Een trui breien is goed te doen als beginner, mits je eerst een sjaal of muts hebt gebreid. Kies een eenvoudige trui in tricotsteek met een rechte pasvorm, brei hem met een rondbreinaald van boven naar beneden zodat je weinig hoeft te naaien, en maak altijd eerst een steekproef. Reken op 500 tot 900 gram dikke of middeldikke wol en een paar weken tot maanden werk.
Een trui lijkt een grote stap, maar hij bestaat uit dezelfde rechte en averechtse steken die je al kent. Het verschil zit in de maten, het tellen en het geduld. Wie de basis kent, kan met een goed patroon een trui breien. Zit je nog aan het begin, lees dan eerst onze gids over breien en brei een kleiner stuk, zoals een sjaal.
Kort samengevat
- Brei eerst een sjaal of muts, dan weet je of je de basissteken beheerst.
- Maak altijd een steekproef van 10 bij 10 cm: een trui die niet past, is het meest gemaakte probleem.
- Een trui van boven naar beneden met een rondbreinaald heeft weinig naden.
- Kies voor je eerste trui dik tot middeldik garen, een gladde draad en een eenvoudige tricotsteek.
- Reken op 500 tot 900 gram garen, afhankelijk van maat en dikte.
Is een trui breien iets voor beginners?
Dat hangt af van je ervaring. Heb je een sjaal en een muts gebreid, dan kun je een eenvoudige trui aan. Je gebruikt dezelfde steken, plus een paar technieken: rond breien, minderen en meerderen, en het afkanten van een hals. Voor wie nog nooit gebreid heeft, is een trui te veel in één keer. Begin dan met een stuk dat sneller af is, zoals een sjaal breien.
Het goede nieuws: een trui breien is vooral herhalen. Het lijf is een lange tricotsteek, de mouwen zijn dat ook. De technische uitdaging zit in een paar punten: de hals, de schouders en het inzetten van de mouwen.
Welk type trui kies je?
Er zijn drie gangbare opzetten.

Van boven naar beneden
Je begint bij de hals, breit het bovenstuk in één keer, scheidt de mouwen af en breit het lijf naar beneden. Voordeel: je kunt tijdens het breien passen, en er zijn nauwelijks naden. Het is de populairste keuze voor beginners.
Van onder naar boven
Je begint onderaan en breit het lijf in één stuk tot de oksels, dan de mouwen, en voegt alles samen bij het bovenstuk. Heel gebruikelijk, en het geeft een stabiele trui.
In panelen
Voor- en achterpand en mouwen breit je apart en naai je daarna aan elkaar. Dit is de klassieke manier. Het kost meer afwerking, maar het geeft een nette vorm. Als je zin hebt in naaien, is dit een goede keuze.
Voor je eerste trui raden we de eerste aan. Wil je een patroon kiezen? Lees dan bij breipatronen waar je ze vindt en bij breipatroon hoe je er een leest.
Welk garen en welke naalden?
De keuze van garen bepaalt hoe de trui valt, hoe warm hij is en hoe snel je klaar bent.
- Dik garen (naalden 5,5 tot 8 mm): snel klaar, een stevige trui. De Craft Yarn Council noemt deze maten in zijn overzicht van garengewichten voor dik garen.
- Middeldik garen (naalden 4,5 tot 5,5 mm): de klassieke truigarens. Fijner resultaat, meer werk.
- Dun garen (naalden 3,25 tot 4,5 mm): mooi en licht, maar het kost veel tijd. Niet voor een eerste trui.
Kies een gladde, effen draad in een lichte tot middelhoge kleur. Donkere kleuren verbergen de steken. Wol en wolmengsels zijn elastisch en vergeven kleine fouten. Katoen is stug en minder geschikt voor een trui. Meer informatie over soorten garen staat bij wol kopen.
Voor naalden heb je een rondbreinaald nodig in de dikte van het patroon, met een kabellengte van 60 tot 80 cm voor het lijf, plus een kortere rondbreinaald of een set van vijf voor mouwen en halsboord. Over de soorten lees je bij breinaalden.
De steekproef: de stap die je niet moet overslaan
Voor je begint, brei je een proeflapje van minstens 15 bij 15 cm in het patroon, met de naald en het garen van je trui. Was en droog het zoals je later de trui zult verzorgen. Meet daarna het aantal steken en rijen in het midden, over 10 cm. Dat is je steekproef.

Heb je meer steken per 10 cm dan het patroon, dan breit je te strak: ga een maat omhoog. Heb je minder, dan breit je te los: ga een maat omlaag. Zonder die controle is de kans groot dat de trui te klein of te groot wordt, en dat merk je pas na weken werk.
Tip: meet de steekproef na het wassen. Wol kan krimpen of juist uitrekken, en dat verandert de maat. Wat je meet aan het proeflapje na de was, klopt met je trui.
Hoeveel garen heb je nodig?
Dit staat in je patroon, maar als richtlijn voor een volwassen trui in tricotsteek:
- Dik garen: 500 tot 700 gram.
- Middeldik garen: 600 tot 900 gram.
- Dun garen: 800 gram tot meer dan een kilo.
Een grotere maat of een patroon met kabels vraagt meer. Koop altijd een bol extra, en alles in één keer, zodat de partijen overeenkomen.
Zo breit je een trui van boven naar beneden
In grote lijnen werkt het als volgt:

- Zet de steken op voor de hals met een rondbreinaald, en brei een boordje van enkele centimeters in boordsteek (twee rechts, twee averechts). Hoe je opzet, staat in breien opzetten en steken.
- Brei het bovenstuk. Je meerdert op vier plekken in elke tweede rij, zodat het stuk breder wordt over schouders en borst.
- Scheid de mouwen af. Je zet de mouwsteken op een draad of een hulpnaald en breit het lijf in één stuk rond.
- Brei het lijf tot de gewenste lengte, meestal 40 tot 45 cm voorbij de oksel. Eindig met een boordje.
- Brei de mouwen. Je pakt de mouwsteken weer op, zet een paar steken op onder de arm en breit rond, met minderingen richting de pols.
- Werk af. Draden wegwerken, de oksel dichtnaaien en wassen.
Een goed patroon geeft de aantallen per maat, dus je hoeft zelf niets uit te rekenen. De meeste ervaren breiers zeggen dat het meest ingewikkelde aan een trui breien niet de techniek is, maar de gedachte dat het moeilijk is.
Minderen en meerderen
Voor een trui heb je twee technieken nodig, naast rechts en averechts.
- Meerderen: extra steken toevoegen. De simpelste manier is een steek rechts in de voorkant en dan in de achterkant van dezelfde steek breien, zodat er twee steken ontstaan uit één.
- Minderen: steken wegnemen, bijvoorbeeld door twee steken rechts samen te breien. Zo geef je de mouwen hun smaller wordende vorm.
Beide leer je op een oefenlapje in een kwartier. Oefen ze eerst voor je aan de trui begint.
Veelgemaakte fouten bij een trui breien
- De steekproef overslaan. De trui past niet.
- Een te moeilijk patroon kiezen. Begin met een trui in tricotsteek zonder kabels of kleurwerk.
- Het begin van de ronde kwijtraken. Bij rond breien kun je het begin van de ronde kwijtraken: gebruik een stekenmarkeerder.
- Te strak afkanten van de hals. Een hals die niet over je hoofd past is een klassieke fout. Kant losjes af en gebruik een grotere naald.
- Garen tekort komen. Koop alles in één keer, in dezelfde partij.
- Niet passen tijdens het breien. Pas de trui regelmatig, zeker bij de lengte van lijf en mouwen.
Wat kost een trui breien?
Een trui breien is vaak duurder dan een trui kopen. Voor 600 gram goed garen betaal je al snel flink wat. Je breit hem dus niet om geld te besparen, maar omdat je een trui wilt die precies past, in de kleur en kwaliteit die je kiest, en omdat je het fijn vindt om te doen. Reken op 40 tot 80 uur werk.
Veelgestelde vragen over een trui breien
Kan ik een trui breien als beginner?
Ja, als je de rechte en averechtse steek beheerst en eerder een sjaal of muts hebt gebreid. Kies een eenvoudige trui in tricotsteek, van boven naar beneden, met dik tot middeldik garen.
Hoeveel garen heb ik nodig voor een trui?
Voor een volwassen trui in dik garen 500 tot 700 gram, in middeldik garen 600 tot 900 gram. Het patroon geeft de exacte hoeveelheid per maat. Koop altijd een bol extra.
Welke breinaalden gebruik ik voor een trui?
Een rondbreinaald in de maat die het patroon aangeeft, meestal 4 tot 6 mm, met een kabel van 60 tot 80 cm. Voor mouwen en halsboord heb je ook een kortere rondbreinaald of een set van vijf naalden.
Hoe lang duurt het om een trui te breien?
Een beginner doet er vaak twee tot vier maanden over, bij een paar uur per week. Met dik garen en een eenvoudig patroon gaat het sneller. Reken op 40 tot 80 uur werk.
Wat is een steekproef en waarom is die belangrijk?
Een proeflapje van minstens 15 bij 15 cm waarin je het aantal steken en rijen per 10 cm meet. Het laat zien of je spanning past bij het patroon. Zonder steekproef kan de trui te klein of te groot worden.
Is het makkelijker om in de rondte of in panelen te breien?
Voor beginners is in de rondte, van boven naar beneden, vaak het makkelijkst: er zijn weinig naden en je kunt tijdens het breien passen. Panelen vragen meer afwerking, maar zijn goed als je liever rechte naalden gebruikt.
Hoe zet ik een trui in elkaar?
Bij een trui in panelen naai je de schouders, de zijnaden en de mouwen met een stopnaald en dezelfde draad. Gebruik de matrassteek voor een onzichtbare naad. Bij een trui van boven naar beneden hoeft je alleen de oksels te sluiten.
Wat doe ik als de trui te groot of te klein is?
Meestal helpt wassen en blokken: de trui in vorm leggen en laten drogen. Is hij echt niet goed, dan kun je soms de mouwen of lengte aanpassen. Bij een volgende trui maak je de steekproef nauwkeuriger.
Verder lezen
Wil je meer weten over breien en patronen? Deze pagina’s helpen:
- Breien: de gids voor beginners voor alle basis.
- Breien opzetten en steken voor je opzet.
- Breipatronen voor ideeën.
- Breipatroon om een patroon te leren lezen.
- Haken en breien: het overzicht.
