• Gratis verzending
  • Voor 20:00 besteld, morgen in huis
  • 14 dagen bedenktijd

Externe flitser: wanneer en hoe gebruik je hem?

Een externe flitser maakt binnenfoto’s, portretten en foto’s in tegenlicht een stuk beter. Zo kies je hem, stel je hem in en gebruik je hem zonder harde schaduwen.

Max
6 november 2026 · 11 min lezen
Externe flitser op een camera op een houten tafel, met een reflector en een lens ernaast

Een externe flitser gebruik je als er te weinig licht is, of als het licht niet goed valt: binnen, in de schaduw of bij tegenlicht. Het geheim is niet de flitser recht op je onderwerp richten, maar het licht tegen een plafond of muur laten kaatsen. Dan wordt het licht zacht en verdwijnen harde schaduwen en rode ogen. Je stelt de flitser meestal in op TTL, zodat de camera de lichtsterkte bepaalt.

De ingebouwde flitser van je camera is handig als noodoplossing, maar hij zit vlak boven de lens en geeft platte, harde foto’s. Een losse flitser op de flitsschoen kun je draaien en kantelen. Daardoor wordt het resultaat veel natuurlijker. In dit artikel lees je wanneer je een flitser nodig hebt, waar je bij het kiezen op let en hoe je hem instelt. Zoek je het grotere plaatje? Dan begin je bij onze pagina over fotografie voor beginners.

Kort samengevat

  • Gebruik een flitser binnen, in de schaduw en bij tegenlicht. In vol zonlicht kan hij schaduwen in het gezicht opvullen.
  • Richt hem bij voorkeur op een wit plafond of een muur (indirect flitsen). Dat geeft zacht licht zonder harde schaduwen.
  • Zet de flitser op TTL als je begint. Leer daarna pas handmatig te werken.
  • Let op de synchronisatietijd van je camera: bij een kortere sluitertijd dan 1/200 of 1/250 seconde zie je een zwarte balk, tenzij je flitser snelle synchronisatie (HSS) heeft.
  • Een losse flitser is veel krachtiger dan de ingebouwde flitser en geeft meer controle over de richting van het licht.

Waarom een flitser gebruiken?

Veel beginners denken dat een flitser alleen voor het donker is. In de praktijk gebruik je hem vooral om licht te sturen. Er zijn vier situaties waarin hij het verschil maakt.

Binnen met weinig licht

In een woonkamer of op een verjaardag is er vaak te weinig licht voor een scherpe foto zonder een hoge ISO-waarde of een lange sluitertijd. Daarmee bevries je beweging en houd je de ISO laag. Het scheelt ruis, en kinderen die rondrennen blijven scherp. Je kunt natuurlijk ook een lens met een groot diafragma gebruiken, maar licht erbij is vaak goedkoper en flexibeler.

Tegenlicht en schaduw

Staat je onderwerp met de zon in de rug, dan is het gezicht donker en de lucht uitgebrand. Zo vul je het gezicht op. Dit heet opvulflits (fill flash). De camera meet dan het licht voor de achtergrond, terwijl de flitser het onderwerp erbij oplicht. Op een zonnige dag onder een hoge zon lost dit de harde schaduwen onder de ogen op.

Portretten

Bij portretfotografie is flitsen een hulpmiddel voor mooi zacht licht. Met licht dat tegen een muur of reflector kaatst, krijg je een lichtbron die groter is dan de flitser zelf. Hoe groter de lichtbron ten opzichte van je onderwerp, hoe zachter de schaduwen. Recht van voren flitsen maakt het gezicht plat en glanzend.

Evenementen en snelle beweging

Op een feest, in een sporthal of bij een optreden moet je snel kunnen schieten. Een korte flitstijd bevriest beweging, ook als de omgeving donker is. Je moet er wel op letten dat het licht niet over het hele zaaltje valt: een flitser bereikt maar tot een bepaalde afstand.

Ingebouwde flitser of externe flitser

De ingebouwde flitser zit op de camera, vlak boven de lens. Volgens Wikipedia is zo’n ingebouwde flitser vaak zwak voor onderwerpen die verder dan ongeveer 3 meter staan. Een externe flitser (Canon noemt zijn flitsers Speedlites, Nikon Speedlights) zet je op de flitsschoen bovenop de camera. Hij heeft meer vermogen en hij is te draaien en te kantelen.

Het belangrijkste verschil zit in de richting van het licht:

  • Ingebouwd: het licht komt recht van voren. Daardoor krijg je harde schaduwen achter je onderwerp en kans op rode ogen.
  • Extern: je kunt het licht omhoog, opzij of naar achteren richten. Je maakt het licht dus zacht met een plafond, wand of reflector.
  • Vermogen: een externe flitser haalt een groter bereik, waardoor je ook in grotere ruimtes kunt werken.
  • Kosten: een ingebouwde flitser is gratis, een externe flitser kost geld. Merkflitsers zijn duurder dan merkloze alternatieven, die vaak alleen handmatig werken.

Heb je nog geen camera met een flitsschoen? Dan helpt een kijkje in onze pagina over camera kopen. Veel compactcamera’s en smartphones hebben geen flitsschoen.

Zo kies je een externe flitser

Kopen is vooral een kwestie van wat je ermee wilt doen. Let op deze punten.

Past hij op je camera?

De flitsschoen is bij veel merken gelijk, maar de contacten voor TTL en andere functies verschillen per merk. Een model van je eigen merk werkt het eenvoudigst samen met je camera. Er zijn ook modellen van andere fabrikanten die op meerdere merken werken, vaak met een specifieke versie per merk. Controleer altijd of hij compatibel is met jouw cameramodel.

Richtgetal en vermogen

Het richtgetal (Engels: guide number) geeft aan hoe krachtig het licht is. Een hoger getal betekent meer bereik. Voor een beginner is een model met een richtgetal rond 40 meer dan voldoende voor binnen en voor de meeste portretten, als richtwaarde. Je hoeft geen duurste topmodel te nemen. Meer vermogen is wel handig als je indirect flitst, omdat het licht dan een omweg maakt en veel kracht verliest.

Kantelbare en draaibare kop

Dit is de belangrijkste eigenschap voor mooie foto’s. Je moet de flitserkop omhoog kunnen kantelen (voor het plafond) en opzij kunnen draaien (voor de muur). Een model met alleen een vaste kop is bijna net zo slecht als de ingebouwde flitser.

TTL en handmatig

TTL staat voor through the lens: de camera meet via de lens hoeveel licht er nodig is. Dat maakt de flitser makkelijk voor beginners. Een handmatig model vraagt meer kennis, maar geeft een gelijkmatig resultaat. Een goed model kan beide.

Snelle synchronisatie (HSS)

Zonder HSS kun je tot een bepaalde sluitertijd flitsen. Met HSS kun je ook bij 1/1000 seconde of sneller flitsen. Dat is handig in fel zonlicht met een groot diafragma. Het kost wel vermogen. Volgens Wikipedia schiet hij dan meerdere keren terwijl de sluiter over de sensor beweegt, waardoor het richtgetal lager wordt.

Kopen hoeft niet duur te zijn, maar kijk eerst of je camera hem aankan. Hieronder lees je hoe je hem instelt.

Zo stel je een externe flitser in

Instellen voelt in het begin ingewikkeld. De volgende stappen werken voor de meeste merken.

  1. Zet hem op de flitsschoen en schakel hem in. Controleer of de camera het apparaat herkent.
  2. Kies een sluitertijd. Zet de camera op diafragmavoorkeuze of handmatig. Begin met 1/125 seconde of langzamer, binnen de synchronisatietijd van je camera.
  3. Kies TTL. Dan bepaalt de camera het vermogen.
  4. Richt de flitserkop. Kantel de kop 45 tot 75 graden omhoog naar een wit plafond of draai hem naar een witte muur.
  5. Maak een testfoto en kijk of de foto te licht of te donker is. Gebruik flitsbelichtingscompensatie (FEC) om het licht van de flitser met een halve of hele stop te veranderen.
  6. Pas aan. Vind je het gezicht te donker, verhoog dan de flitscompensatie. Is het te fel, verlaag hem.

Sluitertijd en synchronisatietijd

De synchronisatietijd (X-sync) is de kortste sluitertijd waarbij de hele sensor tegelijk belicht wordt. Volgens Wikipedia ligt die bij veel camera’s op 1/200 of 1/250 seconde, bij sommige op 1/160 en bij middenformaat rond 1/125. Gebruik je een kortere tijd zonder HSS, dan zie je op de foto een zwarte balk. Lees de handleiding van je camera voor de exacte waarde. Meer over de sluitertijd lees je in onze pagina over sluitertijd.

Diafragma en ISO

Bij flitsen bepaalt de sluitertijd vooral hoeveel omgevingslicht je meeneemt, en het diafragma hoeveel licht van de flitser binnenkomt. Een kleiner diafragma (hoger f-getal) betekent dat de flitser harder moet werken. De ISO bepaalt hoe gevoelig de sensor is: hoger is gevoeliger, maar ook meer ruis. Begin met ISO 200 tot 800 als richtwaarde.

Indirect flitsen: zo krijg je zacht licht

Indirect flitsen (bounce flash) betekent dat je het licht niet op je onderwerp richt, maar op een oppervlak dat het teruggeeft. Dat geeft zachter licht, omdat de bron groter lijkt. Volgens Wikipedia heb je er meer vermogen voor nodig, maar het resultaat is diffuser dan directe flits.

  • Wit plafond: richt de flitser omhoog. Het licht komt van boven, vergelijkbaar met daglicht uit een raam. Is het plafond hoger dan ongeveer 3 meter of gekleurd, dan werkt het minder goed.
  • Witte muur: draai de kop opzij. Dit geeft een lichtere zijkant, een soort raamlicht.
  • Reflector: met een los reflectiescherm of een klein kaartje op de flitser stuur je extra licht naar je onderwerp.
  • Kleur: licht dat kaatst tegen een gekleurde muur neemt die kleur mee. Gebruik wit of lichtgrijs.

Wil je een stap verder? Een softbox maakt het licht van een losse flitser zacht, en dat leer je in het onderwerp studiofotografie.

Rode ogen voorkomen

Rode ogen ontstaan als het licht van een flitser vlak bij de lens in het oog weerkaatst. Volgens Wikipedia ontstaan ze door het directe licht op het netvlies. Je voorkomt ze door indirect te flitsen, door de flitser van de lens af te zetten of door extra licht in de ruimte aan te zetten, zodat de pupillen kleiner zijn. Een voorflits van de camera helpt ook.

Fouten en situaties met een flitser

Veelgemaakte fouten

Een paar fouten komen steeds terug. Ze zijn makkelijk te vermijden.

  • Recht van voren flitsen. Dit geeft platte foto’s en harde schaduwen achter je onderwerp. Kaats het licht.
  • Te dichtbij flitsen. Op volle kracht op minder dan een meter geeft overbelichte huid. Verlaag het vermogen of ga een stap terug.
  • Alles op automatisch laten staan. De camera meet vaak de achtergrond en de flitser stelt zich daar op in. Controleer je foto’s en pas de belichting aan.
  • Het omgevingslicht vergeten. Een snelle sluitertijd maakt de achtergrond donker. Een langzamere sluitertijd, binnen de synchronisatietijd, laat meer omgevingslicht binnen.
  • Flitsen op glas of spiegels. Flitsen recht op een raam of spiegel geeft een felle weerkaatsing in je foto. Sta schuin ten opzichte van het oppervlak.
  • Geen reservebatterijen. Dit apparaat verbruikt veel energie. Neem altijd een tweede set batterijen mee.

Flitsen in verschillende situaties

Hieronder staan enkele situaties waarin een flitser helpt.

Portretten binnen

Zet het portret op een paar meter van een witte muur en richt de flitser op de muur of het plafond. Zet de camera op diafragma f/2.8 tot f/4 en ISO 400 als richtwaarde. Een portret met een flitser binnen werkt het beste als de flitser niet recht op het gezicht gericht is. Voor tips over onderwerpen, poses en bijpassend licht lees je portretfotografie.

Buiten in zon

Gebruik hem als opvulflits in de schaduw van een gezicht of bij tegenlicht. Zet het vermogen laag, bijvoorbeeld min één stop, zodat de foto er natuurlijk uitziet. Met een korte sluitertijd is HSS handig.

Macrofotografie

Voor insecten en bloemen op korte afstand is extra licht vaak nodig om bij een klein diafragma toch een scherpe foto te krijgen. Gebruik een diffuser of een ringflitser, zodat het licht niet te hard wordt.

Familiefoto’s en feesten

Richt het licht op het plafond en houd je ISO redelijk hoog, zodat de omgeving niet te donker wordt. Kies TTL en ga uit van de handleiding van je camera voor details. Je krijgt dan foto’s die minder hard zijn dan met de ingebouwde flitser.

Een flitser voor je telefoon?

Een telefoon heeft een klein led-lichtje dat vaak ‘flitser’ wordt genoemd. Dat is geen echte flitser: het is een continu of kort lichtje. Voor veel foto’s is het te hard en te dichtbij. Wil je bij weinig licht betere telefoonfoto’s maken? Gebruik dan de nachtstand, zet de telefoon op een statief voor je telefoon en gebruik zo veel mogelijk bestaand licht. Meer hierover vind je in onze gids over smartphonefotografie.

Veiligheid en gebruik

Flitsen is veilig, maar let op de volgende punten.

  • Niet voor ogen flitsen op korte afstand. Dit is voor baby’s en dieren onprettig. Kaats het licht tegen een plafond.
  • Batterijen niet mengen. Gebruik hetzelfde type en dezelfde merk batterijen.
  • Warm na veel flitsen. Na een snelle reeks flitsen kan hij heet worden. Laat hem afkoelen.
  • Verbod op flitsen. In musea en bij concerten is flitsen vaak niet toegestaan. Volg de regels.

Veelgestelde vragen over de flitser

Wanneer gebruik je een externe flitser?

Gebruik een externe flitser binnen bij weinig licht, bij tegenlicht en voor portretten waar je zacht licht wilt. Hij helpt ook om schaduwen op te vullen in fel zonlicht. Alleen als er genoeg mooi licht is, kun je hem laten liggen.

Hoe stel ik een externe flitser in?

Zet hem op de flitsschoen, kies TTL en een sluitertijd binnen de synchronisatietijd van je camera, meestal 1/125 tot 1/200 seconde. Richt de kop op een wit plafond en maak een testfoto. Is het te licht of te donker, dan pas je de flitscompensatie aan.

Wat is het verschil tussen een ingebouwde en een externe flitser?

Een ingebouwde flitser zit vast op de camera en geeft hard licht recht van voren, met een beperkt bereik. Een externe flitser is krachtiger en draaibaar, zodat je het licht tegen een plafond of muur kunt laten kaatsen. Daardoor krijg je zachtere foto’s.

Welke flitser kopen voor een beginner?

Kies een flitser met TTL, een kantelbare en draaibare kop en genoeg vermogen voor binnenwerk. Een model van je eigen cameramerk werkt het makkelijkst. Voor beginners is een middenklassemodel meestal ruim voldoende. Een topmodel is niet nodig.

Wat is een richtgetal?

Het richtgetal geeft het vermogen van een flitser aan. Het is de afstand maal het f-getal bij een bepaalde ISO. Een hoger getal betekent dat de flitser verder reikt. Vergelijk richtgetallen altijd bij dezelfde ISO en zoomstand.

Wat is HSS?

HSS of snelle synchronisatie laat de flitser meerdere keren schieten terwijl de sluiter over de sensor beweegt. Zo kun je flitsen met een kortere sluitertijd dan de normale synchronisatietijd. Het nadeel is dat de flitser minder bereik heeft, omdat het vermogen over meer lichtpulsen verdeeld wordt.

Hoe voorkom ik rode ogen?

Flits indirect, via een plafond of muur, en zet extra licht aan in de ruimte, zodat de pupillen kleiner worden. De voorflits van de camera helpt ook. Licht dat ver van de lens af komt geeft minder rode ogen.

Kan ik mijn telefoon met een flitser gebruiken?

Een telefoon heeft een klein ingebouwd lichtje, en er bestaan losse lichtjes voor telefoons. Een echte externe unit werkt niet zonder flitsschoen. Voor betere foto’s bij weinig licht kun je beter een statief en de nachtstand gebruiken.

Verder lezen

De waardering van ayoo.nl bij WebwinkelKeur Reviews is 8,7/10 gebaseerd op 255 reviews.