• Gratis verzending
  • Voor 20:00 besteld, morgen in huis
  • 14 dagen bedenktijd

Borduursteken: de 10 belangrijkste borduursteken stap voor stap

Met tien borduursteken kun je bijna elk borduurwerk maken. Hier leer je ze stap voor stap: van voorsteek en achtersteek tot kettingsteek, plattesteek en Franse knoop, met voorbeelden voor bloemen en randen.

Max
3 november 2026 · 11 min lezen
Borduurring met een proeflapje van verschillende borduursteken in zachte kleuren: stengelsteek, Franse knopen, plattesteek blaadjes en kettingsteek

Borduursteken zijn de steken waarmee je met naald en draad een patroon op stof maakt. Met tien borduursteken kom je een heel eind: voorsteek, achtersteek, stengelsteek, kettingsteek, plattesteek, Franse knoop, margrietsteek, festonsteek, visgraatsteek en kruissteek. Elke steek heeft een eigen uiterlijk, en door ze te combineren ontstaan bloemen, letters, randen en vlakken.

Je hoeft niet alle borduursteken te kennen om te beginnen. Veel mooi werk bestaat uit maar drie of vier steken. In deze uitleg lees je hoe je elke steek stap voor stap maakt, waar je hem voor gebruikt en hoe je ze oefent. Het hoort bij het bredere vak van borduren, en je vindt er meer over in onze gids over naaien en borduren.

Kort samengevat

  • Begin met vier borduursteken: voorsteek, achtersteek, stengelsteek en plattesteek.
  • Span je stof strak in een borduurring, anders worden de steken ongelijk.
  • Gebruik voor lijnen achtersteek of stengelsteek, voor vlakken plattesteek, voor kleine bolletjes de Franse knoop.
  • Oefen op een proeflapje voordat je aan een echt werkstuk begint.
  • Met dezelfde borduursteken borduur je ook op kleding.

Wat zijn borduursteken?

Een borduursteek is één manier om een draad door de stof te halen. Door steken op een bepaalde manier te herhalen ontstaat een lijn, een vlak of een textuur. Borduren is daarmee een verzameling steken, een soort alfabet waarmee je beelden maakt.

In de borduurwereld maakt men onderscheid tussen vrij borduren en tellend borduren. Volgens Wikipedia zijn bij vrij borduren de ontwerpen aangebracht zonder rekening te houden met de weefselstructuur van de stof, en wordt bij tellend borduren over een vast aantal draden van de ondergrond gesteken, wat makkelijker gaat op een gelijkmatig geweven stof zoals aida. Kruissteek is het bekendste voorbeeld van tellend borduren. De meeste andere steken in dit artikel gebruik je bij vrij borduren, waarbij je het patroon op de stof tekent en met de steken volgt.

Dezelfde bron noemt voorsteek, plattesteek, kruissteek en kettingsteek als steken die in vroeg borduurwerk veel voorkomen. De basis is dus oud, en je leert hem nog steeds op dezelfde manier. Ook het Royal School of Needlework in Londen, een school die handborduren onderwijst, geeft een reeks Essential Stitch Guides uit over traditionele borduurtechnieken.

Wat heb je nodig om borduursteken te oefenen?

Voor borduursteken voor beginners heb je weinig nodig. Dit is de basis.

Borduurring, naald, garen en schaar voor het oefenen van borduursteken
Stof, ring, naald en garen: meer heb je niet nodig.
  • Stof. Een effen, middelgrove katoen of linnen. Een gebroken witte stof laat je steken goed zien.
  • Borduurgaren. Meestal zes draadjes aan elkaar, die je kunt splitsen. Voor de meeste steken gebruik je twee of drie draadjes, voor fijne lijnen één.
  • Borduurnaald. Een naald met een groot oog, zodat het garen er makkelijk doorheen gaat. Kies een dikte die bij het aantal draadjes past.
  • Een borduurring. Die houdt de stof strak. Volgens Wikipedia kan een ring of frame de stof spannen voor een gelijkmatige steekspanning, zodat het patroon niet vervormt. Spanning is het geheim van mooie borduursteken.
  • Een schaar met kleine, scherpe bladen.
  • Een stoffenpen of potlood om het patroon op de stof te tekenen. Kies een pen die uit te wassen is of verdwijnt.

Heb je het liever machinaal, dan bestaan er ook borduurmachines. Die werken met ingebouwde steekpatronen en zijn een ander verhaal dan de handsteken uit dit artikel.

Borduursteken voor beginners: de basis in 5 steken

Begin met deze vijf. Samen laten ze zien hoe lijnen en vlakken werken.

Proeflapje met vijf verschillende borduursteken in rijen
Een proeflapje met de vijf basissteken.

Voorsteek

De voorsteek is de eenvoudigste steek, en je kent hem van naaien.

  1. Kom van de achterkant omhoog op punt 1.
  2. Ga op een korte afstand, ongeveer een halve centimeter, weer omlaag op punt 2.
  3. Kom omhoog op punt 3, even ver als de afstand tussen 1 en 2, en herhaal.

Maak de stukjes steeds even lang en laat tussen de steken evenveel ruimte. Een voorsteek is een zachte, gestippelde lijn, handig voor een omtrek of een patroon van stippeltjes.

Achtersteek

De achtersteek geeft een strakke, aaneengesloten lijn en is de steek voor omtrekken, letters en fijne lijnen.

  1. Kom omhoog op punt 1, een steeklengte vóór het begin van je lijn.
  2. Ga omlaag op het beginpunt van de lijn.
  3. Kom omhoog een steeklengte voorbij punt 1 en ga omlaag in het gat waar je de vorige steek eindigde.

Je gaat dus steeds een stap terug, in het gat van de vorige steek. Zo sluiten de steken op elkaar aan. Kleine, gelijke steken geven de strakste lijn. Veel borduurpatronen bestaan alleen uit achtersteek.

Stengelsteek

De stengelsteek lijkt op een touwtje en is de mooiste steek voor bloemstelen en gebogen lijnen.

  1. Kom omhoog op punt 1 en ga een klein stukje verderop omlaag op punt 2.
  2. Kom omhoog op de helft van die steek, tussen punt 1 en 2, en houd de draad steeds aan dezelfde kant van de naald, onder de lijn.
  3. Ga weer een stukje verderop omlaag en herhaal.

Elke steek begint dus halverwege de vorige en overlapt die een beetje. Houd de draad steeds aan dezelfde kant, anders zie je een onregelmatige lijn. Voor een dikkere stengel gebruik je meer draadjes.

Kettingsteek

De kettingsteek geeft een lijn die op een ketting lijkt en is ook geschikt als omtrek of om vlakken te vullen.

  1. Kom omhoog op punt 1.
  2. Ga omlaag in hetzelfde gat en laat een lusje draad liggen.
  3. Kom omhoog een stukje verderop, met de naald door de lus, en trek de draad aan.
  4. Ga weer omlaag in het gat waar je zojuist omhoog kwam, met een nieuwe lus, en herhaal.

Trek de lussen niet te strak aan, dan wordt de ketting dun. Een losse, gelijke trek geeft een mooie ronde schakel.

Plattesteek

De plattesteek vult een vlak. Je ziet hem in blaadjes, bloemblaadjes en letters.

  1. Teken de vorm op de stof en werk eerst de omtrek in een voor- of achtersteek.
  2. Kom omhoog aan de ene rand van de vorm en ga omlaag aan de overkant.
  3. Leg de volgende steek dicht naast de vorige, parallel, en ga zo door tot het vlak gevuld is.

Zet de steken zo dicht tegen elkaar dat de stof niet meer zichtbaar is, zonder over elkaar heen te komen. Steken in dezelfde richting geven een gladde glans. Voor grote vlakken kun je beter een andere steek kiezen, omdat lange steken kunnen blijven haken.

Vijf borduursteken voor meer variatie

Met de vijf steken hierboven kun je veel. De volgende vijf voegen textuur en vorm toe.

Franse knoop

De Franse knoop is een klein bolletje en zie je als hart van een bloem of als oog.

  1. Kom omhoog op de plek waar je het bolletje wilt.
  2. Wikkel de draad een of twee keer om de naald, vlak bij de stof.
  3. Steek de naald vlak naast het beginpunt weer in de stof, niet precies in hetzelfde gat, en trek de wikkels voorzichtig tegen de stof aan terwijl je de draad doortrekt.

Houd de draad onder lichte spanning terwijl je de naald doorhaalt. Meer wikkels geven een grotere knoop, maar ook meer kans op een slordig resultaat. Twee wikkels is voor beginners ruim genoeg.

Margrietsteek

De margrietsteek, ook wel losse kettingsteek genoemd, is een enkele lus die je met een klein steekje vastzet. Meerdere in een cirkel vormen een madeliefje.

  1. Werk een kettingsteek, maar trek de lus niet dicht.
  2. Maak met een klein steekje over de bovenkant van de lus de lus vast.
  3. Kom omhoog op de plek voor het volgende blaadje en herhaal.

Zes tot acht blaadjes rond een Franse knoop vormen een bloem. Met een groene margrietsteek maak je blaadjes langs een stengel.

Festonsteek

De festonsteek, in het Engels blanket stitch, is een steek voor randen en een afwerking van stof.

  1. Kom omhoog op de rand van de stof.
  2. Steek de naald een stukje verder naar rechts, iets van de rand af, in de stof en kom meteen aan de rand weer omhoog, met de draad onder de naald.
  3. Trek de draad aan en herhaal. Zo ontstaat langs de rand een rij lussen met rechtopstaande steekjes.

Je gebruikt de festonsteek voor een rand rond een lapje, een dekentje of een kleed. Zet de steken op gelijke afstand en even hoog voor een strakke borduursteek rand.

Visgraatsteek

De visgraatsteek geeft blaadjes met een middenlijn, schuin gestoken steken die aan weerszijden naar het midden toe lopen.

  1. Maak een kleine steek bovenaan het blaadje, in het midden.
  2. Kom omhoog aan de linkerrand van het blaadje, iets lager dan de eerste steek, en ga omlaag op de middenlijn, net onder het eind van de eerste steek.
  3. Kom omhoog aan de rechterrand en ga weer op de middenlijn omlaag. Wissel links en rechts af.

De steken overlappen elkaar iets in het midden, waardoor er een vlecht ontstaat. Het is een snelle manier om een blad te maken.

Kruissteek

De kruissteek is de bekendste tellende borduursteek en wordt meestal op aida gemaakt, een stof met een duidelijk rooster.

  1. Kom omhoog in de linkeronderhoek van een vakje.
  2. Ga omlaag in de rechterbovenhoek, zodat je een schuine streep hebt.
  3. Kom omhoog in de rechteronderhoek en ga omlaag in de linkerbovenhoek, zodat de twee streepjes een kruisje vormen.

Werk altijd met de bovenste steek in dezelfde richting, dan krijg je een gelijkmatig oppervlak. Wil je daarover meer weten, kijk dan bij de uitleg over kruissteek in onze gids over borduren.

Borduursteken bloemen: zo combineer je ze

Veel beginners willen een bloem borduren. Je maakt een bloem met een paar borduursteken voor bloemen die je al kent.

Geborduurde bloem met platte steek, franse knoop en stengelsteek
Een bloem bestaat uit een paar steken.
  • Stengel: stengelsteek of achtersteek in groen.
  • Blaadjes: plattesteek of visgraatsteek.
  • Bloemblaadjes: margrietsteek in een cirkel, of plattesteek per blaadje.
  • Hart van de bloem: een of meer Franse knopen in een tegenovergestelde kleur.
  • Takje met kleine bloemen: Franse knopen langs een stengelsteek.

Begin met een eenvoudige bloem op een proeflapje. Twee kleuren groen en twee tinten van de bloem zijn genoeg. Een bloem is een goede manier om te zien hoe de borduursteken elkaar aanvullen.

Borduursteken voor een rand

Wil je een mooie afwerking, dan heb je borduursteken voor een rand nodig. Deze steken werken goed:

  • Festonsteek voor een klassieke lusrand langs de stof.
  • Kettingsteek voor een rand die als ketting om een vorm loopt.
  • Stengelsteek voor een golvende lijn.
  • Voorsteek in een andere kleur, zoals een gestippelde lijn aan de binnenkant.

Teken de rand met een lat en een potlood op de stof. Zo blijft hij recht. Borduur je op een kledingstuk, zoals de rand van een kraag of een zak, dan geldt hetzelfde. Meer tips daarvoor staan bij borduren op kleding.

Borduursteken stap voor stap oefenen

Goed borduren is oefenen, en dat kan klein. Doe het zo.

  1. Maak een proeflapje. Span een stuk stof in een ring en teken rijen van 5 cm. Borduur elke borduursteek op een eigen rij, met een naam in potlood ernaast. Zo heb je een naslagwerk dat je zelf hebt gemaakt.
  2. Herhaal tot hij gelijk wordt. Een steek lukt zelden in één keer. Herhaal elke rij tot de steken even lang en even strak zijn.
  3. Wissel garendikte. Probeer dezelfde steek met een, twee en drie draadjes. Zo zie je wat bij welk effect past.
  4. Maak een klein werkstuk. Een bloem, een naam of een rand. Combineer daarin minstens drie steken.
  5. Bewaar je proeflapje. Hang het op of leg het in een map. Na een paar weken zie je de vooruitgang.

Een paar fouten die vaak voorkomen: te strak trekken, waardoor de stof rimpelt; te lange steken, die blijven haken; garen dat verdraait terwijl je werkt. Laat het werk af en toe aan de naald ronddraaien, zodat het garen weer recht komt te hangen.

Een borduursteken boek of uitleg kiezen

Wil je meer dan dit overzicht, dan is een borduursteken boek een goede aanvulling. Een goed boek laat elke steek in foto’s of tekeningen per stap zien, zodat je het naast je werk kunt leggen. Een borduursteken boek in het Nederlands is makkelijker als je ook de termen in je eigen taal wilt leren. Zoek een boek met veel steken en voorbeeldpatronen, en kijk of het ook de basis uitlegt, zoals garen splitsen en een ring spannen.

Je kunt ook video-uitleg kijken, maar een boek heeft het voordeel dat je het kunt openleggen naast je borduurring. Veel mensen combineren beide: eerst een video om de beweging te zien, daarna het boek om de steek te herhalen. Voor leren borduursteken met een docent bieden ook creatieve centra en handwerkwinkels cursussen aan.

Veelgestelde vragen over borduursteken

Welke borduursteken moet je als beginner kennen?

Begin met voorsteek, achtersteek, stengelsteek en plattesteek. Daarmee maak je lijnen en vlakken. Voeg daarna de kettingsteek, Franse knoop en margrietsteek toe voor bloemen en randen.

Wat is de makkelijkste borduursteek?

De voorsteek. Je haalt de naald om en om door de stof, met kleine gelijke steken. Daarna is de achtersteek een logische tweede, omdat hij een aaneengesloten lijn geeft.

Hoe borduur je bloemen met borduursteken?

Gebruik stengelsteek voor de stengel, plattesteek of visgraatsteek voor de blaadjes, margrietsteek of plattesteek voor de bloemblaadjes en Franse knopen voor het hart. Teken de bloem eerst op de stof.

Welke borduursteken gebruik je voor een rand?

Festonsteek geeft een klassieke lusrand, kettingsteek een rand die op een ketting lijkt en stengelsteek een golvende lijn. Voorsteek in een andere kleur kan als gestippelde lijn aan de binnenkant.

Is er een goed borduursteken boek in het Nederlands?

Ja, er zijn meerdere. Kies een boek met duidelijke stap-voor-stap foto’s of tekeningen, veel steken en eenvoudige voorbeeldpatronen. Kijk of het ook de basis uitlegt, zoals garen splitsen en spannen.

Kun je borduursteken leren zonder cursus?

Ja. Met een boek of video-uitleg, een ring, stof en garen kun je het zelf leren. Een proeflapje met een rij per steek is de beste manier om te oefenen. Een cursus helpt als je liever begeleiding hebt.

Hoeveel draadjes gebruik je bij borduursteken?

Dat hangt af van de steek en het gewenste effect. Borduurgaren heeft meestal zes draadjes. Voor de meeste borduursteken gebruik je er twee of drie, voor fijne lijnen één. Probeer het uit op een proeflapje.

Wat is het verschil tussen vrij borduren en kruissteek?

Bij vrij borduren teken je het patroon op de stof en volg je het met steken naar keuze. Kruissteek is tellend borduren: je steekt over een vast aantal draden of vakjes van een geweven stof zoals aida.

Verder lezen

Wil je verder met borduren? Lees dan de gids over borduren en over het kiezen van een borduurring. Wie liever machinaal werkt vindt uitleg bij de borduurmachine, en voor kleding staat alles bij borduren op kleding. Het volledige overzicht staat in de gids over naaien en borduren.

De waardering van ayoo.nl bij WebwinkelKeur Reviews is 8,7/10 gebaseerd op 255 reviews.