Een zelfportret maak je door je camera of telefoon op een statief te zetten, bij een raam met zacht licht, en met de zelfontspanner of een afstandsbediening een serie foto’s van jezelf te nemen. Je kiest vooraf een idee, een plek en kleding, en je controleert op het scherm of je scherp in beeld staat. Dat is alles wat je nodig hebt om een eerste zelfportret te maken.
Een zelfportret is meer dan een selfie. Bij een selfie houd je de camera op armlengte en leg je een moment vast. Bij een zelfportret denk je na over licht, achtergrond en uitdrukking, net als bij elk ander portret. Het is ook een goede oefening: je bent je eigen model, je hoeft niemand te laten wachten en je kunt zo vaak opnieuw proberen als je wilt. Wil je daarna ook anderen fotograferen, lees dan onze gids over portretfotografie of de tips voor een fotoshoot. Het grotere geheel vind je bij fotografie.
Kort samengevat
- Een zelfportret is een bewust gemaakt portret van jezelf: je bepaalt licht, plek, kleding en sfeer.
- Je hebt een camera of telefoon, een statief en zacht licht nodig. Een raam of een bewolkte dag werkt goed.
- Stel scherp op een stand-in (een stoel of een statief) en gebruik zelfontspanner, interval of afstandsbediening.
- Maak een serie van 20 tot 50 opnamen en kies later de beste. Veel oefenen helpt.
- Je volgt een lange traditie: schilders als Rembrandt, Van Gogh en Frida Kahlo maakten er tientallen.
Wat is een zelfportret?
Een zelfportret is een portret dat een kunstenaar van zichzelf maakt. Volgens Wikipedia deed een schilder dat traditioneel door voor een spiegel te poseren. Tegenwoordig kan ook een camera die rol overnemen. In de fotografie is een zelfportret dus een foto waarop jij de maker en het onderwerp bent.
Zelfportretten hebben volgens hetzelfde artikel drie doelen: alleen de maker afbeelden, de maker in een groter tafereel plaatsen, of de eigen persoon psychologisch benaderen. Je kunt dat ook in je foto’s terugzien. Een foto van je gezicht in de ochtend geeft iets anders dan een foto van je schaduw op een muur of een foto van je handen aan het werk. Welke vorm je kiest, bepaalt je opstelling.
Zelfportret of selfie?
Het verschil zit niet in de camera, maar in de aanpak. Een selfie maak je meestal snel, met je arm uitgestrekt, om te delen. Een zelfportret plan je: je kiest licht, achtergrond en kleding, en je werkt aan uitdrukking en compositie. Vaak gebruik je een statief. Beide zijn prima. Alleen leer je met een zelfportret veel meer over fotograferen.
Zelfportretten door de kunstgeschiedenis
Een zelfportret is niet nieuw. Het vroegste bewaard gebleven zelfportret is volgens Wikipedia van Jean Fouquet, rond 1450, en Albrecht Dürer maakte er omstreeks 1500 een bekend voorbeeld. Zelfportretten ontstonden in de renaissance, toen de status van kunstenaars steeg.
Bekende voorbeelden die je kunt bekijken voor inspiratie:
- Rembrandt van Rijn maakte volgens Wikipedia ongeveer honderd zelfportretten, vaak als zelfstandig werk. Zijn zelfportretten gelden als een vroeg voorbeeld van het psychologische zelfportret: hij laat zien wie hij is op verschillende momenten in zijn leven.
- Vincent van Gogh maakte een ongewoon groot aantal zelfportretten. Hij richtte zich minder op gelijkenis en meer op artistieke waarde en emotie. Zijn kleurgebruik weerspiegelt zijn gedachten.
- Frida Kahlo is bekend om haar vele zelfportretten. Zij gebruikte haar eigen gezicht om gevoelens en gebeurtenissen uit haar leven te tonen.
- Pablo Picasso schilderde zichzelf in verschillende perioden en in zeer verschillende stijlen, van realistisch tot kubistisch.
Je hoeft niet te schilderen om hiervan te leren. Kijk wat deze kunstenaars gemeen hebben: een duidelijke blik, een eigen kleurkeuze en een idee. Dat zijn ook de ingrediënten voor een goed fotografisch zelfportret. Wil je het zelf tekenen, kijk dan ook naar de verschillen: bij een zelfportret tekenen werk je langer aan details, bij fotograferen werk je meer met licht en moment.
Wat heb je nodig voor een zelfportret maken?
Voor een zelfportret maken heb je weinig nodig. Dit is een eenvoudige basis:
- Een camera of telefoon. Elk toestel met zelfontspanner volstaat. Voor een systeemcamera is een lens van ongeveer 50 tot 85 mm (omgerekend naar kleinbeeld) een goede keuze, omdat korte brandpuntsafstanden volgens Wikipedia over portretfotografie neus en gezicht kunnen vervormen. Zie ook objectief kiezen.
- Een statief of een stabiele ondergrond. Een statief houdt de camera op oogniveau. Heb je er geen, dan werkt een stapel boeken.
- Een afstandsbediening of de app van je camera. Zo hoef je niet te rennen. De zelfontspanner van 2 of 10 seconden werkt ook.
- Een reflector of een wit vel karton om licht in de schaduw terug te werpen.
- Een stand-in: een stoel, een plant of een statief om op scherp te stellen.
Zelfportret met je telefoon
Met een telefoon gebruik je bij voorkeur de hoofdcamera (de achterkant), omdat die scherper is dan de voorcamera. Zet de telefoon op een statiefje, gebruik de timer en het draadloze rasterbeeld om je compositie te bepalen. Kijk daarna of je ogen scherp zijn. Als de telefoon een portretstand heeft, test dan of de randen van je haar niet raar worden uitgesneden.
Licht, scherpstellen en instellingen
Het licht bepaalt het resultaat van een zelfportret meer dan de camera. Kies zacht licht. Een groot raam aan de zijkant, met je gezicht een beetje naar het raam gedraaid, geeft een mooi, natuurlijk resultaat. Leg aan de andere kant een witte kaart om de schaduw te verzachten. Volgens Wikipedia is raamlicht in de vroege ochtend en late middag het mooist voor portretten. Buiten helpt een lage zon: lees er meer over bij fotograferen in het gouden uur.
Scherpstellen op jezelf
Het lastigste bij een zelfportret is scherpstellen als je niet achter de camera staat. Probeer dit:
- Zet een stoel of een statief op de plek waar jij gaat staan.
- Stel scherp op de stand-in, met de scherpstelling op het midden van het beeld.
- Zet de scherpstelling op handmatig, zodat de camera niet opnieuw gaat zoeken.
- Ga zelf op dezelfde plek zitten of staan en gebruik de timer.
Hebben je camera of telefoon een oogdetectie en een app, dan kun je het ook automatisch laten doen. Controleer altijd op het scherm of je ogen scherp zijn en doe dat na elke serie.
Instellingen voor een zelfportret
- Opening f/2,8 tot f/5,6. Bij een wijde opening wordt de scherptediepte klein, dus een stap van je plek kan je gezicht uit focus brengen. Een waarde rond f/4 is veilig. Zie ook bokeh.
- Sluitertijd 1/125 seconde of korter, zeker als je beweegt. Op een statief mag het langzamer als je stil blijft zitten. Meer daarover lees je bij sluitertijd.
- ISO laag houden, zo laag als het licht toelaat.
- Seriefoto’s of interval. Veel camera’s maken met een timer meerdere opnamen achter elkaar, zodat je kunt bewegen en variëren.
Poses, uitdrukking en compositie
Voor de camera staan voelt vreemd als je jezelf bedient. Het helpt om een idee te hebben en een pose te kiezen die iets doet. Enkele tips voor een zelfportret maken met een natuurlijk resultaat:
- Doe iets. Lees een boek, schenk thee, zet een kop op. Handen met een taak zijn rustiger dan handen zonder taak.
- Draai je lichaam schuin en draai je gezicht terug naar de camera. Dat geeft diepte.
- Kijk soms niet in de lens. Een blik naar buiten geeft een stillere sfeer, een blik in de lens meer contact.
- Gebruik de ruimte. Een zelfportret hoeft het hele beeld niet te vullen. Een kleine figuur in een grote ruimte vertelt een ander verhaal.
- Speel met licht en schaduw. Een half verlicht gezicht, een silhouet of een spiegeling geeft sfeer. De regels van compositie werken ook bij jezelf.
- Begin met een idee. Een gevoel, een kleur of een woord: rust, nieuwsgierig, moe, blij. Dat helpt bij uitdrukking.
Een serie maken
Zelfportretten worden mooier als je ze niet als losse foto’s ziet. Maak een serie van bijvoorbeeld twaalf portretten in één maand, steeds in hetzelfde licht, of één portret per seizoen. Zo zie je zelf wat er verandert, en leer je beter kijken naar licht, uitdrukking en compositie.
Zelfportret met kinderen en kleuters
Een zelfportret is ook een leuke opdracht voor kinderen. Met kleuters werkt het het best als het spelenderwijs gaat. Laat ze een spiegel pakken, kijk samen hoe ze eruitzien en laat ze daarna tekenen wat ze zien. Geef ze verfpotloden, kleurpotloden of een stuk karton om een masker mee te maken. Foto’s maken kan ook: laat een kind de camera op een tafel zetten en met een knop of afstandsbediening zichzelf fotograferen. Houd het kort, een kwartier is genoeg, en laat de kinderen zelf kiezen wat ze laten zien. Een kind dat een zelfportret maakt, leert goed naar het eigen gezicht kijken en ontdekt dat een foto of tekening een eigen keuze is. Meer over foto’s van kinderen en gezinnen vind je in onze tips voor familiefoto’s maken.
Veelgemaakte fouten en hoe je ze voorkomt
De meeste mislukte zelfportretten hebben dezelfde oorzaken:
- Scherpte op de achtergrond. Je hebt op de stand-in scherpgesteld, maar stond er een stap naast. Markeer je plek met tape op de vloer.
- Hard licht. Felle zon geeft harde schaduwen. Ga naar de schaduw of wacht tot er wolken zijn.
- Te laag of te hoog standpunt. De camera hoort op ooghoogte. Te laag geeft een dubbele kin, te hoog geeft een kleine kin en grote voorhoofd.
- Rommelige achtergrond. Ruim de plek op. Een rustige muur of gordijn werkt altijd.
- Te weinig opnamen. Nam je tien foto’s, dan zit de goede er zelden tussen. Neem er veertig.
- Te kritisch. Je kijkt naar je eigen gezicht met meer kritiek dan naar anderen. Kijk een dag later opnieuw naar de selectie.
Een laatste tip: bewaar je zelfportretten in één map, met de datum in de bestandsnaam. Na een jaar zie je hoe je blik, je licht en je keuzes zijn veranderd. Dat is precies waarom schilders als Rembrandt hun hele leven zichzelf bleven vastleggen: elk portret is een momentopname van wie je op dat moment bent en hoe je kijkt.
Veelgestelde vragen over een zelfportret
Wat is een zelfportret?
Een zelfportret is een portret dat een kunstenaar of fotograaf van zichzelf maakt. Traditioneel schilderde of tekende de maker zichzelf voor een spiegel. In de fotografie gebruik je een statief en een zelfontspanner of afstandsbediening.
Hoe maak ik een zelfportret met mijn telefoon?
Zet je telefoon op een statief of stabiele ondergrond op oogniveau, gebruik de hoofdcamera, zoek zacht licht en gebruik de timer. Maak een serie opnamen en controleer op het scherm of je ogen scherp zijn.
Wat heb ik nodig voor een zelfportret maken?
Een camera of telefoon, een statief, zacht licht en een stand-in om op scherp te stellen. Een afstandsbediening en een reflector zijn handig maar niet verplicht.
Hoe stel ik scherp op mezelf?
Zet een stoel of statief op je plek, stel daarop scherp en zet de scherpstelling op handmatig. Ga daarna zelf op dezelfde plek staan. Controleer na elke serie je ogen op het scherm.
Wat is het verschil tussen een zelfportret en een selfie?
Een selfie is een snelle opname op armlengte om te delen. Een zelfportret is een geplande foto waarbij je licht, achtergrond en uitdrukking kiest, meestal met een statief. Het is een bewuste vorm van portretfotografie.
Welke bekende zelfportretten zijn er?
Rembrandt maakte volgens Wikipedia ongeveer honderd zelfportretten. Van Gogh maakte er een ongewoon groot aantal, en Frida Kahlo is bekend om haar zelfportretten. Ook Picasso schilderde zichzelf in verschillende stijlen.
Hoe laat ik een zelfportret er natuurlijk uitzien?
Doe iets met je handen, draai je lichaam schuin, kijk niet altijd in de lens en maak veel opnamen. Kies een rustig idee of gevoel vooraf. Ontspanning ontstaat na de eerste twintig foto’s.
Kunnen kinderen en kleuters een zelfportret maken?
Ja. Laat ze naar een spiegel kijken en tekenen wat ze zien, of laat ze zichzelf fotograferen met een afstandsbediening. Houd het kort en speels, en laat ze zelf kiezen wat ze laten zien.
Verder lezen
Wil je verder met portretten en fotoshoots? Deze pagina’s helpen je daarbij:
