Fotograferen leer je door steeds één ding tegelijk te oefenen: eerst je camera bedienen, dan licht lezen, dan belichting begrijpen, dan compositie, en pas daarna bijzondere onderwerpen. Je hoeft geen dure camera te hebben. Met een smartphone, een compactcamera of een systeemcamera kom je ver, zolang je bewust fotografeert en je resultaten terugkijkt.
Veel mensen beginnen met fotograferen door te klikken en te hopen. Dat werkt een tijdje, maar je leert er weinig van. Als je fotograferen als hobby wilt oppakken, helpt een vaste volgorde. In dit artikel krijg je die volgorde, met per stap een kleine oefening. Wil je eerst het overzicht? Lees dan de gids over fotografie. Zoek je losse tips voor betere foto’s, dan past ons artikel over foto maken goed bij dit stappenplan. En wil je het liever met een docent doen, bekijk dan de pagina over een fotografie cursus.
Kort samengevat
- Leren fotograferen gaat in zes stappen: camera kennen, licht lezen, belichting, scherpstellen, compositie en oefenen met onderwerpen.
- Begin met één instelling tegelijk en kijk je foto’s elke week terug.
- Het licht bepaalt meer dan je camera: zacht licht is makkelijker dan fel middaglicht.
- Belichting is een balans tussen diafragma, sluitertijd en ISO.
- Sterren, de maan en noorderlicht fotograferen is voor gevorderden: begin met bloemen, portretten en je eigen omgeving.
- Een cursus is geen vereiste, maar kan sneller gaan dan alles zelf uitzoeken.
Wat is fotograferen, en wat heb je nodig?
Fotograferen is beelden vastleggen met licht. Het woord fotografie komt uit het Grieks en betekent schrijven met licht, zo staat het ook in de Nederlandse Wikipedia over fotografie. Het draait dus om licht, niet om apparatuur. Dat is goed nieuws voor een beginner: je kunt vandaag beginnen met wat je hebt.
Wat je minstens nodig hebt:
- Een camera. Een telefoon, compactcamera of systeemcamera. Over de keuze lees je meer bij digitale camera en camera kopen.
- Een geheugenkaart en een volle accu. Zie ook geheugenkaart.
- Tijd om te oefenen. Twintig minuten per dag is meer waard dan één dag per maand.
- Een plek om je foto’s terug te kijken. Op een groot scherm zie je wat een telefoonscherm verbergt.
Een statief, een extra lens of een cameratas heb je later pas nodig. Hoe fotograferen precies werkt, leer je beter eerst met de apparatuur die je al hebt.
Een kleine kanttekening over het woord: mensen zoeken weleens naar fotograferen of fotograveren. Fotograveren is een grafische techniek en geen fotografie met een camera. Dit artikel gaat alleen over fotograferen met een camera.
Je camera en het licht
De eerste twee stappen leggen de basis.
Stap 1: leer je camera kennen
Het eerste wat je doet bij fotograferen leren: pak de handleiding of het menu erbij en leer waar je de belangrijkste dingen vindt. Dat zijn de modus (automatisch, diafragmavoorkeuze, sluitertijdvoorkeuze, handmatig), de scherpstelmodus, de ISO, de witbalans en het bestandsformaat.
Oefening: maak twintig foto’s van dezelfde plek, steeds met één instelling anders. Bekijk ze daarna naast elkaar op je computer. Zo zie je wat elke instelling doet, zonder dat je het hoeft uit te leggen.
Een veelgestelde vraag is of je meteen handmatig moet fotograferen. Nee. Begin in de automaat en ga stap voor stap naar de halfautomatische modi, waarin je zelf één instelling kiest en de camera de rest doet. Pas als dat vertrouwd voelt, probeer je handmatig.
Stap 2: leer licht lezen
Het licht bepaalt hoe een foto voelt. Let op vier dingen:
- Richting. Licht van de zijkant laat structuur zien, licht van achteren geeft contouren en gloed, licht van voren is vlak maar veilig.
- Hardheid. Een heldere zon geeft harde schaduwen. Een bewolkte dag, een raam of de schaduw van een gebouw geeft zacht licht.
- Kleur. Vroeg in de ochtend en laat in de middag is het licht warmer. Onder een bewolkte hemel is het neutraler en koeler.
- Hoeveelheid. In een donkere kamer heb je een langere sluitertijd, een groter diafragma of een hogere ISO nodig.
Oefening: fotografeer één voorwerp, bijvoorbeeld een kop of een appel, op drie momenten van de dag bij een raam. Vergelijk de schaduwen en de kleur.
Belichting en scherpstellen
De volgende twee stappen gaan over techniek.
Stap 3: begrijp de belichting
Belichting is de hoeveelheid licht die de sensor ontvangt. Drie instellingen bepalen die hoeveelheid. Volgens Wikipedia over belichting laat een groter diafragma meer licht binnen maar vermindert het de scherptediepte, laat een langere sluitertijd meer licht binnen maar vergroot het de kans op bewegingsonscherpte, en heb je bij een hogere ISO minder licht nodig om een leesbaar beeld te maken. Elke stop verdubbelt of halveert de hoeveelheid licht.
Diafragma en scherptediepte
Een groot diafragma (een laag f-getal, zoals f/2) geeft een kleine scherptediepte: alleen een smal vlak is scherp, de rest vervaagt. Dat is handig bij portretten en bloemen. Een klein diafragma (een hoog f-getal, zoals f/11) houdt meer van het beeld scherp, handig bij landschappen. Meer over vervaagde achtergronden vind je bij bokeh en diafragma.
Sluitertijd
Een korte sluitertijd bevriest beweging, een lange sluitertijd laat beweging vervagen, zoals water dat zacht wordt. Voor een foto uit de hand kies je vaak een tijd die korter is dan je brandpuntsafstand in seconden, bijvoorbeeld 1/100 seconde bij een lens van 50 mm. Dat is een richtwaarde, geen wet. Bij beeldstabilisatie kun je volgens Wikipedia over beeldstabilisatie een tragere sluitertijd gebruiken, ruwweg 2 tot 5,5 stops. Meer uitleg staat bij sluitertijd.
ISO
ISO is de gevoeligheid van je sensor. Een lage ISO geeft de schoonste foto, een hoge ISO geeft meer ruis. Houd de ISO zo laag als de situatie toelaat.
Een voorbeeld uit dezelfde Wikipedia-bron is de Sunny 16-regel: op een zonnige dag heb je bij ISO 100 en f/16 een sluitertijd van ongeveer 1/100 seconde nodig. Je ziet daaraan dat de drie instellingen als een weegschaal werken.
Oefening: kies de modus met diafragmavoorkeuze, zet het diafragma op het grootste getal van je lens en fotografeer een voorwerp op een tafel. Zet daarna het diafragma op f/8 en doe het nog eens. Kijk naar het verschil in de achtergrond.
Stap 4: leer scherpstellen
Scherpe foto’s zijn de basis van goed fotograferen. Onscherpte komt meestal van drie dingen: je camera beweegt, je onderwerp beweegt of je scherpstelpunt zit op de verkeerde plek.
- Camera stilhouden. Twee handen, ellebogen tegen je lichaam, rustig afdrukken. Gebruik bij weinig licht een statief.
- Bewegende onderwerpen. Kies een kortere sluitertijd, bijvoorbeeld 1/500 seconde bij spelende kinderen of dieren. Dat is een richtwaarde.
- Scherpstelpunt. Zet het punt op het oog bij portretten en bij dieren. Veel moderne camera’s herkennen gezichten en ogen zelf.
Controleer je foto’s thuis op 100 procent. Zie je dat de scherpte steeds net naast je onderwerp zit, dan helpt het om een kleiner scherpstelgebied te kiezen.
Compositie en onderwerpen
De laatste twee stappen gaan over het beeld zelf.
Stap 5: werk aan je compositie
Compositie is de manier waarop je het beeld opbouwt. Veel beginners leren eerst de regel van derden: je verdeelt het beeld met twee horizontale en twee verticale lijnen in negen vakken en zet je onderwerp op een lijn of kruispunt. Volgens Wikipedia over de regel van derden is het een vuistregel, geen vaste wet. Gebruik hem als start, niet als dwangbuis. Een uitgebreider stuk staat bij compositie in fotografie.
Vijf compositietips voor beginners:
- Kom dichterbij en laat het onderwerp het beeld vullen.
- Zoek een eenvoudige achtergrond.
- Gebruik lijnen om het oog te leiden.
- Laat ruimte in de richting waarin iemand kijkt of beweegt.
- Fotografeer ook eens vanuit een lage of hoge hoek.
Stap 6: fotograferen met onderwerpen als oefening
Als je de basis hebt, kies je onderwerpen. Een onderwerp geeft je opdracht, en elke opdracht leert iets anders.
Bloemen fotograferen
Bloemen zijn ideaal: ze lopen niet weg en ze zijn er in elke tuin. Zoek zacht licht, bijvoorbeeld een bewolkte dag, en ga laag staan zodat je op ooghoogte met de bloem fotografeert. Een groot diafragma geeft een zachte achtergrond. Bloemen fotograferen met een donkere achtergrond lukt met een scherm of zwarte stof erachter. Wil je kleine details tonen, dan kan focus stacking helpen, een techniek waarbij je meerdere opnames met verschillende scherpstelpunten combineert.
Portret fotograferen
Een portret is een foto waarin iemand het onderwerp is. Zet het scherpstelpunt op het dichtstbijzijnde oog, kies zacht licht en een eenvoudige achtergrond. Praat met de persoon, zodat die ontspant. Een lens met een brandpuntsafstand tussen 50 en 85 mm, in kleinbeeldequivalent, is een vaak genoemde richtwaarde. Meer vind je bij portretfotografie.
Sterren, de melkweg en de maan fotograferen
Bij weinig licht ga je naar het uiterste van je camera. Je hebt een statief nodig, een groot diafragma en een lange sluitertijd. Voor sterren en de melkweg kies je een donkere plek, ver van stadslicht. Beginnende fotografen starten vaak met een sluitertijd van ongeveer 15 tot 25 seconden, een groot diafragma en een hoge ISO. Dit zijn richtwaarden, want het hangt af van je lens en van hoe donker het is. Probeer, bekijk en pas aan.
De maan fotograferen werkt anders: de maan is een fel onderwerp. Een korte sluitertijd, een middelgroot diafragma en een lage ISO zijn dan geschikt, met een lange brandpuntsafstand. Meer over dat gebruik vind je bij telelens.
Noorderlicht en eclips
Noorderlicht fotograferen is vooral een kwestie van plannen: je moet de juiste plek en een heldere nacht vinden. De camerainstellingen lijken op die van sterren. Voor een eclips, waarbij de zon een rol speelt, geldt een veiligheidsregel: kijk nooit zonder geschikt filter in de zon, ook niet door je zoeker of op de camera. Lees daarover eerst de adviezen van een betrouwbare organisatie.
Fotograferen in de regen, sneeuw en herfst
Slecht weer is goed voor foto’s. Regen geeft reflecties en zacht licht, sneeuw geeft heldere beelden en de herfst geeft kleur. Bescherm je camera tegen vocht met een plastic hoes of een regenhoes. Bij sneeuw denkt je camera vaak dat de scène te licht is en maakt hij de sneeuw grijs. Corrigeer dat met een belichtingscorrectie van ongeveer plus één stop. Dat is een praktische richtwaarde.
Je foto’s terugkijken en verbeteren
Fotograferen leren betekent ook terugkijken. Kies na elke sessie je vijf beste foto’s en bedenk wat ze beter maakt. Kies er ook vijf slechte en kijk wat er misging: beweging, achtergrond, belichting of de keuze van je onderwerp? Schrijf het op. Na een maand zie je een patroon.
Een paar slimme gewoontes:
- Maak een maandelijkse selectie van tien foto’s en bewaar die apart.
- Bewerk bewust. Een kleine aanpassing in belichting of uitsnede is vaak genoeg. Meer daarover lees je bij foto bewerken.
- Deel je foto’s met iemand die eerlijk is, zoals een fotoclub of een vriend.
- Bewaar RAW-bestanden als je gaat bewerken. Volgens Wikipedia over het raw-formaat slaan ze 12 of 14 bits per kleurkanaal op en veranderen bewerkingen alleen de instructies, niet het origineel. De bestanden zijn wel twee tot zes keer groter dan JPEG’s.
Fotograferen met je smartphone of een echte camera?
Beide kunnen. Een smartphone is er altijd, doet veel automatisch en leert je kijken. Een camera met wisselbare lens geeft meer controle over scherptediepte, sluitertijd en lenzen. Veel mensen starten met hun telefoon en stappen later over. Voor leren fotograferen maakt het niet uit welke je kiest, zolang je de instellingen kunt veranderen. Lees meer bij smartphone fotografie.
Fotograferen met een iPhone of een andere smartphone heeft een eigen charme: de scherptediepte is vaak groot, dus alles is scherp, en veel telefoons imiteren een zachte achtergrond met software. Dat laatste ziet er niet altijd natuurlijk uit. Wie wil leren fotograferen met echte scherptediepte, komt vroeg of laat uit bij een camera met een grotere sensor.
Een boek of een cursus
Leren fotograferen kan ook met een boek, zoals de bekende reeksen voor beginners, of met een cursus. Een cursus geeft je feedback en een vaste structuur. Lees meer bij fotografiecursus. Wie liever zelf werkt, kan een eigen fotoproject kiezen, bijvoorbeeld een serie over je straat of je tuin.
Veelgestelde vragen over fotograferen
Hoe leer ik fotograferen als beginner?
Begin met één ding tegelijk: je camera leren kennen, licht lezen, belichting begrijpen, scherpstellen en compositie. Maak elke week een kleine opdracht en kijk je foto’s op een groot scherm terug. Een cursus of fotoclub kan helpen, maar is niet nodig.
Welke camera heb ik nodig om te leren fotograferen?
Elke camera waarop je instellingen kunt aanpassen is goed genoeg: een smartphone met handmatige opties, een compactcamera of een systeemcamera. Een dure camera maakt je niet sneller beter. Kijk liever of hij prettig in je hand ligt en of je hem graag meeneemt.
Moet ik meteen handmatig fotograferen?
Nee. Begin in de automaat en ga daarna naar de modi met diafragmavoorkeuze of sluitertijdvoorkeuze, waarin je één instelling kiest. Handmatig fotograferen is de laatste stap, als je de driehoek van diafragma, sluitertijd en ISO begrijpt.
Hoe fotografeer ik sterren en de melkweg?
Je hebt een statief, een donkere plek en een camera met handmatige instellingen nodig. Kies een groot diafragma, een sluitertijd van ongeveer 15 tot 25 seconden en een hoge ISO als richtwaarde. Pas aan na een testfoto. Houd er rekening mee dat sterren bij langere sluitertijden gaan strepen.
Hoe fotografeer ik de maan?
De maan is fel, dus gebruik een korte sluitertijd en een lage ISO. Een lange brandpuntsafstand is nodig om de maan groot in beeld te krijgen. Zet de camera op een statief en probeer verschillende instellingen, omdat de uitkomst afhangt van de maanfase en de lens.
Hoe fotografeer ik bloemen?
Zoek zacht licht, ga op ooghoogte met de bloem staan en kies een groot diafragma voor een zachte achtergrond. Houd rekening met wind: een kortere sluitertijd bevriest beweging. Voor een donkere achtergrond plaats je een zwart doek achter de bloem.
Wat is het verschil tussen fotograferen en fotograveren?
Fotograferen is beelden vastleggen met licht en een camera. Fotograveren is een grafische techniek en valt buiten deze hobby. Als je met een camera werkt, bedoel je fotograferen.
Kan ik fotograferen leren met mijn smartphone?
Ja. Een telefoon is een prima leermiddel voor compositie, licht en timing. Voor controle over scherptediepte en sluitertijd heb je een app met handmatige bediening of een camera met wisselbare lens nodig. Het leren zit vooral in het kijken, niet in de apparatuur.
Verder lezen
Je weet nu hoe je stap voor stap kunt leren fotograferen. Ga verder met deze pagina’s:
