Portret tekenen begint niet bij de ogen, maar bij de verhoudingen. Teken eerst een ovaal voor het hoofd, verdeel dat met lichte hulplijnen in stukken, en zet pas daarna ogen, neus en mond op de plek waar ze horen. Met een potlood, een gum en een uur rust lukt portret tekenen ook als je net begint.
Veel beginners starten met een oog, omdat dat het meest herkenbaar is. Daardoor groeit de rest van het gezicht scheef om dat oog heen. Wie eerst het geheel opzet, hoeft later minder te gummen. In deze gids lees je hoe portret tekenen werkt: de basis, een stappenplan, de verschillende materialen en de fouten die bijna iedereen maakt. Zoek je eerst een breder startpunt, kijk dan in ons overzicht leren tekenen.
Kort samengevat
- Begin met een ovaal en hulplijnen. De ogen zitten ongeveer halverwege het hoofd.
- Werk van groot naar klein: eerst vorm en verhoudingen, dan details.
- Teken wat je ziet, niet wat je denkt te weten. Een oog is geen amandel met een bolletje.
- Schaduw maakt een gezicht rond. Gebruik drie tot vier tonen en geen harde omlijning.
- Een gum is gereedschap. Je tekent ook met licht, niet alleen met donker.
Waarom portret tekenen moeilijk lijkt (en dat minder is dan je denkt)
We zijn extreem goed in gezichten herkennen. Daardoor zien we meteen dat er iets niet klopt, ook als we niet kunnen zeggen wat. Een neus die twee millimeter te laag zit, zorgt al voor een ander karakter. Die gevoeligheid maakt portret tekenen spannend, maar ze werkt ook voor je: je ogen merken fouten snel op, dus je kunt ze ook snel herstellen.
Het goede nieuws is dat een gezicht een vast bouwplan heeft. De afstanden tussen ogen, neus en mond verschillen per persoon, maar de grote lijnen zijn bij bijna iedereen hetzelfde. Wie die lijnen kent, begint met een voorsprong. De Amerikaanse illustrator Andrew Loomis maakte er in de vorige eeuw een heel leerboek van. Zijn Loomis-methode bouwt het hoofd op uit een bol met vlakken en hulplijnen en is nog steeds een veelgebruikt uitgangspunt voor portret tekenen, omdat je er elk hoofd mee van elke hoek kunt opzetten.
Daarnaast helpt het om te weten dat nauwkeurig kijken belangrijker is dan handigheid. Veel mensen die zeggen dat ze niet kunnen tekenen, kunnen wel kijken, alleen doen ze het niet lang genoeg. Een portret tekenen is voor een groot deel geduldig meten en vergelijken.
De verhoudingen van het gezicht
Voor portret tekenen met verhoudingen gebruik je een paar vuistregels. Zie ze als richtwaarden: ieder gezicht wijkt er een beetje van af, en juist die afwijking maakt het herkenbaar.

- Ogen halverwege. De ogen zitten ongeveer op de helft van de hoogte van het hoofd, niet bovenin zoals de meeste beginners tekenen. Onder de ogen zit dus de helft van het gezicht.
- Oogbreedte. Tussen de ogen past ongeveer de breedte van een oog. Het hele gezicht is op de ooghoogte ongeveer vijf ogen breed.
- Neus en mond. De onderkant van de neus zit grofweg halverwege tussen ogen en kin. De mond zit ongeveer een derde van de afstand tussen neus en kin.
- Oren. De bovenkant van het oor zit ter hoogte van de wenkbrauw, de onderkant ter hoogte van de neusbasis.
- Haargrens. De haargrens zit lager dan je denkt. Het schedeldak is hoger dan het voorhoofd, dus zet de bovenkant van het hoofd niet te laag.
Meet je tekening tussendoor na met je potlood. Houd het op armlengte voor je model of foto, klem je duim op de juiste lengte en leg het potlood op je papier. Je ziet meteen waar een afstand te groot of te klein is.
Het gezicht van opzij
Bij een profiel verandert de indeling. Het hoofd is van voor naar achter ongeveer even diep als hoog, en het oor zit midden in die diepte, iets achter de middenlijn. Veel beginners tekenen de schedel te smal. Teken eerst de hele bol en snijd er aan de voorkant het gezicht uit.
Het hoofd in drieën gedeeld
Een eenvoudige hulp is het hoofd in drie gelijke stukken delen: haargrens tot wenkbrauwen, wenkbrauwen tot neusbasis en neusbasis tot kin. Het is niet exact, maar wel een snelle controle als iets er raar uitziet.
Portret tekenen stap voor stap
Dit stappenplan werkt met potlood op gewoon tekenpapier. Gebruik een foto van iemand die je kent, bij voorkeur met zacht licht van de zijkant, zodat de schaduwen duidelijk zijn.
Stap 1: de grote vorm
Teken een ovaal, iets breder bij de kaken en smaller bij de kin. Trek een verticale middenlijn en een horizontale lijn voor de ogen. Druk heel licht. Deze lijnen zijn bouwtekening en moeten later weg.
Stap 2: de hulplijnen
Verdeel het onderste deel van het gezicht met twee lijnen voor de neusbasis en de mond. Zet daarna kleine streepjes voor de ooghoeken en de mondhoeken. Kijk goed of de lijnen bij jouw model niet wat schuin staan. Een gezicht dat iets draait, heeft gebogen hulplijnen.
Stap 3: ogen, neus en mond als vlakken
Zet nog geen details neer. Teken de ogen als twee eenvoudige vormen, de neus als een blokje met een schaduwkant en de mond als een lijn met een onder- en bovenlip. Controleer de afstanden. Klopt het? Dan pas verder.
Stap 4: de contour en het haar
Werk nu de kaaklijn, de kin en de oren uit. Haar teken je als een vorm met richting, niet als losse haartjes. Kijk waar het valt, waar het licht pakt en waar het donker is. Een paar lijnen in de groeirichting zijn genoeg.
Stap 5: schaduw en vorm
Kijk met half dichtgeknepen ogen naar je model. Alles wat donker blijft, is schaduw. Leg die eerst als een egale, lichte laag neer. Werk vervolgens van licht naar donker, met telkens iets meer druk. Smeer zachte overgangen uit met een vingertop of een papieren wisser.

Stap 6: details en lichtpunten
Pas nu komen wimpers, pupillen, lippenlijn en nasolabiale plooien. Houd ze zacht. Een oog met een harde zwarte rand ziet er snel poppig uit. Neem met een kneedgum lichte plekken terug, bijvoorbeeld de glans in het oog of op de onderlip. Dat geeft het portret leven.
Welk materiaal kies je voor portret tekenen
Het materiaal bepaalt de uitstraling van je portret. Er is geen beste keuze, wel een beste keuze voor jou.

Potlood
Potlood is de makkelijkste start. Een set met HB, 2B en 4B is genoeg. De letters staan voor hardheid (H) en zwartheid (B); hoe meer B’s, hoe zachter en donkerder. Er is geen vaste norm tussen merken, zoals de uitleg over potloodgraderingen laat zien, dus een 2B van het ene merk kan er anders uitzien dan van het andere. Meer lezen over deze basis kan in onze uitleg over tekenen met potlood.
Houtskool
Houtskool geeft diep zwart en brede vlakken. Het past bij portret tekenen met karakter, vooral als je gezichten met een dramatisch licht wilt. Vinehoutskool is zacht en makkelijk weg te vegen, geperste houtskool is donkerder en blijft beter zitten. Houd je tekening na afloop met fixatief op zijn plek, omdat het stof anders makkelijk smeert. Voor beginners lees je er meer over in houtskool tekenen.
Pastelkrijt
Met pastelkrijt teken je portretten met warme huidskleuren. Het vraagt wat meer ervaring, omdat je kleuren over elkaar legt en niet kunt gummen. Op getint papier werkt het mooi: de papierkleur doet het werk van de middentoon. Alles over deze techniek staat bij pastelkrijt.
Papier
Kies papier met een lichte structuur, ongeveer 120 tot 200 gram per vierkante meter. Te glad papier pakt weinig potlood, te grof papier maakt kleine details lastig. Een tekenblok met stevig papier is voor beginners de beste keuze.
Tekenen naar een foto of naar een echt model
Een foto is rustig: hij beweegt niet, krijgt geen stijve nek en laat zich eindeloos bekijken. Daarom starten de meeste beginners met een foto. Kies er een met duidelijk licht en een open blik, en print hem uit op ongeveer het formaat van je tekening. Dat maakt meten veel makkelijker, omdat je een afstand op de foto één op één kunt overnemen.
Een levend model geeft meer informatie, maar vraagt meer concentratie. Je ziet de ruimte rond het hoofd, de kleur van de huid en hoe het licht verandert. Werk dan in korte rondes van tien tot twintig minuten, en vraag het model om tussendoor te bewegen. Een zelfportret met een spiegel is de makkelijkste vorm: het model is altijd beschikbaar en je wordt vanzelf kritisch.
Draai bij twijfel je tekening en je foto allebei ondersteboven. Dan herken je het gezicht niet meer en kijk je naar lijnen en vormen in plaats van naar een gezicht. Fouten in afstanden vallen dan direct op. Het is een oude truc, maar hij werkt omdat je hersenen je niet meer kunnen vertellen hoe een neus eruit hoort te zien.
Huid, haar en uitdrukking
Als de verhoudingen kloppen, geeft de uitdrukking het portret zijn karakter. Die zit vooral in kleine dingen: de stand van de wenkbrauwen, de hoek van de mondhoeken en de lichte plooien rond de ogen. Zet ze zacht neer en met weinig lijnen. Een rimpel die te sterk is, maakt iemand meteen jaren ouder.
Huid teken je met zachte overgangen. Werk met de zijkant van je potlood in plaats van de punt en vermijd harde randen waar schaduw in licht overgaat. Alleen bij oogleden, neusgaten en de scheiding van de lippen mag het donker en scherp zijn.
Haar teken je in groepen. Zoek de grote lokken, geef die een eigen toon en laat het licht zien op de bovenkant. Losse haartjes komen als allerlaatste, en dan hooguit een handvol aan de rand. Wie elk haar tekent, krijgt een pruik. Bij oudere modellen helpt het om het wit van het papier voor grijs haar te laten staan en eromheen te schaduwen.
Veelgemaakte fouten bij portret tekenen
De meeste mislukte portretten mislukken op dezelfde manier. Herken je er een, dan is dat eigenlijk goed nieuws: het is meestal met één gerichte oefening op te lossen.
- De ogen te hoog. Zet ze op de halve hoogte van het hoofd.
- Elke zijde gelijk. Echte gezichten zijn nooit helemaal symmetrisch. Houd daar rekening mee en teken wat je ziet.
- Te veel contour. Een harde lijn rond het gezicht maakt het plat. Gebruik schaduw in plaats van een omtrek, behalve bij de ogen en lippen.
- Te vroeg detail. Elk wimperhaartje dat je vroeg tekent, moet je volgen met de rest.
- Alleen donker, geen licht. Met een kneedgum maak je lichte plekken terug. Plan ze, zodat je ze niet kwijtraakt.
- Te weinig afstand nemen. Leg je tekening elke tien minuten op afstand neer. Je ziet vergissingen sneller.
Oefeningen om beter te worden
Portret tekenen leer je door veel kleine oefeningen, niet door één perfect portret.
- Contour zonder kijken. Teken een gezicht in één doorlopende lijn en kijk daarbij alleen naar je model. De tekening ziet er gek uit, maar je leert nauwkeurig waarnemen.
- Snelle schetsen van vijf minuten. Teken familie of mensen in de tram. Je leert bijzaken weglaten.
- Een oog per dag. Teken één oog uit vier kanten: recht, schuin, van opzij, vanaf boven.
- Een meester kopiëren. Het Rijksmuseum bewaart in de online tekeningencatalogus 64 tekeningen van Rembrandt, waaronder portretten en figuurstudies. Neem er een, teken hem na en kijk hoe weinig lijnen genoeg zijn.
- Zelfportret. Een spiegel, licht van de zijkant en een half uur is alle voorbereiding die je nodig hebt.
Portret tekenen voor beginners: veelgestelde vragen
Hoe begin ik met portret tekenen als beginner?
Begin met een ovaal en lichte hulplijnen, en zet daarna ogen, neus en mond als simpele vlakken neer. Pas als de verhoudingen kloppen werk je details uit. Gebruik een foto met zacht zijlicht, een HB- en een 2B-potlood en een gum. Zo houd je portret tekenen overzichtelijk.
Welke verhoudingen gelden bij het tekenen van een gezicht?
De ogen zitten ongeveer op de helft van het hoofd, tussen de ogen past ongeveer één oog en de onderkant van de neus zit halverwege tussen ogen en kin. Het zijn richtwaarden. Gezichten verschillen, dus meet altijd na met je potlood en vertrouw op wat je ziet.
Hoe teken ik een portret makkelijk?
Met drie stappen: een ovaal met hulplijnen, de hoofdvormen van ogen, neus en mond, en daarna schaduw in lagen. Kies een eenvoudig model, bijvoorbeeld een foto van opzij belicht. Hoe minder details je in het begin tekent, hoe makkelijker portret tekenen wordt.
Welk potlood gebruik ik voor een portret?
Een set van HB, 2B en 4B volstaat. Gebruik HB voor de hulplijnen, 2B voor de middentonen en 4B voor de donkerste plekken. De gradaties verschillen per merk, dus oefen eerst een schaal van licht naar donker op een los blaadje.
Kan ik een portret tekenen met houtskool?
Ja, en het is een mooie manier om vlakken en schaduw te leren. Houtskool is zacht, veegt makkelijk uit en vergeeft fouten. Je hebt wel fixatief nodig om het resultaat te bewaren. Kies papier met wat structuur en teken liever groot dan klein.
Kun je een portret tekenen met pastelkrijt?
Dat kan. Pastelkrijt geeft warme huidtinten, maar je kunt niet gummen. Begin daarom met een lichte schets en bouw de kleur geleidelijk op. Getint papier geeft de huid een middentoon waar je op verder bouwt.
Is er een boek of cursus voor portret tekenen?
Er zijn veel goede boeken. Klassiekers zoals die van Andrew Loomis zijn nog steeds te vinden en worden veel gebruikt. Wil je het zonder cursus proberen, dan komt je met de oefeningen in deze gids al een heel eind. Een cursus is vooral handig als je feedback wilt op je eigen werk.
Hoe lang duurt het om een portret te leren tekenen?
Na een paar weken regelmatig oefenen herken je de verhoudingen en worden je gezichten overtuigender. Een goed portret in een uur is voor een beginner realistisch, en een uur per week is genoeg om te groeien. Het gaat om herhaling, niet om talent.
Verder lezen
Portret tekenen leer je door te kijken, te meten en vaak te herhalen. Wil je breder beginnen of juist een volgende techniek proberen? Deze pagina’s helpen je verder:
- Leren tekenen: de gids met alles voor de eerste weken.
- Houtskool tekenen: zacht, zwart en vergevingsgezind.
- Pastelkrijt: portretten in kleur.
- Realistisch tekenen: kijken en meten tot het klopt.
- Perspectief tekenen: voor hoofden die draaien en ruimtes eromheen.
- Dieren tekenen en manga tekenen: dezelfde bouwmethode, andere gezichten.
