Borduren kruissteek is het zetten van kleine kruisjes op stof waarin je de gaatjes kunt tellen, meestal aida. Elk kruisje bestaat uit twee schuine steken die elkaar kruisen. Je volgt een patroon waarop elk vierkantje een kleur heeft, en zo ontstaat langzaam een afbeelding. Je hebt aida, splijtgaren, een stompe borduurnaald, een ring en een patroon nodig. Binnen een paar uur ziet je eerste motief er al uit als een plaatje.
De kruissteek is een van de populairste manieren om te borduren. Het is overzichtelijk, de steek is snel te leren en je hoeft niet te kunnen tekenen. Wie een telpatroon volgt, kan niet verdwalen. In dit artikel lees je hoe borduren kruissteek werkt, welke stof, garen en naald je kiest, hoe je een patroon leest, hoe je het kruisje steekt en hoe je netjes afwerkt. Zoek je eerst een overzicht, dan staat alles op een rij in onze gids over kruissteek.
Kort samengevat
- Een kruissteek bestaat uit twee schuine steken die elkaar kruisen, gezet op telstof zoals aida.
- Je volgt een telpatroon met symbolen, of werkt op voorbedrukte stof.
- Alle bovenste steken moeten dezelfde kant op liggen voor een nette uitkomst.
- Begin in het midden van het patroon en werk in rijen.
- Een kleine start, met weinig kleuren, houdt het leuk en haalbaar.
Wat is borduren met kruissteek?
Volgens Wikipedia over de kruissteek is dit een borduursteek die vooral wordt gebruikt om grote vlakken te vullen. Elke kruissteek bestaat uit twee schuine steken die elkaar kruisen. De steken kunnen het hele stramien bedekken of los, met ruimte ertussen, worden gemaakt. Kruissteken worden vaak op stramien gemaakt, een grof weefsel waarin je makkelijk kunt aftellen waar de steken komen. Het stramien kan voorgedrukt zijn met een patroon, of je werkt vanaf een papieren patroon.
Een steek met een lange geschiedenis
De kruissteek is eeuwenoud. In het Rijksmuseum hangt een merklap uit 1698: wol mousseline, met zijde in kruissteek geborduurd, met onder meer het wapen van Amsterdam. Ook het Lakenhal heeft een merklap uit 1711 in kruissteek, met vazen vol bloemen, initialen en het jaartal. Wikipedia noemt merklappen als een van de bekende toepassingen van de steek, waarbij meestal het onderliggende stramien zichtbaar blijft.
Waarom is het zo geschikt voor beginners?
Er is maar één steek te leren. Het stramien helpt je om op de juiste plek te prikken, en het patroon vertelt je welke kleur waar komt. Je werkt rustig, rij voor rij, en je ziet snel resultaat. Wie liever vrij werkt, kan daarna doorstromen naar andere borduursteken.
Wat heb je nodig?
Voor borduren kruissteek heb je weinig nodig.

- Aidastof. Volgens Wikipedia een veelgebruikt stramien met vier of vijf draden schering en inslag per vierkantje, waardoor de gaten duidelijk zichtbaar zijn. Ervaren borduurders kiezen vaak voor linnen evenweave-stoffen voor een fijner resultaat, maar op linnen is borduren lastiger omdat de draden kunnen verschuiven. Voor beginners is aida de beste keuze.
- Splijtgaren. Een garen van zes draden dat je splitst. Meestal werk je met twee of drie draden.
- Een borduurnaald met stompe punt. De stompe punt prikt in de gaatjes en splijt de stof niet.
- Een borduurring of frame. Houdt de stof strak. Lees de uitleg over de borduurring.
- Een patroon. Telpatroon of voorbedrukte stof.
- Een kleine schaar.
Wil je alles in één doos, kies dan een borduurpakket of een specifiek borduurpakket kruissteek.
De juiste vakjesgrootte
Aida bestaat in verschillende fijnheden, aangegeven in het aantal kruisjes per inch of per tien centimeter. Hoe meer vakjes, hoe fijner het resultaat en hoe lastiger het is om te tellen. Grotere vakjes zijn voor beginners fijner. Controleer ook of je patroon bij de gekozen stof past: het patroon vermeldt meestal voor welke fijnheid het gemaakt is.
Een telpatroon lezen
Een telpatroon is een raster op papier. Elk vakje is één kruissteek op je stof. Een symbool of kleur in het vakje geeft aan welk garen je gebruikt. Naast het patroon staat een legenda met per symbool het garenmerk en nummer.
Op de meeste patronen zijn de lijnen om de tien vakjes dikker. Dat helpt bij het tellen: je telt blokken van tien in plaats van elk vakje. Aan de randen van het patroon staan pijltjes die het midden aangeven. Dat is je beginpunt.
Het midden vinden
Vouw je stof dubbel in de lengte en de breedte om het midden te vinden. Markeer dat met een speld of een rijgsteek. Zoek ook het midden van je patroon, met de pijltjes aan de randen. Begin op dat punt. Zo staat je motief mooi in het midden en past het op de stof.
Voorbedrukte stof
Bij voorbedrukte stof staat het ontwerp als kleurige afbeelding op het stramien. Je borduurt de kruisjes over de afbeelding heen. Je telt niet, maar je moet wel goed kijken welke kleur waar komt. Het is een prima manier om te oefenen.
Zo zet je een kruissteek
Een kruissteek zet je in twee bewegingen. Hieronder staat de standaard werkwijze.
Stap 1: knip en splits het garen
Knip een stuk garen van ongeveer een armlengte. Trek een of twee draden uit de streng en voeg ze samen, zodat je met twee of drie draden werkt. Wikipedia noemt splijtzijde, een garen van zes draden dat voor het borduren in twee of drie delen wordt gesplitst. Het splitsen en weer samenvoegen geeft een voller, gelijkmatiger resultaat.
Stap 2: begin zonder knoop
Maak geen knoop. Steek vanaf de achterkant omhoog en laat een staartje van een paar centimeter achter. Dat werk je weg onder je eerste steken aan de achterkant. Dit voorkomt bobbels.
Stap 3: zet de eerste schuine steek
Kom omhoog in een gaatje, ga schuin naar rechtsboven en steek in het volgende gaatje naar beneden. Je maakt een steek van linksonder naar rechtsboven over één vakje.

Stap 4: zet de tweede schuine steek
Kom omhoog in het gaatje rechtsonder en ga schuin naar linksboven. Zo kruisen de twee steken. Het is een X over één vakje.
Stap 5: houd de bovenste steek gelijk
Dit is de regel waar het om draait: de bovenste steek van alle kruisjes ligt dezelfde kant op. Wikipedia noemt dit ook. Het geeft het werk een strak, uniform uiterlijk. Kies je richting, bijvoorbeeld de steek van linksonder naar rechtsboven als onderste en de andere als bovenste, en houd dat vol.

Stap 6: werk in rijen
Er zijn twee manieren. Bij de eerste methode maak je eerst een rij halve kruisjes (alle schuine steken van links naar rechts) en kom je terug met de tweede steek van elk kruisje. Bij de tweede methode maak je elk kruisje direct af. Beide werken. Voor lange rijen in een kleur is de eerste methode sneller. Kies wat prettig voelt.
Stap 7: werk af
Sluit af door de draad onder een paar steken aan de achterkant door te halen. Knip het garen af en begin met de volgende kleur. Houd de achterkant netjes, zonder lange sprongen tussen vlakken.
Tip: gebruik een stukje karton met gaatjes of een garenkaart voor je kleuren. Schrijf bij elk gaatje het symbool uit het patroon. Dan hoef je nooit te zoeken welke kleur waar hoort.
Samenwerking tussen patroon en stof
Het patroon bepaalt welke kleuren en vormen komen. De stof bepaalt de grootte van het resultaat. Op aida met grote vakjes wordt hetzelfde patroon groter dan op fijne aida. Wil je een bepaald formaat, reken dan na: aantal vakjes in de breedte gedeeld door het aantal vakjes per centimeter. Dit is een praktische rekensom, geen vaste regel, en het is verstandig om een rand van enkele centimeters rondom te houden.
Voor een voorbeeld: een patroon van honderd vakjes breed, geborduurd op stof met tien vakjes per centimeter, wordt tien centimeter breed. Op stof met vijf vakjes per centimeter wordt hetzelfde patroon twintig centimeter breed. Zo kun je een patroon naar wens vergroten of verkleinen.
Gratis patronen en eigen ontwerpen
Er zijn veel gratis telpatronen te vinden, vooral voor eenvoudige motieven zoals een vogel, een bloem of een naam. Let bij gratis patronen op leesbaarheid en op het aantal kleuren. Een klein patroon met vijf of zes kleuren is voor beginners ideaal. Een vogel, een boom of een alfabet zijn veelgekozen onderwerpen.
Wil je een eigen ontwerp, bijvoorbeeld van een foto, dan kun je dat omzetten in een telpatroon. Lees daarover in ons artikel over borduren van een foto. Ook kun je een ontwerp tekenen op ruitjespapier: elk vakje is een kruisje, en je kleurt het in zoals je het wilt borduren.
Veelgemaakte fouten
Bovenste steken in verschillende richtingen
Dit geeft een rommelig effect. Kies een richting en houd die aan.
Verkeerd geteld
Een telfout merk je vaak pas later. Tel in blokken van tien, markeer het midden en controleer regelmatig of een rij aansluit op de vorige. Tornen kan, maar het is geduldwerk. Haal bij een fout alleen het stuk eruit dat fout is.
Te strak aantrekken
De aida trekt krom en de gaatjes worden groot. Trek de draad net aan en laat de steek liggen.
Lange sprongen aan de achterkant
Draden die over lange afstanden lopen, schemeren door of trekken. Werk de draad weg en begin opnieuw bij een nieuw vlak.
Garen te lang
Een draad langer dan een armlengte rafelt en verwart. Knip korter.
Een ring laat een afdruk achter
Haal het werk uit de ring als je stopt en strijk het op de achterkant.
Afwerken, wassen en inlijsten
Is het werk klaar, was het dan zachtjes met de hand in lauw water als het vuil is. Controleer eerst of het garen kleurvast is. Leg het met de goede kant naar beneden op een handdoek en strijk het aan de achterkant. Span het daarna op een stuk karton, vouw de randen om en zet ze vast met rijgdraad, of laat het in de ring zitten als lijstje. Voor een kussen of een tas kun je het werk met de naaimachine op een stevige achterkant naaien.
Veelgestelde vragen over borduren kruissteek
Hoe begin je met borduren met kruissteek?
Kies aida, een patroon met weinig kleuren en een compleet pakket. Vind het midden van stof en patroon, span de stof in een ring en begin zonder knoop. Zet kruisjes in rijen, met alle bovenste steken dezelfde kant op.
Welke stof gebruik je voor kruissteek?
Aida is voor beginners het makkelijkst, omdat de gaatjes goed zichtbaar zijn. Linnen is fijner, maar de draden kunnen verschuiven. Volgens Wikipedia is aida een stramien met bosjes draden en zichtbare gaten.
Met hoeveel draden borduur je kruissteek?
Meestal twee of drie van de zes draden van splijtgaren. Het hangt af van de stof en het patroon. Volg de aanwijzing in het patroon of probeer het op een restje.
Hoe lees je een telpatroon?
Elk vakje is één kruissteek, en het symbool geeft de kleur aan. De legenda vertelt welk garen bij welk symbool hoort. Dikke lijnen om de tien vakjes helpen bij het tellen. Begin in het midden.
Is kruissteek moeilijk?
Nee. Je leert één steek, en het patroon vertelt je de rest. Het vraagt vooral aandacht en geduld bij het tellen. Begin met een klein werk.
Kun je kruissteek borduren zonder ring?
Ja, bij kleine werken op stevige aida. Een ring houdt de stof strak en geeft netter werk, dus voor veel mensen is hij aan te raden. Volgens Wikipedia wordt het werk vaak in een borduurring gespannen.
Waar vind je gratis kruissteekpatronen?
Op websites en in tijdschriften voor handwerken zijn veel gratis patronen te vinden. Kies een klein patroon met weinig kleuren en controleer of het leesbaar is. Je kunt ook zelf een patroon maken op ruitjespapier.
Hoe lang duurt borduren kruissteek?
Een klein motief lukt in een paar avonden. Grote patronen kosten weken tot maanden. Dit hangt af van de grootte, het aantal kleuren en je tempo.
Verder lezen
Borduren kruissteek is een rustige manier om iets moois te maken, met niet meer dan een stuk aida en een paar kleuren garen. Wil je verder lezen?
- De pijler naaien en borduren met alle onderwerpen.
- Kruissteek: de gids met alle onderwerpen.
- Borduurpakket: waar je op let bij een pakket.
- Borduurpakket kruissteek: wat erin zit.
- Naaimachine: voor de afwerking.












