Een trui breien voor beginners lukt met een eenvoudig gratis patroon van vier rechte delen: een voorpand, een achterpand en twee mouwen, allemaal in tricotsteek met een rekbare boord. Je hoeft niet te minderen voor een hals in rondjes of te werken met kabels. Je hebt een middeldikke wol, naalden van 4,5 tot 5 mm en een proeflapje nodig om het aantal steken uit te rekenen. Met een paar uur per week is een trui in een paar weken af.
In dit artikel krijg je een patroon dat je zelf op maat maakt, zodat het past bij je garen en je maat. We leggen uit hoe je de stekenproef gebruikt, welke aantallen je nodig hebt, hoe je de mouwen breit en hoe je alles aan elkaar zet. Ook lees je hoe je een kindertrui aanpakt. Eerst nog nooit een patroon gelezen? Begin dan met breipatroon en leer hoe je steken opzet.
Kort samengevat
- Een beginnerstrui bestaat uit vier rechte delen: voorpand, achterpand en twee mouwen.
- Brei eerst een proeflapje van 10 bij 10 centimeter en tel de steken en rijen.
- Reken met je stekenproef uit hoeveel steken je opzet voor de gewenste breedte.
- Boord brei je met afwisselend twee rechte en twee averechte steken.
- Dikke wol en dikke naalden zorgen dat je snel resultaat ziet.
Wat heb je nodig voor deze trui?
De spullen zijn eenvoudig.
- Garen: middeldik tot dik wol of een wol-acrylmengsel. Voor een volwassen trui in maat M heb je ruwweg 600 tot 800 gram nodig, afhankelijk van de lengte en het garen. Dat is een richtwaarde.
- Breinaalden: 4,5 tot 5 mm. De dikte van een breinaald wordt volgens de Nederlandstalige Wikipedia over breien aangegeven als diameter in millimeters, meestal van 2 tot 15 mm. Lees meer over breinaalden.
- Een stopnaald om de delen aan elkaar te naaien.
- Een meetlint, een rijenteller en steekmarkeerders.
Kies je garen met zorg. Een effen, lichte kleur laat steken goed zien. Garen met een glad oppervlak maakt je werk makkelijker. Lees voor de keuze ook de gids over wol kopen en over garen.
Stap 1: brei een proeflapje
Dit is de belangrijkste stap. Zet 20 steken op en brei 25 rijen in tricotsteek, dus een rij recht en een rij averecht. Leg het lapje plat, zonder te rekken, en meet tien centimeter. Tel de steken en rijen binnen die maat.

Stel dat je 18 steken en 24 rijen per 10 centimeter breit. Dat is dan jouw stekenproef. Heb je meer steken? Dan breit je te strak, neem dan dikkere naalden. Heb je minder? Neem dunnere.
Alle aantallen hieronder zijn een voorbeeld met 18 steken per 10 centimeter. Reken met jouw eigen cijfer om. Lees ook ons artikel over breien voor de basis.
Stap 2: reken je maten uit
Meet een trui die je goed vindt zitten en noteer de breedte en lengte. Een eenvoudige beginnerstrui heeft deze maten in maat M:
| Onderdeel | Maat (cm) |
|---|---|
| Breedte voorpand en achterpand | 50 |
| Lengte tot de oksel | 40 |
| Lengte oksel tot schouder | 22 |
| Breedte mouw bovenarm | 36 |
| Lengte mouw | 45 |
Reken dit om naar steken. Met 18 steken per 10 centimeter zijn 50 centimeter 90 steken. Je zet dus 90 steken op voor het voorpand en achterpand. Voor de mouw is 36 centimeter ruim 65 steken, en voor de manchet, die smaller is, 40 steken. Zo reken je met elk garen en elke maat zelf het aantal uit. Meer over het begrip steken per centimeter lees je in breipatronen.
Tip: rond je aantal steken af op een even getal als je boord twee rechts, twee averechts breit. Past het patroon, dan ziet de boord er netjes uit.
Stap 3: brei het achterpand
- Zet 90 steken op met een rekbare opzet, zoals de lange draad.
- Brei 6 centimeter boord: twee rechts, twee averechts.
- Ga over op tricotsteek: rij 1 recht, rij 2 averecht.
- Brei door tot het werk 40 centimeter meet vanaf de opzetrand.
- Hier komt de oksel. Brei nog 22 centimeter in tricotsteek tot de schouder.
- Kant alle steken af, losjes.

Een rechte trui zonder armsgat is de makkelijkste vorm: de mouwen worden aan de zijkanten gezet. Dit heet een trui met een aangezette mouw, en hij is geschikt voor beginners omdat je niet hoeft te minderen.
Stap 4: brei het voorpand
Het voorpand brei je precies zoals het achterpand, met één verschil: de halslijn. De makkelijkste hals is een boothals. Je breit het voorpand precies als het achterpand en laat bij het naaien in het midden een opening van ongeveer 24 centimeter open tussen de schouders. Die opening werk je later af met een boord. Wil je liever een ronde hals? Laat dan bij 8 centimeter voor de schouder de middelste 20 steken rusten en brei de twee kanten apart af. Dat is wat lastiger, dus bewaar het voor je tweede trui.
Stap 5: brei de mouwen
- Zet 40 steken op voor de manchet.
- Brei 6 centimeter boord.
- Ga over op tricotsteek en meerder aan beide kanten om de 8 rijen één steek, tot je 65 steken hebt.
- Brei door tot de mouw 45 centimeter lang is.
- Kant af.
Het meerderen is het enige nieuwe in dit patroon. Je breit twee steken in één steek, of je neemt een lus op tussen twee steken. Zo laat je de mouw wijder worden naar de bovenarm. Heb je dat nog nooit gedaan? Oefen eerst op je proeflapje.
Stap 6: zet alles aan elkaar
- Leg voor- en achterpand met de goede kanten op elkaar en naai de schoudernaden dicht, op zo’n 12 centimeter na in het midden voor de hals.
- Naai de mouwen aan de zijkanten tussen de schoudernaad en 22 centimeter naar beneden.
- Naai de zijnaden en de mouwnaden dicht.
- Breid of haak een boord rond de hals, bijvoorbeeld 3 centimeter in twee rechts, twee averechts.
- Werk alle draadjes weg.
Naai met een stopnaald en dezelfde wol. Gebruik een matrassteek voor een onzichtbare naad. De Nederlandstalige Wikipedia noemt de boordsteek rekbaarder dan de tricotsteek en geschikt voor boorden en kragen, dus de boord rond de hals geeft ook mee.
Een kindertrui breien
Voor een kindertrui gebruik je hetzelfde patroon, kleiner. Meet een trui die het kind al heeft, en reken met je stekenproef om. Kies een zacht garen dat goed wasbaar is, zeker bij jonge kinderen. Maak de hals ruim genoeg om over het hoofd te gaan, en kies een iets te grote maat zodat de trui langer meegaat. Een kindertrui is sneller af dan een volwassen trui, en dus een mooi oefenproject. Meer ideeën vind je in breien voor kinderen en in breien trui.
Welk garen past bij een eerste trui?
Het garen bepaalt hoe makkelijk je trui te breien is en hoe hij draagt. Kies voor je eerste trui een middeldikke, gladde wol of een mengsel van wol en acryl. De Nederlandstalige Wikipedia noemt wol veerkrachtig en een goede isolator, maar ook gevoelig voor pillen en lastig te wassen, zie de pagina over wol. Een mengsel met acryl is makkelijker te onderhouden, een zachte merino draagt prettig tegen de huid. Meer over de laatste vind je in merino wol.

Vermijd garen met noppen, borduursel of een zeer ruwe draad. Die maken het moeilijk om je steken te zien en om fouten te vinden. Kies ook een effen kleur of een heel rustige gemêleerde kleur. Donkere garens zien er prachtig uit, maar je ziet je steken minder goed. Een lichte kleur, zoals crème, grijs of zacht blauw, is voor beginners het fijnst.
Pasvorm en maat: zo kies je de juiste maat
Bij een trui telt de pasvorm net zo zwaar als het garen. Het beste uitgangspunt is een trui die je zelf graag draagt. Leg hem plat neer, meet de breedte van het lijf op de borst, de lengte, de mouwlengte en de breedte van de mouw. Gebruik die maten in plaats van de maat op het etiket.
Wil je een ruime trui? Voeg dan 5 tot 10 centimeter toe aan de breedte. Wil je een strakkere trui, kies dan de exacte maat of iets minder, maar houd rekening met de rek van de steek. Een trui in tricotsteek geeft een beetje mee, een boordsteek veel meer. Dat verschil is de reden dat je een proeflapje altijd even uitrekt en laat terugspringen.
Houd ook rekening met het wassen. Wol kan krimpen of juist uitrekken, afhankelijk van hoe je hem wast. Was je proeflapje op dezelfde manier als je de trui gaat wassen, en meet daarna opnieuw. Dan weet je zeker dat de maat klopt.
Variaties voor je tweede trui
Als je eerste trui af is, kun je het patroon makkelijk variëren.
- Strepen: wissel elke paar rijen van kleur. Dat is een leuke manier om restjes op te maken. Knoop de draden aan de binnenkant aan elkaar en werk ze weg.
- Een andere steek: brei het lijf in ribbelsteek, waarbij elke rij recht is, voor een stevigere stof. De Nederlandstalige Wikipedia noemt dit de ribbelsteek.
- Een andere hals: probeer een rolkraag of een ronde hals met rondbreinaald, die je pas leert nadat je de basis kent. Lees dan over breien op rondbreinaald.
- Een patroon in de boord: gebruik een andere boordsteek of voeg een streep in een tweede kleur toe.
Je trui wassen en verzorgen
Handgebreide truien gaan jaren mee als je ze goed verzorgt. Lees het label van je garen en volg het. Voor wol geldt meestal: wassen met de hand in lauw water met een mild wasmiddel, niet wrijven of wringen en plat laten drogen op een handdoek. Heet water kan wol laten vervilten, en een gevilte trui krijg je niet meer terug. Hang een natte trui nooit op, want dan rekt hij uit.
Heeft je trui pluisjes gekregen? Dat is normaal bij zachte wol. Verwijder ze met een pluizenschaar. Bewaar de trui opgevouwen in een kast en niet aan een hanger. Heb je een gaatje? Stop het meteen met een stukje restgaren, voordat het groter wordt. Houd daarom altijd een klein bolletje van je garen apart.
Veelgemaakte fouten bij het breien van een trui
De proeflap overslaan
Daardoor wordt de trui te groot of te klein. Een proeflapje kost een uur, een verkeerde trui dagen.
Boord te strak
Een strakke boord rond de hals past niet over je hoofd. Breid losjes af en probeer de trui halverwege.
Delen ongelijk
Gebruik een rijenteller en noteer hoeveel rijen je voor het achterpand breide, zodat het voorpand even lang wordt.
Te snel aan elkaar naaien
Pas de trui voor je alles dichtnaait. Pas aanpassingen toe zolang het kan.
Veelgestelde vragen over een trui breien voor beginners
Hoe brei je een trui voor beginners?
Brei een voorpand, een achterpand en twee mouwen in tricotsteek, met boord onderaan. Gebruik je stekenproef om het aantal steken uit te rekenen. Naai de delen aan elkaar en werk af met een boord rond de hals.
Hoeveel wol heb je nodig voor een trui?
Voor een volwassen trui in maat M ongeveer 600 tot 800 gram middeldik garen. Dat is een richtwaarde, want het hangt af van lengte en garen. Koop liever iets meer.
Welke naald heb je nodig om een trui te breien?
Bij middeldik garen meestal 4,5 tot 5 mm. Kijk op de wikkel van je garen en brei eerst een proeflapje.
Hoe lang duurt het om een trui te breien?
Met een paar uur per week meestal een paar weken tot twee maanden, afhankelijk van garen en maat. Dikke wol gaat sneller.
Welke steek is het beste voor een eerste trui?
Tricotsteek: een rij recht en een rij averecht. Voor de boord gebruik je afwisselend twee rechts en twee averechts. Het zijn de makkelijkste steken.
Hoe breid je een kindertrui?
Gebruik hetzelfde patroon, kleiner, en reken met je stekenproef om. Kies een zacht, wasbaar garen en een ruime hals.
Wat is een stekenproef?
Het aantal steken en rijen in 10 bij 10 centimeter. Daarmee reken je uit hoeveel steken je nodig hebt.
Waar vind je meer gratis breipatronen?
Veel garenmerken en breiblogs bieden gratis patronen aan. Zoek op je niveau en het soort project en vergelijk de reacties.
Verder lezen over breien
Een trui is een groot project, maar je bouwt hem stap voor stap. Op AYOO lees je verder over breien.
- De pijler haken en breien en de gids over breien.
- Leer steken opzetten en lees een breipatroon.
- Meer patronen: breipatronen.
