Een landschap tekenen begint met de horizon. Je trekt een lichte lijn op ongeveer een derde of twee derde van de hoogte van je papier, verdeelt het beeld in een voorgrond, een middengebied en een achtergrond, en werkt van ver naar dichtbij. Dingen die verder weg staan, teken je kleiner, lichter en met minder detail, en dat geeft meteen diepte.
Een landschap tekenen is een mooie oefening, omdat je er veel in leert: verhoudingen, perspectief, licht en compositie. Je hoeft er geen groot kunstwerk van te maken. Een kleine schets van tien minuten is al leerzaam. In dit artikel lees je het stappenplan, waar je op let bij bomen, bergen, water en lucht, en hoe je een tekening afmaakt. Voor de algemene basis zie leren tekenen.
Kort samengevat
- Trek eerst een horizon, op een derde of twee derde van het papier, niet in het midden.
- Verdeel het landschap in voorgrond, middengrond en achtergrond.
- Teken wat ver weg is kleiner, lichter en met minder detail.
- Werk met een lichte potloodschets, daarna met schaduw.
- Laat een paar details op de voorgrond scherp zijn, zodat het oog daar begint.
Wat is een landschap en waarom is diepte belangrijk?
Een landschap is een afbeelding van een buitengebied: heuvels, velden, water, bomen en lucht. In de zeventiende eeuw werd het in Nederland een eigen genre. Volgens het Wikipedia-artikel over landscape art groeide de landschapsschilderkunst in die tijd snel en gingen veel schilders zich erin specialiseren. Ze ontwikkelden subtiele, realistische technieken voor licht en weer, en de landschappen waren meestal klein, passend bij kleinere woningen. Jacob van Ruisdael geldt in het artikel als de meest veelzijdige Nederlandse landschapsschilder van die periode.
Voor jou als tekenaar is de les: een landschap werkt als je het gevoel geeft dat je erin kunt stappen. Dat noemen we diepte. Je bereikt dat met een paar eenvoudige middelen die we hieronder bespreken.
Wat heb je nodig om een landschap te tekenen?
- Potloden. HB voor lichte lijnen, 2B en 4B voor donkere delen.
- Een gum. Een kneedgum is handig voor lichte plekken.
- Tekenpapier. Een blok van minstens 120 gram.
- Een liniaal. Voor de horizon, als je dat prettig vindt.
- Een voorbeeld. Een foto van een landschap, of ga buiten zitten.
- Optioneel: kleurpotloden of pastel. Zie ook pastelkrijt.
Tekenen landschap in stappen
Stap 1: de horizon
Trek een lichte horizontale lijn. Kies hem niet in het midden, want dat verdeelt het beeld in twee gelijke helften en oogt saai. Een horizon op een derde van onderen geeft veel lucht, wat goed past bij wolken. Een horizon op twee derde laat meer voorgrond zien.

Stap 2: de drie lagen
Verdeel het beeld in drie zones:

- Voorgrond: het dichtstbij. Hier komen details, zoals gras, stenen of een boom.
- Middengrond: een vlakte, een huisje, bomen of een rivier.
- Achtergrond: het verst weg. Heuvels, bergen en de lucht.
Teken de zones eerst als eenvoudige vlakken in lichte lijnen.
Stap 3: de achtergrond
Teken heuvels of bergen als zachte, golvende lijnen. Houd ze licht en vlak, zonder detail. Hoe verder weg, hoe lichter en blauwer (of grijzer) ze worden. In potlood werk je dat uit door steeds minder hard te drukken.
Stap 4: de middengrond
Voeg bomen, een huisje, een pad of water toe. Maak ze kleiner dan op de voorgrond. Laat ze deels overlappen, want overlappen is een van de beste manieren om diepte te suggereren: wat voor iets anders staat, lijkt dichterbij.
Stap 5: de voorgrond
Hier mag je details tekenen: gras, een steen, bloemen of een stuk van een boom. Maak ze groter en donkerder dan de rest. Het oog begint hier en gaat via het midden naar de achtergrond.
Stap 6: de lucht en wolken
Een lucht is zelden leeg. Teken wolken als zachte vlakken, en laat de onderkant donkerder dan de bovenkant. Bij horizon wordt de lucht lichter. Meer over wolken lees je op onze pagina over wolken schilderen.
Stap 7: licht en schaduw
Bepaal waar de zon staat. Alle schaduwen vallen dan dezelfde kant op. Maak de schaduwkant van bomen en heuvels donkerder, en laat de lichtkant licht. Hiermee krijgen vlakke vormen volume.
Perspectief en compositie
Twee eenvoudige regels helpen je enorm:
- Alles wordt kleiner naar de horizon. Een rij bomen of een weg wordt smaller en eindigt bij een punt op de horizon. Wie dit wil uitdiepen, leest perspectief tekenen.
- Gebruik de regel van derden. Verdeel het papier in drie bij drie vakken en zet belangrijke elementen op de kruispunten.
Het is ook goed om een leidende lijn te gebruiken: een pad, een rivier of een hek dat het oog door de tekening leidt.
Bomen, water en bergen
Bomen. Teken eerst de stam en de takken, dan de kruin als een wolkachtige vorm. Verdeel de kruin in lichte en donkere delen. Dennenbomen zijn driehoeken met korte takken.
Water. Weerspiegeling is de truc. Teken de omgekeerde vorm van wat er langs staat, iets donkerder en met horizontale golvende streepjes. Laat een strook licht zien voor de reflectie van de lucht.
Bergen. Teken ze met scherpe, ongelijke lijnen. Maak de schaduwkant donker en de lichtkant bijna wit. Voeg een sneeuwtop toe door papier wit te laten.
Een landschap schetsen op locatie
Veel mensen vinden het fijn om buiten te tekenen. Neem een klein schetsboek, een potlood en een gum mee. Kies een eenvoudig uitzicht en teken in een kwartier de grote vormen. Zo leer je snel kijken. Een schets hoeft niet af te zijn, en je kunt thuis verdergaan.
Het landschap in de herfst is een leuk onderwerp: zie tekenen herfst. Wie een dier in het landschap wil zetten, leest tekenen hond.
Veelgemaakte fouten bij tekenen landschap
- De horizon in het midden. Het beeld wordt saai.
- Alles even scherp. Geef alleen de voorgrond detail.
- Geen overlap. Zonder overlap voelt het vlak.
- Schaduwen die alle kanten op vallen. Kies één lichtbron.
- Te veel willen in één tekening. Begin klein.
Een landschap tekenen met alleen potlood
Met potlood alleen kun je al een overtuigend landschap tekenen, zolang je goed met lichte en donkere tinten werkt. Kies drie potloden: een HB voor lichte lijnen, een 2B voor het midden en een 4B of 6B voor de donkerste plekken. Gebruik de lichtste potlood voor alles wat ver weg is en de zachtste voor wat dichtbij staat.
Begin met een lichte horizonlijn. Wil je veel lucht, zet de lijn dan laag; wil je het land laten spreken, zet de lijn hoog. Zet de horizon liever niet precies in het midden, want dat maakt een tekening vaak statisch. Verdeel het blad in een derde en twee derde en kies daar een van.
Drie vlakken, drie tinten
Verdeel je landschap in voorgrond, middenvlak en achtergrond. De voorgrond tekent je met de meeste details en de sterkste contrasten: grassprieten, stenen, een tak. Het middenvlak krijgt minder detail en wat zachtere schaduw. De achtergrond is vlak en licht, bijna alleen een contour van heuvels of bomen. Dit effect heet luchtperspectief: wat verder weg ligt, lijkt minder scherp en lichter van tint, zoals ook wordt beschreven in het Wikipedia-artikel over luchtperspectief.
Een tekening van een landschap in kleur
Gebruik je kleurpotloden of pastel, werk dan van licht naar donker. Leg eerst een egale laag voor de lucht en het gras en bouw daarna schaduwen op. Maak verre heuvels blauwachtig of grijs, en gebruik voor dichtbij warmere groene en bruine tinten. Zo krijg je diepte zonder dat je een perspectieftekening hoeft te maken.
Wil je het tekenen van een landschap met een bepaalde sfeer, kijk dan naar het weer. Een zware lucht met donkere wolken, laag zonlicht met lange schaduwen of mist die alles zacht maakt. Zo’n sfeer geeft je tekening een verhaal. Pas je kleuren daarop aan. Warmere tinten voor avondlicht, koelere voor ochtendmist.
Een oefening: één landschap in drie versies
Een goede manier om te leren is hetzelfde landschap drie keer te tekenen, met een andere indeling. Teken het eerst met een lage horizon, dan met een hoge horizon en daarna met een grote boom op de voorgrond. Je ziet meteen hoe de compositie het gevoel van de tekening verandert. Doe dit op kleine formaatjes, zoals een kwart A4, zodat het snel gaat. Zo bouw je een bibliotheek aan oplossingen op waar je later uit kunt kiezen.

Licht en schaduw in een landschap
Een landschap wordt pas echt diep als je licht en schaduw bewust gebruikt. Een tekening met alleen lijnen leest vlak, ook als het perspectief klopt. Met een paar eenvoudige keuzes krijgt je tekening meteen meer sfeer.
Bepaal waar het licht vandaan komt
Kies voor je begint een lichtrichting, bijvoorbeeld van linksboven. Alles wat naar die kant kijkt, is lichter. Alles aan de andere kant, en wat onder bomen of rotsen ligt, is donkerder. Schets de lichtrichting met een kleine pijl in de marge, dan vergeet je hem niet. Schaduwen vallen daarna altijd dezelfde kant op, en dat geeft je tekening rust.
Werk met drie tinten
Je hebt geen tientallen grijstinten nodig. Begin met drie: licht, midden en donker. Laat het papier zelf het lichtste deel zijn. Vul grote vlakken eerst met de middentoon, en zet de donkerste plekken pas aan het eind neer. Veel beginners beginnen te donker en kunnen daarna niet meer terug. Bouw daarom langzaam op en druk in het begin weinig.
Contrast trekt de blik
Het oog gaat naar de plek waar het contrast het grootst is, dus waar licht en donker tegen elkaar staan. Gebruik dat om de aandacht te sturen. Zet het scherpste contrast bij het onderwerp waar je naar wilt laten kijken, bijvoorbeeld een boom of een huisje, en maak de achtergrond zachter. Zo voorkom je dat het beeld uit elkaar valt.
Achtergrond lichter, voorgrond donkerder
In de verte worden vormen vaag en licht. Dat effect noemen we luchtperspectief. Gebruik het door je heuvels en bergen in de verte met weinig druk te tekenen, en door de dichtstbijzijnde bomen en gras kracht te geven. Een landschap met een donkere voorgrond en een lichte achtergrond krijgt vanzelf diepte. Meer oefeningen om los te leren kijken vind je bij schetsen.
Veelgestelde vragen over tekenen landschap
Hoe begin je met tekenen landschap?
Met een lichte horizon, en daarna drie lagen: voorgrond, middengrond en achtergrond. Werk van ver naar dichtbij en maak verre dingen kleiner en lichter.
Hoe geef je diepte aan een landschap?
Door overlap, door dingen naar de horizon kleiner te maken en door ver weg minder detail en meer lichte tinten te gebruiken. Ook een pad of rivier die het oog leidt, helpt.
Waar zet je de horizon?
Niet in het midden. Op een derde of twee derde van de hoogte geeft het beeld meer spanning. Een lage horizon geeft veel lucht, een hoge veel voorgrond.
Hoe teken je bomen in een landschap?
Met een stam, takken en een wolkachtige kruin die je in lichte en donkere delen verdeelt. Maak bomen op de voorgrond groter en donkerder dan die in de verte.
Hoe teken je water?
Met horizontale golvende streepjes en een omgekeerde weerspiegeling van de omgeving, iets donkerder. Laat een lichte strook zien waar de lucht zich weerspiegelt.
Welke potloden gebruik je voor een landschap?
Een HB voor lichte lijnen en een 2B of 4B voor schaduw. Een kneedgum helpt bij lichte plekken, zoals wolken.
Kan ik een landschap tekenen naar een foto?
Ja. Het is een goede manier om te oefenen, vooral met verhoudingen. Gebruik je eigen foto’s of beelden die je mag gebruiken.
Hoe lang duurt een landschaptekening?
Een schets kost tien tot vijftien minuten. Een uitgewerkte tekening een of meer uren, afhankelijk van het detail.
Verder lezen
Een landschap tekenen leer je door te kijken en te oefenen met lagen en licht. Dit zijn goede volgende stappen:
- Leren tekenen: de basis van tekenen.
- Perspectief tekenen: diepte op papier.
- Pastelkrijt: kleur voor je landschap.
- Schetsen: snel een idee vastleggen.
- Tekenen schattig: meer over dit onderwerp.
- Kleurboek volwassenen: meer over dit onderwerp.
