• Gratis verzending
  • Voor 20:00 besteld, morgen in huis
  • 14 dagen bedenktijd

Tag: Breien

  • Breimachine: kopen, soorten en voor wie het de moeite waard is

    Breimachine: kopen, soorten en voor wie het de moeite waard is

    Een breimachine is een apparaat dat steken met naalden in een rij maakt, zodat je veel sneller breit dan met de hand. Een huishoudelijke breimachine is het meest geschikt voor wie veel kleding of grote stukken wil breien, zoals truien en dekens. Voor een eerste breiproject, een sjaal of muts, is breien met de hand goedkoper en eenvoudiger. De meeste breimachines koop je tweedehands, omdat nieuwe modellen weinig worden verkocht.

    Wie een breimachine kopen overweegt, vraagt zich meestal drie dingen af: wat kan het ding, wat kost het en is het te leren? Hieronder lees je hoe een breimachine werkt, welke soorten er zijn, welke merken je tegenkomt, wat je controleert bij een tweedehands machine en hoe je ermee leert werken. Wil je eerst de brede context van het vak? Lees dan haken en breien en breien.

    Kort samengevat

    • Een breimachine breit rijen tegelijk, waardoor je veel sneller werkt dan met de hand.
    • Huishoudelijke machines hebben tot 200 naalden en breien een rij in seconden, volgens Wikipedia.
    • Je kunt een breimachine nieuw of tweedehands kopen; de meeste aanbiedingen zijn tweedehands.
    • Controleer bij tweedehands machines de naalden, de wagen en of alle onderdelen er zijn.
    • Voor korte projecten en beginners is handbreien goedkoper en eenvoudiger.

    Hoe werkt een breimachine?

    Een breimachine heeft een rij naalden die steken vasthouden. Een wagen schuift over de naalden en haalt het garen door de lussen, zodat rij voor rij gebreide stof ontstaat. Wat je met de hand in minuten doet, gebeurt zo in seconden. Volgens Wikipedia over de breimachine konden huishoudelijke machines met wel 200 naalden tegelijk werken en dus een hele rij in seconden voltooien.

    Een huishoudelijke breimachine met wagentje en gebreide stof
    Het wagentje schuift langs de naalden en vormt de steken.

    Het idee is oud. De eerste breimachine is volgens Wikipedia in 1589 uitgevonden door William Lee. Zijn uitvinding werd afgewezen, maar zijn principes vormden de basis van latere machines. Huishoudelijke breimachines werden vooral populair in de late jaren vijftig en zestig. Machinaal breien is ook nu nog belangrijk: volgens het artikel over breien wordt commercieel breien bijna volledig op breimachines gedaan, en is breien na weven de meest gebruikte manier om stof uit garen te maken.

    Soorten breimachines

    Huishoudelijke breimachines

    Dit zijn de machines waar je als hobbyist mee werkt. Ze zijn er in verschillende maten, van dunne garens voor kleding tot dikkere voor sjaals en dekens. De bekende merken zijn volgens Wikipedia onder meer Passap, Knittax en Rapidex, naast Brother en Singer. Veel huishoudelijke machines zijn platbedmachines, met één rij naalden, of dubbelbedmachines, met twee rijen. Een dubbelbed kan dubbelzijdige stof en ribbels maken.

    Industriële breimachines

    Industriële machines werken op een andere schaal. Wikipedia onderscheidt inslagbreimachines (platbed en rond) en kettingbreimachines. Platbedmachines maken platte delen voor truien en vesten, circulaire machines maken buisvormige stof, met diameters van ongeveer 1 tot 150 cm. Voor een hobbyist zijn ze niet relevant, maar het is goed om te weten dat alle gebreide kleding in de winkel grotendeels zo wordt gemaakt.

    Handmatige en elektronische machines

    Oudere huishoudelijke machines bedien je met de hand, met een wagen en slede. Latere modellen hebben patroonkaarten of elektronica waarmee motieven automatisch worden gebreid. Wikipedia noemt dat moderne machines veel steken en patronen kunnen maken, waarbij computerprogramma’s de instellingen berekenen. Elektronische machines zijn handig voor motieven, maar ingewikkelder en lastiger te repareren.

    Speelgoed- en kinderbreimachines

    Er bestaan ook kleine breimachines voor kinderen, vaak een cilinder met pennen waarmee je een buis breit. Dat is geen vervanging voor een echte breimachine, maar een leuke manier om kennis te maken met het principe.

    Breimachine kopen: nieuw of tweedehands?

    Nieuwe huishoudelijke breimachines worden nog verkocht, maar het aanbod is veel kleiner dan in de jaren zestig. Veel hobbyisten kopen tweedehands. Je vindt ze op marktplaatsen zoals Marktplaats, in een brei- en haakgroep en bij een enkele speciaalzaak. Prijzen verschillen sterk per merk en staat, dus vergelijk meerdere aanbiedingen. Kies bij voorkeur een machine van een bekend merk, omdat daar onderdelen en handleidingen voor zijn te vinden.

    Waar je op let bij een tweedehands breimachine:

    1. Naalden. Controleer of er geen verbogen of kapotte naalden tussen zitten en of ze soepel bewegen.
    2. De wagen. Laat de wagen over het bed lopen. Hij moet soepel en zonder haperen glijden.
    3. Compleetheid. Zijn er gewichten, een klemmenset, een handleiding en reserveonderdelen? Zonder die dingen is de machine veel minder bruikbaar.
    4. Staat. Roest, vuil en oud vet geven problemen. Een schone machine is meestal beter verzorgd.
    5. Merk en model. Zoek op het typenummer of er nog garen, onderdelen en uitleg voor te vinden zijn.
    6. Proberen. Vraag of je mag proefbreien. Zo zie je meteen of de machine goed werkt.

    Bij een breimachine kopen via Brother, Singer of een ander merk geldt hetzelfde: informeer naar garantie, onderdelen en uitleg. Zoek je specifiek een Singer breimachine, vraag dan naar het exacte model en zoek het typenummer op.

    Welk garen gebruik je op een breimachine?

    Voor een breimachine is garen van gelijkmatige dikte het belangrijkst. Dunne tot middeldikke, gladde garens werken het best. Garen met knopen, dikke plekken of veel haren blijft haken tussen de naalden. Veel merken van breimachines hebben een aanbevolen garendikte, afhankelijk van de afstand tussen de naalden. Een breimachine garen kiezen doe je door het garen door de gleuf van de wagen te laten glijden en te zien of het soepel loopt. Kijk ook naar onze uitleg over garen en wol kopen.

    Een kegel garen naast een breimachine
    Garen van gelijkmatige dikte werkt het best.

    Leren breien op een breimachine

    Voor een breimachine voor beginners hoef je geen ervaren handbreister te zijn, maar het helpt. Je leert eerst het opzetten van steken op de machine, daarna het breien van rechte rijen en later patronen, minderen en meerderen. Breimachine lessen worden aangeboden door speciaalzaken en hobbyclubs, en je vindt uitlegvideo’s op internet. Een oude handleiding van het specifieke model is goud waard. Meer over opzetten lees je bij breien opzetten steken.

    Patronen voor de breimachine

    Veel breipatronen voor de hand zijn niet zomaar geschikt voor de machine. Breimachine patronen zijn anders geschreven, met aantallen naalden en wagenstanden in plaats van steken per rij. Zoek daarom patronen die expliciet voor een breimachine bestemd zijn, of reken een handpatroon om met je stekenproef. Voor wie weet hoe een breipatroon werkt, is dat te doen.

    Wat kun je maken met een breimachine?

    Een breimachine is vooral sterk in vlakke, gelijkmatige stof. Denk aan:

    Een gebreide trui en muts naast een breimachine
    Een breimachine is sterk in vlakke, gelijkmatige stof.
    • Truien en vesten. Je breit de delen apart en naait of kettelt ze aan elkaar.
    • Sjaals en dekens. Lange rechte stukken gaan snel, zeker als je een dikke machine hebt.
    • Sokken. Met een fijne machine en sokkenwol kun je sokken maken, al vraagt het verdelen van de hiel en teen oefening.
    • Kleine patronen. Met een patroonkaart of elektronische machine maak je motieven, zoals een gekleurde rand of een ruitpatroon.

    Wat een machine minder goed kan, zijn ronde delen met veel details en kabels. Die brei je makkelijker met de hand. Veel machinebreisters combineren dan ook beide, bijvoorbeeld het lijf op de machine en de kraag met de hand.

    Onderhoud van een breimachine

    Een goed onderhouden breimachine gaat tientallen jaren mee. Maak de machine na gebruik schoon met een zachte borstel en verwijder pluisjes tussen de naalden. Gebruik een beetje speciale machine-olie op de plekken die in de handleiding staan, nooit gewone huishoudolie. Dek de machine af met een hoes of doek tegen stof, en bewaar hem op een droge plek. Haperingen komen meestal door vuil, een verbogen naald of garen dat niet goed door de spanning loopt.

    Alternatieven voor een breimachine

    Zoek je snelheid maar wil je geen machine? Dan zijn er opties. Met dikke breinaalden en dik garen groeit werk snel. Een rondbreinaald maakt grote stukken prettiger, zoals je leest bij breinaalden. Een breiraam met pennen, waarmee je lussen over elkaar haalt, is een eenvoudig kleinschalig alternatief, dat Wikipedia ook noemt als loom knitting. Het is een leuke manier om de basis te leren zonder grote investering.

    Voor wie is een breimachine de moeite waard?

    Een breimachine loont vooral als je veel breit voor kleding of verkoop. Voor wie een truien, vesten of dekens wil maken, scheelt het veel tijd. Ook gelijkmatige stof, zoals een tricot, lukt goed. Voor wie af en toe een sjaal breit, is een machine overbodig: handbreien kost minder, neemt weinig plaats in en past op de bank.

    Overweeg een breimachine als:

    • je veel kleding voor jezelf of anderen wilt maken;
    • je plezier hebt in apparaten en leren werken met een techniek;
    • je ruimte hebt om de machine op een tafel te laten staan.

    Kies liever handbreien als:

    • je net begint en niet weet of breien iets voor je is;
    • je graag onderweg of op de bank breit;
    • je met kleine of ingewikkelde patronen wilt werken.

    Veelgestelde vragen over de breimachine

    Wat kost een breimachine?

    Dat hangt af van merk, model en staat. Tweedehands machines zijn meestal veel goedkoper dan nieuwe. Vergelijk meerdere aanbiedingen en vraag bij een tweedehands machine naar onderdelen en handleiding.

    Waar kan ik een breimachine kopen?

    Tweedehands vooral op Marktplaats en in brei- en haakgroepen, nieuw bij speciaalzaken en webwinkels. Het nieuwe aanbod is beperkt.

    Is een breimachine geschikt voor beginners?

    Ja, mits je de tijd neemt om de techniek te leren. Het helpt als je al een beetje kunt breien en de begrippen kent. Een breimachine voor beginners is vaak een eenvoudige, handbediende machine.

    Welk garen gebruik ik op een breimachine?

    Gladde, gelijkmatige garens van dunne tot middeldikke dikte werken het best. Vermijd garen met knopen of veel haren.

    Hoe lang duurt het om op een breimachine te leren breien?

    Dat verschilt per persoon. De basis, steken opzetten en rechte rijen, leer je meestal in een paar sessies. Patronen en mindering kosten meer oefening.

    Kan ik met een breimachine sokken breien?

    Ja, met een sokken breimachine of een machine met fijne naalden en sokkenwol. Een gewone dikke machine is minder geschikt.

    Kan ik een handbreipatroon op een breimachine gebruiken?

    Alleen als je het omrekent. Patronen voor de machine zijn geschreven in naalden en wagenrijen. Maak eerst een stekenproef op de machine.

    Is een breimachine sneller dan handbreien?

    Ja. Wikipedia noemt dat huishoudelijke machines een rij van maximaal 200 naalden in seconden konden voltooien. De voorbereiding en afwerking kosten wel tijd.

    Verder lezen

  • Breipatroon lezen en kiezen: zo begin je als beginner

    Breipatroon lezen en kiezen: zo begin je als beginner

    Een breipatroon is een stap-voor-stapbeschrijving van een breiwerk, geschreven in afkortingen. Het vertelt je welke naalden en welk garen je nodig hebt, hoeveel steken je opzet en wat je per rij doet. Een breipatroon lezen leer je in een uur: je hoeft alleen de afkortingen te kennen en rustig rij voor rij te werken. Voor beginners zijn een sjaal of een eenvoudig vest de beste eerste patronen.

    In dit artikel lees je hoe je een breipatroon opbouwt, wat de meest gebruikte afkortingen betekenen en hoe je een patroon kiest dat bij je niveau past. We behandelen ook de vragen die beginners het vaakst stellen, zoals het verschil tussen een gratis en een betaald breipatroon en wat je doet als je maat niet klopt. Wil je eerst de basis? Begin dan bij breien en leer hoe je steken opzet.

    Kort samengevat

    • Een breipatroon bestaat uit materialen, maten, een stekenproef en de rijbeschrijving.
    • Brei altijd eerst een proeflapje en vergelijk het aantal steken met het patroon.
    • Leer eerst rechts, averechts, minderen en meerderen: daarmee lees je de meeste patronen.
    • Kies als beginner een patroon met één kleur, rechte delen en weinig vormgeving.
    • Een patroon in diagram en een patroon in tekst zeggen hetzelfde: kies wat jou het beste ligt.

    Wat staat er in een breipatroon?

    Elk goed breipatroon heeft dezelfde onderdelen. Als je die kent, weet je waar je moet kijken.

    Breipatroon op papier naast een breinaald, wol en een proeflapje
    Een patroon lees je samen met je proeflapje.
    • Materialen: het garen (soort en hoeveelheid) en de naalden (maat en type).
    • Maten: de maten waarin het werk gemaakt kan worden, bijvoorbeeld S, M en L.
    • Stekenproef: het aantal steken en rijen in tien bij tien centimeter. Dit is het belangrijkste getal van het patroon.
    • Opzet: het aantal steken waarmee je begint, vaak per maat.
    • Rijbeschrijving: wat je per rij doet, in afkortingen of in een diagram.
    • Afwerking: hoe je delen aan elkaar zet, afkant en draden wegwerkt.

    Een patroon begint vaak met een korte uitleg over de steken die erin voorkomen. Lees die goed, want ontwerpers gebruiken elk een eigen schrijfwijze. Een patroon voor een sjaal is meestal eenvoudig. Een patroon voor een trui bestaat uit meerdere delen, zoals voorpand, achterpand en mouwen.

    Tekst of diagram

    Een breipatroon is er in twee vormen. Een tekstpatroon beschrijft elke rij in woorden en afkortingen. Een diagram toont de steken als symbolen in een rooster, en je leest het van onder naar boven. Veel Nederlandse patronen zijn tekst. Internationale patronen gebruiken vaak diagrammen. Beide zeggen hetzelfde. Probeer ze allebei en kies wat jouw hoofd het beste ziet.

    De belangrijkste afkortingen in een breipatroon

    Een patroon bestaat voor het grootste deel uit een handvol steken. Dit zijn de afkortingen die je het vaakst tegenkomt.

    AfkortingBetekenis
    rrecht breien
    avaverecht breien
    ststeek of steken
    omslomslag: draad over de naald, er ontstaat een gaatje
    2 r samentwee steken samen recht breien (minderen)
    meerdmeerderen: een steek toevoegen
    afkafkanten
    * … *herhaal wat tussen de sterretjes staat

    De Nederlandstalige Wikipedia onderscheidt als basissteken de ribbelsteek (alle steken recht), de tricotsteek (rechte en averechte rijen afwisselend) en de boordsteek (afwisselend twee rechte en twee averechte steken). Alle drie vind je terug in bijna elk patroon. Een boordsteek is rekbaarder dan tricot en wordt vaak voor boorden en kragen gebruikt, volgens de Nederlandstalige Wikipedia.

    Tip: schrijf de afkortingen die je niet kent op een briefje en leg dat naast je patroon. Na één project ken je ze zonder spiekbriefje.

    Een breipatroon stap voor stap lezen

    Stap 1: lees het patroon van begin tot eind

    Lees eerst het hele patroon, ook de afwerking. Zo zie je hoe het werk is opgebouwd en welke technieken je nodig hebt. Mis je een steek die je niet kent, zoek hem dan eerst op voordat je begint.

    Stap 2: kies je maat

    Een patroon geeft meestal meerdere maten. Die staan vaak achter elkaar, bijvoorbeeld: “opzetten 88 (96, 104) steken”. Het eerste getal is de kleinste maat, de getallen tussen haakjes de grotere. Onderstreep vooraf de getallen van je maat. Dat voorkomt dat je halverwege de verkeerde pakt.

    Stap 3: brei een proeflapje

    Brei een lapje van ongeveer tien bij tien centimeter in de steek uit het patroon, met de aanbevolen naalden. Meet het aantal steken en rijen. Heb je meer steken dan het patroon aangeeft? Dan brei je te strak en neem je dikkere naalden. Minder? Dan neem je dunnere. Een proeflapje kost een uur, maar bespaart je dagen werk aan een trui die niet past.

    Gebreid proeflapje met meetlint voor het tellen van de steken
    Meet je proeflapje voordat je aan het patroon begint.

    Stap 4: werk rij voor rij

    Zet de steken op en volg de rijen. Gebruik een rijenteller of een briefje waarop je elke gebreide rij afstreept. Een patroon gaat vaak over tientallen rijen, en zonder tellen raak je het spoor kwijt.

    Stap 5: werk af

    Aan het einde kant je af, naai je delen aan elkaar en werk je draadjes weg. Veel patronen geven een tip voor het wassen: lees die, want wol en katoen reageren anders.

    Welk breipatroon past bij jouw niveau?

    Een patroon kiezen is het halve werk. Hieronder zie je wat bij welk niveau past.

    Voor beginners

    Kies een patroon met één kleur, rechte delen en eenvoudige steken. Een sjaal is ideaal, omdat je niet hoeft te minderen of meerderen. Ook een kussenhoes of een muts in ribbelsteek is een goede keuze. Een trui voor beginners kan ook, mits hij recht van snit is en met dikke wol en dikke naalden wordt gebreid. Dan ben je snel klaar en zie je meteen resultaat.

    Voor gevorderden

    Heb je de basis onder de knie? Dan zijn een vest, een patroon met kabels of een trui met een pasvorm een mooie uitdaging. Hier komt het minderen, meerderen en rondbreien bij kijken. Een rondbreinaald is volgens de Nederlandstalige Wikipedia over rondbreien een flexibele verbinding van twee korte naalden, en geeft het voordeel dat er geen naden ontstaan.

    Voor kinderen en baby’s

    Voor een babyvestje of kindertrui kies je een zacht garen en een eenvoudig patroon. Baby’s hebben weinig stof nodig, dus je bent snel klaar. Let wel op de maat: kinderen groeien, dus kies liever een maat te groot dan te klein. Meer ideeën vind je in breien voor kinderen.

    Een breipatroon voor een sjaal, vest of trui: wat is het verschil?

    Het soort kledingstuk bepaalt hoe een breipatroon is opgebouwd. Dat helpt je kiezen.

    Breipatroon sjaal

    Een sjaal is een rechthoek. Het patroon bestaat vaak uit niet meer dan een opzet, één steek die je blijft herhalen en een afkanting. Je hoeft niet te minderen of meerderen, en je kunt het patroon zelf aanpassen: wil je hem breder, zet dan meer steken op. Daarom is een sjaal het meest aangeraden breipatroon voor beginners. Heb je geen zin in een patroon met veel rijen? Kies dan een dikke wol en dikke naalden, dan ben je in een paar avonden klaar.

    Breipatroon vest

    Een vest is lastiger, omdat je de delen apart breit en later aan elkaar zet, met armsgaten en een halslijn. Je leest dus drie of vier deelpatronen in plaats van één. Een vest in tricotsteek met rechte mouwen is een goede eerste stap naar kleding. Wil je een vest dat dicht kan, dan heb je ook een kantstrook met knoopsgaten nodig. Het patroon vertelt je op welke rij en op welke plek je die maakt.

    Breipatroon trui

    Een trui heeft meer delen en een pasvorm, dus meer rekenwerk. Een patroon voor een damestrui of heren trui geeft meestal meerdere maten en een lijst met afmetingen in centimeters. Vergelijk die met een trui die je zelf goed vindt zitten. Zo kies je de juiste maat, ook als je tussen twee maten in valt. Een trui bestaat vaak uit een voorpand, achterpand en twee mouwen, en wordt soms in één stuk rond gebreid. Voor de eerste keer kies je een trui met een rechte snit.

    Babyvestje en kindertrui

    Een patroon voor een babyvestje is klein en snel af, en dus een goede manier om te oefenen met vestvormen. Kies een garen dat tegen de huid kan, en let op de maat van de knoopjes. Voor een kindertrui geldt hetzelfde als voor een volwassenentrui, alleen kleiner en met meer ruimte om in te groeien.

    Breipatroon voor beginners: waar let je op?

    Een goed breipatroon voor beginners heeft vier eigenschappen. Het is geschreven in duidelijke taal, het heeft foto’s of tekeningen bij de lastige stukken, het geeft een stekenproef en het legt nieuwe steken uit. Ontbreekt een van deze dingen, dan kost het je meer moeite dan nodig is. Kijk ook naar de reacties onder een gratis patroon. Als veel mensen hetzelfde probleem noemen, zit er waarschijnlijk een fout in het patroon.

    Controleer verder de garenaanbeveling. Een patroon voor beginners vraagt meestal om middeldik tot dik garen, in een effen kleur en met een gladde draad. Een garen met noppen of een donkere kleur maakt het lastig om je steken te zien. Met een glad, licht garen herken je een fout meteen.

    Een breipatroon kopen of gratis downloaden?

    Een gratis breipatroon is genoeg om te beginnen. Het kan een korte beschrijving zijn zonder foto’s, maar veel garenmerken en ontwerpers maken uitgebreide gratis patronen met uitleg. Het nadeel is dat de kwaliteit wisselt. Een betaald breipatroon van een ontwerper is vaak uitgebreider, met meer maten, schema’s en soms ondersteuning als je er niet uitkomt.

    Wie breien serieus als hobby ziet, bouwt vanzelf een verzameling patronen op. Een goede gewoonte is om elk patroon dat je gebruikt te bewaren met notities over de naald en het garen dat je koos, en over aanpassingen die je maakte. Zo kun je een volgende keer sneller beginnen en weet je wat werkte.

    Waar vind je een breipatroon?

    Er zijn drie plekken om een breipatroon te vinden.

    Gratis online. Veel garenmerken en breiblogs bieden gratis patronen aan, vaak met foto’s en uitleg per stap. Dit is de beste plek om te beginnen. Een bekende bron voor gratis breipatronen is Drops, zie ook breipatronen Drops.

    In boeken en tijdschriften. Een breiboek geeft meestal meerdere patronen in dezelfde stijl en uitleg van technieken. Handig als je meer wilt leren dan alleen één project.

    Betaald, van ontwerpers. Een breipatroon kopen kan online bij ontwerpers. Het voordeel is dat zulke patronen vaak uitgebreid getest zijn en in veel maten komen. Voor een eerste project is een gratis patroon meestal voldoende.

    Een overzicht van de beste plekken en soorten vind je in onze gids over breipatronen.

    Een breipatroon aanpassen

    Soms past een patroon bijna, maar niet helemaal. Dan kun je het aanpassen.

    • Langer of korter: voeg rijen toe of laat ze weg in een gebied zonder vormgeving, bijvoorbeeld in het lijf van een trui.
    • Breder of smaller: reken met je stekenproef. Zet meer of minder steken op, en houd rekening met de herhaling van het patroon.
    • Ander garen: kies een garen met dezelfde dikte. Controleer altijd met een proeflapje.

    Pas dit pas toe als je een paar patronen hebt gebreid. Voor je eerste project volg je het patroon zoals het er staat.

    Veelgemaakte fouten bij een breipatroon

    Het proeflapje overslaan

    De meest voorkomende fout. Zonder proeflapje weet je niet of je werk de goede maat krijgt.

    Een rij overslaan of dubbel breien

    Gebruik een rijenteller of streep rijen af. Heb je een fout gemaakt, haal dan alleen die rij uit en begin vanaf die plek opnieuw.

    Het patroon niet helemaal doorlezen

    Soms staat er bij de afwerking iets dat je al bij het opzetten moet weten, zoals een naad of een knoopsgat. Lees daarom het hele patroon vooraf.

    Te snel willen

    Een trui met kabels als eerste project vraagt veel. Breid eerst een paar kleine werkjes, zodat je de afkortingen en steken kent.

    Veelgestelde vragen over een breipatroon

    Hoe lees je een breipatroon?

    Lees eerst het hele patroon, kies je maat en brei een proeflapje. Volg daarna de rijen één voor één, met behulp van de afkortingenlijst. Streep elke gebreide rij af, zodat je niet de tel kwijtraakt.

    Wat betekent een omslag in een breipatroon?

    Een omslag betekent dat je de draad over de naald legt, zodat er een extra lus en een gaatje ontstaat. Het wordt gebruikt voor kantpatronen en om steken te meerderen.

    Welk breipatroon is het makkelijkst voor beginners?

    Een sjaal in ribbelsteek. Je hoeft niet te minderen of meerderen en elke rij is hetzelfde. Daarna zijn een muts of een kussenhoes goede vervolgprojecten.

    Waar vind ik een gratis breipatroon?

    Veel garenmerken en breiblogs hebben gratis patronen, vaak per niveau gesorteerd. Zoek op het soort project dat je wilt maken, bijvoorbeeld sjaal, vest of trui.

    Hoe pas je een breipatroon aan?

    Gebruik je stekenproef om te rekenen hoeveel steken je nodig hebt voor een andere breedte. Voeg of verwijder rijen in een gedeelte zonder vormgeving om de lengte aan te passen. Breid altijd eerst een proeflapje.

    Wat is een stekenproef en waarom is die belangrijk?

    Een stekenproef is het aantal steken en rijen in tien bij tien centimeter. Je vergelijkt je eigen lapje met het patroon. Klopt het niet, dan wordt je werk groter of kleiner dan bedoeld.

    Kun je een breipatroon kopen?

    Ja, bij ontwerpers online en in boeken. Gratis patronen zijn er ook in grote aantallen, dus voor een eerste project hoef je niet te betalen.

    Hoe kies je een breipatroon voor een trui, vest of sjaal?

    Een sjaal is het makkelijkst, een vest iets lastiger door de vorm en knoopsgaten, en een trui vraagt het meeste rekenwerk. Begin klein en bouw op.

    Verder lezen over breien

    Een breipatroon is een eerste stap. Op AYOO lees je verder over alles wat je nodig hebt om te breien.

  • Breinaalden: soorten, maten en welke je kiest als beginner

    Breinaalden: soorten, maten en welke je kiest als beginner

    Breinaalden zijn lange, dunne staafjes met een punt, waarmee je lussen van garen door elkaar haalt tot er gebreide stof ontstaat. Voor een eerste project kies je rechte breinaalden van 4 tot 6 mm in hout of bamboe, met middeldik garen. Hout en bamboe zijn een beetje stroef, zodat de steken niet van de naald glijden.

    De keuze in de winkel is groter dan je denkt: rechte naalden, rondbreinaalden, sokkennaalden, in aluminium, plastic, hout en bamboe, van 2 tot 25 mm. Wie breinaalden wil kopen, hoeft niet alles te weten, maar een paar keuzes maken een groot verschil. In deze uitleg lees je welke soorten er zijn, hoe de maat werkt, welk materiaal je kiest en wat je nodig hebt om te beginnen. Wil je eerst de brede context? Kijk bij haken en breien en breien.

    Kort samengevat

    • Rechte naalden voor sjaals en platte stukken, rondbreinaalden voor alles in de ronde en voor grote stukken, sokkennaalden voor sokken en mutsen.
    • De maat is de dikte van de naald in millimeters en staat meestal op de knop.
    • Hout en bamboe zijn warm en stroef, aluminium is glad en snel.
    • Als beginner begin je met 4 tot 6 mm en middeldik garen.
    • Het garenlabel noemt de aanbevolen naaldmaat.

    Wat zijn breinaalden?

    Volgens Wikipedia over de breinaald is een breinaald een lange, dunne pen met aan de ene kant een punt en aan de andere kant een knop die voorkomt dat de steken eraf glijden. De meeste mensen breien met twee naalden. Je schuift steken van de ene naald naar de andere en vormt zo rij voor rij een gebreid stuk. Meer over de techniek lees je bij breien.

    Soorten breinaalden

    Rechte breinaalden

    Rechte naalden hebben een punt en een knop. Je breit er heen en weer mee, dus ze zijn geschikt voor sjaals, lapjes en dekens in strookjes. De lengte loopt meestal van ongeveer 25 tot 40 cm. Voor een lang stuk werk worden de steken wat lastig, omdat alles op de naald moet passen.

    Rechte naalden, rondbreinaald, sokkennaalden en kabelnaald naast elkaar
    Rechte naalden, rondbreinaald, sokkennaalden en kabelnaald.

    Rondbreinaalden

    Een rondbreinaald is een flexibele kabel met aan beide kanten een naaldpunt. Je kunt er in de ronde mee breien, zoals een trui of muts, maar ook heen en weer, waarbij het gewicht van een groot stuk op de kabel rust en niet op je polsen. Daarom zijn rondbreinaalden ook voor deken en grote sjaals favoriet. Meer daarover bij breien op rondbreinaald.

    Sokkennaalden

    Dit is een set van vier of vijf korte naalden zonder knop, waarmee je in de ronde breit, bijvoorbeeld sokken of mouwen. Wikipedia noemt de variant met vier naalden zonder knoppen voor rondbreien. Het kost even oefening om de steken te verdelen. Een rondbreinaald met een korte kabel kan dezelfde klus doen.

    Hulpnaalden en kabelnaalden

    Een extra naald, vaak kort en gebogen, houdt een paar steken vast als je kabels breit. Wikipedia noemt dit onder de hulpnaalden.

    Breinaalden zonder knop

    Breinaalden zonder knop zijn spitse naalden aan beide kanten. Je gebruikt ze in sets van vier of vijf voor de ronde, of vervangt er een verloren naald mee. Voor beginners die heen en weer breien, zijn naalden met knop veiliger.

    Maten: welke breinaald past bij welk garen?

    De maat van een breinaald is de diameter in millimeters. Volgens Wikipedia loopt die van ongeveer 2 mm voor fijn garen tot 25 mm voor de dikste wol, en zit er tot de dunste naalden een stap van 0,5 mm. De maat staat meestal op de knop. Zonder knop meet je met een naaldmaat.

    Breinaalden in oplopende dikte naast een naaldenmeter
    Hoe dikker het garen, hoe dikker de naald.

    Als richtlijn:

    NaaldmaatGarenVoorbeeld
    2 tot 3 mmfijn, sokkenwolsokken, baby
    3,5 tot 5 mmmiddeldiksjaal, vest, trui
    5,5 tot 8 mmdikmuts, snelle projecten
    9 mm en meerextra dikdekens, kussens

    Het garenlabel geeft de aanbevolen maat. Brei je strak, dan kun je volgens Wikipedia een iets grotere naald nemen. Check het altijd met een stekenproef van 10 bij 10 cm, zoals bij breipatronen.

    Materiaal: hout, bamboe, aluminium of plastic

    Het materiaal bepaalt hoe je werk voelt.

    Breinaalden van hout, aluminium en kunststof naast elkaar
    Hout geeft grip, aluminium glijdt snel.
    • Hout en bamboe. Warm in de hand en een beetje stroef. Wikipedia noemt ze geschikt voor beginners en voor glibberig garen. Ze zijn licht en breken niet snel. Een nadeel is dat ze sneller verslijten en bij dunne maten kunnen breken.
    • Aluminium. Glad en sterk. Het garen glijdt snel, wat voor ervaren breisters prettig is. Als beginner glijden steken er sneller af.
    • Plastic. Licht en goedkoop. Kies kwaliteit, want goedkoop plastic kan buigen of statisch worden.
    • Staal. Wordt vooral gebruikt voor zeer dunne naalden.

    Beginners kiezen meestal bamboe of hout, omdat de steken minder snel van de naald glijden.

    Breinaalden voor beginners: wat heb je nodig?

    Wie breinaalden voor beginners zoekt, kan met weinig beginnen:

    1. Een paar rechte naalden van 4 tot 6 mm in bamboe of hout. Welke breinaalden voor beginners het best zijn, hangt af van je garen, maar 5 mm is een veilige middenmaat.
    2. Middeldik, glad garen in een lichte kleur.
    3. Een stoppennaald om eindjes weg te werken.
    4. Een schaar en een rolmaat.
    5. Een rijenteller en een paar steekmarkeerders zijn handig maar niet nodig.

    Kies voor je eerste breiwerk een simpel patroon zoals een sjaal, zodat je alleen steken oefent. Meer over opzetten lees je bij breien opzetten steken.

    Breinaalden kopen: sets en opbergen

    Wil je breinaalden kopen, dan heb je de keuze uit losse paren en complete sets. Een breinaalden set bevat meestal meerdere maten, vaak met een etui. Handig als je nog niet weet welke maat je het meest gebruikt, maar je betaalt vaak voor maten die je nooit pakt. Een breinaalden etui of koker houdt alles bij elkaar. Je koopt breinaalden bij een speciaalzaak, bij grote ketens als Action, HEMA, Zeeman en Wibra, en online. Een winkel met advies helpt als je twijfelt over de maat.

    Een paar tips om te letten bij het kopen:

    • Check de punt. Een te scherpe punt splijt garen, een te stompe punt maakt het breien lastig.
    • Check de overgang van de kabel bij rondbreinaalden: die moet glad zijn, anders blijven steken haken.
    • Check de knop. Die moet stevig zitten.
    • Neem een extra maat mee. Dan kun je een stekenproef met twee maten maken.

    Zorg voor je breinaalden

    Houd naalden droog en schoon. Bamboe en hout poets je af met een droge doek, en een beetje meubelwas maakt ze glad. Bewaar ze plat of in een koker, zodat ze niet buigen. Rondbreinaalden bewaar je zo recht mogelijk, want een kabel die krult is lastig te gebruiken. Een kort stukje onder warm water kan een gekrulde kabel weer wat soepeler maken.

    Welke breinaalden voor welk project?

    Een paar voorbeelden helpen bij het kiezen van je breinaalden:

    • Sjaal. Rechte breinaalden van 5 tot 6 mm met middeldik garen. Voor een lange sjaal is een rondbreinaald prettiger, omdat het gewicht op de kabel rust.
    • Muts. Een rondbreinaald met een korte kabel van 40 cm of een set sokkennaalden, in de maat die op het garen staat. Voor de boord neem je vaak een maat kleiner.
    • Trui. Een rondbreinaald voor het lijf en de mouwen, met een kabel in de lengte die bij de omtrek past. Voor de boorden een maat kleiner.
    • Sokken. Sokkennaalden of een rondbreinaald van 2 tot 3 mm, met sokkenwol.
    • Deken. Een lange rondbreinaald van 6 mm of meer. Een rechte naald houdt het gewicht niet bij.
    • Dishcloth. Rechte naalden van 4 tot 5 mm met katoen.

    Dit zijn richtwaarden. Kijk voor het exacte advies altijd op het label en maak een stekenproef.

    Uitwisselbare breinaalden

    Bij uitwisselbare breinaalden draai je losse naaldpunten op een kabel naar keuze. Zo heb je met een set punten en een paar kabels veel combinaties. Dat is flexibel en neemt minder ruimte in dan tientallen vaste naalden. Het is voor beginners niet nodig, maar als je merkt dat je veel breit, kan het de moeite waard zijn. Controleer bij het kopen of de verbinding glad is en niet losdraait tijdens het breien.

    Veelgemaakte fouten met breinaalden

    • Een te dikke naald als beginner. Dikke naalden geven een los werk en gaten tussen de steken.
    • Alles op rechte naalden willen breien. Een grote deken past er niet op en is zwaar voor je polsen.
    • Glad aluminium met glad garen. Dan glijden steken vanzelf van de naald. Kies voor glad garen hout of bamboe.
    • Een stekenproef overslaan. Ook de juiste breinaalden geven een andere maat als je strak of los breit.
    • Naalden in een tas gooien. De punt breekt of buigt. Gebruik een etui of koker.

    Breinaalden en je houding

    Een goede houding voorkomt pijn in polsen en schouders. Houd je schouders ontspannen, laat het werk op schoot rusten en pak de naald niet te stevig vast. Voor lange sessies zijn lichte bamboe naalden of een rondbreinaald prettiger, omdat het gewicht van het werk niet aan je handen hangt. Neem na een uur pauze en strek je vingers.

    Veelgestelde vragen over breinaalden

    Welke breinaalden zijn het best voor beginners?

    Rechte naalden van 4 tot 6 mm in bamboe of hout, met middeldik garen. Hout en bamboe zijn een beetje stroef, waardoor de steken minder snel afglijden.

    Wat betekent het getal op een breinaald?

    Het getal is de diameter in millimeters. Een naald van 4 mm is 4 mm dik. Het staat meestal op de knop. Dunne naalden gaan in stappen van 0,5 mm.

    Wat is het verschil tussen rechte breinaalden en een rondbreinaald?

    Rechte naalden gebruik je voor heen-en-weer breien van kleinere stukken. Een rondbreinaald heeft een kabel en kan zowel in de ronde als heen en weer worden gebruikt. Bij grote stukken draagt de kabel het gewicht.

    Hoeveel breinaalden heb ik nodig?

    Voor de meeste projecten twee naalden, of één rondbreinaald. Voor sokken in de ronde gebruik je een set van vier of vijf, of een rondbreinaald met een korte kabel.

    Welke maat breinaald hoort bij welk garen?

    Op het garenlabel staat de aanbevolen maat. Als vuistregel: sokkenwol 2 tot 3 mm, middeldik 4 tot 5 mm, dik 6 tot 8 mm. Maak altijd een stekenproef.

    Mag ik breinaalden mee in het vliegtuig nemen?

    Regels verschillen per luchtvaartmaatschappij en luchthaven. Controleer die vooraf. Bamboe en plastic naalden zijn vaak minder problematisch dan metalen.

    Is een breinaalden set de moeite waard?

    Als je meerdere maten nodig denkt te hebben wel. Je betaalt per naald minder. Heb je nog maar één project, dan is een los paar prima.

    Wat doe ik als mijn breinaald verbogen is?

    Een licht verbogen bamboenaald kun je voorzichtig recht drukken, maar bij een scheur vervang je hem. Gebruik een gebogen metalen naald niet verder, want de steken blijven haken.

    Verder lezen

  • Breipatronen: zo vind je het juiste patroon en lees je het

    Breipatronen: zo vind je het juiste patroon en lees je het

    Een breipatroon is een stap-voor-stap beschrijving van wat je breit: welk garen, welke naalden, hoeveel steken je opzet en wat je per rij doet. Breipatronen vind je gratis op websites van garenmerken, in blogs en in boeken en tijdschriften. Als beginner kies je een patroon met rechte steken, weinig mindering en middeldik garen, zoals een sjaal of een eenvoudige muts.

    Wie voor het eerst een breipatroon openslaat, ziet een rij letters en cijfers die op een geheimtaal lijkt. Dat valt mee. Met een handvol afkortingen en de juiste volgorde is bijna elk patroon te volgen. Hieronder lees je waar je breien patronen gratis vindt, wat er in een patroon staat, hoe je het leest en hoe je een patroon aanpast. Wil je eerst de basis? Begin bij haken en breien en breien.

    Kort samengevat

    • Een breipatroon noemt garen, naaldmaat, stekenproef, het opzetten en elke rij of toer.
    • Begin met een sjaal, dishcloth of eenvoudige muts, en ga daarna naar een trui.
    • Maak altijd eerst een stekenproef van 10 bij 10 cm.
    • Afkortingen als r (recht), av (averecht) en meer (meerderen) staan in het patroon uitgelegd.
    • Gratis patronen vind je bij garenmerken, blogs en bibliotheken.

    Waar vind je breipatronen gratis?

    Er zijn genoeg plekken om breien patronen gratis te vinden. Een paar vaste adressen:

    • Garenmerken. Veel merken publiceren gratis patronen die bij hun garen horen. Daar staat meteen welk garen en welke naaldmaat je nodig hebt. Meer over de patronen van een bekend merk lees je bij breipatronen Drops.
    • Blogs en YouTube. Persoonlijke blogs hebben vaak patronen met foto’s of video’s, wat voor beginners fijn is.
    • Bibliotheek. Je kunt boeken en tijdschriften lenen, zodat je kunt zien of een patroon je ligt voordat je iets koopt.
    • Gemeenschappen. Op platforms voor breisters deel je patronen en vraag je advies.

    Let op de kwaliteit. Een goed patroon heeft een maattabel, een stekenproef, een garenopgave en foto’s van het resultaat. Ontbreekt een van die dingen, kies dan liever een ander patroon.

    Wat staat er in een breipatroon?

    Een volledig breipatroon bestaat uit een aantal vaste onderdelen:

    Een breipatroon op papier met naalden en wol
    Een patroon begint met materiaal, stekenproef en maat.
    1. Materiaal. Soort garen, aantal meters of bollen en de naaldmaat. Lees meer bij breinaalden.
    2. Stekenproef. Het aantal steken en toeren op 10 bij 10 cm. Volgens Wikipedia over breien maken breisters een proeflapje van ongeveer 10 bij 10 cm om de maat te plannen.
    3. Maten. Een tabel met afmetingen, bijvoorbeeld S tot XL.
    4. Afkortingen. Een lijst die uitlegt wat r, av, mind en meer betekenen.
    5. De beschrijving. Opzetten, de rijen, mindering en afhechten.
    6. Afwerking. Hoe je het werk samennaait, blokt en weghecht.

    Afkortingen in breipatronen

    Dit zijn de afkortingen die je het vaakst tegenkomt in Nederlandse breipatronen:

    AfkortingBetekenis
    rrechte steek
    avaverechte steek
    omslomslag
    meermeerderen
    mindminderen
    ststeek(en)
    nldnaald
    herhherhalen

    Bij een ribbelsteek brei je elke naald recht. Bij tricotsteek brei je een rij recht en een rij averecht. Een boordsteek wisselt rechte en averechte steken af en rekt meer, zodat het geschikt is voor manchetten en boorden. Dit beschrijft Wikipedia ook bij breien.

    Zo lees je een breipatroon

    Neem een patroon en loop het eerst helemaal door voordat je begint. Zo kom je niet halverwege voor verrassingen te staan.

    1. Lees het patroon van boven naar beneden, ook de afwerking.
    2. Haal je materiaal in huis en let op het badnummer van het garen.
    3. Maak de stekenproef en pas je naaldmaat aan als het afwijkt.
    4. Zet het aantal steken op. Hoe dat gaat, lees je bij breien opzetten steken.
    5. Werk rij voor rij en vink af wat je gedaan hebt, bijvoorbeeld met een rijenteller.
    6. Herhalingen staan tussen sterretjes of haakjes. “2 r, 2 av herhalen tot het einde” betekent dat je dat stukje tot het eind van de rij blijft herhalen.

    Een goed hulpmiddel is een rijenteller of een potlood waarmee je afstreept wat je hebt gebreid. Als het eens misgaat, haal je het stuk gewoon uit en begin je opnieuw. Dat hoort erbij.

    Breipatronen voor beginners

    Kies als beginner een patroon met weinig variatie. Goede eerste projecten zijn:

    • Een sjaal in ribbelsteek. Alleen rechte steken, geen mindering, gelijk resultaat.
    • Een dishcloth of lapje. Klein en snel klaar, en handig om steken te oefenen.
    • Een eenvoudige muts. Rechte steken en een boord, in de ronde gebreid of met een naad.
    • Een baby deken of vestje. Gratis breien voor baby patronen zijn er veel, maar kies een zacht garen en let op de wasbaarheid.

    Wil je een trui breien voor beginners? Begin met een patroon dat uit rechte stukken bestaat, zonder ingewikkelde mindering of raglan. Een trui breien voor beginners patronen zijn doorgaans in een grove steek en met dik garen, zodat het snel vordert.

    Moeilijkere breipatronen: kabels en jacquard

    Als je de basis kent, kun je verder. Kabels ontstaan doordat je steken tijdelijk op een hulpnaald zet en in een andere volgorde breit, zodat er een gedraaid patroon ontstaat. Wikipedia noemt dit ook bij de technieken van het breien.

    Gebreide kabels met een kabelnaald ernaast
    Kabels ontstaan door steken tijdelijk op een hulpnaald te zetten.

    Jacquard breien patronen gebruiken twee of meer kleuren in één rij, met een motief dat je op een grafiek volgt. Je neemt de ongebruikte kleur mee achter je werk. Houd de draad niet te strak, anders trekt het werk samen. Begin met een klein motief, zoals een rand op een muts.

    Stekenproef maken, stap voor stap

    Veel breisters slaan de stekenproef over, en veel breisters breien daarna een trui die niet past. Het kost maar een half uur.

    Een stekenproef die met een liniaal wordt opgemeten
    Tel steken en rijen over 10 centimeter.
    1. Zet 10 tot 20 steken meer op dan het patroon voor 10 cm opgeeft, zodat de randen niet meetellen.
    2. Brei minstens 12 cm in de steek van het patroon, met dezelfde naalden en hetzelfde garen.
    3. Leg het lapje plat, zonder te rekken, en tel de steken en toeren op 10 bij 10 cm.
    4. Heb je meer steken dan in het patroon, dan brei je te los of te strak, afhankelijk van de richting. Gebruik dan een dikkere naald bij te veel steken en een dunnere naald bij te weinig.
    5. Was het lapje zoals je het eindwerk gaat wassen. Garen kan krimpen of rekken, en dat wil je vooraf weten.

    Zo komt je werk uit op de maat waarvoor je breipatronen zijn bedoeld.

    Veelgemaakte fouten met breipatronen

    • Het patroon niet eerst helemaal lezen. Je mist dan dat er halverwege mindering komt of dat je een ander soort steek nodig hebt.
    • De verkeerde maat kiezen. Kijk naar de afmetingen in centimeters, niet naar het label S of M. Meet een trui die goed zit en vergelijk.
    • Rijen niet bijhouden. Gebruik een rijenteller of een streepjeslijst.
    • Garen en naalden vervangen zonder proef. Daardoor klopt de rest van het patroon niet meer.
    • Een patroon kiezen dat te moeilijk is. Een eerste trui met kabels, mindering en kleurwerk is een recept voor frustratie. Bouw het op.

    Breipatronen voor baby’s

    Breien voor baby gratis patronen zijn populair, want baby’s groeien snel en een klein project is snel af. Let op een paar dingen: kies een zacht garen dat tegen een wasbeurt kan, zet geen kleine knoopjes of versieringen vast die los kunnen raken en brei strakker dan bij volwassenen, zodat er geen grote gaten ontstaan waar vingertjes in blijven haken. Een eenvoudig vestje of een deken in ribbelsteek is een prima start.

    Hoe kies je goede breipatronen?

    Niet alle breipatronen zijn even goed uitgewerkt. Let bij het kiezen op een paar kenmerken. Een betrouwbaar patroon heeft een duidelijke stekenproef, geeft de afmetingen in centimeters en laat een foto van het eindresultaat zien, het liefst op een echt persoon of op een plat gelegd stuk. Reacties van andere breisters helpen: staat er veel kritiek op de telling van de steken, dan loont het om een ander patroon te zoeken.

    Kijk ook naar het niveau. Veel websites geven breipatronen een moeilijkheidsgraad, van beginner tot gevorderd. Een beginnerspatroon beschrijft elke stap, een gevorderd patroon neemt basiskennis aan. Kies je eerste breipatronen op beginnersniveau en ga pas verder als je rechte en averechte steken, opzetten en afhechten zonder nadenken kunt.

    Breipatronen bewaren en ordenen

    Wie vaak breit, verzamelt snel een stapel breipatronen. Bewaar ze in een map of digitaal per soort, bijvoorbeeld sjaals, truien en baby. Schrijf op het patroon welk garen en welke maat je hebt gebruikt en wat je anders zou doen. Zo bouw je een eigen archief met breipatronen dat bij elk volgend project helpt, en kun je een patroon dat goed uitpakte makkelijk opnieuw breien.

    Een breipatroon aanpassen

    Wil je een patroon in een andere maat of met ander garen? Reken dan met je stekenproef.

    • Andere maat. Deel de gewenste breedte in centimeters door de steken per 10 cm uit je proeflapje.
    • Ander garen. Kies een garen met ongeveer dezelfde stekenproef als het patroon, anders pas je het aantal steken aan.
    • Langer of korter. Pas het aantal toeren aan met de toeren per 10 cm uit je proeflapje.

    Schrijf wijzigingen op, zodat je dezelfde aanpassing bij een volgend project kunt gebruiken.

    Een breipatroon lezen op papier of op scherm

    Print een patroon liever uit als je het zowel thuis als op reis breit. Maak notities in de kantlijn en gebruik markeerstiften om de maat te markeren die je breit. Op een tablet kun je inzoomen en markeringen toevoegen, maar je rijen bijhouden is op papier voor veel mensen eenvoudiger.

    Veelgestelde vragen over breipatronen

    Waar vind ik breipatronen gratis?

    Op de websites van garenmerken, op blogs, op video-kanalen en in bibliotheken. Veel garenmerken bieden hun patronen gratis aan, met de garenopgave erbij.

    Welke breipatronen zijn goed voor beginners?

    Eenvoudige patronen met rechte steken: een sjaal, dishcloth of muts. Kies middeldik garen en naalden van 4 tot 6 mm, zodat je de steken goed ziet.

    Wat betekent r en av in een breipatroon?

    R staat voor een rechte steek en av voor een averechte steek. Samen vormen ze de basis van tricot, ribbel en boordsteek.

    Waarom moet ik een stekenproef maken?

    Elke breister breit net iets strakker of losser. Met een lapje van 10 bij 10 cm weet je of jouw steken passen bij de maat in het patroon.

    Kan ik een breipatroon met mijn eigen garen breien?

    Kies garen met dezelfde stekenproef als het patroon. Wijkt jouw lapje af, probeer dan een dikkere of dunnere naald, of herreken het aantal steken.

    Waar vind ik breipatronen van Drops?

    Op de website van het merk zelf. Lees op de patroonpagina welk garen erbij hoort en of het patroon gratis is, want de hoeveelheid garen hangt van het gekozen garen af.

    Hoe lees ik een grafiek in een jacquardpatroon?

    Elk vakje is een steek, elke kleur een garenkleur. Lees de rijen van onder naar boven, en bij heen en terug gebreide rijen afwisselend van rechts naar links en van links naar rechts.

    Kan ik een breipatroon ook voor haken gebruiken?

    Nee. Breien en haken hebben een andere opbouw. Een haakpatroon vind je bij onze uitleg over haken patronen.

    Verder lezen

  • Een sjaal breien voor beginners: stappenplan met patroon

    Een sjaal breien voor beginners: stappenplan met patroon

    Een sjaal breien doe je met een rechthoek in ribbelsteek: zet 30 tot 40 steken op, brei elke rij rechts tot je sjaal ongeveer 150 tot 180 cm lang is en kant dan af. Met twee naalden van 6 tot 8 mm en zo’n 300 gram dikke wol is hij in een paar weken af, ook als je net begonnen bent met breien.

    De sjaal is zo’n populair beginnersproject omdat je er niets bij hoeft te leren behalve de basis. Je hoeft niet te minderen, niet te meerderen en niet rond te breien. Elke rij is hetzelfde, dus je handen leren het vanzelf. Heb je nog nooit gebreid? Lees dan eerst onze gids over breien, met de rechte steek en het opzetten uitgelegd. Hieronder staat alles wat je nodig hebt voor je eerste sjaal breien.

    Kort samengevat

    • Zet 30 tot 40 steken op met naalden van 6 tot 8 mm en dikke wol.
    • Brei elke rij rechts: dit heet ribbelsteek en rolt niet op.
    • Een volwassenensjaal is 150 tot 180 cm lang en 20 tot 25 cm breed.
    • Rekenen: ongeveer 300 gram dikke wol voor een sjaal van die maat.
    • Kant los af en werk de draden weg aan de achterkant.

    Wat heb je nodig om een sjaal te breien?

    De benodigdheden voor een sjaal breien zijn kort:

    • Wol of garen. Voor een warme sjaal neem je dikke wol of een mix van wol en acryl. Een gladde draad is makkelijker dan een pluizige. Heb je dik garen, dan breit de sjaal snel. De Craft Yarn Council noemt in zijn overzicht van garengewichten voor dik garen (bulky) naalden van 5,5 tot 8 mm, en voor extra dik garen 8 tot 12,75 mm.
    • Breinaalden. Een paar rechte naalden van 6 tot 8 mm, van hout of bamboe, is prettig voor beginners. Alles over de soorten lees je bij breinaalden.
    • Een stopnaald. Om de draden aan het eind weg te werken.
    • Een schaar en een meetlint. Om de lengte te controleren.

    Hoeveel garen je nodig hebt hangt af van de dikte. Een sjaal van 20 cm breed en 160 cm lang in dikke wol kost ongeveer 250 tot 300 gram. Kies je dunner garen, dan heb je meer meters nodig maar misschien minder gram. Koop de wol het liefst in één keer, want kleur kan per partij verschillen. Meer over garen kiezen lees je bij wol kopen.

    Welke steek kies je voor je sjaal?

    De steek bepaalt hoe je sjaal eruitziet en voelt. Voor een eerste sjaal zijn er drie logische keuzes.

    Drie proeflapjes in ribbelsteek, boordsteek en tricotsteek
    Ribbelsteek, boordsteek en tricotsteek naast elkaar.

    Ribbelsteek

    Alle rijen rechts. Het resultaat is een stevig, dik en elastisch werk met horizontale ribbels. Het rolt niet op en ziet er aan beide kanten hetzelfde uit. Dit is dus de beste keuze voor een eerste sjaal, en wat we in het patroon hieronder gebruiken.

    Boordsteek

    Twee rechts, twee averechts, steeds afwisselend. Rekbaar, mooi, en je sjaal wordt smaller dan hij is opgezet. De Wikipedia-pagina over breien beschrijft de boordsteek als elastisch, en dat maakt hem goed om om je nek te slaan. Hij vraagt wel meer aandacht, omdat je steeds van steek wisselt.

    Tricotsteek met boordje

    Een rij rechts, een rij averechts. Gladde V-vormen aan de voorkant. Het werk rolt op aan de randen, dus brei je een rand van vijf steken ribbelsteek aan beide kanten of een stuk ribbelsteek aan de uiteinden. Mooi, maar iets lastiger voor een eerste keer.

    Patroon: eenvoudige sjaal in ribbelsteek

    Dit is een patroon dat je kunt aanpassen aan je eigen garen.

    Materiaal: dikke wol (ongeveer 300 gram), naalden van 7 mm, een stopnaald.
    Afmeting: ongeveer 22 cm breed en 170 cm lang.
    Steekproef: 10 steken en 20 rijen is ongeveer 10 cm, maar dit hangt van jouw spanning af. Brei eerst een proeflapje.

    1. Zet 30 steken op. Hoe je dat doet, staat bij breien opzetten en steken.
    2. Brei elke rij rechts. Draai je werk aan het eind van elke rij om.
    3. Ga zo door tot de sjaal 170 cm lang is. Meet af en toe met een meetlint, en leg je werk niet te strak tegen de maat.
    4. Kant alle steken los af.
    5. Werk de draden weg.

    Dat is alles. Het patroon heeft geen minderen en meerderen, dus je hoeft niets te tellen behalve het aantal steken per rij. Wil je een ander patroon of meer ideeën? Kijk dan bij breipatronen en lees in breipatroon hoe je er een goed leest.

    Tip: gebruik een stekenmarkeerder of een gekleurd draadje om de voorkant van je werk te markeren. In ribbelsteek zie je bijna geen verschil tussen voor- en achterkant, en zo weet je altijd waar je bent.

    Zo pas je de maat aan

    Je sjaal hoeft niet precies zo groot te zijn als het patroon. Dit zijn de vuistregels:

    • Breder of smaller: tel 10 steken erbij of af voor ongeveer 3 tot 4 cm bij dikke wol. Gebruik altijd een even getal, zodat de rand mooi uitkomt.
    • Langer of korter: een korte sjaal voor kinderen is 100 tot 120 cm, een lange sjaal die je twee keer om je nek slaat 200 cm of meer.
    • Dunner garen: zet meer steken op. Met middeldikke wol en naalden van 4 tot 5 mm heb je ongeveer 45 tot 55 steken nodig voor 20 cm.
    • Dikker garen: minder steken en dikkere naalden. Een chunky sjaal is soms al met 15 steken breed genoeg.

    Vergeet niet dat het werk iets uitrekt als je het gaat dragen. Een sjaal die op de tafel strak lijkt, hangt na een dag aan je nek wat losser.

    Je sjaal afkanten en afwerken

    Kant je werk af zodra de lengte klopt:

    Een afgewerkte sjaal in ribbelsteek met breinaalden en stopnaald
    Een sjaal in ribbelsteek is vlak en elastisch.
    1. Brei twee steken rechts.
    2. Haal de eerste steek over de tweede heen.
    3. Brei een nieuwe steek en herhaal.
    4. Bij de laatste steek knip je de draad af, laat een uiteinde van 15 cm hangen en haal de draad door de lus.

    Kant je te strak af, dan trekt de rand aan en wordt de sjaal aan een kant smaller. Houd je draad dus losjes. Gebruik eventueel een dikkere naald om af te kanten.

    Werk de draden weg door ze met een stopnaald een paar centimeter door de steken aan de achterkant te halen. Haal ze twee keer heen en terug, zodat ze niet loskomen. Spoel je sjaal licht uit en leg hem plat te drogen als het garen dat toestaat. Dat maakt de steken net een tikje gelijkmatiger.

    Franjes toevoegen

    Een franje maakt je sjaal af. Knip stukjes garen van ongeveer 25 cm, vouw ze dubbel en haal de lus met een haaknaald door de rand van de sjaal. Trek de uiteinden door de lus en haal aan. Zet de franjes steeds op dezelfde afstand van elkaar, bijvoorbeeld om de twee steken. Gebruik hiervoor een haaknaald. Knip daarna de uiteinden gelijk.

    Het uiteinde van een gebreide sjaal met franjes
    Franjes maken de sjaal af.

    Veelgemaakte fouten bij een sjaal breien

    • Het aantal steken verandert. Je trekt per ongeluk een steek mee of breit er een dubbel. Tel na elke tien rijen.
    • De randen worden golvend. Je breit te strak of te los aan het begin en eind van de rij. Houd je spanning gelijk.
    • De sjaal wordt te kort. Je werk lijkt langer dan het is zolang het in elkaar zit. Meet als je werk plat op tafel ligt.
    • Te weinig wol. Koop altijd een bol extra, zodat je niet een tweede partij nodig hebt.
    • Een gat in je werk. Een gevallen steek. Haal hem met een haaknaald terug omhoog.

    Wat brei je daarna?

    Heb je je eerste sjaal af, dan zijn er veel logische vervolgstappen. Een muts in dezelfde steek gebruikt dezelfde wol. Een colsjaal is een sjaal die je aan elkaar naait tot een lus. En wil je iets uitdagenders, dan zijn er patronen met kabels of kleurwisselingen. Een grotere stap is een trui breien. Leuk om te weten: veel breiers leren daarna ook haken voor knuffels en dekens.

    Veelgestelde vragen over een sjaal breien

    Hoeveel steken zet ik op voor een sjaal?

    Voor dikke wol en naalden van 7 mm zet je ongeveer 30 steken op voor een breedte van 20 tot 22 cm. Brei eerst een proeflapje, want elke breier heeft een eigen spanning. Tel het aantal steken per 10 cm en reken daarmee uit hoeveel je nodig hebt.

    Hoeveel wol heb je nodig voor een sjaal?

    Voor een sjaal van 20 cm breed en 170 cm lang in dikke wol heb je ongeveer 250 tot 300 gram nodig. Dunner garen vraagt meer meters. Controleer altijd de lengte in meters op het bandje, en koop er een bol bij.

    Welke steek is het best voor een sjaal voor beginners?

    De ribbelsteek, waarbij je elke rij rechts breit. Hij rolt niet op, ziet er aan beide kanten hetzelfde uit en is stevig. Wil je iets rekbaarders, probeer dan de boordsteek.

    Welke breinaalden gebruik ik voor een sjaal?

    Voor dikke wol naalden van 6 tot 8 mm, voor middeldikke wol 4 tot 5 mm. Kies de maat die op het bandje van het garen staat, en ga een maat omhoog als je strak breit.

    Hoe lang duurt het om een sjaal te breien?

    Een beginner doet er twee tot vier weken over, bij een paar uur per week. Met dikke wol en grote naalden gaat het sneller. Reken op ongeveer een uur per 10 tot 15 cm.

    Hoe voorkom ik dat mijn sjaal oprolt?

    Brei in ribbelsteek, boordsteek of rijstkorrelsteek. Een sjaal in tricotsteek rolt op, tenzij je er aan beide kanten een boordje van ribbelsteek aan breit.

    Kan ik een sjaal breien met een rondbreinaald?

    Ja, maar dan breit hij als een koker, een colsjaal. Je zet de steken op en breit rond zonder werk te draaien. Voor een gewone sjaal met een begin en een eind zijn rechte naalden het makkelijkst.

    Hoe was ik een gebreide sjaal?

    Kijk op het bandje van de wol. Veel wol kun je op de wolwas wassen op 30 graden, in een waszak, en plat laten drogen. Wring de sjaal niet uit, want dan trekt hij uit zijn vorm.

    Verder lezen

    Wil je meer weten over breien na je eerste sjaal? Dan zijn dit goede volgende pagina’s:

  • Breien: steken opzetten in 3 methodes, stap voor stap uitgelegd

    Breien: steken opzetten in 3 methodes, stap voor stap uitgelegd

    Breien opzetten steken doe je door een rij lussen op je breinaald te maken, zodat je de eerste echte rij kunt breien. De drie bekendste manieren zijn de opzet met één naald, de kabelopzet en de opzet met een lange draad. Voor beginners is de opzet met één naald het makkelijkst, voor een mooie, stevige rand kies je de kabelopzet.

    Hoeveel steken je nodig hebt, hangt af van de breedte van je werk en van je proeflapje. In deze uitleg over breien steken opzetten lees je hoe elke methode werkt, welke je waarvoor gebruikt en wat je doet als je rand te strak of te los wordt. Nog nooit gebreid? Begin dan bij onze gids over breien en de pijler haken en breien.

    Kort samengevat

    • Een rij opgezette steken is de basis van je breiwerk: elke lus is één steek.
    • Beginners starten het best met de opzet met één naald: één draad, geen rekenwerk.
    • De kabelopzet geeft een stevige, strakke rand, de lange draad een rekbare.
    • Zet altijd een steek of twee meer op dan je nodig hebt, en tel daarna na.
    • Zet je op met een naald die een maat dikker is, dan wordt je rand minder strak.

    Wat betekent steken opzetten bij breien?

    Breien is volgens de Nederlandstalige Wikipedia een techniek waarbij garen met twee of meer naalden tot textiel wordt verwerkt. Elke lus op die naald is een steek. Voordat je kunt breien, moet er dus een eerste rij lussen op de naald staan. Dat is wat breien opzetten steken inhoudt: je maakt de startrij van je breiwerk.

    De opzetrand is meer dan alleen een start. Hij bepaalt hoe je werk onderaan aanvoelt. Een strakke opzet zorgt voor een rand die niet meegeeft, wat lastig is bij een sok of mouwboord. Een losse opzet geeft een rand die uitrekt en soms uitgerold ligt. Daarom kies je de opzet bij het project dat je gaat breien. Weet je al welke naald je nodig hebt? In onze uitleg over breinaalden vind je de maten.

    Hoeveel steken moet je opzetten?

    Het aantal steken bepaalt de breedte van je werk. Je rekent het zo uit:

    1. Haak of brei eerst een proeflapje van ongeveer tien bij tien centimeter in het patroon dat je gaat gebruiken.
    2. Tel hoeveel steken er in tien centimeter zitten.
    3. Deel dat getal door tien. Dat is het aantal steken per centimeter.
    4. Vermenigvuldig met de breedte van je werk in centimeters.

    Heb je bijvoorbeeld twintig steken per tien centimeter, en wil je een sjaal van twintig centimeter breed, dan zet je veertig steken op. Past je patroon een bepaald aantal steken, zoals een herhaling van vier, dan rond je af op dat getal. Een patroon geeft het aantal steken bijna altijd zelf aan, dus je hoeft het alleen uit te rekenen als je een eigen ontwerp maakt. Meer over het lezen van patronen vind je in breipatroon en in breipatronen.

    Tip: zet liever twee steken te veel op dan één te weinig. Een steek extra haal je later in de eerste rij eenvoudig weg, terwijl een steek te weinig betekent dat je opnieuw moet beginnen.

    Methode 1: opzetten met één naald

    Dit is de makkelijkste manier. Je hebt maar één draad en één naald nodig, en je hoeft niets uit te rekenen.

    Zo doe je het

    1. Maak een slipknoop en schuif die op je linkernaald. Dit is je eerste steek.
    2. Steek je rechternaald van voor naar achter in de steek.
    3. Leg de draad om de rechternaald en haal een nieuwe lus door.
    4. Zet deze nieuwe lus op de linkernaald, en trek hem niet te strak.
    5. Herhaal vanaf stap 2, nu door de laatste steek.

    Zo groeit je rij steek voor steek. Het resultaat is een elastische rand, handig voor dingen die moeten meegeven.

    Voor- en nadelen

    De opzet met één naald is eenvoudig en vergeeft fouten. Je hoeft geen lengte draad in te schatten. De rand is wel iets losser en minder netjes dan bij andere methodes, en hij is minder geschikt voor boorden. Voor een sjaal of deken is hij prima.

    Methode 2: de kabelopzet

    De kabelopzet geeft een stevige, strakke en nette rand. Veel breiers gebruiken hem als de rand van een trui of vest zijn vorm moet houden. Je zet er steken mee op die netter ogen dan bij de opzet met één naald.

    Breinaald met opgezette steken van crèmekleurige wol
    Een nette opzetrand van gelijkmatige steken.

    Zo doe je het

    1. Zet met de opzet met één naald twee steken op de linkernaald.
    2. Steek de rechternaald niet in de laatste steek, maar tússen de eerste en de tweede steek op de linkernaald.
    3. Leg de draad om de rechternaald en haal een lus door.
    4. Zet de lus op de linkernaald. Je hebt er nu een steek bij.
    5. Steek de rechternaald opnieuw tussen de eerste twee steken en herhaal tot je genoeg steken hebt.

    Doordat je steeds tussen twee steken werkt, krijgt de rand een stevig, gesloten touwtje. Dat is de reden dat hij zo netjes oogt.

    Voor- en nadelen

    Een kabelopzet is minder rekbaar dan de lange draad. Voor een sjaal of de onderkant van een vest is dat fijn. Voor een sokkenboord moet je goed opletten dat hij niet te strak wordt. Zet je te strak op, neem dan voor alleen deze rij een naald van een maat dikker.

    Methode 3: opzetten met een lange draad

    Deze methode gebruikt één draad die je om duim en wijsvinger legt, en geeft een mooie, rekbare rand. Het is de favoriet voor boorden en voor kleding.

    Breinaald met een rij gelijkmatig opgezette steken en een lang draadeinde
    Bij de lange-draadopzet loopt de draad over duim en wijsvinger.

    Zo doe je het

    1. Laat een stuk draad hangen van ongeveer drie keer de breedte van je werk. Dat is je opzetdraad.
    2. Maak een slipknoop en zet die op je rechternaald.
    3. Houd de draad met het korte eind om je duim en het lange eind (van de bol) om je wijsvinger.
    4. Steek de naald onder de draad om je duim, pak de draad van je wijsvinger en haal hem door de lus om je duim.
    5. Laat de duimlus los en trek aan voor een strakke steek.
    6. Herhaal totdat je alle steken hebt.

    Het is even wennen, vooral het ritme van je duim en wijsvinger. Na tien steken gaat het vanzelf. Om te weten hoe lang je draadeind moet zijn, kun je een richtwaarde gebruiken: ongeveer één centimeter draad per steek bij middeldik garen, plus wat extra voor het afhechten. Dat is een schatting, geen vaste regel, want dikker garen heeft meer draad per steek nodig.

    Voor- en nadelen

    De lange-draadopzet geeft een nette, elastische rand en is perfect voor kleding. Het nadeel is dat je de lengte van de draad moet inschatten. Kom je draad tekort, dan moet je opnieuw beginnen. Een veilige oplossing is om een flink stuk extra te laten hangen.

    Welke opzet kies je waarvoor?

    ProjectBeste opzetWaarom
    Sjaal of dekenEén naaldEenvoudig, genoeg rek
    Muts of boordLange draadRekbare rand die meegeeft
    Trui of vestKabelopzet of lange draadStevig of elastisch, naar keuze
    SokkenLange draadRek aan de bovenrand
    ProeflapjeEén naaldSnel en zonder rekenwerk

    Weet je het niet? Kies de lange draad voor alles wat om je lichaam zit en de opzet met één naald voor alles wat plat blijft liggen.

    Breien opzetten steken met één draad of met dubbele draad

    Bij veel opzetmethodes werk je met één draad, maar je kunt ook met een dubbele draad opzetten. Dat geeft een stevigere, dikkere rand die minder snel uitrekt. Je neemt dan twee draden naast elkaar, bijvoorbeeld van het begin en het eind van je bol, en zet beide tegelijk op.

    Een dubbele draad gebruik je voor een rand die veel te verduren krijgt, zoals een muts of een tas. Voor alledaags breiwerk met één draad is hij niet nodig. Zet je met een dubbele draad op, brei dan de eerste rij met één draad door, en laat het tweede eind los hangen om later weg te werken.

    Na het opzetten: de eerste rij breien

    Heb je alle steken opgezet? Tel ze dan, voordat je verder gaat. Het is verleidelijk om meteen door te breien, maar een verkeerd aantal vind je later veel lastiger terug. Daarna gaat de naald met de steken in je linkerhand en begin je de eerste rij.

    Breien na het opzetten van de steken begint meestal met recht breien. Volgens de Nederlandstalige Wikipedia staat bij de ribbelsteek elke steek recht, en bij de tricotsteek wissel je rechte en averechte rijen af. Voor je eerste lapje is de ribbelsteek het makkelijkst. Elke rij is hetzelfde, en je krijgt vanzelf een netjes golvend resultaat.

    Let in de eerste rij op de draadspanning. Veel beginners trekken de eerste rij na het opzetten te strak aan, omdat de opzetrand stevig voelt. Houd de draad net zo los als bij het opzetten. Zo blijft je werk gelijkmatig. Voor het afwerken van je breiwerk en het volgen van een patroon vind je meer in onze pagina over een breipatroon.

    Breien steken opzetten voor beginners: een vaste volgorde

    Als beginner helpt het om een vaste volgorde aan te houden bij het breien opzetten van steken. Zo weet je steeds waar je bent en voorkom je de meeste fouten.

    Kies eerst je garen en naalden. Bij middeldik garen past een naald van 4 tot 5 mm, en de verpakking van het garen geeft een aanbeveling. De maat van een breinaald wordt volgens de Nederlandstalige Wikipedia aangegeven als diameter in millimeters, meestal van 2 tot 15 mm. Zet daarna een proeflapje op met twintig steken, en brei er een tiental rijen in ribbelsteek. Meet het lapje. Past het bij het patroon dat je wilt breien? Dan kun je beginnen aan je echte werk. Zo niet, dan pas je je naalddikte aan.

    Zet vervolgens het echte aantal steken op. Tel na elke tien steken, of leg een steekmarkeerder na elke tien. Dat voelt omslachtig, maar het bespaart je later veel haalwerk. Heb je een patroon met een herhaling van bijvoorbeeld zes steken plus twee randsteken? Rond dan af op het dichtstbijzijnde getal dat past, anders klopt het patroon na een paar rijen niet meer.

    Waarom je opzetrand ertoe doet bij de afwerking

    Een opzetrand is ook later nog zichtbaar. Bij een sjaal ligt hij als eindrand tegen de nek. Bij een muts of trui komt hij als boord rond je hoofd of middel. Je wilt dat hij net zo veel rek heeft als de rest van je werk. Is de opzetrand te strak, dan trekt hij de rest van het werk samen en krijg je een kegelvorm. Is hij te los, dan golft hij.

    Een goede controle is om je werk een keer licht uit te rekken zodra je een paar rijen hebt gebreid. Geeft de rand ongeveer net zo mee als de rest? Dan zit je goed. Zo niet, haal dan de eerste paar rijen uit en zet opnieuw op met een grotere of kleinere naald. Het kost een kwartier en voorkomt dat je tientallen uren in iets steekt waarvan de rand niet goed zit.

    Houd ook rekening met de plek waar je later een boord of een rand aan wilt zetten. Die brei je meestal in een rekbare boordsteek, afwisselend twee rechte en twee averechte steken. De Nederlandstalige Wikipedia noemt de boordsteek rekbaarder dan de tricotsteek en geschikt voor boorden en kragen. Bij een boord werkt een rekbare opzet, zoals de lange draad, het beste.

    Veelgemaakte fouten bij het opzetten

    Te strak opzetten

    De meest voorkomende fout. De steken passen nauwelijks op de naald en de eerste rij is een gevecht. Zet op met een naald die een maat dikker is, of houd de lus losjes tussen de steken.

    Te los opzetten

    Het tegenovergestelde: de rand golft of rekt uit. Gebruik een lange draad of zet met een dunnere naald op.

    De steken zijn gedraaid

    Je naald zit dan achter de steken in plaats van voor. De rij draait en je breiwerk wordt een kronkel. Controleer na het opzetten of alle lussen dezelfde kant op wijzen.

    Het aantal klopt niet

    Tel altijd na. Heb je er een te veel, haal er dan in de eerste rij een af. Mis je er een, begin dan opnieuw of zet er in de eerste rij een bij.

    Veelgestelde vragen over breien opzetten steken

    Hoe zet je steken op bij breien?

    Je maakt een slipknoop, zet die op je naald, en haalt dan steeds een nieuwe lus door de laatste steek heen. Zo bouw je een rij lussen op. Bij de opzet met één naald zet je elke nieuwe lus op de linkernaald. Voor beginners is dit de makkelijkste methode.

    Hoeveel steken moet je opzetten?

    Dat hangt af van de breedte van je werk en van het aantal steken per centimeter in je proeflapje. Deel het aantal steken in tien centimeter door tien, en vermenigvuldig met de gewenste breedte. Het patroon geeft meestal al een aantal.

    Wat is de makkelijkste manier om steken op te zetten?

    De opzet met één naald. Je hebt één draad nodig en hoeft de lengte niet in te schatten. De rand is wat losser dan bij andere methodes, maar voor een sjaal of een proeflapje werkt hij goed.

    Hoe zet je steken op voor beginners?

    Begin met de opzet met één naald. Maak een slipknoop, zet er steek voor steek nieuwe lussen aan toe en tel na. Brei daarna een paar rijen recht om gewend te raken aan het ritme.

    Wat doe je als de opzetrand te strak is?

    Zet op met een naald die een maat dikker is, of werk wat losser. Heb je een strakke rand, dan kun je die niet makkelijk achteraf losser maken, dus begin liever opnieuw. Een kabelopzet is strakker dan een lange draad, dus kies de laatste voor boorden.

    Kun je steken opzetten met een dubbele draad?

    Ja. Je neemt twee draden samen en zet beide tegelijk op. Dat geeft een stevige, dikke rand. Brei de eerste rij daarna met één draad door.

    Hoeveel draad heb je nodig voor de lange-draadopzet?

    Als richtwaarde ongeveer een centimeter draad per steek bij middeldik garen, plus wat extra. Heb je liever zekerheid, dan laat je een flink stuk extra hangen. Dikker garen vraagt meer draad per steek.

    Wat doe je na het opzetten van de steken?

    Tel de steken, controleer of ze niet gedraaid zijn en begin met de eerste rij. De meeste beginners breien recht, in ribbelsteek, en wisselen later naar tricot of ribbels.

    Verder lezen over breien

    Steken opzetten is het begin. Op AYOO lees je verder over alles wat erbij komt kijken.

  • Breien voor beginners: zo leer je breien in 6 stappen

    Breien voor beginners: zo leer je breien in 6 stappen

    Breien is stoffen maken van een draad met twee naalden: je zet een rij lussen op, haalt er telkens nieuwe lussen doorheen en kant het geheel aan het eind af. Wie breien wil leren heeft genoeg aan twee naalden, een bol wol en twee steken, de rechte en de averechtse steek. Met die twee steken breit je al een sjaal, een dishcloth en een muts.

    Heb je nog nooit een naald in je hand gehad? Dan is breien voor beginners makkelijker dan het eruitziet. Je leert in een middag de basis, en na een paar rijen werken je handen vanzelf. Deze gids loopt het hele traject met je door: van de keuze van naalden en wol tot het afkanten van je eerste stuk. Per onderdeel verwijzen we naar een uitgebreidere uitleg, zodat je diep kunt gaan waar je dat wilt.

    Kort samengevat

    • Begin met naalden van 5 tot 6 mm en een gladde, middeldikke wol in een lichte kleur.
    • Je hebt maar twee steken nodig: rechts en averechts.
    • Zet 20 steken op, brei een lapje en kant het af. Dat is je eerste oefenstuk.
    • Een sjaal in ribbelsteek is het ideale eerste project: rechte rijen, geen minderen of meerderen.
    • Telkens als je de steken telt na een paar rijen, vang je fouten op voordat ze groot worden.

    Wat is breien en wat heb je nodig?

    Breien is een van de oudste textieltechnieken die we nog dagelijks gebruiken. Volgens het overzicht op Wikipedia over breien is het waarschijnlijk ontstaan uit nalbinding en ontwikkeld in het Midden-Oosten. De oudste bekende gebreide stukken komen uit Egypte, en de techniek kwam via handel en ambacht in Nederland terecht. Dat je nu nog steeds met twee naalden een trui kunt maken, zegt iets over hoe goed het principe werkt.

    Voor je eerste stuk heb je weinig nodig:

    • Twee breinaalden. Kies naalden van 5 tot 6 mm. Dikke naalden geven grote steken die je goed kunt zien en tellen. Meer over soorten en maten lees je in onze uitleg over breinaalden.
    • Een bol wol of katoen. Kies een gladde draad, niet te donker en zonder pluizige haartjes. Zo zie je je steken en kun je ze terugvinden als je iets loshaalt.
    • Een schaar en een stopnaald. De stopnaald heb je aan het eind nodig om draden weg te werken.
    • Een stekenmarkeerder of een stukje draad. Handig om je begin van de rij te markeren, vooral als je later rond gaat breien.

    Op het bandje van de wol staat welke naaldmaat past. De Craft Yarn Council geeft in zijn overzicht van garengewichten een richtlijn: voor middeldik garen (categorie medium) gebruik je naalden van ongeveer 4,5 tot 5,5 mm, voor dik garen (bulky) 5,5 tot 8 mm. Die waarden zijn richtlijnen, geen wet. Brei je strak, dan neem je een maat groter, brei je los, dan een maat kleiner.

    Stap 1: kies wol die je het leven makkelijk maakt

    Je eerste bol bepaalt voor een groot deel of je plezier hebt in het breien. Een paar vuistregels:

    • Effen en licht. In een donkere draad zie je de lussen niet. Een gemêleerde of pluizige draad verbergt fouten, maar maakt het ook lastig om ze op te sporen.
    • Gedraaid in plaats van los gesponnen. Een draad die uit meerdere dunne draden bestaat, splijt minder snel als je met de naald erdoorheen gaat.
    • Wol, katoen of een mengsel. Wol is elastisch en vergeeft veel. Katoen is stugger en dus iets lastiger voor je handen, maar heel fijn voor een dishcloth. Een mengsel van wol en acryl is makkelijk te wassen.
    • Niet te dun. Dunne sokkenwol is leuk, maar niet voor je eerste dag. Begin dik en ga later terug naar dunner.

    Wil je meer weten over de verschillen, kijk dan bij de uitleg over wol kopen. Je koopt trouwens het liefst een bol extra: kleur en partij verschillen soms, en dan zie je een lijn midden in je werk.

    Stap 2: zet je steken op

    Een eerste rij steken op de naald zetten heet opzetten. Er zijn meerdere methodes, met als bekendste de duimmethode en de gesloten methode. Voor een beginner werkt de duimmethode het prettigst, omdat hij elastisch genoeg is en weinig vraagt van je handen.

    Een rij opgezette steken op een breinaald
    Een rij opgezette steken op de naald.

    Zo werkt de duimmethode in het kort:

    1. Laat een draadeinde achter van ongeveer drie keer de breedte van je werk. Voor 20 steken is dat ruim een meter.
    2. Maak een slipsteek en schuif die op de naald.
    3. Leg het draadeinde om je duim en de draad van de bol over je wijsvinger.
    4. Haal de naald onder de duimlus door, pak de draad van je wijsvinger en trek die door de lus.
    5. Laat de duimlus los en trek aan. Je hebt nu twee steken.
    6. Herhaal tot je 20 steken hebt.

    Het opzetten is het onderdeel waar de meeste beginners op vastlopen, en het levert de meeste vragen op. Daarom staat het stap voor stap uitgelegd in onze gids over breien opzetten en steken, met alle methodes naast elkaar.

    Tip: zet ruimer op dan je denkt. Strak opgezette steken trekken de rand samen en maken het eerste stuk moeilijk te breien. Houd de naald waarmee je opzet een maat dikker, of leg twee naalden naast elkaar.

    Stap 3: brei de rechte steek

    De rechte steek is de basis van alle breiwerk. Je houdt de naald met de opgezette steken in je linkerhand en de lege naald in je rechter. Dan:

    Een lapje in ribbelsteek op twee breinaalden
    Rechte steken in elke rij geven de ribbelsteek.
    1. Steek de rechter naald van voor naar achter in de eerste steek op de linker naald.
    2. Leg de draad van achter naar voren om de rechter naald.
    3. Haal de rechter naald met de draad terug door de steek naar voren.
    4. Schuif de oude steek van de linker naald af.

    Dat is één steek. Herhaal dit tot de linker naald leeg is, draai je werk om en begin opnieuw. Brei je elke rij rechts, dan ontstaat de ribbelsteek: een stevig, plat patroon met horizontale ribbels dat niet omkrult. Dit is de steek die we aanraden voor je eerste sjaal.

    Brei je het eerste stuk, probeer dan om je steken niet te strak aan te trekken. Een losse draad rond de naald is makkelijker te hanteren dan een strakke. Je handen leren vanzelf wat de juiste spanning is. Dat duurt meestal twee of drie rijen.

    Stap 4: brei de averechtse steek

    De averechtse steek lijkt op de rechte steek, maar dan gespiegeld. De draad ligt nu voor de naald in plaats van erachter, en je steekt de naald van achter naar voren in de steek.

    Met de averechtse steek in de buurt van de rechte steek ontstaan alle bekende patronen:

    • Tricotsteek (glad rechts): de ene rij rechts, de andere rij averechts. Aan de voorkant zie je kleine V-vormpjes, aan de achterkant ribbeltjes. Het werk rolt wel op aan de randen, dus je breit er vaak een boordje van een paar rijen ribbel omheen.
    • Boordsteek: twee steken rechts, twee steken averechts, steeds afwisselend. Heel elastisch, dus ideaal voor manchetten, halsboorden en mutsen. De Wikipedia-uitleg noemt de boordsteek precies daarom bij manchetten en halslijnen.
    • Rijstkorrelsteek: een rechte en een averechtse steek afwisselend, met een omgekeerde volgorde in de volgende rij. Ziet er stevig uit en rolt niet op.

    Oefen de averechtse steek eerst op een los lapje van 20 steken en brei hem een paar centimeter. Zo kun je ongestoord leren zonder dat je aan een echt project werkt.

    Stap 5: kant af en werk je lapje af

    Afkanten betekent dat je de steken van de naald afhaalt, zodat het werk niet kan uitrafelen. Zo doe je dat:

    1. Brei twee steken rechts.
    2. Til met de linker naald de eerste steek over de tweede en laat hem vallen.
    3. Brei nog een steek en haal weer de vorige steek eroverheen.
    4. Herhaal tot er één steek op de rechter naald staat.
    5. Knip de draad af met een uiteinde van een paar centimeter, haal hem door de laatste lus en trek aan.

    Kant je af in het patroon, dus rechte steken rechts en averechtse steken averechts, dan blijft de rand mooi elastisch. Kant je te strak af, dan krijgt je werk een trekkende rand. Gebruik dan een grotere naald om af te kanten.

    Werk daarna de draden weg met een stopnaald: steek de draad een paar centimeter heen en weer door de steken aan de achterkant. Niet doorknippen vlak bij de rand, anders komt het los.

    Stap 6: lees je breiwerk en herstel fouten

    Het fijne van breien is dat bijna alles te herstellen is. Een paar fouten komen steeds terug:

    • Een steek erbij of eraf. Tel je steken aan het einde van elke rij of na tien rijen. Heb je er een te veel of te weinig, dan trek je de laatste rijen los.
    • Een gevallen steek. Zie je een gat of een verticale ladder, dan is er een steek van de naald gevallen. Met een haaknaald haal je de steek terug omhoog. Dit is waar een kleine haaknaald handig voor is, ook als je alleen breit.
    • Een draaiende steek. Als je steken er verdraaid uitzien, steek je de naald vanuit de verkeerde kant in. Let op hoe de steek op de naald ligt.
    • Een wisselende spanning. Dat verdwijnt met oefening. Gebruik dezelfde handpositie en til je draad niet steeds anders op.

    Een gevorderde manier om fouten te voorkomen is om je werk te leren lezen. Een rechte steek lijkt een V, een averechtse steek een kleine bult. Als je dat ziet, weet je meteen in welke rij je zit en wat je volgende rij is.

    Welke breistijl past bij jou: Engels of continentaal?

    Er zijn twee manieren om de draad vast te houden. Bij de Engelse stijl hou je de draad in je rechterhand en gooi je hem om de naald. Bij de continentale stijl hou je de draad in je linkerhand en pak je hem met de naald op. Continentaal gaat sneller en is minder vermoeiend voor je pols, zeker bij veel averechte steken. Engels voelt voor veel beginners natuurlijker, omdat je je rechterhand het werk laat doen.

    Probeer beide. Het maakt voor het eindresultaat niet uit, het gaat om wat jouw handen prettig vinden. Merk je dat je handen moe worden, probeer dan de andere stijl.

    Eerste projecten: wat brei je als eerste?

    Een goed beginnersproject gebruikt alleen de basis en geeft snel resultaat. Een paar suggesties, van makkelijk naar iets uitdagender:

    Een gebreid vaatdoekje en een eenvoudige sjaal, beide met alleen rechte steken
    Een vaatdoekje en een sjaal zijn goede eerste projecten.
    1. Een dishcloth of vaatdoekje. Klein, snel af, en als er een fout in zit gebruik je hem gewoon. Katoen is hier ideaal.
    2. Een sjaal in ribbelsteek. Een rechthoek zonder vormgeving. Je leest er alles over in ons stappenplan voor een sjaal breien.
    3. Een muts in boordsteek. Je gaat rond breien met een rondbreinaald of een set van vijf naalden.
    4. Een trui. Dit is het volgende niveau, met minderen, meerderen en een patroon. Alles wat je daarvoor nodig hebt, staat in onze uitleg over een trui breien.

    Wil je een patroon volgen? Dan helpt het om te weten hoe je er een leest. Dat staat uitgelegd in onze pagina over breipatronen, en een breipatroon vinden en kiezen werk je er stap voor stap uit.

    Breien met de hand of met een breimachine?

    Handbreien is het rustigst, en je hebt er niets voor nodig behalve naalden. Een breimachine is een ander verhaal: die breit grote stukken veel sneller, maar vraagt een investering, ruimte op tafel en een leertraject. Voor de meeste mensen die willen ontspannen is handbreien de betere keuze.

    Overweeg je een machine voor veel stukken, bijvoorbeeld voor een kleine verkoop of voor trui na trui, lees dan eerst onze vergelijking van de breimachine. Daar zie je wat je ermee wint en wat je opgeeft.

    Haken of breien: wat is makkelijker?

    Veel beginners twijfelen tussen haken en breien. Breien gebruikt twee naalden en tientallen lussen tegelijk op de naald, waardoor een fout snel zichtbaar is maar ook ineens veel steken raakt. Haken werkt met één haaknaald en één lus, en daar lijkt het in het begin wat overzichtelijker. De uitkomst verschilt ook: gebreide stof is vlak en elastisch, gehaakte stof is dikker en stevig.

    Beide leer je in een paar middagen. Kijk eens bij onze pagina over haken om te zien wat je met de haaknaald kunt. Veel mensen doen uiteindelijk allebei: breien voor kleding, haken voor knuffels en dekens.

    Veelgestelde vragen over breien

    Hoe leer ik breien als beginner?

    Begin met twee naalden van 5 tot 6 mm, een bol gladde wol, en zet 20 steken op. Brei een lapje van tien rijen in ribbelsteek, kant af en herhaal dat een keer. Daarna ben je klaar voor een sjaal. Met een video naast je werk lukt het sneller, omdat je de handbeweging ziet.

    Welke naalden zijn het best voor beginners?

    Houten of bamboe naalden van 5 tot 6 mm zijn het fijnst. Het materiaal heeft wat grip, waardoor de steken minder snel van de naald glijden. Metalen naalden zijn glad en dus snel, maar voor beginners vaak te glad.

    Hoeveel steken zet ik op voor mijn eerste stuk?

    Voor een oefenlapje volstaan 20 steken. Voor een sjaal van ongeveer 20 cm breed zet je 30 tot 40 steken op met middeldikke wol. Maak eerst een proeflapje van 10 bij 10 cm om te zien hoeveel steken er in jouw spanning in 10 cm gaan.

    Wat is het verschil tussen rechts en averechts breien?

    Bij rechts breien steek je de naald van voren naar achter in de steek en ligt de draad achter het werk. Bij averechts doe je het omgekeerde: de naald gaat van achter naar voren en de draad ligt voor het werk. Aan de buitenkant zie je bij rechts een V en bij averechts een kleine bult.

    Hoe lang duurt het om te leren breien?

    De basis leer je binnen een middag, maar een gelijkmatige spanning kost een paar projecten. Reken op een of twee weken regelmatig oefenen voordat een sjaal er netjes uitziet. Dat hangt af van hoeveel tijd je per dag hebt.

    Hoe kant ik af zonder dat de rand te strak wordt?

    Brei de steken losjes af en gebruik, als het nodig is, een naald die een maat dikker is. Trek bij het afkanten de draad niet strak aan, maar laat een paar millimeter ruimte. Dan blijft de rand even elastisch als de rest van je werk.

    Kan ik breien en tegelijk tv kijken?

    Zodra je rechte steken kunt breien zonder te kijken, ja. Dat noemen breiers blind breien. Voor een ribbelsteek-sjaal is dat prima. Voor patronen met telwerk of kabels blijf je beter kijken.

    Is breien duurder dan haken?

    Nee, de kosten zijn vergelijkbaar. Breinaalden kosten wat meer dan één haaknaald, maar je gebruikt ze langer. De wol is voor beiden hetzelfde. Voor een truitje heb je met breien meestal iets minder garen nodig dan met haken, omdat gebreide stof dunner is.

    Verder lezen

    Breien leren is stap voor stap werken: opzetten, breien, afkanten. Kies hierna wat bij je past:

De waardering van ayoo.nl bij WebwinkelKeur Reviews is 8,7/10 gebaseerd op 255 reviews.