• Gratis verzending
  • Voor 20:00 besteld, morgen in huis
  • 14 dagen bedenktijd

Tag: Quilten en patchwork

  • Quilten patronen voor beginners: 7 eenvoudige quiltblokken om mee te starten

    Quilten patronen voor beginners: 7 eenvoudige quiltblokken om mee te starten

    De beste quilten patronen voor beginners bestaan uit rechte naden en simpele vormen: een vierkant, een rechthoek of een driehoek die je uit een vierkant maakt. Met die bouwstenen maak je al zeven klassieke blokken, van een eenvoudige nine patch tot een rail fence. Je hebt er een naaimachine, een rolmes en een liniaal voor nodig, geen ingewikkeld patroon.

    Quilten klinkt als iets voor gevorderden, maar het begin is simpel, ook met quilten voor beginners patronen die je gratis of voor weinig vindt. Elke quilt is opgebouwd uit blokken, en elk blok uit een paar stukjes stof. Wie leert die stukjes precies te knippen en op één lijn te naaien, kan bijna elk patroon aan. Zit je nog aan het begin van het naaien? Dan helpt het overzicht over naaien om te zien wat je aan spullen nodig hebt.

    Kort samengevat

    • Begin met patronen van vierkanten en rechthoeken: nine patch, four patch en rail fence.
    • Een quilt bestaat uit drie lagen: een bovenlaag, een vulling en een onderlaag, die je aan elkaar quilt.
    • Gebruik een rolmes, een liniaal en een snijmat voor nauwkeurige stukjes en naai met een vaste naadtoeslag.
    • Kies stoffen van katoen en beperk je eerste quilt tot drie of vier kleuren.
    • Test je patroon eerst met één blok voordat je er twintig maakt.

    Wat zijn quilten patronen eigenlijk?

    Een quilt bestaat volgens de Quiltersgilde uit drie lagen: een bovenlaag (de top), een tussenlaag (de vulling) en een onderlaag (de backing). De lagen worden aan elkaar vastgemaakt door te quilten, dat wil zeggen doorstikken, met de hand of met de naaimachine. Quilten patronen gaan over de bovenlaag: hoe zijn de stukjes stof gevormd en hoe liggen ze naast elkaar?

    Bij de meeste quilten patronen werk je met blokken. Een blok is een vierkant stuk van bijvoorbeeld 30 centimeter dat zelf uit kleinere stukjes bestaat. Je maakt er meerdere van, naait ze aan elkaar tot een top en quilt de drie lagen daarna samen. Daarom beginnen quilten patronen voor beginners bijna altijd met een blok dat je vaak kunt herhalen.

    Quilten patronen vertellen je vier dingen: de maat van de stukjes, het aantal stukjes, de volgorde van het naaien en de kleurverdeling. Goede quilten patronen voor een beginner hebben weinig naden die samenkomen, geen scherpe punten en geen gebogen lijnen.

    Patchwork en quilten: wat is het verschil?

    In de praktijk worden de twee woorden door elkaar gebruikt. Patchwork is het aan elkaar naaien van stukjes stof tot een nieuw vlak, quilten is het doorstikken van de drie lagen. Je kunt dus patchwork maken zonder te quilten, bijvoorbeeld een kussenhoes van stukjes, en je kunt quilten op een effen stuk stof. Lees meer over de techniek op de pagina over patchwork en over quilten.

    Wat heb je nodig voor je eerste quilt?

    Een eerste quilt vraagt niet veel, maar een paar dingen maken het verschil.

    Gereedschap voor een eerste quilt
    Een eerste quilt vraagt weinig gereedschap.
    • Katoenen stof. Quiltkatoen is stevig en rekt niet, en dat maakt het makkelijk om precies te werken. Was je stof vooraf als je de quilt later gaat wassen, zodat hij niet gaat krimpen of uitlopen.
    • Een rolmes, liniaal en snijmat. Ze knippen sneller en nauwkeuriger dan een schaar. Een liniaal van 15 bij 60 centimeter is ruim voldoende.
    • Een naaimachine. Een eenvoudige machine met een goede rechte steek is genoeg. Heb je er nog geen? Lees dan hoe je een naaimachine kiest.
    • Garen. Gebruik een stevig katoenen of polyester garen in een neutrale kleur, zoals crème of grijs.
    • Spelden of knijpertjes, een strijkijzer en een strijkplank. Strijken is een groot deel van quilten: na elke naad strijk je de naadtoeslag plat.
    • Vulling en achterkant. Die heb je pas nodig als je top klaar is.

    De naald is belangrijker dan je denkt. Fabrikant Schmetz maakt een quiltnaald die volgens de site vooral wordt gebruikt voor patchwork, quilten en stikwerk op katoen, met een slanke, licht afgeronde punt in de maten 75/11 en 90/14. Een nieuwe naald voor elk project geeft de mooiste steken. Welke naald je ook kiest, vervang hem regelmatig: een stompe naald geeft overgeslagen steken en trekt draden in je stof.

    Naadtoeslag bij quilten patronen: waarom precisie telt

    Bij quilten gebruik je een vaste naadtoeslag. In veel patronen is dat een kwart inch, ongeveer 6 millimeter. Dat is een richtwaarde: lees altijd na welke naadtoeslag je patroon gebruikt. Het gaat erom dat je overal dezelfde maat aanhoudt. Bij alle quilten patronen geldt: een afwijking van twee millimeter per naad loopt in een blok van negen stukjes op tot een blok dat niet meer past. Veel naaivoeten voor patchwork hebben een rand die precies op de naadtoeslag zit. Heb je die niet, plak dan een stuk washitape op je steekplaat als geleider.

    Zeven quilten patronen voor beginners: van four patch tot ganzen op de vlucht

    Hieronder zeven quilten patronen om te beginnen, van eenvoudig naar iets uitdagender. Alle maten zijn richtwaarden voor een blok van ongeveer 30 centimeter. Dat kun je naar wens vergroten of verkleinen.

    Een four patch quiltblok van vier vierkanten
    Het eenvoudigste blok: vier gelijke vierkanten.

    1. Four patch

    Het eenvoudigste blok: vier vierkanten van gelijke grootte, twee licht en twee donker, in een schaakbordpatroon. Je naait twee paren en daarna de twee helften aan elkaar. Je leert er de basis mee: precies knippen, een vaste naadtoeslag en naden die op elkaar aansluiten. Knip vierkanten van 16 centimeter voor een blok van ongeveer 30 centimeter na het naaien.

    2. Nine patch

    Negen vierkanten in drie rijen van drie, meestal met afwisselend licht en donker. Het is een van de bekendste quilten patronen dat je op veel manieren kunt variëren. Je naait eerst drie rijen van drie en dan de rijen aan elkaar. Van alle quilten patronen is de nine patch een goed begin voor een eerste babyquilt of kussen. Knip vierkanten van 11,5 centimeter, een kwart inch naadtoeslag meegerekend.

    3. Rail fence

    Drie of vier reepjes stof naast elkaar naaien tot een vierkant, en die vierkanten afwisselend horizontaal en verticaal leggen. Het geeft een rustig, gestreept effect met slechts één soort naad. Rail fence is een mooi patroon om restjes te gebruiken, omdat elk reepje een andere stof kan zijn.

    4. Halve-vierkantdriehoeken

    Twee vierkanten op elkaar, een diagonaal getekend, aan beide kanten genaaid en doorgeknipt: je hebt twee vierkantjes die uit twee driehoeken bestaan. Dit is de basis van veel quilten patronen, zoals windmolens en pijlen. Knip de vierkanten wat groter en snij ze achteraf op maat. Zo corrigeer je kleine afwijkingen.

    5. Windmolen

    Vier halve-vierkantdriehoeken, zo gedraaid dat ze een windmolen vormen. Je leert hier hoe je blokjes draait en de middenpunten laat aansluiten. Een windmolen ziet er indrukwekkender uit dan hij is: het is eigenlijk vier keer hetzelfde vierkantje.

    Een windmolen quiltblok van vier blauw-crème vierkanten
    Vier halve-vierkantdriehoeken vormen een windmolen.

    6. Log cabin

    Je begint met een vierkantje in het midden en naait er reepjes omheen, één voor één, in een spiraal. Eén kant wordt licht en de andere donker. Het blok is een klassieker en het ziet er mooi uit. Het is wel meer werk, want je naait en strijkt na elk reepje. Daardoor is het geen eerste patroon, maar wel een logische tweede.

    7. Ganzen op de vlucht

    Een rechthoek met een driehoek erin en twee kleine driehoeken ernaast, die samen een pijl vormen. Het blok vraagt om iets meer nauwkeurigheid, omdat de punten precies op de naad moeten uitkomen. Gebruik het als je de eerste zes quilten patronen zonder moeite naait.

    Tip: maak eerst één proefblok in goedkope katoen. Zo ontdek je of de stukjes passen en of de kleuren werken, voor je een heel pakket stof in stukken knipt.

    Kleur en stof kiezen voor je quilten patronen

    Eenvoudige quilten patronen kunnen er heel mooi uitzien met een goede kleurkeuze. Een paar vuistregels:

    1. Beperk je tot drie of vier kleuren. Meer geeft een rommelig resultaat in je eerste quilt.
    2. Zorg voor contrast. Een mix van licht, middel en donker geeft diepte. Als alles even licht is, valt het patroon weg.
    3. Combineer een effen stof met een gedessineerde. Een lichte, kleine print werkt als een rustige effen stof.
    4. Kijk op afstand. Leg de stoffen naast elkaar en loop een paar meter weg. Een patroon dat dan nog zichtbaar is, werkt.
    5. Fotografeer en zet op zwart-wit. Met een foto in grijstinten zie je meteen of het contrast klopt.

    Gebruik voor je eerste quilt geen stoffen van verschillende soorten, zoals katoen met viscose of stretch. Ze gedragen zich anders in de was en bij het naaien, en maken de naden onregelmatig.

    Hoe maak je van quilten patronen een hele quilt?

    Als je blokken klaar zijn, leg je ze op de vloer of op een bed om de indeling te bepalen. Wissel de kleuren zo af dat geen twee gelijke blokken naast elkaar liggen. Naai de blokken in rijen en daarna de rijen aan elkaar, en strijk de naden van rij tot rij in tegengestelde richting. Zo sluiten de hoeken netjes aan.

    Quiltblokken uitgelegd in een raster
    Leg je blokken uit voordat je ze samennaait.

    Daarna maak je een sandwich van drie lagen: de achterkant met de goede kant naar beneden, de vulling en de top met de goede kant naar boven. Speld of plak de lagen aan elkaar, vanuit het midden naar buiten. Dan ga je quilten: doorstikken met rechte lijnen of op een afstand van de naden. Je kunt de lijnen op de machine of met de hand maken, zoals de Quiltersgilde ook zegt.

    Tot slot werk je de rand af met een bies. Knip stroken stof, naai ze rond de quilt en sla ze om naar de achterkant. Het is het laatste en het rustigste deel, en meteen het deel dat het resultaat afmaakt.

    Meer quilten patronen vinden en leren

    Als je de eerste blokken beheerst, wil je meer quilten patronen. De Quiltersgilde heeft een website met een overzicht van activiteiten zoals regiodagen, een bibliotheek en lessen, en een tijdschrift met patronen voor leden. Veel quiltwinkels bieden daarnaast een cursus voor beginners aan, waar je in een paar bijeenkomsten een eerste blok of een kleine quilt maakt.

    Zoek je meer quilten voor beginners patronen? Lees ook de gids over quilten voor de techniek en over patchwork voor de verschillende stijlen. Wil je een patroon een persoonlijke touch geven, dan is borduren een mooie aanvulling: een geborduurd label of een naam op de achterkant maakt een quilt compleet.

    Veelgestelde vragen over quilten patronen

    Wat zijn de makkelijkste quilten patronen voor beginners?

    De makkelijkste quilten patronen zijn four patch, nine patch en rail fence. Ze bestaan uit vierkanten of rechthoeken en hebben alleen rechte naden. Je leert er precies knippen en naaien mee, zonder dat je met driehoeken of gebogen lijnen hoeft te werken.

    Hoeveel stof heb je nodig voor een eerste quilt?

    Dat hangt af van het formaat. Een kleine quilt van ongeveer 100 bij 120 centimeter vraagt meestal een paar meter stof voor de top, plus de achterkant en de vulling. Reken altijd na met je patroon. Het is verstandig om wat extra te kopen voor fouten.

    Welke stof kies je voor quilten?

    Katoen is voor beginners het beste, omdat het stevig is en niet rekt. Quiltkatoen wordt speciaal voor dit doel verkocht. Was de stof voor het gebruik als je de quilt later gaat wassen, zodat hij niet krimpt of uitloopt.

    Wat is een naadtoeslag bij quilten?

    De naadtoeslag is de ruimte tussen de naad en de rand van de stof. Bij veel quiltpatronen is het een kwart inch, ongeveer 6 millimeter. Gebruik dezelfde maat voor alle naden, anders passen de blokken niet meer op elkaar.

    Kun je quilten met een gewone naaimachine?

    Ja. Voor patchwork heb je alleen een goede rechte steek nodig. Voor het doorstikken van de drie lagen werkt een gewone machine ook, bij een kleine quilt. Zoals de Quiltersgilde schrijft, kun je de lagen met de hand of met de naaimachine doorstikken.

    Wat is het verschil tussen patchwork en quilten?

    Patchwork is het aan elkaar naaien van stukjes stof tot een vlak. Quilten is het doorstikken van drie lagen: top, vulling en achterkant. Vaak doe je beide in één project, maar je kunt ze ook los van elkaar doen.

    Welke naald gebruik je voor quilten?

    Een nieuwe universele naald of een quiltnaald in 75 of 90 is voor katoen geschikt. Schmetz beschrijft de quiltnaald als een naald met een slanke, licht afgeronde punt voor patchwork en stikwerk op katoen. Vervang de naald regelmatig.

    Hoe lang duurt het om een quilt te maken?

    Een kleine quilt kost een beginner meestal meerdere weekenden. Het knippen en strijken kost vaak meer tijd dan het naaien. Begin met een klein project, zoals een kussenhoes of een tafelloper, voor je aan een grote quilt begint.

    Verder lezen

    Lees verder in het overzicht over naaien en borduren, ontdek alles over quilten en patchwork, of kies een naaimachine die bij je past. Wil je je werk persoonlijk maken? Bekijk dan wat je kunt met borduren.

  • Quilten voor beginners: zo maak je je eerste quilt

    Quilten voor beginners: zo maak je je eerste quilt

    Quilten is het aan elkaar stikken van drie lagen: een bovenkant, een vulling en een achterkant. Het stikwerk houdt de lagen op hun plek en geeft de quilt zijn typische, verhoogde structuur. Je kunt quilten met de hand of met een naaimachine, en je eerste quilt kun je al maken met een paar meter katoen, wat vulling en een rustige week.

    In deze gids lees je hoe quilten werkt, welke spullen je nodig hebt en hoe je stap voor stap een eenvoudige quilt maakt. Eerst een korte uitleg van de begrippen, daarna het stappenplan en de keuzes die je onderweg maakt. Heb je nog nooit genaaid? Begin dan eerst met onze gids over naaien, want quilten bouwt voort op rechte naden en netjes werken.

    Kort samengevat

    • Quilten is drie lagen samenstikken: top, vulling (batting) en achterkant.
    • Patchwork is de bovenkant maken van kleine stukjes stof. Quilten is het doorstikken van alle lagen. Samen heet het een patchwork quilt.
    • Een eerste quilt maak je het best klein: een kinderdekentje of tafelkleed van ongeveer 100 bij 100 centimeter.
    • Quilten met de hand duurt langer, maar is rustig en vraagt weinig spullen. Op de machine gaat het sneller.
    • Precies knippen en een vaste naadtoeslag zijn belangrijker dan een duur merk stof.

    Wat is quilten, en wat is het verschil met patchwork?

    Quilten en patchwork worden vaak door elkaar gebruikt, maar het zijn twee technieken. Het Textile Research Centre in Leiden beschrijft patchwork als het aan elkaar naaien van twee of meer stukken stof tot een groter, meestal plat stuk. Quilten is volgens dezelfde bron iets anders: daarbij worden twee of meer stoffen in lagen aan elkaar gestikt. Je leest dat in het artikel over patchwork bij het TRC.

    In de praktijk komen ze samen. Je maakt van kleine stukken stof een bovenkant (patchwork), legt die op een vulling met een achterkant eronder en stikt het geheel door (quilten). Het resultaat is een patchwork quilt: een deken, wandkleed of tafelloper waarvan de bovenkant uit blokken bestaat en die door het stikwerk zacht en stevig aanvoelt.

    Het TRC legt de lagen zo uit: de bovenste laag heet top, de onderste backing, en de middelste laag wadding of batting. Als vulling worden onder meer scheerwol, katoen, polyester, lappen of oude dekens genoemd. Dat laatste is een mooie herinnering aan waar quilten vandaan komt: het hergebruiken van wat je hebt. Een quilt zonder vulling, met twee lagen, heet volgens het TRC een coverlet. Je kunt dus ook een dunne quilt maken voor in de zomer.

    Een korte geschiedenis

    Quilten is een oud ambacht. Volgens het Engelstalige Wikipedia-artikel over quilting is de Tristan-quilt uit Italië, gemaakt in de late veertiende eeuw, de oudste bekende bewaard gebleven Europese bedquilt. Amerikaanse patchworkquilts dateren volgens hetzelfde artikel uit de jaren 1770. Aan het eind van de jaren zeventig van de vorige eeuw veranderde de rolsnijder het quilten: je snijdt tegenwoordig in één keer stroken en vierkantjes. Je hoeft dus geen sjablonen meer te gebruiken zoals vroeger.

    Dat is goed nieuws voor wie nu begint. Wat vroeger uren knippen kostte, doe je met een rolsnijder, een snijmat en een liniaal in een kwartier.

    Welke spullen heb je nodig om te quilten?

    Je hoeft niet veel te kopen om te beginnen. Dit is een basislijst voor je eerste quilt:

    Snijmat, rolmes, liniaal en katoenen stoffen voor quilten
    Een snijmat, rolmes en liniaal maken precies snijden makkelijk.
    • Katoen voor de bovenkant. Quiltkatoen is stevig geweven en rafelt weinig. Kies een paar bij elkaar passende kleuren in plaats van tien verschillende.
    • Katoen voor de achterkant. Neem een effen of fijn gedessineerde stof. Je achterkant mag gewoon uit één stuk bestaan.
    • Vulling (batting). Katoen is koel en zakt mooi in, polyester is lichter en veert terug, een mengsel zit ertussenin. Neem als beginner een dunne vulling: die is makkelijker te stikken.
    • Een rolsnijder, snijmat en lange liniaal. Samen zorgen ze dat je stukjes echt recht en even groot zijn. Dit is de beste investering voor wie veel gaat quilten.
    • Garen. Een stevig, neutraal katoenen garen werkt voor het samenvoegen van de blokken en het quilten.
    • Spelden of quiltclips, en veiligheidsspelden. Voor het vastzetten van de lagen.
    • Naalden. Voor quilten met de hand heb je korte, fijne naalden nodig (de maat heet vaak between).
    • Quiltring of frame (voor handquilten). Niet noodzakelijk, wel prettig.
    • Naaimachine. Voor het samenvoegen van de blokken. Een eenvoudige machine met een goede rechte steek volstaat.

    Heb je een naaimachine nodig? Voor het patchwork zelf is hij erg handig, maar niet verplicht: je kunt alles met de hand doen. Wil je er een kopen, lees dan eerst onze uitleg over de naaimachine. Quilten kopen in het algemeen kan ook als pakket: een quiltpakket bevat de gesneden stoffen, de vulling en het patroon. Dat is verleidelijk als je niet wilt kiezen, maar je leert er minder van dan wanneer je zelf je kleuren kiest.

    Tip: wil je stof besparen, koop dan geen losse meters maar een stapeltje voorgesneden stof (fat quarters of charm squares). Dat scheelt snijwerk en je hebt direct een samenhangend kleurenpalet.

    Quilten voor beginners: kies een eerste project

    Een eerste quilt maak je klein. Een dekentje van 100 bij 100 centimeter heeft ongeveer 25 blokken van 20 centimeter en is in een paar weekenden af. Een groot dekbed vraagt veel meer stof, veel meer stikwerk en veel meer geduld, en wie daar als eerste aan begint, haakt vaak af.

    Goede eerste projecten zijn:

    • Een kinderdeken of babydekentje. Klein, nuttig en je mag fouten maken.
    • Een tafelloper of onderzetters. Snel klaar en een mooie manier om te oefenen met stikken.
    • Een wandkleed. Je hoeft niet te letten op de drapering en het hangt gewoon.
    • Een kussenhoes. Een mini-quilt waar je een kussen in stopt.

    Kies een eenvoudig ontwerp. Het bekendste beginnersontwerp is de vierkantenquilt: alle blokken zijn even groot en je naait ze in rijen. Er zijn ook strookquilts, waarbij je repen van verschillende breedte aan elkaar zet. Wil je een ontwerp met meer variatie, kijk dan naar onze pagina over quilten patronen. Eerst moet je het eenvoudige beheersen, dan pas het ingewikkelde.

    Quilt maken in 7 stappen

    Dit is de standaardmethode voor een vierkantenquilt. Je kunt hem met de hand of op de machine volgen. Het stappenplan hieronder gaat uit van een quilt van ongeveer 100 bij 100 centimeter. Dat is een richtmaat.

    Stap 1: bereken en snijd je stof

    Bepaal eerst het formaat van je quilt en de grootte van je blokken. Voor een kleine quilt van 5 bij 5 blokken van 20 centimeter snijd je 25 vierkantjes van 21 centimeter: de extra centimeter is de naadtoeslag, een halve centimeter aan elke kant. Veel quilters gebruiken een naadtoeslag van een kwart inch, ongeveer 6 millimeter. Welke maat je kiest, doet er niet toe, zolang je hem overal hetzelfde houdt.

    Strijk je stof eerst glad. Leg hem vervolgens op je snijmat, leg de liniaal erop en snijd met de rolsnijder van je af. Snijd altijd van je lichaam af en klap het mes terug als je klaar bent. Dit is de stap waar de precisie zit: een stuk dat een millimeter te groot is, wordt na vijf naden een centimeter te groot.

    Stap 2: leg het patroon uit

    Leg de vierkantjes op een tafel of de vloer in de volgorde waarin je ze wilt hebben. Stap een paar meter achteruit en kijk of de kleuren evenwichtig verdeeld zijn. Doe een foto met je telefoon: op een foto zie je meteen waar twee dezelfde kleuren naast elkaar liggen.

    Stap 3: naai de blokken tot rijen

    Pak twee vierkantjes, leg ze met de goede kanten op elkaar en naai ze aan één zijde aan elkaar. Gebruik een rechte steek van ongeveer 2,5 millimeter en naai langzaam. Doe zo de hele rij, strijk de naden naar een kant en leg de rij terug in het patroon. Strijk naden in de volgende rij de andere kant op. Dan passen ze bij het samenvoegen in elkaar, en wordt je quilt vlak.

    Naaimachine naait twee katoenen lapjes aan elkaar voor een quiltblok
    Naai de blokken met een vaste naadtoeslag.

    Stap 4: zet de rijen aan elkaar

    Leg twee rijen met de goede kanten op elkaar, speld de kruispunten van de naden zorgvuldig vast en naai de rij aan elkaar. Herhaal dit tot je bovenkant klaar is. Strijk de bovenkant van achteren plat. Je patchwork is nu af.

    Stap 5: maak de sandwich

    Leg de achterkant met de verkeerde kant naar boven op een vlakke ondergrond en trek hem glad. Leg de vulling erop en daarna de bovenkant met de goede kant naar boven. De achterkant en vulling zijn ongeveer 5 centimeter groter dan de bovenkant, zodat je ruimte hebt als de lagen tijdens het quilten wat opschuiven. Zet de lagen met veiligheidsspelden om de 10 tot 15 centimeter vast, van het midden naar buiten.

    Drie lagen van een quilt: achterkant, vulling en patchworktop
    De sandwich: achterkant, vulling en top.

    Stap 6: quilt de lagen

    Nu komt het quilten zelf. Je kunt op drie manieren stikken:

    1. Quilten met de hand. Je maakt kleine, regelmatige voorsteekjes door alle drie de lagen. Volgens het Wikipedia-artikel gebruik je daarbij vaak een frame of ring, en bestaan er verschillende methoden zoals de stab stitch en de rocking stitch. Quilten met de hand voor beginners vraagt geduld, maar het resultaat is zacht en persoonlijk.
    2. Quilten met de machine. Op een gewone naaimachine stik je met een doorlopende voet (walking foot) in rechte lijnen, vaak op een kwart inch afstand van de naden. Dat noemen quilters stikken in de naad of langs de naad.
    3. Knopen. Een snellere keuze, waarbij je met garenknopen de lagen aan elkaar bindt. Het Wikipedia-artikel noemt dit een snelle manier die vaak wordt gebruikt voor quilts voor dagelijks gebruik.

    Begin altijd in het midden en werk naar buiten. Zo voorkom je dat er plooien in de stof komen.

    Stap 7: werk de rand af

    Snijd de overtollige vulling en achterkant af zodat alle lagen even groot zijn. Naai een bies van stroken stof langs de rand, eerst aan de voorkant met de machine, daarna klap je hem om en zet je hem met de hand aan de achterkant vast. Een eenvoudige binding van stroken van 6 centimeter breed, dubbel gevouwen, werkt prima. Daarna was je de quilt een keer. De stof krimpt iets en je krijgt het typische, bobbelige uiterlijk.

    Quilten met de hand of met de machine?

    Dit is de vraag waar iedere beginner mee zit. Beide manieren hebben voordelen.

    Handquilten met naald en draad in een quiltring
    Handquilten gaat langzaam, maar geeft een rustig resultaat.

    Quilten met de hand is rustig, draagbaar en vraagt weinig. Je neemt je quiltring mee naar de bank, de tuin of de trein. Een quilt met de hand stikken duurt wel een stuk langer: reken op uren per vierkante meter, afhankelijk van hoe dicht je stikt. Het voordeel is dat de quilt zacht blijft en dat je tijdens het quilten rustig kunt nadenken.

    Quilten met de machine gaat sneller en maakt de quilt steviger. Je hebt wel een machine nodig die goed met drie lagen omgaat, en een goede voet. Dikke lagen onder de naald zijn lastig als je machine dun is. Voor grotere quilts zoek je soms een oplossing zoals een longarm-service of een quilt-as-you-go-methode, waarbij je blok voor blok quilt.

    Een goede start is een mix: naai de blokken met de machine en quilt het eindresultaat met de hand. Zo leer je beide technieken kennen en merk je zelf wat je het prettigst vindt.

    Een quilt maken van restjes, oude kleding of foto’s

    Quilten is van oudsher een manier om zuinig te zijn. Het TRC schrijft dat patchwork waarschijnlijk ontstond uit de noodzaak om dure textiel opnieuw te gebruiken. Dat kun je nog steeds doen, en het levert bijzondere quilts op.

    Quilt maken van restjes stof

    Een quilt maken van restjes stof is de meest eenvoudige variant. Sorteer je restjes op kleur of dikte, snijd ze in vierkantjes of stroken van dezelfde maat en leg ze op een manier waarbij donker en licht elkaar afwisselen. Een rustige, effen achtergrond tussen de kleurige restjes zorgt voor een samenhangend geheel.

    Quilt maken van oude kleding of babykleding

    Een quilt maken van oude kleding of van babykleding is een mooie manier om herinneringen te bewaren. Let op drie dingen. Eén: wat voor stof is het? Rekbare stoffen zoals jersey zijn lastig te combineren met katoen. Stabiliseer ze met een dun laagje opstrijkbare versteviging. Twee: snijd alleen delen zonder knoopjes, ritsen of zomen. Drie: was alles vooraf, zodat de stoffen niet verschillend krimpen.

    Quilt maken met foto’s

    Een quilt maken met foto’s kan met speciale stof waarop je foto’s print, of met een fotoprint die je laat maken. Gebruik hiervoor stof die geschikt is voor je printer of laat een bedrijf je foto’s op stof printen. Zet de foto’s in effen blokken en laat de rest eenvoudig. Dit blijft een persoonlijk cadeau dat mensen bewaren.

    Cursus of workshop quilten: wat levert het op?

    Een cursus quilten voor beginners is een uitstekende manier om de basis te leren. Je krijgt feedback op je knippen en naaien, en je ziet hoe anderen werken. Veel lessen duren een paar avonden of een dag en leiden je door één eenvoudig project. Zoek een quilten workshop in je eigen regio of bij een quiltwinkel, een naaiatelier of een creatieve vereniging. Vraag vooraf wat je zelf moet meenemen en of de machines aanwezig zijn.

    Wie liever thuis leert, kan terecht bij boeken en online video’s. Er zijn Nederlandstalige boeken over quilten voor beginners, en veel quilters delen filmpjes waarin je stap voor stap kunt meekijken. Het voordeel van een boek is dat je rustig kunt terugbladeren, het voordeel van een video is dat je ziet hoe iemand zijn handen beweegt. Combineer ze gerust. Houd er rekening mee dat wat je online ziet niet altijd geschikt is voor beginners: sommige quilters gebruiken apparatuur die je thuis niet hebt.

    Veelgemaakte fouten bij het quilten

    Dit zijn de fouten die we het vaakst zien:

    • Ongelijke naadtoeslag. Als je naden verschillen, passen de blokken niet. Gebruik een voet met een naadgeleider of een stukje tape op je machine.
    • Stof niet voorwassen of juist wel. Beide keuzes zijn te verdedigen, maar wees consequent. Mix nooit gewassen en ongewassen stof.
    • Te dikke vulling. Een dikke vulling is lastig te quilten. Begin dun.
    • Geen sandwich spannen. Als de lagen niet glad liggen, krijg je plooien. Neem de tijd voor het vastzetten.
    • Te groot beginnen. Een bedspread als eerste project is een recept voor een half afgemaakte quilt.
    • Niet strijken. Strijk na elke stap. Het scheelt meer dan wat dan ook.

    Veelgestelde vragen over quilten

    Wat is quilten precies?

    Quilten is het aan elkaar stikken van meerdere lagen stof, meestal een bovenkant, een vulling en een achterkant. De stiksels houden de lagen op hun plek en geven de quilt zijn reliëf. Quilten kan met de hand, met een gewone naaimachine of met een speciale longarm-machine.

    Wat is het verschil tussen quilten en patchwork?

    Patchwork is het aan elkaar naaien van stukjes stof tot een grotere bovenkant. Quilten is het doorstikken van de lagen. Samen levert dat een patchwork quilt op. Je kunt ook patchwork maken zonder te quilten, en je kunt een effen stof quilten zonder patchwork.

    Hoe begin ik met quilten voor beginners?

    Begin klein. Kies een vierkantenquilt van ongeveer 100 bij 100 centimeter, neem katoen in een paar bij elkaar passende kleuren en een dunne vulling. Snijd de stukjes precies, naai ze met een vaste naadtoeslag aan elkaar en quilt rustig. Een cursus quilten voor beginners helpt om de eerste stappen goed te zetten.

    Kan ik quilten met de hand leren?

    Ja. Quilten met de hand vraagt weinig spullen: een naald, garen, een ring en geduld. Je maakt kleine, regelmatige steken door alle lagen. Het gaat langzaam, maar je leert het gevoel voor de stof. Veel mensen vinden handquilten juist ontspannend.

    Heb ik een speciale naaimachine nodig om te quilten?

    Nee. Een gewone naaimachine met een goede rechte steek is genoeg voor het patchwork en voor eenvoudig quilten. Een doorlopende voet (walking foot) helpt om drie lagen gelijkmatig door te voeren. Een speciale quiltmachine heb je pas nodig bij grote quilts.

    Hoeveel kost het om een quilt te maken?

    Dat verschilt sterk per stof, vulling en formaat. Een kleine quilt van restjes stof is nauwelijks duur, terwijl een grote quilt van nieuwe stof en vulling een flink bedrag kost. Je kunt de kosten drukken door restjes en voorgesneden stofpakketjes te gebruiken.

    Kan ik een quilt maken van oude kleding of babykleding?

    Ja. Wel is het lastig om verschillende stoffen te combineren. Katoenen overhemden, schorten en babykleding werken goed. Rekbare stoffen stabiliseer je met een opstrijkbare versteviging. Verwijder knopen en ritsen en was alles vooraf.

    Hoe lang duurt het om een quilt te maken?

    Een kleine quilt van 100 bij 100 centimeter lukt in een paar weekenden. Een bedquilt kost al snel enkele maanden, vooral als je met de hand quilt. Dit zijn richtwaarden: het hangt af van het ontwerp en van hoeveel uur je per week vrijmaakt.

    Verder lezen

    Wil je meer weten over quilten en de technieken eromheen? Deze pagina’s helpen je verder.

  • Patchwork voor beginners: zo begin je met patchwork in 6 stappen

    Patchwork voor beginners: zo begin je met patchwork in 6 stappen

    Patchwork is de techniek waarbij je een groter stuk stof maakt door kleine lapjes aan elkaar te naaien. Je snijdt vierkanten, driehoeken of zeshoeken uit katoen, legt ze in een patroon en naait ze met de hand of op de machine aan elkaar. Het resultaat is een nieuw stuk stof, waar je een kussen, tas of deken van maakt.

    Veel mensen denken dat patchwork ingewikkeld is, omdat de beroemde quilts er zo precies uitzien. Toch heb je voor je eerste patchwork weinig nodig: een paar restjes katoen, een schaar, naald en draad. In deze uitleg lees je wat patchwork precies is, welke stof en welk gereedschap je kiest en hoe je stap voor stap je eerste werkstuk maakt. Het hoort bij het bredere vak van naaien, en wie verder wil kijkt later naar quilten.

    Kort samengevat

    • Patchwork is lapjes stof aan elkaar naaien tot een nieuw stuk stof.
    • Begin met vierkanten van katoen: de makkelijkste vorm en toch mooi.
    • Patchwork kan met de hand of met een naaimachine.
    • Meet en snij nauwkeurig, want precisie bepaalt of je lapjes straks netjes sluiten.
    • Een klein werkstuk, zoals een onderzetter of kussen, is een goed eerste project.

    Wat is patchwork precies?

    Patchwork is de verzamelnaam voor het samenvoegen van stofstukken tot een nieuw geheel. De naam komt uit het Engels: een patch is een lapje, work is werk. Je werkt dus met lapjes. In het Nederlands zeggen veel mensen ook gewoon lapjeswerk of lappendeken.

    Patchwork en quilten worden vaak door elkaar gebruikt, maar het zijn twee verschillende dingen. Bij patchwork maak je het bovenstuk van losse lapjes. Bij quilten naai je dat bovenstuk daarna samen met een laag vulling en een achterkant, meestal met steken die ook een patroon vormen. Je kunt dit maken zonder ooit te quilten, bijvoorbeeld voor een tas of een kussenhoes. Meer over het tweede deel lees je in onze uitleg over quilten.

    Het is een oude techniek. Het Victoria and Albert Museum in Londen bewaart patchworkdekens uit de eerste helft van de negentiende eeuw. In de beschrijving van een gequilt patchwork bedeksel van bedrukt katoen en linnen uit 1830 tot 1840 noemt het museum de methode die in Groot-Brittannië het langst in gebruik bleef: het naaien over papier. Daarbij tekent en knipt de maker eerst het patroon op papier en slaat de stof om elke papieren vorm. Ook nu nog werken veel mensen zo, vooral met zeshoeken.

    Vroeger was het een manier om zuinig met stof om te gaan, want restjes werden nuttig gebruikt. Tegenwoordig kiest bijna niemand het meer uit noodzaak. Het is een rustige hobby waarbij je kleuren en patronen combineert en na een paar avonden iets in je handen hebt dat je kunt gebruiken.

    Zoek je op het woord, dan vind je ook een patchwork tattoo, een patchwork movie of een bordspel met die naam. Dat zijn andere dingen. Hier gaat het om het handwerk met stof.

    Welke spullen heb je nodig voor patchwork?

    Voor patchwork voor beginners is de lijst met spullen kort. Je hoeft niet alles in één keer te kopen. Begin met wat je al hebt en vul aan als je merkt dat je het leuk vindt.

    Gereedschap voor patchwork: rolsnijder, snijmat, lat en stofvierkanten
    Een rolsnijder, mat en lat maken snijden snel en recht.

    Stof

    Kies voor je eerste werkstuk katoen. Katoen is stevig, rekt nauwelijks en blijft goed liggen als je het strijkt. Stoffen die veel rekken, zoals tricot, zijn lastig, omdat de lapjes tijdens het naaien vervormen. Patchwork stof van katoen koop je per meter, als pakketje van kleine stukjes of als restjes. Koop je stof, let dan op dat alle stoffen in je werkstuk ongeveer even dik zijn en allemaal wasbaar bij dezelfde temperatuur.

    Een handige manier om te beginnen is met een aantal stoffen die bij elkaar passen: twee of drie lichte, twee of drie middentonen en een paar donkere. Door verschil in licht en donker krijg je een patroon dat opvalt. Zijn alle stoffen even licht, dan vloeien de lapjes in elkaar over.

    Gebruik je oude kleding of lakens? Dat kan, maar was de stof eerst. Anders krimpt de ene stof na de eerste wasbeurt meer dan de andere en trekt je werkstuk scheef.

    Gereedschap

    • Een goede schaar of een rolsnijder. Een rolsnijder met een snijmat en een lat snijdt veel nauwkeuriger dan een schaar, maar een scherpe schaar is voor je eerste project genoeg.
    • Een meetlat of quiltlat. Een transparante lat met een raster maakt het meten makkelijker.
    • Naalden en spelden. Dunne, scherpe naalden voor handwerk en lange spelden met een bolletje, die je makkelijk terugvindt.
    • Garen. Katoenen naaigaren in een neutrale kleur, zoals gebroken wit of grijs, past bij bijna alles.
    • Een strijkijzer en strijkplank. Strijken is hier een echte werkstap, geen extra.
    • Een kartonnen of plastic sjabloon, als je met een vaste vorm wilt werken.
    • Een naaimachine, als je de lapjes niet met de hand wilt naaien. Het hoeft geen duur model te zijn. Een rechte steek is voldoende. Wil je weten waar je op let bij het kiezen, lees dan ons overzicht over de naaimachine.

    Een beginnersset (patchwork beginners kit) kan handig zijn, omdat er vaak stof, sjabloon en uitleg in zit. Let er wel op dat de stoffen van katoen zijn en dat de uitleg stap voor stap gaat. Een boek voor beginners helpt ook, zeker als je graag leest hoe iets werkt voordat je begint.

    Patchwork voor beginners: de basisvormen

    Een patchwork is opgebouwd uit blokken. Elk blok bestaat uit een paar vormen die je samen een vast patroon laat vormen. Je hoeft er geen honderd te kennen. Met drie vormen kom je ver.

    Vierkanten. De makkelijkste vorm. Bij vierkanten snijd je alle stukjes even groot, bijvoorbeeld 10 bij 10 cm, en naai je ze in rijen aan elkaar. Het schaakbordpatroon, waarbij licht en donker elkaar afwisselen, is een klassieker die altijd werkt.

    Driehoeken. Als je een vierkant diagonaal doormidden snijdt, krijg je twee driehoeken. Twee driehoeken van verschillende kleur samen vormen weer een vierkant, dat je als blokje kunt gebruiken. Zo ontstaan de bekende patronen met kleine pijlen en windmolens.

    Zeshoeken. Zeshoeken passen als bijenraten tegen elkaar. Ze zijn de basis van het zogenoemde Engelse papierpatchwork, waarbij je de stof om een papieren sjabloon slaat. Het lijkt ingewikkeld, maar de techniek is eenvoudig en je kunt overal mee naartoe nemen, omdat je geen machine nodig hebt.

    Wil je meer over patronen en blokken lezen, kijk dan bij quilten patronen. Veel quiltpatronen werken ook als patroon voor een kussen of tas.

    Patchwork stap voor stap: je eerste werkstuk

    Dit stappenplan werkt voor een klein kussen van 40 bij 40 cm. De afmetingen zijn een richtwaarde. Heb je een ander project, pas dan de aantallen aan.

    Stap 1 van 6

    Stap 1: kies je kleuren en stoffen

    Leg je stoffen bij elkaar op tafel en kijk ze op een afstand van een paar meter aan. Kloppen de kleuren bij elkaar? Is er genoeg verschil tussen licht en donker? Een foto met je telefoon in zwart-wit laat het snel zien: lijken twee stoffen op elkaar als er geen kleur is, dan verdwijnt het contrast in je werkstuk.

    Kies bij een eerste patchwork voor drie tot vijf stoffen. Meer stoffen geven een drukker beeld en maken het lastiger om het geheel rustig te houden. Was en strijk alle stoffen voordat je gaat knippen.

    Stap 2 van 6

    Stap 2: meet en snij de lapjes

    Voor een kussen van 40 bij 40 cm met vierkanten van 10 cm snijd je 16 vierkanten van 10 cm plus de naadmarge. Reken met 6 mm naadmarge aan elke kant, dus snijd vierkanten van 11,2 cm. Neem je liever 1 cm, dan snijd je 12 cm. Houd altijd dezelfde marge aan. Dat is de grootste valkuil: lapjes die een halve millimeter te groot of te klein zijn, geven aan het eind een scheef werkstuk.

    Meet twee keer, snij één keer. Gebruik een rolsnijder met lat of knip langs een potlooddunne lijn die je met een stoffenpotlood hebt getekend. Snijd altijd langs de draad van de stof, zodat de lapjes niet rekken.

    Stap 3 van 6

    Stap 3: leg je patroon uit

    Leg alle lapjes in rijen op een tafel of de vloer voordat je gaat naaien. Verwissel ze tot je een mooie verdeling hebt: geen twee dezelfde stoffen naast elkaar, tenzij je dat wilt. Maak een foto, dan kun je later terugzien hoe het lag.

    Stofvierkanten in rijen uitgelegd op tafel
    Leg het patroon uit voordat je gaat naaien.

    Pak daarna rij voor rij op. Leg bijvoorbeeld de eerste rij van links naar rechts bij elkaar en leg er een briefje met het nummer bij. Zo raak je de volgorde niet kwijt.

    Stap 4 van 6

    Stap 4: naai de lapjes aan elkaar

    Leg twee lapjes met de goede kanten op elkaar, steek er spelden doorheen en naai langs de rand met de naadmarge die je hebt gekozen. Op een naaimachine gebruik je een rechte steek van circa 2,5 mm. Met de hand gebruik je een kleine voorsteek of een vastzetsteek (een steek die steeds een stukje terug gaat), die steviger houdt.

    Twee lapjes aan elkaar naaien op een naaimachine
    Naai met een vaste naadtoeslag.

    Naai eerst alle lapjes in elke rij aan elkaar. Strijk de naden daarna steeds naar de donkere stof, of wissel per rij van richting, zodat de naden straks in elkaar vallen. Naai dan de rijen aan elkaar. Kom je op een kruispunt van naden, steek er dan een speld precies doorheen, zodat de hoeken netjes tegen elkaar komen.

    Stap 5 van 6

    Stap 5: strijk en controleer

    Strijk je werkstuk goed plat, met de naden in de gekozen richting. Strijk, in plaats van heen en weer te wrijven, door het ijzer op te tillen en neer te zetten. Door te wrijven kan stof rekken en trekt je werkstuk scheef.

    Meet je werkstuk. Is het 40 bij 40 cm, plus de naadmarge aan de buitenkant? Dan klopt alles. Is het een centimeter te krap, kijk dan of je ergens een naad te breed hebt genomen. Een klein verschil kun je met strijken of een extra strook opvangen.

    Stap 6 van 6

    Stap 6: werk je patchwork af

    Voor een kussenhoes leg je het patchwork met de goede kant op een rugstuk van dezelfde afmetingen, met de goede kanten naar binnen, en naai je drie zijden dicht. Keer de hoes om, vul hem met een kussen en naai de vierde zijde met de hand dicht. Voor een tas of onderzetter maak je een achterkant en rand van een effen stof.

    Wil je er een quilt van maken, dan voeg je een laag vulling toe en naai je alles samen. Dat noemen we quilten, en daarover lees je meer in onze uitleg over quilten.

    Patchwork met de hand of op de naaimachine?

    Beide manieren geven een goed resultaat, maar ze voelen anders. Welke je kiest hangt af van wat je wilt maken en hoeveel tijd je hebt.

    Patchwork met de hand is rustig. Je kunt het overal doen, bijvoorbeeld op de bank of in de trein, en je hebt geen stopcontact nodig. Het gaat langzamer, maar je hebt meer controle over kleine of ronde vormen. Handwerk is een mooie manier om de techniek te leren, omdat je goed ziet wat er gebeurt. Bij zeshoeken is handwerk de meest gebruikelijke manier.

    Patchwork op de naaimachine gaat veel sneller. Een deken van vierkanten die met de hand weken kost, is op de machine in een paar dagen klaar. Ook zijn rechte naden steviger. Voor grote werkstukken zoals een bedsprei is de machine een slimme keuze.

    Veel mensen combineren het: blokken naaien ze op de machine en het afwerken, zoals het aannaaien van een rand, doen ze met de hand. Je hoeft dus niet te kiezen.

    Het papieren-sjabloonwerk, dat je met de hand doet, wordt door de encyclopedie Wikipedia kort beschreven. Daar staat dat de stof om dunne papieren of kartonnen vormen wordt geslagen en dat het papier eruit gaat zodra een vorm aan alle kanten aan de buren is genaaid. Die uitleg komt overeen met wat het museum noemt bij het naaien over papier.

    Patchwork ideeën: wat kun je maken?

    Je maakt er meer van dan dekens. Hier zijn ideeën, gesorteerd van klein naar groot.

    • Onderzetters en pannenlappen. Een paar vierkanten en je bent in een middag klaar. Gebruik katoen en vul ze met een laagje vulling.
    • Een kussenhoes. Een eerste kussenhoes is een fijn project, omdat het klein is en je het meteen gebruikt.
    • Een tas of etui. Patchwork past goed bij een shopper of een make-uptasje.
    • Een patchwork deken. Een deken voor op de bank of in de babykamer is het klassieke eindproject. Begin met een klein formaat, zoals 100 bij 120 cm.
    • Een tafelloper of placemats. Mooi voor de feestdagen, met kleuren die bij de tafel passen.
    • Een patchwork sleeve. Een hoes voor een laptop of tablet, van patchwork met een voering van fleece of vilt.
    • Een patchwork bedsprei of sprei. Het grote werk, voor als je de techniek goed onder de knie hebt. Een bedsprei is vooral veel van hetzelfde, dus ook voor een beginner te doen als je er rustig de tijd voor neemt.
    • Een patchwork vloerkleed. Dit maak je meestal niet van katoen, maar van stevige stof of van gerecycled materiaal.

    Heb je ideeën nodig voor patronen, kijk dan ook naar jeans of oude kleding. Patchwork jeans, waarbij je stukken spijkerstof van verschillende tinten blauw combineert, ziet er mooi uit en is stevig. Ook bij kleding kun je met lapjes vlakken opvullen of een decoratief detail maken. Wil je lapjes stof een mooie rand of een naam geven, dan combineer je het met borduren.

    Veelgemaakte fouten bij patchwork en hoe je ze voorkomt

    De meeste problemen bij patchwork voor beginners komen uit dezelfde drie oorzaken.

    Ongelijke naadmarges. Dit is de belangrijkste. Als de ene naad 6 mm is en de andere 8 mm, past niets meer op elkaar. Leg de rand van je naaivoet langs de rand van de stof, of plak een stukje tape op de naaimachine als hulplijn.

    Stof die rekt. Strijk je lapjes zonder te trekken en snij altijd langs de draad. Werk je met stoffen die iets rekken, gebruik dan een laagje versteviging aan de achterkant. Dat is wat stevige stof van strijkvlies, dat je met het strijkijzer vastzet.

    Te veel verschillende stoffen. Een rustig werkstuk begint met een kleurenkeuze. Gebruik voor je eerste werkstuk niet meer dan vijf stoffen en kies een kleur die steeds terugkomt.

    Een vierde punt is geduld. Je ziet het geheel pas goed als het af is. Halverwege kan het chaotisch lijken. Maak een foto van wat je hebt en kijk er een dag later naar.

    Veelgestelde vragen over patchwork

    Wat is patchwork?

    Patchwork is het aan elkaar naaien van kleine lapjes stof tot een groter stuk. Je kunt dat met de hand doen of met de naaimachine. Het bovenstuk gebruik je voor een kussen, tas of deken. Voeg je er vulling en een achterkant aan toe, dan heet dat quilten.

    Wat is het verschil tussen patchwork en quilten?

    Bij patchwork maak je het bovenstuk van lapjes. Bij quilten naai je dat bovenstuk samen met een laag vulling en een achterkant door elkaar heen. Lapjeswerk kan zonder quilten, en quilten kan ook met een effen bovenstuk.

    Welke stof is het beste voor patchwork voor beginners?

    Katoen. Het is stevig, rekt weinig en blijft mooi liggen als je het strijkt. Was de stof voor het knippen, zodat hij na het wassen niet meer krimpt, en gebruik voor één project stoffen die even dik zijn.

    Hoe begin je met patchwork voor beginners?

    Begin met een klein project, zoals een onderzetter of kussenhoes van vierkanten. Kies drie tot vijf katoenen stoffen met licht en donker, meet en snijd nauwkeurig en naai met een vaste naadmarge. Strijk na elke stap.

    Kun je patchwork met de hand maken?

    Ja. Patchwork met de hand is rustig en kan overal. Je gebruikt kleine steken en werkt vaak met papieren sjablonen, zoals bij zeshoeken. Het gaat langzamer dan op de machine, maar je hebt meer controle.

    Hoeveel stof heb je nodig voor een patchwork deken?

    Dat hangt af van het formaat. Een kleine deken van 100 bij 120 cm met vierkanten van 10 cm heeft er 120 nodig, plus stof voor de achterkant en rand. Reken ruim, want snijverlies en naadmarge kosten stof.

    Waar koop je patchwork stof?

    Bij een stoffenwinkel of online. Je koopt de stof per meter, als pakketje met kleine stukken of als restjes. Let op dat het katoen is, dat de kleuren bij elkaar passen en dat alles op dezelfde temperatuur wasbaar is.

    Is er een cursus patchwork voor beginners?

    Ja, veel stoffenwinkels en creatieve centra geven een cursus patchwork voor beginners. Daar leer je meten, snijden en naaien onder begeleiding. Ook boeken en video-uitleg zijn een goede manier om te starten.

    Verder lezen

    Wil je na patchwork verder? Lees dan de uitleg over quilten en over quilten patronen voor ideeën voor blokken. Op de pagina over de naaimachine lees je hoe je een machine kiest. Het complete overzicht staat in de gids over naaien en borduren, en wie graag met naald en draad versiert vindt inspiratie bij borduren.

De waardering van ayoo.nl bij WebwinkelKeur Reviews is 8,7/10 gebaseerd op 255 reviews.