• Gratis verzending
  • Voor 20:00 besteld, morgen in huis
  • 14 dagen bedenktijd

Tag: Kleurenleer

  • Kleurencirkel van Itten: de twaalf kleuren, de contrasten en zelf maken

    Kleurencirkel van Itten: de twaalf kleuren, de contrasten en zelf maken

    De kleurencirkel van Itten bestaat uit twaalf kleuren. De drie primaire kleuren zijn rood, geel en blauw. Daaruit meng je de secundaire kleuren oranje, groen en paars, en daarna zes tertiaire kleuren, zoals geel-groen en rood-oranje. Itten legde de kleuren in een cirkel, zodat je in één oogopslag ziet welke kleuren bij elkaar passen, welke elkaar versterken en welke je kunt mengen.

    De kleurencirkel Itten is de bekendste kleurencirkel voor schilders, ook wel de kleurencirkel van Johannes Itten genoemd. Je ziet hem in cursussen, in schildersboeken en op de achterkant van veel verfdozen. Toch weten veel mensen niet wie Itten was of waarom zijn cirkel zo nuttig is. In deze uitleg lees je wie Johannes Itten was, hoe de cirkel is opgebouwd, welke contrasten Itten beschreef en hoe je met de cirkel kleuren mengt en kiest. We laten ook zien hoe je zelf een kleurencirkel van Itten schildert, en wat je kunt verwachten als je er een koopt. De basis van het schilderen vind je in ons stappenplan om te leren schilderen.

    Kort samengevat

    • De kleurencirkel van Itten heeft twaalf kleuren: drie primair, drie secundair en zes tertiair.
    • De primaire kleuren zijn rood, geel en blauw. Alle andere kleuren meng je daaruit.
    • Kleuren tegenover elkaar zijn complementair: ze versterken elkaar naast elkaar en dempen elkaar gemengd.
    • Itten beschreef zeven soorten kleurcontrast, waaronder contrast van kleur, van licht en donker en van warm en koud.
    • Zelf een kleurencirkel schilderen is de beste manier om kleuren mengen te leren.

    Wie was Johannes Itten?

    Johannes Itten (1888 tot 1967) was een Zwitserse schilder, ontwerper en kunstdocent. Volgens Wikipedia in het artikel over Johannes Itten gaf hij van 1919 tot 1923 les aan het Bauhaus, waar hij de invloedrijke voorcursus ontwikkelde over materialen, compositie en kleur. Het Bauhaus is de kunstschool die Walter Gropius op 1 april 1919 in Weimar oprichtte, en die tot 1933 bestond. Itten leidde daar de Vorkurs, de inleiding op alle ideeën van de school, en verliet de school in 1923, volgens het artikel over het Bauhaus.

    Itten bouwde voort op het werk van anderen. Het kleurenwiel van Adolf Hölzel breidde hij uit tot een kleurenbol met twaalf kleuren, die hij beschreef in zijn boek Kunst der Farbe, in het Engels The Art of Color. Hij bedacht ook oefeningen om kleurcontrast te leren herkennen. Zijn manier van lesgeven was praktisch: studenten moesten kleuren zien, mengen en vergelijken, niet alleen erover lezen. Daarom is zijn cirkel nog altijd zo bruikbaar.

    Kleurencirkel Itten: de twaalf kleuren

    De cirkel is opgebouwd in drie lagen. Dat is een standaardindeling voor een schilderscirkel en volgt de manier waarop kunstenaars kleuren mengen. Het artikel over de kleurencirkel legt het uit: bij de kleurencirkel voor kunstenaars zijn blauw, rood en geel de primaire kleuren, zijn groen, oranje en violet de secundaire kleuren, en ontstaan tertiaire kleuren door een primaire kleur te mengen met een aangrenzende secundaire.

    Geschilderde kleurencirkel met twaalf kleuren
    De twaalf kleuren in drie lagen.

    De drie primaire kleuren

    Rood, geel en blauw. Je kunt ze niet uit andere verf mengen, en ze vormen de basis. In Ittens cirkel staan ze op gelijke afstand van elkaar, als hoekpunten van een driehoek in de cirkel.

    De drie secundaire kleuren

    Oranje, groen en paars. Elke secundaire kleur ontstaat uit twee primaire kleuren:

    • rood plus geel geeft oranje,
    • geel plus blauw geeft groen,
    • blauw plus rood geeft paars.

    De zes tertiaire kleuren

    Een tertiaire kleur ontstaat door een primaire kleur te mengen met een naastgelegen secundaire kleur. Zo krijg je geel-oranje, rood-oranje, rood-paars, blauw-paars, blauw-groen en geel-groen. Samen met de zes andere zijn dat de twaalf kleuren. De namen verschillen per boek en per merk, dus verwacht niet overal dezelfde benaming.

    De zeven contrasten van Itten

    Itten ging verder dan alleen de cirkel. Hij beschreef verschillende soorten kleurcontrast en bedacht oefeningen om ze te leren herkennen. Wikipedia meldt dat hij zeven soorten kleurcontrast onderscheidde, waaronder het contrast van kleur, van licht en donker en van warm en koud. Algemeen gelden de volgende zeven:

    1. Contrast van kleur (tint). Zuivere kleuren naast elkaar, zoals rood, geel en blauw.
    2. Contrast van licht en donker. Lichte en donkere tinten naast elkaar.
    3. Contrast van warm en koud. Warme kleuren (geel, oranje, rood) naast koude (blauw, groen, paars).
    4. Complementair contrast. Kleuren die tegenover elkaar liggen. Meer daarover lees je in onze uitleg over complementaire kleuren.
    5. Simultaancontrast. Het effect dat een kleur een andere kleur verandert door de buurkleur.
    6. Contrast van verzadiging. Felle kleuren naast gedempte.
    7. Contrast van hoeveelheid. De verhouding in grootte tussen kleurvlakken.

    De volledige lijst staat in Ittens boek over kleur. Je hoeft ze niet allemaal te onthouden. Het gaat erom dat je beseft dat kleur meer is dan “mooi bij elkaar”: je kunt bewust kiezen welk contrast je wilt, en dat het schilderij een heel andere sfeer geeft.

    Hoe gebruik je de kleurencirkel van Itten bij het schilderen?

    De cirkel is een hulpmiddel, geen wet. Je gebruikt hem voor drie dingen.

    Kleuren mengen

    Weet je welke twee kleuren naast elkaar liggen, dan weet je wat je krijgt als je ze mengt. Geel en blauw geven groen, met meer geel een lentegroen, met meer blauw een dennengroen. Meer over mengen lees je in onze uitleg over kleuren mengen. Kleuren die tegenover elkaar liggen, dempen elkaar. Volgens verfmaker Golden in de kleurmengwijzer geeft het mengen van kleuren van tegenover elkaar liggende kanten van de cirkel zwart of grijs. Daarmee kun je grijzen en schaduwen maken zonder zwart.

    Gele en blauwe verf wordt gemengd tot groen op een palet
    Geel en blauw geven groen.

    Harmonieuze combinaties kiezen

    Met de cirkel kies je ook kleurcombinaties. Een paar eenvoudige schema’s:

    • Analoog: kleuren die naast elkaar liggen, zoals geel, geel-oranje en oranje. Rustig en harmonieus.
    • Complementair: twee kleuren die tegenover elkaar liggen. Sterk en levendig.
    • Drietal: drie kleuren op gelijke afstand, zoals rood, geel en blauw. Vrolijk en opvallend.
    • Eén kleur in verschillende tinten: een monochroom schilderij, met licht en donker als enige variatie.

    Warm en koud inzetten

    Warme kleuren komen naar voren en koude wijken terug. Een warm voorwerp op een koele achtergrond springt eruit. Dat is een eenvoudige manier om diepte te maken, zoals bij een landschap met een koele verte en een warme voorgrond.

    Zelf de kleurencirkel Itten schilderen

    Een eigen cirkel is de beste manier om kleuren te leren. Je hebt alleen verf in drie primaire kleuren, wit en papier nodig.

    1. Kies je primaire kleuren. Een rood, een geel en een blauw. Neem bij voorkeur kleuren die niet te donker zijn: bijvoorbeeld karmijn of een helder rood, citroengeel of lichtgeel en ultramarijn of cyaanblauw. Verschillende merken geven verschillende resultaten.
    2. Teken een cirkel met een passer of een bord, en deel hem in twaalf gelijke stukken, als een klok.
    3. Zet de primaire kleuren op drie gelijk verdeelde plekken: geel bovenaan, rood rechtsonder en blauw linksonder, zoals in Ittens driehoek.
    4. Meng de secundaire kleuren en zet ze tussen de primaire: oranje tussen geel en rood, groen tussen geel en blauw, paars tussen rood en blauw.
    5. Meng de tertiaire kleuren en zet ze op de lege plekken ertussen.
    6. Laat het drogen en schrijf eventueel bij elke kleur hoe je hem hebt gemengd.

    Dat mengen gaat niet altijd goed. Het paars wordt vaak te grijs en het groen te donker, vooral als je rood of blauw met een warme of koele neiging gebruikt. Dat is normaal en leerzaam: je ziet precies hoe je verf zich gedraagt. Bewaar je cirkel naast je ezel of op je werktafel. Wil je meer over het kiezen van de verf, lees dan onze uitleg over de kleurencirkel.

    Tip: maak de cirkel twee keer: één met een warm rood, geel en blauw en één met een koel rood, geel en blauw. Je ziet meteen waarom schilders van elke hoofdkleur een warme en een koele tube gebruiken.

    Kleurencirkel Itten kopen

    Wil je liever een kant-en-klare cirkel? Een kleurencirkel van Itten kopen kan op meerdere manieren, al verschilt het aanbod per winkel en per moment.

    • Een gedrukte kleurencirkel. Een kaart of poster met de twaalf kleuren, soms met uitleg over contrasten. Handig als naslagwerk bij je werktafel.
    • Een draaibare kleurencirkel. Een cirkel met een draaischijf waarmee je kleuren, complementen en mengsels kunt aflezen. Vaak voor schilders en ontwerpers.
    • Een kleurenboek of werkboek. Met oefeningen om de cirkel zelf in te vullen.
    • Een digitale versie. Apps en websites die een kleurencirkel tonen en kleurcombinaties voorstellen.

    Let bij het kopen op welk model de cirkel gebruikt. Een kleurencirkel van Itten is gebaseerd op rood, geel en blauw als primaire kleuren. Cirkels voor beeldschermen gebruiken andere primaire kleuren (rood, groen, blauw) en geven andere complementaire paren. Voor schilderen kies je een rood-geel-blauwcirkel. Een eigen cirkel schilderen blijft leerzamer dan een gedrukte bekijken, maar een goede gedrukte cirkel naast je werkplek helpt bij het snel opzoeken.

    Een kleurplan maken met de kleurencirkel van Itten

    De kleurencirkel van Itten is vooral nuttig als je hem gebruikt voor je begint met schilderen. Dat noemen schilders een kleurplan. Het kost vijf minuten en scheelt veel gepruts met mengsels.

    1. Kies je hoofdkleur. Welke kleur moet het schilderij beheersen? Een blauwe zee, een groen bos, een gele zonnebloem.
    2. Kies een tweede kleur op basis van een schema: een buurkleur voor rust, het complement voor spanning.
    3. Kies een accent. Een kleine vlek in een derde kleur trekt het oog. Een rood bootje in een blauw-groen zeegezicht werkt goed.
    4. Bepaal warm en koud. Welke kleuren komen naar voren, welke wijken terug?
    5. Meng je kleuren van tevoren en maak een klein kleurkaartje. Zo weet je dat je mengsels bij elkaar passen voor je op het doek begint.

    Met zo’n kleurplan voorkom je dat je schilderij een toevallige verzameling kleuren wordt. Het helpt ook bij het kiezen van de verf die je koopt: weet je dat je vooral blauw, oranje en wit gebruikt, dan hoef je geen twintig tubes te hebben. Begin met een kleine set en laat de kleurencirkel Itten je leiden in wat je erbij nodig hebt. Wie dit een paar keer doet, ziet de cirkel steeds minder als een theorie en steeds meer als een handig gereedschap.

    Beperkingen van de kleurencirkel

    Een kleurencirkel is een model. In de praktijk werkt verf niet altijd precies zoals het model voorspelt. Het artikel over de kleurencirkel noemt eerdere cirkels, zoals die van Newton, die alleen spectrale kleuren toonde, en van Goethe uit 1810, en laat zien dat er meerdere modellen bestaan. Echte verf bevat pigmenten die een iets andere kleur hebben dan de zuivere kleur op de cirkel, en pigmenten mengen niet altijd zoals je verwacht. Een rood met een oranje neiging en een blauw met een groene neiging geven bijvoorbeeld een ander paars dan een rood met een paarse neiging en een blauw met een violette neiging.

    Gebruik de cirkel dus als richting en niet als wet. Probeer, vergelijk en noteer wat jouw verf doet. Dat is ook precies wat Itten zijn studenten liet doen.

    Veelgestelde vragen over de kleurencirkel Itten

    Wat is de kleurencirkel van Itten?

    Een kleurencirkel met twaalf kleuren, ontwikkeld door Johannes Itten: drie primaire (rood, geel, blauw), drie secundaire (oranje, groen, paars) en zes tertiaire kleuren.

    Wie was Johannes Itten?

    Een Zwitserse schilder en kunstdocent (1888 tot 1967) die aan het Bauhaus lesgaf en daar een invloedrijke voorcursus over materialen, compositie en kleur ontwikkelde.

    Hoeveel kleuren heeft de kleurencirkel van Itten?

    Twaalf: drie primaire, drie secundaire en zes tertiaire kleuren.

    Wat zijn de primaire kleuren van Itten?

    Rood, geel en blauw. Alle andere kleuren zijn daaruit gemengd.

    Wat zijn de zeven contrasten van Itten?

    Contrast van kleur, van licht en donker, van warm en koud, complementair contrast, simultaancontrast, contrast van verzadiging en contrast van hoeveelheid.

    Hoe maak ik zelf een kleurencirkel van Itten?

    Meng uit rood, geel en blauw de secundaire en tertiaire kleuren en zet ze in een cirkel van twaalf vakken, met de complementaire kleuren tegenover elkaar.

    Waar kan ik een kleurencirkel van Itten kopen?

    In kunstenaarswinkels, hobbywinkels en online, als poster, draaischijf of werkboek. Kies een model met rood, geel en blauw als primaire kleuren.

    Wat is het verschil tussen de kleurencirkel van Itten en een kleurenwiel op een scherm?

    Itten gebruikt rood, geel en blauw, passend bij verf. Schermen gebruiken rood, groen en blauw licht, met andere complementaire paren.

    Verder lezen

    Wil je meer leren over kleur? Lees hoe je kleuren mengt, bekijk de uitleg over complementaire kleuren en de kleurencirkel, probeer schilderen op nummer en begin met ons stappenplan om te leren schilderen.

  • Complementaire kleuren: wat ze zijn, welke paren er zijn en hoe je ze gebruikt

    Complementaire kleuren: wat ze zijn, welke paren er zijn en hoe je ze gebruikt

    Complementaire kleuren zijn kleuren die tegenover elkaar liggen op de kleurencirkel. De bekendste paren zijn rood en groen, blauw en oranje, en geel en paars. Naast elkaar op een schilderij versterken ze elkaar en lijken ze feller. Door elkaar gemengd dempen ze elkaar en maken ze grijs of bruin. Dat maakt ze tot een van de handigste hulpmiddelen van elke schilder.

    Wie leert schilderen, loopt er vroeg of laat tegenaan: waarom wordt mijn mengsel modderig, en waarom springt dat oranje bij dat blauw zo in het oog? Het antwoord ligt bij complementaire kleuren. Als je ze kent, kun je bewuster kiezen welke kleuren je naast elkaar zet, hoe je een kleur dempt zonder zwart en hoe je schaduwen levendig houdt. In deze uitleg lees je wat complementaire kleuren zijn, welke paren je kent, hoe je ze mengt en hoe je ze inzet in je schilderij. De basis van het schilderen vind je in ons stappenplan om te leren schilderen.

    Kort samengevat

    • Complementaire kleuren liggen tegenover elkaar op de kleurencirkel: rood-groen, blauw-oranje, geel-paars.
    • Naast elkaar versterken ze elkaar. Dat geeft contrast en energie.
    • Gemengd dempen ze elkaar tot grijs of bruin. Zo maak je schaduwen zonder zwart.
    • Gebruik de ene kleur in grote vlakken en de andere als klein accent.
    • Op een kleurencirkel met rood, geel en blauw als primaire kleuren zijn de paren eenvoudig af te lezen.

    Wat zijn complementaire kleuren?

    Een kleurencirkel zet alle kleuren in een rondje, in de volgorde van de regenboog. Kleuren die precies tegenover elkaar liggen, zijn elkaars complement. Het woord komt van “complement”, wat zoveel betekent als aanvulling: samen vormen ze een compleet geheel van contrast.

    Een met de hand geschilderde kleurencirkel
    Kleuren die tegenover elkaar liggen zijn complementair.

    Het idee is ouder dan het lijkt. Johannes Itten, een Zwitserse schilder en kunstdocent, gaf les aan het Bauhaus. Volgens Wikipedia in het artikel over Johannes Itten gaf hij daar van 1919 tot 1922 les en ontwikkelde hij er een invloedrijke voorcursus over materialen, compositie en kleur. Hij breidde het kleurenwiel van Adolf Hölzel uit tot een kleurenbol met twaalf kleuren en beschreef zeven soorten kleurcontrast, waaronder het contrast van kleur, van licht en donker en van warm en koud. Complementair contrast is een van de bekendste. Meer over zijn cirkel lees je in onze uitleg over de kleurencirkel van Itten en over de kleurencirkel zelf.

    Let op: er zijn meerdere kleurmodellen. Op de traditionele schilderscirkel met rood, geel en blauw als primaire kleuren zijn de complementaire paren rood-groen, blauw-oranje en geel-paars. In andere systemen, zoals het RGB-model van schermen, zijn de paren anders (bijvoorbeeld rood-cyaan). Voor schilderen werkt het schilderscirkel-model het best.

    De complementaire kleuren op een rij

    Hieronder de paren die je het vaakst gebruikt. Op de zuivere kleurencirkel hoort bij elke kleur een eigen tegenhanger.

    KleurComplementaire kleur
    RoodGroen
    BlauwOranje
    GeelPaars
    Roze (licht rood)Lichtgroen
    Bruin (donker oranje)Blauw

    Complementaire kleuren van rood

    Het complement van rood is groen. Een rode papaver tegen een groene achtergrond lijkt gloeiend. Ook mengen kun je ermee: een beetje groen in een rood maakt het dieper en bruiner. Het complement van roze is een lichtere groentint, omdat roze een lichte vorm van rood is.

    Complementaire kleuren van blauw

    Blauw heeft oranje als complement. Dat is een van de sterkste combinaties in de schilderkunst. Een oranje zon tegen een blauwe lucht, of een oranje boot op blauw water, trekt direct de aandacht. Bruin is in feite een donkere, gedempte oranje, dus het complement van bruin is blauw. Dat verklaart waarom een beetje blauw in bruin het bruin koel en diep maakt.

    Complementaire kleuren van geel

    Geel heeft paars als complement. Paarse schaduwen op een gele muur of op een geel veld doen het goed. Het geeft schaduwen kleur zonder dat ze zwart worden.

    Complementaire kleuren van oranje en paars

    Het complement van oranje is blauw en het complement van paars is geel. Je leest de paren dus in beide richtingen: elke kleur heeft precies één tegenhanger.

    Complementaire kleuren mengen

    Als je complementaire kleuren mengt, dempen ze elkaar. Dat is een van de handigste trucs van elke schilder. Verfmaker Golden legt in zijn kleurmengwijzer uit dat het mengen van kleuren van tegenover elkaar liggende kanten van de kleurencirkel zwart of grijs oplevert. Een voorbeeld uit de gids: phtaloblauw-groen en naftolrood licht liggen bijna tegenover elkaar, en mengen levert een eenvoudig zwart op. Daarom bevat hun mengset geen zwart.

    Blauw en oranje op een palet gemengd tot een grijsbruin
    Meng je twee complementaire kleuren, dan dempen ze elkaar.

    Dezelfde bron legt uit wat er daarbij gebeurt: als je het complement van een kleur toevoegt, daalt het chroma, de intensiteit of de verzadiging, maar het kan ook de helderheid verschuiven. Chroma is hoe fel of ingetogen een kleur lijkt. Wil je de lichtheid gelijk houden, mengt Golden een neutraal grijs van dezelfde helderheid door je kleur.

    Wat betekent dat voor jou?

    • Een fel groen dempen? Voeg een klein beetje rood toe. Het groen wordt natuurlijker en rustiger.
    • Schaduw voor een rode roos? Meng wat groen door het rood in plaats van zwart. Je schaduw blijft levendig.
    • Een kleur donkerder maken? Meng het complement erbij. Blauw plus oranje wordt een warm donkergrijs of bruin.
    • Eigen grijzen maken. Door de verhouding te variëren krijg je warme of koele grijzen, die vaak mooier zijn dan een grijs uit de tube.

    Begin met kleine hoeveelheden. Een klein beetje van het complement is genoeg om een kleur merkbaar te dempen. Voeg toe tot je bent waar je wilt zijn. Meer over het mengen van kleuren vind je in onze uitleg over kleuren mengen.

    Tip: maak een mengtabel op een stuk karton. Zet in de rijen en kolommen drie complementaire paren en meng ze in vijf verhoudingen. Zo zie je in een kwartier wat elk paar doet, en heb je het resultaat altijd bij de hand.

    Complementaire kleuren naast elkaar zetten

    Als je ze niet mengt maar naast elkaar zet, werken complementaire kleuren juist omgekeerd: ze versterken elkaar. Het oranje lijkt oranjer naast blauw, en het blauw blauwer naast oranje. Dat contrast trekt het oog en geeft een schilderij energie.

    Schilderij met oranje lucht en blauwe zee als kleurcontrast
    Naast elkaar gezet versterken complementaire kleuren elkaar.

    Een bekend voorbeeld is Impression, soleil levant van Claude Monet. Volgens Wikipedia in het artikel over dit schilderij is de zon in oranje accenten geschilderd tegen een blauwgrijze nevel. De zon heeft dezelfde helderheid als de lucht, waardoor hij in een zwart-witfoto bijna verdwijnt. In kleur zorgt het oranje-blauwe contrast ervoor dat hij er toch uitspringt. Dit is een mooi voorbeeld van wat complementair contrast kan doen: het contrast zit in de kleur, niet in de lichtheid.

    Een paar manieren om complementaire kleuren naast elkaar in te zetten:

    • Groot en klein. Gebruik de ene kleur voor een groot vlak en de andere als klein accent. Een grote blauwe lucht met een kleine oranje boot is sterker dan twee even grote vlakken.
    • Op de achtergrond. Zet een figuur in een kleur tegen een achtergrond in het complement. Een rode jurk op een groene achtergrond blijft in beeld.
    • In de schaduw. Schilder schaduwen in het complement van de lichtkleur. Een gele bloem krijgt dan paarse schaduwen.
    • Met rust eromheen. Combineer complementaire kleuren met neutrale tinten, zodat het contrast niet te druk wordt.

    Complementaire kleuren in fotografie en design

    Ook buiten het schilderen gebruikt men complementaire kleuren. In fotografie en film zie je vaak de combinatie van blauwgroen en oranje, omdat huidtinten rond oranje liggen en een koele achtergrond daar mooi tegen afsteekt. Dat is een gangbare werkwijze, maar geen regel. In interieur en grafisch ontwerp gebruikt men complementaire kleuren voor accenten: een blauwe bank met een oranje kussen is een klassiek voorbeeld.

    De les voor schilders is dezelfde: gebruik complementaire kleuren sparzaam, als accent, en laat de rest in verwante tinten blijven. Te veel contrast maakt een schilderij onrustig. Wil je dit snel oefenen, dan helpt schilderen op nummer: het geeft je kant-en-klare kleurvlakken waarmee je het effect meteen ziet.

    Een beginnersset voor kleurparen

    Je hebt geen dertig tubes nodig om met kleurparen te werken. Met een kleine set kun je alle paren mengen. Een voorbeeld van een set voor acrylverf of olieverf:

    • een warm en een koud rood (bijvoorbeeld een oranjerood en een karmijnrood),
    • een warm en een koud geel (een citroengeel en een gele oker),
    • een warm en een koud blauw (ultramarijn en een groenig blauw),
    • titaniumwit,
    • eventueel een donkere kleur zoals omber.

    Met deze zeven of acht tubes meng je zelf groen, oranje en paars, en dus ook alle tegenhangers. Het voordeel van zelf mengen is dat je de verhouding in de hand hebt. Een groen uit de tube is vaak fel en een beetje kunstmatig. Een groen dat je zelf maakt uit geel en blauw, en dat je met een druppel rood dempt, ziet er veel natuurlijker uit. Dit is een praktische aanpak, geen vaste regel: elk merk pigment gedraagt zich net iets anders.

    Warm en koud: een tweede kleurcontrast

    Naast complementair contrast bestaat er contrast tussen warme en koude kleuren. Warm zijn geel, oranje en rood. Koud zijn blauw, groen en paars. Itten noemde ook dit als een apart contrast. Dit overlapt met complementaire kleuren: blauw en oranje zijn zowel een complementair paar als het uiterste van koud en warm. Daarom is dat paar zo sterk.

    Je kunt er bewust mee werken. Warme kleuren komen vooruit en koude kleuren wijken terug. Een schilderij met een warme voorgrond en een koude achtergrond krijgt daardoor diepte. Zet een oranje boot voor een blauwe heuvel en de boot lijkt dichterbij. Combineer dat met het idee dat je de achtergrond lichter en vlakker schildert, en je krijgt een landschap met ruimte.

    Analoge kleuren als rustig alternatief

    Zijn complementaire kleuren te druk voor wat je wilt schilderen, kies dan analoge kleuren. Dat zijn kleuren die naast elkaar liggen op de kleurencirkel, zoals geel, geeloranje en oranje, of blauw, blauwgroen en groen. Ze passen vanzelf bij elkaar en geven een rustig, harmonieus beeld. Een schilderij in analoge kleuren met één klein complementair accent is een beproefde manier om een schilderij gebalanceerd te houden. Zo gebruik je het sterke effect van een tegenovergestelde kleur precies zoals je wilt: sparzaam en op de goede plek.

    Oefeningen met complementaire kleuren

    Lezen helpt, maar proberen werkt beter. Deze drie oefeningen kosten elk een kwartier.

    1. De mengreeks. Schilder een rij van vijf vierkantjes. Begin links met zuiver blauw en rechts met zuiver oranje, en meng in vijf stappen van het een naar het ander. In het midden zie je een grijs of bruin. Dat is de neutrale tint.
    2. Het contrastproefje. Schilder twee vlakken naast elkaar in complementaire kleuren, en twee vlakken in verwante kleuren. Kijk welk paar meer energie geeft.
    3. De gekleurde schaduw. Schilder een gele appel op een witte ondergrond. Maak de schaduw eerst met zwart, daarna met paars. Vergelijk het resultaat.

    Bewaar je proefjes in een schrift of een map. Na een paar weken heb je een persoonlijk kleurenboek dat je bij elk schilderij kunt raadplegen.

    Veelgemaakte fouten met complementaire kleuren

    • Te veel van beide. Twee even grote vlakken in complementaire kleuren concurreren. Laat een kleur domineren.
    • Te veel tegelijk mengen. Als je veel complement toevoegt, wordt het mengsel modderig. Doe het stap voor stap.
    • Alleen zwart gebruiken voor schaduw. Zwart maakt een kleur dood. Probeer het complement.
    • Het verkeerde kleurmodel. Een kleurenwiel van een computerscherm geeft andere paren dan een schilderscirkel. Gebruik de schilderscirkel.
    • Verwarren van complementair met contrasterend. Elke kleur heeft één complement. Andere kleuren die goed contrasteren zijn geen complement.

    Veelgestelde vragen over complementaire kleuren

    Wat zijn complementaire kleuren?

    Kleuren die tegenover elkaar liggen op de kleurencirkel, zoals rood en groen, blauw en oranje, geel en paars. Naast elkaar versterken ze elkaar, gemengd dempen ze elkaar.

    Wat is de complementaire kleur van groen?

    Rood. Een rood accent in een groen schilderij springt eruit, en een beetje rood in groen maakt het groen natuurlijker.

    Wat is de complementaire kleur van blauw?

    Oranje. Dit is een van de sterkste contrasten in de schilderkunst.

    Wat is de complementaire kleur van geel?

    Paars. Paarse schaduwen laten gele vlakken stralen.

    Wat is de complementaire kleur van bruin?

    Blauw. Bruin is een donkere, gedempte oranje, dus het complement is blauw.

    Wat is de complementaire kleur van roze?

    Een lichtere groen. Roze is een lichte vorm van rood, dus het complement is groen in een lichte tint.

    Wat gebeurt er als je complementaire kleuren mengt?

    Ze dempen elkaar tot grijs of bruin. Verfmaker Golden meldt dat het mengen van kleuren van tegenover elkaar liggende kanten van de kleurencirkel zwart of grijs oplevert.

    Hoe gebruik je complementaire kleuren in een schilderij?

    Gebruik de ene kleur in een groot vlak en de andere als klein accent, of zet ze in de schaduwen. Combineer ze met neutrale tinten, zodat het geheel rustig blijft.

    Verder lezen

    Wil je kleuren beter leren begrijpen? Lees dan eerst hoe je kleuren mengt, bekijk de kleurencirkel en de kleurencirkel van Itten, en probeer schilderen op nummer om het zelf te oefenen. Alle uitleg over schilderen vind je in ons stappenplan voor beginners.

  • Kleurencirkel: uitleg, kleuren mengen en zelf maken

    Kleurencirkel: uitleg, kleuren mengen en zelf maken

    De kleurencirkel is een cirkel met kleuren die laat zien hoe ze samenhangen. Voor schilders bestaat hij uit de primaire kleuren rood, geel en blauw, de secundaire kleuren oranje, groen en paars die je door mengen krijgt, en de tertiaire kleuren ertussen. Kleuren die tegenover elkaar liggen heten complementair: ze versterken elkaar naast elkaar en dempen elkaar in een mengsel.

    Een kleurencirkel is een van de handigste hulpmiddelen voor wie met verf werkt. Hij helpt je kleuren te mengen zonder te gokken, harmonieuze combinaties te kiezen en te begrijpen waarom een mengsel modderig wordt. In dit artikel lees je hoe de kleurencirkel is opgebouwd, wat de primaire, secundaire en tertiaire kleuren zijn, hoe je complementaire kleuren gebruikt en hoe je zelf een kleurencirkel schildert. Ben je net begonnen met schilderen? Lees dan ook onze gids schilderen voor beginners.

    Kort samengevat

    • De kleurencirkel van Itten heeft twaalf kleuren: drie primaire, drie secundaire en zes tertiaire.
    • Primaire kleuren voor schilders zijn rood, geel en blauw.
    • Secundaire kleuren ontstaan door twee primaire kleuren te mengen: oranje, groen en paars.
    • Complementaire kleuren liggen tegenover elkaar: geel en paars, rood en groen, blauw en oranje.
    • Maak je eigen kleurencirkel met drie tubes, wit en een stuk papier: zo leer je mengen het snelst.

    Wat is een kleurencirkel

    Een kleurencirkel zet kleuren in een cirkel, zodat je in één oogopslag ziet welke kleuren bij elkaar horen. De Nederlandstalige Wikipedia legt uit dat de primaire kleuren afhangen van het systeem: bij schilderen zijn dat rood, geel en blauw, bij kleurendruk cyaan, magenta en geel, en bij beeldschermen rood, groen en blauw. In dit artikel gaat het om de cirkel voor schilders. Die gebruikt rood, geel en blauw.

    Geschilderde kleurencirkel van twaalf kleuren
    De kleurencirkel in twaalf kleuren.

    De cirkel van Itten

    De bekendste kleurencirkel in de schilderkunst is die van Johannes Itten. Volgens de Nederlandstalige Wikipedia over Itten werd hij op 11 november 1888 geboren in Wachseldorn in Zwitserland en gaf hij vanaf 1919 les aan het Bauhaus. Hij publiceerde een boek over kleur en compositie, gebaseerd op de kleurencirkel van Adolf Hölzel. Zijn kleurencirkel bevat twaalf kleuren en gebruikt rood, geel en blauw als primaire kleuren, al benaderen die volgens Wikipedia de echte primaire kleuren slechts. Hij onderscheidde ook zeven kleurcontrasten, waaronder licht-donker, warm-koud en complementair. Meer over deze variant lees je in onze uitleg over de kleurencirkel van Itten.

    Primaire, secundaire en tertiaire kleuren

    De twaalf kleuren van de cirkel zijn in drie groepen te verdelen.

    Primaire kleuren

    Rood, geel en blauw. Dit zijn de basiskleuren, die je volgens de traditionele opvatting niet uit andere kleuren kunt mengen. In de afbeelding bovenaan zijn ze dikgedrukt. Met primaire kleuren en wit kun je bijna elke andere kleur maken.

    Secundaire kleuren

    De secundaire kleuren ontstaan door twee primaire kleuren te mengen. Volgens Wikipedia zijn dat op de traditionele schilderscirkel oranje, groen en paars.

    • Oranje is geel plus rood.
    • Groen is geel plus blauw.
    • Paars is rood plus blauw.

    Tertiaire kleuren

    De tertiaire kleuren komen tussen de primaire en de secundaire kleuren te liggen. Wikipedia noemt ze vooral in de cirkel van Itten, waarin ze de zes tussenliggende tinten vormen. Je maakt ze door een primaire en een secundaire kleur te mengen die naast elkaar liggen: geeloranje, roodoranje, roodpaars, blauwpaars, blauwgroen en geelgroen.

    Complementaire kleuren

    Complementaire kleuren liggen tegenover elkaar op de kleurencirkel. Op de traditionele cirkel staat rood tegenover groen, geel tegenover paars en oranje tegenover blauw. Ze zijn het sterkst gecontrasteerd.

    Drie paren complementaire kleuren: geel en paars, rood en groen, blauw en oranje
    Complementaire kleuren: de paren liggen tegenover elkaar op de cirkel.

    Complementaire kleuren doen twee dingen. Ten eerste versterken ze elkaar naast elkaar. Een oranje vlak naast een blauw vlak lijkt feller dan elk apart. Ten tweede dempen ze elkaar in een mengsel. Een beetje oranje door je blauw geeft een gedempt grijsblauw, en een beetje groen door je rood geeft een warm bruin. Dat is handig voor schaduwen en natuurlijke tinten. Meer uitleg en voorbeelden vind je in onze gids over complementaire kleuren.

    Warme en koele kleuren

    De kleurencirkel is ook in een warme en een koele helft te verdelen. Geel, oranje en rood voelen warm en komen naar voren. Blauw, groen en paars voelen koel en wijken terug. Dat gebruik je bij schilderen voor diepte: koele kleuren in de verte, warme kleuren op de voorgrond. Itten noemt het warm-koud-contrast een van zijn zeven contrasten.

    Zo maak je zelf een kleurencirkel

    Zelf een kleurencirkel schilderen is een van de beste oefeningen voor een beginner. Je leert mengen, je ontdekt hoe kleuren zich gedragen en je houdt een naslagwerk dat je altijd kunt raadplegen. Dit heb je nodig: acrylverf of gouache in rood, geel en blauw, titaniumwit, een plat en een rond penseel, een palet, een glas water en een vel papier of karton. Heb je een lege kleurencirkel nodig om in te kleuren, teken er dan een met een passer en een liniaal: een cirkel met twaalf gelijke taartpunten.

    Zelf een kleurencirkel schilderen
    Begin met de drie primaire kleuren.
    1. Teken de cirkel. Gebruik een passer of een bord om een cirkel te tekenen en verdeel hem in twaalf delen van 30 graden. Een transporteur of een eenvoudige klokwijzerverdeling helpt.
    2. Schilder de drie primaire kleuren op de posities geel (boven), rood en blauw, met een gelijke afstand ertussen: elk vierde vakje.
    3. Meng de secundaire kleuren. Meng geel en rood tot oranje, geel en blauw tot groen, en rood en blauw tot paars. Schilder ze op de plekken tussen de primaire kleuren.
    4. Meng de tertiaire kleuren. Meng steeds een primaire en een naastliggende secundaire kleur, bijvoorbeeld geel en oranje tot geeloranje.
    5. Laat alles drogen en schrijf de namen eronder.
    6. Maak een tweede ring met wit. Voeg elk een beetje wit toe voor een lichtere tint, zodat je de tinten ziet.
    7. Maak een derde ring met een beetje complementair. Voeg een druppeltje van de kleur ertegenover toe om te zien hoe hij dempt.

    Doe dit rustig en met kleine hoeveelheden. De eerste kleurencirkel is zelden perfect, en dat hoeft ook niet. Het gaat om het gevoel voor kleur. Bewaar je werk als referentie en hang het naast je ezel. Het mengen zelf lees je in onze gids over kleuren mengen.

    Kleurharmonieën: combinaties die werken

    Met de cirkel in je hoofd kun je kleurcombinaties kiezen die bij elkaar passen. Er zijn een paar klassieke schema’s die je kunt gebruiken als uitgangspunt. Ze zijn praktische vuistregels, geen wetten.

    • Analoog: drie of vier kleuren die naast elkaar liggen, bijvoorbeeld geel, geeloranje en oranje. Geeft rust en eenheid.
    • Complementair: twee kleuren tegenover elkaar, zoals blauw en oranje. Geeft spanning en energie.
    • Gesplitst complementair: een kleur met de twee buren van zijn tegenhanger, bijvoorbeeld blauw met geeloranje en roodoranje. Meer variatie, minder hard dan een zuiver complementair paar.
    • Triade: drie kleuren op gelijke afstand van elkaar, zoals rood, geel en blauw. Levendig en vrolijk, vooral als je één kleur laat overheersen.
    • Monochroom: één kleur in lichte en donkere tinten, met wit en een beetje van de complementaire kleur. Geeft een elegant, rustig resultaat.

    Een goede vuistregel is om één kleur te laten overheersen, een tweede als ondersteuning te gebruiken en de derde als accent in kleine hoeveelheden. Zo voorkom je dat je schilderij onrustig wordt.

    Tinten, tonen en schakeringen

    Een kleur op de cirkel is een zuivere tint. In de praktijk gebruik je ze in veel varianten. Voeg je wit toe, dan krijg je een lichtere kleur, die in de kleurenleer een tint heet. Voeg je grijs toe, dan wordt de kleur gedempt, een toon. Voeg je een donkere kleur toe, dan krijg je een schakering. Met deze drie bewegingen maak je uit één kleur een heel palet. Een lichte blauw uit blauw en wit is rustig en koel, een gedempte blauw uit blauw en een beetje oranje is zachter en natuurlijker, en een donkere blauw uit blauw en een druppel omber is diep en rijk.

    Bij schilderen is het slim om per schilderij te beslissen hoe zuiver of gedempt je kleuren zijn. Een schilderij met alleen verzadigde kleuren wordt snel hard en vermoeiend. Een schilderij met vooral gedempte kleuren en een paar zuivere accenten heeft meteen een brandpunt en een eigen sfeer. Dat is een van de eenvoudigste manieren om je werk volwassener te laten ogen.

    Kleurencirkel kopen of printen

    Wil je liever een kleurencirkel kopen, dan vind je hem bij kunstenaarswinkels en online: als kaart, als draaischijf of als boekje. Een draaischijf laat je met een raam zien welke kleuren bij elkaar passen. Een lege kleurencirkel kun je ook printen en zelf invullen. Voor beginners is zelf maken leerzamer dan kopen, omdat je de tinten van jouw eigen verf ziet. Een gekochte kleurencirkel gebruikt vaak gedrukte kleuren, die afwijken van wat je met verf maakt.

    Kleurencirkel in de praktijk

    De kleurencirkel is niet alleen voor schilders. Hij wordt ook op andere plekken gebruikt.

    • Interieur. De kleurencirkel helpt bij het kiezen van muur- en meubelkleuren. Complementaire kleuren geven spanning, buurkleuren rust. Een blauwe muur met oranje accenten is een klassiek voorbeeld.
    • Kleding. Bij het combineren van kleding gebruik je dezelfde regels: een complementaire combinatie valt op, kleuren die naast elkaar liggen zijn rustig.
    • Haarverf. Kappers gebruiken een eigen variant van de kleurencirkel om ongewenste tinten te neutraliseren. Een kleur die tegenover de ongewenste tint ligt, dempt hem, volgens hetzelfde principe als bij schilderen.
    • Persoonlijkheid. Je ziet op het internet kleurencirkels die kleuren aan persoonlijkheden koppelen. Dat zijn populaire spelletjes, geen wetenschappelijke tests. Gebruik ze voor de gezelligheid.

    Ideeën om met de kleurencirkel te oefenen

    • Een schilderij in buurkleuren. Kies drie kleuren die naast elkaar liggen en schilder een landschap. Je krijgt een rustig, harmonieus beeld.
    • Een schilderij in complementaire kleuren. Kies geel en paars en schilder een bloem met een lichte lucht.
    • Een gedempt stilleven. Meng al je kleuren met een beetje complementair en kijk hoe natuurlijk ze worden.
    • Een kleurenstudie van een foto. Zoek de vijf belangrijkste kleuren en meng ze na.
    • Schilderen op nummer. Ook bij schilderen op nummer zie je de kleurencirkel terug: kleuren die naast elkaar staan werken samen.

    Veelgemaakte fouten

    • Te veel kleuren tegelijk mengen. Meer dan drie kleuren in één mengsel wordt snel modderig.
    • Zwart gebruiken om te verdonkeren. Meng liever met een complementaire kleur of een donkerblauw voor een levendig donker.
    • Alle kleuren even fel gebruiken. Laat een paar gedempte tinten zien, zodat de felle kleuren stralen.
    • Primaire kleuren van slechte kwaliteit. Zwakke pigmenten geven vlakke mengsels. Kies een goede studentenkwaliteit.
    • Geen proefmengsels maken. Test je mengsels op een stuk papier voordat je ze op je doek zet.

    Veelgestelde vragen over de kleurencirkel

    Wat is een kleurencirkel?

    Een cirkel waarin kleuren zo zijn gerangschikt dat je ziet hoe ze samenhangen. De cirkel voor schilders heeft rood, geel en blauw als primaire kleuren.

    Wat zijn de primaire kleuren?

    Voor schilders rood, geel en blauw. Bij kleurendruk zijn het cyaan, magenta en geel, en bij beeldschermen rood, groen en blauw.

    Wat zijn secundaire kleuren?

    Kleuren die je krijgt door twee primaire kleuren te mengen: oranje, groen en paars.

    Wat zijn complementaire kleuren?

    Kleuren die tegenover elkaar liggen op de kleurencirkel: rood en groen, geel en paars, blauw en oranje. Ze versterken elkaar naast elkaar en dempen elkaar in een mengsel.

    Hoeveel kleuren heeft de kleurencirkel van Itten?

    Twaalf: drie primaire, drie secundaire en zes tertiaire kleuren.

    Hoe maak je zelf een kleurencirkel?

    Teken een cirkel in twaalf delen, schilder de drie primaire kleuren, meng de secundaire en tertiaire kleuren en laat alles drogen. Schrijf de namen erbij.

    Waarvoor gebruik je een kleurencirkel?

    Bij het mengen van verf, bij het kiezen van kleurencombinaties en bij het begrijpen van contrast, bijvoorbeeld voor een schilderij, een interieur of kleding.

    Kun je alle kleuren uit rood, geel en blauw mengen?

    Bijna. Met wit en een goede kwaliteit verf kom je ver, maar echt heldere tinten, zoals felle groen of paars, kun je niet altijd uit de drie basiskleuren mengen.

    Verder lezen

    De kleurencirkel is de basis van alle kleurenleer. Lees verder bij kleuren mengen, complementaire kleuren en de kleurencirkel van Itten. De basis van verf en penselen staat in schilderen voor beginners.

    Pak drie tubes, wit en een vel papier en maak je eigen kleurencirkel.

  • Kleuren mengen: zo meng je elke kleur met een beperkt palet

    Kleuren mengen: zo meng je elke kleur met een beperkt palet

    Kleuren mengen is minder ingewikkeld dan het lijkt. Met de drie primaire kleuren rood, geel en blauw, aangevuld met wit, meng je bijna elke tint die je nodig hebt. Geel en blauw geven groen, rood en blauw geven paars, rood en geel geven oranje. De kunst zit in de verhouding en in het toevoegen van kleine beetjes, niet in een grote verzameling tubes.

    Staat je palet nog leeg, lees dan eerst ons overzicht schilderen voor beginners. Hieronder volgt de kleurenleer die je bij elke verfsoort nodig hebt.

    Kort samengevat

    • Rood, geel en blauw zijn de basis; samen met wit meng je bijna alles.
    • Meng altijd donker in licht, in kleine beetjes. Donkere kleuren zijn sterk.
    • Een kleur uit het kleurenwiel temper je met zijn complement, niet met zwart.
    • Gebruik een warm en een koel exemplaar van elke primaire kleur voor zuivere mengsels.
    • Verf droogt vaak donkerder op, dus meng iets lichter dan je wilt.

    De basis: het kleurenwiel

    Schilders gebruiken al eeuwen een kleurenwiel om te begrijpen welke kleur uit welke voortkomt. In het schildersmodel, dat Wikipedia in het overzicht van het kleurenwiel beschrijft, staan rood, geel en blauw als primaire kleuren op drie gelijke punten. Mengen van twee primaire kleuren geeft een secundaire kleur: oranje, groen of paars. Een primaire kleur met een naburige secundaire kleur geeft een tertiaire kleur, zoals geelgroen of roodoranje. Zo ontstaat een wiel van twaalf kleuren.

    Waarom is dit nuttig? Omdat je kunt zien wat je gaat krijgen. Wil je een warmer groen, ga dan richting geel. Wil je een koeler groen, voeg dan een beetje blauw toe. Een nadere uitleg per wiel vind je bij de kleurencirkel en bij de kleurencirkel van Itten.

    Warm en koel

    Elke primaire kleur bestaat in een warme en een koele variant. Een warm geel leunt naar oranje, een koel geel naar groen. Een warm rood leunt naar oranje, een koel rood naar paars. Een warm blauw leunt naar paars, een koel blauw naar groen. Voor zuivere mengsels kies je de variant die het dichtst bij de gewenste kleur ligt: voor een helder groen meng je een koel geel met een koel blauw, voor een helder paars een koel rood met een warm blauw.

    Gouden regels bij het mengen

    Een paar vaste gewoontes besparen je veel verf en frustratie.

    Begin met de lichte kleur

    Voeg een beetje van de donkere kleur toe aan de lichte, niet andersom. Blauw en rood zijn sterke kleuren: een druppel is al snel genoeg om een hele hoeveelheid geel te veranderen.

    Mix op je palet, niet op het doek

    Meng op een palet en vergelijk het mengsel op een wit stukje papier. Mengen op het doek gaat soms prima, maar bij acryl droogt de verf snel, dus de beste mengsels maak je op het palet.

    Gebruik zo min mogelijk kleuren

    Hoe meer kleuren je door elkaar mengt, hoe grauwer het resultaat. Twee of drie kleuren per mengsel is meestal genoeg.

    Houd rekening met opdrogen

    Veel verf droogt iets donkerder op, vooral acryl. Meng je tint dus iets lichter dan je uiteindelijk wilt. Hoe dit werkt bij acryl lees je bij acrylverf.

    Mengschema’s voor veelgevraagde kleuren

    Hieronder staan richtverhoudingen. De uitkomst hangt af van je merk en je pigmenten, dus proef eerst op papier.

    Groen mengen

    Meng geel en blauw. Meer geel geeft een lenteachtig geelgroen, meer blauw een diep bosgroen. Een klein beetje rood of oranje maakt het groen rustiger en natuurlijker. Dat is handig voor gras en bladeren, want het groen uit een tube is vaak te fel. Wil je mintgroen of olijfgroen? Mintgroen krijg je met een beetje blauw, veel wit en een klein beetje geel. Olijfgroen maak je met geel, een klein beetje blauw en een druppel rood of bruin.

    Geel en blauw mengen tot groen op een palet
    Geel en blauw geven groen.

    Paars mengen

    Meng rood en blauw. Meer rood geeft een warm paars of magenta-achtig, meer blauw een koel violet. Voor een zacht lila voeg je wit toe. Een koel rood met een warm blauw geeft het levendigste paars. Paars met veel bruin erin wordt grijsachtig en bruikbaar voor schaduwen.

    Oranje mengen

    Meng geel en rood. Een warm geel met een warm rood geeft het helderste oranje. Meer geel geeft goudgeel, meer rood geeft roestoranje. Voeg een kleine hoeveelheid blauw toe en je krijgt een zacht bruinoranje, geschikt voor terracotta.

    Bruin mengen

    Bruin is een gedempte kleur en kan op meerdere manieren ontstaan. Meng een kleur met zijn complement, bijvoorbeeld oranje met blauw of rood met groen. Meer van de warme kleur geeft warmbruin, meer van de koele kleur geeft donkerbruin. Of begin met alle drie de primaire kleuren in ongeveer gelijke delen en bijstellen. Voeg wit toe voor beige of zand.

    Grijs mengen

    Een levend grijs maak je met blauw en bruin, of met een kleur en zijn complement, in een verhouding die het neutraal houdt. Dat geeft veel mooiere grijzen dan zwart met wit. Voeg je meer blauw toe, dan wordt het grijs koud, met meer bruin warm. Voor een heel donker bijna zwart meng je ultramarijn en gebrande sienna.

    Zwart mengen

    Een donkere kleur zonder zwart uit de tube maak je met ultramarijnblauw en gebrande sienna, of met donkere tinten van blauw en rood. Zo blijft de kleur levendiger en passen schaduwen beter bij de rest van je schilderij.

    Huidskleur mengen

    Er bestaat niet één huidskleur. Een gangbaar uitgangspunt is wit met een beetje geel en een kleine beetje rood. Voor een lichte huid begin je met veel wit en voeg je heel weinig oker en rood toe. Voor een donkere huid begin je met bruin en wissel je tussen warm en koel. Voeg een klein beetje blauw of groen toe voor schaduw. Houd het mengsel altijd licht en breng nuances aan, want een huid is nooit één kleur.

    Beige, terracotta, roze en turquoise

    Beige is wit met een beetje geel en bruin. Terracotta is oranje met bruin en een klein beetje wit. Roze is wit met een klein beetje rood. Turquoise is blauw met groen en veel wit.

    Complementaire kleuren: de truc tegen fel en modderig

    Kleuren die tegenover elkaar op het wiel staan, noemen we complementair: rood en groen, blauw en oranje, geel en paars. Het overzicht van Wikipedia over het kleurenwiel vermeldt wel dat complementaire kleuren op het wiel niet altijd precies samenvallen met de kleuren die je met pigment tot grijs mengt. In de praktijk werkt het principe goed genoeg om te gebruiken.

    Zelfgeschilderd kleurenwiel met penseel op papier
    Een kleurenwiel helpt bij het kiezen van kleuren.

    Je gebruikt het zo: is een kleur te fel, voeg dan een beetje van het complement toe in plaats van zwart of grijs. Een te knalgroen wordt rustiger met een druppel rood. Een te heldere lucht wordt gedempt met een beetje oranje. Meer uitleg vind je bij complementaire kleuren.

    Waarom kleuren modderig worden

    Modderige kleuren ontstaan meestal door een van drie dingen: te veel kleuren door elkaar, een vies penseel, of te veel complementair mengen zonder opzet. Dat is geen ramp. Stop met mengen als je kleur eenmaal goed is, veeg je penseel af tussen de mengsels en houd twee bakjes water bij de hand, een voor het afspoelen en een voor het schone water.

    Oefening: een eigen kleurentabel maken

    De beste manier om kleuren mengen onder de knie te krijgen, is een tabel maken met jouw eigen verf. Dat kost een uur en je gebruikt het jarenlang.

    Kleurentabel met geschilderde mengvakjes op papier
    Een eigen kleurentabel laat zien wat je kunt mengen.
    1. Teken op een stuk papier een raster van zes bij zes vakjes.
    2. Zet in de bovenste rij je zes kleuren en in de linkerkolom dezelfde zes.
    3. Meng elk paar in gelijke delen en schilder het in het vakje.
    4. Maak een tweede rij waarin je steeds meer wit toevoegt.
    5. Schrijf er de kleurnamen bij en bewaar de tabel naast je ezel.

    Je ontdekt zo meteen welke kleuren in jouw merk goed samenwerken, en welke nooit een mooi mengsel geven.

    Kleuren mengen met een beperkt palet

    Je hoeft niet veertig tubes te hebben om elke kleur te kunnen maken. Veel schilders werken met een beperkt palet van zes kleuren: een warme en een koele variant van rood, geel en blauw. Daarmee kun je bijna alle tinten mengen en blijft je werk harmonieus, omdat alle kleuren uit dezelfde bron komen.

    • Rood: een warm rood (richting oranje) en een koel rood (richting paars).
    • Geel: een warm geel (richting oranje) en een koel geel (richting groen).
    • Blauw: een warm blauw (richting paars) en een koel blauw (richting groen).
    • Wit om te verlichten, bij waterverf het papier zelf.

    Met een koel geel en een koel blauw maak je een helder, fris groen. Met een warm geel en een warm blauw wordt het groen gedempter. Dat is precies het verschil dat je nodig hebt als je een gras- en een bladgroen naast elkaar wilt. Experimenteer eerst op papier voordat je op het doek begint.

    Bruin, grijs en groen mengen zonder potje

    Kant-en-klare tubes bruin, grijs of groen hoef je niet te kopen. Je maakt ze zelf, en dat levert levendiger kleuren op.

    1. Bruin mengen: meng oranje met een beetje blauw, of rood met groen. Meer blauw geeft een donkerder, koeler bruin. Meer oranje geeft een warm bruin.
    2. Grijs mengen: meng twee complementaire kleuren in gelijke delen, bijvoorbeeld blauw en oranje, en voeg wit toe. Het grijs krijgt zo een warme of koele toon.
    3. Groen mengen: begin met geel en voeg blauw in kleine hoeveelheden toe. Blauw is sterk, dus je hebt maar weinig nodig.

    Let op de hoeveelheden. Voeg de sterkste kleur steeds in kleine beetjes toe aan de zwakkere, niet andersom. Anders heb je ineens een klont donkere verf en moet je veel toevoegen om de verhouding te herstellen.

    Een kleurenwiel gebruiken als schema

    Een kleurenwiel is een handig schema bij het mengen. Het laat zien welke kleuren naast elkaar liggen en welke tegenover elkaar. Kleuren die naast elkaar liggen, passen goed bij elkaar. Kleuren die tegenover elkaar liggen (complementair) versterken elkaar naast elkaar en dempen elkaar in een mengsel.

    Je kunt een eigen tabel maken, zoals beschreven in de oefening hierboven, en die naast je schildersezel hangen. Zo vind je snel welke twee kleuren je nodig hebt voor oranje, paars of een gedempt groen. Voor meer achtergrond bij het schema lees je de pagina over de kleurencirkel en de verdieping bij de kleurencirkel van Itten.

    Houd ten slotte rekening met het soort verf. Acrylverf droogt donkerder op dan het nat lijkt. Bij olieverf blijft de kleur hetzelfde, maar het mengen gaat langzamer. Bij waterverf maakt de hoeveelheid water de kleur lichter. Meng daarom altijd iets meer dan je denkt nodig te hebben, zodat je niet halverwege een vlak opnieuw moet mengen en de tint net anders uitvalt. Schrijf op een kladblad op welke verhoudingen je gebruikte; dan kun je een gelukte kleur later nog eens maken.

    Mengen met meer controle: tint, toon en verzadiging

    Wie leert kleuren mengen, richt zich meestal op de vraag welke twee kleuren samen een derde geven. Dat is een goed begin, maar je krijgt veel meer grip als je een kleur in drie eigenschappen kunt beschrijven: tint, toon en verzadiging. Met die drie kun je precies vertellen wat er aan je mengsel mist.

    De drie eigenschappen

    • Tint is de kleur zelf: rood, groen, blauw of een tussenvorm daarvan.
    • Toon is hoe licht of donker de kleur is, los van de tint.
    • Verzadiging is hoe zuiver of levendig de kleur is. Een vaal grijsblauw heeft dezelfde tint als een helder blauw, maar minder verzadiging.

    Als een mengsel niet goed voelt, vraag je jezelf af welke van de drie niet klopt. Is hij te donker, dan gaat het om toon. Is hij te dof, dan gaat het om verzadiging. Is hij net de verkeerde richting op, dan gaat het om tint.

    Toon aanpassen zonder de kleur kwijt te raken

    Wit maakt een kleur lichter, maar ook koeler en minder verzadigd. Bij aquarel gebruik je geen wit: je voegt water toe. Zwart maakt donkerder, maar kan een kleur dood laten ogen. Veel schilders gebruiken liever een donkere kleur uit de buurt, zoals een diep blauw of bruin, om een mengsel dieper te maken. Probeer het zelf: meng een groen met zwart en daarna met een donkerblauw, en vergelijk beide.

    Verzadiging verlagen

    Wil je een kleur rustiger maken, voeg dan een beetje van de complementaire kleur toe. Een te fel groen wordt zachter met een druppel rood, een te fel oranje met een beetje blauw. Doe dit voorzichtig: een heel klein beetje is genoeg. Op die manier houd je de kleur levend, in plaats van dat je hem grijs verft. Meer over die tegenhangers lees je bij complementaire kleuren.

    Een eenvoudige schaal als oefening

    Teken een rij van negen vakjes. Zet links de zuivere kleur en rechts de donkere versie, en vul de vakjes ertussen met mengsels. Doe daarna hetzelfde met wit, en daarna met de complementaire kleur. Je krijgt zo een kaart die laat zien wat je met een kleur kunt doen. Hang hem boven je werkplek. Wil je een overzicht van de kleuren zelf, kijk dan bij kleurencirkel.

    Veelgestelde vragen over kleuren mengen

    Welke kleuren heb ik nodig om alle kleuren te mengen?

    Met een warm en koel exemplaar van geel, rood en blauw, plus titaanwit, kom je ver. Een aardkleur zoals gebrande sienna is een prettige aanvulling. Dat zijn zeven tubes.

    Hoe meng ik groen?

    Meng geel en blauw. Meer geel geeft geelgroen, meer blauw donkergroen. Een druppel rood maakt het groen natuurlijker.

    Hoe meng ik bruin?

    Meng een kleur met zijn complement, zoals oranje met blauw. Of meng de drie primaire kleuren ongeveer gelijk en pas bij.

    Hoe meng ik paars?

    Meng rood en blauw. Een koel rood met een warm blauw geeft het levendigste paars.

    Hoe meng ik huidskleur?

    Begin met wit, voeg een beetje geel en een klein beetje rood toe en pas aan. Voor een donkerder huid begin je met bruin. Pas altijd in kleine stapjes aan.

    Waarom wordt mijn mengsel grijs of modderig?

    Meestal omdat er te veel kleuren in zitten of omdat complementaire kleuren te veel zijn gemengd. Beperk je tot twee of drie kleuren per mengsel.

    Kun je zwart zelf mengen?

    Ja, met ultramarijnblauw en gebrande sienna krijg je een donkere, levendige tint. Zwart uit de tube blijft handig, maar maakt kleuren sneller dof.

    Is kleuren mengen met acryl anders dan met olieverf?

    Het principe is gelijk. Acryl droogt sneller, dus je moet vlugger mengen en het wordt iets donkerder als het droogt. Olieverf geeft je langer de tijd.

    Verder lezen

    Kleuren mengen leer je door te doen. Pak je basiskleuren, maak een kleurentabel en kijk wat jouw merk doet. Wil je dieper in de kleurenleer, lees dan verder over complementaire kleuren, de kleurencirkel en de kleurencirkel van Itten. Terug naar het overzicht kan altijd via schilderen voor beginners.

De waardering van ayoo.nl bij WebwinkelKeur Reviews is 8,7/10 gebaseerd op 255 reviews.