Tekenen paard begint met twee grote ovalen: één voor de borstkas en één voor het kruis, met daartussen de romp. Daaraan zet je een lange schuine nek, een langwerpige kop en vier poten die bestaan uit rechte stukken met een duidelijke knik. Als je die opbouw volgt, krijg je een paard met de juiste verhoudingen. De manen, de staart en de details komen pas daarna.
Een paard tekenen is lastiger dan een hond of konijn tekenen, omdat de poten lang zijn en de verhoudingen precies moeten kloppen. Een paar kleine fouten en het dier lijkt op een hert of een ezel. Toch is het goed te leren als je het stap voor stap aanpakt. Heb je nog nooit een dier getekend? Begin dan met de gids leren tekenen en oefen eerst op een hond tekenen.
Kort samengevat
- Bouw het paard op uit twee ovalen (borstkas en kruis), een schuine nek en een langwerpige kop.
- De poten bestaan uit rechte stukken met een knik: de voorknie en de hak.
- Het lichaam past ongeveer in een vierkant, met de poten als helft van de hoogte.
- Teken manen en staart pas als de contour klopt.
- Gebruik een foto van opzij als voorbeeld.
Wat moet je weten voordat je begint met tekenen paard?
Een paar feiten helpen bij een geloofwaardig paard. Volgens Wikipedia meet je de hoogte van een paard bij de schoft, het hoogste punt waar de nek in de rug overgaat. Dat punt blijft stabiel, terwijl kop en nek bewegen. De lengte wordt in handen gemeten, waarbij één hand vier inch is, zo’n 10 centimeter. Rijpaarden zijn ongeveer 14 tot 16 handen hoog, trekpaarden minstens 16 en pony’s traditioneel lager dan 14,2.
De bouw is ook handig om te weten. De ruggengraat ligt horizontaal, als een brug tussen vier poten. De borstkas is lang en diep maar smal van links naar rechts. Een paard heeft geen sleutelbeen, het schouderblad ligt tegen de borstkas, wat een lange pas mogelijk maakt. De voorpoten dragen ongeveer 60 procent van het gewicht. Wat wij een knie noemen aan de voorpoot, is eigenlijk de pols, en de hak aan de achterpoot komt overeen met onze enkel. Onder de knieën en hakken zijn de poten vrij van spieren: alleen bot, pezen en huid. Dat verklaart waarom ze zo dun en recht ogen.
De kop is lang: de gezichtsbotten zijn ongeveer twee keer zo lang als de hersenpan. De ogen zitten aan de zijkant van de kop, en het paard loopt op de punt van één teen, de hoef.
Stap 1: de basisvormen bij tekenen paard
Teken licht met een HB-potlood. Begin met een grote ovaal voor de borstkas en een iets kleinere ovaal voor het kruis (het achterlijf), met een lichte ruimte tussen. Verbind ze met twee lijnen voor de rug en de buik. De rug loopt vrij recht, de buik is aan de borstkant dieper dan bij het achterlijf.

Teken vanuit de borstkas een schuine nek omhoog, als twee lijnen die iets naar voren lopen. De nek is lang, bijna net zo lang als de romp. Zet aan het uiteinde een langwerpige ovaal schuin naar beneden voor de kop. Je hebt nu de basis: twee ovalen, een nek en een kop.
Controleer de verhoudingen. Het lichaam past ongeveer in een vierkant, zonder de nek en de kop. De hoogte van de schoft tot de grond is ongeveer even groot als de lengte van de romp. Dit is een algemene richtwaarde die per ras verschilt, dus kijk naar je voorbeeld.
Stap 2: de voorpoten van je paard tekenen
Een paardenpoot lijkt ingewikkeld, maar is eigenlijk een reeks rechte stukken. Teken vanuit de borstkas een recht stuk naar beneden, dat is de bovenarm tot de knie. Vanaf de knie loopt een smaller, recht stuk naar beneden tot de koot, het kleine gewricht boven de hoef. Daaronder zit de hoef, een kleine trapeziumvorm.
Houd de voorpoten recht onder het lichaam of iets naar voren. Wikipedia legt uit dat de voorarmbeenderen vergroeid zijn, waardoor de poot alleen voor- en achteruit beweegt. Dat zie je terug in je tekening: de voorpoten buigen niet zijwaarts. Teken de knie als een kleine knobbel halverwege. Maak de poot onder de knie dun en recht, want er zit daar weinig spier.
Stap 3: de achterpoten bij een paard tekenen
De achterpoot is de lastigste. Teken eerst een grote, schuine ovaal voor de dij, vanaf het kruis. Daaronder volgt de onderbeen, dat schuin naar achteren loopt tot de hak. De hak is de belangrijkste knik: de poot gaat daar naar achteren en daarna weer naar voren naar de hoef. Onder de hak loopt de poot recht naar beneden, vrij dun, tot de koot en de hoef.
Zet de achterpoten iets onder het lichaam. Een paard dat rustig staat, zet vaak één achterpoot iets verder naar achteren. Als je dat tekent, krijg je een natuurlijke houding. Kijk goed naar je foto: de knik bij de hak is bij elk paard anders, maar zit altijd ongeveer op de helft van de hoogte van de poot.
Stap 4: de kop van een paard tekenen
Een paardenkop is lang en smal. Teken een langwerpige vorm, breder bij het voorhoofd en smaller bij de neus. De ogen zitten halverwege, aan de zijkant, groot en donker. De neusgaten zijn twee kleine bogen aan het uiteinde. Bovenop zitten twee puntige oren, die vooruit of opzij wijzen. Teken de mond als een korte lijn met een kleine knik naar beneden.

Een veelgemaakte fout is een te korte kop. Probeer de kop ongeveer net zo lang als de halve nek te maken. Volgens Wikipedia zijn de gezichtsbotten ongeveer twee keer zo lang als de hersenpan, dus de kop is echt lang. Vergelijk steeds met je voorbeeld.
Tip: meet met je potlood op armlengte hoe vaak de kop in de romp past, en leg die verhouding op je tekening. Zo vang je fouten op voor je gaat arceren.
Stap 5: contour, manen en staart
Trek de definitieve omtrek, met vloeiende lijnen voor rug, buik en nek. Laat de lijn van de nek zacht doorlopen in de rug. Gum de hulpvormen weg. De manen tekenen je als een reeks golvende streepjes langs de bovenkant van de nek, van de oren tot de schoft. Een pluk valt ook langs het voorhoofd, de voorlok.
De staart begint hoog aan het kruis en hangt in een zachte boog naar beneden. Teken hem als een bundel lange, golvende lijnen die onderaan uitwaaieren. Varieer de lengte van de haren, zodat het natuurlijk lijkt. Bij een galopperend paard waait de staart naar achteren en de manen mee.
Stap 6: schaduw en vacht bij tekenen paard
Een paard heeft een gladde vacht, dus gebruik zachte, vloeiende schaduw in plaats van streepjes. Bepaal waar het licht vandaan komt. Maak de onderkant van de buik, de binnenkant van de poten en onder de nek donkerder. De bovenkant van de rug en het kruis blijven licht en glanzen. Een 2B voor de middentonen en een 4B voor de donkere plekken zijn genoeg.

Teken de ogen en de neusgaten het donkerst, en laat een kleine witte reflectie in het oog. Zet een korte schaduw onder de hoeven zodat het paard stevig op de grond staat. Voor een achtergrond is een eenvoudige horizon met een hek of een paar grassprieten genoeg. Meer ideeën voor dieren vind je bij dieren tekenen.
Eerst schetsen: een paard in drie snelle tekeningen
Een paard is groot en heeft veel vormen, dus een paar snelle schetsen vooraf besparen je veel gum. Wikipedia beschrijft een schets als een snelle, vrije tekening om iets vast te leggen of een idee te ontwikkelen, meestal niet bedoeld als eindwerk. Gebruik dat bij het tekenen van een paard.
Maak drie schetsen van twee minuten. In de eerste teken je alleen de omtrek in één lijn: rug, nek, kop en buik. In de tweede teken je de twee ovalen en de nek als hulpvormen. In de derde teken je alleen de vier poten met hun knikken, zonder lichaam. Na die drie voelt de bouw vertrouwd aan, en teken je de echte tekening met meer vertrouwen. Zoek voor je foto liefst een paard dat rustig staat en van opzij is gefotografeerd, zodat alle vier de poten zichtbaar zijn.
Een goede oefening is om hetzelfde paard vijf keer te tekenen en elke keer één ding te verbeteren: eerst de nek, dan de kop, dan de poten, dan de manen en tot slot de schaduw. Leg de tekeningen naast elkaar en je ziet precies waar je het meest hebt geleerd. Tekenen is herhalen, en het paard is daarvoor een prachtig onderwerp.
De gangen van een paard: staand, stap, draf en galop
Een staand paard is de makkelijkste houding. Een lopend paard is al lastiger. Wikipedia noemt vier gangen: stap (vier tempo’s, circa 6,4 km/u), draf (twee tempo’s, ongeveer 13 tot 19 km/u), kantel of canter (drie tempo’s, 19 tot 24 km/u) en galop (rond 40 tot 48 km/u).
Voor je tekening betekent dat: bij stap staat altijd minstens één poot tegelijk op de grond en zijn de poten ver uit elkaar. Bij draf bewegen diagonale poten samen, dus een voorpoot en de achterpoot aan de andere kant gaan tegelijk omhoog. Bij galop is er een moment waarop alle vier de poten van de grond zijn. Gebruik voor bewegende paarden een foto, want de poten staan in een volgorde die je moeilijk uit je hoofd tekent. Maak er snelle schetsen van, twee minuten per houding, en let op de lijn van de rug en de hoek van de nek.
Een schattig paard of pony tekenen
Wil je een grappig paardje, bijvoorbeeld voor een kinderkamer? Maak de kop groter en rond, de ogen groot, de poten kort en dik en de romp bol. Gebruik zachte, ronde manen en een grote, pluizige staart. Dit is de stijl van tekenen schattig. Een pony met korte poten en een brede kop past hier goed bij: volgens Wikipedia hebben pony’s kortere poten, een bredere romp, dikkere nek en kortere kop.
Veelgemaakte fouten bij tekenen paard
- Te korte nek of kop. Beide zijn lang. Meet en vergelijk met je foto.
- Poten te dik. Onder de knie en de hak is de poot dun en recht.
- Geen knik bij de hak. De achterpoot heeft een duidelijke knik.
- Poten te kort. De poten zijn ongeveer de helft van de hoogte van het dier.
- Te veel details te vroeg. Eerst de ovalen, dan de poten, dan de kop en pas daarna manen.
- Het lichaam te klein. Een paard heeft een diepe, krachtige borstkas.
Veelgestelde vragen over tekenen paard
Hoe teken je een paard als beginner?
Begin met twee ovalen voor borstkas en kruis, een lange schuine nek en een langwerpige kop. Teken daarna de poten als rechte stukken met een knik bij de knie en de hak. Voeg de manen en staart pas toe als de contour klopt.
Hoe teken ik de poten van een paard?
Teken de voorpoten als rechte stukken met een kleine knobbel op de knie en een dun onderstuk met een hoef. De achterpoot krijgt een grote dij en een duidelijke knik bij de hak. Onder de knie en de hak zijn de poten dun en recht, want daar zit weinig spier.
Hoe lang is een paard in verhouding tot zijn hoogte?
Het lichaam past ongeveer in een vierkant, zonder de nek en kop. Dat is een richtwaarde die per ras verschilt. De hoogte wordt gemeten bij de schoft, het hoogste punt van de rug waar de nek begint.
Hoe teken ik de manen en de staart van een paard?
Teken de manen als golvende streepjes langs de nek, van de oren tot de schoft, met een pluk op het voorhoofd. De staart begint hoog aan het kruis en hangt in een zachte boog naar beneden, met haren van wisselende lengte.
Welk potlood is het beste voor een paard?
Een HB voor de eerste lichte vormen, een 2B voor de omtrek en een 4B voor de donkere plekken, zoals de ogen en de schaduw onder de buik. De gladde vacht vraagt om zachte schaduw, dus gebruik de zachte potloden voorzichtig.
Hoe teken ik een galopperend paard?
Gebruik een foto. De poten staan in een volgorde die je moeilijk kunt bedenken. Teken eerst de grote lijn van de rug en de nek, daarna de poten. Laat de manen en staart naar achteren waaien. Maak er eerst een paar snelle schetsen van.
Hoe teken ik een pony?
Een pony heeft kortere poten, een bredere romp, een dikkere nek en een kortere kop dan een paard. Teken de vormen dus korter en gedrongener. Een grote pluizige staart en manen maken hem af.
Hoe lang duurt het om een paard te tekenen?
Een eenvoudig paard kost een beginner een uur of langer. Een snelle schets is in vijf minuten klaar. Dit zijn richtwaarden. Besteed de meeste tijd aan de basisvormen en poten.
Verder lezen over tekenen
Je hebt nu een stappenplan voor een paard. Lees verder:
- Leren tekenen voor de basis.
- Tekenen hond voor een ander dier.
- Tekenen schattig voor een speelse stijl.
- Schetsen om dagelijks te oefenen.
- Kleurboek volwassenen om te kleuren.
