• Gratis verzending
  • Voor 20:00 besteld, morgen in huis
  • 14 dagen bedenktijd

Tekenen cartoon: zo maak je je eigen cartoonfiguur stap voor stap

Een cartoon tekenen draait om overdrijving en eenvoud. Met een paar basisvormen, een sterke uitdrukking en een eigen detail maak je een herkenbaar figuur.

Max
3 november 2026 · 10 min lezen
Schetsblok met een getekende cartoonfiguur en fineliners op een bureau, met losse schetsen van gezichten ernaast

Een cartoon tekenen begint met overdrijving en eenvoud: je kiest een paar kenmerken van een figuur, zoals een grote neus of kleine ogen, en maakt die groter of kleiner dan in het echt. Je bouwt het figuur op uit basisvormen, geeft het een duidelijke uitdrukking en trekt het over met een vloeiende lijn. Meer is niet nodig om een herkenbare cartoon te maken.

Wie zoekt op tekenen cartoon, wil meestal een eigen figuur maken en niet een bestaand personage kopiëren. Dat is goed nieuws, want een eigen cartoon heeft geen vaste regels. In dit artikel lees je wat een cartoon eigenlijk is, hoe je een figuur opbouwt en hoe je zorgt dat je tekeningen lekker lopen. De algemene basis van tekenen vind je op leren tekenen.

Kort samengevat

  • Een cartoon is een vereenvoudigde, overdreven tekening van een figuur of situatie.
  • Bouw elk figuur op uit basisvormen: cirkels, ovalen, rechthoeken.
  • Kies één kenmerk dat je overdrijft, zoals de neus, de oren of de handen.
  • Een duidelijke uitdrukking en een sterk silhouet zijn belangrijker dan detail.
  • Oefen met één figuur in veel poses en stemmingen.

Wat is een cartoon?

Het woord cartoon heeft een opvallende oorsprong. Volgens het Wikipedia-artikel over cartoons komt het van het Italiaanse cartone en het Nederlandse karton, zware papiersoorten. In de beeldende kunst was een cartoon een tekening op ware grootte, een voorstudie voor een schilderij of een glas-in-loodraam. In 1843 gebruikte het tijdschrift Punch het woord voor satirische schetsen, en later ging het ook over politieke tekeningen, stripverhalen en tekenfilms.

Tegenwoordig kun je twee betekenissen onderscheiden: een grappige of satirische tekening, vaak met overdrijving, en een animatiefilm. In dit artikel gaat het over het eerste: een stijl van tekenen waarin je vormen vereenvoudigt en kenmerken overdrijft.

Wat heb je nodig om te tekenen als cartoon?

  • Potlood en gum. Voor de eerste schets.
  • Fineliners. Een zwarte van 0,3 en 0,8 mm voor dunne en dikke lijnen.
  • Tekenpapier. Een blok met glad papier.
  • Kleurpotloden of stiften. Heldere kleuren werken goed bij cartoons.
  • Een schetsboek. Om steeds weer nieuwe ideeën uit te proberen.

Tekenen cartoon in stappen

We maken een eenvoudig figuur: een vrolijk mannetje met een grote neus.

Stap 1: kies je basisvormen

Teken een grote cirkel of ovaal voor het hoofd en een kleinere vorm voor het lichaam. Winkelwagenoonfiguren hebben vaak een groot hoofd, een kort lijf en dunne of kleine ledematen. Je mag proporties flink vervormen.

Potloodschets van basisvormen voor een cartoonfiguur
Begin met een cirkel en een peervorm.

Stap 2: overdrijf één kenmerk

Kies een ding dat het figuur herkenbaar maakt: een grote neus, enorme oren, een brede kin of lange benen. Maak dat veel groter dan normaal. Overdrijf niet alles tegelijk, want dan is er niets meer om op te letten.

Stap 3: een duidelijke uitdrukking

Teken de ogen, wenkbrauwen en mond. Winkelwagenoonogen kunnen eenvoudig zijn: twee stippen, twee cirkels of twee ovalen. De wenkbrauwen en de mond bepalen de stemming. Een omhooggetrokken wenkbrauw en een scheve mond geven meteen karakter.

Stap 4: lichaam en pose

Geef het figuur een pose die bij zijn karakter past. Een stoer figuur staat breed, een verlegen figuur klein en een beetje gebogen. Gebruik een lijn van beweging, zoals bij elke dynamische tekening, en zorg dat het silhouet duidelijk is.

Stap 5: lijnen en details

Trek de lijnen over met fineliner. Gebruik dikkere lijnen aan de onderkant en aan de kant die van het licht af staat, en dunnere lijnen aan de andere kant. Voeg een paar details toe, zoals kleding, haar of een attribuut.

Stap 6: kleur

Winkelwagenoons werken goed met effen kleuren en weinig schaduw. Kies drie tot vijf kleuren en gebruik die steeds opnieuw. Zo blijft het figuur herkenbaar.

Gezichten en uitdrukkingen

Een cartoon leeft door zijn gezicht. Met een paar kleine wijzigingen verander je de hele stemming:

Zes cartoongezichten met verschillende uitdrukkingen
Kleine wijzigingen in ogen en mond veranderen de stemming.
  • Blij: ogen met een lichtpuntje, een brede glimlach, wenkbrauwen omhoog.
  • Boos: wenkbrauwen schuin naar het midden, mond smal of met tanden.
  • Verdrietig: wenkbrauwen schuin naar buiten, mondhoeken omlaag.
  • Verbaasd: grote ogen, hoge wenkbrauwen, een open mond.
  • Slim: één wenkbrauw omhoog, een scheve glimlach.

Oefen met één gezicht in tien verschillende stemmingen. Zo leer je welke lijnen welke emotie geven.

Handen en voeten vereenvoudigen

Handen en voeten zijn lastig. In cartoons vereenvoudig je ze: een hand is een ronde vorm met drie of vier vingers, een voet is een ovaal of een schoen. Zo hoef je geen anatomie te kennen en blijft het figuur duidelijk.

Verhalen vertellen met cartoons

Als je een figuur hebt, kun je hem in een situatie zetten. Een enkele tekening met een grap, een kort stripje van drie vakjes of een kaart voor een vriend: alles begint met een idee. Houd het eenvoudig: een figuur, een situatie en een kleine verrassing. Tekenen cartoon is ook een mooie manier om met je schetsboek te oefenen. Lees meer over schetsen.

Zoek je een schattiger of vrolijker stijl? Kijk dan bij tekenen cute of tekenen schattig. Een hond in cartoonstijl is een goed eerste onderwerp: zie tekenen hond.

Oefeningen voor tekenen cartoon

  1. Eén figuur, tien poses. Teken hetzelfde figuur lopend, rennend, zittend, springend en slapend.
  2. Tien gezichten. Teken één gezicht met tien uitdrukkingen.
  3. Vereenvoudig een foto. Neem een foto van een persoon of dier en teken hem in vijf lijnen.
  4. Overdrijf een kenmerk. Kies een bekende persoon of een dier en maak één kenmerk groter.
  5. Een mini-strip. Teken een verhaal in drie vakjes.

Doe elke dag een korte oefening. Na een paar weken heb je je eigen stijl al te pakken. Wie het kleuren leuk vindt, kan ook een kleurboek voor volwassenen gebruiken om kleurcombinaties te oefenen.

Veelgemaakte fouten bij tekenen cartoon

  • Alles tegelijk overdrijven. Kies één of twee kenmerken.
  • Te veel detail. Eenvoud maakt een cartoon sterk.
  • Een zwak silhouet. Zorg dat de pose duidelijk is.
  • Dezelfde pose steeds weer. Wissel af, ook in kijkrichting.
  • Te snel opgeven. Een eigen stijl kost tijd.

Winkelwagenoonfiguren ontwerpen met basisvormen

Elk cartoonpersonage begint met een eenvoudige vorm. Als je tekenen cartoon wilt leren, helpt het om een figuur eerst als bouwpakket te zien: een grote vorm voor het hoofd, een kleinere voor het lijf en dunne lijnen voor armen en benen. De vorm zegt al iets over het karakter.

  • Een cirkel voelt vriendelijk en zacht, geschikt voor een held of een kind.
  • Een vierkant of rechthoek wekt kracht en stevigheid op, bijvoorbeeld voor een sterke of koppige figuur.
  • Een driehoek geeft spanning en scherpte, vaak gebruikt voor schurken of slimme types.

Combineer die vormen bewust. Een rond hoofd op een rechthoekig lijf geeft een andere indruk dan een puntig hoofd op een ronde buik. Teken eerst drie of vier varianten klein naast elkaar en kies de leukste. Zo oefen je ontwerpen zonder dat een eerste idee meteen vastligt.

Proporties overdrijven

Het verschil tussen een gewone tekening en een cartoon zit vooral in overdrijving. Je neemt iets kenmerkends en maakt het groter, kleiner of langer. Een groot hoofd en kleine voeten komen veel voor, maar je kunt ook met een grote neus, lange armen of enorme ogen werken.

Kies per figuur één of twee kenmerken om te overdrijven. Doe je er te veel, dan wordt het figuur onleesbaar. Een handige test is het silhouet: vul je tekening zwart in en kijk of je nog ziet wie het is. Een herkenbaar silhouet is vaak het teken dat het ontwerp werkt.

Houd ook dezelfde verhoudingen aan zodra je figuur bestaat. Teken hem uit verschillende hoeken en in verschillende poses, maar laat het hoofd, het lijf en de benen ongeveer even groot. Zo blijft het personage dezelfde persoon in elke tekening.

Lijnen en beweging in een cartoon

Winkelwagenoons leven van beweging, ook op een stilstaand plaatje. Gebruik een gebogen hoofdlijn, de zogenoemde actielijn, om de pose te bepalen voordat je details tekent. Een rechte lijn voelt stijf, een flinke bocht geeft energie.

  • Kies een duidelijke pose. Een figuur die rent, springt of schrikt leest sneller dan een figuur die rechtop staat.
  • Varieer de lijndikte. Een dikkere lijn aan de onderkant en in de schaduw geeft volume.
  • Gebruik snelheidslijntjes en schaduwen spaarzaam, alleen waar ze helpen.

Heb je geen idee hoe je moet beginnen? Maak eerst losse schetsen. Op de pagina over schetsen lees je hoe je snel en los werkt, zodat je niet vastzit aan het eerste resultaat. Daarna kun je de beste schets netjes overtrekken met een fineliner en kleur toevoegen.

Een eigen cartoonfiguur bedenken en bewaren

Een cartoon wordt pas leuk als je dezelfde figuur steeds opnieuw kunt tekenen. Daarvoor heb je een klein ontwerpblad nodig dat je helpt onthouden hoe het personage eruitziet. Tekenaars noemen dat een modelblad, maar je kunt het gewoon een spiekbriefje voor jezelf noemen.

Begin met een karakter, niet met een uiterlijk

Bedenk eerst wie de figuur is. Is hij nieuwsgierig, bang, ongeduldig of traag? Het karakter bepaalt hoe je hem tekent. Een nieuwsgierig figuur krijgt grote ogen en een naar voren gebogen houding. Een slome figuur heeft hangende schouders en halfgesloten ogen. Zo wordt het uiterlijk een gevolg van het karakter, en dat maakt het herkenbaar.

Maak een modelblad

Teken je figuur op een vel papier van voren, van opzij en schuin. Zet er een paar gezichten naast: blij, boos, verbaasd. Schrijf de belangrijkste keuzes op, zoals de vorm van het hoofd, de lijndikte en de vaste kleuren. Hang het blad boven je tafel. Wanneer je later een nieuw plaatje tekent, kijk je kort naar het blad en blijft de figuur dezelfde.

Modelblad met een cartoonfiguur van voren, opzij en schuin
Een modelblad helpt je figuur steeds hetzelfde te houden.

Houd de vormen eenvoudig

Hoe simpeler het ontwerp, hoe makkelijker je het steeds opnieuw tekent. Een cirkel voor het hoofd, een peervorm voor het lijf en dunne armen en benen is genoeg. Voeg één opvallend kenmerk toe, zoals een hoed, een krullende haarlok of een bril. Te veel details maken het tekenen langzaam en de figuur minder grappig.

Laat de figuur iets doen

Een personage leert je pas kennen als het beweegt. Teken je figuur lopen, struikelen, lachen en wachten. Probeer een stripje van drie vakjes: er gebeurt iets, de figuur reageert, en er volgt een kleine uitkomst. Dit oefent de houding en de uitdrukking tegelijk. Hulp bij dieren en schattige figuren vind je bij tekenen schattig en tekenen hond.

Veelgestelde vragen over tekenen cartoon

Hoe begin je met cartoons tekenen?

Met basisvormen, één overdreven kenmerk en een duidelijke uitdrukking. Teken licht in potlood, trek daarna over met fineliner en kleur met een paar effen kleuren.

Wat is het verschil tussen een cartoon en een strip?

Een cartoon is meestal één tekening of een kort geheel met een grap of boodschap, een strip vertelt een verhaal in meerdere vakjes. In het gewone spraakgebruik lopen de twee door elkaar.

Welke pennen gebruik je voor cartoons?

Zwarte fineliners van verschillende diktes, bijvoorbeeld 0,3 en 0,8 mm, en eventueel een brush pen voor dikke en dunne lijnen. Voor kleur zijn stiften of kleurpotloden geschikt.

Hoe teken je een cartoonfiguur?

Bouw het op uit een cirkel voor het hoofd en een eenvoudige vorm voor het lijf. Overdrijf een kenmerk, geef het een uitdrukking en trek de lijnen over. Houd details beperkt.

Waar komt het woord cartoon vandaan?

Van het Italiaanse cartone en het Nederlandse karton, zware papiersoorten. Het woord werd eerst gebruikt voor voorstudies voor schilderijen, en in 1843 voor het eerst voor satirische tekeningen in het tijdschrift Punch.

Hoe maak je een cartoon grappig?

Met overdrijving en een verrassing: een figuur in een onverwachte situatie of met een opvallend kenmerk. Houd de tekening eenvoudig, zodat de grap duidelijk is.

Kan ik cartoons tekenen zonder talent?

Ja. Winkelwagenoons vragen geen realistische verhoudingen. Eenvoud en overdrijving staan voorop, en je ontwikkelt je stijl door te oefenen.

Hoe maak je een eigen stijl?

Door veel te tekenen en steeds dezelfde keuzes te maken: dezelfde ogen, dezelfde lijndikte, dezelfde kleuren. Daardoor herkennen anderen jouw stijl.

Verder lezen

Een cartoon leer je tekenen door veel te oefenen met vormen en uitdrukkingen. Dit zijn goede volgende stappen:

De waardering van ayoo.nl bij WebwinkelKeur Reviews is 8,7/10 gebaseerd op 255 reviews.