Een haakpatroon lees je door eerst de benodigdheden en de afkortingen door te nemen en daarna regel voor regel te haken, waarbij je na elke ronde de steken telt. Een patroon is geen verhaal, maar een afgesproken kortschrift: “3 l, 2 st in de ring” betekent drie lossen haken en twee stokjes in de ring. Als je de afkortingen kent, lees je elk haakpatroon.
Wie voor het eerst een gratis haakpatroon voor beginners opent, ziet vaak een muur van letters en haakjes. Dat schrikt af, maar het is minder moeilijk dan het lijkt. Er zijn maar een stuk of tien afkortingen die je steeds tegenkomt, en de rest is herhaling. Op deze pagina leer je hoe een patroon is opgebouwd en hoe je het leest. Zoek je patronen om mee te oefenen, kijk dan bij haakpatronen, en voor de basis van het haken zelf bij haken.
Kort samengevat
- Lees eerst de lijst met benodigdheden en afkortingen, dan pas de eerste ronde.
- Een patroon is geschreven in kortschrift: l = losse, v = vaste, hs = halve stokje, st = stokje.
- Tekst tussen haakjes of sterretjes herhaal je het aantal keer dat erachter staat.
- Het getal aan het eind van een regel is het aantal steken dat je na die regel moet hebben.
- Controleer of het patroon Nederlandse of Engelse termen gebruikt.
Hoe is een haakpatroon opgebouwd?
Bijna elk haakpatroon heeft dezelfde onderdelen, in dezelfde volgorde.
- Titel en moeilijkheid. Vaak staat er bij of het voor beginners of gevorderden is.
- Benodigdheden. Garen, haaknaald, vulling, markeerders en andere materialen.
- Afmetingen en steekproef. De grootte van het eindresultaat en het aantal steken en rijen in 10 bij 10 cm.
- Afkortingen. Een lijst met wat elke afkorting betekent.
- Het patroon zelf. Per ronde of rij een regel.
- Afwerking. Hoe je delen aan elkaar zet, draden wegwerkt en eventueel stijft.
Lees alles door voor je begint. Zo weet je welke steken je nodig hebt en of je alle materialen in huis hebt. Missen er dingen, dan ontdek je dat voordat je aan de eerste ronde begint, en niet halverwege.
De belangrijkste afkortingen
In Nederlandse patronen kom je deze afkortingen steeds tegen:
- l: losse
- hv: halve vaste
- v: vaste
- hst of hs: half stokje
- st: stokje
- dst: dubbel stokje
- meerderen (mrd): twee steken in één steek haken
- minderen (mnd): twee steken samen haken
- rd: ronde
- omg: omgekeerd, in de tegenovergestelde richting
Elke ontwerper gebruikt net iets andere afkortingen, daarom staat er altijd een lijst bij. Gebruik die lijst, ook als je denkt dat je ze kent.
Nederlandse of Engelse termen?
Let hier goed op. Engelse patronen gebruiken twee systemen. In het Amerikaanse systeem is de “single crochet” ongeveer onze vaste, en de “double crochet” ons stokje. In het Britse systeem heet de vaste “double crochet” en het stokje “treble”. Dat leidt tot verwarring: dezelfde naam kan een andere steek betekenen. Wikipedia over haken zet de internationale (Britse) en de Amerikaanse steknamen naast elkaar, zodat je ziet dat ze verschillen.
Zo herken je welk systeem een patroon gebruikt:
- Kijk of er “treble” in staat: dan is het vrijwel zeker Brits.
- Kijk naar de eerste ronde van een amigurumi. In het Amerikaanse systeem is dat meestal “6 sc in magic ring”, in het Britse “6 dc”.
Staat het systeem niet in het patroon? Dan geeft het aantal steken in de eerste ronde vaak uitsluitsel. En anders vraag je het aan de ontwerper.
Hoe lees je een regel in een patroon?
Neem als voorbeeld deze regel: “Rd 3: (1 v in de eerste, 2 v in de volgende) 6 keer (18)”.

- Rd 3: de derde ronde.
- (1 v in de eerste, 2 v in de volgende): de herhaling. Je haakt een vaste in de eerste steek en twee vasten in de volgende.
- 6 keer: je herhaalt dit zes keer.
- (18): na deze ronde moet je 18 steken hebben.
Dat getal tussen haakjes is je controle. Tel je na de ronde een ander aantal, dan zit er ergens een fout. Zoek die meteen op, voordat je verder haakt.
Sterretjes en haakjes
Sommige patronen gebruiken sterretjes in plaats van haakjes: “* 2 v, 1 mrd; herhaal vanaf * tot het einde”. Dat betekent hetzelfde: haak wat tussen de sterretjes staat steeds opnieuw. Let op of er staat hoe vaak, of dat je door moet gaan tot het einde van de ronde.
Haakjes binnen haakjes
Soms staan er herhalingen binnen een herhaling. Werk altijd van binnen naar buiten: eerst de kleinste groep, dan de grotere. Neem je tijd om dit rustig te lezen, want het is een veelvoorkomende bron van fouten.
Haakschrift: patronen met symbolen
Naast tekstpatronen bestaan er patronen met symbolen. Dat zijn tekeningen van het werk, waarbij elke steek een symbool heeft: een bolletje voor een losse, een kruisje voor een vaste, een streepje met dwarslijntjes voor een stokje. Je leest ze van binnen naar buiten bij rondes, en van rij naar rij bij rijen. Haakschrift is vooral handig bij granny squares, kant en patronen met veel herhaling, omdat je de vorm in één oogopslag ziet.

Heb je een patroon met symbolen, zoek dan eerst de legenda op. De symbolen zijn vrijwel overal hetzelfde, maar niet helemaal. Wil je er een oefenen? Kijk dan bij granny square haken, waarin je het opbouwprincipe goed kunt zien.
Tip: print het patroon en streep elke ronde af als je klaar bent. Zet het aantal steken erbij dat je werkelijk hebt geteld. Zo kom je niet in de war als je even onderbroken wordt.
Zo beoordeel je een gratis haakpatroon
Niet elk patroon is even goed. Let op deze punten.
- Foto’s per stap. Vooral bij een vorm als een knuffel is dat belangrijk.
- Het aantal steken per ronde. Staat dat er niet bij, dan kun je niet controleren of je goed zit.
- Benodigdheden. Staan garen en naaldmaat erbij?
- Reacties. Hebben anderen het patroon gehaakt? Zijn er fouten gemeld?
- De bron. Een patroon van een ontwerper of een garenmerk is vaak getest.
Zoek je specifiek iets voor een seizoen, dan kun je beginnen bij haken voor kerst. Voor meer tips over patronen lees je ook haken en patronen.
Je eigen aantekeningen maken
Een patroon is een gids, geen wet. Schrijf op wat je anders doet, welke naald en welk garen je gebruikte, en hoe lang het duurde. Maak aantekeningen in de kantlijn van je print: “hier een steek extra”, “naald een maat kleiner”. Zo kun je het patroon later makkelijk herhalen en weet je wat werkte. Je bouwt zo ook een eigen verzameling op.
Heb je een eigen ontwerp gemaakt, dan helpt het om een patroon te schrijven terwijl je haakt. Noteer elke ronde, het aantal steken en wat je doet. Schrijf het daarna nog eens uit en haak het als proef na. Zo ontstaat vanzelf een patroon dat anderen ook kunnen volgen.
Welk garen en welke naald hoort bij het patroon?
Houd je aan het garen en de naald van het patroon, zeker de eerste keer. Wil je een ander garen, kies dan hetzelfde gewicht. De Craft Yarn Council geeft in zijn overzicht van garengewichten per garendikte een haakmaat: voor fijn garen 2,25 tot 3,5 mm, voor licht garen 3,5 tot 4,5 mm en voor medium garen 4,5 tot 5,5 mm. Waar je geschikt garen vindt, lees je bij wol kopen.

Een haakpatroon aanpassen aan jouw wensen
Je hoeft een patroon niet precies te volgen. Met een beetje ervaring pas je het aan zodat het beter bij jouw project past. Begin met kleine veranderingen en houd bij wat je doet.
- Grootte. Met dunner garen en een kleinere naald wordt het resultaat kleiner, met dikker garen groter. Controleer wel eerst je stekenproef.
- Lengte of breedte. Bij een patroon met herhalingen kun je een herhaling toevoegen of weglaten. Zorg dat het totaal aantal steken nog klopt.
- Kleur. Wissel van kleur aan het begin van een nieuwe toer, zodat de overgang netjes blijft.
- Steek. Vervang een steek door een vergelijkbare van dezelfde hoogte, bijvoorbeeld een stokje door een halve stokje, en reken het effect door.
Veelvoorkomende problemen met patronen
Klopt je steekaantal niet aan het einde van de toer? Dan is dat meestal geen fout in het patroon, maar iets kleins in je werk. Tel terug en kijk waar het misgaat.
- Je bent een steek vergeten of overgeslagen. Kijk naar de eerste en laatste steek van de toer, want die worden het vaakst gemist.
- Je hebt de draailussen meegeteld of juist niet. Lees in het patroon of de draailus als steek telt.
- Je hebt in de verkeerde lus gehaakt. Dat valt op als de rand schuin gaat lopen.
- Het patroon bevat een fout. Zeker bij gratis patronen komt dat voor. Zoek op of andere haakster dezelfde vraag hebben.
Een patroon bewaren en terugvinden
Bewaar patronen die je hebt gebruikt, ook de gratis. Een pagina op internet kan verdwijnen. Print het patroon of sla het op als pdf, en schrijf op welk garen je hebt gebruikt, welke naald, hoeveel bollen en hoe lang je erover deed. Over de basis lees je meer bij haakpatronen en over de naald bij haaknaald.
Veelgestelde vragen over een haakpatroon
Hoe lees ik een haakpatroon als beginner?
Begin met de lijst met afkortingen en de benodigdheden. Haak daarna ronde voor ronde en tel na elke ronde je steken. Het getal tussen haakjes aan het einde van een regel is je controle. Begin met een eenvoudig patroon, zoals een vierkant.
Wat betekent een sterretje in een haakpatroon?
Het markeert een herhaling. Wat tussen de sterretjes staat, haak je steeds opnieuw, vaak tot het einde van de ronde of een bepaald aantal keren. Lees altijd wat het patroon erbij zegt.
Wat is het verschil tussen Nederlandse en Engelse haakpatronen?
Engelse patronen gebruiken twee systemen met dezelfde woorden voor andere steken. Nederlandse patronen gebruiken losse, vaste, halve stokjes en stokjes. Kijk altijd welk systeem het patroon gebruikt, anders haak je de verkeerde steek.
Waar vind ik een gratis haakpatroon voor beginners?
Op haakblogs, in patroonbibliotheken van garenmerken en in video’s. Zoek op een eenvoudig project, zoals een vierkant of een pannenlap. Een goed patroon heeft foto’s en een aantal steken per ronde.
Wat betekent het getal tussen haakjes aan het einde van een regel?
Het is het aantal steken dat je na die ronde moet hebben. Dat is je controle: klopt het niet, dan zit er een fout in je ronde. Haal die ronde dan terug en haak hem opnieuw.
Hoe lees ik een patroon met symbolen?
Zoek eerst de legenda en leer de symbolen. Lees bij rondes van binnen naar buiten en bij rijen van onder naar boven. Het is een tekening van het werk, dus je ziet de vorm in één blik.
Kan ik een haakpatroon aanpassen?
Ja, je kunt een ander garen, een andere kleur of een andere maat gebruiken. Haak altijd een proeflapje en pas de naald aan. Voor kleding moet je de steken en rijen opnieuw uitrekenen als je de maat verandert.
Wat doe ik als mijn aantal steken niet klopt?
Tel nog een keer. Klopt het dan nog niet, haal de ronde terug tot de laatste goede ronde en haak hem opnieuw. Gebruik een stekenmarkeerder, zodat je het begin van de ronde niet kwijtraakt.
Verder lezen
Wil je meer weten over patronen en haken? Deze pagina’s helpen:
- Haken: het overzicht met alle basis.
- Haakpatronen voor waar je ze vindt.
- Haken en patronen voor meer uitleg.
- Haken voor kerst voor kleine projecten.
- Wol kopen voor het juiste garen.
