• Gratis verzending
  • Voor 20:00 besteld, morgen in huis
  • 14 dagen bedenktijd

Kleurencirkel: uitleg, kleuren mengen en zelf maken

De kleurencirkel laat zien welke kleuren je uit welke mengt en welke kleuren elkaar versterken. Hier lees je hoe hij werkt, hoe je hem zelf schildert en hoe je hem gebruikt bij het mengen.

Max
3 november 2026 · 10 min lezen
Kleurencirkel van Itten met twaalf kleuren, met primaire kleuren geel, rood en blauw dikgedrukt

De kleurencirkel is een cirkel met kleuren die laat zien hoe ze samenhangen. Voor schilders bestaat hij uit de primaire kleuren rood, geel en blauw, de secundaire kleuren oranje, groen en paars die je door mengen krijgt, en de tertiaire kleuren ertussen. Kleuren die tegenover elkaar liggen heten complementair: ze versterken elkaar naast elkaar en dempen elkaar in een mengsel.

Een kleurencirkel is een van de handigste hulpmiddelen voor wie met verf werkt. Hij helpt je kleuren te mengen zonder te gokken, harmonieuze combinaties te kiezen en te begrijpen waarom een mengsel modderig wordt. In dit artikel lees je hoe de kleurencirkel is opgebouwd, wat de primaire, secundaire en tertiaire kleuren zijn, hoe je complementaire kleuren gebruikt en hoe je zelf een kleurencirkel schildert. Ben je net begonnen met schilderen? Lees dan ook onze gids schilderen voor beginners.

Kort samengevat

  • De kleurencirkel van Itten heeft twaalf kleuren: drie primaire, drie secundaire en zes tertiaire.
  • Primaire kleuren voor schilders zijn rood, geel en blauw.
  • Secundaire kleuren ontstaan door twee primaire kleuren te mengen: oranje, groen en paars.
  • Complementaire kleuren liggen tegenover elkaar: geel en paars, rood en groen, blauw en oranje.
  • Maak je eigen kleurencirkel met drie tubes, wit en een stuk papier: zo leer je mengen het snelst.

Wat is een kleurencirkel

Een kleurencirkel zet kleuren in een cirkel, zodat je in één oogopslag ziet welke kleuren bij elkaar horen. De Nederlandstalige Wikipedia legt uit dat de primaire kleuren afhangen van het systeem: bij schilderen zijn dat rood, geel en blauw, bij kleurendruk cyaan, magenta en geel, en bij beeldschermen rood, groen en blauw. In dit artikel gaat het om de cirkel voor schilders. Die gebruikt rood, geel en blauw.

Geschilderde kleurencirkel van twaalf kleuren
De kleurencirkel in twaalf kleuren.

De cirkel van Itten

De bekendste kleurencirkel in de schilderkunst is die van Johannes Itten. Volgens de Nederlandstalige Wikipedia over Itten werd hij op 11 november 1888 geboren in Wachseldorn in Zwitserland en gaf hij vanaf 1919 les aan het Bauhaus. Hij publiceerde een boek over kleur en compositie, gebaseerd op de kleurencirkel van Adolf Hölzel. Zijn kleurencirkel bevat twaalf kleuren en gebruikt rood, geel en blauw als primaire kleuren, al benaderen die volgens Wikipedia de echte primaire kleuren slechts. Hij onderscheidde ook zeven kleurcontrasten, waaronder licht-donker, warm-koud en complementair. Meer over deze variant lees je in onze uitleg over de kleurencirkel van Itten.

Primaire, secundaire en tertiaire kleuren

De twaalf kleuren van de cirkel zijn in drie groepen te verdelen.

Primaire kleuren

Rood, geel en blauw. Dit zijn de basiskleuren, die je volgens de traditionele opvatting niet uit andere kleuren kunt mengen. In de afbeelding bovenaan zijn ze dikgedrukt. Met primaire kleuren en wit kun je bijna elke andere kleur maken.

Secundaire kleuren

De secundaire kleuren ontstaan door twee primaire kleuren te mengen. Volgens Wikipedia zijn dat op de traditionele schilderscirkel oranje, groen en paars.

  • Oranje is geel plus rood.
  • Groen is geel plus blauw.
  • Paars is rood plus blauw.

Tertiaire kleuren

De tertiaire kleuren komen tussen de primaire en de secundaire kleuren te liggen. Wikipedia noemt ze vooral in de cirkel van Itten, waarin ze de zes tussenliggende tinten vormen. Je maakt ze door een primaire en een secundaire kleur te mengen die naast elkaar liggen: geeloranje, roodoranje, roodpaars, blauwpaars, blauwgroen en geelgroen.

Complementaire kleuren

Complementaire kleuren liggen tegenover elkaar op de kleurencirkel. Op de traditionele cirkel staat rood tegenover groen, geel tegenover paars en oranje tegenover blauw. Ze zijn het sterkst gecontrasteerd.

Drie paren complementaire kleuren: geel en paars, rood en groen, blauw en oranje
Complementaire kleuren: de paren liggen tegenover elkaar op de cirkel.

Complementaire kleuren doen twee dingen. Ten eerste versterken ze elkaar naast elkaar. Een oranje vlak naast een blauw vlak lijkt feller dan elk apart. Ten tweede dempen ze elkaar in een mengsel. Een beetje oranje door je blauw geeft een gedempt grijsblauw, en een beetje groen door je rood geeft een warm bruin. Dat is handig voor schaduwen en natuurlijke tinten. Meer uitleg en voorbeelden vind je in onze gids over complementaire kleuren.

Warme en koele kleuren

De kleurencirkel is ook in een warme en een koele helft te verdelen. Geel, oranje en rood voelen warm en komen naar voren. Blauw, groen en paars voelen koel en wijken terug. Dat gebruik je bij schilderen voor diepte: koele kleuren in de verte, warme kleuren op de voorgrond. Itten noemt het warm-koud-contrast een van zijn zeven contrasten.

Zo maak je zelf een kleurencirkel

Zelf een kleurencirkel schilderen is een van de beste oefeningen voor een beginner. Je leert mengen, je ontdekt hoe kleuren zich gedragen en je houdt een naslagwerk dat je altijd kunt raadplegen. Dit heb je nodig: acrylverf of gouache in rood, geel en blauw, titaniumwit, een plat en een rond penseel, een palet, een glas water en een vel papier of karton. Heb je een lege kleurencirkel nodig om in te kleuren, teken er dan een met een passer en een liniaal: een cirkel met twaalf gelijke taartpunten.

Zelf een kleurencirkel schilderen
Begin met de drie primaire kleuren.
  1. Teken de cirkel. Gebruik een passer of een bord om een cirkel te tekenen en verdeel hem in twaalf delen van 30 graden. Een transporteur of een eenvoudige klokwijzerverdeling helpt.
  2. Schilder de drie primaire kleuren op de posities geel (boven), rood en blauw, met een gelijke afstand ertussen: elk vierde vakje.
  3. Meng de secundaire kleuren. Meng geel en rood tot oranje, geel en blauw tot groen, en rood en blauw tot paars. Schilder ze op de plekken tussen de primaire kleuren.
  4. Meng de tertiaire kleuren. Meng steeds een primaire en een naastliggende secundaire kleur, bijvoorbeeld geel en oranje tot geeloranje.
  5. Laat alles drogen en schrijf de namen eronder.
  6. Maak een tweede ring met wit. Voeg elk een beetje wit toe voor een lichtere tint, zodat je de tinten ziet.
  7. Maak een derde ring met een beetje complementair. Voeg een druppeltje van de kleur ertegenover toe om te zien hoe hij dempt.

Doe dit rustig en met kleine hoeveelheden. De eerste kleurencirkel is zelden perfect, en dat hoeft ook niet. Het gaat om het gevoel voor kleur. Bewaar je werk als referentie en hang het naast je ezel. Het mengen zelf lees je in onze gids over kleuren mengen.

Kleurharmonieën: combinaties die werken

Met de cirkel in je hoofd kun je kleurcombinaties kiezen die bij elkaar passen. Er zijn een paar klassieke schema’s die je kunt gebruiken als uitgangspunt. Ze zijn praktische vuistregels, geen wetten.

  • Analoog: drie of vier kleuren die naast elkaar liggen, bijvoorbeeld geel, geeloranje en oranje. Geeft rust en eenheid.
  • Complementair: twee kleuren tegenover elkaar, zoals blauw en oranje. Geeft spanning en energie.
  • Gesplitst complementair: een kleur met de twee buren van zijn tegenhanger, bijvoorbeeld blauw met geeloranje en roodoranje. Meer variatie, minder hard dan een zuiver complementair paar.
  • Triade: drie kleuren op gelijke afstand van elkaar, zoals rood, geel en blauw. Levendig en vrolijk, vooral als je één kleur laat overheersen.
  • Monochroom: één kleur in lichte en donkere tinten, met wit en een beetje van de complementaire kleur. Geeft een elegant, rustig resultaat.

Een goede vuistregel is om één kleur te laten overheersen, een tweede als ondersteuning te gebruiken en de derde als accent in kleine hoeveelheden. Zo voorkom je dat je schilderij onrustig wordt.

Tinten, tonen en schakeringen

Een kleur op de cirkel is een zuivere tint. In de praktijk gebruik je ze in veel varianten. Voeg je wit toe, dan krijg je een lichtere kleur, die in de kleurenleer een tint heet. Voeg je grijs toe, dan wordt de kleur gedempt, een toon. Voeg je een donkere kleur toe, dan krijg je een schakering. Met deze drie bewegingen maak je uit één kleur een heel palet. Een lichte blauw uit blauw en wit is rustig en koel, een gedempte blauw uit blauw en een beetje oranje is zachter en natuurlijker, en een donkere blauw uit blauw en een druppel omber is diep en rijk.

Bij schilderen is het slim om per schilderij te beslissen hoe zuiver of gedempt je kleuren zijn. Een schilderij met alleen verzadigde kleuren wordt snel hard en vermoeiend. Een schilderij met vooral gedempte kleuren en een paar zuivere accenten heeft meteen een brandpunt en een eigen sfeer. Dat is een van de eenvoudigste manieren om je werk volwassener te laten ogen.

Kleurencirkel kopen of printen

Wil je liever een kleurencirkel kopen, dan vind je hem bij kunstenaarswinkels en online: als kaart, als draaischijf of als boekje. Een draaischijf laat je met een raam zien welke kleuren bij elkaar passen. Een lege kleurencirkel kun je ook printen en zelf invullen. Voor beginners is zelf maken leerzamer dan kopen, omdat je de tinten van jouw eigen verf ziet. Een gekochte kleurencirkel gebruikt vaak gedrukte kleuren, die afwijken van wat je met verf maakt.

Kleurencirkel in de praktijk

De kleurencirkel is niet alleen voor schilders. Hij wordt ook op andere plekken gebruikt.

  • Interieur. De kleurencirkel helpt bij het kiezen van muur- en meubelkleuren. Complementaire kleuren geven spanning, buurkleuren rust. Een blauwe muur met oranje accenten is een klassiek voorbeeld.
  • Kleding. Bij het combineren van kleding gebruik je dezelfde regels: een complementaire combinatie valt op, kleuren die naast elkaar liggen zijn rustig.
  • Haarverf. Kappers gebruiken een eigen variant van de kleurencirkel om ongewenste tinten te neutraliseren. Een kleur die tegenover de ongewenste tint ligt, dempt hem, volgens hetzelfde principe als bij schilderen.
  • Persoonlijkheid. Je ziet op het internet kleurencirkels die kleuren aan persoonlijkheden koppelen. Dat zijn populaire spelletjes, geen wetenschappelijke tests. Gebruik ze voor de gezelligheid.

Ideeën om met de kleurencirkel te oefenen

  • Een schilderij in buurkleuren. Kies drie kleuren die naast elkaar liggen en schilder een landschap. Je krijgt een rustig, harmonieus beeld.
  • Een schilderij in complementaire kleuren. Kies geel en paars en schilder een bloem met een lichte lucht.
  • Een gedempt stilleven. Meng al je kleuren met een beetje complementair en kijk hoe natuurlijk ze worden.
  • Een kleurenstudie van een foto. Zoek de vijf belangrijkste kleuren en meng ze na.
  • Schilderen op nummer. Ook bij schilderen op nummer zie je de kleurencirkel terug: kleuren die naast elkaar staan werken samen.

Veelgemaakte fouten

  • Te veel kleuren tegelijk mengen. Meer dan drie kleuren in één mengsel wordt snel modderig.
  • Zwart gebruiken om te verdonkeren. Meng liever met een complementaire kleur of een donkerblauw voor een levendig donker.
  • Alle kleuren even fel gebruiken. Laat een paar gedempte tinten zien, zodat de felle kleuren stralen.
  • Primaire kleuren van slechte kwaliteit. Zwakke pigmenten geven vlakke mengsels. Kies een goede studentenkwaliteit.
  • Geen proefmengsels maken. Test je mengsels op een stuk papier voordat je ze op je doek zet.

Veelgestelde vragen over de kleurencirkel

Wat is een kleurencirkel?

Een cirkel waarin kleuren zo zijn gerangschikt dat je ziet hoe ze samenhangen. De cirkel voor schilders heeft rood, geel en blauw als primaire kleuren.

Wat zijn de primaire kleuren?

Voor schilders rood, geel en blauw. Bij kleurendruk zijn het cyaan, magenta en geel, en bij beeldschermen rood, groen en blauw.

Wat zijn secundaire kleuren?

Kleuren die je krijgt door twee primaire kleuren te mengen: oranje, groen en paars.

Wat zijn complementaire kleuren?

Kleuren die tegenover elkaar liggen op de kleurencirkel: rood en groen, geel en paars, blauw en oranje. Ze versterken elkaar naast elkaar en dempen elkaar in een mengsel.

Hoeveel kleuren heeft de kleurencirkel van Itten?

Twaalf: drie primaire, drie secundaire en zes tertiaire kleuren.

Hoe maak je zelf een kleurencirkel?

Teken een cirkel in twaalf delen, schilder de drie primaire kleuren, meng de secundaire en tertiaire kleuren en laat alles drogen. Schrijf de namen erbij.

Waarvoor gebruik je een kleurencirkel?

Bij het mengen van verf, bij het kiezen van kleurencombinaties en bij het begrijpen van contrast, bijvoorbeeld voor een schilderij, een interieur of kleding.

Kun je alle kleuren uit rood, geel en blauw mengen?

Bijna. Met wit en een goede kwaliteit verf kom je ver, maar echt heldere tinten, zoals felle groen of paars, kun je niet altijd uit de drie basiskleuren mengen.

Verder lezen

De kleurencirkel is de basis van alle kleurenleer. Lees verder bij kleuren mengen, complementaire kleuren en de kleurencirkel van Itten. De basis van verf en penselen staat in schilderen voor beginners.

Pak drie tubes, wit en een vel papier en maak je eigen kleurencirkel.

De waardering van ayoo.nl bij WebwinkelKeur Reviews is 8,7/10 gebaseerd op 255 reviews.