Macramé knopen leer je het snelst door eerst vijf knopen te oefenen: de lusknoop, de platte knoop, de gedraaide knoop, de dubbele halve steek en de omwikkelknoop. Met die vijf maak je een wandhanger, plantenhanger, armband en bijna elk ander patroon. Elke knoop bestaat uit twee of drie bewegingen die je steeds herhaalt.
Veel beginners denken dat macramé knopen lastig is, omdat patronen er ingewikkeld uitzien. In werkelijkheid is een groot wandkleed een combinatie van een paar eenvoudige knopen in een bepaalde volgorde. Wie de basis van macramé knopen kent, kan elk patroon lezen. Op deze pagina leer je de macramé knopen één voor één, met stappen die je naast je werk kunt leggen.
Kort samengevat
- Vijf macramé knopen zijn genoeg: lusknoop, platte knoop, gedraaide knoop, dubbele halve steek, omwikkelknoop.
- Een platte knoop bestaat uit twee halve knopen, links en rechts, en gebruikt vier koorden.
- Dezelfde halve knoop steeds herhalen geeft een spiraal: de gedraaide knoop.
- Oefen elke van de macramé knopen eerst tien keer op een proeflapje met dik koord van 4 tot 5 mm.
- Trek elke macramé knoop even strak aan. Gelijke spanning zie je terug in het hele werkstuk.
Voordat je begint met macramé knopen leren
Voor het leren van macramé knopen heb je een paar dingen nodig: katoenen koord van 4 tot 5 mm, een stok of ring, en een schaar. Welk koord je kiest, lees je in ons artikel over macramé touw. Voor het oefenen van macramé knopen neem je beter dik koord, omdat je dan goed ziet wat je doet. Dun garen is lastiger voor beginners.
Knip voor een oefenstuk acht koorden van ongeveer 150 cm. Dat is veel, maar bij een proef is te veel beter dan te weinig. Hang de stok aan een haak of leg hem vast, zodat je beide handen vrij hebt. Een overzicht van alle materialen vind je in onze gids over macramé.
Een paar woorden die je vaak tegenkomt. De drager is het koord of de koorden waaromheen je knoopt, ze blijven recht hangen. De werkkoorden zijn de koorden die je beweegt en om de drager legt. Een halve knoop is één kant van de knoop. Met rij bedoelen we een horizontale lijn knopen naast elkaar.
De geschiedenis in één alinea
Het knopen van macramé is oud, en de macramé knopen van nu zijn die van vroeger. Matrozen noemden de platte knoop in de negentiende eeuw square knotting en maakten er hangmatten, riemen en bellenfranjes mee, schrijft Wikipedia. Hetzelfde overzicht noemt de platte knoop en de verschillende halve steken als de basis van de techniek. Ook het Rijksmuseum bewaart een klein staaltje fijne macramé uit circa 1890 tot 1900. Een eeuw later gebruiken we nog steeds dezelfde knopen.
Stap 1 van 5
Stap 1: de lusknoop, je koorden aan de stok hangen
Elk werkstuk begint met koorden aan een stok. Dat doe je met de lusknoop, ook wel ankerknoop genoemd. Het is de makkelijkste van alle macramé knopen.


Vouw een koord dubbel. Leg de lus over de stok, zodat hij achter de stok hangt. Haal beide uiteinden van voren door de lus en trek ze naar beneden, zodat de lus strak om de stok zit. Je hebt nu één koord met twee uiteinden aan de stok. Herhaal dit tot alle koorden hangen en schuif de knopen vlak naast elkaar.
Hang je koorden in groepjes van vier, dan kun je meteen beginnen met de platte knoop. Elk groepje bestaat uit twee dubbelgevouwen koorden, dus vier hangende uiteinden. Bij het ophangen letten beginners vaak niet op de volgorde. Zorg dat alle lussen dezelfde kant op liggen, dan wordt je werkstuk netter.
Tip: wil je de lusknoop andersom maken, leg de lus dan voor de stok in plaats van erachter. Een omgekeerde lusknoop geeft een iets ander uiterlijk. Kies er één en blijf daarbij in een werkstuk.
Stap 2 van 5
Stap 2: de platte knoop, de basis van macramé knopen
De platte knoop is de belangrijkste van alle macramé knopen. Het Nederlandse Wikipedia-artikel noemt hem een van de twee basisknopen. Hij geeft een vlakke, stevige rij en is de basis van bijna elke wandhanger.

Je werkt met vier koorden, die we A, B, C en D noemen van links naar rechts. B en C zijn de drager. A en D zijn de werkkoorden.
- Leg koord A over B en C, en onder D. Je hebt nu een vorm als het cijfer vier.
- Leg D onder B en C door, en trek hem door de lus bij A omhoog. Trek A en D aan, strak maar niet te hard. Dit is de eerste halve knoop.
- Nu doe je hetzelfde aan de andere kant. Leg D over B en C, en onder A.
- Leg A onder B en C door, en trek hem door de lus bij D omhoog. Trek aan. Nu heb je één complete platte knoop.
Het geheim is de afwisseling: eerst begin je links, dan rechts. Een platte knoop die vlak ligt, heeft een kleine knobbel in het midden. Ligt hij scheef, dan heb je twee keer dezelfde kant gedaan. Haal hem los en begin opnieuw.
Voor een rij maak je meerdere platte knopen onder elkaar of naast elkaar. Voor een net, ook wel het bekende ruitpatroon, werk je in rijen en schuif je elke volgende rij twee koorden op. Zo krijg je ruiten in plaats van strepen. Een net knopen leer je in een middag, en het is de basis van veel wandhangers.
Tip: trek de knopen gelijkmatig aan. Als je de ene te los laat en de andere te strak trekt, ziet je werkstuk er golvend uit. Oefen op een proeflapje van tien knopen onder elkaar totdat ze gelijk zijn.
Stap 3 van 5
Stap 3: de gedraaide knoop voor een spiraal
De gedraaide knoop is eigenlijk een halve platte knoop die je steeds herhaalt. Het resultaat is een spiraal die vanzelf rond de drager draait.

Werk met vier koorden, zoals bij de platte knoop. Doe alleen de eerste halve knoop: leg A over B en C, en onder D, haal D onder B en C door en trek hem door de lus. Begin dan weer met A over B en C, en doe hetzelfde. Steeds weer dezelfde kant. Na vijf of zes knopen begint de strook te draaien. Houd de drager recht en laat de werkkoorden het werk doen.
De gedraaide knoop is geschikt voor de koorden van een plantenhanger, voor ranken in een wandhanger of voor een armband. De spiraal geeft een vloeiend patroon dat niet hoeft te worden afgewerkt. Wil je dat de spiraal de andere kant op draait, begin dan met de halve knoop aan de andere kant, dus met D in plaats van A.
Tip: als je spiraal te krap wordt, werk je te strak. Laat de knopen ontspannen vallen. Als hij uit elkaar valt, trek je te los.
Stap 4 van 5
Stap 4: de dubbele halve steek voor schuine lijnen
Met de dubbele halve steek maak je schuine of golvende lijnen en vormen als bladeren en hartjes. Het Engelstalige Wikipedia-artikel beschrijft dat Cavandoli-macramé vooral uit deze knoop bestaat.
Houd één koord schuin vast als drager, bijvoorbeeld van linksboven naar rechtsonder. Neem het koord dat er direct naast hangt. Leg het over de drager, haal het eromheen en trek het door de lus naar voren. Dat is een halve steek. Doe het nog een keer op dezelfde plek: nu heb je een dubbele halve steek. Werk zo voor elk koord naast je, van boven naar beneden, en je krijgt een schuine rij knopen.
Laat je koorden steeds in dezelfde volgorde langs de drager lopen, dan blijven de lijnen recht. Wil je een V-vorm, werk dan vanaf beide kanten naar het midden. Zo maak je in een paar rijen een mooi blad of een pijl, een patroon dat je veel op wandhangers ziet.
Stap 5 van 5
Stap 5: de omwikkelknoop en de afwerking
Met de omwikkelknoop bundel je koorden en sluit je een werkstuk af. Je ziet hem bij een plantenhanger onder de ring of onder de pot.
Leg een los stuk koord van 40 cm langs de bundel koorden, met een lus naar beneden. Wikkel het lange uiteinde strak om de bundel en over de lus, tien keer of meer. Steek het uiteinde door de lus en trek aan het andere uiteinde, zodat de lus met het koord onder de wikkels verdwijnt. Knip de uiteinden af. Het resultaat is een nette, brede ring van koord.
Een snelle afsluiting is de eindknoop of overhandse knoop: je maakt een gewone knoop aan het einde van een koord. Gebruik je liever franje, knip de koorden dan op één lengte en kam ze door. Wie wil leren hoe je werkstukken afmaakt, vindt verdere uitleg in onze gids over macramé.
Macramé knopen voor een armband: een snel oefenproject
Een armband is het snelste project om macramé knopen te oefenen. Je hebt twee koorden van ongeveer 15 cm voor de drager, en twee koorden van circa 80 cm voor de werkkoorden. Dat zijn richtwaarden en hangen af van je polsmaat en koord.

Leg de dragers naast elkaar, vouw de werkkoorden dubbel en bevestig ze met een lusknoop. Maak dan platte knopen tot de armband lang genoeg is voor je pols. Voor de sluiting maak je een schuifknoop: leg de uiteinden over elkaar en knoop elk uiteinde met een overhandse knoop om het andere. Zo kun je de armband groter en kleiner trekken.
Waxkoord van 1 tot 2 mm is geschikt voor armbandjes. Dikker katoen geeft een stevig, grof uiterlijk. Meer ideeën vind je in het artikel over een macramé armband.
Macramé knopen combineren tot een patroon, met voorbeeld
Met deze vijf macramé knopen kun je alles maken. De kunst zit in de combinaties. Dit zijn vier macramé knopen voorbeeld patronen die je kunt proberen.
Een net knopen van platte knopen. Rij 1: platte knopen in groepen van vier koorden. Rij 2: sla de eerste twee koorden over en knoop de volgende groepen van vier. Rij 3: begin weer vooraan. Zo ontstaat een patroon van ruiten, het bekende macramé net.
Een spiraal naast een strook platte knopen. Werk in het midden van je werkstuk vier koorden met gedraaide knopen, en aan beide zijden de platte knopen. Het contrast tussen draaien en vlak is mooi in een wandhanger.
Een blad met dubbele halve steken. Begin in het midden met een drager, werk schuin naar buiten en maak een V-vorm. Vul daarna op met platte knopen.
Een uiltje knopen. Een uiltje is een leuke combinatie: platte knopen voor het lijf, dubbele halve steken voor de vleugels, kralen als ogen. Met de basis macramé knopen kom je een eind. Voor volledige patronen en meer voorbeelden, zoals een uil, een hartje of een bloem, kijk je in onze uitleg over macramé patronen.
Wil je een groter werkstuk, dan bouw je deze voorbeelden op tot een wandkleed. Hoe je dat aanpakt lees je in macramé wandkleed. En wil je de knopen meteen toepassen in een project met planten, dan is een macramé plantenhanger een logisch vervolg.
Veelgemaakte fouten bij macramé knopen
Bij het leren van macramé knopen maak je altijd dezelfde fouten. Ze zijn makkelijk te herkennen.
Knopen die niet strak zitten. Trek elke knoop aan voordat je de volgende maakt. Trek aan beide werkkoorden tegelijk, in tegenovergestelde richting.
De drager beweegt mee. Houd de middelste koorden stil en strak. Alleen de werkkoorden bewegen. Zet zo nodig een klem onderaan.
Platte knopen die scheef draaien. Je hebt twee keer dezelfde kant gedaan. Doe afwisselend links en rechts.
Koorden die in de knoop zitten. Rol lange koorden op een klosje of een stuk karton op, zodat ze niet verwarren. Dit scheelt veel ergernis bij grote werkstukken.
Te snel gaan. Een goede knoop gaat langzaam. Bij macramé knopen telt precisie. Neem de tijd om te kijken of hij klopt voordat je verder gaat. Na dertig knopen heb je er een ritme in.
Veelgestelde vragen over macramé knopen
Welke macramé knopen moet ik als beginner leren?
Vijf macramé knopen: de lusknoop om koorden aan de stok te hangen, de platte knoop, de gedraaide knoop, de dubbele halve steek en de omwikkelknoop. Met deze vijf maak je een wandhanger, plantenhanger en armband. Oefen ze eerst op een proeflapje met dik koord.
Hoe maak je een platte knoop?
Je gebruikt vier koorden: twee in het midden als drager, twee aan de buitenkant als werkkoorden. Leg het linker werkkoord over de drager en onder het rechter, haal het rechter achter de drager langs door de lus en trek aan. Spiegel dit daarna aan de andere kant.
Wat is het verschil tussen een platte knoop en een gedraaide knoop?
Bij de platte knoop wissel je af tussen links en rechts, waardoor een vlakke reeks ontstaat. Bij de gedraaide knoop herhaal je steeds dezelfde halve knoop, waardoor het werk een spiraal vormt. Beide gebruiken vier koorden en dezelfde bewegingen.
Hoe lang duurt het om macramé knopen te leren?
De basis van macramé knopen leer je in een uur of twee. Een rij gelijkmatige platte knopen vraagt wat meer oefening, vaak een paar avonden. Na een eerste kleine wandhanger voel je de spanning en het ritme van de knopen.
Welk koord is het best om macramé knopen mee te leren?
Gedraaid katoenen koord van 4 tot 5 mm. Het is dik genoeg om je knopen goed te zien en soepel genoeg om makkelijk te knopen. Dun garen of glad synthetisch koord is lastiger voor beginners.
Hoe knoop je een armband?
Leg twee korte koorden als drager naast elkaar, bevestig twee langere werkkoorden met een lusknoop en maak platte knopen tot de armband lang genoeg is. Sluit af met een schuifknoop, zodat je de maat kunt aanpassen.
Kun je macramé knopen uit een boek leren?
Ja, mits er foto’s per stap staan. Veel mensen combineren een boek met een filmpje of een workshop, omdat je dan ziet hoe iemand de koorden aantrekt. Wat je moet onthouden: afwisselend links en rechts, en houd de drager recht.
Verder lezen
Ken je de macramé knopen? Dan is het tijd voor een project. Begin met een macramé plantenhanger of lees in de gids over macramé welke patronen er zijn. Welk koord je het best gebruikt, lees je bij macramé touw.
Zoek je een andere techniek met wol? Kijk dan bij vilten of in het overzicht van macramé, weven en textiel.
