Een vogelhuisje maken voor mezen doe je met een kastje van onbehandelde planken van minstens 1,5 cm dik, een bodem van ongeveer 12 bij 12 cm, een invliegopening van 28 mm voor pimpelmezen of 32 mm voor koolmezen en een dak dat over de voorkant uitsteekt. Na het vogelhuisje maken hang je het op twee tot drie meter hoogte, uit de volle zon, met de opening naar het oosten of noordoosten.
Wie een vogelhuisje wil maken, bedoelt meestal een nestkast. Dat is een gesloten kastje waarin vogels broeden. Een vogelhuisje in de zin van een voederplek heeft geen gesloten wanden, en daarover lees je verderop meer. In dit artikel bouwen we een nestkast voor mezen, laten we zien welke maten per soort horen en geven we tips voor plaatsing en onderhoud. Vogelhuisje maken past bij de projecten in onze gids over houtbewerking.
Kort samengevat
- Een nestkast voor koolmezen heeft een invliegopening van 32 mm, voor pimpelmezen 28 mm.
- Gebruik onbehandeld hout van minstens 1,5 cm dik. Dat houdt de temperatuur in de kast gelijkmatig.
- Hang de kast op 2 tot 3 meter, in de schaduw of halfschaduw en met de opening naar het noordoosten tot oosten.
- Koolmeeskasten hang je minimaal 10 meter uit elkaar. Een zitstokje onder het gat is niet nodig.
- Een voedertafel of vogelhuis zonder wanden is iets anders dan een nestkast.
Vogelhuisje of nestkast: wat is het verschil?
In het dagelijks taalgebruik gebruiken mensen vogelhuisje voor twee dingen. Volgens Wikipedia over het vogelhuis is een vogelhuis een plek waar vogels worden gevoerd. Het is meestal een houten plaat met een dak, maar zonder dichte wanden. Zonder dak heet het een voedertafel. Het hangt soms in een boom, maar staat meestal op een paar poten in de tuin.
Een nestkast is iets anders. Volgens Wikipedia over nestkasten is het een door mensen gemaakte nestplek voor vliegende dieren, meestal van hout, met een invliegopening die is afgestemd op de bewoner. Wie zoekt naar een vogelhuisje maken met afmetingen, een bouwtekening of een koolmees, zoekt dus een nestkast. In dit artikel bouwen we die. Een uitgebreidere uitleg over het bouwen van kasten voor andere soorten lees je bij nestkast maken.
Voederhuisje maken
Een voederhuisje maak je in een kwartier uit een plank en een paar latjes. Zaag een bodem, bevestig een dak op twee stijlen en zorg dat het droog blijft. Zet het op een plek waar katten er niet bij kunnen en maak het regelmatig schoon. Dat laatste is een algemene richtlijn.
Welke afmetingen heeft een vogelhuisje?
De belangrijkste maat is de invliegopening. Die bepaalt welke vogel in de kast past, zegt Wikipedia. De voorbeelden die de bron geeft:
| Vogel | Invliegopening |
|---|---|
| Pimpelmees | 28 mm |
| Koolmees | 32 mm |
| Bonte vliegenvanger | 32 mm |
| Huismus | 35 mm |
| Ringmus | 40 mm |
| Spreeuw | 45 mm |
| Grote bonte specht | 50 mm |
Een steenuil heeft een schuin geplaatste kast met een opening van 70 mm, en de zwarte roodstaart gebruikt een kast met een halvemaanvormige opening. Voor je eerste vogelhuisje maken kies je de koolmees of pimpelmees: veelvoorkomende vogels die snel een kast accepteren.
BNNVARA noemt dezelfde gatmaten: 3,2 cm voor de koolmees, 2,8 cm voor de pimpelmees, 3,5 cm voor de huismus en 4,5 cm voor de spreeuw. Voor de maten van de kast zelf (binnenmaat, hoogte) geven wij een richtwaarde: een bodem van ongeveer 12 bij 12 cm en een kast van ongeveer 25 tot 30 cm hoog is gebruikelijk voor een mezenkast. Controleer bij een bouwtekening van Vogelbescherming of een natuurorganisatie of dat met hun advies klopt.
Dikte van het hout bij een vogelhuisje maken
BNNVARA adviseert een houtdikte van minimaal 1,5 cm. Dat zorgt voor een gelijkmatige temperatuur binnen de kast: niet te warm in de zon, niet te koud in de winter. Dun triplex of een dun plankje is dus niet geschikt.
Materialen en gereedschap om een vogelhuisje te maken
Voor een vogelhuisje maken heb je weinig nodig. Een plank van 1,5 cm dik en ongeveer 15 cm breed en 1,5 meter lang is genoeg voor een kast. Het zijn richtwaarden, de totale lengte hangt af van hoe je de delen indeelt.
Materialen
- Onbehandelde planken van minstens 1,5 cm dik, bijvoorbeeld vuren, eiken of lariks. Meer over soorten lees je bij vurenhout. Vuren is goedkoop en makkelijk te bewerken, maar niet erg duurzaam. Met een goede constructie en een dak gaat een kast er jaren mee mee.
- Houtschroeven van roestvast staal of verzinkt, en eventueel waterbestendige houtlijm.
- Een stuk leer, rubber of een scharnier voor het deksel (voor schoonmaken).
- Een ophangstrip of ophangdraad, niet bevestigd met spijkers die de boom beschadigen.
Gereedschap
- Handzaag of decoupeerzaag, zie handzaag.
- Boormachine met gatenzaag of Forstnerboor van 28 of 32 mm, zie boormachine.
- Winkelhaak, potlood, meetlint en schuurpapier.
Werk veilig: draag een veiligheidsbril, klem het hout vast en gebruik een gatenzaag in een boormachine op laag toerental. Voor het vogelhuisje maken en voor de beslissing welk gereedschap past, helpt ons overzicht van houtbewerking gereedschap.
Vogelhuisje maken in zeven stappen
Dit is een eenvoudige bouwtekening in woorden voor het vogelhuisje maken. De maten zijn richtwaarden. Het uitgangspunt is een nestkast voor koolmezen en pimpelmezen.
Stap 1 van het vogelhuisje maken: zaag de delen
Zaag voor het vogelhuisje maken uit de planken zes delen: een bodem van 12 bij 12 cm, een achterwand van 12 bij 30 cm, een voorwand van 12 bij 26 cm, twee zijwanden die van achter naar voren schuin aflopen van 30 naar 26 cm, en een dak van ongeveer 18 bij 18 cm. De zijwanden zijn dus trapeziumvormig, zodat het dak een lichte helling krijgt. Reken de dikte van de planken mee, anders klopt de binnenmaat niet. Meet daarom twee keer voor je zaagt.
Stap 2: boor het invlieggat
Teken in de voorwand een cirkel op ongeveer 20 cm vanaf de onderkant, in het midden. Boor het gat met een gatenzaag van 28 mm voor pimpelmezen of 32 mm voor koolmezen. Klem het hout stevig vast en boor aan de achterkant door, zodat de voorkant niet uitsplintert. Schuur het gat en de rand glad.
Een zitstokje onder het gat is niet nodig. Wikipedia schrijft dat vogels het niet nodig hebben en dat professionele kasten het meestal weglaten.
Stap 3: zet de kast in elkaar
Schroef de zijwanden aan de bodem en de achterwand. Boor eerst voor, vooral in de buurt van de randen. Plaats de bodem een paar millimeter naar binnen, zodat het hout niet vlak op de rand rust. Boor in de bodem twee of drie kleine gaatjes van enkele millimeters voor afvoer van vocht. Dat is een algemene richtlijn.
Stap 4: bevestig de voorwand
Monteer de voorwand met het gat. Voor schoonmaken is het handig als de voorwand of het dak open kan. Maak de voorwand daarom niet vast met lijm, maar met twee schroeven aan de zijkant of laat het dak scharnieren.
Stap 5: maak het dak
Een plank van ongeveer 18 bij 18 cm als dak. Het moet aan de voorkant ruim over de wand steken, zodat regen niet naar binnen loopt. Schroef het vast op de achterwand en de zijwanden. Volgens Wikipedia hang je een nestkast uit de volle zon en met de opening naar het noorden, noordoosten of oosten, zodat er minder regen en wind in komt.
Stap 6: werk de buitenkant af
Bij het vogelhuisje maken blijft de binnenkant onbehandeld. De buitenkant mag met een waterbasis-beits of olie voor buitenhout worden behandeld, in een rustige kleur. Laat het goed drogen en luchten voor je het ophangt. Wat een goede afwerking is voor buitenhout lees je in onze gids over hout afwerken. Dit is een richtlijn.
Stap 7: hang het huisje op
BNNVARA noemt de volgende regels voor plaatsing: kies een rustige plek, uit de volle zon en buiten bereik van katten. Richt de opening naar het noordoosten of zuidoosten, zodat het minder inregent en niet te heet wordt. Voor koolmezen en pimpelmezen hang je de kast op 2 tot 3 meter. Wikipedia geeft hetzelfde bereik voor typische ophanghoogtes, met een minimum van ongeveer 1,5 meter.
Waar en wanneer hang je het vogelhuisje op?
Het moment om het vogelhuisje op te hangen is eerder dan je denkt. BNNVARA adviseert om een kast al in het najaar of de winter op te hangen: vogels gebruiken hem dan als slaapplaats en raken eraan gewend, waardoor de kans op een nest in het voorjaar groter wordt.
- Afstand: koolmeeskasten hang je minimaal 10 meter uit elkaar, een kool- en een pimpelmeeskast minimaal 3 meter, volgens BNNVARA.
- Vrije aanvliegroute: houd de ingang vrij van dikke takken of veel bladeren.
- Stevig bevestigd: met een band of draad, zodat de kast niet schommelt.
- Niet te veel: in een kleine tuin is één kast genoeg.
Onderhoud na het vogelhuisje maken
Maak de kast na het broedseizoen schoon. BNNVARA noemt dat je bestaande kasten met gekookt water schoonmaakt. Dat doe je het best in de herfst of winter, wanneer er geen vogels meer in zitten. Haal het oude nestmateriaal eruit, spoel de kast om en laat hem goed drogen. Gebruik geen schoonmaakmiddelen. Controleer daarbij het hout op scheuren en schimmel.
Vogelhuisje maken met kinderen
Een vogelhuisje maken is een mooi project met kinderen. Laat hen schuren en schilderen aan de buitenkant, en doe het zagen en boren zelf. Voor meer ideeën kun je kijken bij insectenhotel maken en een houten kistje maken.
Vogelhuisje maken van een klomp, theepot of plastic fles
Er zijn creatieve varianten van vogelhuisje maken, zoals een vogelhuisje van een klomp of een theepot. Houd rekening met drie dingen: de opening moet de juiste maat hebben, het geheel moet droog blijven en oververhitting moet worden voorkomen. Een plastic fles houdt warmte vast en is voor een nestkast niet aan te raden. Dat is een algemene richtlijn en geen onderzocht advies.
Veelgemaakte fouten bij het vogelhuisje maken
De meeste kasten blijven leeg door een paar vaste fouten. Vermijd ze, dan vergroot je de kans op een bewoner.
- Een te groot gat. Een te ruim gat laat grotere vogels of roofdieren toe. Houd je aan de maat voor de soort die je wilt.
- Te dun hout. Dunne wanden worden te warm of te koud. Houd minimaal 1,5 cm aan, zoals BNNVARA zegt.
- Volle zon. Wikipedia waarschuwt dat een kast kan oververhitten. Kies halfschaduw en het noordoosten tot oosten.
- Te laag of te bereikbaar. Hang de kast op 2 tot 3 meter, uit de buurt van katten.
- Chemisch behandeld hout aan de binnenkant. Laat de binnenkant kaal.
- Te weinig drainage. Een bodem zonder gaatjes houdt vocht vast. Dit is een algemene richtlijn.
- Nooit schoonmaken. Oud nestmateriaal brengt ongedierte mee. Maak de kast elk jaar schoon.
Een vogelhuisje maken is dus vooral een kwestie van de juiste maten en de juiste plek. Het timmerwerk zelf is eenvoudig.
Veelgestelde vragen over een vogelhuisje maken
Hoe groot moet het invlieggat van een vogelhuisje zijn?
Voor een koolmees 32 mm, voor een pimpelmees 28 mm, volgens Wikipedia. Een huismus heeft 35 mm nodig, een spreeuw 45 mm. De opening bepaalt welke vogel erin past.
Welke afmetingen heeft een vogelhuisje maken voor een koolmees nodig?
De invliegopening is 32 mm. Voor de kast zelf geldt als richtwaarde een bodem van ongeveer 12 bij 12 cm en een hoogte van 25 tot 30 cm. De houtdikte is minimaal 1,5 cm, volgens BNNVARA.
Welk hout gebruik je bij vogelhuisje maken?
Onbehandeld hout van minstens 1,5 cm dik, bijvoorbeeld vuren, eiken of lariks. Gebruik geen multiplex of dun hout. Behandel alleen de buitenkant, de binnenkant blijft onbehandeld.
Waar hang je een vogelhuisje op na het vogelhuisje maken?
Op 2 tot 3 meter hoogte, uit de volle zon, met de opening naar het noordoosten of oosten, en buiten bereik van katten. Hang koolmeeskasten minimaal 10 meter uit elkaar.
Wanneer hang je een vogelhuisje op?
BNNVARA adviseert het in het najaar of de winter te doen, zodat vogels de kast als slaapplaats gebruiken en er in het voorjaar in broeden.
Moet er een zitstokje onder het gat?
Nee. Volgens Wikipedia hebben vogels het niet nodig en laten professionele kasten het meestal weg.
Hoe maak ik een vogelhuisje schoon?
Na het broedseizoen, in de herfst of winter: oud nest eruit halen en met gekookt water schoonspoelen, zoals BNNVARA noemt. Laat het goed drogen en gebruik geen schoonmaakmiddelen.
Wat is het verschil tussen een vogelhuisje en een nestkast?
Bij vogelhuisje maken voor broedvogels bouw je een nestkast: een gesloten kastje waarin vogels broeden. Een vogelhuis is volgens Wikipedia een voederplek met een dak maar zonder dichte wanden. Voor een broedplek bouw je een nestkast.
Verder lezen
Wil je meer weten over kleine houtprojecten voor de tuin? Ga verder met deze pagina’s:
