PrusaSlicer is een gratis slicer die een 3D-model in lagen snijdt en er een bestand van maakt dat je printer kan lezen. Je installeert het programma, kiest een printer en een materiaalprofiel, laadt je model, controleert de belangrijkste instellingen en slaat de G-code op. Het is gemaakt door Prusa Research, maar het werkt ook met printers van andere merken. Voor beginners zijn de ingebouwde profielen een goede start.
De programma-indeling en de profielen veranderen regelmatig bij nieuwe versies. Daarom leggen we hier uit hoe PrusaSlicer denkt en welke instellingen ertoe doen, zonder elk menu te beschrijven. Weet je nog niet precies wat een slicer is? Lees dan eerst onze uitleg over de slicer en de gids over 3D-printen.
Kort samengevat
- PrusaSlicer is gratis en opensource, en draait op Windows, macOS en Linux.
- Het is gebouwd voor Prusa-printers, maar werkt ook met veel andere printers.
- Kies bij het opstarten je printer en filament, zodat je met een werkend profiel begint.
- Begin met de modus voor beginners en verhoog die pas als je meer wilt instellen.
- Controleer altijd de voorvertoning van de lagen voordat je print.
Wat is PrusaSlicer?
PrusaSlicer is volgens Wikipedia vrije en opensource slicersoftware van Prusa Research. Het bereidt 3D-modellen voor op het printen, zowel voor FFF-printers (die filament smelten) als voor MSLA-printers (die hars uitharden met licht). Je kunt er ook Prusa-printers op afstand mee beheren via Prusa Connect en de modellendatabase Printables doorbladeren.
Een stukje geschiedenis
De geschiedenis helpt om te begrijpen waarom je soms “Slic3r” tegenkomt. Volgens Wikipedia begon Slic3r in 2011 in de RepRap-gemeenschap onder Alessandro Ranellucci. In 2016 maakte Prusa Research een eigen versie onder de naam Slic3r Prusa Edition. In mei 2019 kreeg het met versie 2.0 de naam PrusaSlicer, en werd de Perl-code stap voor stap herschreven in C++. Beide projecten bestaan nog. De licentie is volgens hetzelfde artikel de GNU Affero General Public License versie 3.
Voor welke printers?
PrusaSlicer is in de eerste plaats ontworpen voor de originele Prusa-printers, maar volgens Wikipedia werkt het ook met FFF- of MSLA-printers van andere fabrikanten. Heb je dus een printer van een ander merk, dan kun je het toch gebruiken. Zoek in het programma naar je merk, of voeg een eigen profiel toe met de afmetingen van je printer. Alternatieven zijn bijvoorbeeld Cura en de slicers van andere fabrikanten. Welke je kiest, is vooral een kwestie van gewenning.
Installeren en configureren
Download PrusaSlicer van de officiële site van de maker en volg de installatie voor je besturingssysteem. Bij de eerste start loopt een configuratiehulp je door de keuzes. Je kiest je printer en het soort spuitmond, en je geeft aan welk filament je gebruikt. Op basis daarvan krijg je profielen die voor veel situaties werken.
Let bij het kiezen op drie dingen:
- Printermodel. Kies exact het model of het dichtstbijzijnde. Een verkeerd bouwvolume geeft problemen bij het plaatsen.
- Spuitmond. Veel hobbyprinters hebben een spuitmond van 0,4 millimeter. Controleer dat bij jouw printer.
- Filamentsoort. Kies het materiaal dat in je printer zit, bijvoorbeeld PLA of PETG. Elk materiaal heeft eigen temperaturen.
Modus: beginner, gevorderd of expert
PrusaSlicer heeft meerdere weergavemodi die bepalen hoeveel instellingen je ziet. In de eenvoudigste modus zie je alleen de belangrijkste opties. Dat is voor beginners rustiger. Schakel pas over naar een uitgebreidere modus als je een instelling zoekt die je niet ziet. De namen en de indeling kunnen per versie verschillen, dus kijk in je eigen programma.
Een model laden en plaatsen
Sleep je STL- of 3MF-bestand in het venster, of gebruik de importknop. Het model verschijnt op het virtuele bed. Verplaats, draai of schaal het zoals nodig. Een paar tips:
- Leg een platte kant op het bed. Dat geeft de beste hechting. Staat een voorwerp op een punt, draai het dan.
- Controleer de afmetingen. Is een model plotseling honderd keer te groot of te klein, dan klopt de eenheid niet.
- Denk aan de printrichting. Lagen zijn zwakker in de richting waarin ze op elkaar zijn gestapeld. Leg een onderdeel dat belast wordt dus zo neer dat de belasting niet precies tussen de lagen in zit.
Zelf modellen maken doe je in een tekenprogramma. In 3D tekenen voor beginners lees je welke programma’s er zijn.
De belangrijkste instellingen
Net als bij andere slicers kun je in PrusaSlicer honderden dingen instellen, maar een kleine groep bepaalt het meeste. De getallen zijn richtwaarden bij een standaard spuitmond. Per printer en materiaal verschillen ze.
Laaghoogte
De dikte van elke laag. Een laag van ongeveer 0,2 millimeter is een gangbaar compromis tussen snelheid en kwaliteit. Dunner geeft meer detail en kost veel meer tijd. Dikker is sneller en ruwer. PrusaSlicer biedt ook een variabele laaghoogte, waarbij het programma op gebogen delen dunnere lagen gebruikt en op rechte delen dikkere. Dat kan de printtijd verkorten met behoud van kwaliteit.
Wanden en vulling
Het aantal wanden bepaalt hoe stevig de buitenkant is. Twee tot drie wanden zijn voor veel voorwerpen een goede beginwaarde. De vulling is het patroon binnenin, uitgedrukt in procenten. Voor decoratieve voorwerpen is ongeveer 10 tot 20 procent vaak genoeg. Voor onderdelen die belast worden, kies je meer. Vaak helpen extra wanden meer dan een hoge vulling.
Boven- en onderlagen
Zie je gaatjes in de bovenkant van een print, verhoog dan het aantal bovenlagen. De onderlagen zorgen voor een dichte onderkant. Stel ze niet te laag in, zeker niet als het voorwerp later iets moet dragen.
Ondersteuning
Overhangen hebben soms ondersteuning nodig. PrusaSlicer kan die automatisch genereren. Het verwijderen kost werk en laat een ruwer oppervlak achter, dus draai het model liever zo dat er weinig overhang is. Een vuistregel is dat steile overhangen sneller steun vragen, maar hoeveel een printer aankan, verschilt per toestel en materiaal. Print een kleine overhangtest om je eigen limiet te leren kennen.
Rand en hechting
Voor modellen met een kleine contactplek of materialen die krimpen, helpt een rand (brim). Dat is een dun extra vlak rond de onderkant dat je na het printen verwijdert. Een rand verlaagt de kans dat de hoeken loskomen. Dat lees je verder bij warping.
Temperatuur en koeling
De temperaturen komen uit het filamentprofiel. Verander ze alleen als je een reden hebt, zoals draadjes tussen onderdelen of een dof oppervlak. Een ventilator koelt de laag die net is gelegd. Sommige materialen, zoals PLA, hebben veel koeling nodig, andere minder.
Kalibreren en testprints
Een slicer rekent met de aannames die in je profiel staan, en elke printer wijkt daar een beetje vanaf. Print daarom een paar testvoorwerpen voordat je aan een groot project begint: een kubusje om de maten te controleren, een kleine overhangtest en een voorwerp met dunne wanden. Zo zie je hoe jouw printer reageert op de instellingen die je in PrusaSlicer kiest. Noteer wat je vindt bij het profiel. Na een paar testprints weet je bij welke laaghoogte en temperatuur je printer het mooiste resultaat geeft, en dat is meer waard dan welke standaardwaarde ook.
Wees geduldig met de eerste weken. Bijna iedereen die met PrusaSlicer begint, doet een paar mislukte prints op. Dat hoort erbij en kost vooral een beetje filament. Gebruik de voorvertoning, wijzig één ding tegelijk en ga niet meteen op zoek naar een nieuwe slicer als iets niet lukt. Het ligt vaker aan een instelling, aan het bed of aan het filament dan aan het programma.
Slicen en controleren
Klik op slicen, en PrusaSlicer rekent het model door. In de voorvertoning zie je laag voor laag hoe het voorwerp wordt opgebouwd, met kleuren voor wanden, vulling, ondersteuning en bruggen. Schuif door de lagen en let op:
- gaten of dunne stukken die niet kunnen worden geprint;
- ondersteuning op plekken waar je die niet wilt;
- de geschatte printtijd en het materiaalgebruik.
Pas daarna sla je de G-code op. Volgens Wikipedia over G-code is dat de taal waarmee machines worden aangestuurd, en worden de instructies door een controller omgezet in bewegingen van de motoren. Je stuurt het bestand via een geheugenkaart of het netwerk naar je printer, afhankelijk van je model.
Tip: wijzig per print één of twee instellingen en schrijf op wat je deed. Verander je tien dingen tegelijk, dan weet je niet welke aanpassing het verschil maakte.
PrusaSlicer in de praktijk
Een paar dingen waarvan beginners vaak profiteren.
Profielen bewaren
Heb je een instelling gevonden die goed werkt voor een bepaald filament, sla die dan op als eigen profiel met een duidelijke naam. Zo hoef je niet elke keer opnieuw te zoeken. Geef profielen namen als “PLA wit, 0,2 mm”.
Een model splitsen
Past een model niet op je bed, of wil je een ingewikkeld voorwerp in delen printen, dan kan een slicer het in stukken snijden. Zo print je onderdelen plat en lijm je ze daarna aan elkaar. Het snijden werkt als een vlakke doorsnede en kan pennen toevoegen om de delen later uit te lijnen. Kijk in de documentatie van je versie hoe dat precies werkt.
Verbinden met je printer
Volgens Wikipedia kun je Prusa-printers op afstand beheren met Prusa Connect, en kun je in het programma de database Printables doorzoeken. Dat is handig, maar niet nodig. Je kunt ook gewoon een bestand op een kaart zetten.
Updates
Nieuwe versies brengen verbeteringen en nieuwe profielen, maar kunnen ook instellingen verplaatsen. Heb je een werkende opzet, dan hoef je niet meteen te updaten. Maak voor een upgrade een back-up van je profielen.
Problemen oplossen
Een print die misgaat, ligt zelden aan het programma zelf. Dit zijn de meest voorkomende oorzaken.
- Print laat los. Reinig het bed, stel de eerste laag opnieuw af en gebruik een rand.
- Hoeken krullen omhoog. Dat is warping. Een rand, een goede bedtemperatuur en geen tocht helpen.
- Draadjes tussen onderdelen. Verlaag de temperatuur iets, check de terugtrekking en droog het filament.
- Zwakke onderdelen. Meer wanden, een andere oriëntatie of een ander materiaal.
- Rommelige overhangen. Gebruik ondersteuning of draai het model.
Een uitgebreider overzicht staat bij een mislukte 3D-print.
Veiligheid
Een 3D-printer heeft een hete spuitmond en een verwarmd bed. Raak ze niet aan tijdens het printen en laat de printer niet onbeheerd draaien zolang je hem niet goed kent. Zorg voor een goed geventileerde ruimte. Volgens Wikipedia over printen met gesmolten filament halen afzuigkasten met filters niet alle deeltjes en gassen uit de lucht, en horen printers in een kast daarvoor geschikt te zijn vanwege brandgevaar. Lees de handleiding van je eigen printer en materiaal.
Veelgestelde vragen over PrusaSlicer
Is PrusaSlicer gratis?
Ja. Het is volgens Wikipedia vrije en opensource software onder de AGPLv3-licentie. Je kunt het zonder kosten downloaden en gebruiken. Controleer de voorwaarden op de officiële site voor de actuele situatie.
Werkt PrusaSlicer ook met printers van andere merken?
Ja. Het is vooral ontworpen voor Prusa-printers, maar werkt ook met FFF- en MSLA-printers van andere fabrikanten. Voeg je printer toe of kies een profiel dat erop lijkt.
Wat is het verschil tussen PrusaSlicer en Cura?
Beide zijn gratis slicers die een model omzetten in G-code. PrusaSlicer komt van Prusa Research, Cura is een product dat samenhangt met Ultimaker. De principes zijn gelijk. De meeste mensen kiezen op gewoonte of op de profielen voor hun printer.
Welke laaghoogte kies ik voor mijn eerste print?
Ongeveer 0,2 millimeter bij een spuitmond van 0,4 millimeter is een gangbare beginwaarde. Het is een richtwaarde. Voor detail ga je dunner, voor snelheid dikker.
Wat is de G-code die PrusaSlicer maakt?
G-code is de taal waarin machines hun instructies krijgen. Het bestand vertelt je printer waar hij heen moet, hoe snel en hoeveel materiaal hij moet afgeven. Je hoeft de taal niet te leren.
Kan ik PrusaSlicer op Linux gebruiken?
Ja. Het programma draait volgens Wikipedia op Windows, macOS en Linux.
Hoeveel vulling heb ik nodig?
Voor decoratieve voorwerpen is 10 tot 20 procent vaak genoeg. Voor onderdelen die belast worden, kies je meer, maar het aantal wanden heeft vaak meer effect.
Waarom wil mijn print niet blijven plakken?
Meestal een vuil bed, een verkeerde afstand tussen spuitmond en bed of een kleine contactplek. Reinig het bed, stel de eerste laag opnieuw af en gebruik een rand.
Verder lezen
PrusaSlicer is één stap in het proces. Ga verder met deze pagina’s:
