Complementaire kleuren zijn kleuren die tegenover elkaar liggen op de kleurencirkel. De bekendste paren zijn rood en groen, blauw en oranje, en geel en paars. Naast elkaar op een schilderij versterken ze elkaar en lijken ze feller. Door elkaar gemengd dempen ze elkaar en maken ze grijs of bruin. Dat maakt ze tot een van de handigste hulpmiddelen van elke schilder.
Wie leert schilderen, loopt er vroeg of laat tegenaan: waarom wordt mijn mengsel modderig, en waarom springt dat oranje bij dat blauw zo in het oog? Het antwoord ligt bij complementaire kleuren. Als je ze kent, kun je bewuster kiezen welke kleuren je naast elkaar zet, hoe je een kleur dempt zonder zwart en hoe je schaduwen levendig houdt. In deze uitleg lees je wat complementaire kleuren zijn, welke paren je kent, hoe je ze mengt en hoe je ze inzet in je schilderij. De basis van het schilderen vind je in ons stappenplan om te leren schilderen.
Kort samengevat
- Complementaire kleuren liggen tegenover elkaar op de kleurencirkel: rood-groen, blauw-oranje, geel-paars.
- Naast elkaar versterken ze elkaar. Dat geeft contrast en energie.
- Gemengd dempen ze elkaar tot grijs of bruin. Zo maak je schaduwen zonder zwart.
- Gebruik de ene kleur in grote vlakken en de andere als klein accent.
- Op een kleurencirkel met rood, geel en blauw als primaire kleuren zijn de paren eenvoudig af te lezen.
Wat zijn complementaire kleuren?
Een kleurencirkel zet alle kleuren in een rondje, in de volgorde van de regenboog. Kleuren die precies tegenover elkaar liggen, zijn elkaars complement. Het woord komt van “complement”, wat zoveel betekent als aanvulling: samen vormen ze een compleet geheel van contrast.

Het idee is ouder dan het lijkt. Johannes Itten, een Zwitserse schilder en kunstdocent, gaf les aan het Bauhaus. Volgens Wikipedia in het artikel over Johannes Itten gaf hij daar van 1919 tot 1922 les en ontwikkelde hij er een invloedrijke voorcursus over materialen, compositie en kleur. Hij breidde het kleurenwiel van Adolf Hölzel uit tot een kleurenbol met twaalf kleuren en beschreef zeven soorten kleurcontrast, waaronder het contrast van kleur, van licht en donker en van warm en koud. Complementair contrast is een van de bekendste. Meer over zijn cirkel lees je in onze uitleg over de kleurencirkel van Itten en over de kleurencirkel zelf.
Let op: er zijn meerdere kleurmodellen. Op de traditionele schilderscirkel met rood, geel en blauw als primaire kleuren zijn de complementaire paren rood-groen, blauw-oranje en geel-paars. In andere systemen, zoals het RGB-model van schermen, zijn de paren anders (bijvoorbeeld rood-cyaan). Voor schilderen werkt het schilderscirkel-model het best.
De complementaire kleuren op een rij
Hieronder de paren die je het vaakst gebruikt. Op de zuivere kleurencirkel hoort bij elke kleur een eigen tegenhanger.
| Kleur | Complementaire kleur |
|---|---|
| Rood | Groen |
| Blauw | Oranje |
| Geel | Paars |
| Roze (licht rood) | Lichtgroen |
| Bruin (donker oranje) | Blauw |
Complementaire kleuren van rood
Het complement van rood is groen. Een rode papaver tegen een groene achtergrond lijkt gloeiend. Ook mengen kun je ermee: een beetje groen in een rood maakt het dieper en bruiner. Het complement van roze is een lichtere groentint, omdat roze een lichte vorm van rood is.
Complementaire kleuren van blauw
Blauw heeft oranje als complement. Dat is een van de sterkste combinaties in de schilderkunst. Een oranje zon tegen een blauwe lucht, of een oranje boot op blauw water, trekt direct de aandacht. Bruin is in feite een donkere, gedempte oranje, dus het complement van bruin is blauw. Dat verklaart waarom een beetje blauw in bruin het bruin koel en diep maakt.
Complementaire kleuren van geel
Geel heeft paars als complement. Paarse schaduwen op een gele muur of op een geel veld doen het goed. Het geeft schaduwen kleur zonder dat ze zwart worden.
Complementaire kleuren van oranje en paars
Het complement van oranje is blauw en het complement van paars is geel. Je leest de paren dus in beide richtingen: elke kleur heeft precies één tegenhanger.
Complementaire kleuren mengen
Als je complementaire kleuren mengt, dempen ze elkaar. Dat is een van de handigste trucs van elke schilder. Verfmaker Golden legt in zijn kleurmengwijzer uit dat het mengen van kleuren van tegenover elkaar liggende kanten van de kleurencirkel zwart of grijs oplevert. Een voorbeeld uit de gids: phtaloblauw-groen en naftolrood licht liggen bijna tegenover elkaar, en mengen levert een eenvoudig zwart op. Daarom bevat hun mengset geen zwart.

Dezelfde bron legt uit wat er daarbij gebeurt: als je het complement van een kleur toevoegt, daalt het chroma, de intensiteit of de verzadiging, maar het kan ook de helderheid verschuiven. Chroma is hoe fel of ingetogen een kleur lijkt. Wil je de lichtheid gelijk houden, mengt Golden een neutraal grijs van dezelfde helderheid door je kleur.
Wat betekent dat voor jou?
- Een fel groen dempen? Voeg een klein beetje rood toe. Het groen wordt natuurlijker en rustiger.
- Schaduw voor een rode roos? Meng wat groen door het rood in plaats van zwart. Je schaduw blijft levendig.
- Een kleur donkerder maken? Meng het complement erbij. Blauw plus oranje wordt een warm donkergrijs of bruin.
- Eigen grijzen maken. Door de verhouding te variëren krijg je warme of koele grijzen, die vaak mooier zijn dan een grijs uit de tube.
Begin met kleine hoeveelheden. Een klein beetje van het complement is genoeg om een kleur merkbaar te dempen. Voeg toe tot je bent waar je wilt zijn. Meer over het mengen van kleuren vind je in onze uitleg over kleuren mengen.
Tip: maak een mengtabel op een stuk karton. Zet in de rijen en kolommen drie complementaire paren en meng ze in vijf verhoudingen. Zo zie je in een kwartier wat elk paar doet, en heb je het resultaat altijd bij de hand.
Complementaire kleuren naast elkaar zetten
Als je ze niet mengt maar naast elkaar zet, werken complementaire kleuren juist omgekeerd: ze versterken elkaar. Het oranje lijkt oranjer naast blauw, en het blauw blauwer naast oranje. Dat contrast trekt het oog en geeft een schilderij energie.

Een bekend voorbeeld is Impression, soleil levant van Claude Monet. Volgens Wikipedia in het artikel over dit schilderij is de zon in oranje accenten geschilderd tegen een blauwgrijze nevel. De zon heeft dezelfde helderheid als de lucht, waardoor hij in een zwart-witfoto bijna verdwijnt. In kleur zorgt het oranje-blauwe contrast ervoor dat hij er toch uitspringt. Dit is een mooi voorbeeld van wat complementair contrast kan doen: het contrast zit in de kleur, niet in de lichtheid.
Een paar manieren om complementaire kleuren naast elkaar in te zetten:
- Groot en klein. Gebruik de ene kleur voor een groot vlak en de andere als klein accent. Een grote blauwe lucht met een kleine oranje boot is sterker dan twee even grote vlakken.
- Op de achtergrond. Zet een figuur in een kleur tegen een achtergrond in het complement. Een rode jurk op een groene achtergrond blijft in beeld.
- In de schaduw. Schilder schaduwen in het complement van de lichtkleur. Een gele bloem krijgt dan paarse schaduwen.
- Met rust eromheen. Combineer complementaire kleuren met neutrale tinten, zodat het contrast niet te druk wordt.
Complementaire kleuren in fotografie en design
Ook buiten het schilderen gebruikt men complementaire kleuren. In fotografie en film zie je vaak de combinatie van blauwgroen en oranje, omdat huidtinten rond oranje liggen en een koele achtergrond daar mooi tegen afsteekt. Dat is een gangbare werkwijze, maar geen regel. In interieur en grafisch ontwerp gebruikt men complementaire kleuren voor accenten: een blauwe bank met een oranje kussen is een klassiek voorbeeld.
De les voor schilders is dezelfde: gebruik complementaire kleuren sparzaam, als accent, en laat de rest in verwante tinten blijven. Te veel contrast maakt een schilderij onrustig. Wil je dit snel oefenen, dan helpt schilderen op nummer: het geeft je kant-en-klare kleurvlakken waarmee je het effect meteen ziet.
Een beginnersset voor kleurparen
Je hebt geen dertig tubes nodig om met kleurparen te werken. Met een kleine set kun je alle paren mengen. Een voorbeeld van een set voor acrylverf of olieverf:
- een warm en een koud rood (bijvoorbeeld een oranjerood en een karmijnrood),
- een warm en een koud geel (een citroengeel en een gele oker),
- een warm en een koud blauw (ultramarijn en een groenig blauw),
- titaniumwit,
- eventueel een donkere kleur zoals omber.
Met deze zeven of acht tubes meng je zelf groen, oranje en paars, en dus ook alle tegenhangers. Het voordeel van zelf mengen is dat je de verhouding in de hand hebt. Een groen uit de tube is vaak fel en een beetje kunstmatig. Een groen dat je zelf maakt uit geel en blauw, en dat je met een druppel rood dempt, ziet er veel natuurlijker uit. Dit is een praktische aanpak, geen vaste regel: elk merk pigment gedraagt zich net iets anders.
Warm en koud: een tweede kleurcontrast
Naast complementair contrast bestaat er contrast tussen warme en koude kleuren. Warm zijn geel, oranje en rood. Koud zijn blauw, groen en paars. Itten noemde ook dit als een apart contrast. Dit overlapt met complementaire kleuren: blauw en oranje zijn zowel een complementair paar als het uiterste van koud en warm. Daarom is dat paar zo sterk.
Je kunt er bewust mee werken. Warme kleuren komen vooruit en koude kleuren wijken terug. Een schilderij met een warme voorgrond en een koude achtergrond krijgt daardoor diepte. Zet een oranje boot voor een blauwe heuvel en de boot lijkt dichterbij. Combineer dat met het idee dat je de achtergrond lichter en vlakker schildert, en je krijgt een landschap met ruimte.
Analoge kleuren als rustig alternatief
Zijn complementaire kleuren te druk voor wat je wilt schilderen, kies dan analoge kleuren. Dat zijn kleuren die naast elkaar liggen op de kleurencirkel, zoals geel, geeloranje en oranje, of blauw, blauwgroen en groen. Ze passen vanzelf bij elkaar en geven een rustig, harmonieus beeld. Een schilderij in analoge kleuren met één klein complementair accent is een beproefde manier om een schilderij gebalanceerd te houden. Zo gebruik je het sterke effect van een tegenovergestelde kleur precies zoals je wilt: sparzaam en op de goede plek.
Oefeningen met complementaire kleuren
Lezen helpt, maar proberen werkt beter. Deze drie oefeningen kosten elk een kwartier.
- De mengreeks. Schilder een rij van vijf vierkantjes. Begin links met zuiver blauw en rechts met zuiver oranje, en meng in vijf stappen van het een naar het ander. In het midden zie je een grijs of bruin. Dat is de neutrale tint.
- Het contrastproefje. Schilder twee vlakken naast elkaar in complementaire kleuren, en twee vlakken in verwante kleuren. Kijk welk paar meer energie geeft.
- De gekleurde schaduw. Schilder een gele appel op een witte ondergrond. Maak de schaduw eerst met zwart, daarna met paars. Vergelijk het resultaat.
Bewaar je proefjes in een schrift of een map. Na een paar weken heb je een persoonlijk kleurenboek dat je bij elk schilderij kunt raadplegen.
Veelgemaakte fouten met complementaire kleuren
- Te veel van beide. Twee even grote vlakken in complementaire kleuren concurreren. Laat een kleur domineren.
- Te veel tegelijk mengen. Als je veel complement toevoegt, wordt het mengsel modderig. Doe het stap voor stap.
- Alleen zwart gebruiken voor schaduw. Zwart maakt een kleur dood. Probeer het complement.
- Het verkeerde kleurmodel. Een kleurenwiel van een computerscherm geeft andere paren dan een schilderscirkel. Gebruik de schilderscirkel.
- Verwarren van complementair met contrasterend. Elke kleur heeft één complement. Andere kleuren die goed contrasteren zijn geen complement.
Veelgestelde vragen over complementaire kleuren
Wat zijn complementaire kleuren?
Kleuren die tegenover elkaar liggen op de kleurencirkel, zoals rood en groen, blauw en oranje, geel en paars. Naast elkaar versterken ze elkaar, gemengd dempen ze elkaar.
Wat is de complementaire kleur van groen?
Rood. Een rood accent in een groen schilderij springt eruit, en een beetje rood in groen maakt het groen natuurlijker.
Wat is de complementaire kleur van blauw?
Oranje. Dit is een van de sterkste contrasten in de schilderkunst.
Wat is de complementaire kleur van geel?
Paars. Paarse schaduwen laten gele vlakken stralen.
Wat is de complementaire kleur van bruin?
Blauw. Bruin is een donkere, gedempte oranje, dus het complement is blauw.
Wat is de complementaire kleur van roze?
Een lichtere groen. Roze is een lichte vorm van rood, dus het complement is groen in een lichte tint.
Wat gebeurt er als je complementaire kleuren mengt?
Ze dempen elkaar tot grijs of bruin. Verfmaker Golden meldt dat het mengen van kleuren van tegenover elkaar liggende kanten van de kleurencirkel zwart of grijs oplevert.
Hoe gebruik je complementaire kleuren in een schilderij?
Gebruik de ene kleur in een groot vlak en de andere als klein accent, of zet ze in de schaduwen. Combineer ze met neutrale tinten, zodat het geheel rustig blijft.
Verder lezen
Wil je kleuren beter leren begrijpen? Lees dan eerst hoe je kleuren mengt, bekijk de kleurencirkel en de kleurencirkel van Itten, en probeer schilderen op nummer om het zelf te oefenen. Alle uitleg over schilderen vind je in ons stappenplan voor beginners.
