Amigurumi haken leer je met één basisvorm: de bol. Je begint met een magische ring met zes vasten, meerdert elke ronde tot de bol breed genoeg is, haakt een paar rondes recht door en mindert daarna weer, zodat je een gevulde bol kunt sluiten. Met die ene vorm maak je het hoofd en lijf van bijna elke knuffel. Het vraagt een naald die kleiner is dan het garen aangeeft en een stekenmarkeerder.
Wat is amigurumi, welk garen heb je nodig en hoe veilig is het? Dat lees je op onze pagina over amigurumi. Op deze pagina doen we de techniek, ronde voor ronde. Je hebt alleen twee steken nodig: de losse en de vaste. Dat is de reden dat je amigurumi haken in een middag leert.
Kort samengevat
- Haak met een naald die een of twee maten kleiner is dan het garen adviseert, zodat de vulling niet doorschemert.
- Begin met een magische ring met 6 vasten en meerder elke ronde met 6 steken.
- Je haakt in een spiraal: geen halve vaste aan het einde van de ronde en geen draaiketting.
- Gebruik een stekenmarkeerder in de eerste steek van elke ronde.
- Vul voordat je helemaal sluit, en trek de laatste ronde dicht met een stopnaald.
Wat heb je nodig?
- Middeldik katoen of een katoen-acrylmix. Katoen laat de steken goed zien en houdt zijn vorm.
- Een haaknaald van 2 tot 3 mm. De Craft Yarn Council noemt voor dit type garen in zijn overzicht van garengewichten een haakmaat van 3,5 tot 4,5 mm. Bij amigurumi haak je een of twee maten kleiner, zodat het werk dicht wordt. Meer over maten staat bij haaknaald.
- Een stekenmarkeerder of een stukje contrasterend garen.
- Vulling. Polyestervulling.
- Een stopnaald.
De steken: alleen losse en vaste
Voor amigurumi heb je twee steken nodig.
- De losse (l): een lus door een lus, voor de ketting.
- De vaste (v): steek in de steek, draad ophalen, en door beide lussen afhalen. Een vaste is kort en dicht, precies wat je wilt voor een amigurumi.
Daarnaast zijn er twee varianten die je de eerste ronde nodig hebt: meerderen (mrd), twee vasten in één steek, en minderen (mnd), twee steken samen haken. Dat is alles. Heb je moeite met afkortingen in patronen, kijk dan bij haakpatroon.
Stap 1: de magische ring
De magische ring is een lus waarin je de eerste ronde haakt en die je daarna dichttrekt, zodat er geen gat in het midden blijft.

- Maak een lus, met het eind van de draad achter het werk, en houd de kruising tussen duim en wijsvinger.
- Steek je naald in de lus, haal de draad op en haak een losse om de ring te borgen.
- Haak 6 vasten in de ring, over zowel de lus als het draadeind.
- Trek aan het draadeind, zodat de ring dichtgaat.
Lukt dit niet, dan kun je een eenvoudiger beginnen: 2 lossen, en 6 vasten in de eerste losse vanaf je naald. Het gaatje is iets groter, maar dat geeft niet voor je eerste knuffel.
Tip: zet direct na de eerste ronde een stekenmarkeerder in de laatste steek. Verzet hem na elke ronde. Zo verlies je nooit het begin.
Stap 2: meerder tot de bol breed genoeg is
Je haakt in een spiraal. Dat betekent dat je aan het eind van een ronde niet afsluit, maar gewoon doorhaakt in de eerste steek van de volgende. Een typische opbouw voor een bol:
- Ronde 1: 6 vasten in de ring (6).
- Ronde 2: in elke steek een meerdering (12).
- Ronde 3: 1 v, 1 mrd 6 keer (18).
- Ronde 4: 2 v, 1 mrd 6 keer (24).
- Ronde 5: 3 v, 1 mrd 6 keer (30).
Zo groeit je schijf in elke ronde met 6 steken. Het aantal steken staat tussen haakjes, en dat is je controle. Tel na elke ronde. Klopt het niet, dan zit er een fout, en die zoek je meteen op.
Stap 3: haak recht door
Als je de gewenste breedte hebt bereikt, haak je een paar rondes zonder meerderen. Je haakt dan 30 vasten per ronde, een ronde of vijf. Dat geeft het gedeelte waar de bol zijn grootste breedte heeft. Hoeveel rondes je rechtdoor haakt, bepaalt of je bol rond of eerder een ei is.
Stap 4: minder af
Nu keer je het om. Het minderen gaat in dezelfde stappen terug:
- Ronde: 3 v, 1 mnd 6 keer (24).
- Ronde: 2 v, 1 mnd 6 keer (18).
Bij het minderen haak je twee steken samen: steek in de eerste steek, haal de draad op, steek in de volgende steek, haal de draad op en haal af door alle drie de lussen. Daarmee verklein je de bol.
Stap 5: vul de bol
Vul de bol voordat je helemaal sluit. Duw de vulling in kleine plukjes in de hoeken, met het stompe einde van een potlood of de bovenkant van je haaknaald. Vul stevig, maar niet zo hard dat de steken uit elkaar gaan en je de vulling ziet. Als de bol stevig is en je geen vulling ziet, zit het goed. Hou rekening met de laatste rondes: vul die pas als je er bijna bent, zodat je makkelijk bij kunt.

Stap 6: sluit af
Haak minderingen tot er een klein gaatje over is, bijvoorbeeld 6 steken. Knip de draad af met een uiteinde van ongeveer 15 cm. Haal het eind door de laatste 6 steken, trek aan en maak een knoop of werk het weg met een stopnaald door de bol. Zo sluit je een gladde bol af, zonder zichtbare naad.
Van een bol naar een knuffel
De bol is de basis van bijna alles. Een konijn is twee bollen, een ovale voor het lijf en een kleinere voor het hoofd, plus twee oren en twee pootjes. Voor oren haak je een kleine platte vorm: een ronde die je dichtvouwt. Pootjes haak je als een kleine buis of kleine bol. Delen zet je aan elkaar met de stopnaald, door onder de voorste lus van de steek van de ene te steken en onder de lus van de andere.

Oogjes zet je vast voordat je sluit en vult. Gebruik veiligheidsoogjes met een achterkant die vastklikt, of borduur ze met zwart garen. Voor kinderen onder de drie zijn losse oogjes af te raden.
Strak haken: de sleutel tot een mooie amigurumi
De belangrijkste vaardigheid bij amigurumi haken is strak haken, zonder dat het je hand pijn doet.
- Gebruik een kleinere naald. Een of twee maten omlaag.
- Trek de draad aan. Haal de lus op zonder dat hij los hangt.
- Haak in beide lussen van de steek. Zo blijft de vorm dicht.
- Houd het garen met een gelijke spanning. Wikkel de draad om je vinger of gebruik de greep die jij fijn vindt.
- Gebruik hetzelfde garen voor het hele project. Garen van een ander merk haakt anders.
Veelgemaakte fouten bij amigurumi haken
- Een ronde niet tellen. Je bol wordt scheef. Tel altijd.
- Het begin van de ronde kwijtraken. Gebruik een markeerder.
- Te los haken. De vulling schemert door. Ga een maat kleiner.
- Te weinig of te veel vulling. Vul in plukjes en voel de stevigheid.
- De ronde sluiten met een halve vaste. Bij spiraalhaken hoort dat niet; je krijgt een zichtbare naad.
- Te snel een moeilijk patroon proberen. Begin met de bol en kijk bij haakpatronen naar een eenvoudig beestje.
Tellen en je plek bijhouden
Bij amigurumi haken je in een spiraal, zonder dat een toer wordt afgesloten. Dat is handig voor een mooi resultaat, maar het maakt het ook lastig om te zien waar een toer begint. Volgens Wikipedia over amigurumi worden de meeste amigurumi in spiraalvormige toeren gehaakt, zodat er geen naden zichtbaar zijn. Daarom heb je een telsysteem nodig.
- Een steekmarkeerder. Hang hem in de eerste steek van elke toer en verplaats hem na elke toer. Een stukje contrasterend garen werkt ook.
- Een rijteller of papier. Zet na elke toer een streepje, zodat je weet hoeveel toeren je hebt.
- Het aantal steken per toer. Noteer dit achter elke toer, bijvoorbeeld 6, 12, 18, zodat je snel merkt als er een steek ontbreekt.
Tel aan het einde van een toer het aantal steken. Klopt het niet, haal dan de toer terug. Een foutje in een lage toer is gemakkelijk te herstellen. Later is dat veel lastiger.
Onderdelen aan elkaar zetten
Een knuffel bestaat uit meerdere delen: lijf, hoofd, oren, armen en benen. De delen haak je apart en zet je daarna aan elkaar. Een paar tips voor een mooi resultaat:
- Laat bij elk onderdeel een lange draad hangen. Daarmee naai je het vast.
- Speld de delen eerst op de goede plek, zodat je kunt kijken of ze symmetrisch zitten.
- Gebruik een stompe naald en naai met kleine steken door de lussen van beide delen.
- Maak de draad vast met een paar steken en verberg het eind in de vulling.
- Bewaar de ogen en andere details voor het laatst, zodat je het gezicht kunt aanpassen.
Zet armen, benen en oren pas vast als alles goed zit. Haakt de knuffel er scheef uit, haal dan een deel los en probeer het opnieuw. Dat hoort erbij.
Een geschikte haaknaald en garen kiezen
Voor amigurumi gebruik je een haaknaald die iets kleiner is dan het garen aangeeft. Daardoor wordt het werk strak, en blijft de vulling binnen. Lees meer over maten bij haaknaald. Garen van katoen is stevig en geeft scherpe vormen. Acryl is zachter en wat soepeler. Een garen dat splitst, is voor beginners lastig, dus kies liever een stevig gedraaid garen. Meer over garen vind je bij katoen garen.
Je eerste amigurumi afmaken
Een eerste knuffel is vaak scheef, en dat is geen probleem. Kijk liever naar wat je al kunt dan naar wat nog beter kan. Een paar herkenbare verbeterpunten zijn:
- Gaten tussen steken: haak strakker of gebruik een kleinere naald.
- Een bult bij de overgang: let op de laatste steek van de toer en haal de draad net zo strak aan als eerder.
- Een vlak hoofd: stop meer vulling in en vorm de bol met je handen.
Werk je volgende project anders, bijvoorbeeld met een ander garen of een andere vorm. Zo leer je snel. Zoek eenvoudige patronen bij haakpatronen en bouw daarna op.
Lees ook: haken patronen.
Veelgestelde vragen over amigurumi haken
Hoe begin ik met amigurumi haken?
Haak een magische ring met zes vasten en meerder elke ronde met zes steken tot de bol breed genoeg is. Haak dan een paar rondes recht door en minder daarna af. Vul de bol voordat je hem sluit.
Welke naald gebruik ik voor amigurumi haken?
Een naald van 2 tot 3 mm voor middeldik katoen, dus een of twee maten kleiner dan het bandje aanraadt. Zo haak je dicht en schemert de vulling niet door.
Waarom haak je amigurumi in een spiraal?
Om geen zichtbare naad te krijgen. Je sluit de ronde niet met een halve vaste, maar haakt gewoon door. Daardoor blijft de vorm glad.
Wat doe ik als ik het begin van de ronde kwijt ben?
Gebruik altijd een stekenmarkeerder in de eerste steek van de ronde, en verzet die elke ronde. Heb je het begin toch verloren, dan tel je terug vanaf de laatste meerdering.
Hoe maak ik de magische ring?
Maak een lus, haak 6 vasten in de ring over de draad, en trek aan het draadeind tot de ring sluit. Lukt dat niet, haak dan 2 lossen en 6 vasten in de eerste losse.
Hoe vul ik amigurumi goed?
In kleine plukjes, met het stompe einde van een potlood in de hoeken. Vul stevig, maar niet zo hard dat de steken uit elkaar gaan. Vul voor je helemaal sluit.
Is amigurumi haken moeilijk?
Nee. Je gebruikt maar twee steken en je haakt steeds dezelfde vorm. Het meeste werk zit in het tellen en afwerken.
Hoe lang duurt het om een amigurumi te haken?
Een bol is in een uur af, een konijn of beer in drie tot vijf uur. Hoe meer delen, hoe langer het duurt.
Verder lezen
Wil je verder met haken? Deze pagina’s helpen:
- Amigurumi voor alles over materialen en veiligheid.
- Haken: het overzicht met alle basis.
- Haakpatronen om patronen te vinden.
- Haken voor kerst voor kerstknuffels.
- Wol kopen voor het juiste garen.
