt hij met een strijkstok bespeeld, maar je kunt de snaren ook tokkelen (pizzicato). Het is het kleinste en hoogste lid van de vioolfamilie: de altviool klinkt een kwint lager en de cello is nog groter. Een viool heeft geen frets, dus je moet de plek van elke toon zelf leren vinden met je gehoor en vingers. Daardoor duurt het langer voordat je een mooie toon speelt. Wie volhoudt, krijgt een expressief instrument. Een viool leren spelen is dus een keuze voor wie geduld heeft. Een viool of altviool leren vraagt vooral gehoor en geduld, en een docent is hierbij zeer nuttig.
Toetsinstrumenten
Piano, keyboard en digitale piano zijn de meest gekozen toetsinstrumenten. Ze laten de opbouw van muziek duidelijk zien: elke toon heeft een eigen toets. Een akoestische piano heeft volgens Wikipedia in de meeste gevallen 88 toetsen. Een digitale piano of keyboard is stiller en compacter. Je speelt melodie en begeleiding tegelijk, wat het een goed instrument maakt om muziek te begrijpen. Lees meer in piano leren spelen.
Ook de accordeon, de melodica en de synthesizer horen bij deze groep. Een accordeon heeft toetsen of knoppen en een balg, een melodica bespeel je door te blazen en toetsen in te drukken en een synthesizer maakt elektronisch geluid. Zie accordeon en synthesizer.
Blaasinstrumenten
Bij blaasinstrumenten maak je geluid met je adem. Je hebt lipcontrole en een goede ademhaling nodig, en het duurt even voordat je een zuivere toon speelt.
Blokfluit
De blokfluit is een klassieker voor beginners, vooral op school. Volgens Wikipedia over de blokfluit zijn plastic blokfluiten goedkoop en vragen ze weinig onderhoud, waardoor muziekscholen ze vaak aan beginners geven die nog niet zeker weten of ze doorgaan. Het artikel noemt ook dat een blokfluit zonder dubbele boring acht gaten heeft: zeven aan de voorkant en een duimgat achter. Je speelt er snel een melodie op, en het is een goede start om noten te leren lezen. Zie blokfluit.
Dwarsfluit, klarinet en saxofoon
Dwarsfluit, klarinet en saxofoon vragen meer oefening om een mooie toon te krijgen. De saxofoon is volgens Wikipedia een instrument met enkel riet en een conische buis, van metaal gemaakt maar bij de houtblazers ingedeeld. Hij werd rond 1840 ontwikkeld door Adolphe Sax en komt veel voor in jazz, bigbands en harmonieorkesten. De klarinet is ook een rietinstrument met een eigen vingerzetting. Wie in een harmonie of orkest wil spelen, kiest vaak een van deze instrumenten. Een docent is hierbij zeer aan te raden, onder meer voor de ademhaling en mondhouding. Saxofoon leren spelen, dwarsfluit leren spelen en trompet leren spelen hebben dit gemeen: de eerste weken draaien om een stabiele toon, pas daarna volgen melodieën. Neem daarvoor de tijd en oefen korte sessies, want lippen en adem raken snel moe. Lees meer bij klarinet.
Trompet
Een trompet is een koperblazer: je maakt geluid door je lippen te laten trillen in het mondstuk. Dat vraagt geduld en oefening voordat de toon helder klinkt. Trompet leren spelen is een goede keuze voor wie in een harmonie of bigband wil spelen. Houd rekening met volume en overleg met huisgenoten.
Mondharmonica
De mondharmonica is klein, goedkoop en past in je zak. Volgens Wikipedia over de mondharmonica ontwierp Christian Friedrich Buschmann hem in 1821. Je blaast en zuigt lucht door openingen, waarbij een riet gaat trillen. De meeste mondharmonica’s geven bij blazen en zuigen verschillende tonen op hetzelfde gat. Het artikel onderscheidt de diatonische mondharmonica, met de tonen van één toonladder, en de chromatische, met een schuifje waarmee je halve tonen speelt. Voor beginners is de diatonische de logische keuze. Zie mondharmonica.
Slag- en klankinstrumenten
Drums, cajon en djembe
Slaginstrumenten draaien om ritme. Een drumstel is groot en luid, een oefenpad is klein, een cajon of djembe bespeel je met je handen. Wil je ritme leren zonder drumstel, begin dan met een cajon of oefenpad. Zie drummen leren.
Kalimba en handpan
De kalimba is een klein instrument met metalen lamellen die je met je duimen aanslaat. Het klinkt zacht en is te spelen zonder veel techniek, waardoor het een leuk instrument is om te ontspannen. De handpan is een metalen instrument dat je met je handen bespeelt en dat zachte, zwevende klanken geeft. Beide hebben een toonladder die al vastligt, waardoor je minder snel een valse toon speelt. Zie kalimba en handpan.
Een muziekinstrument leren: eerst uitproberen
Je leert veel van een korte kennismaking voordat je begint aan een muziekinstrument leren. Een paar manieren:
- Proefles. Veel docenten en muziekscholen bieden een gratis of goedkope proefles.
- Leeninstrument. Sommige muziekscholen, verenigingen en winkels verhuren of lenen instrumenten uit.
- Een muziekwinkel. Vraag of je mag proberen. Neem iemand mee die het instrument kent.
- Een vriend of vereniging. Een harmonie, fanfare of ukeleleclub laat vaak graag zien hoe het werkt.
- Tweedehands. Een gebruikt instrument is vaak goedkoper. Laat het controleren als je het niet zelf kunt beoordelen.
Wil je weten hoe lessen werken? Lees muziekles of de pagina over muziekschool.
Meer dan één muziekinstrument leren
Je hoeft je niet te beperken tot één instrument. Veel muzikanten spelen er meerdere. Wat je op het ene instrument leert, helpt bij het andere: ritme, noten lezen, gehoor en akkoorden. Een goed moment om een tweede instrument toe te voegen is als je je eerste redelijk beheerst en er nieuwsgierig naar bent. Een gitarist die een ukelele oppakt, begint niet bij nul. Een pianist die een synthesizer leert, kan veel meenemen. Ook de overstap van blokfluit naar dwarsfluit of klarinet is kleiner dan je denkt, omdat je al weet hoe noten en vingerzettingen werken. Houd wel je tijd in de gaten: twee instrumenten tegelijk vraagt dubbel zoveel oefentijd, dus kies er één als hoofdinstrument en laat het andere er rustig naast meelopen.
Welk instrument past bij mij? Drie voorbeelden
Soms helpt het om een beeld te hebben van wie wat kiest, zeker als je nog niet weet waar je moet beginnen met een muziekinstrument leren. De volgende voorbeelden zijn illustraties, geen regels.
Je wilt snel liedjes spelen en meezingen. Dan zijn ukelele, gitaar en keyboard logische keuzes. Met een paar akkoorden begeleid je al veel liedjes. Voor wie een muziekinstrument leren wil om mee te zingen, is een snaarinstrument het meest praktisch.
Je zoekt rust en wilt iets zonder veel techniek. Een kalimba of handpan geeft zachte klanken die al vallen in een vaste toonladder. Voor wie een muziekinstrument leren ziet als ontspanning na een drukke dag, past dit goed.
Je wilt in een orkest of harmonie spelen. Dan kijk je naar blaasinstrumenten of strijkers. Vraag bij een plaatselijke vereniging welke instrumenten ze zoeken: soms kun je een instrument lenen en krijg je les van de club. Een muziekinstrument leren in een groep geeft je meteen een doel en een sociaal moment per week.
Wat kost een muziekinstrument leren?
De kosten bestaan uit het instrument zelf, accessoires en lessen. Een kleine aanschaf als een mondharmonica of kalimba is vaak goedkoper dan een piano of drumstel. Daarnaast rekenen sommige instrumenten op onderhoud: snaren, riet voor blaasinstrumenten, vellen of stemmen. Lessen zijn een grote post als je ze structureel neemt. Leen of huur eerst, en koop pas als je zeker weet dat je blijft spelen. Zo voorkom je dat een muziekinstrument leren duurder uitpakt dan nodig. Vraag ook bij een muziekschool of vereniging of ze een instrument uitlenen, want dat scheelt in het eerste jaar veel geld en je merkt snel of het bij je past. Concrete bedragen verschillen per winkel en merk, dus kijk altijd even rond en vergelijk.
Veelgestelde vragen over een muziekinstrument leren
Welk muziekinstrument is het makkelijkst om te leren?
Er is geen eenduidig antwoord, maar een mondharmonica, kalimba, ukelele en blokfluit worden vaak genoemd omdat je er snel een melodie op speelt. Makkelijk hangt ook af van wat je wilt spelen en hoeveel je wilt oefenen.
Welk instrument past bij mij?
Kijk naar het geluid dat je mooi vindt, hoeveel ruimte en volume je thuis hebt, je budget en hoe snel je resultaat wilt. Probeer een paar instrumenten uit met een proefles of een leeninstrument.
Kan ik als volwassene nog een instrument leren?
Ja. Je kunt op elke leeftijd beginnen. Je handen en lichaam moeten wennen, maar niets houdt je tegen.
Moet ik noten kunnen lezen?
Niet voor alle instrumenten. Bij gitaar en ukelele kun je beginnen met akkoorden en tabs. Bij piano, viool of blaasinstrumenten is noten lezen nuttiger. Je leert het stap voor stap.
Is viool leren spelen moeilijk?
Een viool heeft geen frets, dus je moet de plek van elke toon zelf vinden, en een mooie toon vraagt oefening met de strijkstok. Het duurt langer voordat het goed klinkt dan bij een ukelele. Een docent is aan te raden.
Moet ik een duur instrument kopen om te beginnen?
Nee. Begin met een betaalbaar instrument dat goed bespeelbaar is, of leen er een. Koop pas een beter instrument als je merkt dat je blijft spelen.
Welk instrument is stil genoeg voor een flat?
Een digitale piano met koptelefoon, een elektronisch drumstel, een kalimba of een mondharmonica zijn relatief stil. Een trompet of viool kan veel geluid maken, dus overleg met je buren.
Kan ik twee instrumenten tegelijk leren?
Ja, maar het kost meer tijd. Veel mensen beginnen met één instrument en voegen later een tweede toe.
Verder lezen
Lees verder over de instrumenten die bij je passen:
