Punniken doe je met een klosje, een haaknaald en een draad wol. Je haalt steeds een lusje over de draad, en zo groeit er een gebreid koord uit het gat van het klosje. Punniken is volgens de Nederlandstalige Wikipedia een eenvoudige vorm van rondbreien. Daardoor leer je het in een kwartier, ook als je nog nooit een naald hebt vastgehouden.
Het koord dat je maakt, kun je oprollen tot een onderzetter, vastnaaien tot een muts of in een zigzag leggen tot een sjaal. In deze gids lees je wat je nodig hebt, hoe punniken werkt, hoe je het afwerkt en wat er daarna allemaal mogelijk is. Heb je meer zin in haken of breien? Begin dan bij onze pijler over haken.
Kort samengevat
- Punniken heeft drie dingen nodig: een klosje met spijkertjes, een haaknaald en wol.
- Je haalt telkens het onderste lusje met de haaknaald over de nieuwe draad en het spijkertje.
- Het koord groeit door het klosje naar beneden, en je trekt er zachtjes aan.
- Afwerken doe je door de laatste lusjes met een draad af te rijgen.
- Het is een prima eerste handwerk voor kinderen vanaf een jaar of zeven.
Wat is punniken?
Punniken is een handwerktechniek waarmee je een holle streng maakt, ook wel een koord of buis. Je gebruikt daarvoor een klosje, meestal een cilindertje van hout met een gat in het midden en een paar spijkertjes bovenaan. De Nederlandstalige Wikipedia noemt de techniek ook klosje breien. Andere namen die je tegenkomt zijn vingerbreien en armbreien, al zijn dat strikt genomen verwante technieken waarbij je met je vingers of een arm het koord of de stof maakt.
Het klosje met vier spijkertjes is de bekendste vorm. Daarnaast vind je kunststof en houten modellen, soms met meer pennen. Het principe is altijd hetzelfde: de draad loopt door het gat, de lusjes hangen om de pennen, en je trekt het onderste lusje telkens over de nieuwe draad.
Waarom is punniken zo populair bij beginners?
Er is bijna niets dat misgaat. Je hoeft geen steken te tellen, geen patroon te lezen en geen naalden te beheersen. Een gemiste lus is meestal snel gevonden, en je werk blijft hangen aan het klosje. Daardoor is punniken ook een van de eerste technieken die kinderen leren. Wil je meer ervaren handwerken? Dan is het een goede opstap naar haken en breien.
Wat heb je nodig om te punniken?
De lijst is kort. Je koopt alles in één keer voor een paar euro, en je gebruikt het jaren.

- Een punnikklosje. Meestal een houten cilinder met een doorlopend gat en vier spijkertjes aan de bovenkant. Het minimum is twee spijkertjes, de meeste klosjes hebben er vier.
- Een haaknaald. Een kleine haaknaald van zo’n 2,5 tot 3 mm past bij een standaard klosje. Veel klosjes worden met een eigen naald geleverd.
- Garen. Meestal wol. Kies voor je eerste keer een glad, middeldik garen in één kleur. Een garen met noppen blijft haken aan de spijkertjes.
Je kunt ook een klosje zelf maken. Elke dikwandige buis met kopspijkertjes aan één kant werkt, zoals een stuk karton van een keukenrol met vier spijkertjes. Dat is een goed idee voor een knutselmiddag met kinderen, al houdt een echt houten klosje het langer vol.
Wol is voor punniken een goede keuze, omdat de vezel volgens de Nederlandstalige Wikipedia over wol goed terugveert naar zijn vorm. Je koord blijft daardoor soepel en rekt niet uit. Voor welk garen kies je? Dik garen geeft een dik koord en gaat snel. Dun garen geeft een fijn koord, dat je kunt gebruiken voor sieraden. Voor de eerste keer is wol van gemiddelde dikte het fijnst. In ons overzicht van garen lees je hoe de dikte werkt, en bij wol kopen waar je op let in de winkel.
Punniken in 6 stappen
Hieronder lees je hoe je een koord maakt met een klosje met vier spijkertjes. Heb je een ander model, dan werkt het hetzelfde.
Stap 1: draad door het gat
Steek het begin van je draad van boven door het gat, zodat een eindje van ongeveer tien centimeter aan de onderkant uitsteekt. Houd dat eindje losjes vast, of laat het hangen. Dit is het begin van je koord.
Stap 2: beginlussen maken
Leg de draad om het eerste spijkertje, en ga dan met de klok mee langs de andere spijkertjes. Zo ontstaat bij elk spijkertje een lus. Doe het een tweede keer, zodat elk spijkertje twee lagen draad heeft: de onderste en de bovenste.
Stap 3: het onderste lusje overhalen
Pak de haaknaald. Steek hem onder de onderste lus van het eerste spijkertje, til die lus op, en trek hem over de bovenste draad en over de kop van het spijkertje. De lus valt in het gat van het klosje. Dit is de steek waarmee alles draait.
Stap 4: verder met de klok mee
Draai het klosje een kwartslag, ga naar het volgende spijkertje, en doe hetzelfde. Leg eerst de draad boven om het spijkertje, trek daarna de onderste lus eroverheen. Herhaal dat rondom en rondom.

Stap 5: je koord groeit
Na ongeveer tien rondjes zie je onderaan het klosje een gebreid koord naar buiten komen. Trek er na een paar rondjes zachtjes aan. Zo blijft de spanning gelijk, en glijdt het koord soepel door het gat. Trek niet te hard, want dan wordt het koord te strak en kun je het niet meer overhalen.
Stap 6: de draad aan het eind
Is je koord lang genoeg? Knip de draad af met een stuk van ongeveer twintig centimeter. Haal het draadeind door de resterende lusjes, trek ze één voor één van de spijkertjes af, en trek de draad aan als een rijgdraad. Maak een knoop of hecht de draad af met een naald.
Tip: laat je kind een kleurwisseling proberen. Knoop de nieuwe kleur aan het eind van de oude draad en ga gewoon door. De knoop verdwijnt in het koord en je ziet hem niet meer.
Punniken afwerken
Een koord dat je opruimt zonder afwerken, kan weer losgaan. Daarom werk je altijd af. Haal de lusjes van de pennen één voor één, rijg de draad erdoor en trek aan. Daarna hecht je het draadeind af door het met een stopnaald een stukje in het koord terug te steken.
Aan de andere kant, het beginstuk, doe je hetzelfde: het eindje dat je onder het klosje liet hangen, steek je met een naald terug in het koord. Pas op dat je niet te strak trekt, want dan kromt het koord. Een goed afgewerkt koord is aan beide kanten even soepel en kun je aan elkaar naaien of oprollen.
Wat kun je maken met een punnikkoord?
Het koord zelf is de bouwsteen. Wat je ervan maakt, hangt vooral af van hoe je het samenvoegt.

Een onderzetter, mat of kleedje
Rol het koord op in een spiraal en naai de windingen aan elkaar. Je krijgt een ronde onderzetter, een vloermat of, als je lang genoeg doorgaat, een kleedje. Gebruik een dikkere wol voor een mat, en een dunne voor een onderzetter.
Een muts of handschoen
De Nederlandstalige Wikipedia noemt mutsen en handschoenen als voorbeelden. Je naait het koord in een spiraal tot een muts, en maakt aparte vingers voor handschoenen. Voor een muts heb je een lang koord nodig, dus werk met een dik garen, anders ben je uren bezig.
Een sjaal of slinger
Leg het koord in een zigzag, en naai de bochten aan elkaar. Zo ontstaat een platte sjaal. Wil je liever een slinger of versiering? Dan laat je het koord gewoon los hangen en knoop je er pompons aan. Hoe dat gaat, lees je bij pompon maken met wol en in het artikel over pompon maken.
Sieraden en sleutelhangers
Met een dun garen en een klein klosje maak je armbanden, kettingen en sleutelhangers. Afwerken doe je met een klein sluitinkje. Voor een gehaakte variant kijk je bij haken sleutelhanger.
Punniken met kinderen
Punniken is een van de beste handwerken voor kinderen. Het is concreet, je ziet je werk groeien, en het lukt na een paar minuten. De meeste kinderen kunnen er vanaf een jaar of zeven mee aan de slag, mits een volwassene helpt met de eerste lussen. Jongere kinderen vinden het meestal te moeilijk om de naald te beheersen.
Begin met een dik garen in een heldere kleur, en een klosje met grote spijkertjes. Laat het kind een korte streng maken van een halve meter, en maak daar samen iets van, zoals een armband of een slinger. Het gevoel dat je iets hebt gemaakt, is het belangrijkste.
Wil je kinderen later leren breien? Dan is punniken een mooie voorbereiding. Je leert er het gevoel van lussen overhalen, en dat is precies wat je later bij breien nodig hebt.
Punniken met een groter klosje of meer pennen
Een standaard klosje heeft vier spijkertjes en maakt een koord van ongeveer een centimeter doorsnee. Wil je een dikker koord, kies dan een klosje met meer pennen of een groter gat. Zo kun je met punniken ook een brede, stevige buis maken, geschikt voor een sjaal of een mand. Een grotere buis vraagt wel meer wol en meer rondjes, dus het duurt langer voordat je resultaat ziet.
Veel mensen die serieus gaan punniken, schaffen na een tijdje een tweede klosje aan. Eén dun klosje voor sieraden en bandjes, en één groot voor sjaals en mutsen. De techniek blijft precies gelijk. Alleen het aantal lussen per rondje en de dikte van je wol verandert.
Punniken met twee kleuren
Wil je een gestreept koord? Dan wissel je na een aantal rondjes van kleur. Knoop de nieuwe draad aan de oude, en ga door. De knoop verdwijnt aan de binnenkant van de buis. Wissel je elke vijf rondjes, dan krijg je smalle strepen, wissel je elke twintig, dan worden ze breed. Zo kun je met een paar restjes wol in korte tijd een vrolijk koord maken.
Punniken met restjes wol
Punniken is bij uitstek een techniek voor restjes. Een koord van een meter vraagt maar een paar tientallen meters wol, dus een bol die bij het haken over is gebleven, is meestal genoeg. Zo gebruik je wat je toch al in huis hebt. Meer over wat je met de rest van je voorraad kunt doen lees je in de gids over wol kopen, waar we ook uitleggen hoe je restjes slim bewaart.
Punniken kopen: waar let je op?
Een klosje is goedkoop en bijna overal te koop, van hobbywinkels tot grote winkelketens. Je vindt er houten, kunststof en soms sets met meerdere klosjes en wol. Let bij punniken kopen op drie dingen:
- De spijkertjes. Ze moeten glad en stevig vastzitten. Een scherp of los spijkertje blijft haken in je wol.
- Het gat. Een gat dat te nauw is, remt het koord. Een ruim, glad gat laat het koord soepel zakken.
- De haaknaald. Zit er een in de set, controleer dan of hij klein genoeg is voor de lusjes om de spijkertjes.
Kies voor je eerste klosje een model van hout. Dat is rustig in je hand en gaat jaren mee. Voor kinderen is een grotere variant fijner, omdat de lussen duidelijker te zien zijn. Heb je zelf geen klosje? Dan kun je met een kartonnen rol en vier spijkertjes een eenvoudig klosje maken. Dat werkt prima om te kijken of punniken iets voor je is.
Wat als punniken niet lukt?
Punniken lukt bijna altijd, maar het kan haperen. Dit zijn de meest voorkomende oorzaken.
Zit het koord vast in het gat? Dan trek je te strak of is je koord te dik voor het gat. Haal de lusjes van de pennen, leg ze los en begin met een iets dunnere wol. Kom je er niet doorheen, dan helpt het om het koord een klein stukje terug te schuiven, voordat je verder punnikt.
Zijn er gaten in je koord? Dan heb je een rondje de draad niet boven het spijkertje gelegd. Haal het koord terug tot waar het goed zat en begin vanaf daar opnieuw. Het is geen ramp, want punniken is een techniek die je werk niet laat rafelen.
Wordt je koord scheef of draaierig? Houd de spanning van de draad gelijk en trek het koord op dezelfde manier naar beneden bij elk rondje. Na een paar keer krijg je daar gevoel voor. Voor wie liever haakt, vind je op onze pijler over haken en breien ook alternatieven.
Veelgemaakte fouten bij punniken
Er zijn vier fouten die steeds terugkomen.
Te strak trekken
Trek je de draad te strak aan, dan past je haaknaald niet meer onder de lus. Houd de draad losjes, en trek het koord alleen zachtjes naar beneden.
De draad boven het spijkertje vergeten
Als je een rondje de draad niet boven het spijkertje legt, haal je een lus over niets. Het koord valt uit elkaar of heeft gaten. Leg altijd eerst de draad, en haal daarna pas de onderste lus eroverheen.
Een spijkertje overslaan
Je gaat vanzelf een keer een spijkertje over. Is dat niet te ver weg, dan kun je de lus gewoon terugzetten en verder gaan. Merk je het pas na tien rondjes, dan haal je het gewoon uit, rijg je de draad terug en begin je opnieuw.
Een koord dat draait
Een koord dat in een spiraal draait, is te strak of te los gemaakt. Houd de spanning gelijk en laat het koord zelf zakken.
Veelgestelde vragen over punniken
Wat is punniken?
Punniken is een handwerktechniek waarbij je met een klosje en een haaknaald een holle streng maakt van wol. Het is een eenvoudige vorm van rondbreien. Je haalt steeds het onderste lusje van een spijkertje over de nieuwe draad, en zo groeit het koord door het gat van het klosje.
Wat is het verschil tussen punniken en vingerbreien?
Bij punniken gebruik je een klosje en een haaknaald. Bij vingerbreien werk je zonder gereedschap en maak je lussen met je vingers, vaak tot een brede band of sjaal. Armbreien werkt volgens hetzelfde principe, maar dan met je onderarm en dikke wol. Alle drie leveren ze een gebreide stof op zonder breinaalden.
Hoe begin je met punniken?
Steek de draad door het gat van het klosje, leg de draad rond de spijkertjes en haal met een haaknaald het onderste lusje over de bovenste draad. Draai door en herhaal. Na een paar rondjes komt er een koord uit het gat.
Hoe werk je punniken af?
Knip de draad af, haal hem door de resterende lusjes, haal ze van de pennen en trek de draad aan. Hecht het eind af met een stopnaald. Doe hetzelfde aan het beginstuk.
Wat kun je maken met punniken?
Je kunt het koord oprollen tot onderzetters en matten, naaien tot een muts of handschoen, in een zigzag leggen tot een sjaal of er sieraden van maken. Een veelgebruikt eerste project is een armband of een slinger.
Vanaf welke leeftijd kunnen kinderen punniken?
Meestal vanaf een jaar of zeven, met hulp bij de eerste lussen. Jongere kinderen hebben meer moeite met het bedienen van de naald en de draad tegelijk.
Kan ik een punnikklosje zelf maken?
Ja. Elke dikwandige buis met kopspijkertjes aan één uiteinde werkt, zoals een kartonnen rol met vier spijkertjes. Een houten klosje gaat langer mee, maar voor een eerste keer is zelfmaak prima.
Welk garen is het beste voor punniken?
Een glad, middeldik wolgaren in één kleur. Garens met noppen of dunne vezels blijven haken aan de spijkertjes. Voor sieraden neem je dunner garen, voor matten en sjaals juist dikker.
Verder lezen
Punniken is een eerste stap in de wereld van garen en handwerk. Op AYOO lees je verder over de technieken die erop volgen.
- De pijler: haken en breien.
- Met een koord of restjes garen: pompon maken en pompon maken met wol.
- Een stap verder: tunisch haken.
