Breien op rondbreinaald betekent dat je met één naald met een flexibele kabel breit, waarbij je beide naaldpunten gebruikt. Je kunt hem op twee manieren gebruiken: in de ronde, zonder keren, voor mutsen, truien en sokken, of heen en weer, waarbij het gewicht van het werk op de kabel rust in plaats van op je polsen. Voor beginners is breien met een rondbreinaald heen en weer het makkelijkst.
Wie een rondbreinaald voor het eerst in handen heeft, vindt het vaak ongemakkelijk: een naald met een kabel lijkt omslachtig. Toch is het een van de handigste hulpmiddelen die er is. Hieronder lees je hoe een rondbreinaald is opgebouwd, welke lengte je kiest, hoe je in de ronde breit en hoe je voorkomt dat je werk verdraait. Wil je eerst de algemene breinaalden bekijken? Lees dan breinaalden. Voor het overzicht van het vak: haken en breien en breien.
Kort samengevat
- Een rondbreinaald heeft twee naaldpunten die met een flexibele kabel zijn verbonden.
- In de ronde brei je steeds door in dezelfde richting, zonder te keren.
- Heen en weer breien kan ook, en is prettig voor grote stukken.
- Kies een kabel die iets korter is dan de omtrek van je werk.
- Zorg dat je opgezette steken niet verdraaid zijn voordat je de ronde sluit.
Wat is een rondbreinaald?
Volgens Wikipedia over de breinaald is een rondbreinaald één flexibele naald die je gebruikt voor rondbreien, bijvoorbeeld voor het lijf van een trui. Wikipedia noemt ook de variant met vier naalden zonder knoppen voor sokken en mouwen. De rondbreinaald vervangt die set door een enkele naald met een kabel. Je vindt er ook meer over in onze uitleg over breinaalden.

Een rondbreinaald bestaat uit drie delen: twee naaldpunten (rechts en links) en een flexibele kabel ertussen. De naaldmaat staat meestal op de naald of de verpakking, en de lengte van de kabel op het label.
Welke rondbreinaald kies je?
Je kiest op naaldmaat en kabellengte. De maat is de dikte van het garen, zoals bij andere breinaalden: ongeveer 2 mm voor fijn garen tot 25 mm voor de dikste wol, volgens Wikipedia. De kabellengte hangt af van het project.
- Kleine omtrek (muts, sokken, mouwen): een korte kabel van ongeveer 30 tot 40 cm. Voor heel kleine omtrekken gebruik je de magic loop-techniek met een lange kabel.
- Muts of sjaal in de ronde: een kabel van 40 tot 60 cm.
- Trui of vest: een kabel van 80 tot 100 cm of langer.
- Deken of grote omslagdoek heen en weer: een kabel van 100 cm of langer.
Als vuistregel moet de kabel net iets korter zijn dan de omtrek van je werk, zodat de steken niet te strak rekken. Dit zijn richtwaarden. Kijk ook naar de aanbevolen lengte in het patroon.
Breien op rondbreinaald in de ronde
Zo begin je een ronde stap voor stap:
- Zet de steken op met je gebruikelijke methode. Hoe dat gaat, lees je bij breien opzetten steken.
- Spreid de steken uit over de kabel en controleer dat alle steken dezelfde kant op liggen. De onderkant van elke steek moet naar binnen, naar het midden van de ronde, wijzen. Een verdraaide ronde herstel je niet meer.
- Markeer het begin met een steekmarkeerder of een stukje garen.
- Sluit de ronde: neem de naaldpunt met de laatst opgezette steek in je rechterhand en de punt met de eerste opgezette steek in je linkerhand, en brei de eerste steek met het werkdraad. Trek het garen aan, zodat er geen gat ontstaat.
- Brei rond. Je breit steeds in dezelfde richting, de rechterkant altijd voor je. Elke keer als je bij de markeerder komt, heb je een ronde afgerond.
In de ronde breit je alleen rechte steken voor tricotsteek, in plaats van de afwisseling van rechts en averechts bij heen en weer breien. Wikipedia noemt de tricotsteek: rechte steken aan de voorkant en averechte aan de achterkant. In de ronde krijg je die dus met alleen rechte steken, omdat de voorkant steeds naar je toe ligt.
Heen en weer breien op rondbreinaald
Een rondbreinaald kun je ook gebruiken zoals een rechte naald. Zet de steken op, breit een rij, draai je werk om en brei terug. Het voordeel is het gewicht: bij een deken of een grote sjaal rust het werk op de kabel en je schoot, zodat je polsen niet vermoeid raken. Voor sjaals en dekens is een rondbreinaald daarom vaak prettiger dan twee rechte naalden.
Een verdraaide ronde voorkomen
De meest voorkomende fout bij breien op rondbreinaald is een verdraaide ronde: de opzetrij is een keer om de kabel gedraaid voordat je de ronde sluit. Het gevolg is dat je werk een tunnel met een draai wordt, zoals een Möbiusband. Voorkom het zo:
- Leg de opgezette steken plat op tafel met de opzetrand naar binnen, naar het midden van de kabel.
- Loop de kabel na van punt tot punt en controleer dat hij nergens om zichzelf is gedraaid.
- Breit de eerste ronde met aandacht en kijk na een paar steken of de rand er recht uitziet.
- Merk je een draai? Haal de steken uit en begin opnieuw, want een draai kun je niet herstellen.
Magic loop voor een kleine omtrek
Voor mutsen, sokken en mouwen met een kleine omtrek kun je de magic loop gebruiken, waarbij je een lange kabel in twee helften verdeelt met een lus in het midden. Je breit de ene helft met de ene naald, trekt de kabel door, en breit de andere helft. Het voordeel is dat je maar één naald nodig hebt in plaats van een set sokkennaalden. Het vraagt oefening, maar als je het door hebt, is het snel en handig.

Breien op rondbreinaald voor beginners
Wil je breien met rondbreinaald voor beginners aanpakken? Begin dan met heen en weer breien op een rondbreinaald, bijvoorbeeld met een sjaal, om te wennen aan de kabel. Daarna probeer je een simpele muts in de ronde met een kabel van 40 cm. Een stekenproef in de ronde is anders dan heen en weer, omdat je alleen rechte steken breit. Brei dus een proeflapje in de ronde om te zien of je meer of minder strak breit. Meer over het lezen van patronen lees je bij breipatronen.
Waarom breien op rondbreinaald een goede keuze is
Breien op rondbreinaald heeft een paar voordelen die rechte naalden niet hebben. Het werk rust op de kabel en op je schoot, zodat je polsen minder belast worden. Je hebt geen naden nodig voor mutsen, truien en sokken, want je breit het stuk in één geheel. De steken kunnen niet zo makkelijk van de naald glijden als je werk onderweg is, omdat ze op de kabel blijven liggen. En je hebt maar één naald nodig, in plaats van een set van vier of vijf. Dat is ook handig voor onderweg: een rondbreinaald met een werkstuk past in een kleine tas.
Welk materiaal voor een rondbreinaald?
Rondbreinaalden zijn er, net als gewone naalden, in hout, bamboe, aluminium en kunststof. Hout en bamboe zijn volgens Wikipedia warm en iets stroef en daardoor geschikt voor beginners en glibberig garen. Aluminium is glad en snel. Let bij een rondbreinaald vooral op de overgang van naald naar kabel: die moet glad zijn, anders blijven je steken haken. Een kabel die soepel is en niet te veel krult, breit prettiger dan een stugge kabel.
Breien op rondbreinaald: een eerste project
Een goede eerste opdracht is een eenvoudige muts. Zet ongeveer 80 tot 100 steken op, afhankelijk van het garen en je hoofdomtrek (laat de stekenproef beslissen), sluit de ronde zonder draai en brei een boord van rechte en averechte steken van ongeveer 4 cm. Brei daarna rechte steken tot de muts ongeveer 18 cm hoog is, en minder in gelijke stappen tot er een paar steken over zijn. Haal het garen door de laatste steken en trek het aan. Dit zijn richtwaarden, volg altijd het patroon dat je kiest.
Veelgemaakte fouten
- Een te lange kabel gebruiken. De steken rekken dan en het werk wordt los.
- Een draai in de ronde. Controleer vooraf of de opzetrand nergens is gedraaid.
- Het begin van de ronde kwijtraken. Gebruik altijd een markeerder.
- Een kabel die krult. Houd de kabel een paar seconden in warm water en laat hem recht drogen.
- De verkeerde naaldmaat. Controleer je stekenproef.
Breien op rondbreinaald: een eenvoudige muts als oefening
Een muts is een goed eerste project voor breien op rondbreinaald. Je werkt in de ronde, zonder naden, en je ziet snel resultaat. Hieronder staat een algemene opzet. De precieze aantallen hangen af van je garen en je hoofdomtrek, dus meet altijd eerst een proeflapje.

- Meet je hoofd en je proeflapje. Bereken met het aantal steken per tien centimeter hoeveel steken je nodig hebt. Neem de muts iets kleiner dan het hoofd, omdat breiwerk meegeeft.
- Zet de steken op. Gebruik een rondbreinaald die korter is dan de omtrek, zodat het werk niet uitrekt.
- Sluit de ronde. Controleer eerst dat alle steken dezelfde kant op liggen, en zet dan een markeerder bij de eerste steek.
- Brei boordsteek. Wissel bijvoorbeeld een rechte en een averechte steek af, ongeveer vier tot zes centimeter lang.
- Brei het lijf. Brei rechte steken tot de muts de gewenste lengte heeft.
- Neem af voor de kruin. Neem in gelijke stukken af, zodat de steken in een cirkel afnemen.
- Werk af. Haal de draad door de laatste steken, trek aan en hecht de draadjes.
Bij een muts schakel je voor de kruin vaak over op een set naalden of op de magic loop, omdat de omtrek te klein wordt voor de rondbreinaald.
Breien op rondbreinaald voor sjaals, truien en dekens
Een rondbreinaald is niet alleen voor werk in de ronde. Voor grote stukken is hij ook handig als je heen en weer breit. Het gewicht van het werk rust op de kabel en niet op je polsen. Dat is prettig bij een deken, een omslagdoek of een trui met veel steken.
- Deken. De steken passen niet op rechte naalden. Op een lange rondbreinaald schuiven ze langs de kabel.
- Trui. Van boven naar beneden gebreid in de ronde, zonder naden, past het lijf zich aan tijdens het breien.
- Sjaal in de ronde. Een colsjaal heeft geen begin en eind, en is warm om de nek.
Meer overzicht over materiaal en soorten vind je op de pagina over breinaalden.
Als het werk niet goed loopt: oplossen en herstellen
Ook ervaren breisters maken fouten. Het goede nieuws is dat de meeste fouten te herstellen zijn.
- Een gevallen steek. Pak hem op met een haaknaald en haal hem omhoog door de steken daarboven. Zo herstel je de rij.
- Een gat bij de overgang. Dit komt vaak door te losse steken bij het begin van de ronde. Trek de eerste steek na de overgang iets strakker.
- Te los of te strak breiwerk. Wissel van naalddikte. Een dikkere naald maakt losser, een dunnere strakker.
- Een draaiing in de ronde. Haal alles van de naald en begin opnieuw. Een gedraaide ronde is niet meer te herstellen.
Zet na elke vijf tot tien rondes je werk even neer en kijk ernaar. Zo zie je een fout meteen, en kost herstellen weinig tijd.
Veelgestelde vragen over breien op rondbreinaald
Hoe werkt breien op rondbreinaald?
Je zet de steken op, controleert dat ze niet verdraaid zijn, sluit de ronde en breit steeds in dezelfde richting door. Een markeerder geeft het begin van de ronde aan.
Welke lengte rondbreinaald heb ik nodig?
Kies een kabel die iets korter is dan de omtrek van je werk. Voor een muts 40 tot 60 cm, voor een trui 80 tot 100 cm.
Kan ik heen en weer breien op een rondbreinaald?
Ja. Je breit een rij, keert het werk en breit terug. Het gewicht rust op de kabel.
Wat is een draai in de ronde?
Een fout waarbij de opzetrij om de kabel gedraaid is voordat je de ronde sluit. Je werk wordt dan een Möbiusband. Haal de steken uit en begin opnieuw.
Wat is magic loop?
Een techniek waarbij je met een lange rondbreinaald een kleine omtrek breit door de kabel in twee helften te verdelen.
Is breien op rondbreinaald moeilijker?
Niet echt. Het vraagt even wennen aan de kabel. Voor veel mensen is het uiteindelijk makkelijker dan met rechte naalden.
Welke breinaald gebruik ik voor sokken?
Een korte rondbreinaald of een set van vier of vijf sokkennaalden, met sokkenwol.
Kan ik zonder rondbreinaald in de ronde breien?
Ja, met een set van vier of vijf naalden zonder knop. Wikipedia noemt deze variant voor sokken en mouwen.
Verder lezen
Je weet nu hoe je breit op een rondbreinaald. Verder lezen:
