Weven is het kruisen van twee reeksen draden tot een stuk stof: de lange draden staan strak gespannen, de dwarsdraad gaat er om en om overheen en onderdoor. Voor weven voor beginners heb je maar een weefraam, een bol garen en een stevige naald of schietspoel nodig. Een eerste kleedje of wandkleed lukt in een middag.
Wie net begint met weven, heeft vooral baat bij een rustige volgorde. Eerst leer je de woorden die erbij horen, dan zet je het raam op en daarna weef je rij voor rij. Houd je van knopen in plaats van kruisen? Dan sluit macramé beter aan. Vergelijk je liever eerst de grotere apparaten? Lees dan ons overzicht van het weefgetouw.
Kort samengevat
- Weven is het vervlechten van lengtedraden (ketting) en dwarsdraden (inslag) tot textiel.
- Voor weven voor beginners is een eenvoudig weefraam of een stuk karton genoeg.
- Gebruik voor de ketting een stevig, glad katoengaren en voor de inslag wol of katoen in je favoriete kleuren.
- Weef los: leg de inslag in een lichte boog voor je hem aanduwt, anders trekt je werkstuk in.
- Begin met de linnenbinding (om en om). Pas daarna probeer je keper of patronen.
- Een eigen weefraam maken kan van hout of karton, en een weefraam kopen kost bij een hobbywinkel weinig.
Wat is weven precies?
Weven is een van de oudste manieren om stof te maken. De Nederlandse Wikipedia omschrijft het als het vervlechten van horizontale en verticale groepen draden tot textiel, en noemt het ook een techniek die al ongeveer 27.000 jaar oud zou zijn. Dat de basis in al die tijd hetzelfde bleef, is goed nieuws voor jou: je leert iets wat al eeuwen werkt, en je hoeft het niet eerst ingewikkeld te maken.
Je hebt in elk geval twee soorten draden. De ketting (ook wel schering) loopt in de lengte en staat strak gespannen op een raam of getouw. De inslag gaat dwars door de ketting en vormt het zichtbare deel van je stof. Volgens de Nederlandse Wikipedia over weven werd de inslag tot ver in de twintigste eeuw met een schietspoel door de opening tussen de kettingdraden geschoten. Bij handwerk gebruik je nog steeds zo’n spoel, een weefnaald of gewoon je vingers.
De opening tussen de omhoog en omlaag gebrachte kettingdraden heet de sprong (in het Engels: het shed). Op een groot getouw maak je die sprong met schachten en trappers. Op een weefraam maak je hem zelf, door de inslag om en om over en onder de kettingdraden te halen. Daarom is een weefraam het beste begin: je ziet wat er gebeurt en je betaalt weinig.
Welke benodigdheden heb je nodig voor weven?
Voor weven voor beginners heb je niet veel nodig. Dit is de lijst:
- Een weefraam. Een raam met pinnen of inkepingen aan boven- en onderkant. Het kan van hout zijn, maar ook van karton.
- Kettinggaren. Stevig, glad en weinig rekbaar, bijvoorbeeld een dun katoengaren of een katoenen touw. Wol rekt te veel voor de ketting.
- Inslaggaren. Wol, katoen, linnen of restjes. Weven met wol is voor beginners het prettigst, omdat wol zacht tegen elkaar aanschuift en vergevingsgezind is.
- Een weefnaald of schietspoel. Een brede, stompe naald werkt voor kleine werkstukken, een spoel is sneller op een breder raam.
- Een kam of vork. Daarmee duw je de rijen dicht. Een stevige tafelvork is een prima begin.
- Een schaar en een meetlint.
Een weefraam kopen is niet duur. Bij hobbywinkels en online zie je kleine weeframen voor beginners, en ook raamgetouwen met grotere maten. Wie weinig wil uitgeven, kan beginnen met een weefraam maken van karton. Dat is precies de reden dat zoveel mensen zoeken naar weven op karton: het kost bijna niets en je ziet meteen of je het leuk vindt.
Tip: koop het eerste garen in één kleur voor de ketting en drie tot vier kleuren voor de inslag. Dan heb je genoeg variatie voor een mooi stuk, en niet zoveel keuze dat je blijft twijfelen.
Welke soorten weefraam en getouw zijn er?
Een weefraam is de eenvoudigste vorm van een getouw. Op de Nederlandse Wikipedia over het weefgetouw staat dat het weefraam een van de vroegste en eenvoudigste weefinstrumenten is: een raam van stokken of planken waarop de kettingdraden gespannen zijn. Wie meer wil, groeit door naar een tafelgetouw, een vloergetouw of een getouw met schachten. De Engelstalige pagina over weefgetouwen zegt dat elk getouw in de kern hetzelfde doet: de kettingdraden onder spanning houden zodat je de inslag er doorheen kunt weven.
Dat geeft je een eerlijke vergelijking:
- Weefraam of karton. Klein, goedkoop en makkelijk. Je beweegt de inslag met de hand. Ideaal voor weven voor beginners en voor een wandkleed.
- Weefraam met reeks (rigid heddle). Een raam met een vaste kam waarmee je de sprong in één beweging maakt. Sneller en geschikt voor sjaals.
- Tafelgetouw. Een getouw met meerdere schachten dat op een tafel past. Meer patronen mogelijk.
- Vloergetouw. Groot, met trappers. Voor wie serieus gaat weven.
Meer over de grotere getouwen, waar je op moet letten en wat je beter kunt overslaan, lees je in onze pagina over het weefgetouw. Voor een eerste stuk is een weefraam ruim voldoende.
Weven in 6 stappen: je eerste stuk
Stap 1 van 6
Stap 1: kies je weefraam en garen
Pak een weefraam van ongeveer 20 bij 30 centimeter. Dat is groot genoeg voor een onderzetter of een klein wandkleed en klein genoeg om af te maken. Kies een glad katoengaren van 2 tot 3 millimeter dik voor de ketting en een stuk wol voor de inslag. Is je weefraam ruwer of heeft het inkepingen? Dan loopt de ketting vanzelf in de goede afstand.
Wil je weven op karton proberen? Knip een stuk stevig karton van ongeveer 15 bij 20 centimeter en maak boven- en onderaan om de halve centimeter een inkeping van een centimeter diep. De afstand tussen de inkepingen bepaalt hoe dicht je stof wordt.
:::
Stap 2 van 6
Stap 2: zet de ketting op
Knoop het uiteinde van je kettinggaren vast aan de eerste pin of in de eerste inkeping. Leid het garen strak naar beneden, om de eerste onderpin en weer omhoog naar de volgende bovenpin. Zo ga je heen en weer tot het raam vol zit. Houd de spanning gelijk: niet zo strak dat het raam buigt, wel strak genoeg dat de draden niet doorhangen. Knoop het eind vast.

Controleer de ketting door met je hand over de draden te strijken. Ze horen gelijkmatig strak te voelen. Is een draad losser, trek hem dan voorzichtig aan of maak de knoop opnieuw.
:::
Stap 3 van 6
Stap 3: weef de eerste rijen
Nu begint het weven zelf. Neem een lange draad inslag en schuif een stok of een stuk karton om en om onder en over de kettingdraden. Dat is je eerste sprong. Haal er je inslag doorheen, en laat aan de zijkant een staartje van zo’n tien centimeter hangen dat je later wegwerkt.

Duw de eerste paar rijen met je kam of vork omlaag, tot ze tegen elkaar liggen en een kleine rand vormen. Dat is een stevige onderkant voor de rest van je werkstuk. Wissel dan van richting: ging je eerste rij over de eerste kettingdraad en onder de tweede, begin dan de tweede rij onder de eerste en over de tweede. Dit om-en-om kruisen is de linnenbinding, de eenvoudigste binding. Volgens de Nederlandse Wikipedia wisselt de inslag daarbij steeds af en herhaalt het patroon zich na twee kettingdraden en twee inslagdraden.
:::
Stap 4 van 6
Stap 4: weef in een boogje en duw aan
Hier maken beginners de meeste fouten. Trek je de inslag recht en strak door, dan trekt je werkstuk aan de zijkanten naar binnen. Leg de draad daarom in een lichte boog, bijna een golf, en duw hem dan pas omlaag. Zo is er genoeg lengte om over de kettingdraden te lopen.

Werk met je hand of een naald van links naar rechts en weer terug. Controleer na elke vijf rijen of de zijkanten recht blijven. Zie je het weefsel inkrimpen, maak dan de volgende rijen iets losser.
:::
Stap 5 van 6
Stap 5: wissel van kleur en probeer een patroon
Een nieuwe kleur begint op dezelfde manier als de eerste. Laat het oude garen aan de zijkant hangen met een staartje van tien centimeter en begin met het nieuwe garen op dezelfde plek. Zo kun je banen, strepen en vlakken maken. Wil je meer? Probeer weven patronen zoals strepen in drie breedtes, een ruit of een zigzag door groepjes kettingdraden over te slaan.
Voor je met ingewikkelde patronen begint, houd je het simpel. Twee kleuren, regelmatige strepen en een rand in een derde kleur geven al een professioneel resultaat. Een voorbeeld: vijf rijen oker, drie rijen grijs, vijf rijen oker, en zo door. Kijk na elke streep of de zijkanten recht zijn.
:::
Stap 6 van 6
Stap 6: werk af en haal het van het raam
Is je werkstuk lang genoeg, weef dan nog drie rijen in de kleur van de eerste rijen als afsluiting. Werk alle losse staartjes weg door ze met de naald een paar centimeter terug te weven op de achterkant. Knip de ketting van het raam, knoop de draden twee aan twee vast en laat de franje zo, of knip hem recht.

Hang je werk aan een stok of laat het op tafel liggen als placemat. Een vochtige doek en een lichte hand met strijkijzer maken het weefsel vlak, maar alleen als het garen dat toelaat. Lees de etiketten van je garen.
:::
Bindingen, patronen en materiaal bij weven
Welke bindingen en patronen kun je weven?
De basis van elk weefsel is de binding: de manier waarop inslag en ketting elkaar kruisen. Er zijn er drie die je moet kennen. De linnenbinding (plat) is de eenvoudigste. De keper geeft diagonale ribben omdat de inslag steeds over meerdere kettingdraden gaat, zoals de Nederlandse Wikipedia uitlegt. Satijn is de gladde derde, die je op een weefraam zelden gebruikt.

Wie weven patronen zoekt, begint vaak met een van deze ideeën:
- Strepen. Wissel kleuren af in banen van verschillende breedte.
- Ruiten. Weef een vorm door op sommige plekken de inslag om meerdere kettingdraden te laten gaan.
- Zigzag. Begin in het midden en schuif de rand van rij tot rij een draad op.
- Vlakken. Weef twee kleurvlakken naast elkaar en laat ze in het midden in elkaar haken.
- Franje en lussen. Laat de inslag op sommige plekken hoog en los hangen voor structuur.
Deze patronen werken op een weefraam, op karton en op een tafelgetouw. Je hoeft er geen speciaal getouw voor te kopen. Een moderne keuze is een wandkleed met vlakken in aardetinten. Kleine onregelmatigheden horen bij handwerk en maken het juist mooier.
Weven met wol of katoen: welk materiaal past?
Weven met wol is voor beginners het makkelijkst. Het garen is zacht, dekt de ketting goed af en vergeeft kleine fouten, omdat wol bij het aanduwen een beetje meegeeft. Het nadeel: wol rekt, dus gebruik het nooit als ketting. Katoen is stugger en geeft een strakker, vlakker resultaat, geschikt voor onderzetters en keukenhanddoeken. Linnen is stug en glanst, maar vraagt wat meer oefening.
De dikte van het garen bepaalt de stoflook. Dikke wol maakt een wandkleed in een uur, dun katoen een sjaal in enkele dagen. Zoek je een goedkope start? Gebruik restjes breigaren. Het enige wat telt is dat de ketting glad, stevig en strak is.
Heb je een eigen weefraam gemaakt? Dan gebruik je er tijdens het opzetten een gewoon touw voor als ketting. Bij elk weefraam geldt: de ketting bepaalt de spanning, de inslag bepaalt de uitstraling.
Weefraam kopen of een weefraam maken?
Het antwoord hangt af van je tijd en je wensen. Een weefraam kopen is handig als je meteen wilt beginnen en de pinnen netjes verdeeld wilt hebben. Een weefraam maken kan van hout, van een oude schilderijlijst of van karton. Een paar tips:
- Ontwerp met spijkers of inkepingen. Zet om de halve tot hele centimeter een spijker, of snij inkepingen in karton of schuimplaat.
- Maak het stevig. Een raam dat buigt, laat de ketting verslappen.
- Kies de maat naar je plan. Voor een onderzetter 15 bij 15 centimeter, voor een wandkleed 30 bij 40 centimeter of groter.
- Gebruik een schilderijlijst. Met een paar spijkertjes erin heb je binnen een kwartier een weefraam dat je kunt bewaren.
Wil je liever een groter apparaat dat steeds de sprong voor je maakt? Dan hoort een weefgetouw erbij. Op onze pagina over het weefgetouw lees je welke typen er zijn en voor wie ze geschikt zijn. Voor kinderen en volwassenen die net beginnen is een weefraam de beste eerste stap.
Weven zien in het TextielMuseum
Wil je weven niet alleen proberen, maar ook zien? In Nederland is het TextielMuseum in Tilburg de plek om te beginnen. Visit Brabant schrijft dat je er ontwerpers en kunstenaars aan het werk ziet in het TextielLab, en dat er masterclasses en workshops zijn. Omroep Brabant meldt dat het museum met een meester-gezelprogramma een nieuwe generatie wevers opleidt, een vak dat bijna is verdwenen, en dat leerlingen oude getouwen restaureren.
Wat jij op een weefraam doet, is in de kern hetzelfde als wat een grote machine doet. Alleen de snelheid verschilt. De Engelstalige Wikipedia noemt als voorbeeld dat conventionele spoelgetouwen zo’n 150 tot 160 inslagen per minuut halen, terwijl moderne industriële getouwen rond 2.000 inslagen per minuut komen. Op je weefraam ben je blij met één rij per halve minuut.
Veelgemaakte fouten bij weven
Bijna iedere beginner loopt tegen dezelfde dingen aan. Herken je er een, dan is het goed op te lossen.
- De zijkanten trekken in. Je trekt de inslag te strak. Leg hem voortaan in een boogje voordat je hem aanduwt.
- De ketting zie je tussen de rijen door. Je duwt de rijen niet dicht genoeg aan, of je ketting staat te ver uit elkaar. Duw met een kam of vork en kies een dikker inslaggaren.
- De ketting hangt slap. Je hebt te weinig spanning. Maak de beginknoop strakker voordat je weeft.
- De onderkant is los. Weef eerst drie stevige rijen als afsluiting.
- Rare bobbels in de rand. Je gaat met de inslag niet netjes om de buitenste kettingdraad. Controleer elke rij kort of je de laatste draad hebt meegenomen.
- Het garen kronkelt. Je werkt met een te lange draad. Werk met stukken van ongeveer een armlengte en voeg bij met een staartje.
Geef jezelf een paar uur vrijheid. Het eerste stuk wordt niet perfect, maar het eerste stuk laat vooral zien waar je beter op kunt letten.
Veelgestelde vragen over weven
Hoe begin je met weven voor beginners?
Begin met een klein weefraam, een glad katoengaren voor de ketting en wol voor de inslag. Zet de ketting strak op, weef een paar rijen met een vork als aanduwer en leg de inslag steeds in een boogje. Zo heb je in een middag je eerste onderzetter of klein wandkleed. Weven voor beginners is vooral oefenen met spanning.
Wat is het verschil tussen een weefraam en een weefgetouw?
Een weefraam is een eenvoudig raam waarop je de kettingdraden spant en met de hand weeft. Een weefgetouw is een groter apparaat, vaak met kam en schachten, waarmee je sneller en breder weeft. Wikipedia beschrijft het weefraam als een van de vroegste weefinstrumenten. Voor je eerste stukken is een raam ruim voldoende.
Kan ik weven op karton?
Ja. Knip een stevig stuk karton en maak aan boven- en onderkant inkepingen om de halve centimeter. Span de ketting er overheen en weef zoals op een weefraam. Karton is een goedkope manier om te testen of weven iets voor je is, maar het buigt bij grote werkstukken.
Welk garen is het best voor de ketting?
Gebruik een stevig, glad en weinig rekbaar garen, zoals dun katoen of een katoenen touw. Wol is voor de inslag prettig, maar als ketting rekt het te veel. Een gladde ketting zorgt ervoor dat de inslag soepel langs de draden schuift en je werkstuk recht blijft.
Kun je weven met wol?
Ja, weven met wol is voor beginners het makkelijkst. Wol is zacht, dekt de ketting goed af en geeft een beetje mee. Gebruik wel een stevig katoengaren voor de ketting. Dikke wol is leuk voor een snel wandkleed, dunne wol geeft een fijnere stof.
Hoe maak je een weefraam zelf?
Neem een stevig raam, bijvoorbeeld een oude schilderijlijst of vier houten latten. Zet aan boven- en onderkant om de halve tot hele centimeter een spijker of maak inkepingen. Zorg dat het raam niet buigt als je de ketting spant. Een weefraam maken kost dan weinig en duurt een kwartier.
Hoe lang duurt het om iets te weven?
Een onderzetter van 15 bij 15 centimeter weef je in een uur of twee, een wandkleed van 30 bij 40 centimeter in een middag tot een avond. Het opzetten van de ketting duurt ongeveer een half uur. Dit zijn richtwaarden die afhangen van je garen en je tempo.
Welke weven patronen zijn makkelijk om mee te beginnen?
Strepen in verschillende breedtes, een eenvoudige ruit en een zigzag. Ze gebruiken allemaal de linnenbinding en vragen alleen dat je let op de plek waar je van kleur wisselt. Pas daarna kun je keper proberen, voor diagonale ribben.
Verder lezen over weven en textiel
Wil je verder met weven? Begin met het weefgetouw als je een groter apparaat zoekt, of bekijk de hele macramé, weven en textiel pijler. Zoek je een andere manier om met garen en touw te werken? Dan sluit macramé mooi aan, en macramé touw vertelt welk touw je daarvoor kiest. Voor zachte vormen zonder getouw lees je ook over vilten.
